Categorie: Diversen Expositie

  • Zelfportret zonder een gezicht te tonen

    Zij stuurde mij twee handen vol afbeeldingen van haar werken. Of ik daar iets over kon zeggen, of schrijven eigenlijk. Mijn naam was haar genoemd door een bevriende kunstenaar, een beeldhouwer die nu domicilie houdt in Italië. Ik zou er wel wat van vinden, was zijn mening. Concreet had zij mij uitgenodigd haar werk live te zien, maar daarvoor kon ik op mijn manier de tijd niet vinden. Dus nam zij de moeite het werk te fotograferen en mij te mailen. Op het beeldscherm heb ik uiteraard niet de look en feel van een schilderij. Je kunt niet je blik langs de verfstreken laten glijden of zelfs even stoutmoedig met de wijsvinger de structuur betasten – voorzichtig zonder te beschadigen. Want kunst moet je kunnen voelen, aanvoelen, de ruimtelijkheid in het platte vlak onderscheiden en in geval van olieverf op doek de materie kunnen ruiken.

    Marjolein Prins

    Dat is dus uitgesloten bij dit mij gestuurde werk, maar gelukkig componeert de kunstenaar haar werk met behulp van de computer. Het betreft dus digitale kunst, waarvan ik digitaal enkele voorbeelden kreeg om deze te beoordelen. Nu is beoordelen een groot woord; ik wil er iets over schrijven, mijn mening geven – ik ben geen meester die de wijsheid in pacht heeft en zijn oordeel gaat toetsen dan wel het werk keurt op stijl en techniek. Ik noem het een beschouwing – observeren, gadeslaan en overdenken. En vervolgens mijn gevoel bij wat ik heb gezien beschrijven. Ik geef een voorzet en ieder ander mag het doelpunt maken, er het zijne of hare van vinden. Kunst is een kwestie van smaak.

    Intuïtief ontwerpt Prins de compositie

    Marjolein Prins, want over haar werk gaat het hier, spiegelt haar leven in het werk. Zij laat haar zijn reflecteren in de met behulp van Procreate gemaakte composities. Niet werkelijk of letterlijk zoals dat je bijvoorbeeld een zelfportret maakt, maar abstract en figuurlijk in een gestroomlijnde print. De digitale tekeningen lijken veel op de weerglans van de omgeving in een bewerkte plaat metaal. Of een spiegelbeeld in gewelfd glas. Of de spiegeling op in beweging gebracht water. Het beeld vervormt en herschept zichzelf in het dynamische oppervlak. Bij wijze van spreken is de beeltenis in beweging wanneer je langs gaat of je hand in het water steekt.

    Marjolein Prins

    Intuïtief ontwerpt Prins de compositie en bouwt deze verder uit met behulp van het computerprogramma. De software is niet leidend, maar ondersteunt haar een harde werkelijkheid in abstracte tonen te creëren. Deze heeft wel een realistische kern, namelijk haar eigen wezen zoals ik hiervoor al aangaf. Er ontstaat onbewust en niet beredeneerd een individuele vormgeving met een persoonlijk handschrift. Ieder ander zal dit niet zo kunnen maken, want dit is Prins zoals ik het zie. Ieder ander kan een poging wagen door Procreate of een ander digitaal tekenprogramma te gebruiken, maar dan is en blijft het een kopie want dit is de codex van Marjolein Prins. Zij heeft deze manier van uiten bepaald. Het toont aan dat er digitaal mogelijkheden zijn, die weinig onderdoen voor authentieke technieken. Persoonlijk zal ik liever een penseel of potlood hanteren, daar ik het idee heb dan meer betrokken te zijn met wat ik maak. Maar voor anderen zal een digitale pen relateren aan begeestering.

    Rumoerige versimpeling, onstuimig handschrift

    Prins legt het landschap van haar geest vast, maar maakt ook werkelijke landschappen. Deze zijn in lagen opgebouwd en benaderen echtheid. De manier van werken leent zich uitstekend voor het benaderen van water. Niet voor niets wordt die oppervlakte vergeleken met een spiegel. Het kan zo vlak zijn, stil en niet in beweging. Maar wanneer je met een voorwerp of de hand het laat bewegen stroomt de gespiegelde omgeving naar elders en vermaakt en hermaakt zich tot een abstracte vormgeving. Vooral in deze golfbeweging is Prins naar mijn mening op haar best, de rumoerige versimpeling en het onstuimige handschrift past haar beter in vergelijking met de inbreng van oorspronkelijke vormen.

    Marjolein Prins

    Het gebruik van fotografie als basis voor een print geeft de plaat diepte, zoals bij de walvis achter borrelend water te zien is. Die luchtbellen passen ook goed in een semi-abstracte vormgeving. Maar wanneer een meer werkelijke uiting als bloemen of een mens een plek krijgen, raakt de kracht uit de tekening en spreekt de compositie minder aan. Dan lijkt het een kunstje en kan de ziel van de maker niet worden gevonden. Hoewel de inheemse dame wel in een passende primitieve stijl is gezet. Vooral dat persoonlijke handschrift geeft het werk van Marjolein Prins een gezicht.

    Dit is op en top persoonlijk haarzelf

    Eén compositie in de mij gestuurde reeks is een uitzondering op de regel. Daarin mengt Prins de werkelijkheid met abstracte elementen op een uitzonderlijke wijze. Op die manier werkt het wel, omdat zij zichzelf in de omgeving zet. Een donker landschap dat veel weg heeft van een zeegezicht met een deinende branding. De wolken erboven golven mee in het ritme van de zeespiegel. De lucht kleurt rood met een helder gele zon, het wezen van een ster licht op. Marjolein zit in het centrum van de afbeelding, in een rolstoel op hellend vlak. Brandy, haar hulphond, zit braaf naast haar op de grond in afwachting van een commando. Ze leunt over links en is met het beest in gesprek. Ze lacht. Dit is op en top persoonlijk haarzelf. De achtergrond is haar wezen, de figuur haar zijn.

    Marjolein Prins

    Kort gezegd en geschreven is Marjolein Prins goed bezig. Haar handicap staat haar op veel fronten in de weg, maar bij het maken van kunst en het creëren van haar schepping is zij zo vrij als een vogel. Ze legt haar wezen in het werk en laat de zwakheid toe. Vooral dat gegeven maakt haar werk speciaal om niet te zeggen uniek. Het spreekt aan, omdat zij haarzelf erin uit, haarzelf erin sluit. Dit is Marjolein Prins. Het is haar zelfportret zonder een gezicht te tonen.

    Beschouwing digitale tentoonstelling tekeningen van Marjolein Prins.

  • Het addertje onder het maaiveld van Monique Koning

    Las ik ergens dat Jeanne Bieruma Oostings mantra was “Je kunt geen twee heren dienen”? Jeanne Bieruma Oosting, de vrouwelijke kunstenaar die koos voor de kunst als relatie. Maar dat was een eeuw geleden. In 100 jaar is er veel veranderd, maar niet het feit dat je lastig op twee paarden kunt wedden. Om helemaal voor de kunst te gaan koos Oosting voor een leven zonder echtgenoot, zonder kinderen, zonder huishouding. In haar tijd had de vrouw geen rechten en stond zij onder curatele van de man. Gehuwde vrouwen hadden voor de Nederlandse wet evenveel rechten als misdadigers en ‘onnozelen’, lees ik in de biografie van Oosting door Jolande Withuis geschreven. In die maritale macht van de echtverenging paste het niet dat de vrouw de kunst zou dienen. In haar tijd waren echter meerdere vrouwen die niet onder een juk wilden werken, waarvoor het uitoefenen van een vak geen vanzelfsprekend recht was maar wel een wezenlijke behoefte. Hun werk was hun biotoop.

    Het bestaan van alleenstaande vrouwen toen was niet eenvoudig, maar de kunst betekende levensgeluk. Dus koos Oosting niet voor het geluk van een gezin en kinderen, want “heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem.” Was zij getrouwd met haar kunst? Is daar niet een parallel te trekken met de vrouw die als kloosterlinge wil leven. Het geluk bij God zoekt en kiest voor een celibatair bestaan. Is zij getrouwd met haar geloof? Het zijn zo gedachten die ik krijg bij de werken van Monique Koning. Maar het heeft natuurlijk helemaal geen overeenkomst, het slaat de plank behoorlijk mis. Want hoe anders is het nu, de vrouw heeft zich in 100 jaar los van de man gevochten. Hoewel in gedachten van het gros van de mannen de vrouw nog steeds een bezit is.

    Talentvol

    Monique Koning kan desalniettemin dienen als het voorbeeld van vrouwelijke kunstenaars die twee werelden niet samen en tegelijkertijd kunnen bestieren. Er moeten keuzes gemaakt worden of het is afzien om er voor 1O0% voor te gaan. Je kunt jezelf in tweeën delen en voor het een en het andere gaan. Dan komt het talent nauwelijks boven het maaiveld uit en verliest de gave aan zeggingskracht. Het is daarom niet bijzonder dat vrouwelijke kunstenaars besluiten zich niet aan een relatie te binden en geen gezin te stichten, hoe moeilijk die beslissing dan ook is. Een huwelijk waaraan over het algemeen het verwekken van kinderen verbonden is leidt af van het heilig moeten en het creëren van iets uit niets. Maar het bloed kruipt dikwijls waar het niet gaan kan en de natuur roept herhaaldelijk.

    De talentvolle Monique Koning laat haar gave bijschaven aan de kunstacademie waar ze technieken uitdiept en voor haarzelf kansen schept. Na de studie ontwikkelt zij zichzelf en komt met verrassend gemanipuleerde beelden voor het voetlicht. Ze zet grote levensvraagstukken te kijk, maar kan ook teder een dode vogel tegemoet treden. In die kwetsbaarheid zit ze graag in de schaduw van ene Jan Mankes. Nog voor AI zich gaat bemoeien met het vervormen van beelden, stort Koning zich analoog en digitaal op het aanpassen en bewerken van beelden. Binnen de haar zelf getrokken kaders zet ze de wereld naar haar hand. De realiteit wordt een bovenaardse waarneming. Surrealistisch leert ze het bestaan te herschikken en in metaforen te doorgronden. Dat werk toonde ze al diverse malen aan de buitenwereld. En ze leek te groeien in die beeldtaal. Maar telkens opnieuw wanneer ze mij wees op weer een andere vertoning van haar werken op een diverse plaats, keek ik naar dezelfde fotografische afbeeldingen en fijnzinnige tekeningen. Ze scheen stil te staan in ontwikkeling, want er kwamen geen nieuwe experimenten bij.

    Zelfstandige vrouw

    Stilstand is achteruitgang, maar het talent van Koning is dusdanig groot dat de oude werken zich in een andere omgeving telkens lijken te vernieuwen. De vondsten hebben eeuwigheidswaarde en kunnen nog lang mee. Gelukkig maar, want Monique Koning heeft nu eerst voor het gezin gekozen, en voor de opvoeding van twee blozende knullen tot gezonde jongemannen. En dat vergt veel van haar tijd en creativiteit, zodat ze kunstzinnig niet verder komt dan kleine opdrachten voor het ontwerp van geboortekaarten. Ze houdt deze kunst klein, kleinkunst om bezig te blijven, om grip te houden. Die ontwerpen doen er toe en vallen in de smaak. Maar voor uitwerking van gedachten op groot formaat komt ze niet toe. Deze inspiraties slaat ze op haar harde schijf op, legt ze in gedachten vast voor later. Maakt hier en daar eens een schets om de feeling met de ingeving niet kwijt te raken. Maar verder bewijst zij dat je keuzes moet maken.

    Schaamteloos bloot

    Voor het gezin wordt de kunst even afgeremd en komt tot stilstand. Maar de motor blijft draaien. Later wanneer dat kroost op uitvliegen staat kan de creativiteit alsnog botvieren. Monique Koning dient geen twee heren, of het moeten haar zonen zijn. Ze is een zelfstandige vrouw die mag kiezen. En dat doet ze ook. Ze geeft de voorkeur aan het gezin en de kunst schuift op de achtergrond, maar raakt niet buiten beeld.

    Nu zie ik haar werk weer in Ferron aan de Lindegracht in Heerenveen en maak opnieuw kennis met oude vrienden. Ik probeer met andere ogen door te kijken, te doorzien wat ik eerder niet zag. Het is opmerkelijke kunst die best op herhaling kan. Het werk kan ertegen en misschien boort het in deze omgeving een ander en nieuw publiek aan. Wat ze toont in de gezellige eetzaal zou gezien kunnen zijn als een overzicht van haar oeuvre. Een bloemlezing van het kunnen tot nu. Te bekijken valt werk van in en net na de opleiding. Examenwerk waarin ze zich schaamteloos bloot geeft. Zelfportretten die nauwelijks iets verhullen en waarbij ze speelt met haar lichaam zonder erotisch te verleiden. Zonder kleur, dus in een zwart-witte afdruk op een glinsterende drager, is het een ode aan het lichaam, een poëtische indruk van het lijf, de schoonheid van de mens zonder meer.

    Echter bij Monique Koning schuilt altijd een addertje onder het gras, terwijl ze haar kop boven het maaiveld uitsteekt. De beeltenis geeft een extra dimensie, een dubbele laag. Er gebeurt meer dan op het eerste gezicht merkbaar is. Er moet door gekeken worden om het beeld te doorzien. Wel is het meteen tastbaar, maar ook is een nadere beschouwing op de plaats. Het interieur met de immense boekenwand lijkt een doodnormale plaat, maar er vindt in die bibliotheek van alles plaats. Het is een zoekplaat met onverwachte gebeurtenissen. Daar blijf je naar kijken terwijl je aan een espresso martini nipt of de Pinsa di Ferron aansnijdt. Zo heeft de kunst van Koning meerdere surrealistische twists. Het heeft een verhaal zonder uitleg. Een vertelling zonder woorden. Een vertekende waarheid waarbij de kijker zelf de inhoud dient te formuleren. Zo houdt het werk ons bezig, heeft het een geheimzinnige laag. Ook wanneer we denken te weten wat we zien. Monique geeft er een draai aan die teder is en broos, een warm gevoel geeft van binnen – net als de Marco Porello Langhe.

    Tentoonstelling werken van Monique Koning bij Podium Ferron, Lindegracht 21 in Heerenveen. Te zien tot 28 september 2025.

  • DeNieuweGalerie platform voor Amstellandkunst

    Het kunstenaarschap is een eenzaam bestaan. Ben je kunstenaar, tegen wil en dank – want kunstenaar word je niet dat ben je –, dan oefen je een teruggetrokken beroep uit. Alleen in het atelier zonder storing van buiten. Want de kunstenaar schittert door afwezigheid van het dagelijks doen en laten om het werk te laten vlammen. De bezieling bloeit zonder ruis, de inspiratie groeit zonder aansporing van buitenaf. De enige prikkel is die van het heilig moeten. Er moet altijd wat gemaakt worden, uit niets moet iets ontstaan. Het is niet altijd zin of genoegen, er is vaker een plan – een inhoud met betekenis. Er ontstaat minder veel een beeltenis, een plaatje. Er wordt weinig meer een beeld gecreëerd, een kopie uit de werkelijkheid. De werkelijkheid van de kunstenaar, die al dan niet aansluit bij de beleving van de beschouwer.

    Hoewel de kunstenaar in afzondering droombeelden componeert. In zelf gekozen isolatie tot creaties komt, zoekt de kunstenaar wel contact. Verbinding is een noodzakelijk kwaad om de samenhang van het eigen werk met dat van creators in de wereld buiten het atelier te kunnen zien. Het maakproces is echter meer belangrijk dan het resultaat. De kunstenaar zou achter gesloten deuren willen blijven, ‘mensenschuw’ als hij en zij is. Maar de kunstenaar maakt de beelden niet voor zichzelf, deze moeten de wereld in. De kunstenaar heeft een verhaal dat onder de mensen dient te komen. Daarom moet de kunstenaar op gezette tijden de deuren en ramen openzetten en laten merken er te zijn. Er toe te doen, het werk is van belang, het telt mee in het brede scala van kunsten. De kunstenaar zoekt manieren om het werk tentoon te stellen, aan de mens te brengen.

    Op een hoger plan, meer betekenis

    Kunstenaars leggen relaties met elkaar. Zoeken contact met scheppers die eenzelfde beleving aanvoelen. Maar kunnen zich ook verbinden met artiesten die tegengestelde belangen hebben en andere ideeën najagen. Dan kan men het er over hebben. Van elkaar leren, elkaar stimuleren. Zo kan de kunst op een hoger plan komen, meer betekenis krijgen. Er kan een school ontstaan, een gemeenschap, een kolonie. Meestal overwegend met gelijkgestemden. Er kan een vereniging worden gesticht, een kunstkring, een initiatief. Altijd met het doel dat de kunst, in het algemeen, er beter van wordt.

    In de regio Amstelland, waarbij ook Amsterdam, Amstelveen en Haarlem worden gerekend, zijn beroepskunstenaars in 2006 een platform gestart. Een platform dat zich AmstellandKunst liet noemen. Het staat open voor diversiteit in kunstvormen. Het stimuleert de uitwisseling tussen de leden en de verschillende kunstdisciplines. Het moedigt uitwisseling van inspiratie aan door cross-over samenwerkingen aan te gaan. De leden dagen elkaar uit in het werk en de ontwikkeling van he kunstenaarschap. Dat is wat ik lees op de website van het genootschap.

    De leden organiseren regelmatig op eigen kracht (verkoop)tentoonstellingen wat past bij de mentaliteit van de kunstenaars, die stuk voor stuk graag de handen uit de mouwen steken. Dit ligt aan de basis van de oprichting, toen het heersende kunstklimaat van bezuinigingen het noodzakelijk maakte om als kunstenaar zelf het initiatief te nemen. De autonomie die AmstellandKunst en haar kunstenaars tonen onderstreept de veranderende rol van de kunstenaar en daarbij hoe belangrijk deze initiatieven vandaag de dag voor kunstenaars zijn. Bij AmstellandKunst staat ontwikkeling van de kunstenaar centraal. Van jonge kunstenaars die zich specialiseren in multimediakunst, tot de zeer ervaren kunstenaars in meer traditionele disciplines. Dé drijfveer van de vereniging is kruisbestuiving.

    Presentatie van kunstenaars

    En die kruisbestuiving kan regelmatig beschouwt worden wanneer de bij het platform aangesloten kunstenaars een verkooptentoonstelling houden in DeNieuweGalerie, een pop-upmoment. De zomertentoonstelling vindt op dit moment en tot en met 25 augustus plaats in het Stadshart Amstelveen. Er is daar een breed scala aan kunstwerken te zien, en te koop. Voor elk wat wils en voor iedere beurs. Er is een salonhanging van een diversiteit aan kunstvormen samengesteld. Zowel vlak werk als ruimtelijke beelden, realisme en abstract. Het is een presentatie van kunstenaars in Amstelland, een tentoonstelling van wat er allemaal aan kunsten gemaakt wordt in dit deel van de Randstad. Vooral omdat de verscheidenheid aan inbreng zo breed is waant de beschouwer zich in een snoepwinkel. Is het aanbod om je vingers bij af te likken, het water loopt me in de mond bij het zien van al dat lekkers. Van zoet suikergoed tot wrange zuurtjes, want niet iedere compositie spreekt aan. Maar elke inbreng past in het geheel. Geen eenvoudige opgave voor de inrichters er een smaakvolle samenstelling van aan te bieden.

    De website van DeNieuweGalerie geeft inzicht in de huidige en de voorgaande tentoonstellingen. Ook worden er overzichten gegeven van afzonderlijke kunstenaars. Het is geen webshop, want voor de look en feel van een kunstwerk dient men het in de Amstelveense galerie te komen bekijken. Wel kan er online informatie worden ingewonnen over een gezien kunstwerk. Uiteraard zijn er meerdere kunstenaarsinitiatieven in de lande te vinden, maar deze van AmstellandKunst heeft voor de regio een bijzondere uitstraling. Een platform om publiek en kunstenaars met elkaar in contact te brengen. Niet alleen om verkoop te bewerkstelligen, maar ook om een samenspraak te starten. Want AmstellandKunst wil een reactie uitlokken bij het publiek, een wisselwerking tot stand brengen tussen de maatschappij en AmstellandKunst. “Zo raakt niet alleen het publiek betrokken bij de kunstenaar, maar mengt het publiek zich daadwerkelijk met de kunstenaar, die hierdoor op zijn/haar beurt geïnspireerd raakt. De dialoog die hierdoor ontstaat levert de kunstenaar een rijkere, gelaagde voedingsbodem op.” Waarvan akte.

    Zomerexpositie in DeNieuweGalerie. Unieke werken van meer dan 30 kunstenaars. Volop keuze, zomerse prijzen. In Stadshart Amstelveen, winkel 109, 19 juli tot en met 25 augustus 2024.

  • Verwacht knippen geeft een onverwacht plakken

    Opnieuw is Galerie Noord in Groningen gevuld met werk van internationale collagekunstenaars. En weer hoort daarbij een tijdschrift om deze kunstenaars op een passende manier te presenteren. In de galerie heeft iedere kunstenaar een eigen wand om daarop voor zich te spreken en aan te spreken. In het blad stellen zij zich voor en communiceren om eenstemmig te duiden. Het werk laat zich in gedrukte vorm beter en meer overtuigend mengen dan in de tentoonstelling. The Collager No.2, spring 2024, is als periodiek de aanleiding om deze kunstvorm een eigen plek te geven. Initiatiefnemer Peter Boersma liep al langer rond met het idee om een dergelijk blad te starten. Niet enkel om zijn eigen werk de aandacht te geven, maar zeker ook om dat van collega kunstenaars voor het voetlicht te halen.

    Er zijn namelijk drie constanten in The Collager. Uiteraard en niet te missen gaat het om collagekunst, het wordt voor het tweede jaar op rij gepresenteerd in Galerie Noord en Peter Boersma is één van de exposanten naast anderen door hem geselecteerd. Het dreigt een traditie te worden, een ieder jaar voor de zomer terug kerend gegeven. Voor Boersma is het een gotspe om zo brutaal en onbeschaamd zijn eigen werk in de schijnwerper te zetten. En daarbij de collage als kunstvorm op te waarderen. Het werk van deze beeldmakers is op dit moment representatief voor dit metier, deze vorm om van bestaand materiaal nieuwe beelden te maken.

    Miskende kunstvorm

    Op deze manier, door het kunstje te herhalen, komt er na verloop van tijd een overzicht op welke manier de collagekunst zich ontwikkelt. Hoe het reageert op het veranderende landschap, de zich ontwikkelende maatschappij, de opgang dan wel neergang van de samenleving. Want de collagekunstenaar plukt, scheurt en knipt onderdelen uit de zichtbare wereld om er een nieuw karakteristieke beeltenis van te maken. Deze details komen uit tijdschriften, kranten en boeken die nu actueel zijn. Die nu de tijdgeest laten zien, en waarop de kunstenaar respondeert.

    Net als het tekenen is de collage decennia lang een miskende kunstvorm. Geschikt als aanleiding ‘echt’ werk te maken. Een opstap voor een schilderij, om houding en compositie in de vingers te krijgen. Een hulpmiddel om de inspiratie op gang te brengen. De collage is een techniek waarmee snel een interessant eindresultaat bereikt kan worden of een ondergrond te creëren om op door te werken. De collage, dat is een oud verhaal in een nieuwe jas. Bestaande fragmenten die uit een verhaal zijn gelicht en met andere delen een nieuwe vertelling vormen. Een hergebruik van uitgeknipte of gescheurde beelden. Flarden realiteit die abstract sprekende beelden maken. Niet bij elkaar passen maar toch aansluiten .Een moodboard van zelfexpressie. De collage kan analoog tot stand komen, dus door letterlijk de schaar en een pot lijm ter hand te nemen, maar er kan ook met daarvoor geschikte software op de computer stijlvol werk gemaakt worden. En zelfs in de film en de muziek komt de collagetechniek voor. The Collager richt zich enkel en alleen maar op de oorspronkelijke vorm van de collagetechniek, het zuivere handwerk.

    Kakafonie aan indrukken

    In de galerie vormt het werk van de verschillende kunstenaars afzonderlijke verhaallijnen, voor elke kunstenaar een eigen hoofdstuk. Aan de wanden hopen ze op en spreken ieder voor zich. Een heterogene massa, maar niet als los zand. Echter in het blad is het werk en zijn de kunstenaars met elkaar in gesprek. Op de pagina’s lopen ze door elkaar maar vormen een homogene groep om deze kunstvorm te karakteriseren. Het is welhaast een kakafonie aan verschillende indrukken die de kijker moet verwerken. Voor de bezoeker niet eenvoudig zich op een enkel werk te concentreren omdat een andere compositie op oogafstand zich prikkelend aandient. De bladomslaander raakt makkelijk de weg kwijt in het rumoer van het tijdschrift. Maar niettegenstaande het zichtbare lawaai van deze kunstvorm heeft de inrichter en samensteller er een stijlvol geheel van gemaakt.

    Evenals vorig jaar is ook nu weer het bijdehante magazine, als de catalogus bij de tentoonstelling, door vormgeving en opmaak een kunstwerk op zichzelf. Het presenteert de werken die in de galerie te zien zijn. Het is een veelzijdige dimensionale collage om door te bladeren en los van de tentoonstelling te beschouwen. Een collectors’ item. Met het karakter van de collage in gedachten is het design speels en wars van alle conventies opgezet. Samengesteld uit diverse formaten vellen en verschillende soorten papier krijgt de aard van de inspiratie vorm. Hoewel de opmaak uit elkaar schijnt te vallen is de lay-out in evenwicht.

    Collagekunstenaars

    Mijn omschrijving van 2023 kan ik in 2024 integraal herhalen en van deze tekst hier en nu een soortement van collage maken. Gescheurd uit een eerdere post en geplakt in dit artikel: “De met elkaar communicerende tweetallen in het hart van het blad zijn zorgvuldig gekozen en rijmen klinkend samen. Deze nemen de meeste ruimte in en beslaan de grootste vellen. Op de kleinere omslagbladen is de compositie eveneens stemmig afgewogen. De lay-out is in balans. Het ruwe tussenformaat, waaromheen de glossy pagina’s zijn gevouwen en waarin het ‘expositie’ katern steekt, herbergt teksten over en van de acht kunstenaars die hun samengestelde werken tonen. Deze woorden en zinnen zijn in onregelmatige kolomblokken gedrukt om aan de collagestijl te passen. De woorden waarin de naam van de kunstenaar is gezet heeft een samenstelling van verschillende lettertypes. De maker van het blad heeft zich kunstenaar waardig creatief uitgeleefd met de expositie en de collagekunst beide als aanleiding in gedachten.

    De beeltenissen die de collagekunstenaars samenstellen uit en met bestaande verbeeldingen hebben de idee van gedagdroomde voorstellingen. Het samensmelten van realistische momenten tot surrealistische ervaringen. Om de wereld te duiden en handzaam te maken wordt deze juist overhoop gehaald. Bestaande herkenbare beelden worden uit elkaar getrokken en gemengd tot een abstract realistische omgeving. Daarbij wordt uiterst zorgvuldig omgegaan met compositie, vorm en kleur. In de collagetechniek is niets wat het lijkt. Door de bestaande beelden te mengen hervormt het vertoon zich en sta je als beschouwer zelden op het goede been. De visuele woordspelingen, contrasten om verschillen en overeenkomsten zichtbaar te maken, lichtvoetige verrassingen door technische trucs maken van het resultaat een interessante samenstelling. Op papier en met papier meestal, maar in deze tentoonstelling gaat de collage tevens de ruimte in. Worden gevonden voorwerpen of niet meer voor het gemaakte doel bruikbare onderdelen met elkaar verbonden tot een nieuw beeld. De beeldmaker is een beeldbouwer.

    The Collager, Tentoonstelling van collagekunst bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Tot en met 4 juli 2024. Dianne Bakker, Peter Boersma, Harm van Ee, Jack Felice, Johanna Oldershausen, Marcel Prins, Inez van Vuren, Albert Westerhoff. Tijdschrift The Collager, pasting the unexpected, No.2, Spring 2024.

    foto’s tentoostelling © Peter Boersma
  • Sporen van oorlog en natuur in de Bibliotheek

    Hoewel het doodnormale dagelijkse plaatjes schijnen. Kale bomen, regendruppels in de sloot, een bewogen bloemenveld, vallend licht door ramen. Gewone alledaagse taferelen lijken het, geen hemelbestormend kunstzinnige fotografie. Ademen toch die doordeweekse momenten een beklemmende sfeer. Het is de context waarin ze getoond worden, namelijk. Kleine waterkringen in de sloot spreken van weemoed, laten denken aan verloren en vergeten herinneringen. Trieste souvenirs uit het geheugen verbannen omdat de gedachte eraan te gruwelijk is voor woorden. Ik bekijk het werk van Gerhild van Rooij in de kleine tentoonstelling “Sporen van oorlog en natuur” in de Bibliotheek Heerenveen.

    Algemene gemeenplaatsen

    Hoewel het dertien in een dozijn plekken lijken, herinneren de plaatsen in deze vormgeving aan treurnis en verdriet. De hemelse tranen in water geven aan dat ook God weent over wat wij mensen elkaar aan doen. In oorlogssituaties vergeten wij maar al te makkelijk dat wij naar Zijn evenbeeld zijn geschapen. Vergeten voor het gemak het tweede gebod om over onze eigen schaduw heen te kunnen stappen. In de oorlog, in een situatie waarin de vrede ver te zoeken is, ligt ons hoger belang veraf van het menselijk zijn. Door die algemene gemeenplaatsen in beeld te benoemen echter worden wij ertoe bepaald. Omdat de expositie in de kern draait om oorlog en vrede koppelen wij daaraan die beelden eenvoudigweg. Staat de expres bewogen plaat van een veld weidebloemen voor de onbereikbare maar lonkende natuur achter het prikkeldraad. Wuiven de boomkruinen in de wind van de verwachting.

    De onzekere toekomst

    Banieren om de hoek van deze wat rommelig ingerichte tentoonstelling, vijf overgebleven affiches uit een serie, verbinden woord en beeld van wanhoop en hoop. Daarin komen beeldmerken en tekstfragmenten samen om in vlugschrift de sfeer van een concentratiekamp te duiden. Het prikkeldraad, de wachttorens, de onzekere toekomst, het wordt alle verbonden door de prikkel in het draad dat gevangenen doet ontmoedigen de weg naar vrijheid te zoeken. Een portret van Ben Strik, herinnering die nooit vlucht, welk verhaal over Kamp Vught de spil van de tentoonstelling is. Gerhild van Rooij was er, tig jaren na de mensonterende gebeurtenissen daar plaats vonden, en zette haar ontzetting om in gedichten, haar verwondering om in foto´s.

    Geschoten op locatie

    De donkere gang beleefde ze, de gang waar het (kunst)licht van buiten door de ramen viel dit betekende dat er weer iemand gedwongen de dood zou vinden. De isoleercel waar men zo dicht op elkaar stond gepakt dat levenden lijken ondersteunden. Naakt stond men daar, de stank van uitwerpselen overheerste de lucht van bloed, zweet en tranen. Achter het prikkeldraad nodigde de vrije natuur de gevangenen over het hek te klimmen, de vrede tegemoet. Maar die uitbraak moesten ze met de dood bekopen. Die verhalen, nauwelijks te bevatten, markeren het gemoed bij het werk van Gerhild van Rooij. Zichtbaar tekenen ze zich af in de nauwelijks geënsceneerde platen geschoten op locatie. Het is wachten op het juiste moment. Dat geduld heeft achteraf geen bewerking nodig om tot die bepalende sfeer te komen, want dat spreekt sowieso naturel boekdelen.

    Van Rooij is met Ben Strik, onder meer aan hem is de tentoonstelling een eerbetoon, terug gegaan naar de plek van verschrikkingen. Niet om er de heroïsche verhalen te horen, de aantallen vermoorden te vernemen en de barakken en wachttorens van Kamp Vught te bezoeken. Maar om het kleine leed, de leegte in de ogen, de stilte uit het verleden te voelen. Een hand op het prikkeldraad, de blik op oneindig. De gedachte aan duisternis en dood – waarom zij wel en ik niet -, licht aan het eind van de tunnel. Gerhild van Rooij heeft die abstracte gedachte in beeld weten te brengen, er woorden aan gegeven.

    Immens maar stil verdriet

    De kleine tentoonstelling in de Heerenveense bibliotheek verbindt die beelden met woorden. Tussen de regels door en langs de platen is het verhaal voelbaar. Het verhaal van verschrikking en onmenselijk leed is tastbaar onder woorden en in beeld gebracht. Op een abstracte manier, waardoor niet meteen duidelijk is welk leed wordt aangeroerd. Wanneer ik anders kijk naar wat ik zie, mijn oor te luisteren leg naar wat ik lees, ontdek ik het beeldmerk van immens maar stil verdriet. Niet alleen van die oorlog die op 4 en 5 mei herdacht wordt, maar zeker van wat er daarna plaatshad en nog altijd plaatsvindt. Het is een smet op het blazoen van de wereld.

    Schatbewaarder nalatenschap

    Gerhild van Rooij is schatbewaarder van de nalatenschap van kunstenaar en dichter Jan Loman. In deze tentoonstelling wordt vooral zijn literaire werk subtiel verbonden met het onderwerp oorlog en natuur. Daarin of daardoor heeft ook Loman zijn sporen nagelaten. ‘het maaiveld verhult / scherven uit terpaarde en / luchtafweergeschut’. In een scherpe haiku drukt hij een universum aan gedachten uit. Want het bedekken van wat eens geweest is, het aan het oog onttrekken van een verleden, werkt een vergeten in de hand. Dat is triest voor de mensen waarvoor de scherven zo belangrijk zijn, want het is hun leven, het is hun verhaal, een geschonden leven en vergeten verhaal. Maar het kan ook een verstoppen zijn om te bewaren, zodat het niet wegraakt in de vergetelheid. Dat het ooit eens weer boven water komt als bewijs van wat was. Schrijver Martsje de Jong zei dat zo treffend in haar openingswoord van de tentoonstelling: “De wierheid, hoe skrinend ek, hâldt har plak yn it ivich argyf dat ús grûn is.” Die scherven liggen onder het maaiveld verborgen, in de klei begraven, onder het zand bedolven. Maar wanneer we het kunnen gebruiken om het verleden te duiden in de toekomst is het eenvoudig op te graven. Het is de grond waarop wij leven, een eeuwig archief zoals Martsje de Jong het noemt.

    Laagdrempelige activiteit

    Een rommelig ingerichte tentoonstelling noem ik het. Eigenlijk komen de beelden en teksten van Gerhild van Rooij niet goed uit op deze plek in de Heerenveense bibliotheek Mar & Fean. Voordeel is wel dat het een laagdrempelige activiteit is. Na het uitzoeken van boeken, het lezen van een tijdschrift, kan een ieder er een kijkje nemen. Geen korte snelle blik over het tentoongestelde, maar een aandachtig opnemen van de indringende beelden en de aangrijpende teksten. Niet enkel is 4 mei het thema, niet slechts de Tweede Wereldoorlog staat in beeld. Het sluit aan bij het vieren van bevrijding, voor ons. Terwijl elders in de wereld vrede een ideaal is, maar ver weg staat van het dagelijks leven. Vrede gaat niet alleen over geen oorlog. De sporen die Gerhild van Rooij als voorbereiding voor het werk te zien in deze tentoonstelling heeft gevolgd maakt dat meer dan duidelijk.

    “Sporen van Oorlog en Natuur”. Foto’s en teksten van Gerhild van Rooij. Tentoonstelling in Bibliotheek Mar & Fean, Burgemeester Kuperusplein 48n in Heerenveen. Te zien van 4 mei tot en met 14 juni 2024.

  • Een kabinet met laden, een puntzak vol snoep

    Een dozijn vertoningen, dat is het Tekenkabinet nu sinds 2013, momentopnames van hedendaagse tekenkunst. In dat jaar richt Manja van der Storm het onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse tekenkunst op klein formaat op. Simpelweg omdat zoiets nog niet bestond, en ze van mening is dat de kunst van het tekenen meer aandacht verdient dan er tot op dat moment sprake van is. Dat tekenen met potlood en krijt is altijd enigszins een ondergeschoven kind gebleven in de bedstee van de kunst. Werd het lange tijd slechts als schets gewaardeerd, een voorbereiding op het grote ‘echte‘ werk, tegenwoordig is het een volwaardige tak van sport. De tekening is het resultaat van inspiratie en bezieling, niet langer alleen om het beeld in de vingers te krijgen. En niet enkel en alleen meer met potlood en krijt. Om als tekenaar werkende kunstenaars meer voor het voetlicht te krijgen organiseerde Van der Storm 11 jaar geleden voor het eerst het zogenoemde Tekenkabinet. Nu dus voor de twaalfde keer.

    112 tekenaars alfabetisch gesorteerd

    Het Tekenkabinet, een kast met vele laden van overwegend eenzelfde formaat waarin een keur aan kunstenaars opgeborgen liggen. Eenmaal per jaar worden de laden opengetrokken en is het werk in salon stijl gehangen aan de wanden van de Amsterdamse Projectruimte BMB. En dit jaar is een tweede tentoonstelling in Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Tijdens iedere voorstelling presenteren de deelnemende kunstenaars verschillend en ander werk. Een catalogus daarbij zet welgeteld 112 tekenaars alfabetisch gesorteerd op rij; een naslagwerk en collectors item ineen. Een souvenir om nog eens door te bladeren. Een zak snoep waaruit lastig te kiezen valt. Graag wil ik ieder zuurtje daarvan proeven. De één zal meer in de smaak vallen dan een ander. In de zak zoek ik eerst de mij bekende vormen, het snoep dat ik me al eens eerder lekker mocht laten smaken en waarvoor ik een voorkeur heb. En vervolgens probeer ik eens iets nieuws, een andere mij nog onbekende smaak om mijn zintuigen te prikkelen. Kunst is een kwestie van smaak. Maar als kritisch beschouwer zal ik de smaak uitschakelen en ieder snoepje op gelijkwaardige waarde schatten. Eerst zoek ik onwillekeurig de voor mij bekende namen eruit om vervolgens uit het andere werk aansprekende vormen te kiezen.

    Eigenlijk geeft iedere la die ik van het kabinet opentrek een nieuwe verwondering. Een ander helder zicht op de kunst van het tekenen. Ieder snoepje uit de zak heeft een eigen meug, geeft een persoonlijk genot. Het Tekenkabinet houdt van tekenkunst zoals ik van al het lekkers in die puntzak snoep houdt. Het toont daarom jaarlijks een selecte collectie, want uit de aanmeldingen zoekt het Tekenkabinet representatief werk waarin het tekenen tot recht komt. Het Tekenkabinet biedt een onafhankelijk podium zonder vaste locatie aan professionele, autonome kunstenaars. Ieder jaar opnieuw vinden deze een lade geschikt om in opgeborgen te worden. De laden zijn niet gelabeld en kunnen door ieder ander worden ingenomen. Het kabinet is geen galerie, kunstenaarscollectief, vereniging of stichting. Kunstenaars worden geen lid maar deelnemer per editie – resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. Dit is de derde catalogus die mij voorligt en ook nu weer ontdek ik ander werk en voor mij nieuwe kunstenaars. Zo wijst het Tekenkabinet mij de weg door de wereld van de tekenkunst.

    Twee tentoonstellingen, één catalogus

    Tekenkabinet XII bestaat uit 3 delen. Er zijn twee tentoonstellingen, waarvan de eerste op dit moment tot 19 mei loopt in Projectruimte BMB. Een tweede expositie is in de zomer van 2024, van 2 augustus tot 15 september, in Galerie Art Singel 100. De online webshop waarvan de catalogus een verslag is vormt de derde poot onder het atelierkrukje. Op deze manier zullen er van de meeste deelnemende kunstenaars in totaal drie tekeningen te zien zijn, maar niet tegelijk. Het is dus zaak de locaties in Amsterdam te bezoeken, de webshop te bekijken en de gids aan te schaffen. De catalogus geeft aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. Een goed ogend beeld van handschriften, gedachten, gebruikte materialen en fantasieën met als drager dienende papiersoorten op klein formaat. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de gids het navigatiesysteem, de webshop de handleiding.

    De omslag van deze gids, editie XII, toont een verkreukeld stuk papier. De prop is het beeldmerk van hoe er eeuwenlang naar het tekenen gekeken is. Als een artikel om weg te gooien. Te schetsen en uit te werken, waarna de functie verloren is en het werk als een prop in de prullenmand kan. Maar de werken in het boekje krijgen erdoor waarde en bestaansrecht. Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken zijn geselecteerd. Want het Tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het Tekenkabinet en initiatiefnemer Manja van der Storm. En ik vind nog een lekker snoepje in één van de laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.

    Catalogus Tekenkabinet, editie XII. Concept, vormgeving en productie Manja van der Storm. Eerste druk, april 2024.

  • Rembrandts verfstreken digitaal in de remix

    Al drie seizoenen lang wordt in Project Rembrandt op NPO1 gezocht naar de meest getalenteerde amateur kunstschilder van Nederland. En een vierde seizoen staat op stapel. Een groep schildertalenten gaat de creatieve strijd met elkaar aan. De kandidaten nemen in navolging van Rembrandt lessen bij een meesterschilder. Van Rijn inspireert hen om een eigen stijl te ontwikkelen. Ze kijken dus als het ware de kunst af. De schilderijen van Rembrandt van Rijn vormen de basis om in zijn voetsporen verder te gaan. Dus op een klassieke manier het penseel en de verf op doek te hanteren. In de veronderstelling dat ze daarna hun eigen weg kunnen gaan.

    Schilder Nomer, allang geen amateur meer, leert ook van Rembrandt. Maar benadert het werk op een heel eigen wijze. Nomer is de kunstenaarsnaam van Remon de Jong. Hij buit zijn creatieve talent op vele manieren uit. Zo is Remon naast beeldend kunstenaar animator en oldskool rapper. Hij begon met het tekenen van cartoons, ging over op graffiti en maakte series schilderijen. In de openbare ruimte op diverse plekken in Nederland staan door hem ontworpen en gemaakte sculpturen. Telkens weer probeert hij zichzelf in de kunst opnieuw uit te vinden. Zijn oeuvre staat in het teken van experimenteren en het uitproberen van nieuwe kunstvormen. Zijn laatste project is Abstract Rembrandt.

    image

    De klassieke Rembrandt losgelaten in de moderne wereld

    Met Abstract Rembrandt volgt Nomer niet zoals de deelnemers aan Project Rembrandt de schildertoetsen van Van Rijn, maar gebruikt deze in zijn eigen werk. Met behulp van de computer wordt een detail uit een schilderij geselecteerd en geplaatst op een eigen werk. Op deze manier onderzoekt De Jong de penseelstreek en schept met de klassieke toets een eigentijds kunstwerk. In de tegenstelling tussen oud en nieuw, analoog en digitaal, vindt hij een eigen vorm van uiten. Niet het schilderen naar Rembrandt is zijn streven, maar door het herschikken van de penseelstreken een nieuwe beeldtaal te laten ontstaan. Nomer selecteert en isoleert oorspronkelijke penseelstreken uit de Nachtwacht. Knipt en plakt deze in een reorganisatie aan vlakken en van kleuren. Op deze manier vormt hij een andere nieuwe compositie. Hij probeert een glimp op te vangen van hoe abstracte kunst er in de 17e eeuw uit had kunnen zien. Hij laat als het ware de klassieke Rembrandt los in de moderne wereld.

    Abstracte kunst ontstond in het begin van de 20e eeuw. Kunstenaars namen in hun werk steeds meer afstand van de weergave van de werkelijke natuur. Ze stelden als protest tegen de heersende moraal de kunstwerken samen uit niet-representatieve of enkel suggestieve vormen van objecten. Dat was in de tijd van Rembrandt uiteraard ongepast en de kunstwereld was daar nog lang niet aan toe. Toch hield Van Rijn zich niet altijd aan de werkelijkheid en vulde zijn werk wel met enige mate van emotie in. Een voorbeeld daarvan is de Nachtwacht, waarop de afgebeelde groep een bij elkaar geraapt zooitje ongeregeld lijkt. Het is niet volgens de letter abstract, maar laat wel het gevoel spreken zoals niet-objectieve kunst dat ook doet.

    image

    Geen gebruik van kunstmatige intelligentie

    Na twee jaar experimenteren kwam ik tot verschillende soorten composities, verschijningsvormen en afwerkingen”, lees ik op de website van Remon. “Penseelstreken, Photoshop, codering, giclee prints, verf, dammarvernis, houtblokken, massoniet, hars, aluminium en 17e-eeuwse lijsten in één grote mix.” Hij maakt daarbij geen gebruik van kunstmatige intelligentie, want wil zelf de meester over zijn werk blijven. Wel is de computer een hulpmiddel om willekeur en abstractie te creëren. Hij gebruikt de eens door Rembrandt analoog gepenseelde verfstreken in een digitale omgeving.

    De bij het verplaatsen en herschikken ontstane afbeeldingen worden geprint. Om de textuur in het werk van de oude meester te behouden worden de digitale schilderijen wel op jute geprint. Rembrandt zat tenslotte op linnendoek te werken. En Nomer wil dan geenszins Van Rijn achter zijn naam schrijven, maar wel in zijn geest en met zijn talent stoeien. Door de prints na het afdrukken vervolgens te vernissen krijgen de gecodeerde streken hun 17e eeuwse uitstraling terug. Op die manier wordt Rembrandt als aangever van dit nieuwe werk toch eer aan gedaan.

    image

    Het werk past stijlvol in het klassieke interieur

    Nomer heeft onder meer een eigentijdse vertaling gemaakt van het beroemde dubbel huwelijksportret dat voor Nederland is verworven met behulp van Frankrijk. De verfstreken zijn echter wel van de Nachtwacht, maar in “Ollie & Oopjen” merk je onmiskenbaar het illustere tweetal Maarten Soolmans en Oopjen Coppit op. Door stroken uit het origineel te lichten ontstaan de zogenaamde “Blinds”, een variatie op het thema. En dan laat Remon in gedachten Rembrandt zelf abstract schilderen. De kleine werken op een blok hout geplakt ontstaan. Van Rijn kijkt om zich heen en vertaalt de wereld, De Jong is zijn profeet. Vanuit zijn graf geeft de klassieke schilder als het ware aan wat de eigentijdse kunstenaar kan en zal doen. Nomer leeft in de geest van Tdnarbmer, een niet uit te spreken gedachte. Daarom geeft hij er beeld aan.

    Op de website nomer.studio zijn vele voorbeelden van dit experiment te bekijken. Maar om de echte look en feel ervaring te krijgen is het zaak naar de Vrije Academie Amsterdam te gaan. Daar aan de Herengracht in het Huis Visari toont Nomer op dit moment en tot en met 7 januari zijn kunsten. Het werk past daar stijlvol in het klassieke interieur. De wanden van de kamers zijn in frisse tinten geschilderd en er is een koel behang geplakt. Het tijdperk van bruin en duister is ingeruild voor een wit en helder eigentijds design. Daar past het werk van Abstract Rembrandt. Het vormt een elegante tegenstelling. De door het vernis gekleurde klassieke tinten tegen hemelsblauwe helder gekaderde wanden. De in zwarte klassieke lijsten en bruine baklijsten gevatte ‘doeken’ sluiten aan op de witte lambrisering. Het vloekt niet, maar gaat juist een intieme relatie aan met de omgeving.

    image

    Het is een bepaald surrealisme

    Wanneer ik voor een dergelijk ‘doek’ sta en ik niet de achtergrond ervan ken, weet ik niet wat ik bekijk. Ik zie wel een geschilderd oppervlak met de kenmerken van eeuwen blootstelling aan licht, vocht en warmte. Ik zie een wonderlijke lichtval en een intensief kleurgebruik. Maar een relatie met Rembrandt van Rijn zie ik niet. Het is een bepaald surrealisme dat me wordt getoond, meer nog dan een abstracte afbeelding. Ken ik de basis van waaruit deze 21e eeuwse kunstenaar werkt, dan merk ik de overeenkomsten. Zweeft de ziel van de Nachtwacht boven deze digitale penseelstreken. Gaat het gelaagde werk dieper dan dat het grote voorbeeld gaat. Het raakt de zenuwen van mijn beleven.

    Wat ik zie zijn eigenlijk de dagdromen van de geportretteerden op het schuttersstuk. Wie de Nachtwacht bekijkt, het origineel in het Rijksmuseum, zal opmerken dat al de figuren in zichzelf zijn gekeerd en in ruimte en tijd staren. Waar denken ze aan, wat gaat er door hen heen. Wat is hun beleving, hoe ervaren zij de priemende blik van de schilder. Nomer geeft in zijn stukken antwoord op die vragen. Aan de gedachten die achter de figuren van de Nachtwacht schuilen heeft hij beeld gegeven.

    Abstract Rembrandt. Prints Remon de Jong (aka Nomer). Vrije Academie, Huis Visari, Herengracht 368, Amsterdam. 7 december 2023 tot en met 7 januari 2024.

  • De wereld in beweging bij Galerie Noord

    Het schijnt een complete chaos. Een volslagen desorganisatie. Alsof de totale atmosfeer is ontploft en er overal delen rondslingeren. De dirigent heeft zijn bok verlaten, het orkest rotzooit maar wat aan zonder zijn leiding. De noten vliegen in het rond. De kok roert in een pan groentesoep, de ingrediënten mengen zich onwillekeurig. Maar het resultaat smaakt. Het is de wanorde die ik denk te zien, omdat ik niet goed kijk. De schijnbare disharmonie is echter wel degelijk door Anneke Wilbrink in haar werk gestructureerd. Zij is het die mij eigenzinnige en koppige beelden voorschotelt. Mij een omgeving toont die boven de werkelijkheid zweeft, maar niet surrealistisch is. Het complexe van los schijnende onderdelen leidt door haar handen niet tot verwarring. Het is een paradox, de potpourri smaakt naar meer. De wanorde schept schoonheid.

    Een gelaagd landschap

    Want kijk ik goed en beter naar haar werk in Galerie Noord zie ik een netwerk waarlangs details zich bewegen. De soepgroenten volgen de pollepel als het ware. Er is een gelaagd landschap te beschouwen. Een smakelijke soep gebrouwen. De vlakken en lijnen zijn op elkaar afgestemd, de kleuren klinken zuiver. De zwevende noten vormen in de kakafonie van geluid toch een melodie. De chaos is gecoördineerd, de wanorde is in orde.

    image

    De schilderijen van Anneke Wilbrink zijn overigens bedroevend actuele composities, helemaal van deze tijd. De aarde ligt op dit moment juist zo werkelijk als zij dit weergeeft uit elkaar. De globe is een rotte appel, een beurse kool. Helemaal van haar oorsprong afgedreven, los van de basis gezongen. Een knullige knoeiboel gemaakt van de eens schone schepping. Die teringzooi mag dan als inspiratie dienen, de kunstenaar wil daar een positieve levendigheid tegenover zetten. In het samenspel van vlakken, lijnen en kleuren in Wilbrink’s werk is geen zekere maar een ware eenheid te herkennen. 

    Structuur is in evenwicht

    De warboel ademt tegenstellingen die in de natuur bestaan. Die ons natuurlijk schijnen en normaal overkomen. Wij herkennen ze niet als zodanig, omdat we wel zien maar niet kijken. Wel waarnemen maar niet beseffen. Door de manier van werken is een afgemeten ruimte ontstaan, een grootte die amper verder reikt dan de einder van mijn kijkzicht. In gedachten baan ik me een weg door de jungle van vlakken en lijnen. Wanneer ik in totaliteit de details beschouw gaat er een wereld voor me open. De ene actie in het schilderij volgt de andere op, lijkt tegengesteld maar vult elkaar synchroon aan. De structuur is in evenwicht, het is een genot dit te beschouwen. Zoals de groentesoep zalig smaakt. De troebele melodie prachtig klinkt. 

    image

    Anneke Wilbrink beeldt in haar werk de disharmonie van de huidige wereld van zich af. Het is haar manier om met de individuele onmacht met betrekking tot menselijk onrecht, aardse vervuiling, landelijke vernietiging, destructie van het leven en eindigheid van de wereld om te kunnen gaan. Ze heeft geen antwoorden op vragen. Verwerkt haar onvermogen in vermogen er iets aan te doen. Een steentje bij te dragen met haar kunst. Als kunstenaar kan ze haar zorg in beelden wereldkundig maken. De mensen tonen dat er in de wanorde en ontreddering eenheid gevonden kan worden. Dat in de drukte en het lawaai rustpunten zijn.

    Uitzien naar de toekomst

    Een huis om in te schuilen. Een boot om te verdwijnen. Een huis als een strandwachterswoning, op de uitkijk naar betere tijden. In te springen zodra de lucht opklaart, de zee aanzwelt in het getij. De boot waarin je kunt vertrekken naar verre horizonnen, nieuwe werelden. Voor de één kan dat recreatie zijn om tot rust te komen op het water, een aangenaam verpozen. Voor de ander is dat het recreëren van een nieuw leven aan de overzijde van dat water. Voor deze ene is de boot het rustpunt. Voor die andere is de boot het middel dat rustpunt te bereiken.

    image

    Het is Anneke Wilbrink onmogelijk gezien de huidige wereldse warboel nog een poëtisch landschap te schilderen. Een idyllische omgeving te verbeelden, een romantisch plaatje te maken. Deze doet zich namelijk nergens nog voor is haar mening, alles is vertrapt, verpest en geschonden. Niet enkel de zichtbare werkelijkheid, maar ook de abstracte realiteit, hult zich in een smerige nevel. Ze wil daarom geen sfeer scheppen die van gisteren is. Zij wil uitzien naar de toekomst door vandaag de schoonheid van de wereld een stukje meer zichtbaar te maken. 

    Ondanks haar gevoel voor esthetiek, de verbeelding van licht en hoop in haar schilderijen, is er wel disharmonie en destructie, rauwheid en donkerte in te zien. Voor die tegenstelling loopt ze niet weg, dat moet getoond worden. Maar het is geen vertoning geworden die kant noch wal raakt. Er is eenheid gevonden in veelheid. De zichtbare werkelijkheid vermengt met het abstracte gevoel bij het waarneembare. De emotie lijkt aan gruzelementen, maar ligt dik boven op de verbeelding. Kijkend buiten in het landschap schieten mij allerlei gedachten door het hoofd. Sluit ik mijn ogen dan projecteren zich diverse ongeziene beelden op mijn oogleden. De werkelijkheid maakt gevoelens los die droombeelden scheppen. Dt is waar ik naar kijk wanneer ik de schilderijen van Anneke Wilbrink zie.

    image

    Eigenlijk hebben de beelden geen woorden nodig. De beeltenis kan voor zichzelf spreken en zegt meer dan duizend woorden. Daarom is er een denkbeeldige grens tussen het beeld en de omschrijving. Een scheidslijn die spraak aan de kant en buiten beeld zet. De kunst van Wilbrink is nauwelijks in woorden te vatten, het beeld is zichtbaar duidelijk genoeg. Hoewel het al een complete chaos lijkt schept het verhaal erbij nog meer verwarring. Het verdient geen uitleg, dan verdwijnt de magie. Het is te mooi om waar te zijn en daarom is het kunst, een afbeelding van de werkelijkheid waarin het zichtbare en het voelbare welhaast een hoorbare ruimte creëert. Eens geproefd, smaakt het naar meer. Kijk beter, zie werkelijk.

    Floating World. Tentoonstelling schilderijen van Anneke Wilbrink bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Te zien 25 november tot en met 21 december 2023.

  • Er gaat niets boven stad als inspiratie

    Hij woont in stad. De kunst ligt voor hem op straat. Stapt hij uit de deur loopt hij zo tegen de inspiratie aan. Die stad, de grachten, de straten, het plein, vertaalt hij in voor hem herkenbare beelden. Daarin herken ik niet de Akerk, de Korenbeurs of de Martinitoren. Die zijn er niet in te ontdekken. Jochem Hamstra is geen stadsschilder. Hij maakt geen romantische plaatjes van schilderachtige plekken. Wel zie ik hem langs de straat slenteren met een schetsboekje, wat potloden en een stukje krijt. Zittend op een terras achter een goed glas bier tekent hij de stad voor zich uit. Zo’n dromerig beeld kan ik mij voor de geest halen. Maar honderd om een haalt Hamstra zijn beelden tijdens kloeke stadswandelingen. Slaat deze op in gedachten en werkt ze thuis uit in het atelier. De vertaalslag wordt dan niet op papier gemaakt maar in zijn hoofd. Het is niet de zichtbare werkelijkheid, maar een afdruk van het idee bij een plek.

    Hoogbouw belemmert een weidse blik

    Er kunnen ook gebouwen en straten samenvallen in een enkele compositie. Niet als collage, juist meer of minder een abstracte verwerking van de realiteit. Maar altijd met die werkelijkheid als ondergrond, als basis waarop de schildering groeit naar een figuratie die neigt naar abstractie. Want het figuurlijke gevoel, de letterlijke emotie, is een aftreksel van de werkelijkheid. Een uittreksel of liever een doorsnee daarvan. Het is het uitdrukken van een basisstructuur, het gevoel en de idee is daar nog wel in te herkennen. De werkelijkheid laat Hamstra niet helemaal los. Alleen met de neus op de feiten raakt de realiteit uit beeld. Ook heeft hij uitzicht vanuit zijn atelier, op de zolder van het Lamme Huiningegasthuis, over de daken van de stad. Maar hoogbouw belemmert een weidse blik. Wel bekijkt hij het grote geheel, beziet de boten in de gracht, beschouwt de monumentale gebouwen. Onderdelen daarvan vind ik terug in de composities. Echter kan ik deze niet terug leggen op de plekken waar ze zijn ontstaan. Omdat Hamstra een universele omgeving schept. Een stad die niet alleen Groningen is, maar ook best Amsterdam of Utrecht kan zijn. Maar dit oord, deze plaats, is de stad waar hij zijn inspiratie opdoet en daarom losvast verbonden aan Groningen.

    Hij woont op het platteland. De kunst groeit natuurlijk in zijn tuin. Gaat hij naar buiten valt hij met de neus in de boter. Maar zo werkt dat niet bij Martin de Jong. Hij is geen landschapschilder. Bij hem geen huisje, boompje, beestje. Hij houdt van de stad. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Op afstand werd hij erdoor geprikkeld. Zijn schilderijen inspireerde hij op New York, het zijn portretten van deze metropool. De architectuur losgelaten in speelse beelden. Afgeleide realiteit om het imposante gevoel beeld te geven. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn.

    Grootsheid van het verticale landschap

    Na het sterven van zijn vader verzette De Jong zijn bakens. In de nalatenschap vond hij houtbewerkingsmateriaal. Op eigen kracht schoolde hij zich om tot timmerman. Nu maakt hij collages, gefiguurzaagde houtvlakken, met nog telkens de stad als uitgangspunt. Daarin kan hij nog beter met de vlakken spelen, door uitsparingen doorzichten geven, restvlakken dynamisch maken. Hij maakt zijn eigen blokkendoos om lustig met de volumes te spelen. Meer dan in het schilderij zie ik het imposante van de inspiratie. De grootsheid van het verticale landschap. De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverfd met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. De Jong neemt in het hout afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers kan een soort van kroonluchter ontstaan, een perpetuum mobile.

    Te eigenaardig om niet te citeren

    Al meer dan 30 jaar kiezen deze opmerkelijke kunstbroeders hun eigen weg, maar verliezen elkaar nooit uit het oog. Oorspronkelijk en zichzelf, altijd zoekend naar een onconventionele manier van benaderen. Het levert al jaren verrassende beelden op. Beide oeuvres lopen parallel aan elkaar. En nu dus samen in één uitzonderlijke tentoonstelling bij Kunsthandel Peter ter Braak in Groningen. Conservator en museumdirecteur Han Steenbruggen opende de bijzondere expositie eerder met een dadaïstische oprisping. Inhoudelijk ging hij niet op de heren in en liet het werk al helemaal buiten beschouwing zo leek het.

    De schilder zwijgt tussen de verstrooide splinters, om galg en schot. Een kooi 3 meter breed 5 meter lang. Zijn oog tot dakraam, zijn hand een zaag strooit hij de blik naar verten tussen lood en steen. Langs vensters, het gordijn waarachter schimmen samensmelten, voorbij de wolkenkrabber. (…) Een flits van vroeger raaskalt in de bloeddoorlopen verf of platen, planken, platte planken wrikkend om de sleutelgaten. Zij de lege luchten, boven chemischgroene raaigrasvelden, zij de strakgetrokken horizonten. Wij het kletsen van de klinkers, wij de helle gevels torens en de putten naar de onderbuiken waar het zuipt en kruipt achter de kieren en het sijpelt langs de kromme ellebogen…” Te poëtisch om in de vergetelheid te laten wegzakken. Te eigenaardig om niet te citeren. Even vreemd en eigenzinnig als STAD, daar gaat niets boven.

    STAD. Een uitzonderlijke tentoonstelling met twee opmerkelijke kunstenaars. De straatcultuur als inspiratie. Kunsthandel Peter ter Braak, Noorderhaven 50, Groningen. Expositie van 8 tot en met 29 oktober 2023.

  • Landschapsbeleving en natuurervaring in Kunstruimte H47

    In de duo-tentoonstelling “Lichter landschap” bij Kunstruimte H47 in Leeuwarden reageren de kunstenaars Hilde Huisman en Wia Bouma in hun werk op elkaar. Zij reflecteren daarin de landschappelijke inspiratie en de ervaring van de natuur. Met het pasteuze trage van verf en kwasten en de lichtheid van textiel geven de kunstenaars een representatie van landschap, dat zowel verdicht kwetsbaar maar ook onscherp en fragiel is.

    Monumentaal hoeft niet altijd indrukwekkend groot te zijn. De landschappen van Wia Bouma zijn groots en imposant op beperkt formaat. Krachtig weet zij in meest abstracte zin een omgeving vast te leggen. In de ruwe lijnvoering weet zij de emotie bij het uitzicht te pakken. Treffend af te beelden. Het zijn nauwelijks bestaande situaties, nergens te plaatsen plekken, geen realistische omgevingen. Maar de idee en het gevoel is wel plaatsbepalend. Deze indruk gaf het landschap haar op die plek, daar en toen in deze gemoedstoestand. Strikt genomen zijn het geen landschappen, maar landschappelijke afbeeldingen. Composities die passen bij de ervaren plek, de ondervonden omgeving. Het is een interpretatie van de werkelijkheid zonder een realiteit na te jagen. De compacte benadering oogt monumentaal. Het gevoel is niet breed uitgemeten en geeft daardoor een gedetailleerde beleving.

    Het stempel van emotie

    Op postzegelformaat is de emotie geconcentreerd tot devotie, een aandachtige bezieling van de realiteit. De werkelijkheid van de gedachte, de idee bij een bepaalde plek zonder de plek op zichzelf uit te drukken. De paneeltjes zijn luchtig maar krachtig in verf gezet. In enkele beheerste gebaren is de balans gezocht. Een evenwicht tussen gedachte en uitdrukking, tussen gevoel en afbeelding. Hoe geef je beeld aan de ervaring van de plek. Niet door realistisch huisje, boompje, beestje neer te zetten. Maar in kleur en vlak met de materie verf tot een abstracte uitbeelding te komen. De indruk uit te drukken, een afdruk van gevoel. Het stempel van emotie.

    Naast dat Bouma haar indrukken van het landschap uit met verf op doek, heeft zij ook atypische dragers gebruikt om de omgeving op vast te leggen. Zo gebruikt zij schuursponsjes en schuurblokken om een op collage lijkende compositie te maken. De verf wordt door de materie opgenomen of afgestoten. Het geeft een bijzonder effect en leidt tot een zuiver abstracte beleving van het onderwerp.

    Landschappelijke impressies

    Een enkel klein werk van Wia Bouma is tot grote afmetingen opgeblazen als print op kunststof. Het geeft textiel kunstenaar Hilde Huisman de gelegenheid te reageren op dit landschappelijke werk. In de installatie organza heeft zij brede linten doek gehangen. In diverse kleurbanen speelt de transparante stof met het door de hoge ramen invallende licht. De linten benemen het zicht op het landschap, zoals mistnevels de omgeving omsluieren. De bezoeker kan zich begeven in de installatie, zich omgeven door het textiel. Hoe dichter men dan tot de uitvergroting van Bouma komt, zich een weg baant door de nevel, hoe duidelijker dat landschap op het netvlies komt. De installatie is speciaal voor deze ruimte gemaakt. Daarmee sluit het aan op wat H47 onder meer beoogt. Ruimte geven aan kunst die speciaal voor deze plek en dit gebouw is gemaakt. Unieke projecten die karakter geven aan deze kunstruimte.

    In de kozijnen voor de glasramen heeft Huisman kleine ingelijste werken laten hangen. Deze zijn doorzichtig en zowel van buiten als in een etalage dan wel van binnen te bekijken. De tweezijdige composities zijn landschappelijke impressies gebruik makend van licht en schaduw. Vertalingen in de stoffen organza en wol, zoals de geschilderde versies overzettingen zijn in olieverf en acrylverf. Beide uitvoeringen geven beeld aan de idee van de kunstenaar. Is Bouma compact en luisterrijk, Huisman is in haar werk transparant en fragiel.

    In tijden van overweldigende emoties van vergankelijkheid en verlies, maar ook van uitzinnige vreugde, kan het beleven van het landschap en het ervaren van de natuur helpen bij het reflecteren op deze vragen en tot rust en stilte te komen.” Met deze volzin duiden de kunstenaars onomwonden wat de betekenis van hun werk kan zijn. In H47 ervaar ik het laatste deel van de zin. Vooral in en door de installatie van Hilde Huisman kom ik tot rust na de drukte van de antiekmarkt op het Zaailand achter me gelaten te hebben. De stilte vind ik in het kleurenpalet van Wia Bouma, hoewel dit schijnbaar tegenstrijdig is.

    Lichter Landschap. Werk van Hilde Huisman en Wia Bouma bij Kunstruimte H47, Haniasteeg 47 in Leeuwarden. Te zien tot en met 24 september 2023.