Categorie: Diversen Expositie

  • Een tekenkabinet vol verwondering

    De fysieke presentatie mag dan zijn afgelopen, gelukkig hebben we de foto’s nog. En de catalogus die mij door curator Manja van der Storm is toegestuurd. De werkelijke aanwezigheid van de tekeningen laat zich echter niet in een boek vangen. Toch zal ik het daarmee moeten stellen. Het heeft uiteraard meer waarde de tekeningen in de werkelijkheid te bekijken, om het aanzien en de beleving, het karakter en de uitstraling ervan aan te voelen. Toch geven het boek en de webshop een goede indruk van wat het Tekenkabinet zoal te bieden heeft.

    Ooit boog ik mij al over het kabinet bij eerdere presentaties. De door kunstenaar Van der Storm geïnitieerde tentoonstelling van tekenwerk op klein formaat (maximaal A4) beleeft inmiddels haar veertiende editie. Feitelijk kan ik deze teksten welhaast ieder jaar overschrijven en mijzelf citeren.

    Wat goed werkt, verandert niet

    Er verandert namelijk weinig aan de opzet, omdat deze staat en dus niet hoeft te worden gewijzigd. Never change a winning team: wat goed werkt moet je niet veranderen. De doos is duurzaam, enkel de inhoud kan telkens wijzigen. Er is een kern van kunstenaars die voortdurend opnieuw nieuw werk inlevert. Om die as draait dan de inbreng van wisselende deelnemers. Het zijn er veel, te veel om in deze tekst afzonderlijk te benoemen. Daarom is het zaak het Tekenkabinet als geheel te beschouwen. Soms een lade open te trekken en te zien wat er in zit. Maar geen bespreking per individu, om aan anderen geen afbreuk te doen.

    Voorheen omschreef ik het Tekenkabinet als staalkaart van de tekenkunst. “Het meldt op de website geen galerie, geen kunstenaarsinitiatief, collectief of vereniging te zijn – kunstenaars worden geen lid, maar deelnemer per editie. Het is een onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse, autonome tekenkunst op klein formaat. Tentoonstellingen, webshop en de daarbij behorende catalogus geven aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst.”

    Iedere tekening een eigen meug

    Als een kabinet met laden, een puntzak vol snoep. “Eigenlijk geeft iedere la die ik van het kabinet opentrek een nieuwe verwondering. Een ander helder zicht op de kunst van het tekenen. Ieder snoepje uit de zak heeft een eigen meug, geeft een persoonlijk genot. Het Tekenkabinet houdt van tekenkunst zoals ik van al het lekkers in die puntzak snoep houdt. Het toont daarom jaarlijks een selecte collectie, want uit de aanmeldingen zoekt het Tekenkabinet representatief werk waarin het tekenen tot recht komt.”

    Gaf ik het Tekenkabinet als ministerraad tekenbevoegdheid.  Kleinkunst, want het is lange tijd het ondergeschoven kind in de kunst geweest. Kunst met een kleine k. Het deed ertoe als schets voor het echte werk, voor de kunst met een grote K. Maar onder meer door stimulatie van Tekenkabinet en de acties van galeries gespecialiseerd in tekenkunst groeit het tekenen groter en wordt volwassen.”

    Zette ik het op een platform voor autonome tekenkunst. “Het is een reisgids om het zich vrij gevochten land van de tekenkunst tot in elke uithoek te ontdekken en leren kennen. Waarschijnlijk zijn nog niet alle facetten belicht, maar het tekenkabinet laat wel veel kanten van deze kunstvorm zien. Het is een letterlijk en figuurlijk kleurige opsomming.”

    Het papier als vruchtbare grond

    Zo constateer ik, mijn verzameling catalogi door de verschillende jaren heen doorbladerend, dat de tekenkunst zoals gepresenteerd door het Tekenkabinet een groei doormaakt. Het papier is een vruchtbare grond waarop deze manier van uitdrukken zich kan ontwikkelen. Al lang is potlood en inkt, krijt en kool geen schetsmateriaal meer als voorstadium van een volwaardig kunstwerk. Er wordt naar hartenlust met het medium geëxperimenteerd. Vanuit de werkelijkheid wordt vereenvoudigd en via een abstracte weg keert men terug naar de realiteit. Alles is mogelijk en alles wordt gebeurlijk.

    De catalogus, de webshop en de pop-uptentoonstellingen, zijn een visitekaart voor het tekenen. Nu de expositie is afgelopen, kunnen de werken blijven schitteren in druk en langs de digitale weg worden gekocht. Van iedere kunstenaar is in de catalogus een representatief werk opgenomen, geselecteerd door de organisator uit het aanbod. Daarbij staan titel, techniek en formaat vermeld. Tevens is het contact in de vorm van een webadres opgenomen, zodat de eerste kennismaking een verder onderzoek mogelijk maakt. Zo is er door de jaren heen een waaier aan mogelijkheden binnen deze manier van kunst bedrijven ontstaan. Een dwarsdoorsnede van de Nederlandse tekenkunst, een rijk palet, een kleurige bloemlezing. Over het hele spectrum is een typerend beeld geschetst.

    Het beeldmerk van het Tekenkabinet

    Aan de opzet en de presentatie is weinig veranderd. Het idee ontstond en kreeg een uitwerking die een stevig fundament bleek, voldoende om vaste grond onder de voeten te krijgen en te behouden. Wat enkel wijzigt, is een opvallend detail: het beeldmerk van het Tekenkabinet. Daarin komt telkens een onderdeel van de tekenpraktijk naar voren. Waren het eerder al het schaafsel van een potlood, een stalen puntenslijper, de verschillende hardheden van het potlood met telkens een uiterst scherpe punt, een prop gefrommeld papier of een witte museumhandschoen; in 2026 is het opnieuw een puntenslijper, onmisbaar voor de tekenaar. Een rode kunststof variant met duidelijke gebruissporen. Wie vervolgens de website van het kabinet bezoekt, vindt daar de legio voorbeelden die door de jaren heen in de laden ervan zijn opgeborgen.

    En ik sta buiten met mijn neus tegen de etalageruit gedrukt. Het water loopt mij bijkans in de mond bij het zien van zoveel lekkers. Ik word er hebberig van en koester mijn boekjes in de plastic winkeltas. Ik zou naar binnen willen stormen en mijn boodschappenlijst afwerken. Aan de kassa een XXL-puntzak vol lekkernijen willen afrekenen. En er thuis stuk voor stuk van willen genieten. Nu kan ik mij slechts verlekkeren aan en in de cadeaugids, en dat maakt al veel goed.

    Tekenkabinet XIV. Catalogus van de tekenkunst op klein formaat. Concept, vormgeving en productie Manja van der Storm, mei 2026.

    tekenkabinet, amsterdam
  • Cocreaties van Wim Biewenga in presentatie met Lieve van Loon op het Hoogeland

    Herinneringen zijn er om op te halen. Ze liggen te wachten in het geheugen. Zijn daar ooit achtergebleven in en door het leven te leven. Door de jeugd, via de middelbare en volwassen jaren heen, blijven deze daar overwegend onaangeroerd hangen. Wanneer er bij een voorval of door een gebeurtenis gedachten aan iets speciaals zijn, komen ze wel tevoorschijn en voor het voetlicht. Maar anders blijven ze tussen de coulissen dwalen, wachtend op het moment dat ze echt nodig zijn en hun rol moeten uitspreken. Is het leven voor het grootste deel geleefd, dan komen herinneringen wel boven water.

    Van oude mensen en dingen die voorbijgaan

    Die voorbije tijd lijkt verloren, maar de momenten worden teruggevonden. Wanneer er nauwelijks nog toekomst schijnt, lijken herinneringen belangrijker te worden. Die ogenblikken zijn opnieuw te beleven, te voelen en te ruiken. De geluiden komen terug in gedachten, de smaak van vroeger. Beschouwend, figuurlijk over de schouder kijkend en bespiegelend letterlijk dat wat was herbelevend. Er wordt gegraven in het geheugen om iets tastbaars op te diepen, er zijn grijpbare dingen fysiek verborgen in enveloppen en dozen op zolder. Lang niet aangeraakt en bekeken. Foto’s met lachende mensen, oude brillen, bijbeltjes en andere geschriften, ansichtkaarten van lang vervlogen vakanties. Onooglijke zaken die maar blijven, want herinneringen nemen nauwelijks plaats in, dus waarom ze wegdoen.

    Wim Biewenga, Gerard de Kleijn

    Werkend leven vastgelegd in notities

    Tussen de paperassen van weleer vond Wim Biewenga de werkboekjes van zijn vader. Vader Tjasse Willem was bij leven landbouwer in het noorden van Groningen. Zijn leven is werken en dat werken staat geadministreerd in een soort van dagboeken. Werkboeken waarin de hoeveelheid dagelijkse arbeid per dag en datum is uitgeschreven. Voor hem toen als geheugensteun bij de groei van het gewas, de inzet van personeel, de kosten en het weer. Vader is overleden wanneer Wim puber is. Lang zijn de boekjes onaangeroerd weggestopt, maar te belangrijk in de emotie om er afstand van te doen. De vondst brengt Wim terug bij zijn vader, hij ontdekt erin en het voert hem terug naar het Hooge Land waar hij is geboren en getogen. Denkend aan die streek, het werk dat er gedaan is. Bieten rooien, koeien opzetten, vlas inhalen, koolzaad eggen. Het schoffelen, het zaaien, het oogsten, het dorsen. En alles gedaan door hetzelfde personeel.

    De aantekeningen gebruikt Wim om Tjasse Willem te laten voortleven in zijn kunst. Is vader landbouwer, de zoon is kunstenaar. Hoewel de twee lang niet meer aan tafel zitten, brengt het hen nader tot elkaar. Het herinnert Wim aan vroeger, maar niet uit nostalgische overwegingen hergebruikt hij het beschreven papier. Door vaders schrijfsels raakt de zoon geïnspireerd en interpreteert hij de notities in tekeningen. Met Oost-Indische inkt, Siberisch krijt en pastel bewerkt hij de teksten en werkt deze grotendeels weg. Enkel de voor hem en in de beeltenis belangrijke aantekeningen blijven leesbaar. Het werkblad is zijn canvas, de drager van zijn kunst.

    Twee werelden nader tot elkaar gebracht

    In het boek dat verscheen rond dit project, door organisator en curator Gerard de Kleijn omschreven als coproductie tussen vader en zoon, worden vraagtekens gezet bij deze werkwijze. “Wat bezielt hem? Heeft hij expres bepaalde aantekeningen weggelakt of schuilt de betekenis juist in wat nog wel leesbaar is? Behelst zijn bewerking een commentaar of is het een puur willekeurige interventie? Drukken de toevoegingen van Wim een verlangen uit naar de tijd en het land van zijn jeugd? Of is het een ode aan de eenvoud en de puurheid van de landbouw van vroeger?” De beschouwer mag er de antwoorden bij schrijven. Zoals iedere kunst vragen oproept, is dat hierbij niet anders. Deze manier van werken is puur emotioneel, het brengt twee werelden nader tot elkaar. Het laat de tijden overlappen.

    Mooi vind ik het hoe De Kleijn die twee werelden als cocreaties wegzet in de uitgave ‘Wim Biewenga – zelfde personeel’. Hij ziet in de arbeid van vader Biewenga de ‘onderbouw’, het Rijk van de Noodzaak. Het werk van zoon Biewenga staat voor het Rijk van de Speelsheid, de ‘bovenbouw’. Daar bevinden zich ook de religie, de filosofie en de dichtkunst volgens De Kleijn. “Met het speels bewerken van de dagboeken vindt er een synthese plaats tussen het Rijk van de Noodzaak en het Rijk van de Speelsheid, Noodzaak en Speelsheid gaan in elkaar over.” Wim Biewenga speelt met zijn herinneringen, filosofeert beeldend over de werkelijkheid van Tjasse Willem Biewenga. Over de nuchtere mededelingen tekent Wim een poëtische toevoeging. Zo vullen beide werelden, beide rijken, elkaar aan.

    A trip down memory lane

    “Verwondering is de inspiratie van waaruit Wim Biewenga werkt. Het is zijn drijfveer om te maken wat hij maakt. Van de gecompliceerde wereld maakt hij een versimpelde uitdrukking”, onder meer met deze woorden opende ik onlangs een tentoonstelling van zijn werk in De Kunsthof te Appingedam. “Herinneringen spelen een spel met zijn gedachten. Vanuit het verleden maken indrukken zich uitdrukking in het heden. Of beter gezegd: de uitdrukking maakt zoveel indruk dat het een beeld verdient. Dat het verleden mag voortleven in het heden, naar de toekomst toe.” Deze uitstalling laat een kleine greep uit ‘Zelfde personeel’ zien, in De Kunsthof in een tableau met zes bewerkte aantekeningen. De complete serie behelst meer dan 100 bladen. De presentatie is een trip down memory lane, want het meest recente werk in het oeuvre van Biewenga is hier gehangen. In die composities kijkt hij om en ziet ‘zijn’ Hoogeland. De plek waar hij een jeugd doorbracht. En hij beschouwt vormen die spellen duiden, meccano, houten speelgoed. De tamme kraai die meeging op de schouder naar school. Maar ook de humor waarmee zijn werk is doorregen. Het is een vrolijke tentoonstelling met een open blik naar het verleden. Dat belooft wat voor de toekomst, want Wim Biewenga blijft bezig. Ondanks een eerdere verschillende carrière leeft en beleeft hij de kunst in hart en nieren.

    Een zoekende kunstenaar

    Het toen van Biewenga is gecombineerd met het nu van Lieve van Loon. Zij is nog zoekende in de kunst. Niet verwonderlijk, daar zij pas twee jaar geleden een kunstopleiding heeft afgerond. Alle kennis die ze heeft opgedaan schudt ze van zich af om het goede te behouden. De voedingsbodem waarop haar kunst kan groeien, haar stijl zal bloeien. Nu is het nog rondkijken, experimenteren, heeft haar kunst nog niet de kracht in eenvoud. Het simpele gegeven dat de sterke kant is van haar mede-exposant. Er zijn al wel puntige composities opgehangen, maar het geheel valt enigszins uit elkaar doordat er nog geen duidelijke lijn valt te ontdekken. Het is een manco, maar dat hoeft geen probleem te zijn.

    De thematiek drijft enigszins uiteen, hoewel Van Loon de onderwerpen wel in eenzelfde stijl probeert vast te leggen. Tafels, potten en flessen – zo eigen aan het stilleven – stelt ze rumoerig en levendig, beweeglijk zelfs, op in haar composities. Een dynamisch leven door deze in een enkele compositie van diverse kanten te laten bekijken. Wat opvalt zijn de dik aangezette omtreklijnen waarbinnen grote vlakken zich bewegen. Zij is tevens glazenier en maakt glas-in-loodramen, wat deze vorm van creëren als gevolg heeft. Binnen het vak loopt nog geen lijn, er is nog geen weg van A naar beter. Maar de belofte ligt in de lijn der verwachting. Ik denk dat ik wel meer zal zien en horen van deze Lieve van Loon.

    Eigenlijk is het in deze tentoonstelling zaak langer te kijken om iets gewaar te worden”, gaf ik mijn toehoorders tijdens de vernissage als raad mee. “Langer kijken en daardoor ontdekken. Elk kunstwerk heeft een verborgen detail, een plek waar het gevoel kan rusten. Gedachten niet bedenken, niets willen verzinnen of onderscheiden. Dan legt het object, het schilderij – de tekening, als vanzelf zijn aard, zijn karakteristiek bloot. De vorm van kijken overkomt je dan. Ineens merk je iets op, krijgt de beeltenis een handvat. Is er herkenning, spreekt het.

    Wim Biewenga – zelfde personeel. Tekst en samenstelling Gerard de Kleijn. Uitgave Van Spijk Art Books / Livingstone Editions, 2026. Tentoonstelling werken Wim Biewenga en Lieve van Loon bij De Kunsthof, Blankenstein 2, Appingedam. Van 25 april tot 14 juni 2026.

  • Om te begrijpen wat het betekent lichamelijk te zijn

    Het is een eigenaardige gewoonte van de mens om mensen in hokjes te zetten. Om vat te krijgen op een grote gemene deler. Niet uitzonderlijk unieke personen af te zonderen van de rest, maar alles op een hoop te gooien. Vooral recensenten en kunstcritici, om niet te zeggen kunsthistorici, hebben daar een handje van. Er dient een stijl te zijn die in een isme past, anders valt er niet over te oordelen en te verhalen. Natuurlijk bestaat er altijd een mate van overeenkomst; geen mens is volledig uniek en toch is ieder mens buitengewoon. Kunstenaars beginnen een nieuwe stroming zonder het zelf te weten. Pas achteraf beschrijven kunstkenners de soort waarin het werk enig is en waarop het reageert. Stijlen krijgen onderlinge relaties aangemeten. Kunstenaars worden geschaard in een groep. En wanneer schijnbaar gelijkgestemde kunstenaars zich in één plaats of streek ophopen, wordt al snel gesproken over een school.

    De term “School of London” werd gelanceerd door de Amerikaanse schilder R.B. Kitaj bij een door hem georganiseerde tentoonstelling in Londen in 1976. “Niet een samenhangende stijl of stroming in de moderne Britse schilderkunst, maar een bonte verzameling van individuele, eigenzinnige schilders in naoorlogs Londen die één ding gemeen hadden: de gedeelde fascinatie voor de menselijke vorm”, lees ik in de uitgave London Calling. Het boek verscheen bij de gelijknamige tentoonstelling in Kunstmuseum Den Haag. Het beschrijft de zogenoemde school en een veertiental kunstenaars die daartoe gerekend kunnen worden. Slechts een zestal daarvan vormt de kern van de School of London en krijgt extra aandacht.

    Londen als kunststad

    De auteurs vragen zich overigens af of er buiten die school ook ‘alternatieve’ schilders waren die ‘parallelle bewegingen’ maakten. Schilders die de figuratieve schildertraditie trouw bleven en haar nieuw leven inbliezen. Vrouwelijke makers en kunstenaars met een niet-westerse migratieachtergrond. Londen blijkt een smeltkroes van creatieve geesten te zijn, waarvan de school slechts een klein, maar wel degelijk belangrijk onderdeel vormt.

    Het boek toont in vergrijsde foto’s het Londen van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Op die manier kan de lezer de sfeer aanvoelen van de plaats en de tijd waarin de naoorlogse kunst zich bewoog en waar de inspiratie lag. Natuurlijk is het niet slechts dat decennium waarin de Britse kunst zich heeft afgespeeld. Achteraf bezien vormde de school zich in een periode waarin Londen de plaats van Parijs als kunststad probeerde over te nemen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was een deel van de kunstscene immers naar Londen gevlucht om zich daar in vrijheid verder te ontwikkelen. Al snel bleek echter dat New York City dit stokje overnam; de nieuwe wereld werd the place to be. Londen oefende wel een aantrekkingskracht uit die bijna dierlijk was: kunstenaars kwamen erop af als beren op honing. De school was dan ook niet enkel een Londense aangelegenheid; veel kunstenaars van buiten de regio en zelfs van overzee schoven aan in de ‘banken’. Ze hadden opleiding, interesse en sociale kring met elkaar gemeen. Maar het was geen afgebakende generatie, noch een verzameling studenten van één bepaalde academie.

    Methode om het leven vast te leggen

    School of London werd een strategisch begrip”, schrijven Elena Crippa en Thijs de Raedt in London Calling, “in een poging juist daar iets aan te doen; de geschiedenis van naoorlogse Britse kunst opnieuw te bezien naast — of tegenover — internationale ontwikkelingen.” De kunstenaars die tot de school worden gerekend hielden zich bezig met de werkelijkheid als een puur visuele, formele aangelegenheid. Dat was in die tijd not done. De traditie moest worden afgelegd; er diende abstract gewerkt te worden, minimalistischer, met minder nadruk op vorm en verf, op het schilderen als handeling. Toch stond de School of London wel degelijk in een traditie, zonder daarom traditioneel te werk te gaan.

    Terwijl ik door het boek blader, zie ik hoe met de gebruikelijke manier van verbeelden de hand wordt gelicht. In het verbeelden van de realiteit sluipt een mate van abstractie binnen. Ook wordt het menselijk lichaam soms bijna surrealistisch benaderd. Maar altijd draait het om het leven achter de menselijke vorm.

    De schilderkunst als methode om het leven vast te leggen in zijn meest directe, betrokken en intense vorm betekent niet dat ik meteen begrijp wat ik zie. In de literaire verwijzingen en verhalende benaderingen dien ik dieper door te dringen om een vinger achter de afbeelding te krijgen. De kunstenaars verkennen het menselijk lichaam nauwelijks platonisch, maar eerder de emotie in het figuur, het gevoel achter de uitdrukking. Mag het lijf zichtbaar zijn — in sommige gevallen zelfs open, bloot en afstotend — dan nog ligt de affectie er dik bovenop. Er gaat een rilling over mijn rug wanneer ik die sensatie doorvoel. Wanneer de ervaring van het onderwerp dezelfde blijkt te zijn als die welke de kunstenaar inspireerde tot dat specifieke bezielde werk. Niet de werkelijkheid is overgenomen, maar de essentie van de emotie is gevat.

    Het schilderen is waarnemen. Niet van de waarheid, maar van de echtheid daarachter. Mijn kijken is gadeslaan, het opmerken van die oprechtheid. Tekortkomingen worden niet overschilderd of weggepoetst, maar juist grotesk uitvergroot. Het lichaam krijgt gestalte zoals het is, niet mooier gemaakt. Het is wat het is. En juist daardoor werkelijk werkelijk. Men beeldt uit wat men ziet en voelt. Zelfs dat wat het daglicht niet kan verdragen. Het is een zintuiglijke ervaring; niet de waarneming dicteert de handeling van het schilderen — het schilderen ís waarnemen. Composities zijn gebaseerd op observaties en tekeningen ter plaatse. Doeken worden keer op keer overschilderd totdat een opwindend en overtuigend beeld ontstaat: een intense en aangrijpende verbeelding van menselijke aanwezigheid. De schilderijen bevatten een menselijkheid die nooit anoniem is, het resultaat van intieme observatie en nabijheid.

    Politiek bewustzijn

    Niet alleen het westerse menselijk lichaam staat centraal binnen de School of London; ook de gekleurde medemens krijgt een nadrukkelijke plaats in de groepswerken. Zo krijgt de kunst van een aantal leden van de school een politieke en activistische lading. Mensenrechten komen aan de orde, want uitgaande van lijf en leden heeft ieder mens het recht te bestaan. Sanjukta Sunderason concludeert dat “vanuit het perspectief van kunstenaars van kleur de menselijke gestalte in de kunst juist dat soort kwesties zichtbaar zou moeten maken, in plaats van alleen de technische aspecten van de menselijke figuur.” Door in te gaan op maatschappelijke vraagstukken, stelt Sunderason, biedt de menselijke gestalte in de kunst niet alleen tegenwicht aan abstractie in de kunst, maar ook — en wellicht belangrijker nog — aan de abstrahering van het politieke bewustzijn zelf.

    Met London Calling wordt de School of London onderzocht: wat de betekenis van deze groep gelijkgestemde kunstenaars voor de kunstwereld is geweest, en welke kunstenaars binnen en buiten de groep het kunstklimaat in Engeland hebben bepaald. Het boek beschrijft in het kort de kunstenaars die aanvankelijk tot de school gerekend kunnen worden. Het zestal dat uiteindelijk de kern vormt krijgt meer aandacht, waarbij Francis Bacon duidelijk boven het maaiveld uitsteekt. Het boek toont vele werken naast de essays die de school binnen de Britse schilderkunst duiden. Dat maakt de uitgave tot een complete catalogus bij de tentoonstelling en tot een degelijk naslagwerk wanneer Kunstmuseum Den Haag afscheid heeft genomen van de Londense composities.

    Simpel gesteld is de School of London inderdaad een school, waarin de beschouwer wordt onderwezen in het kijken — beter kijken. Terwijl de kunstenaars leren het onderwerp werkelijk te zien, niet enkel de zichtbare werkelijkheid waar te nemen maar de echtheid daarachter te ervaren. Niet beelden, maar verbeelden. De schilderkunst gebruiken als middel om menselijkheid in de moderne tijd te onderzoeken — om te begrijpen wat het betekent lichamelijk te zijn. Verf en figuratie bezitten het vermogen de menselijke ervaring tastbaar te maken en te bevragen. Dat is de kracht én de instructie die de School of London als erfenis achterlaat.

    London Calling – Francis Bacon, Lucian Freud,David Hockney, Paula Rego. Uitgave verschenen bij de tentoonstelling in Kunstmuseum Den Haag, 14 februari tot en met 7 juni 2026. Samenstelling en redactie Thijs de Raedt. Waanders Uitgevers, Zwolle 2026.

    Kunstmuseum Den Haag, London Calling, School of London, Waanders Uitgevers
    Kunstmuseum Den Haag, London Calling, School of London, Waanders Uitgevers
  • Verwondering – bij een opening in De Kunsthof Appingedam

    Lieve van Loon. Die naam zei me niets. Nu wel. Zojuist maakte ik kennis met haar. Lieve. Zo’n korte kennismaking is voedingsbodem voor liefde op het eerste gezicht. Eerder al, toen haar naam werd genoemd voor een tentoonstelling, googlede ik Lieve van Loon. Ik bezocht haar website en ook daar kan dat eerste contact als introductie uitgroeien tot een directe verbondenheid. Op het eerste gezicht zag ik vrijwel meteen overeenkomst. Verwondering.

    Wim Biewenga. Die naam zegt me iets. Nog steeds. Hij nam op een goed moment telefonisch contact met mij op. Hij had een vraag: of ik zijn expositie in De Kunsthof wilde openen met een gepaste tekst. Hij kan mijn kritiek op zijn werk waarderen, vandaar. Toen ook viel de naam Lieve van Loon. Daar wordt hij graag mee gezien in Appingedam.

    Het herkenbare verandert

    Het werk van Lieve is een nader onderzoek waard. Dus ik heb haar website figuurlijk doorgespit. Dat is het voordeel van internet. Je hoeft de deur niet uit om het portfolio van de kunstenaar te bewonderen. Meteen viel mij de aanhef op de voorpagina op: Wat gebeurt er met een object wanneer het herkenbare verandert? In haar afstudeerproject “Het hervormen van het alledaagse” laat Lieve ons haar bijzondere visie op het dagelijks leven zien. En dat is precies wat Wim doet. Hij verwondert zich over de zichtbare werkelijkheid. Daarvan maakt hij geen huisje-boompje-beestje-schilderij voor boven de bank. Hij prikt door het zichtbare heen en laat de essentie ervan zien. Het herkenbare verandert. De emotie van het dagelijks leven krijgt vorm.

    Verwondering is de inspiratie van waaruit Wim Biewenga werkt. Het is zijn drijfveer om te maken wat hij maakt. Van de gecompliceerde wereld maakt hij een versimpelde uitdrukking. Zijn kunst schuurt tegen een naïeve vormgeving aan. In zijn objecten geeft hij gebruiksvoorwerpen of delen daarvan een tweede leven. Zo kan hij ook eigen oud werk recyclen. Hij schildert over bestaand materiaal heen. Draait een compositie eens om zodat hij een nieuwe kijk kan vastleggen. Herinneringen spelen een spel met zijn gedachten. Vanuit het verleden maken indrukken zich uitdrukking in het heden. Of beter gezegd: de uitdrukking maakt zoveel indruk dat het een beeld verdient. Dat het verleden mag voortleven in het heden, naar de toekomst toe. Kunst maakt Wim aanvankelijk voor zichzelf. Om de wereld te duiden, te begrijpen. De wereld die zo onschuldig leek, toen. Daarom is zijn kijk die van een kind dat nog zonder meer kan genieten van de dingen.

    Ik citeer mezelf

    Is voor mij het werk van Lieve van Loon een kennismaking met een nog onbekende wereld, het werk van Wim Biewenga zoals dat hier hangt is voor mij eveneens nieuw. Eerder zag ik werk en dacht er het mijne van. Ik citeer mezelf:

    Ogenschijnlijk gebeurt er niets in het werk van Wim Biewenga. Maar dat is gezichtsbedrog, een optische illusie. Want er is beroering onder het waarneembare vlak en tussen de getrokken lijnen. Het niets is schijn, er valt van alles te zien. Er is onrust in de verwerking van verf, de huid verbergt aantekeningen van eerdere gedachten. Deze kunst is een geconstrueerd niet-zijn van wat het zijn kan zijn. En is. Je went aan vormen en denkt daardoor in beelden herkenbare situaties te zien. Maar Biewenga haalt juist deze herkenning uit die gewenning van het dagelijkse kijken. Hij gaat eraan voorbij. Het detail krijgt bij hem een nieuwe betekenis.” Einde citaat.

    Geïnspireerd door de titel ‘langs berg en dal klinkt hoorngeschal’, humor die wel in mijn straatje past, schrijf ik het volgende op: “In het werk van Wim Biewenga ontbreekt de samenhang tussen geschilderd beeld en tastbare omgeving. Wat ik zie heb ik niet eerder gezien. Het komt me niet bekend voor. Er rest enkel ruimte en ritme, samengesteld door kleuren, lijnen en abstracte geometrische vormen. Mijn blik denkt het beeld wel te kunnen plaatsen in de werkelijkheid. Mijn ogen zoeken verbanden en relaties met en in de realiteit. Maar dat is geforceerd en niet zo bedoeld. Ik wil dat, dat mag. Maar het is niet strikt noodzakelijk om in de gepenseelde situatie een verbinding te leggen met een bestaand beeld. Feitelijk heeft het werk van Biewenga geen omschrijving nodig. Het spreekt voor zich en elke beschrijving werkt minder krachtig dan het beeld is. Een beschouwing zonder woorden.”

    Niet de werkelijkheid opzoeken

    Tot zover, want voor een beschouwing zonder woorden heeft Wim mij hier natuurlijk niet laten komen. Telkens wanneer ik zijn werk tref, heeft het een andere vorm en uitstraling. Hoewel hij op leeftijd is, lijkt hij de jonge geest van Lieve te hebben. Het werk van beide kunstenaars rijmt in deze presentatie. Niet zozeer wat betreft vormgeving, maar wel door de verwondering voor het beeld. De spanning die door de kunst kan worden opgewekt. Door weinig te laten zien waar veel te bekijken valt. Biewenga kijkt terug op zijn leven, haalt herinneringen op. Vindt een werkboek van zijn vader. Gebruikt de beschreven bladen als drager voor beeltenissen die bij hem opkomen bij het lezen van de notities. Daarmee laat hij zijn vader voortleven, want zonder zijn inbreng zou het boek bij het oud papier belanden. Op die manier waardeert Lieve dagelijkse dingen op. Handelingen en voorvallen die in de tijd wegzakken, redt zij uit de vergetelheid. Haar werk beeldt deze alledaagse dingen uit die meer aandacht verdienen, lees ik op haar website: alledaagse voorwerpen en taferelen die in het volle zicht verborgen zijn. De inspiratie die haar tot werken aanzet, dien ik vanuit een ander perspectief te zien. Niet de werkelijkheid opzoeken, maar de emotie vinden.

    Langer kijken om iets gewaar te worden

    Terug naar de werken nu die hier te zien zijn, want daarvoor ben ik gekomen. De werkelijkheid van Wim is niet afgetekend in uitdrukking. Het blijft ontspannen zonder opgewonden te raken. Ik kijk gespannen naar de taferelen om te zien welke drift erachter zit. Welke hartstocht heeft de kunstenaar ertoe gebracht deze indrukken op deze manier te formuleren en te verbeelden? Het is niet meteen zichtbaar wanneer ik alsmaar probeer de realiteit erin te duiden. Zonder reden. Met slechts een onbegrensde blik om uit de behoefte van de voorstelling te komen. Wat ik zie, dat is het; ik moet me overgeven. Vertrouwen hebben in de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid van Wim Biewenga. Zolang ik dat niet kan opbrengen, blijft zijn werk een mysterie. Haak ik vroegtijdig af, dan zal zijn schoonheid voor mij nooit zichtbaar zijn. Dus neem ik voor mezelf het verband met de werkelijkheid weg en stap in de realiteit van Biewenga. Mijn verstand op nul, maar de blik scherp en verscherpt. Het werk is doordringend en indringend. Het houdt de aandacht, want de onwerkelijke werkelijkheid wil gepeild en ontrafeld worden. Deze woorden zou ik welhaast naadloos op de composities van Lieve van Loon kunnen leggen. Het is haar waarheid, haar schoonheid, haar wereld die de mijne kan zijn wanneer ik me eraan overgeef.

    Eigenlijk is het in deze tentoonstelling zaak langer te kijken om iets gewaar te worden. Maar is dat niet met alle kunst zo, vraag ik me retorisch af zonder antwoord te krijgen. Langer kijken en daardoor ontdekken. Want ieder kunstwerk heeft een verborgen detail, een plek waar het gevoel kan rusten. Gedachten niet bedenken, niets willen verzinnen of onderscheiden. Dan legt het object, het schilderij – de tekening, als vanzelf zijn aard, zijn karakteristiek bloot. De vorm van kijken overkomt je dan. Ineens merk je iets op, krijgt de beeltenis een handvat. Is er herkenning, spreekt het.

    Inleiding bij de vernissage van de expositie werken van Wim Biewenga en Lieve van Loon in De Kunsthof te Appingedam, de dato 23 april 2026.
  • Zelfportret zonder een gezicht te tonen

    Zij stuurde mij twee handen vol afbeeldingen van haar werken. Of ik daar iets over kon zeggen, of schrijven eigenlijk. Mijn naam was haar genoemd door een bevriende kunstenaar, een beeldhouwer die nu domicilie houdt in Italië. Ik zou er wel wat van vinden, was zijn mening. Concreet had zij mij uitgenodigd haar werk live te zien, maar daarvoor kon ik op mijn manier de tijd niet vinden. Dus nam zij de moeite het werk te fotograferen en mij te mailen. Op het beeldscherm heb ik uiteraard niet de look en feel van een schilderij. Je kunt niet je blik langs de verfstreken laten glijden of zelfs even stoutmoedig met de wijsvinger de structuur betasten – voorzichtig zonder te beschadigen. Want kunst moet je kunnen voelen, aanvoelen, de ruimtelijkheid in het platte vlak onderscheiden en in geval van olieverf op doek de materie kunnen ruiken.

    Marjolein Prins

    Dat is dus uitgesloten bij dit mij gestuurde werk, maar gelukkig componeert de kunstenaar haar werk met behulp van de computer. Het betreft dus digitale kunst, waarvan ik digitaal enkele voorbeelden kreeg om deze te beoordelen. Nu is beoordelen een groot woord; ik wil er iets over schrijven, mijn mening geven – ik ben geen meester die de wijsheid in pacht heeft en zijn oordeel gaat toetsen dan wel het werk keurt op stijl en techniek. Ik noem het een beschouwing – observeren, gadeslaan en overdenken. En vervolgens mijn gevoel bij wat ik heb gezien beschrijven. Ik geef een voorzet en ieder ander mag het doelpunt maken, er het zijne of hare van vinden. Kunst is een kwestie van smaak.

    Intuïtief ontwerpt Prins de compositie

    Marjolein Prins, want over haar werk gaat het hier, spiegelt haar leven in het werk. Zij laat haar zijn reflecteren in de met behulp van Procreate gemaakte composities. Niet werkelijk of letterlijk zoals dat je bijvoorbeeld een zelfportret maakt, maar abstract en figuurlijk in een gestroomlijnde print. De digitale tekeningen lijken veel op de weerglans van de omgeving in een bewerkte plaat metaal. Of een spiegelbeeld in gewelfd glas. Of de spiegeling op in beweging gebracht water. Het beeld vervormt en herschept zichzelf in het dynamische oppervlak. Bij wijze van spreken is de beeltenis in beweging wanneer je langs gaat of je hand in het water steekt.

    Marjolein Prins

    Intuïtief ontwerpt Prins de compositie en bouwt deze verder uit met behulp van het computerprogramma. De software is niet leidend, maar ondersteunt haar een harde werkelijkheid in abstracte tonen te creëren. Deze heeft wel een realistische kern, namelijk haar eigen wezen zoals ik hiervoor al aangaf. Er ontstaat onbewust en niet beredeneerd een individuele vormgeving met een persoonlijk handschrift. Ieder ander zal dit niet zo kunnen maken, want dit is Prins zoals ik het zie. Ieder ander kan een poging wagen door Procreate of een ander digitaal tekenprogramma te gebruiken, maar dan is en blijft het een kopie want dit is de codex van Marjolein Prins. Zij heeft deze manier van uiten bepaald. Het toont aan dat er digitaal mogelijkheden zijn, die weinig onderdoen voor authentieke technieken. Persoonlijk zal ik liever een penseel of potlood hanteren, daar ik het idee heb dan meer betrokken te zijn met wat ik maak. Maar voor anderen zal een digitale pen relateren aan begeestering.

    Rumoerige versimpeling, onstuimig handschrift

    Prins legt het landschap van haar geest vast, maar maakt ook werkelijke landschappen. Deze zijn in lagen opgebouwd en benaderen echtheid. De manier van werken leent zich uitstekend voor het benaderen van water. Niet voor niets wordt die oppervlakte vergeleken met een spiegel. Het kan zo vlak zijn, stil en niet in beweging. Maar wanneer je met een voorwerp of de hand het laat bewegen stroomt de gespiegelde omgeving naar elders en vermaakt en hermaakt zich tot een abstracte vormgeving. Vooral in deze golfbeweging is Prins naar mijn mening op haar best, de rumoerige versimpeling en het onstuimige handschrift past haar beter in vergelijking met de inbreng van oorspronkelijke vormen.

    Marjolein Prins

    Het gebruik van fotografie als basis voor een print geeft de plaat diepte, zoals bij de walvis achter borrelend water te zien is. Die luchtbellen passen ook goed in een semi-abstracte vormgeving. Maar wanneer een meer werkelijke uiting als bloemen of een mens een plek krijgen, raakt de kracht uit de tekening en spreekt de compositie minder aan. Dan lijkt het een kunstje en kan de ziel van de maker niet worden gevonden. Hoewel de inheemse dame wel in een passende primitieve stijl is gezet. Vooral dat persoonlijke handschrift geeft het werk van Marjolein Prins een gezicht.

    Dit is op en top persoonlijk haarzelf

    Eén compositie in de mij gestuurde reeks is een uitzondering op de regel. Daarin mengt Prins de werkelijkheid met abstracte elementen op een uitzonderlijke wijze. Op die manier werkt het wel, omdat zij zichzelf in de omgeving zet. Een donker landschap dat veel weg heeft van een zeegezicht met een deinende branding. De wolken erboven golven mee in het ritme van de zeespiegel. De lucht kleurt rood met een helder gele zon, het wezen van een ster licht op. Marjolein zit in het centrum van de afbeelding, in een rolstoel op hellend vlak. Brandy, haar hulphond, zit braaf naast haar op de grond in afwachting van een commando. Ze leunt over links en is met het beest in gesprek. Ze lacht. Dit is op en top persoonlijk haarzelf. De achtergrond is haar wezen, de figuur haar zijn.

    Marjolein Prins

    Kort gezegd en geschreven is Marjolein Prins goed bezig. Haar handicap staat haar op veel fronten in de weg, maar bij het maken van kunst en het creëren van haar schepping is zij zo vrij als een vogel. Ze legt haar wezen in het werk en laat de zwakheid toe. Vooral dat gegeven maakt haar werk speciaal om niet te zeggen uniek. Het spreekt aan, omdat zij haarzelf erin uit, haarzelf erin sluit. Dit is Marjolein Prins. Het is haar zelfportret zonder een gezicht te tonen.

    Beschouwing digitale tentoonstelling tekeningen van Marjolein Prins.

  • Het addertje onder het maaiveld van Monique Koning

    Las ik ergens dat Jeanne Bieruma Oostings mantra was “Je kunt geen twee heren dienen”? Jeanne Bieruma Oosting, de vrouwelijke kunstenaar die koos voor de kunst als relatie. Maar dat was een eeuw geleden. In 100 jaar is er veel veranderd, maar niet het feit dat je lastig op twee paarden kunt wedden. Om helemaal voor de kunst te gaan koos Oosting voor een leven zonder echtgenoot, zonder kinderen, zonder huishouding. In haar tijd had de vrouw geen rechten en stond zij onder curatele van de man. Gehuwde vrouwen hadden voor de Nederlandse wet evenveel rechten als misdadigers en ‘onnozelen’, lees ik in de biografie van Oosting door Jolande Withuis geschreven. In die maritale macht van de echtverenging paste het niet dat de vrouw de kunst zou dienen. In haar tijd waren echter meerdere vrouwen die niet onder een juk wilden werken, waarvoor het uitoefenen van een vak geen vanzelfsprekend recht was maar wel een wezenlijke behoefte. Hun werk was hun biotoop.

    Het bestaan van alleenstaande vrouwen toen was niet eenvoudig, maar de kunst betekende levensgeluk. Dus koos Oosting niet voor het geluk van een gezin en kinderen, want “heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem.” Was zij getrouwd met haar kunst? Is daar niet een parallel te trekken met de vrouw die als kloosterlinge wil leven. Het geluk bij God zoekt en kiest voor een celibatair bestaan. Is zij getrouwd met haar geloof? Het zijn zo gedachten die ik krijg bij de werken van Monique Koning. Maar het heeft natuurlijk helemaal geen overeenkomst, het slaat de plank behoorlijk mis. Want hoe anders is het nu, de vrouw heeft zich in 100 jaar los van de man gevochten. Hoewel in gedachten van het gros van de mannen de vrouw nog steeds een bezit is.

    Talentvol

    Monique Koning kan desalniettemin dienen als het voorbeeld van vrouwelijke kunstenaars die twee werelden niet samen en tegelijkertijd kunnen bestieren. Er moeten keuzes gemaakt worden of het is afzien om er voor 1O0% voor te gaan. Je kunt jezelf in tweeën delen en voor het een en het andere gaan. Dan komt het talent nauwelijks boven het maaiveld uit en verliest de gave aan zeggingskracht. Het is daarom niet bijzonder dat vrouwelijke kunstenaars besluiten zich niet aan een relatie te binden en geen gezin te stichten, hoe moeilijk die beslissing dan ook is. Een huwelijk waaraan over het algemeen het verwekken van kinderen verbonden is leidt af van het heilig moeten en het creëren van iets uit niets. Maar het bloed kruipt dikwijls waar het niet gaan kan en de natuur roept herhaaldelijk.

    De talentvolle Monique Koning laat haar gave bijschaven aan de kunstacademie waar ze technieken uitdiept en voor haarzelf kansen schept. Na de studie ontwikkelt zij zichzelf en komt met verrassend gemanipuleerde beelden voor het voetlicht. Ze zet grote levensvraagstukken te kijk, maar kan ook teder een dode vogel tegemoet treden. In die kwetsbaarheid zit ze graag in de schaduw van ene Jan Mankes. Nog voor AI zich gaat bemoeien met het vervormen van beelden, stort Koning zich analoog en digitaal op het aanpassen en bewerken van beelden. Binnen de haar zelf getrokken kaders zet ze de wereld naar haar hand. De realiteit wordt een bovenaardse waarneming. Surrealistisch leert ze het bestaan te herschikken en in metaforen te doorgronden. Dat werk toonde ze al diverse malen aan de buitenwereld. En ze leek te groeien in die beeldtaal. Maar telkens opnieuw wanneer ze mij wees op weer een andere vertoning van haar werken op een diverse plaats, keek ik naar dezelfde fotografische afbeeldingen en fijnzinnige tekeningen. Ze scheen stil te staan in ontwikkeling, want er kwamen geen nieuwe experimenten bij.

    Zelfstandige vrouw

    Stilstand is achteruitgang, maar het talent van Koning is dusdanig groot dat de oude werken zich in een andere omgeving telkens lijken te vernieuwen. De vondsten hebben eeuwigheidswaarde en kunnen nog lang mee. Gelukkig maar, want Monique Koning heeft nu eerst voor het gezin gekozen, en voor de opvoeding van twee blozende knullen tot gezonde jongemannen. En dat vergt veel van haar tijd en creativiteit, zodat ze kunstzinnig niet verder komt dan kleine opdrachten voor het ontwerp van geboortekaarten. Ze houdt deze kunst klein, kleinkunst om bezig te blijven, om grip te houden. Die ontwerpen doen er toe en vallen in de smaak. Maar voor uitwerking van gedachten op groot formaat komt ze niet toe. Deze inspiraties slaat ze op haar harde schijf op, legt ze in gedachten vast voor later. Maakt hier en daar eens een schets om de feeling met de ingeving niet kwijt te raken. Maar verder bewijst zij dat je keuzes moet maken.

    Schaamteloos bloot

    Voor het gezin wordt de kunst even afgeremd en komt tot stilstand. Maar de motor blijft draaien. Later wanneer dat kroost op uitvliegen staat kan de creativiteit alsnog botvieren. Monique Koning dient geen twee heren, of het moeten haar zonen zijn. Ze is een zelfstandige vrouw die mag kiezen. En dat doet ze ook. Ze geeft de voorkeur aan het gezin en de kunst schuift op de achtergrond, maar raakt niet buiten beeld.

    Nu zie ik haar werk weer in Ferron aan de Lindegracht in Heerenveen en maak opnieuw kennis met oude vrienden. Ik probeer met andere ogen door te kijken, te doorzien wat ik eerder niet zag. Het is opmerkelijke kunst die best op herhaling kan. Het werk kan ertegen en misschien boort het in deze omgeving een ander en nieuw publiek aan. Wat ze toont in de gezellige eetzaal zou gezien kunnen zijn als een overzicht van haar oeuvre. Een bloemlezing van het kunnen tot nu. Te bekijken valt werk van in en net na de opleiding. Examenwerk waarin ze zich schaamteloos bloot geeft. Zelfportretten die nauwelijks iets verhullen en waarbij ze speelt met haar lichaam zonder erotisch te verleiden. Zonder kleur, dus in een zwart-witte afdruk op een glinsterende drager, is het een ode aan het lichaam, een poëtische indruk van het lijf, de schoonheid van de mens zonder meer.

    Echter bij Monique Koning schuilt altijd een addertje onder het gras, terwijl ze haar kop boven het maaiveld uitsteekt. De beeltenis geeft een extra dimensie, een dubbele laag. Er gebeurt meer dan op het eerste gezicht merkbaar is. Er moet door gekeken worden om het beeld te doorzien. Wel is het meteen tastbaar, maar ook is een nadere beschouwing op de plaats. Het interieur met de immense boekenwand lijkt een doodnormale plaat, maar er vindt in die bibliotheek van alles plaats. Het is een zoekplaat met onverwachte gebeurtenissen. Daar blijf je naar kijken terwijl je aan een espresso martini nipt of de Pinsa di Ferron aansnijdt. Zo heeft de kunst van Koning meerdere surrealistische twists. Het heeft een verhaal zonder uitleg. Een vertelling zonder woorden. Een vertekende waarheid waarbij de kijker zelf de inhoud dient te formuleren. Zo houdt het werk ons bezig, heeft het een geheimzinnige laag. Ook wanneer we denken te weten wat we zien. Monique geeft er een draai aan die teder is en broos, een warm gevoel geeft van binnen – net als de Marco Porello Langhe.

    Tentoonstelling werken van Monique Koning bij Podium Ferron, Lindegracht 21 in Heerenveen. Te zien tot 28 september 2025.

  • DeNieuweGalerie platform voor Amstellandkunst

    Het kunstenaarschap is een eenzaam bestaan. Ben je kunstenaar, tegen wil en dank – want kunstenaar word je niet dat ben je –, dan oefen je een teruggetrokken beroep uit. Alleen in het atelier zonder storing van buiten. Want de kunstenaar schittert door afwezigheid van het dagelijks doen en laten om het werk te laten vlammen. De bezieling bloeit zonder ruis, de inspiratie groeit zonder aansporing van buitenaf. De enige prikkel is die van het heilig moeten. Er moet altijd wat gemaakt worden, uit niets moet iets ontstaan. Het is niet altijd zin of genoegen, er is vaker een plan – een inhoud met betekenis. Er ontstaat minder veel een beeltenis, een plaatje. Er wordt weinig meer een beeld gecreëerd, een kopie uit de werkelijkheid. De werkelijkheid van de kunstenaar, die al dan niet aansluit bij de beleving van de beschouwer.

    Hoewel de kunstenaar in afzondering droombeelden componeert. In zelf gekozen isolatie tot creaties komt, zoekt de kunstenaar wel contact. Verbinding is een noodzakelijk kwaad om de samenhang van het eigen werk met dat van creators in de wereld buiten het atelier te kunnen zien. Het maakproces is echter meer belangrijk dan het resultaat. De kunstenaar zou achter gesloten deuren willen blijven, ‘mensenschuw’ als hij en zij is. Maar de kunstenaar maakt de beelden niet voor zichzelf, deze moeten de wereld in. De kunstenaar heeft een verhaal dat onder de mensen dient te komen. Daarom moet de kunstenaar op gezette tijden de deuren en ramen openzetten en laten merken er te zijn. Er toe te doen, het werk is van belang, het telt mee in het brede scala van kunsten. De kunstenaar zoekt manieren om het werk tentoon te stellen, aan de mens te brengen.

    Op een hoger plan, meer betekenis

    Kunstenaars leggen relaties met elkaar. Zoeken contact met scheppers die eenzelfde beleving aanvoelen. Maar kunnen zich ook verbinden met artiesten die tegengestelde belangen hebben en andere ideeën najagen. Dan kan men het er over hebben. Van elkaar leren, elkaar stimuleren. Zo kan de kunst op een hoger plan komen, meer betekenis krijgen. Er kan een school ontstaan, een gemeenschap, een kolonie. Meestal overwegend met gelijkgestemden. Er kan een vereniging worden gesticht, een kunstkring, een initiatief. Altijd met het doel dat de kunst, in het algemeen, er beter van wordt.

    In de regio Amstelland, waarbij ook Amsterdam, Amstelveen en Haarlem worden gerekend, zijn beroepskunstenaars in 2006 een platform gestart. Een platform dat zich AmstellandKunst liet noemen. Het staat open voor diversiteit in kunstvormen. Het stimuleert de uitwisseling tussen de leden en de verschillende kunstdisciplines. Het moedigt uitwisseling van inspiratie aan door cross-over samenwerkingen aan te gaan. De leden dagen elkaar uit in het werk en de ontwikkeling van he kunstenaarschap. Dat is wat ik lees op de website van het genootschap.

    De leden organiseren regelmatig op eigen kracht (verkoop)tentoonstellingen wat past bij de mentaliteit van de kunstenaars, die stuk voor stuk graag de handen uit de mouwen steken. Dit ligt aan de basis van de oprichting, toen het heersende kunstklimaat van bezuinigingen het noodzakelijk maakte om als kunstenaar zelf het initiatief te nemen. De autonomie die AmstellandKunst en haar kunstenaars tonen onderstreept de veranderende rol van de kunstenaar en daarbij hoe belangrijk deze initiatieven vandaag de dag voor kunstenaars zijn. Bij AmstellandKunst staat ontwikkeling van de kunstenaar centraal. Van jonge kunstenaars die zich specialiseren in multimediakunst, tot de zeer ervaren kunstenaars in meer traditionele disciplines. Dé drijfveer van de vereniging is kruisbestuiving.

    Presentatie van kunstenaars

    En die kruisbestuiving kan regelmatig beschouwt worden wanneer de bij het platform aangesloten kunstenaars een verkooptentoonstelling houden in DeNieuweGalerie, een pop-upmoment. De zomertentoonstelling vindt op dit moment en tot en met 25 augustus plaats in het Stadshart Amstelveen. Er is daar een breed scala aan kunstwerken te zien, en te koop. Voor elk wat wils en voor iedere beurs. Er is een salonhanging van een diversiteit aan kunstvormen samengesteld. Zowel vlak werk als ruimtelijke beelden, realisme en abstract. Het is een presentatie van kunstenaars in Amstelland, een tentoonstelling van wat er allemaal aan kunsten gemaakt wordt in dit deel van de Randstad. Vooral omdat de verscheidenheid aan inbreng zo breed is waant de beschouwer zich in een snoepwinkel. Is het aanbod om je vingers bij af te likken, het water loopt me in de mond bij het zien van al dat lekkers. Van zoet suikergoed tot wrange zuurtjes, want niet iedere compositie spreekt aan. Maar elke inbreng past in het geheel. Geen eenvoudige opgave voor de inrichters er een smaakvolle samenstelling van aan te bieden.

    De website van DeNieuweGalerie geeft inzicht in de huidige en de voorgaande tentoonstellingen. Ook worden er overzichten gegeven van afzonderlijke kunstenaars. Het is geen webshop, want voor de look en feel van een kunstwerk dient men het in de Amstelveense galerie te komen bekijken. Wel kan er online informatie worden ingewonnen over een gezien kunstwerk. Uiteraard zijn er meerdere kunstenaarsinitiatieven in de lande te vinden, maar deze van AmstellandKunst heeft voor de regio een bijzondere uitstraling. Een platform om publiek en kunstenaars met elkaar in contact te brengen. Niet alleen om verkoop te bewerkstelligen, maar ook om een samenspraak te starten. Want AmstellandKunst wil een reactie uitlokken bij het publiek, een wisselwerking tot stand brengen tussen de maatschappij en AmstellandKunst. “Zo raakt niet alleen het publiek betrokken bij de kunstenaar, maar mengt het publiek zich daadwerkelijk met de kunstenaar, die hierdoor op zijn/haar beurt geïnspireerd raakt. De dialoog die hierdoor ontstaat levert de kunstenaar een rijkere, gelaagde voedingsbodem op.” Waarvan akte.

    Zomerexpositie in DeNieuweGalerie. Unieke werken van meer dan 30 kunstenaars. Volop keuze, zomerse prijzen. In Stadshart Amstelveen, winkel 109, 19 juli tot en met 25 augustus 2024.

  • Verwacht knippen geeft een onverwacht plakken

    Opnieuw is Galerie Noord in Groningen gevuld met werk van internationale collagekunstenaars. En weer hoort daarbij een tijdschrift om deze kunstenaars op een passende manier te presenteren. In de galerie heeft iedere kunstenaar een eigen wand om daarop voor zich te spreken en aan te spreken. In het blad stellen zij zich voor en communiceren om eenstemmig te duiden. Het werk laat zich in gedrukte vorm beter en meer overtuigend mengen dan in de tentoonstelling. The Collager No.2, spring 2024, is als periodiek de aanleiding om deze kunstvorm een eigen plek te geven. Initiatiefnemer Peter Boersma liep al langer rond met het idee om een dergelijk blad te starten. Niet enkel om zijn eigen werk de aandacht te geven, maar zeker ook om dat van collega kunstenaars voor het voetlicht te halen.

    Er zijn namelijk drie constanten in The Collager. Uiteraard en niet te missen gaat het om collagekunst, het wordt voor het tweede jaar op rij gepresenteerd in Galerie Noord en Peter Boersma is één van de exposanten naast anderen door hem geselecteerd. Het dreigt een traditie te worden, een ieder jaar voor de zomer terug kerend gegeven. Voor Boersma is het een gotspe om zo brutaal en onbeschaamd zijn eigen werk in de schijnwerper te zetten. En daarbij de collage als kunstvorm op te waarderen. Het werk van deze beeldmakers is op dit moment representatief voor dit metier, deze vorm om van bestaand materiaal nieuwe beelden te maken.

    Miskende kunstvorm

    Op deze manier, door het kunstje te herhalen, komt er na verloop van tijd een overzicht op welke manier de collagekunst zich ontwikkelt. Hoe het reageert op het veranderende landschap, de zich ontwikkelende maatschappij, de opgang dan wel neergang van de samenleving. Want de collagekunstenaar plukt, scheurt en knipt onderdelen uit de zichtbare wereld om er een nieuw karakteristieke beeltenis van te maken. Deze details komen uit tijdschriften, kranten en boeken die nu actueel zijn. Die nu de tijdgeest laten zien, en waarop de kunstenaar respondeert.

    Net als het tekenen is de collage decennia lang een miskende kunstvorm. Geschikt als aanleiding ‘echt’ werk te maken. Een opstap voor een schilderij, om houding en compositie in de vingers te krijgen. Een hulpmiddel om de inspiratie op gang te brengen. De collage is een techniek waarmee snel een interessant eindresultaat bereikt kan worden of een ondergrond te creëren om op door te werken. De collage, dat is een oud verhaal in een nieuwe jas. Bestaande fragmenten die uit een verhaal zijn gelicht en met andere delen een nieuwe vertelling vormen. Een hergebruik van uitgeknipte of gescheurde beelden. Flarden realiteit die abstract sprekende beelden maken. Niet bij elkaar passen maar toch aansluiten .Een moodboard van zelfexpressie. De collage kan analoog tot stand komen, dus door letterlijk de schaar en een pot lijm ter hand te nemen, maar er kan ook met daarvoor geschikte software op de computer stijlvol werk gemaakt worden. En zelfs in de film en de muziek komt de collagetechniek voor. The Collager richt zich enkel en alleen maar op de oorspronkelijke vorm van de collagetechniek, het zuivere handwerk.

    Kakafonie aan indrukken

    In de galerie vormt het werk van de verschillende kunstenaars afzonderlijke verhaallijnen, voor elke kunstenaar een eigen hoofdstuk. Aan de wanden hopen ze op en spreken ieder voor zich. Een heterogene massa, maar niet als los zand. Echter in het blad is het werk en zijn de kunstenaars met elkaar in gesprek. Op de pagina’s lopen ze door elkaar maar vormen een homogene groep om deze kunstvorm te karakteriseren. Het is welhaast een kakafonie aan verschillende indrukken die de kijker moet verwerken. Voor de bezoeker niet eenvoudig zich op een enkel werk te concentreren omdat een andere compositie op oogafstand zich prikkelend aandient. De bladomslaander raakt makkelijk de weg kwijt in het rumoer van het tijdschrift. Maar niettegenstaande het zichtbare lawaai van deze kunstvorm heeft de inrichter en samensteller er een stijlvol geheel van gemaakt.

    Evenals vorig jaar is ook nu weer het bijdehante magazine, als de catalogus bij de tentoonstelling, door vormgeving en opmaak een kunstwerk op zichzelf. Het presenteert de werken die in de galerie te zien zijn. Het is een veelzijdige dimensionale collage om door te bladeren en los van de tentoonstelling te beschouwen. Een collectors’ item. Met het karakter van de collage in gedachten is het design speels en wars van alle conventies opgezet. Samengesteld uit diverse formaten vellen en verschillende soorten papier krijgt de aard van de inspiratie vorm. Hoewel de opmaak uit elkaar schijnt te vallen is de lay-out in evenwicht.

    Collagekunstenaars

    Mijn omschrijving van 2023 kan ik in 2024 integraal herhalen en van deze tekst hier en nu een soortement van collage maken. Gescheurd uit een eerdere post en geplakt in dit artikel: “De met elkaar communicerende tweetallen in het hart van het blad zijn zorgvuldig gekozen en rijmen klinkend samen. Deze nemen de meeste ruimte in en beslaan de grootste vellen. Op de kleinere omslagbladen is de compositie eveneens stemmig afgewogen. De lay-out is in balans. Het ruwe tussenformaat, waaromheen de glossy pagina’s zijn gevouwen en waarin het ‘expositie’ katern steekt, herbergt teksten over en van de acht kunstenaars die hun samengestelde werken tonen. Deze woorden en zinnen zijn in onregelmatige kolomblokken gedrukt om aan de collagestijl te passen. De woorden waarin de naam van de kunstenaar is gezet heeft een samenstelling van verschillende lettertypes. De maker van het blad heeft zich kunstenaar waardig creatief uitgeleefd met de expositie en de collagekunst beide als aanleiding in gedachten.

    De beeltenissen die de collagekunstenaars samenstellen uit en met bestaande verbeeldingen hebben de idee van gedagdroomde voorstellingen. Het samensmelten van realistische momenten tot surrealistische ervaringen. Om de wereld te duiden en handzaam te maken wordt deze juist overhoop gehaald. Bestaande herkenbare beelden worden uit elkaar getrokken en gemengd tot een abstract realistische omgeving. Daarbij wordt uiterst zorgvuldig omgegaan met compositie, vorm en kleur. In de collagetechniek is niets wat het lijkt. Door de bestaande beelden te mengen hervormt het vertoon zich en sta je als beschouwer zelden op het goede been. De visuele woordspelingen, contrasten om verschillen en overeenkomsten zichtbaar te maken, lichtvoetige verrassingen door technische trucs maken van het resultaat een interessante samenstelling. Op papier en met papier meestal, maar in deze tentoonstelling gaat de collage tevens de ruimte in. Worden gevonden voorwerpen of niet meer voor het gemaakte doel bruikbare onderdelen met elkaar verbonden tot een nieuw beeld. De beeldmaker is een beeldbouwer.

    The Collager, Tentoonstelling van collagekunst bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Tot en met 4 juli 2024. Dianne Bakker, Peter Boersma, Harm van Ee, Jack Felice, Johanna Oldershausen, Marcel Prins, Inez van Vuren, Albert Westerhoff. Tijdschrift The Collager, pasting the unexpected, No.2, Spring 2024.

    foto’s tentoostelling © Peter Boersma
  • Sporen van oorlog en natuur in de Bibliotheek

    Hoewel het doodnormale dagelijkse plaatjes schijnen. Kale bomen, regendruppels in de sloot, een bewogen bloemenveld, vallend licht door ramen. Gewone alledaagse taferelen lijken het, geen hemelbestormend kunstzinnige fotografie. Ademen toch die doordeweekse momenten een beklemmende sfeer. Het is de context waarin ze getoond worden, namelijk. Kleine waterkringen in de sloot spreken van weemoed, laten denken aan verloren en vergeten herinneringen. Trieste souvenirs uit het geheugen verbannen omdat de gedachte eraan te gruwelijk is voor woorden. Ik bekijk het werk van Gerhild van Rooij in de kleine tentoonstelling “Sporen van oorlog en natuur” in de Bibliotheek Heerenveen.

    Algemene gemeenplaatsen

    Hoewel het dertien in een dozijn plekken lijken, herinneren de plaatsen in deze vormgeving aan treurnis en verdriet. De hemelse tranen in water geven aan dat ook God weent over wat wij mensen elkaar aan doen. In oorlogssituaties vergeten wij maar al te makkelijk dat wij naar Zijn evenbeeld zijn geschapen. Vergeten voor het gemak het tweede gebod om over onze eigen schaduw heen te kunnen stappen. In de oorlog, in een situatie waarin de vrede ver te zoeken is, ligt ons hoger belang veraf van het menselijk zijn. Door die algemene gemeenplaatsen in beeld te benoemen echter worden wij ertoe bepaald. Omdat de expositie in de kern draait om oorlog en vrede koppelen wij daaraan die beelden eenvoudigweg. Staat de expres bewogen plaat van een veld weidebloemen voor de onbereikbare maar lonkende natuur achter het prikkeldraad. Wuiven de boomkruinen in de wind van de verwachting.

    De onzekere toekomst

    Banieren om de hoek van deze wat rommelig ingerichte tentoonstelling, vijf overgebleven affiches uit een serie, verbinden woord en beeld van wanhoop en hoop. Daarin komen beeldmerken en tekstfragmenten samen om in vlugschrift de sfeer van een concentratiekamp te duiden. Het prikkeldraad, de wachttorens, de onzekere toekomst, het wordt alle verbonden door de prikkel in het draad dat gevangenen doet ontmoedigen de weg naar vrijheid te zoeken. Een portret van Ben Strik, herinnering die nooit vlucht, welk verhaal over Kamp Vught de spil van de tentoonstelling is. Gerhild van Rooij was er, tig jaren na de mensonterende gebeurtenissen daar plaats vonden, en zette haar ontzetting om in gedichten, haar verwondering om in foto´s.

    Geschoten op locatie

    De donkere gang beleefde ze, de gang waar het (kunst)licht van buiten door de ramen viel dit betekende dat er weer iemand gedwongen de dood zou vinden. De isoleercel waar men zo dicht op elkaar stond gepakt dat levenden lijken ondersteunden. Naakt stond men daar, de stank van uitwerpselen overheerste de lucht van bloed, zweet en tranen. Achter het prikkeldraad nodigde de vrije natuur de gevangenen over het hek te klimmen, de vrede tegemoet. Maar die uitbraak moesten ze met de dood bekopen. Die verhalen, nauwelijks te bevatten, markeren het gemoed bij het werk van Gerhild van Rooij. Zichtbaar tekenen ze zich af in de nauwelijks geënsceneerde platen geschoten op locatie. Het is wachten op het juiste moment. Dat geduld heeft achteraf geen bewerking nodig om tot die bepalende sfeer te komen, want dat spreekt sowieso naturel boekdelen.

    Van Rooij is met Ben Strik, onder meer aan hem is de tentoonstelling een eerbetoon, terug gegaan naar de plek van verschrikkingen. Niet om er de heroïsche verhalen te horen, de aantallen vermoorden te vernemen en de barakken en wachttorens van Kamp Vught te bezoeken. Maar om het kleine leed, de leegte in de ogen, de stilte uit het verleden te voelen. Een hand op het prikkeldraad, de blik op oneindig. De gedachte aan duisternis en dood – waarom zij wel en ik niet -, licht aan het eind van de tunnel. Gerhild van Rooij heeft die abstracte gedachte in beeld weten te brengen, er woorden aan gegeven.

    Immens maar stil verdriet

    De kleine tentoonstelling in de Heerenveense bibliotheek verbindt die beelden met woorden. Tussen de regels door en langs de platen is het verhaal voelbaar. Het verhaal van verschrikking en onmenselijk leed is tastbaar onder woorden en in beeld gebracht. Op een abstracte manier, waardoor niet meteen duidelijk is welk leed wordt aangeroerd. Wanneer ik anders kijk naar wat ik zie, mijn oor te luisteren leg naar wat ik lees, ontdek ik het beeldmerk van immens maar stil verdriet. Niet alleen van die oorlog die op 4 en 5 mei herdacht wordt, maar zeker van wat er daarna plaatshad en nog altijd plaatsvindt. Het is een smet op het blazoen van de wereld.

    Schatbewaarder nalatenschap

    Gerhild van Rooij is schatbewaarder van de nalatenschap van kunstenaar en dichter Jan Loman. In deze tentoonstelling wordt vooral zijn literaire werk subtiel verbonden met het onderwerp oorlog en natuur. Daarin of daardoor heeft ook Loman zijn sporen nagelaten. ‘het maaiveld verhult / scherven uit terpaarde en / luchtafweergeschut’. In een scherpe haiku drukt hij een universum aan gedachten uit. Want het bedekken van wat eens geweest is, het aan het oog onttrekken van een verleden, werkt een vergeten in de hand. Dat is triest voor de mensen waarvoor de scherven zo belangrijk zijn, want het is hun leven, het is hun verhaal, een geschonden leven en vergeten verhaal. Maar het kan ook een verstoppen zijn om te bewaren, zodat het niet wegraakt in de vergetelheid. Dat het ooit eens weer boven water komt als bewijs van wat was. Schrijver Martsje de Jong zei dat zo treffend in haar openingswoord van de tentoonstelling: “De wierheid, hoe skrinend ek, hâldt har plak yn it ivich argyf dat ús grûn is.” Die scherven liggen onder het maaiveld verborgen, in de klei begraven, onder het zand bedolven. Maar wanneer we het kunnen gebruiken om het verleden te duiden in de toekomst is het eenvoudig op te graven. Het is de grond waarop wij leven, een eeuwig archief zoals Martsje de Jong het noemt.

    Laagdrempelige activiteit

    Een rommelig ingerichte tentoonstelling noem ik het. Eigenlijk komen de beelden en teksten van Gerhild van Rooij niet goed uit op deze plek in de Heerenveense bibliotheek Mar & Fean. Voordeel is wel dat het een laagdrempelige activiteit is. Na het uitzoeken van boeken, het lezen van een tijdschrift, kan een ieder er een kijkje nemen. Geen korte snelle blik over het tentoongestelde, maar een aandachtig opnemen van de indringende beelden en de aangrijpende teksten. Niet enkel is 4 mei het thema, niet slechts de Tweede Wereldoorlog staat in beeld. Het sluit aan bij het vieren van bevrijding, voor ons. Terwijl elders in de wereld vrede een ideaal is, maar ver weg staat van het dagelijks leven. Vrede gaat niet alleen over geen oorlog. De sporen die Gerhild van Rooij als voorbereiding voor het werk te zien in deze tentoonstelling heeft gevolgd maakt dat meer dan duidelijk.

    “Sporen van Oorlog en Natuur”. Foto’s en teksten van Gerhild van Rooij. Tentoonstelling in Bibliotheek Mar & Fean, Burgemeester Kuperusplein 48n in Heerenveen. Te zien van 4 mei tot en met 14 juni 2024.

  • Een kabinet met laden, een puntzak vol snoep

    Een dozijn vertoningen, dat is het Tekenkabinet nu sinds 2013, momentopnames van hedendaagse tekenkunst. In dat jaar richt Manja van der Storm het onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse tekenkunst op klein formaat op. Simpelweg omdat zoiets nog niet bestond, en ze van mening is dat de kunst van het tekenen meer aandacht verdient dan er tot op dat moment sprake van is. Dat tekenen met potlood en krijt is altijd enigszins een ondergeschoven kind gebleven in de bedstee van de kunst. Werd het lange tijd slechts als schets gewaardeerd, een voorbereiding op het grote ‘echte‘ werk, tegenwoordig is het een volwaardige tak van sport. De tekening is het resultaat van inspiratie en bezieling, niet langer alleen om het beeld in de vingers te krijgen. En niet enkel en alleen meer met potlood en krijt. Om als tekenaar werkende kunstenaars meer voor het voetlicht te krijgen organiseerde Van der Storm 11 jaar geleden voor het eerst het zogenoemde Tekenkabinet. Nu dus voor de twaalfde keer.

    112 tekenaars alfabetisch gesorteerd

    Het Tekenkabinet, een kast met vele laden van overwegend eenzelfde formaat waarin een keur aan kunstenaars opgeborgen liggen. Eenmaal per jaar worden de laden opengetrokken en is het werk in salon stijl gehangen aan de wanden van de Amsterdamse Projectruimte BMB. En dit jaar is een tweede tentoonstelling in Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Tijdens iedere voorstelling presenteren de deelnemende kunstenaars verschillend en ander werk. Een catalogus daarbij zet welgeteld 112 tekenaars alfabetisch gesorteerd op rij; een naslagwerk en collectors item ineen. Een souvenir om nog eens door te bladeren. Een zak snoep waaruit lastig te kiezen valt. Graag wil ik ieder zuurtje daarvan proeven. De één zal meer in de smaak vallen dan een ander. In de zak zoek ik eerst de mij bekende vormen, het snoep dat ik me al eens eerder lekker mocht laten smaken en waarvoor ik een voorkeur heb. En vervolgens probeer ik eens iets nieuws, een andere mij nog onbekende smaak om mijn zintuigen te prikkelen. Kunst is een kwestie van smaak. Maar als kritisch beschouwer zal ik de smaak uitschakelen en ieder snoepje op gelijkwaardige waarde schatten. Eerst zoek ik onwillekeurig de voor mij bekende namen eruit om vervolgens uit het andere werk aansprekende vormen te kiezen.

    Eigenlijk geeft iedere la die ik van het kabinet opentrek een nieuwe verwondering. Een ander helder zicht op de kunst van het tekenen. Ieder snoepje uit de zak heeft een eigen meug, geeft een persoonlijk genot. Het Tekenkabinet houdt van tekenkunst zoals ik van al het lekkers in die puntzak snoep houdt. Het toont daarom jaarlijks een selecte collectie, want uit de aanmeldingen zoekt het Tekenkabinet representatief werk waarin het tekenen tot recht komt. Het Tekenkabinet biedt een onafhankelijk podium zonder vaste locatie aan professionele, autonome kunstenaars. Ieder jaar opnieuw vinden deze een lade geschikt om in opgeborgen te worden. De laden zijn niet gelabeld en kunnen door ieder ander worden ingenomen. Het kabinet is geen galerie, kunstenaarscollectief, vereniging of stichting. Kunstenaars worden geen lid maar deelnemer per editie – resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. Dit is de derde catalogus die mij voorligt en ook nu weer ontdek ik ander werk en voor mij nieuwe kunstenaars. Zo wijst het Tekenkabinet mij de weg door de wereld van de tekenkunst.

    Twee tentoonstellingen, één catalogus

    Tekenkabinet XII bestaat uit 3 delen. Er zijn twee tentoonstellingen, waarvan de eerste op dit moment tot 19 mei loopt in Projectruimte BMB. Een tweede expositie is in de zomer van 2024, van 2 augustus tot 15 september, in Galerie Art Singel 100. De online webshop waarvan de catalogus een verslag is vormt de derde poot onder het atelierkrukje. Op deze manier zullen er van de meeste deelnemende kunstenaars in totaal drie tekeningen te zien zijn, maar niet tegelijk. Het is dus zaak de locaties in Amsterdam te bezoeken, de webshop te bekijken en de gids aan te schaffen. De catalogus geeft aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. Een goed ogend beeld van handschriften, gedachten, gebruikte materialen en fantasieën met als drager dienende papiersoorten op klein formaat. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de gids het navigatiesysteem, de webshop de handleiding.

    De omslag van deze gids, editie XII, toont een verkreukeld stuk papier. De prop is het beeldmerk van hoe er eeuwenlang naar het tekenen gekeken is. Als een artikel om weg te gooien. Te schetsen en uit te werken, waarna de functie verloren is en het werk als een prop in de prullenmand kan. Maar de werken in het boekje krijgen erdoor waarde en bestaansrecht. Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken zijn geselecteerd. Want het Tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het Tekenkabinet en initiatiefnemer Manja van der Storm. En ik vind nog een lekker snoepje in één van de laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.

    Catalogus Tekenkabinet, editie XII. Concept, vormgeving en productie Manja van der Storm. Eerste druk, april 2024.