Categorie: Drents Museum

  • Drents Museum groot in Microkosmos

    De mens heeft altijd gejaagd en verzameld, nog vóór hij begreep waarom. Wat ooit noodzaak was, werd later verlangen. Ooit joeg de mens op dieren en verzamelde hij wat de natuur bood; later verschoof de jacht naar objecten en werd verzamelen een manier van kijken. Van overleven naar bezitten, van noodzaak naar betekenis. In jagen als actieve gerichtheid en verzamelen als behoud en ordening verenigt de moderne mens beide in de figuur van de collectioneur – een houding die haar vroegste, tastbare vorm vindt in de Wunderkammer. Een dergelijk kunst- en rariteitenkabinet is een wereld in het klein, een microkosmos. Een aantal eeuwen geleden had iedere zichzelf respecterende, meer dan gemiddeld vermogende familie een dergelijke verzameling. Die werd aangelegd tijdens reizen naar vooral het Oosten en de binnenlanden van Afrika. Maar ook in Europa was genoeg te ontdekken om als rariteit te verzamelen. Echter na de 19e eeuw raakte de wonderkamer enigszins uit de gratie en ontstonden uit dergelijke bonte verzamelingen oudheidkamers en musea.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    Het Drents Museum, ooit ontstaan om archeologische en historische vondsten te bewaren en te tonen, besteedt aandacht aan het fenomeen Wunderkammer in een soort van afscheidstentoonstelling voor de scheidende museumdirecteur Harry Tupan. Kunsthistoricus Tupan is een verzamelaar en heeft in zijn museumtijd de collectie op alle deelgebieden fors uitgebreid: “Een levenslange zoektocht naar schoonheid en verwondering. (…) Ik doe heel veel vanuit mijn gevoel”. Als hartstochtelijk en gepassioneerd collectioneur met een fijne neus voor bijzondere voorwerpen en kunstobjecten zit je in een museum uiteraard op een droomplek. Er is een ruimte tot je beschikking waar al het verworven materiaal kan worden opgeslagen en, belangrijker, aan publiek kan worden getoond. Hoewel de inhoud van een Wunderkammer vroeger alleen geopend werd voor familie en vrienden, tegenwoordig is een museum laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk.

    Cabinet of curiosities

    Het rariteitenkabinet is de voorloper van het museum. In die wereld waarin objecten en attributen van overal en nergens, die weinig overeenkomsten met elkaar schijnen te hebben, zijn samengebracht draait het vooral om verwondering – steeds opnieuw keert dat woord terug, schoonheid en het zonderling bijzondere van de vertoning. Het Drents Museum heeft in het bestaan meerdere van dergelijke eigenaardige tentoonstellingen georganiseerd. Het museum beschouwt deze Microkosmos als één groot kunstwerk waarin traditionele objecten uit de Wunderkammer praktijk samengevoegd worden met wonderlijke hedendaagse kunstwerken. Want het cabinet of curiosities staat weer volop in de belangstelling. Meer dan de gangbare tentoonstellingen van beeldende kunst is de verwonderkamer een belevenis op zich, daarom niet verwonderlijk dat moderne jagers en verzamelaars, hedendaagse kunstenaars, er heil in zien het onder de aandacht te brengen.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    In het museum kan de bezoeker zich vergapen aan de opstellingen en uitstallingen, waarin de objecten zich merkwaardig genoeg natuurlijk tot elkaar verhouden. Onder de titel Microkosmos is het museum als een zoekplaat om al die schoonheid te ontdekken. De verrassend vormgegeven catalogus kan daarbij een reisgids zijn. Achtergronden van de bijzondere verzamelstukken worden gegeven, verzamelaars komen aan het woord, kunstenaars geven uitleg over hun werk en de geschiedenis van de Wunderkammer wordt belicht. De uitgave is een waar verzamelobject en een welkom naslagwerk wanneer de kabinetten van de tentoonstelling straks zijn uitgeruimd. Het Drents Museum, altijd op zoek naar de verwondering, heeft onder leiding van Harry Tupan meerdere van dergelijke bijzondere tentoonstellingen georganiseerd, en daarbij meerdere passende catalogi uitgegeven als rariteiten in de boekenkast, zoals Viva la Frida!

    Historische verzamelingen

    In de begeleidende publicatie wordt dat instinct expliciet benoemd: “Noem het menselijk instinct, noem het een drang of soms een verslaving, het zit in de menselijke natuur om te bewaren. Om te overleven, te herinneren, uit persoonlijke fascinatie of als middel om jezelf mee te presenteren naar de buitenwereld.” Lees ik als inleiding op een hoofdstuk in het boek. “Deze individuele bewaardrang was het startpunt van verzamelingen en uitzonderlijke ‘collecties’. Als instellingen gaan verzamelen, wordt er nieuwe invulling gegeven aan die drijfveer. Kennis vergaren, onderzoeken en vergelijken, maar ook financiële motieven spelen een rol.” Niet alleen het rariteitenkabinet en later het historisch museum is een middel om de wereld te ontdekken, ook in het kunstmuseum kan een tot dan onbekende nieuwe wereld worden aangetroffen. De objecten hebben een verhaal, een boodschap die nu kritisch benadert zal worden. De historische verzamelingen zijn in het verleden niet altijd op een manier verworven die een schoonheidsprijs verdient. Verzamelen is immers onlosmakelijk verbonden met commercie en handel. Maar het is geschiedenis en toont hoe men destijds de wereld bekeek en zich dacht de schoonheid ervan te mogen toeëigenen. De medaille heeft twee zijden. Er is de verwondering over de verzameling en over de manier van verwerven. De verzamelaars van toen hebben heel wat uit te leggen en excuses te maken.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    Het boek beschrijft en de tentoonstelling toont een keur aan verzamelingen, waarbij Tupan hoopt “dat monden van mensen gaan openvallen doordat we het onbekende naar binnen hebben gehaald”. Microkosmos laat natuurlijk objecten en kunstwerken van anderen zien, maar deze wereld in een Wunderkammer is toch vooral de omgeving waarin Harry Tupan graag verkeert. Er is in de uitgave dan ook ruim aandacht voor Tupan, die na ruim 45 jaar verbonden te zijn geweest aan het Drents Museum in september 2025 met pensioen is gegaan. Daarnaast komen verzamelaars aan het woord die hem fascineren als mens, hoe ze eruit zien, zoals ze zich gedragen en zoals ze doen. Dat weerspiegelt zich in hun collecties vindt Tupan. “Eigenlijk is die collectie hun spiegel, ze zijn het.” Ze hebben de behoefte om hun wereld te ordenen en betekenis te geven aan dingen, gedreven door verwondering en nieuwsgierigheid.

    Bewondering en verbazing

    Verder komt uiteraard het verzamelen zelf aan bod, de opbouw en inrichting van de rariteitenkabinetten door de eeuwen heen. Daarin spiegelt zich tevens de eigenaar, en reflecteert de wereld en de maatschappij in de tijd dat de Wunderkammer is ontstaan. Iedere uitstalling heeft een eigen historische waarde, de persoonlijke beleving van degene die het heeft samengesteld. Vooral het vervreemdende en het exotische trok en trekt nog altijd de aandacht. Het is fascinerend te zien wat men zoal belangrijk vond om te verzamelen.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    Behalve het oproepen van bewondering en verbazing droegen de rariteitenkabinetten ook bij aan kennisvermeerdering en praktische toepassing. Het waren niet slechts bonte collecties bijeengebracht van over verre grenzen, maar deze bevatten tevens talloze meestal merkwaardige verhaallijnen. Het schijnt dat alles wat bij wijze van spreken los en vast zat werd verzameld. Van de kleinste schelp tot de grootste krokodil en alles wat daar als artificialia en naturalia tussen zit. De inhoud van een dergelijk kabinet, dat inderdaad begint als kast met laden en bij uitbreiding van de collectie uitgroeit tot een volgestopte ruimte, is een verzameling objecten die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Echter zijn de voorwerpen met zorg uitgekozen: voor wat ze waard zijn, voor de herinnering die ze bij zich dragen, of wat ze voor de toekomst of het verleden betekenen. Voor de verzamelaar heeft het een persoonlijke betekenis. De buitenstaander kan zich er kostelijk mee vermaken.

    Kunstenaar is ontdekkingsreiziger

    De Wunderkammer staat opnieuw in de belangstelling en hedendaagse kunstenaars houden zich er op een moderne manier mee bezig. De klassieke Wunderkammer gaat over exclusiviteit, tegenwoordig juist over inclusiviteit. Pronkte men eertijds met zeldzame voorwerpen, nu worden kunstobjecten gemaakt van alledaagse materialen. Zo verschuift de aandacht maar blijft de verwondering het toverwoord. Het weerspiegelt een diepgewortelde menselijke fascinatie voor verzamelen, ordenen en bewaren. Het is niet slechts een etalage van exotische curiosa, maar een kritisch podium waarin vragen over duurzaamheid, kennis en macht worden gesteld. Een spiegel van de tijd waarin we leven. De kunstenaar is ontdekkingsreiziger en vindt andere manieren om met bestaande materialen nieuwe verhalen te vertellen. De Wunderkammer is volwassen geworden. De jagers en verzamelaars uit het verleden zijn in het heden nog altijd op zoek naar rariteiten om collecties aan te leggen. De wereld verwondert zich.

    Microkosmos, de wereld in een Wunderkammer. Publicatie ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Drents Museum. Van 7 september 2025 tot en met 1 maart 2026. Waanders Uitgevers / Drents Museum, 2025.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet
    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet
  • Collectie figuratieve kunst in Drents Museum

    Met Gen F zendt het Drents Museum een krachtig signaal uit. Het profileert zich nadrukkelijk als voortrekker op het gebied van het collectioneren van hedendaags realisme. Gen F; generaties kunstenaars erfelijk belast om de waarneming van de zichtbare werkelijkheid te beelden. Gen F; het overzicht van de door het museum verzamelde figuratieve kunst over de afgelopen decennia. Met name werken waarmee het museum de naam en faam als verzamelaar van deze kunststroming onderstreept. En waarmee het zichzelf als het ware stevig in de kunstmarkt zet. Een kraam waarvan de kunstkenners en -liefhebbers maar al te graag een beeldend graantje willen snoepen. Het Drents heeft zich de autoriteit op het gebied van het hedendaags realisme met verve toegeëigend, het geeft de toon aan en andere musea spelen hun partij in de maat mee. Dit is mede te danken aan de vertrekkend algemeen directeur Harry Tupan. Eerst als conservator hedendaagse kunst zette hij het Drents Museum al voorzichtig op de kaart, maar later als directeur wist hij Assen tot het middelpunt van vooral het Nederlands realisme te maken. Mooier kan hij het zich dan ook niet wensen om op deze manier, met een grote tentoonstelling en daarbij een kleurrijk collectieboek, afscheid te nemen van ‘zijn’ museum.

    In de tentoonstelling over 75 jaar figuratieve kunst kan de bezoeker in het Drents Museum de werkelijkheid welhaast aanraken, door het boek Gen F is dan elke millimeter schijnbare waarheid tastbaar te onderzoeken. Want wel is de waarneming van de zichtbare werkelijkheid uitgangspunt voor de collectie hedendaags realisme, het vertalen van zien en het interpreteren van het geziene op doek en papier of in een ruimtelijke vorm is aan de kunstenaar zelf. Het is zijn of haar waarheid. Deze waarheid hoeft geen echtheid te zijn, de realiteit van het beeld is onderhevig aan wat de kunstenaar ermee wil vertellen en wat de beschouwer erin ziet. Het is geen zuivere waarheid, stemt niet altijd overeen met de werkelijkheid. Daarom dekt figuratief beter de lading dan de term realisme dat doet. De figuratie is uit de werkelijkheid genomen, het resultaat stijgt boven het zijn uit en reflecteert het gevoel bij wat gezien is.

    Schilderijen van het echte leven

    Dit boek gaat over de Nederlandse kunstenaars die vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw kiezen voor de figuratie en verzameld zijn door het Drents Museum”, lees ik in de uitgave Gen F 75 jaar figuratieve kunst. Dat het Drents met deze stroming wegloopt, en na 1994 serieus aan het verzamelen raakt, is omdat het Groninger Museum en het Fries Museum minder interesse hebben in figuratief werk van kunstenaars in Noord-Nederland. De tentoonstelling nu belicht meerdere generaties kunstenaars, echter niet elke Nederlandse kunstenaar is in de verzameling van het Drents Museum vertegenwoordigd. Daarom is het boek bij de tentoonstelling een catalogus van de eigen collectie en geeft geen overzicht van datgene wat speelt in de hedendaagse figuratieve kunstwereld. Het is derhalve een Drents feest ter ere van de scheidend directeur. “De aard van de collectie bepaalt dus welke kunstenaars en werken in het boek zijn afgebeeld”, schrijft Tupan in het voorwoord. “Ook hebben wij binnen de collectie keuzes moeten maken.” Maar er wordt gewerkt aan het online toegankelijk maken van alle kunstwerken uit de collectie, zodat de niet afgebeelde werken en tevens de verzamelde internationale figuratieve kunst integraal bekeken kunnen worden. Echter ligt voor dit project de focus op Nederland. Ondanks de leemtes die noodgedwongen optreden is Gen F toch een duidelijk overzicht van wat er in 75 jaar door kunstenaars aan de werkelijkheid is toegevoegd.

    Hoofdconservator Annemiek Rens biografeert in haar essay de figuratieve kunst. Nederland blijkt een sterke traditie op dit gebied te hebben, het gebruik van verbeelden dat al vanaf de zeventiende eeuw een hoofdrol speelt in de kunstwereld. In aanloop tot wat hedendaags aan onderwerpen wordt uitgebeeld was het gewone leven inspiratie en waren wolkenluchten en modderige weggetjes reden tot schilderen. Schilderijen van het echte leven worden zeker buiten de landsgrenzen gewaardeerd, en nog geeft dat normale zijn in iets andere vorm voortdurend aanleiding tot verwerken. Gen F geeft daarvan een goed beeld. De werken zijn herkenbaar, menselijk, maar gezet naar de hand van de kunstenaar. De huid is zichtbaar, de gelaagdheid geeft voeling. Want achter het zichtbare is het gevoel bij de werkelijkheid aanwezig. Voorbij het alledaagse wordt een diepere werkelijkheid onthult. Er is geen duiding van de waarheid op zichzelf, maar de beleving daarvan krijgt beeld. Het is verbeeldende kunst, meestal zonder maatschappelijke boodschap; het werk gaat over universele thema’s als liefde, ouder worden, dood, harmonie en verwondering. Ook worden elementen uit verschillende tijden gecombineerd in het eigen werk – verleden neemt deel in het heden.

    Collectie hedendaagse kunst

    Het opbouwen van een collectie vergt lef, visie en steun.” Harry Tupan heeft een rotsvast geloof in de figuratie en sloeg tegen alle kritiek in aan het verzamelen. Mede aan zijn lef en visie heeft het Drents Museum de omvangrijke collectie te danken. In haar verhaal beschrijft Rens tevens de instanties zorgend voor het bloed in de kunst en via welke wegen werken op de markt komen en waar deze worden bewaard en tentoon gesteld. Belangrijk in deze keten waarop de kunstwereld is gefundeerd zijn de schakels van de particuliere verzamelaars. Deze zorgen voor uitbreiding van openbare collecties door schenkingen en langs stichtingen en fondsen doorverkochte objecten, en zijn daarmee een enorme steun. Zonder deze mecenassen zou er geen museum kunnen overleven, het vormt meestentijds het hart van de collectie. In het artikel worden deze schenkers dan ook met naam en toenaam genoemd, hoewel er zijn die anoniem wensen te blijven. De collectie van het Drents Museum heeft karakter, roemt Annemiek Rens de eigen verzameling, waar verrassende ontdekkingen gedaan kunnen worden daar het museum de figuratieve kunst breed opvat. Boegbeeld is natuurlijk Matthijs Röling, die als vrijgevochten rebel zijn leven lang naar de werkelijkheid schildert met de ambachtelijke perfectie van de oude meesters. Onlangs is er een boek verschenen met daarin de hele Röling-collectie die het Drents Museum bezit. Maar ook andere grootheden kunnen gevonden worden in het depot en wisselend in de zalen.

    In het boek zijn een honderdtal schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken afgedrukt uit de collectie hedendaagse kunst van het Drents Museum dat ruim 5000 objecten omvat, chronologisch ingedeeld naar het geboortejaar van de kunstenaar. Deze indeling laat daarom de ontwikkeling zien die kunstenaars van verschillende opeenvolgende generaties hebben doorgemaakt. “Dat biedt houvast, en laat tegelijkertijd zien hoe divers het palet aan verschijningsvormen van figuratie is, ongeacht de tijd waarin iemand opgroeit.” Zoals voor boek en tentoonstelling een keuze is gemaakt uit de collectie, zo kiest Annemiek Rens voor haar verhaal een aantal kunstenaars om het werk te bespreken zonder de andere niet genoemde tekort te willen doen. Het is een waardevolle aanvulling, maar eigenlijk niet nodig omdat de afbeeldingen voor zichzelf spreken. Na de teksten volgt een catalogus om van te smullen. Op de punt van mijn stoel beschouw ik de diverse werken die binnen de stroming talloze aan elkaar verschillende uitingsvormen heeft.

    Ultrakorte biografiën

    Tegen de stroom in zetten kunstenaars met geboortejaar voor 1940 zich aan de waarneming in hun werk. Tegen de stroom van het constructivisme en de abstractie in, tegen stijlen die de waarneming van de werkelijkheid afzweren. De figuratieve kunst wordt gezien als oubollig, ouderwets en achterhaald. Toch handhaaft deze kunstrichting zich en wordt gaandeweg de eeuw geaccepteerd naast al de andere indrukken en uitingen. Nieuwe generaties kunstenaars bekijken metier met frisse blik en passen het eigentijds en actueel in. Zoals het een complete catalogus betaamt is deze Gen F uitgebreid met ultrakorte biografieën van de kunstenaars, een opsomming van tentoonstellingen en publicaties. En is er een Engelse vertaling opgenomen. Als kers op de taart een klein fotoalbum met bijzondere momenten in de verzamelgeschiedenis. Het Drents is volgens Rens niet alleen een museum “voor kunst die af is, maar ook voor kunst die nog gemaakt moet worden. De collectie is dus verre van afgerond. Er is juist volop ruimte voor de blik vooruit met kunst die blijft verrassen en in alle opzichten springlevend is.”

    Gen F – 75 jaar figuratieve kunst. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Drents Museum, 15 februari tot en met 17 augustus 2025. Teksten Harry Tupan, Annemiek Rens, Barber van der Laan. Uitgave Drents Museum / Waanders Uitgevers, 2025.

  • Matthijs Röling, de jongste van de oude meesters

    Eerlijk moet ik bekennen dat bij het vallen van de naam Röling ik als eerste dacht aan de extravagante Marte. De beeldhouwer en schilder die onder meer ook platenhoezen, postzegels, theaterdecors, wandschilderingen, affiches, kostuums, reliëfs en films ontwierp en zelfs een tram beschilderde. Een vrouw in de kunst derhalve die haar mannetje staat. Zij is echter de nicht van Matthijs Röling, over wiens werk onlangs een lijvig boek is verschenen. Matthijs wordt geroemd als de jongste van de oude meesters en is vorig jaar op 81-jarige leeftijd overleden. Zijn dromerige tuingezichten had ik als collectiebeheerder bij Museum Belvédère eerder door de handen om in een tentoonstelling aldaar op te hangen. Dat was dus mijn eerste kennismaking met zijn werk. Ik maakte er in coronatijd zelfs een korte film van, waarbij de mijmerende tuin van Matthijs Röling naast het realistische pruimenboompje van Jan Mankes werd getoond.

    De kunst waart door de familie Röling. Neef en nicht zijn begiftigd met het juiste talent om het leven te verbeelden. Meerdere leden hebben creatieve gaven. Weet Marte zich luidruchtig te manifesteren, Matthijs houdt zich min of meer afzijdig: het stille water met de diepe grond. Hij is een geboren schilder, die sentiment in zijn werk legt zoals Jan Mankes verstild en poëtisch zijn omgeving benaderde. Het onlangs verschenen boek, dat een catalogus bij zijn oeuvre zou kunnen zijn maar de gehele Röling-collectie van het Drents Museum bevat, geeft een goed inzicht in leven en werken van Matthijs Röling. Niet alleen is deze collectie van zijn schilderingen en tekeningen afgedrukt, ook wordt zijn leven in verhalen uitgedrukt. En tevens is er een beeldessay die een indruk geeft van het kleurige interieur van zijn huis in Ezinge. Aan de hand van de foto´s van Mischa Keijser kun je inlevend op de bank bij de haard gaan zitten, zoals ik langs de paden door de geschilderde tuin van Röling loop. Een totaalbeleving derhalve.

    Röling-collectie

    Wat altijd opviel was Matthijs’ grote liefde voor de schilderkunst die ontleend was aan de waarneming van de zichtbare werkelijkheid”, schrijft museumdirecteur Harry Tupan in het voorwoord. Tupan mag als een autoriteit op het gebied van het werk van Röling gezien worden. Hij houdt zich al 40 jaar intensief bezig met het werk van de kunstenaar en onderhield nauw contact met hem – was er kind aan huis zou je kunnen zeggen. In 2005 organiseerde Tupan de overzichtstentoonstelling Mimesis in het Drents Museum, waar in 1965 al de eerste museale tentoonstelling van de schilder plaats had. Mede door een schenking van achterneef Cees Röling bezit het Drents Museum, dat een podium van betekenis is voor Nederlandse figuratieve kunst, 114 schilderijen, tekeningen en schetsboeken van de meester, de grootste en meest belangrijke Röling-collectie ter wereld.

    De grote wens van het Drents Museum en niet in de laatste plaats die van Harry Tupan is in vervulling gegaan, namelijk om de gehele Röling-collectie samen te brengen in een boek. “Met deze publicatie eren wij één van de grootste Nederlandse kunstenaars die de moderne figuratieve kunst heeft voortgebracht”, prijst de algemeen directeur van het Drents Museum de uitgave dan ook aan. En het is met recht een eerbetoon daar het een prachtig boek is geworden, waar het museum trots op is en waar de kunstenaar – was hij nog in leven – ongetwijfeld verguld mee zal zijn geweest. Zijn werk komt er goed in uit, hoewel het uiteraard in het museum op zaal de beste beleving geeft.

    Een rebelse kunstliefhebber

    In de biografie “een rebelse kunstliefhebber” duikt kunsthistoricus Floor van Heuvel in het leven van Matthijs Röling en houdt diverse afgemeten perioden tegen het licht. Het ouderlijk huis, de kunstacademie, de eerste successen, het docentschap en de stormachtige samenwerkingen tot een rustiger leven geven onder meer een compleet beeld. Voor Röling was schilderen een vorm van therapie, schrijft Van Heuvel. “Dagenlang kon hij zich verliezen in een schilderij, om in de dagen erna weer mateloos enthousiast aan zijn studenten over kunstgeschiedenis te vertellen.” Bijna niemand had zoveel talent en kennis als Röling, daardoor kroop hij al te vaak in zijn eigen wereld en vergat zijn directe omgeving. Hij leefde de kunst en de kunst leefde hem. Hij was als het ware de kunst zelf. Hij is dood, maar leeft voort in zijn schilderijen. Bekijk ik de tuin in Ezinge door hem geschilderd, kan ik hem zo zien wandelen over het pad tussen de hagen en loop ik een stukje met hem mee. Of kijk over zijn schouder mee wanneer hij liggend naakt op gestreepte doek in olieverf op paneel zet. “In mijn schilderijen schijnt de zon, zijn geurige kruiden, vriendelijke dieren, mooie landschappen. Daar hoeven onze gedachten niet zo veel verder te gaan dan waar het heerlijk zwemmen is en waar de wijn overstroomt.

    Plekken waar je wilt zijn

    In het essay “Plekken waar je wilt zijn” betrekt Gijsbert van der Wal het zijn van Röling op het eigen wezen. Dat maakt zijn verhaal persoonlijk, tussen de regels door kan ik me er zelf in vinden. Van der Wal zoekt op internet een nieuwe woning, waarin hij kan leven en werken. Een woning in oude stijl, een huis als dat van Matthijs Röling, zo blijkt. Met de geschilderde interieurs in gedachten kijkt hij onbewust bewust in de woning om zich heen en keurt het al snel af wanneer oorspronkelijke details door moderne elementen zijn vervangen. Hij erkent dat hij geen ouderwets huis zoekt, maar een tijdloos onderkomen, een wereld vol welbehagen. Dat lijkt nu te verdwijnen en verleden tijd, terwijl het in de jaren dat Röling het vastlegde er gewoon was. “Een kalme, wat dromerige hippiewereld vol natuur, zonlicht en vanzelfsprekend naakt, die je ook kunt binnengaan in, noem eens wat, de gedichten van Rutger Kopland, de liedjes van Boudewijn de Groot, de verhalen van Fritzi Harmsen van Beek en Herman Pieter de Boer. (…) Er hangt wel af en toe een wietlucht in zijn interieurs en tuinen, maar er liggen goddank nooit yogamatten, en Boeddhabeelden uit de Xenos vind je er ook niet. Het is een wereld van ver voor de zelfhulpboeken en de life coaches op Instagram en TikTok.

    Van der Wal vindt dat huis niet waarnaar hij op zoek is. Zijn eigen woning heeft namelijk al die sfeer van Röling, het komt althans het dichtst in de buurt van wat hij zoekt. Hij heeft er een koninkrijkje van boeken, kunst en gezellige rommel gesticht, “hier zijn ook vloeren en vensterbanken waarover schaduwen schuiven. De blik waarmee ik naar mijn interieur kijk is mede door het werk van Matthijs Röling gevormd.” Als zijn kamers eenmaal in je hoofd zitten zie je er overal iets van terug, ervaart Van der Wal. Schilders als Röling herinneren ons eraan dat je eigen dagelijkse omgeving een onuitputtelijke bron van kijkplezier en levensvreugde is.

    Wat wil je nog meer?

    In het gesprek dat Harry Tupan een jaar voor zijn dood met Matthijs Röling heeft komen ook biografische elementen naar voren. Op deze manier, gegoten in een interview, leert de lezer de kunstenaar beter kennen omdat het zijn eigen woorden zijn waarin hij het leven vat. “Ik heb een heerlijk beroep. Soms vind ik een mooi plankje, schilder ik heerlijk een aantal uren in de tuin en dan krijg ik daar ook nog een paar duizend gulden voor. Wat wil je nog meer?” Tupan stelt duidelijke vragen waarin het lijkt of hij de gesprekspartner woorden in de mond legt. De heren kennen elkaar echter zo goed dat ze voor elkaar kunnen spreken. “Voor mij is het de realiteit proberen te vatten. dat is voor mij de essentie van mijn vak. (…) De fantasie mag je nooit vergeten, natuurlijk. En abstracte waarden spelen in alle kunst een rol. Alle kunst is abstract, maar niet non-figuratief.

    Met de woorden van de schilder krijgen de beelden in het boek een leven. Ze komen bij wijze van spreken in beweging door de formulering van de kunstenaar, door zijn zienswijze legt hij de beeldtaal in mijn ogenblik. “Ik heb altijd graag getekend. Dat is wel de basis van je werk, tekenen, zeker. Tekeningen zijn spontaner en directer dan schilderijen. (…) Ik heb het grote geluk gehad dat ik niet gehinderd ben in datgene wat ik het leukste vind en het beste kon. Enorm geluk.

    Matthijs Röling. Teksten Harry Tupan, Floor van Heuvel, Gijsbert van der Wal, Barber van der Laan. Beeldessay Mischa Keijser. Uitgave Drents Museum / Waanders Uitgevers, 2025.

  • De werkelijkheid volgens Antonio López

    Schilderen, daar houd ik echt van. Maar tekenen is ook prachtig, niet iedereen kan dat. Iedereen kan schilderen, maar niet iedereen kan tekenen. In het tekenen vind ik een manier om te communiceren. De taal van tekenen is vloeiend en natuurlijk. Eenvoudig en simpel. Maar tegelijkertijd zo complex.” Dat het niet eenvoudig is om een goede tekening neer te zetten blijkt uit het werk van Antonio López. Wie nog in staat is om de tentoonstelling in het Drents Museum te bezoeken zal dit beamen. Nog tot en met 2 juni presenteert deze meester van het Spaanse realisme daar zijn werk. Wie de zaal binnengaat wordt gewaarschuwd in een donkere ruimte terecht te komen. Hier staan in gedimd tot oplichtend licht enkele van López beeldhouwwerken opgesteld. Houten en gipsen modellen waaruit blijkt dat de kunstenaar meer is dan schilder en tekenaar. In het licht van de zaal daarna vallen meteen de menshoge kinderkoppen op. Het is een overtuigende kennismaking met de kunstenaar.

    Twee grote liefdes

    Voor de catalogus bij de tentoonstelling is algemeen directeur Harry Tupan met Antonio López in gesprek. De kunstenaar is openhartig en spreekt gedetailleerd over de kunst in het algemeen en zijn kunst in het bijzonder, even nauwkeurig als dat hij zijn werk heeft opgezet. Precisie en nauwkeurigheid vormen het fundament van zijn werk, deze zijn voor López essentieel. “Ik heb twee grote liefdes gekend die mij veel hebben geleerd en enorm hebben beïnvloed”, laat hij weten. “Enerzijds de oude, anderzijds de moderne kunst.” In zijn studietijd ontdekte hij het surrealisme en leerde anders naar de wereld kijken. Hij leerde de wereld begrijpen. Zijn vroege werken hebben nog elementen die boven de werkelijkheid steken, maar allengs laat hij deze los en geeft enkel de werkelijkheid weer zoals hij deze ziet. Deze ervaring, die belevenis, wil hij met zijn werk aan de kijker overbrengen. Veel van zijn tijdgenoten waagden de stap naar abstractie, maar López is simpel gelukkig wanneer hij realistische kunst maakt. Het vastleggen van dingen waar hij blij van wordt. Een drang tot herkenbare schoonheid in een technisch uitstekende uitvoering.

    “De wereld is een chaos”

    Echter toch niet met een fotorealistische kijk, een fotografisch oog, hoewel hij wel de werkelijkheid rauw sensitief en schilderachtig wil laten zien. Hoewel de straten leeg zijn is het panorama vol van leven. Een ruimtelijke benadering van de werkelijkheid. In de stadsgezichten is elk detail opgenomen, maar de mens ontbreekt. Niet opzettelijk, door zijn langzame manier van werken concentreert hij zich op statische elementen. Bijna altijd zijn de straten leeg, maken de stadsschilderijen een verstilde indruk. Het zijn werelden waar de tijd stilstaat. In de stilte overheerst de opwinding van het zijn dat er was en weer komen gaat. Het moment dat alles een ogenblik pas op de plaats houdt, de siësta – het leven heeft de deur achter zich gesloten. “De wereld is een chaos en er is een wil in mij om daar structuur in aan te brengen. Ik probeer die structuur door te voeren in mijn werk, anders heb ik het gevoel dat ik ‘val’.

    De werkelijkheid analyseren

    Binnen de hedendaagse Spaanse schilderkunst bestaat er geen andere kunstenaar die de stad Madrid zo waarheidsgetrouw en gedetailleerd heeft verbeeld als Antonio López, stelt kunsthistoricus Albert Mercadé. Bewust van de stedelijke werkelijkheid, de geest van de stad, schildert hij zowel de betere als de slechtere buurten zonder dingen weg te poetsen. Hij heeft een fascinatie voor het mysterie van de weidse vergezichten, de opeengepakte atmosfeer, het compacte licht en de raadselachtige gevels. De mensen zelf afbeelden zou de waarneming van de stedelijke omgeving vertroebelen, alleen hun sporen zijn indirect zichtbaar. Vastgelegd op momenten van maximale rust, rond zonsopgang en zonsondergang om de straten te kunnen afbeelden in hun volle, mysterieuze glorie geeft het de gebouwen en wegen een wonderlijke lading. López zoekt bij voorkeur een hoge positie van welke plek hij als in vogelvlucht een overzicht over de te portretteren stad heeft. Op een dergelijke manier kan hij vanaf dat standpunt de werkelijkheid analyseren. Ontleedt hij het beeld, anatomiseert de tijd in die werkelijkheid. Want hij heeft een grote hoeveelheid tijd nodig om zijn tafereel te maken. In die tijd is hij op reis met het beeld. Het licht van de gaande dag verschuift de werkelijkheid, de realiteit is in beweging en dient telkens opnieuw een duiding te krijgen, verklaart te worden. López wil de werkelijkheid zichtbaar maken maar deze niet letterlijk weerspiegelen. Wat ik zie in de werken is niet het moment op die plek, het is de invulling die de kunstenaar aan de voorstelling heeft gegeven. Hij heeft het niet dood geschilderd, maar levend verbeeld.

    Antonio López wil de werkelijkheid volledig ontleden en isoleren, vereenvoudigen en natuurlijk maken. Aldus kan hij de werkelijkheid op eenvoudige manier presenteren in zijn werk. Door alle ruis uit zijn kunst te bannen blijft als onderwerp de intieme dagelijkse werkelijkheid over. Uiteindelijk is hij tot een nieuwe beeldtaal voor de Spaanse realistische kunst gekomen. De verhaallijnen, versieringen en details zijn verdwenen en het door López gekozen thema is sober, direct en mysterieus weergegeven. Niet ontstaan uit een bovennatuurlijke benadering om de natuurlijke werkelijkheid te overstijgen. Daarentegen een sobere perfectie door steeds iets meer weg te laten. Hij is ervan overtuigd dat een schilderij nooit de volledige werkelijkheid, zoals hij deze wil overbrengen, kan vastleggen.

    Totale realiteit te zien

    Toch denk ik in het Drents Museum en bij het bekijken van de catalogus een totale realiteit te zien. Vooral in de tekeningen zet de kunstenaar zo gedetailleerd de plaats delict op dat er geen werkelijkheid meer bij kan. De getekende, huiselijke inkijkjes van de kunstenaar zijn doorregen met nostalgie. Het mysterieuze karakter wordt niet veroorzaakt door de voorstelling zelf, maar door de manier waarop de kunstenaar die heeft geënsceneerd. De tekening lijkt de kunstenaar te hebben vervoerd naar een verre dimensie. Het interieur dat wel als met een fish-eye objectief wordt bekeken is een portret van de intimiteit van de schilder. Het is een best voorbeeld van de moderne Spaanse figuratie.

    López komt in zijn afbeeldingen van een huiselijke omgeving tot de kern van het alledaagse. Door inkijk te geven in de meest intieme werkelijkheid van de mens, de eigen privéomgeving, opent hij deuren die normaal gesproken gesloten blijven. Hij maakt onder meer het toiletteren tot hoofdzaak, waar het in de kunst meestal bijzaak is. Hij kijkt niet voorbij aan de wasbak of de toiletpot, maar toont deze ongegeneerd in zijn werk. Het ‘gewone’ schilderen, waaraan wij voorbij kijken, dat er schijnbaar niet toe doet, decor is. Maar juist dat voor het voetlicht brengen, uit de coulissen in de hoofdrol. In de tentoonstelling confronteert López de bezoeker met een uiterst gedetailleerde inkijk in de essentie van zijn wezen. Met hem ben ik op reis door zijn eigen huis, krijg ik inzicht in zijn meest persoonlijke universum. In zijn werk worden saaie en schijnbaar onbelangrijke dingen verhoogd tot zaken van betekenis. De grote potloodtekeningen laten precies zien hoe zijn werkruimte erbij ligt. Daarbij nodigt een raambeslag uit om het venster te openen, zo werkelijk heeft de tekenaar zijn onderwerp op papier gezet.

    López is geobsedeerd door het leven. Het natuurlijke leven, precies zoals het is. Het leven is voor hem constant in beweging, maar legt het vast in de duurvorm van de tegenwoordige tijd. Zonder abstracte blik is er geen waardevolle presentatie van de werkelijkheid mogelijk. Het is altijd een combinatie van het tastbare en wat is waargenomen. Objectief versus subjectief. Hoewel het interieur en het stadsgezicht opvallende onderwerpen zijn, richt hij zijn blik ook op het bloemstilleven en portretten. Met een even verfijnde manier van werken komen deze uit de verf op het doek. Zijn gevoel ligt besloten in de werken. López’ geest waart door zijn oeuvre. Door zijn scherpe blik en langs zijn vaardige hand kijk ik in een werkelijkheid waarin de schilder op reis is, altijd onderweg.

    Antonio López, Meester van het Spaanse realisme. Tekstuele bijdragen Harry Tupan, Albert Mercadé, Floor van Heuvel, Violant Porcel en Toine Moerbeek. Uitgave bij tentoonstelling in Drents Museum. Waanders Uitgevers, 2024.

  • Op bedevaart met Jan Mankes naar het Van Goghhuis in Hoogeveen

    Een jarenlang onderzoek resulteert in een standaardwerk en een meer dan interessante tentoonstelling. Hoofdconservator Annemiek Rens dook in memorabilia, brieven en boeken om een onderbelichte periode in het leven van Vincent van Gogh nauwkeurig te kunnen beschrijven. Het Drents Museum daarop laat zien hoe een onderzoek beeld krijgt en levend kan worden. Tot en met 7 januari 2024 is in Assen de tentoonstelling ‘Op reis met Vincent – Van Gogh in Drenthe’ te zien. De publicatie met dezelfde titel is als catalogus en naslagwerk uiteraard langer door te bladeren, te bekijken en kan gelezen worden. Dat is het fijne van een onderzoek, een beschrijving of een catalogus: het houdt de herinnering vast wanneer het museum aan de volgende tentoonstelling toe is. Voor wie de tentoonstelling gemist heeft, het boek blijft. “Gelukkig hebben we de foto’s nog”…

    image

    De periode dat Vincent van Gogh in Drenthe is en werkt krijgt weinig aandacht in de reguliere kunstboeken. Het is een vrijwel onbekend hoofdstuk in de kunstgeschiedenis. Het wordt weggezet als minder belangrijk in vergelijking met zijn Franse tijd en de Nederlandse periode in Den Haag en Nuenen. Toch weegt het verblijf in Hoogeveen en Nieuw Amsterdam-Veenoord zwaar in zijn ontwikkeling als kunstschilder. In Drenthe beseft hij wat hij wil met zijn leven. Daar in de Drentse grond ligt zijn oorsprong als schilder, daar is het zaad van zijn kunstenaarschap ontkiemt. De mannen en vrouwen op het land, zwaar aan de arbeid, wekken zijn interesse en vormen zijn inspiratie. Hij gebruikt ze op afstand als model, want figureren wil de plaatselijke bevolking niet voor die rare man. In deze provincie ligt de basis van de schilderstijl die Vincent niet bij leven, maar later wereldberoemd heeft gemaakt.

    image

    Eigenlijk zal hij zich wel willen vestigen in Drenthe

    Vincent van Gogh is meer dan enthousiast over wat hij ziet wanneer hij in Hoogeveen uit de trein stapt. Door collega kunstenaars was hij op de schoonheid van deze provincie al attent gemaakt. Maar in dat moment zag hij het met eigen ogen. Hier was hij terug naar de natuur en zag hij de pure mens. Eigenlijk zal hij zich wel willen vestigen in Drenthe, omdat dit het mooiste is wat hem is overkomen schrijft hij in geuren en schetst hij in kleuren aan zijn broer. De omgeving tilt op van de inspirerende momenten en gelegenheden. Maar het klimaat zit Vincent tegen. Op 11 september 1883 komt hij aan, de nazomer is mooi maar de herfst is kil. Wanneer de winter invalt is het koud en loopt Vincent op 4 december in een zware storm vanuit Veenoord naar Hoogeveen om de volgende dag naar zijn ouders in Nuenen te reizen. Maar niet enkel de kou noopt hem zijn Drentse avontuur af te breken. Ook is hij eenzaam, voelt zich onbegrepen door de lokale bevolking en heeft geldzorgen.

    image

    In een onderzoek als deze stuit de onderzoeker op feitjes en wetenswaardigheden die anders verstoft in het archief blijven. Een schatkamer aan boeiende vindingen waarin je zoals de archeoloog op zoek in de piramide van Cheops de ene na de andere euforie beleeft. Zo’n aardige ontdekking is  bijvoorbeeld wanneer je leest dat Jan Mankes op huwelijksreis met zijn Annie Zernike in de voetsporen treedt van Vincent van Gogh door Drenthe. Als een soort van pelgrimstocht of bedevaart, want Jan was onder de indruk van het werk en levensverhaal van Vincent. Ook Mankes was op zoek naar een bepaalde bezieling in zijn werk en ook hij vond deze in de natuur en het leven op het land. In het oeuvre van Mankes is de invloed van Van Gogh terug te vinden. Rens noemt het opmerkelijk dat Mankes ervoor koos 30 jaar later de Drentse sporen van Van Gogh te volgen, omdat in de literatuur over de schilder de periode in deze provincie nauwelijks aan bod komt. Er was weinig over bekend, maar aan de hand van de in zijn tijd openbaar gemaakte brieven aan Theo was Mankes in staat een tocht uit te zetten.

    Het landschap bood hem rust en inspiratie

    Deze tocht doet hoofdconservator Annemiek Rens voor haar onderzoek en in haar boek nog eens dunnetjes over. Zij miste, tussen de talloze uitgaven die inmiddels over leven en werken van Vincent van Gogh zijn verschenen, een boek waarin vanuit een kunsthistorische en eigentijdse invalshoek naar de Drentse periode wordt gekeken. “Maar ook een studie waarin de betekenis van dit werk binnen het gehele oeuvre aan bod kwam. Een publicatie die als naslagwerk zou kunnen dienen binnen het internationale Van Gogh-discours, en tegelijkertijd interessant en leesbaar was voor een breder publiek.

    image

    Rens heeft gezorgd dat er nu zo’n standaardwerk voor mij opengeslagen op tafel ligt. Haar diepgaande en dus gedetailleerde onderzoek belicht de maanden waarin de schilder zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Drie maanden in afzondering van de kunstwereld hebben hem ruimte gegeven om na te denken over het kunstenaarschap. “Het landschap bood hem rust en inspiratie om te experimenteren met thema’s en techniek. De periode legde een belangrijke basis in de zoektocht naar zijn lotsbestemming.”

    In Drenthe ging Van Gogh terug naar de natuur en naar het pure individu, want in de stad was de mens volgens hem te veel gericht op uiterlijk in plaats van op hun innerlijk. Hoewel hij in de stad gefascineerd was door de arbeiders in de fabrieken, hij tekende en schilderde hen op allerlei manieren, wilde hij terug naar de basis. De arbeiders op het land werden zijn modellen. Aan zijn broer Theo schreef hij voor zijn vertrek: ‘Ik wou wel eens met de natuur alleen zijn – zonder stad.’

    image

    Het boek zal als reisgids kunnen dienen

    Het boek waarmee ik thuis op de bank in de voetsporen van Vincent kan treden schetst eerst de situatie van de provincie in de tijd dat Van Gogh daar rondzwierf. Het had twee gezichten. Het oude boerenbestaan, de woeste gronden en de pittoreske dorpjes tegenover een provincie die volop in ontwikkeling was. Een provincie die bij veel stadsmensen gevoelens van nostalgie opriep naar een wereld die in hoog tempo verdween. Maar ook een provincie waar kapitaalkrachtige verveners de wereld letterlijk op zijn kop zetten, waar grote infrastructurele werken tot stand werden gebracht en waar het boerenbedrijf zich steeds meer op de internationale markt richtte. “In die veranderende wereld zocht Van Gogh zijn eigen weg.”

    Daarna graaft Annemiek Rens zich diep in het Drentse avontuur van Vincent en ga ik met haar als gids op reis door het Drenthe van Van Gogh. Naast de informatie teksten is er naarstig gezocht naar afbeeldingen van werken die de schilder in de provincie heeft gemaakt. Het meeste daarvan is achterhaald, maar er blijven gaten vallen. Vincent schreef aan broer Theo wel over werk dat hij wilde maken, maar dat niet is terug te vinden. Het boek geeft een overzicht van wat er bekend is en welke omzwervingen deze werken hebben gemaakt om uiteindelijk daar te komen waar ze nu zijn. Het Drents Museum heeft vele daarvan in bruikleen genomen om te kunnen tonen in de tentoonstelling. Net als de publicatie geeft het museum een bijzonder historisch beeld van Drenthe rond 1883. Een interessante ondergrond om vervolgens het pad dat Van Gogh er is gegaan te volgen. Het boek zal als reisgids kunnen dienen voor de eens door Jan Mankes afgelegde bedevaart. Een pelgrimage naar Logement Albertus Hartsuiker, nu in Hoogeveen bekend als het Van Goghhuis. In dat pand heeft Vincent tijdens zijn verblijf in Drenthe een slaapplek op zolder gehad, voor een gulden per nacht. Een plaquette in de voorgevel maakt dit duidelijk.

    Op reis met Vincent – Van Gogh in Drenthe. Tekst en eindredactie Annemiek Rens. Met een bijdrage van Mark Goslinga en Jan van Zijverden. Catalogus bij tentoonstelling in Drents Museum van 11 september 2023 tot en met 7 januari 2024. Uitgave Waanders Uitgevers, 2023.

  • Water, terugkerend thema bij Tjibbe Hooghiemstra

    Kijk ik in water, spiegelt het mijn gezicht. Bekijkt mijn blik mezelf. Zijn mijn ogen, neus en mond een plaatje zonder lichaam. Is er alleen dat platte beeld zonder volume. Beroer ik de waterspiegel met mijn vingers, lijkt de reflectie aan stukken te breken. Echter in het oog van de cirkelgolven blijf ik mijzelf ontdekken. Luister ik goed dan hoor ik uit de diepte wat de Amerikaanse poëet Forrest Gander mij voor dicht: ‘the muted / slurping and tinkling of melting ice, the sloshing, the circling eddies, the / long gurgle of streams over stones, a crystalline plinking”. In gedachten vertaal ik dat met ‘het gedempte / slokken en tinkelen van smeltend ijs, het klotsen, / de cirkelende kolken, het lange geborrel van / stroompjes over steen, een kristallig rinkelen’. Melting ice, smeltend ijs, denk ik. Gander zit op een ijsschots en tuurt in ‘blue reflections riffled with fractal lines of light’ en hij voelt de zwaartekracht van iets roerig onbekends. Zijn dichterlijke vertalen van een ervaring met bevroren water is even mysterieus als de beeldende uitleg van Tjibbe Hooghiemstra.

    Tjibbe Hooghiemstra, Drents Museum de Buitenplaats, Van Spijk Art Books

    Oude kaarten als drager voor zijn composities

    De kunstenaar is geïnspireerd door het element water, gefascineerd door de verschillende vormen die H2O kan aannemen. Twee waterstofatomen verbinden zich met een zuurstofatoom, en zie daar een druppel vloeistof, een vlok vaste stof of een wolkje gas. En Hooghiemstra raakt bewogen, wordt in zijn creatie gestimuleerd door wat water met de mens doet. Het verschijnsel is onlosmakelijk met de aarde verbonden. De mens en andere gewervelde dieren bestaan voor het merendeel uit water. Water is leven. Maar water vormt ook een belemmering om van hier naar daar te komen. De kunstenaar laat zich in gedachten meevoeren over het obstakel en door de barrière op ontdekkingsreis en het uitzetten van zeekaarten. Oude kaarten gebruikt hij wel als drager voor zijn composities.

    De schilderijen en tekeningen lijken abstract of althans schijnen vereenvoudigde weergaven van het wateroppervlak en de ijsberg. De schilder vat de uitgestrektheid samen in kleurvlakken en een meervoud aan lijnen. Maar niet zo uitgewerkt dat ik er mijn eigen idee nergens aan kan toevoegen, in kan spiegelen. Oppervlakten van kleur waarin een afwijkende tint een vorm aangeeft. Of enkel een gradatie van dezelfde kleur een vlek inbrengt. Of het karakter van water uitgemeten in lijnenspel of wolken houtskool. De waterspiegel geeft geen geheimen prijs. De omgeving reflecteert niet op de golven.

    Tjibbe Hooghiemstra, Drents Museum de Buitenplaats, Van Spijk Art Books

    Werkelijkheid door het oog van de kunstenaar

    In het vel en op het linnen zie ik geen beweging, het zijn bevroren vergezichten. De drager ligt er stil bij, de huid verroert zich niet. Een onheilspellende stilte ligt over de verf, tussen de lijnen. Maar onderhuids vermoed ik volop opschudding en dynamiek. Onder de zichtbare beeltenis van het schilderij voel ik energie opborrelen. Nog even en dan komen de bellen boven drijven. In gedachten, met gesloten ogen – eerst nam ik namelijk het beeld in me op dat dan wordt geprojecteerd achter mijn oogleden – zie ik de drukte al komen in kalmte. Stille wateren, diepe gronden; die maakt Hooghiemstra zichtbaar.

    Hij onderzoekt water te verbeelden zonder te vervallen in een landschap of zeegezicht. Hij meet de lengte en breedte van het gevoel en legt dit vast in het volume van de schildering. De tekening is een vluchtige schets van de aard van water. Veelal zijn de werken collages van bestaande druksels, geschilderde delen en getekende vellen. Hooghiemstra schildert en tekent op bestaand archiefmateriaal om zijn beeltenissen een eeuwigheidswaarde te geven. Gerubriceerd onder de W van water en IJ van ijs. Watergas wolkt over het karton.

    De volgorde van werken in de uitgave “water”, verschenen bij Van Spijk Art Books en tentoongesteld in Museum De Buitenplaats, vertellen een verhaal. De tocht van een reis met ontdekkingen, bekende openbaringen maar ook braakliggende gewaarwordingen. Ervaringen en indrukken die een verbeelding verdienen. Geen realisme in fotografische afdrukken zoals de toerist doorgaans mee naar huis neemt (de vakantie is gedaan maar gelukkig hebben we de plaatjes nog), maar een werkelijkheid door het oog van de kunstenaar. Zijn waarheid zwevend boven de echtheid van het moment. ‘Sometimes / the greatest gift is the story told / to overcome absence; we stop our hearts, / we turn our face away.’ schrijft Schots dichter Nancy Campbell voor het nieuwste boek van Tjibbe Hooghiemstra. Want zijn grootste geschenk aan de lezer, maar vooral de meevoelende kijker, is het verhaal dat verteld is in beelden. En dat Campbell weergeeft in haar ‘spijtbetuiging’, een poëtische vertaling van de ervaring op een ontdekkingsreis over ijs en door sneeuw.

    Tjibbe Hooghiemstra, Drents Museum de Buitenplaats, Van Spijk Art Books

    Een reisverslag met water als blikvanger

    Figuurlijk bepakt en bezakt trek ik met gids Hooghiemstra en begeleiders Gander en Campbell langs zeespiegels, over ijsvlakten en trotseer wind en sneeuwjacht. Om me heen zie ik golven, schotsen en een enkele ijsbeer. Hoewel de kunstenaar een palet heeft van koude kleuren ligt er een sfeer van warmte in boek en tentoonstelling. In het boek komen ook enkele ondefinieerbare portretten voorbij. Dat moeten wel mijn medereizigers zijn. De tocht is uitgezet, het kamp opgeslagen waar gerust wordt. Een vergezicht, een donkere nacht. Een reisverslag met water als blikvanger. ‘Whirls inside whirls. Worlds within worlds.’ Wervelingen in wervelingen. Werelden met daarin werelden.

    Water” is een avontuur. Om met het boek, de catalogus, als leidraad op weg te gaan in het museum. Een handboek om thuis te reizen in gedachten. Te vertrekken naar de koude verten, om deze warmbloedig te doorvoelen met de werken van Hooghiemstra. Samengestelde indrukken, eenduidige uitdrukkingen. Water als concept is een terugkerend thema in zijn oeuvre. Niet enkel water als element en fenomeen op zich, maar ook de reizen daarover en ontdekkingen daarin door de geschiedenis om de wereld te begrijpen en ontginnen. Hoe en waarom kaarten zijn getekend om de aarde te beschrijven en omschrijven. Op welke manier de mens reageert op water en er betekenis aangeeft. Dat waterschappen als ijsstukken soms opduiken uit de zee en de illusie geven van nieuw land. En op welke manier dit alles vorm krijgt in kunst en wetenschap. Hooghiemstra brengt dat water in kaart, maakt het tot kunst. Gidst mij door zijn geschapen wereld met het boek en aan hand van de tentoonstelling “water”.

    WATER. Tjibbe Hooghiemstra, schilderijen en tekeningen. Met gedichten van Forrest Gander en Nancy Campbell. Uitgave Van Spijk Art Books, 2023. Tentoonstelling Museum De Buitenplaats, tot en met 18 juni 2023.

  • De tijd staat stil in Pompeï

    Het is zijn droom om als museumdirecteur topstukken van de rampzalig verdwenen Italiaanse steden Pompeï en Herculaneum naar het Drentse Assen te halen. De Romeinse steden uit de klassieke oudheid die jammerlijk onder lava en as ten onder gingen spreken heden ten dage en nu al enkele eeuwen tot de verbeelding. De tragedie die zich daar aan de voet van de Vesuvius in het jaar 79 na Chr. heeft afgespeeld is ongekend en staat in verhouding met de aardbevingen in Turkije en Syrië. In een enkele dag werd een hele regio nabij Napels van de aardbodem geveegd. Zo leek dat althans. De omgeving aan de voet van de vulkaan richting de zee werd bedolven door lavastromen en asregens na de allesverwoestende uitbarsting van de Vesuvius.

    In 1974, bijna 1900 jaar later, bezoekt Harry Tupan de grote Pompeï-tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. De dan 16 jarige knaap is erg onder de indruk van wat hij ziet en leest, en besluit om in een museum te gaan werken, later als hij groot is. Nu is hij algemeen directeur van het Drents Museum en haalt zelf een omvangrijke Pompeï-tentoonstelling binnen. Met daarbij een uitgebreide catalogus, de 12e in een serie Archeologie in dat museum. De uitgave “Sterven in schoonheid” vertelt over de wereld van Pompeï en Herculaneum. Steden waarvan de inwoners op 25 oktober 79 worden verrast door de vulkaan, die de dagen daarvoor zich al aankondigde met gerommel en met lichte bevingen. De mensen gingen er daarom vanuit dat er weer een aardbeving zat aan te komen, zoals 16 jaar daarvoor was gebeurd. Veel van de toen ingestorte huizen en gebouwen waren inmiddels gerestaureerd of was men nog doende met de wederopbouw van de stad. Maar dat de vulkaan op uitbarsten stond daar had men geen rekening mee gehouden. Het overviel hen en alles met hen.

    Pompeï, Herculaneum, Drents Museum

    Romeinse beschaving op dat moment

    Binnen een dag waren vrijwel alle bouwwerken, was de hele stad, waren die totale steden, aan het oog onttrokken. Alle leven binnen- en buitenshuis werd bedolven onder een dikke laag as en lava. Aan de in hoog tempo naar beneden razende stroom oververhit gesteente uit het binnenste van de aarde was geen ontkomen. Het slokte alles op wat het onderweg tegenkwam, totdat het werd gestuit door het water van de zee en stolde. Maar toen was al een hele beschaving bedolven en vernietigd. Want het is nauwelijks voor te stellen welk een drama zich heeft afgespeeld. Mensen werden levend gekookt, gezandstraald door de gloeiend hete aswolk en levend ontvleesd. Van het verloop van de ramp en de totale paniek is een enkel ooggetuigenverslag bewaard gebleven, dat ons nu inzicht geeft in de omvang van het natuurgeweld.

    In het boek en de tentoonstelling “Sterven in schoonheid” is echter niet die memorabele dag in oktober 79 het onderwerp. Die gebeurtenis is wel leidraad waar omheen een en ander is gezet en geschreven. Maar het gaat veeleer om wat er voorafging aan die dag. Door de vondsten gedaan tijdens opgravingen, die al in de 19e eeuw zijn begonnen, kan een goede indruk worden gegeven van de Romeinse beschaving op dat moment. Want Pompeï is nu een zeldzame plek waar de tijd is stil gezet en waar dus de cultuur niet door latere ontwikkelingen is vernietigd. Alle andere steden zijn verandert en mee gegaan in de tijd met verschillende zienswijzen en beleving. De tijd bleef stil staan op 25 oktober 79, de wijzers van de wereldklok wezen die dag aan als ijkpunt van de beschaving van dat moment. Over die schoonheid gaat het boek, die esthetiek maakt de tentoonstelling fraai aanschouwelijk.

    Pompeï, Herculaneum, Drents Museum

    Het leven van dat moment gereconstrueerd

    In diverse bijdragen van ter zake kundigen beschrijft het boek de pracht van Pompeï waar kunst op elke straathoek kon worden aangetroffen. Men koesterde schoonheid in die dagen, het gaf een bepaalde status van leven aan. Kunst was ter verrijking van het aanzien en de positie. Kunst stond ten dienste van de opdrachtgever, maar bezat al wel de kracht om de beschouwer te emotioneren.

    Door de opgravingen worden de huizen en gebouwen bloot gelegd en kan stukje bij beetje het leven van dat moment worden gereconstrueerd. De vondsten werden door de jaren heen gerubriceerd, beschreven en vastgelegd. Opvallend is dat welhaast nergens particulieren of schatgravers en goudzoekers de archeologische vindplaatsen hebben verstoord zodat er bijna niets ongewild vernietigd of bewust kwijt gemaakt is.

    Pas later is het toerisme op gang gekomen en nog aldoor trekken Pompeï en Herculaneum duizenden mensen per jaar. Dat noopt tot het veilig stellen van de klassieke gebouwen en oude straten, want al die toeschouwers oefenen een enorme druk uit op de steden die daar bij lange na niet op berekend zijn. Om Pompeï en omstreken ook voor de toekomst en volgende generaties te behouden en zichtbaar te laten zijn is een conserveringsplan opgezet. Veel van de schatten zijn opgeslagen in musea en aldaar te bezichtigen. In de verwoeste steden zelf kan de toerist rondlopen en de sfeer proeven van de Romeinse schoonheid van weleer. In het boek wordt de lezer meegenomen in een fictieve rondleiding die kan gemaakt worden doordat opgravingen stratenplannen en huizenconstructies hebben zichtbaar gemaakt vanonder de soms wel 12 meter dikke laag gestolde lava.

    Pompeï, Herculaneum, Drents Museum

    Getuige van de schoonheid

    Naar Assen zijn een groot aantal beelden en sieraden getransporteerd die normaal gesproken al een plek in een Italiaans museum waren toebedeeld. Aan de hand van die stukken kan de bezoeker van het Drents Museum zich vergapen aan al die door de eeuwen heen bewaard gebleven schoonheid. Want de lava en de as hebben het leven vernietigd maar de materiële zaken vrijwel ongeschonden gelaten. Algemeen bekend zijn de afgietsels van menselijke lichamen, personen die door de uitbarsting zijn overvallen en niet konden vluchten. In de laatste beweging zijn zij bevroren, mens zowel als dier en plant. Maar de stenen huizen, de marmeren beelden, de sieraden – eigenlijk al het uiterlijk vertoon – is onder de dikke laag versteende lava vrijwel ongeschonden bewaard gebleven. Zo kunnen wij nu getuige zijn van de schoonheid, maar ook de goed verzorgende staat waarmee de Pompejanen en de Herculaneeën zich omringden. Ondermeer de badhuizen, de sportscholen, de tempels, de theaters, het forum en de markthal straalden een hoogconjunctuur uit. De wanden van de gebouwen werden met aangename taferelen beschilderd. Beeldhouwwerken toonden volmaakte lichamen of althans de lijven zoals deze de schoonheid van dat moment uitstraalden. De gulden snede van de menselijke anatomie. Mozaïeken kregen een theatraal karakter mee. Alle elementen om de inwoners te behagen. En ons nu, amper 2000 jaar later, nog telkens bevalen en aanspreken.

    Sterven in schoonheid. De wereld van Pompeï en Herculaneum. Diverse auteurs. Uitgave Drents Museum Assen / Waanders uitgevers Zwolle, 2022.

    Pompeï, Herculaneum, Drents Museum