Category: Uitgave in eigen beheer

  • Gedachten zoeken woorden om te kunnen bestaan, een beeld zoekt vorm om gezien te kunnen worden

    De lijn is zijn houvast, zijn steun en toeverlaat. In de tekening waarvan de lijn de grondtoon is voelt hij zich geborgen. Daarin verborgen sluit Hans Klein Hofmeijer zichzelf bij wijze van spreken af van de buitenwereld. In zijn veilige binnenwereld is de tekening een verbeelding van zijn, zijn wezen. Het klinkt als een paradox, maar zijn uiting geeft inzicht in wie hij als kunstenaar is. Hij zoekt zekerheid. Dat uit zich in fantasieën, want de werkelijkheid is niet heilig. In een bedachte vorm kan Klein Hofmeijer dan schuilen. Hij verschuilt zich tussen de lijnen in het vlak. Niet zichtbaar als een herkenbaar zelfportret, want dan zou hij zich al te veel openbaren.

    Wie goed naar zijn werken kijkt ziet de geest daarin ronddwalen, zoekend naar beschutting om zichzelf bijeen te houden, zich te herbergen om het zijn in onderkomens vast te zetten. Wie serieus zijn composities bekijkt merkt de zoektocht van een kunstenaar die zichzelf maar nauwelijks kan vinden. En die met moeite een onderdak in zijn kunst weet te ontdekken. Iedere poging om een nieuw bewijs van het zijn weer te geven mondt uit in een volgende inspanning te speuren naar de ultieme schuilplaats voor de ziel. Ieder experiment heeft de bezieling, maar reikt nog niet aan het definitieve onderkomen. Klein Hofmeijer blijft puzzelen, maar zal telkens het laatste stukje missen. De zichzelf opgelegde opgave blijft een mysterie, het zijn is een raadsel.

    Het slakkenhuis

    Klein Hofmeijer houdt zich in zijn kunst bezig met het wezen van alle dingen en met het leven. Geschreven teksten bij de tekeningen geven een filosofische contemplatie weer. De kunstenaar bekijkt, beleeft en beschouwt zijn wezen. Woorden dat te uiten zijn niet genoeg en vullen tekeningen aan, maar het getekende is vaak niet voldoende uitdrukking te geven aan de woorden. Woord en beeld zijn een eenheid. De titel is het werk wanneer ik de ogen sluit. Het nabeeld op mijn netvlies geeft daaraan uitdrukking. In zijn zoektocht naar de ultieme verbeelding van wat nauwelijks te verbeelden is beloopt hij diverse trajecten, schreef ik in mijn beschouwing van The Blue Drawings, een eerdere uitgave in eigen beheer van Klein Hofmeijer.

    Dit nieuwe werk uit de bloemlezing vindt de oorsprong in het waterrijke Zeeland, waar slakken en schelpen inspirerende huizen zijn om in te schuilen. Daar aan de oever van de onpeilbare bruisende waterdiepte vindt Klein Hofmeijer op het strand de beschutting voor de gedachte. Weer een divers traject in zijn streven een vinger te krijgen achter de uiterste voorstelling. In het slakkenhuis is zijn vorm voor geborgen verborgenheid te vinden, zijn diepste wezen kan daarin schuilend verschuilen, opgesloten wegkruipen. Die vorm is zijn uitdrukking om het mij te verbeelden. Echter niet sec een cilindervormig hoopje, maar een dynamische cirkelvorm die erupereert, uitbarst in een harige wolk zoekend naar houvast in de omgeving. Een wirwar aan lijnen is in orde, als de tentakels van een zeeanemoon die een prooi betasten. Want zo wil Klein Hofmeijer mijn geest bevoelen, terwijl uit het schelphuis kruipend hij de wereld probeert te (be)grijpen.

    Dwarsdoorsnede

    Het muzengekras in het muzenverblijf schuurt aan mijn kennis, ik herken niet meteen wat ik zie maar de titel zet me in het juiste spoor. Zo is er summier uitleg van de abstracte inhoud. Ik onderscheid de bedoeling en raak gaandeweg ervaren in het kijken. Mijn denken schuilt in de bedachte omhulsels, mijn weten vindt plek in de behuizingen. De tekeningen zijn gezet op gebruikt papier met rafelranden, op de keerzijde van gescheurde nota’s, notities uit een tijd voor nu. Deze documenten reïncarneren in de kunst van Klein Hofmeijer. Het is geen recycling of hergebruik, want de vellen krijgen een nieuw leven, een oprechte betekenis. De idee krijgt een fantasievolle uitbeelding, de gedachte herlichaamt op papier. Daarin schuilt de kunstenaar, zoals de dichter zich verbergt in de poëzie. En daarin kan ik voor de duur van mijn aandachtige blik op bezoek zijn, aan tafel bijschuiven en de kunstenaar ontmoeten.

    Mijn ogen en geest hebben een aangename tijd met het beleven van een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Het is een dwarsdoorsnede uit de stranduren in Zeeland, het verblijf in het atelier aan de oever van de Westerschelde met uitzicht op de Noordzee. Er is namelijk meer om de rede in te laten vluchten. Het getoonde werk in het boek is een representatieve selectie en verbeelden fraai het zoeken naar een onderkomen om de gedachte bijeen te houden, vast te zetten en te herbergen in de tekening. Zijn dat eerst scheerlijnen om geschoorde ruimtes vast te leggen, want hoe veilig is het onder de lijnen. Maar dat bij elkaar houden en bijeen zijn is een statisch gegeven op den duur. Dus breekt de kunstenaar uit zijn huis om dynamisch te bewegen als een golfslak. Een niet bestaand object dat de vorm vindt in een bestaand wezen. In dat slakkenhuis kan Klein Hofmeijer nog altijd kruipen wanneer de buitenwereld te dreigend is voor zijn scheppend wezen.

    Een teken van leven

    Maar hij kan zich tevens statisch bewegen, dynamisch de stilstand aandrijven. Dan moet er eerst een golfslakachtig onderkomen worden vorm gegeven. Daartoe doet de kunstenaar diverse pogingen, die alle van hoogwaardige kwaliteit zijn. Hij zag dat het goed was, maar het kon beter en was nog niet best. In de pogingen groeit Klein Hofmeijer zichtbaar in zijn gefantaseerde wereld. De uitdrukking verfijnd zich en komt langzaam aan richting een Mij beeld, een abstract zelfportret verbeeldt een realistisch weergegeven slakkenhuis waaruit de geïnspireerde geest explodeert. Het is opgesloten maar moet uitweg hebben zich te openbaren.

    In de bloemlezing geeft kunsthistoricus Rick Vercauteren woorden aan de verbeeldingen. Uitleg aan de uitdrukking. Hij beschouwt de bijeen-houdingen, de her-bergingen, de onder-komens en vast-zettingen. Het schrijft het mysterie van deze kunstvorm als inspirerend kunnen echter niet kapot. De magie wordt meer diepzinnig doordat Vercauteren het werk van Klein Hofmeijer in de tijd en de ontwikkeling zet. Hoe hij daar op het strand van Dishoek een schuilplaats vindt om te verbeelden, zichzelf beziet in het diepzwarte water en groeit in zijn werk. Het boekje is een bewijs van zijn, een teken van leven, een proeve van bekwaamheid. Een wezenlijke verklaring. Opgeluisterd met de golven van de zee vastgelegd door fotograaf Dolph Kessler. Onder dat bruisende oppervlak heeft meer plaats dan bovenwater vermoed wordt. Het is een metafoor om de gedachte in te dompelen, het wezen onder te laten duiken. Het slakkenhuis heeft wonderwel de vorm van een golf. Het kromt zich om voort te bewegen. Zo buigt Klein Hofmeijer zich naar zijn geest om door te gaan op het pad in de kunst dat hij is ingeslagen. En ik reis met hem mee.

    Een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Hans Klein Hofmeijer. De stranduren, met een beschouwing over bijeen-houdingen, her-bergingen, onder-komens, vast-zettingen door Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2025.

  • Tekenkabinet staalkaart hedendaagse tekenkunst

    Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken Manja van der Storm heeft geselecteerd en opgeborgen in de laden. Want het door haar in 2012 opgezette tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het tekenkabinet krijgt het de aandacht die het verdient. Ieder jaar draait Van der Storm het kabinet van het slot en opent de laden. En ik vind altijd wel een lekker snoepje in één van die laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.

    Het tekenkabinet is een staalkaart van de hedendaagse tekenkunst. Het meldt op de website geen galerie, geen kunstenaarsinitiatief, collectief of vereniging te zijn – kunstenaars worden geen lid, maar deelnemer per editie. Het is een onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse, autonome tekenkunst op klein formaat. Tentoonstellingen, webshop en de daarbij behorende catalogus geven aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Die nieuwe werelden vind ik vooreerst in dat handzame boekje, een reisgids als voorbereiding op een trip naar Amsterdam om de werken in live te bekijken.

    Verrassend nieuw werk

    Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Zo ga ik in tekenkabinet op zoek en trek laden los, open deuren. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de catalogus het navigatiesysteem, de webshop de handleiding. Ieder jaar weer, nu dus al dertien in het dozijn, meldden kunstenaars zich na een oproep aan. Het tekenkabinet selecteert afgewogen deelnemers uit de aanmeldingen door naar het werk te kijken en het curriculum van de kunstenaars in te zien. Het is daarbij een voorwaarde dat de tekenkunst daarin een belangrijke rol speelt, uiteraard. De tekening dient volwaardig resultaat van creëren te zijn en niet een schetsmatige voorbereiding voor een schilderij of beeldhouwwerk. Daar alle getoonde tekeningen te koop zijn, is het tekenkabinet aan te merken als een galerie getekend. Of een kunstmarkt waar in elke kraam voor elk wat wils is. Tekenkabinet is een springplank voor exposities in galeries of mogelijk een museale tentoonstelling. Tekenkabinet vestigt de aandacht op kunnen en kunsten – professionele, autonome tekenaars treden voor het voetlicht en worden opgemerkt.

    De maximale grootte van de werken is A3-formaat. Zo zodat het geheel in een handzaam boekje op A5-formaat past – als een kennismaking, momentopname, naslagwerk en collectors item ineen – en een galerie of kunstzaal voldoende ruimte biedt om het grote aanbod langs de wanden te kunnen tonen. En elk jaar weer weet Van der Storm te verrassen met nieuw werk, andere kunstenaars en experimentele uitingen. Een momentopname van hedendaagse tekenkunst om eindeloos in rond te reizen of langs te dwalen, de catalogus zorgt ervoor dat ik niet verdwaal in het ruime aanbod. Geprint geeft een goed beeld, maar de werken in het echt zien is aan te bevelen, dat kan bij Galerie Art Singel 100. Het lentekabinet loopt nu tot en met 13 juli en het zomerkabinet is daar van 13 tot en met 31 augustus te bezoeken. In lentekabinet zijn 130 tekeningen van evenzoveel kunstenaars te zien, waarna in zomerkabinet van bijna alle kunstenaars een ander werk wordt getoond. De afbeeldingen in de catalogus zijn allemaal in de eerste tentoonstelling te zien, terwijl op de website in de webshop van tekenkabinet nog een extra werk van de kunstenaars te vinden is.

    Positief tot elkaar veroordeeld

    Zo krijgt de bezoeker een hoegenaamd compleet beeld van de hedendaagse tekenkunst en dat ieder jaar weer opnieuw, want eerdere deelname biedt geen garantie op een volgende selectie. Dus alle tekenaars die Nederland rijk is komen in principe eens in het kabinet aan bod, zodra er weer een nieuwe lade wordt opengetrokken. Het tekenkabinet verbreedt de horizon en verdiept inzichten. Door de deuren en laden open te trekken maak ik kennis met onbekende werelden. Ontmoet ik oude en nieuwe bekenden. Herbeleef ik stijlen en ontdek mij (nog) onbekende technieken.

    Catalogus en tentoonstelling vormen een reisgids door de hedendaagse tekenkunst. In het boekje, en tevens in de tentoonstelling, is er geen vorm van hiërarchie. Het uiteenlopende werk is niet gerubriceerd, maar in alfabetische volgorde op achternaam van de kunstenaar afgedrukt. Wel zijn er overeenkomsten en gelijke stemmingen. Het is daarom als het ware een zoekboek om diverse relaties te vinden en paralellen te ontdekken, verwantschap vast te leggen. Geen enkele kunstenaar is meer belangrijk dan een ander. Ze treden op één lijn naar voren, als in een lang lint, een dansrei. Gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar, positief tot elkaar veroordeeld en verbonden in de kunst. Van der Storm toont met het tekenkabinet geen voorkeur, enkel kan ik naar eigen smaak uit het grote aanbod kiezen. Daarom is het op deze manier tonen van de tekenkunst aan de wereld een representatieve vorm van presentatie. Ik vergeleek het in eerdere jaren al eens met een puntzak vol snoep dan wel een doos met meerdere lagen bonbons. Een ieder neemt uit de zak een snoepje dat hem of haar het meest aanstaat en smaakt. Of pakt een chocolaatje dat qua vorm het meest aantrekkelijk lijkt.

    Een enkele lijn op papier

    Het is een reisgids om het zich vrij gevochten land van de tekenkunst tot in elke uithoek te ontdekken en leren kennen. Waarschijnlijk zijn nog niet alle facetten belicht, maar het tekenkabinet laat wel veel kanten van deze kunstvorm zien. Het is een letterlijk en figuurlijk kleurige opsomming. Figuratief en abstract worden wereld en emotie onderzocht”, citeer ik mijzelf in de bespreking van de 10e editie van tekenkabinet. En nog steeds is deze opzet dezelfde, want het is een goed geoliede formule. De tekst heeft daarom nog niets aan kracht ingeboet, daarom ga ik verder op dat pad en treed in mijn eigen voetsporen. “De tekenkunst is volwassen en zelfstandig. Een vleugje puberaal gedrag is echter toch wel aanwezig nog, de smaak van verzet en opstand. Maar elke kunstvorm zet de wereld te kijk, symboliseert het leven en houdt ons een spiegel voor. Volwassen zijn in de kunst is van niets iets kunnen maken. Modder aan een kwastje, een enkele lijn op papier. Serieus, maar ook met een dosis humor. En andersom, grappig in verschijning met een ernstige ondertoon. Want altijd probeert de kunstenaar iets uit te drukken, aan te geven door het weer te geven. Zelfs een enkele zwarte balk op een verder witte ondergrond geeft een spectrum aan expressie weer. De manier waarop de kunstenaar de zichtbare werkelijkheid in beeld brengt stemt tot nadenken. Want die werkelijkheid is niet altijd zo zichtbaar als dat wij denken dat het is. In het niet of anders weergeven van de dingen om ons heen schuilt een waarheid die nader onderzocht is, ons wordt voorgehouden en waarin wij dan de betekenis kunnen vinden. Als we ervoor open staan, er de aandacht aan willen schenken.”

    Tekenkabinet, editie 2025 – XIII. Concept, vormgeving, productie en inrichting Manja van der Storm. Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Uitgave in eigen beheer, 1e druk juni 2025.

  • Vette tekeningen met commentaar op de menselijke toestand

    Hij tikte onlangs de 75 aan. Driekwart eeuw oud en nog altijd actief als een jonge hond. En zeker van zijn zaak. Overtuigt van het eigen kunnen. Heeft een uitdrukkelijk eigen stijl en steekt daarmee met kop en schouders boven het maaiveld uit. In een ver verleden opgeleid als kunstenaar aan de Gerrit Rietveldacademie heeft hij die kennis links gelaten en is recht op zijn doel afgegaan. Verdient zo een eigen plek in de kunstgeschiedenis, een eigen genre in de Nederlandse traditie en de vaderlandse canon.

    Het werk van Roland Sohier is een vak apart, want hij laat zich niet in een hokje stoppen. Geeft zijn kijk op de menselijke toestand ondubbelzinnig beeld. Hij schopt daarmee tegen de naakte waarheid aan en blaast meerdere heilige huisjes omver. Dat niet iedereen de noodzaak van zijn onomwonden beelden inziet blijkt uit het feit dat de Facebook-factcheckers meerdere malen zijn tekeningen verwijderen als zijnde ongepast, een aantasting van de goede zeden. Maar Sohier laat zich niet afschrikken en blijft stoïcijns zijn werk plaatsen. Want zijn schilderijen en tekeningen moeten de wereld in, gezien worden, bekeken zijn. Sohier heeft een boodschap en maakt deze boordevol cynisch sarcasme kenbaar.

    Beduimelde kraamkamer

    Hij is op een gezonde manier vervuld van zichzelf. Geeft hoog op van zijn kunnen, want als hij het zelf niet doet wie zal het dan voor hem doen. Alex de Vries? Jeroen Wielaert? Ik? Dus geeft hij in eigen beheer rond iedere jaarwisseling een magazine uit, dat een inkijk geeft in de resultaten van dat afgelopen jaar. Met niets verhullende titels als “Tekeningen die er toe doen”, “Tekeningen waarvan je staat te kijken” en “Tekeningen waar je niet omheen kan”. Najaar 2024 gaf hij een kwartetspel uit, zodat ingewijden en buitenstaanders zijn werk door de vingers krijgen. – “Mag ik van jou van Vette tekeningen, Trouble in Paradise?” – “Die heb ik niet, maar heb jij Tree of life van De Ruimte in voor mij?” – “Ja, kijk.” – “Kwartetteketet!!!

    Sohier weet dat hij goed werk levert, grensverleggend en onalledaags. Daarin blijft de geschiedenis van ontstaan naar resultaat zichtbaar, als een heldere blik in een morsig atelier. Een beduimelde kraamkamer, in de hoop dat schoonheid wint! Van eerste lijn tot laatste vlak volg ik de welsprekendheid van Sohier, de zeggingskracht van gevoel naar uitdrukking. Niet meteen staat wat gedacht is juist op papier. Juist het intact laten van de voorgeschiedenis geeft het werk een attractieve kant. Het is of pleeg ik een opgraving, onderzoek ik als archeoloog de geschiedenis van de tekening. Mislukte delen blijven zichtbaar ondanks dat deze zijn weggegumd. Geknipte details uit ander werk is geplakt zodat een collage ontstaat. Diverse lagen geven daardoor een tastbare verdieping. Contemplatie holt mentaal het zicht uit, reflecteert in gruizige eerlijkheid. “Schilderijen die je gezien moet hebben” en “Schilderijen die iets betekenen” werken over de jaren naar een apotheose in “Vette tekeningen”, de meest recente uitgave.

    Hoge creatieve status

    Deze tekeningen in het laatste magazine zijn niet vet omdat ze met vetkrijt op papier zijn gekalkt, integendeel, maar omdat het te gekke werken zijn, gaaf en leuk. En mij vooral een spiegel voorhouden, de clown uithangen want ik ben de onbenul in deze, de kluns. Sohier bekleedt als de nar een bijzondere sociale plek in de kunst. Als kunstenaar staat hij met zijn schetsmatige en bij tijd en wijle naïeve tekenstijl schijnbaar onderaan de kunstzinnige ladder. Echter kan hij als mens heel goed de maatschappij en de spelers daarin doorgronden en ons kijkers naar zijn werk voor de gek houden. Hij gaat in tegen de heersende opvattingen. Als nar, paljas of hansworst, wordt hij daarvoor niet gestraft anders dan verwijdering van Zuckerbergs speeltje. Als beeldmaker heeft hij daarom juist een hoge creatieve status, want hij is bij machte mij op de lange tenen te staan en mij op de neus te laten kijken. En vooral mij met en door zijn werk figuurlijk eens goed kietelt zodat ik er bijkans zinnebeeldig dood bij neerval.

    Wat opvalt zijn de voor beschaafde kijkers ordinaire handelingen die de figuren uitbeelden. De grensoverschrijdende gedragingen die overigens volledig met instemming van de lijdende voorwerpen plaats vinden. En de dynamiek die daarmee gepaard gaat. De personen in de werken van Sohier zijn voortdurend in beweging. De kunstenaar legt zijn figuren niet stil, bevriest de activiteit niet, maar laat de lichamen worstelen, over mekaar tuimelen. In een enkele tekening beziet Sohier het lichaam van diverse kanten. Daardoor kan het model een teveel aan benen en armen hebben of een overvloed aan billen en borsten. Maar juist dat zicht van meerdere zijden en de kijk op een veelheid aan houdingen maakt het werk zo energiek en temperamentvol.

    Met een lach en een traan

    De clowns rollebollen door de piste. Het naaktmodel laat zich onbeschaamd van alle kanten zien. De Januskop laat zich stapelen tot een totem. In die Januskop benadrukt Sohier dat iets of iemand diverse, vaak tegengestelde, eigenschappen of karakteristieken kan hebben. In die beeldspraak, in dit geval het sprekende beeld, laat hij zien dat niets vaststaat, dat echter alles voor velerlei uitleg vatbaar is. Enerzijds dan wel anderzijds, dit of dat, kiezen of delen. Zijn werk heeft meerdere lagen van verklaring, maar het heeft daarentegen een enkele motivering – het commentaar op het actuele zijn heeft slechts deze unieke lezing. Hoewel de argumentatie omfloerst verbeeldt lijkt, uit meerdere lagen schijnt te bestaan, is de beeldende redenering toch helder en klaar.

    Met een lach en een traan duidt Roland Sohier de wereld, de opgeklopte en aangedikte figuren die de mensheid vormen daarin. Slechts de figuurtekeningen naar naakt model zijn zonder reden gemaakt, niet anders dan om het vrouwelijke lichaam te verheerlijken – een orgie aan schoonheid weer te geven. Sohier schijnt in zijn werken te experimenteren om tot een juiste uitbeelding en een vaste voorstelling te komen. Echter weet hij in de groezelige en smoezelige, de onfrisse en beduimelde tekeningen tot een duurzame en onverzettelijke representatie van het huidige mensdom te komen. Zijn kunst is een cynische reflectie op het bestaan, een ironische kijk op het zijn. Met ieder magazine zet de kunstenaar zich meer af tegen het mensdom waarvan hij tegen wil en dank deel uitmaakt. Vooral in het huidige tijdsgewricht zou jij je doodschamen mens te zijn. Dat is wat Roland Sohier in zijn kunst vaststelt en vastlegt. De tekeningen mogen dan grappig lijken, deze verbeelden tijden die zeker niet vermakelijk zijn.

    Vette tekeningen. Gummen, gummen, gummen, je herpakken en doorgaan. Roland Sohier. Uitgave in eigen beheer, voorjaar 2025.

  • Beeldmerk van zijn, geheel en al Ton Slits

    Zie ik een werk van Ton Slits, is het alsof ik in de spiegel kijk. Zie ik mezelf, althans mijn reactie in mijn brein op waar ik naar kijk. Vooral veel schilderijen in zijn oeuvre lijken zelfportretten in de zin van dat ik daarop ben afgebeeld. Niet in het bijzonder mijn individuele persoon, eerder de letterlijke kijker die figuurlijk zichzelf ziet. Geen traditioneel portret als het beeld van een gezicht met ogen, neus en mond, een uitdrukking. Maar wel een fysieke wezenlijkheid; de abstractie van lijnen en cirkels geven werkelijk een realiteit aan. De werkelijkheid die achter dat tastbare portret schuilt. Of eigenlijk in dat portret huist, en profil of en face. Het beeldt de emotie uit en af die mijn geest ondergaat wanneer ik een kunstwerk beschouw. Ofwel in klare taal zijn het de signalen die de hersenzenuwen afgeven om mijn ogen te focussen, mijn mond van verbazing te openen, mijn voeten te verzetten om hetgeen ik zie van dichtbij te benaderen. Het zijn hersensignalen die Slits in verf heeft gedigitaliseerd. Ik zie mijn gedachte geschilderd op doek. Oorzaak en gevolg, het kunstwerk en mijn reactie.

    Blader ik het boek “Geheel en al – Voll und ganz” door zie ik meer dan alleen cirkels verbonden door lijnen. Mijn neuronen zijn volop in beweging wanneer ik de illustraties bij de teksten bekijk. Gedachtenpatronen krijgen beeld, mijn hersenkronkels hebben figuur. Op meerdere manieren probeert Slits een vinger achter het bestaan te krijgen. Zelfs door het zijn te breken, het te doorboren om het te bevatten. De kaft en meerdere bladen in het boek zijn geperforeerd met gaten in verschillende maten. Het geeft een wondere kijk op de dingen die in het boek aan de orde komen om het werk en de ideeën van Slits te duiden. Anderen doen dat voor hem, hij licht zichzelf toe. In de veertig jaren die de uitgave als oeuvre op rij zet heeft de kunstenaar naar eigen zeggen telkens weer de nietigheid van ons bestaan tegenover de onmetelijke grootsheid van het heelal verbeeld. “Verkennend, beweeg ik in picturale zin nadrukkelijk tussen overzicht en inzicht.”

    Persoonlijke kijk op zijn leven en werk

    Grootmoedig en geïnspireerd is hij steeds benieuwd naar de ‘volgende laag’, een nieuwe ontdekking. Dat verklaart de gaten, het geeft letterlijk en figuurlijk lucht aan zijn bestaan. Door ieder gat ontdekt hij het ontstaan van het bestaan, zijn wezen. De leegte, want het gat is niets, vult Slits op met nieuwe inzichten die het zijn toelichten. Het niets wordt iets en heeft aantrekkingskracht. Het gat verleidt en absorbeert mijn aandacht, zoals het zwarte gat in het heelal alles opslokt wat in de buurt komt. Het geeft een veranderende kijk en anders-soortige beleving van perspectief en ruimte. “Alsof ik boven de wereld zweef en naar beneden kijk of op de rug lig en naar boven kijk naar een onmetelijke ruimte.

    Ton Slits weet vijf auteurs uit Nederland, Duitsland en België te strikken om vanuit verschillende invalshoeken een persoonlijke kijk op zijn leven en werk te geven. Het geeft de lezer, naast het kijken naar de foto’s, een dwarsdoorsnede van de kunstenaar en zijn kunst. Om de schepper achter de scheppingen te kennen, de creator te doorgronden, de creaties te begrijpen. De achtergrond van zijn wezen is van belang om het zijn op de voorgrond te krijgen. De beelden die hij door de jaren heen heeft opgedaan beklijven dubbelzinnig in zijn werk. Voor hem duidelijk, voor de beschouwer een zoektocht. Slits neemt mij mee bij zijn zoekend scherpen van de zintuigen, zijn nieuwsgierigheid naar en het oog hebben voor het nog niet zichtbare – het achterliggende en het onderliggende – probeert hij mij te wijzen. Hij maakt openingen en doorkijken om mij de getransformeerde realiteit te duiden. Stilteplekken noemt Arno Kramer de gaten. “Afwezigheid maakt aanwezigheid.

    Het boek laat de groei zien van zijn kunst. Natuurlijk is hij in het begin op zoek naar de betere voorstelling van zijn eigenheid. Voordat hij de vorm in de vingers heeft probeert en onderzoekt Slits landschappen, luchten, bomen, takken en wortelstelsels. Figuratief en abstract. Ook dan al in dat vroege stadium ontdekt hij in de natuur dat alles met elkaar verbonden is, zichtbaar en onzichtbaar. Overal lopen lijnen en vormen zich relaties. Alom zijn lijnen tussen modellen te trekken om nieuwe patronen en constellaties te laten ontstaan. Configuraties als sterrenbeelden van het bestaan. Bezie de hemel en ken de aarde, bekijk Slits werk en weet het leven.

    De koppen en het brein

    De inspiratie lijkt verwarring te brengen, het leven en de natuur kunnen wanordelijk zijn. In zijn werk bezweert Slits die chaos door regelmatige constructies te bouwen. Regelmatig komen onregelmatige vormen terug. Wat het hoofd van een mens lijkt staat figuurlijk onder druk van prikkels, invloeden van buitenaf. Ook wordt het denkbeeld, de gedachtevorm, wel omgeven door letters en cijfers. Als duiding van een mening, de stelling gespijkerd. “Zoals bekend wordt het interpreteren van een beeld pas mogelijk door de context die het beeld zelf aanlevert”, schrijft Frank-Thorsten Moll. “Een woord in een schilderij wordt om die reden normaal gesproken begrepen als de eenvoudigste sleutel voor het werk.” Wie de taal van het beeld niet meteen begrijpt krijgt woorden aangereikt om de deur tot begrip te openen. Maar ook dan kan het werk nog onbegrijpelijk lijken, onaantastbaar, niet te vatten.

    Naast de koppen en het brein uit Ton Slits zich in meerdere beeldende onderwerpen en uitgewerkte thema’s. Constructief zet hij zijn creaties op de drager, of hangt deze als bij installaties aan het plafond of plakt ze tegen de wand. Het nauwgezet tekenen van grote en kleine geometrische patronen én het spontaan opbrengen van lagen verf wisselen elkaar contrastrijk en speels af, lees ik in de bijdrage van Rick Vercauteren. Vercauteren beschrijft de ontwikkeling in het werk van Ton Slits, duidt zijn voortgang van een traditionele schilderstijl via de beeldmerken van het leven naar een spel met het zijn. Daarbij keren de cirkels en gaten, de relaties en lagen, voortdurend terug als een rode draad door het oeuvre. Het samengaan van de klassieke schilderkunst en details genomen uit een nieuw medium als het videospel geeft Slits de eigenheid waarnaar hij zocht.

    Geheel en al – Voll und ganz” toont flagrant de persoonlijkheid van Ton Slits in de kunst. Het ontwerp van de uitgave is even authentiek als zijn tekenen en schilderen dat zijn, het knippen en plakken van beelden uit het leven dat is. De kunstenaar plakt een vignet op het bestaan, geeft het een kenmerk waardoor het zijn herkenbaar is. Meestal duidelijk sprekend en anderszins nodigt het uit dieper in de materie te duiken. Het eenvoudige kijken wordt op de proef gesteld omdat een eerste vluchtige blik geen uitkomst biedt. Past hij in de nieuwe figuratie? Heeft hij gekeken naar de neo-metafysische kunst? Wel is meteen duidelijk dat hij op een eenzame plaats staat, een eigen vakje heeft. Het is geheel en al Ton Slits.

    Geheel en al – Voll und ganz. Ton Slits. 1984 – 2024. Teksten: Ton Slits, Peter Pluijmen, Arno Kramer, Vera Hilger, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • Spontane expressie en gecontroleerde vormgeving

    Bestaat toeval? Daar zijn de meningen over verdeeld. Voor het geval is een term, dus kan het geen onvoorzien voorval zijn dat het op de een of andere manier een realiteit is. En kan dat toeval dan bestuurd worden, kun je de gelegenheid aangrijpen om het lot anders te beschikken. In geval toeval bestaat kan het in handen van René Korten worden geregisseerd. De kunstenaar doet tijdens zijn schildersleven niet anders dan bij elk volgend werk opnieuw op de bok te klimmen, zijn armen te spreiden om de sfeer te laten vloeien. Zijn baton is een penseel of kwast. De partituur zit in zijn hoofd, zijn gedachte kent de compositie. In het atelier bekijkt hij al werkende in vogelvlucht de compositie dat onder hem op de grond ligt. Flinterdunne lagen verf brengt hij aan op de drager, trekt de materie met kwast, spatel en rakel waarheen hij het wil. Ook laat hij de verf wel vloeien en min of meer een eigen gang gaan, wanneer hij de drager een ietwat kiept. Bij toeval en zonder sturing gaan de druipers een eigen weg, maar wel onder goedkeuring van de maker.

    Het werk van René Korten is veelkleurig en veelzijdig, veelvormig en gevarieerd. Geen enkele compositie is een kopie van het andere, maar een volgende stap in het groeiproces tot een ultieme verbeelding van het leven. Er wordt geen figuratie getoond, het is een abstract gevoel dat beeld krijgt. In een aantal werken is wel een suggestie van landschap en ruimte te onderkennen, maar dan enkel omdat (bij toeval) een horizon het beeld in tweeën deelt: ´land en lucht´ beschouwt meteen de kijker. Maar er is geen specifieke aanleiding in de realistische wereld voor Korten om weer te geven. Althans niet op de manier zoals de kijker deze ervaart. Er wordt een beroep gedaan op het gevoel, de emotie. Het is de ervaring waarop het werk een beroep doet. Niet de ondervinding van herkenbaarheid, maar de beleving van hetgeen zich achter de waarneming beweegt. Een dynamische identificatie van het onderbewustzijn. Want het werk is niet met opzet onvoorzien, maar bij toeval gecontroleerd.

    Evolutie tekent zich evident af

    In het boek “Hide your backbone”, de catalogus bij het oeuvre van de kunstenaar, wordt een kijk gegeven in de opbouw van het werk door de jaren van 2012 tot 2024 – schilderijen en werken op papier. De onervaren kijker zal een veelheid van hetzelfde aantreffen, overvloed aan variatie op het bepaalde thema. Maar wie beter kijkt en de ogen de kost geeft, raakt geoefend in het onderscheiden en ziet de groei – halvelings en stapvoets, maar merkbaar. Korten ontdekt aldoor opnieuw de beeldtaal waarmee hij zijn verhaal wil duiden. Met steeds andere vormen en vlakken, lijnen en grenzen, kleuren en materie. Het is een lust te zien dat het abstracte idioom zoveel diverse uitingsvormen kan hebben, zonder te vervallen in eendere uitdrukking. Wel is er vergelijking in expressie, een Korten is duidelijk een Korten: het oogt, het voelt, het klinkt en het toont als een Korten. Maar het is telkens een ander voorkomen, dat overeenkomt met wat daarvoor gemaakt is.

    In de werken in serie tekent deze evolutie in de manier van werken zich evident af. Hoewel zich er tussen de composities kleine verschillen voordoen, zijn deze variaties op het thema merkbaar. In de grote werken die min of meer solo in de kerngedachte staan experimenteert Korten met kleuren en vormen. Steeds meer verschijnen lijnen in de compositie, afgetrokken schildertape dat het beeld een andere dimensie geeft. Hoewel het vlak plat blijft geven de verflagen de compositie een zichtbare diepte.

    Altijd reden vervolgstap te zetten

    Voor het boek is kunstjournalist Hilde van Canneyt met de kunstenaar in gesprek gegaan. In de weerslag daarvan is hij openhartig over zijn kunst en de manier van werken. De methode van arbeiden, het voordenken om tot actie te komen. Echter vrijwel nooit nadenken voor te beginnen. Korten laat het toeval een rol spelen, omdat hij het in bepaalde fases van het schilderij niet precies kan beheersen, niet wil bedwingen. “Daarvoor moet er een soort noodzaak zijn op het moment dat ik de verf zijn eigen gang laat gaan, anders ontglipt het me.” Maar al snel herpakt hij zich en slaat in samenwerking met de compositie een richting in om tot een duidelijke uitspraak te komen. Die helderheid is niet meteen gevonden, de klare lijn en het zuivere vlak heeft niet direct uiting.

    Er kan een nacht slapen overheen gaan voor de punt op de i staat en er een streep onder getrokken is. Want “er is altijd een reden om een vervolgstap te zetten. Dat kan heel intuïtief zijn. (…) Het moeten voor de kijker abstracte vlekken zijn of het moet een voorstelling zijn. Als het er tussenin zit, wordt het een puzzeltje dat ze niet opgelost krijgen.” We moeten dieper, ergens anders naartoe om tot een essentie te komen, vindt Korten. De magie van het handelen komt samen in iets wat een beeld wordt. “Die strijd zit bij mij in alles. Met de jaren durf ik meer risico’s te nemen en kreeg ik vertrouwen dat de dingen ooit klikken, dat vroeg of laat betekenis krijgt en het een sterk beeld wordt.”

    Van een dwarse zijde benaderen

    Vooral waar René Korten in het interview zelf aan het woord is, of de woorden van Van Canneyt in de mond neemt omdat zij op eenzelfde golflengte zit, toont het de kunstenaar achter de kunst. Geeft een reden beter en anders naar het werk te kijken. En waar in het boek anderen de kunstenaar en zijn kunst verklaren krijgen de schilderijen meerwaarde, krijgt de gelaagdheid diepte, komt het tweedimensionale beeld in een mysterieuze ruimte terecht. “Zijn werken stralen een zelfverzekerdheid uit waarbij hij van nature lijkt te vertrouwen op het creatieve proces en zich erdoor laat leiden”, schrijft Frank-Thorsten Moll terecht op. Korten laat tijdens het schilderproces een schijnbaar rommelige nonchalance toe om in een latere fase de controle terug te krijgen: spontane expressie en gecontroleerde vormgeving. Dat proces is een essentieel onderdeel van het werk, zijn kunst is een middel om het onbekende te ontdekken zonder beperking van een voor opgezet plan en een duidelijke bedoeling.

    Rick Vercauteren benadert het werk van René Korten van een dwarse zijde om er nog een andere duidelijke kijk op te krijgen. De abstractie krijgt een werkelijke invalshoek om te bewonderen en op waarde te schatten. “Via zijn verbeelding viert René Korten, in maturiteit gegroeid, in verdichte, verhulde vorm het leven zelf. Zijn zonder uitzondering in maximale vrijheid, spontaan geboren kunstwerken maken metaforisch allerlei tegengestelde facetten in het menselijk bestaan aanschouwelijk. (…) Reflecterend op natuur en cultuur schept René Korten, die naar eigen zeggen conceptueel in series denkt, in zijn atelier dagdagelijks illusionistisch ruimten waarbij regels, indien nodig, als het ware vanzelfsprekend verdampen in ongedwongen expressief en vrij handelen.” In volzinnen gaat de schrijver verder: “In de concrete wording staan formaat, kleur én daadwerkelijk scheppen, tezamen, immers altijd in dienst van het zo spontaan mogelijk geboren laten worden van nieuw, (non)-figuratief werk.”

    Mogelijkheden verf en drager

    Naast de sferische afdrukken van zijn werk die het boek bezienswaardig laat zijn, maakt de poëtische benadering van Frans Budé op de schilderijen van René Korten de uitgave tot een parel in de boekenkast onder Kunst met een grote k. Pakt Korten het leven al eigenzinnig aan, Budé doet dat nog eens dunnetjes over door het werk eigenwijs te vatten. Eigenlijk is deze kunstzinnige benadering in een spel met woorden een nog betere uitleg van het werk dan enig andere zienswijze dat kan zijn. De vormgeving van het boek vervolmaakt dit overzicht van een dozijn aan werkvlijt. “De kleuren vragen om een voor een / aan te schuiven – als in een droom waarmee / te spelen valt. Terug- en vooruitkijken, houvast / / vinden zomaar in het niets.”

    En ze zijn het er eigenlijk allen wel over eens dat de mogelijkheden van verf en drager tot het uiterste worden gedreven.’, citeer ik mijn eigen woorden uit de bespreking van het boek Furious Balancing. ‘Het schilderij is klaar en af wanneer werk en maker in harmonie zijn met elkaar, maar die uitkomst – dat moment van samenvallen – staat nooit van tevoren vast. De werken zijn landschappen van onze geest. Ze bestaan niet anders dan in mijn onderbewustzijn. Het bewustzijn, die werkelijkheid, manipuleert Korten met zijn schilderijen. In zijn beelden ontstaat een realiteit die geen bestaan kent, irreëel is en toch werkelijk lijkt. Het werk heeft een eigen waarheid in zich. Een waarheid die het midden houdt tussen echt en onecht.

    Hide Your Backbone. René Korten. Schilderijen en werken op papier 2012-2024. Poëzie Frans Budé. Tekst Hilde van Canneyt, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Publicatie met steun van Het Cultuurfonds, Jaap Harten fonds, Mondriaan Fonds. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2024.

  • Op het balkon komt de binnenruimte buiten

    Het is een sport, wanneer ik met de hond een blokje om ga, terloops vluchtig bij anderen door het raam naar binnen te kijken. Te gluren naar de buren. Langs lopen, niet voor me uitkijken maar langs de neus weg zijdelings de blik wenden. Zonder dat deze kruist met die van de mens daar achter de geraniums. Om te zien hoe de ander leeft, wat er in de kamer staat, de bank waar op gezeten wordt, op welk net de televisie staat. Vooral in de avond wanneer de ruimte verlicht is kan het schouwspel daar binnen de aandacht trekken. Echter kunstschilder Jannes Koetsier is niet zo een voyeur als ik dat ben. Hij kijkt wel naar de ramen, maar zijn blik reikt niet verder dan het balkon. Wat daar gebeurd heeft zijn inspiratie. Daarmee lijkt zijn belevenis plat, een eendimensionale ervaring. Wat er achter de ramen is blijft vaag en onbereikbaar.

    In zijn serie “Balkon met .. ” is de begaanbare uitbouw aan het gebouw zijn model. Daarvan maakt hij als het ware een stilleven. Beschouwt de actie in de buitenlucht en legt deze intiem vast. Het balkon is de drager van de gebeurtenis. Op die drie vierkante meter, op het schilderij gereduceerd tot poppenhuisverhoudingen, rangschikt Koetsier het onderwerp. In een losse schildertoets en trefzekere verfstreek, de verf wordt gezien en is nadrukkelijk aanwezig, beleven zijn figuranten hun vrije tijd. Zij spelen het spel van de schilder mee zonder zich daarvan bewust te zijn. Ze worden dubbel bekeken. Eerst door de kunstenaar en later door de beschouwer van het schilderij.

    Het meest alledaagse bijzonder

    Jannes Koetsier heeft een deel van zijn serie balkons gevat in een onder eigen beheer uitgebracht boekwerk. Dat geschrift laat zich bekijken als is het een expositie. Het gaat zonder begeleidende en uitleggende tekst, het is een zaak van kijken, bewonderen en verwonderen. Slechts zoals in de tentoonstelling dat ook het geval is heeft iedere compositie een tekstbordje met titel, jaar van ontstaan en afmeting van de compositie. Door het grote formaat van het boek komen de kleine schilderijen goed tot hun recht, want vele daarvan zijn daardoor op ware grote afgebeeld. Aan het slot zijn nog enkele foto’s toegevoegd om te tonen hoe Koetsier ter plekke in de buitenlucht werkt, en een overzicht van een tentoonstelling in het Gorcums Museum.

    Koetsier laat zich betoveren door wat hij ziet. Hij maakt in het schilderij het meest alledaagse bijzonder met uitgesproken kleuren en een duidelijke toets. De handeling, het tafereel, laat zich bekijken. Als een stilleven vastgezet in de tijd. Een stedelijk landschap, althans een detail daaruit. Dat Koetsier dit onderdeel van zijn oeuvre maakt doet het ertoe, is de alledaagse gebeurtenis bijzonder. De kunstenaar tilt het uit de dag, snijdt het los uit het grote geheel. Daarop gaat hij los en laat mij ernaar kijken. Ik, de voyeur, die graag naar binnen kijkt bij anderen.

    Semi afgesloten binnenruimte

    Met het balkon schotelt Jannes Koetsier mij een gebakje voor, waarop ik zelf de kers moet zetten. Zelf doorzien wat daar nu eigenlijk gebeurt, waarom het zo bijzonder is buiten dat het een onderwerp voor een schilderij is. Wat beweegt de kunstenaar om juist dit balkon en deze plek te verheffen in de tijd. Vast te leggen en daarmee te vereeuwigen voor nu en later. Juist door deze plek, die er voor de buitenstaander minder toe doet maar voor de bewoner het contact met de buitenwereld is, te nemen als model is het een meer bijzondere plaats geworden. Daar gebeurt het, daar laat de bewoner zich zien. Daar zwaait hij naar mij en door hem spreekt de kunstenaar tot mij.

    Het balkon is een semi afgesloten binnenruimte. Daarop en daarmee laat de bewoner iets van zichzelf zien. Het is wel een openbare ruimte maar tevens een eigen persoonlijke plek. Vooral bij mooi weer komt binnen naar buiten. Wordt het balkon een eldorado, want de eigenaar heeft meestentijds geen tuin. Dus wordt de besloten plek vol gezet met planten en zithoeken, snuisterijen en hebbedingen. Slechts wanneer het geld er rolt of tegen de plinten klotst is het balkon een prestige object, een armatuur aan het huis. Daarop laat de bewoner zich nauwelijks en liever niet zien. Dergelijke balkons vormen echter geen onderwerp voor Koetsier.

    En plein air

    Waar de balkons in zijn werk gesitueerd zijn wordt niet altijd evengoed duidelijk. Is echter van geen belang, wel is zichtbaar dat deze meestentijds langs flatgebouwen hangen. Maar het adres is onbekend. Het is niet waar, het is hoe. Aan het balkon herkent men de bewoner. Laat me zien hoe je balkon is en ik weet wie jij bent. Maar het gaat Koetsier niet om de inhoud, niet om de mens. Het gaat hem om het plaatje, het stilleven. In de traditie daarvan is dit een speelse variant. Bijna een vanitas, want was is komt niet terug, het is was in de tijd, kneedbaar en breekbaar, het vergaat, ijdelheid. Dat moment van dit zijn legt de schilder vast, die tel van wezen bevriest hij in zijn werk.

    De schilder werkt voor deze serie en plein air. Dat wil zeggen dat hij zijn veldezel buiten neer zet, een klein doek er op zet en zich er toe zet. Hij vindt in de buitenlucht een geschikt standpunt, kiest het meest verrassende en inspirerende blikveld waarin de focus op een enkel balkon of een groep uitbouwsels ligt. Uit de voortgang van de tijd kiest hij een compositie. Nat in nat als een snelle schets van het moment. Impressief met een scherp oog. Een spiedende blik, een glurende kijk. Ook is het balkon als onderwerp wel bijzaak wanneer het oog valt op mannequins in zwemkleding, verhullend de aandacht trekkend. Dan is het balkon de aanleiding maar zijn de dames de afleiding. De snelheid van observeren maakt niet duidelijk wat precies op die balkons gebeurd. Vaak verhullen parasols ook wel de gebeurtenis.

    Vrolijke serie schilderijen

    In iedere vormgeving ziet Koetsier een monumentaal moment. Dat schept een grote diversiteit in de serie. Want zoals geen mens gelijk is lijkt nauwelijks elk balkon op de ander. Ieder individu geeft er een eigen invulling aan. Zelfs de bescheiden balkons van Oosterpark krijgen door het penseel een persoonlijkheid. Veelal worden de balkons niet en face bekeken, maar van onder af in kikkersperspectief. Steeds is er de onderkant van de betonplaat zichtbaar, want natuurlijk bevindt de plek zich boven ooghoogte.

    Het is een vrolijke serie schilderijen, het plezier in schilderen straalt van de doeken af. Koetsier beschouwt het onderwerp creatief op een recreatief moment. En is de plek dan verlaten of niet in gebruik dan zorgt de lichtval en de kleurbehandeling wel voor een aangenaam uitzicht. Natuurlijk staat het balkon model, maar is de mens als zodanig daarop dat niet. Wel komt het gevoel dat de mens uitdrukt in de indruk naar voren. Doet deze zijn of haar ding dan wordt de schilderende voyeur niet opgemerkt. Dat ene moment dat Koetsier beschouwt blijft dus niet vast liggen in de tijd. Hij moet dat ogenblik vasthouden op zijn netvlies om het zo natuurgetrouw mogelijk, maar wel in de eigen schilderstijl, vast te leggen.

    Huis-tuin-keuken balkons

    Er zijn balkons in allerlei soorten, maar weinig in verschillende maten. Het zijn intieme en exclusief begrensde vierkante meters. Niet langer dan het appartement breed is, soms zelfs minder ruim. De hekjes zijn wel van diverse makelij. Flats hebben een betonnen fabrieksmatige omheining. Slechts zelden heeft de schilder daarvoor belangstelling, want daarachter blijft veel onzichtbaar verborgen. Zijn focus is op de balkons met spijlen. Deze zijn transparant, de gebeurtenis is zichtbaar.

    Verder zijn het de huis-tuin-keuken balkons die de aandacht hebben. Slechts een enkele keer valt zijn blik op monumentale uitbouwen met gepleisterde omheining. En veelal is de afmeting beperkt tot de breedte van twee openslaande deuren. Deze past mooi in de verhouding van de compositie, blijft handzaam binnen het kader. En alles wat door het leven is getekend heeft een verhaal, daarom spreken mij het “Versleten balkon” en “Frans balkon” erg aan. Niet alleen het balkon is versleten, het schilderij daarvan gemaakt draagt ook de sporen van vergankelijkheid. Op een treffende manier heeft Koetsier de tijd stil gezet, terwijl de voortgang ervan zichtbaar blijft. Het is een statisch werk dat kalm in beweging is.

    Er zijn balkons met parasols in diverse kleuren, iedere bewoner kiest een eigen voor zichzelf aansprekende tint. En die bewoner doet verschillende dingen en activiteiten op het balkon: lezen, muziek luisteren, roken, de was ophangen, bloemen schikken en gewoon alleen maar zitten. Ik bekijk mensen, een stel, oma, een man. Er is een balkon met troep en er staat een hond op de uitkijk. Er gebeurt van alles wat. Het zijn balkons met …

    Balkon met… Jannes Koetsier, schilderijen. Uitgave in eigen beheer, 2025.

  • Sido Martens zet een punt: ZIEZO

    In de introductie adviseert hij mij de 75 liedjes op zijn album ZIEZO te doseren. Om het beluisteren uit te smeren over een aantal dagdelen verdeeld over een periode van weken, desnoods maanden. Dit om ‘oververmoeidheid van gehoor en overprikkeling van de geest te voorkomen’. Echter ben ik dwars, altijd al geweest, en neem een overdosis – gewoon omdat het zo lekker is – om in een roes te komen waarvan ik niet out ga maar juist heel high wordt. De liedjes van Sido Martens namelijk zijn uitstekend te verdragen, liggen makkelijk in het gehoor. Ik raak daar absoluut niet oververmoeid van en heb mijn cd-speler op repeat gezet zodat de 75 liedjes 150 songs worden en 225 composities.

    De lijst wordt echter geen muzak, het verlaagt zich niet tot behang of arbeidsvitaminen. De liedjes blijven sterk en houden me bij de les. Zelfs door ze vaker te horen en nog eens te beluisteren verdiepen deze zich, raken de ziel van mijn geest. De teksten schijnen eenvoudig, maar roeren de kern van het wezen. Woorden die er niet toe doen zijn weggeschreven, de essentie van het zijn is gebleven. Martens zingt waar het op staat. Hij maakt een punt en zet een punt; achter zijn carrière!?

    Geestig maar veelal stekelig

    Hij is een zingende dichter. De tonen zijn de begeleiding van de woorden. Martens declameert de teksten meer dan dat hij deze op toon zet, met enkele maten ondersteunt hij deze regels. De teksten zijn minder gezangen, doen mij denken aan de psalmen die in het klooster nauwelijks melodie hebben. Daardoor is het accent gelegd op de betekenis en minder op de versiering. Daarom garneert Martens zijn oeuvre met instrumentale verzen, liedjes zonder woorden die echter veel verhaal hebben. Als rustpunten in een gedicht, lege regels om even stil te staan, bij stil te staan. Moment van contemplatie.

    Het zijn puntige teksten, geestig maar veelal stekelig. Over het leven, het zijn, de wereld, de liefde. Spitse composities om een reden. Minimale orkestratie heeft een oorzaak. De arrangementen zijn kort en bondig, want op de ZIEZO compact disc moesten wel 75 nummers komen terwijl er in totaal maar 80 minuten muziek op past. In amper 60 seconden maakt hij zijn punt met weinig omhaal van woorden of zelfs zonder woorden. Een enkele keer heeft hij meer woorden nodig om sterk uit de hoek te komen, dat zij hem vergeven. “Geen eindeloze intro’s, herhalingen of terugkerende refreinen, of soms ook overbodige solo’s, laat staan oneindige fade outs.” Het vrije vers in handen van Sido Martens is ingedikte liedtekst, en zijn al met al misschien wel meer waardevol nog.

    Klein en fijne liedjes

    Voor dit album, dat zijn laatste zal zijn zo veronderstelt Martens zelf, schreef hij 75 nieuwe teksten en maakte 75 nieuwe composities. Vanaf november 2023 peddelde hij bijna elke middag naar zijn oude caravan op een boerencamping in de buurt van Leeuwarden, lees ik op de website van Folkforum. “Daar prutste ik met tekst en frunnikte met akkoorden op mijn oude, gebutste en half versleten Harmony Sovereign gitaar uit de jaren zeventig. Want die wilde ik per se gebruiken, dat is mijn vertrouwde vriend en aloude compagnon. Mijn streven elke middag een liedje te fabriceren en op te nemen lukte grotendeels. Een digitaal opnameapparaatje en een paar microfoons en hup opnemen maar. Kale, sobere versies. (…) Omdat het meer en meer winterde besloot ik de zaak thuis verder af te maken, op de comfortabele zolder van onze doorzonwoning. Ook daar hetzelfde recept: pielen tot het wat werd. Ook veel demootjes beluisterd van nieuwe liedjes die ik eerder dat jaar maakte. Kijken en luisteren of er bruikbare dingen tussen zaten. Al met al na veel gedub en proberen 75 liedjes, muziekjes of nummers, hoe je het maar wilt noemen, opgenomen.” In de caravan zijn de liedjes klein en fijn, op de zolder meer uitgebreid en gearrangeerd met gastmuzikanten.

    Mijlpaal van driekwart eeuw

    Hoewel de zanger ook een begenadigd instrumentalist is, geeft hij op dit album toch de voorkeur aan het vocale vertolken. De muziek is, hoewel op de meeste bewerkingen, een virtuoze ondersteuning. Een bedje klanken waarop de zang zich prettig vleit. Om het aantal van 75 liedjes op een enkele cd te passen zijn de songs bewust in een kaal arrangement gegoten. Minder is meer, zullen we maar zeggen. Met dit album wil Martens ten langen leste een eind aan mijn muzikale carrière breien. “Niet omdat ik geen muziek meer wil gaan maken, maar omdat het toch veel gedoe is”, lees ik op Folkforum. “Ik wil dat zelf, jazeker, ik haal het mezelf op de hals. Komt omdat ik het veel te mooi, te kostbaar en ook gewoon fijn vind met muziek en tekst bezig te zijn. Ook dat het hier en daar gewaardeerd wordt wat ik maak en doe. Heel veel anders kan ik ook niet.

    De cd is echter maar een part van het album. Wel belangrijk want het markeert de 75 jaren dat Martens op deze aarde vertoeft. Dit jaar heeft hij deze mijlpaal van driekwart eeuw behaald. Om dit te vieren is er ZIEZO in de betekenis van klaar en af, gedaan, volbracht, punt er achter. Maar dit laatste deel heeft een open einde, want de muzikale schrijver doet wel de deur dicht maar draait deze niet op slot. De reeks albums heeft een open einde, er kan nog een aflevering aan worden toegevoegd. Voor nu is het ziezo en tot ziens, maar volgend jaar of daarna kan het best hoezo ziezo zijn. Het is afwachten, maar ik zie hoopvol de toekomst tegemoet.

    Haren kwijt maar niet zijn streken

    En eerlijk, dit album is mijn eerste kennismaking met de muzikant Martens als solo-artiest. Al wel ken ik zijn schrijven van boeken, maar mijn muzikale kennis was niet ruimer dan zijn deelname in de band Fungus. Ziezo is voor mij dan ook een inkijk in het oeuvre en de start om meer te horen en te kennen. Pas nu in 2024 smaakt het naar meer en zal ik mijn bord volscheppen met het andere werk van Martens. Het water loopt me bij voorbaat al uit de mond, het fluistert mij in de oren. Overigens op die eerste plaat van Fungus is ook al de virtuositeit van de instrumentalist Sido Martens te horen. Tussen de actueel bewerkte volkswijzen is zijn lied zonder woorden te horen, misschien wel de beste song van de hele plaat. Maar dat was toen, hoewel de man onlangs met vrienden – een reünie van de aloude band zat er niet in – het 50 jaar geleden gelanceerde Kaap’ren Varen voor een eenmalige uitvoering onder het stof vandaan heeft gehaald. Na die mannen met baarden raakte Sido al snel zijn haren kwijt maar niet zijn streken. Hij is een periode uit de running geweest, maar telde wel serieus mee in de rensport – Martens was een gezegend hardloper. Maar bloed kruipt waar het niet kan gaan, de muziek zit hem in de genen, het is zijn DNA. Dus in eigen beheer is een ruime discografie opgebouwd en daarnaast schreef hij nog een aantal boeken vol. En nu kijkt hij dan om en overziet, en ik kijk over zijn schouder mee en leg mijn oor belangstellend te luisteren.

    Kleurenhoutdruk als inlegvel

    De cd, het schijfje met gat in het midden, is gestoken in een plastic hoesje geplakt op de binnenkant van de omslag van het boek. In dat boek verantwoordt Martens deze uitgave en zijn alle teksten van de liederen afgedrukt. Verder tonen foto’s details van de instrumenten die Martens bespeelt en stelt hij zijn medestrijders in de muziek voor. De opgebouwde serie lp-, cd-, single-, cassette- en boekuitgaven krijgen aandacht. En er wordt interesse gewekt voor de maker van de kleurenhoutdruk dat als inlegvel bij het boek meegaat, de kers op de taart. Beeldend kunstenaar Siemen Dijkstra maakte speciaal voor ZIEZO een ontwerp en drukte deze in een oplage van 75 stuks af: de onzichtbare zanger. Tot overmaat van informatie staan achterin het boek enkele QR-codes om de kennis nog uit te breiden of op te halen. Zo kunnen onder meer gemiste tv- en radio-uitzendingen nog eens worden bekeken en beluisterd.

    En terwijl een ieder in deze periode het oor te luisteren legt om deze of gene Top 1000 te horen, want ieder zichzelf respecterende radiozender heeft wel een verzameling all-time classics aangelegd, zet ik weer en nog eens de cd behorende bij ZIEZO op. Om de 75 songs van Sido Martens te beluisteren. Een muzikale staalkaart van het kunnen van deze vreemde eend in de bijt van de Nederlandse popmuziek. Vreemd, omdat hij zich niet wenste te conformeren aan de mores, zijn eigen ding wilde blijven doen. Zo heeft hij eigenwijs en onafhankelijk een persoonlijk repertoire opgebouwd, zijn eigen The Real Book.

    Nu telt hij de knopen aan de jas van zijn leven. Hij is alles behalve verzadigd en staart niet vanachter de geraniums inspiratieloos uit het raam. “Maar de tijd knaagt. Roest zit altijd op plekken die je niet ziet. Hooi broeit van binnen naar buiten. Het lekt meestal waar je niet zoekt”, aldus bespiegelt Martens het zijn in een voorwoord, het leven, zijn bestaan. “Beetje spelen blijf ik doen, af en toe optreden ook best leuk.” Een kunstenaar met pensioen is een dode kunstenaar. Het heilig moeten houdt het vuur brandend. De geest in de fles moet eruit. Hoezo ziezo?

    ZIEZO. Sido Martens. Boek, cd & houtdruk. Uitgave in eigen beheer (Ren Pen Produxies), 2024.

  • Een nutteloos boekje tot nut van het algemeen

    Voor mij was zij een onbekende, hoewel Marije Hage niet ver van mijn woonplaats wekelijks diensten leidt als protestants predikant. Een kleine wereld, maar ook heel erg groot. Mijn kennismaking met haar was via de televisie in het programma “De verwondering”. Een programma dat ik zie en beluister wanneer ik de kerk die zondagmorgen niet heb bereikt. Wanneer de kerkgang minder weegt dan een verdieping via de beeldbuis. Zij als mens intrigeerde en haar verhaal wekte mijn aandacht.

    In het gesprek met Annemiek Schrijver zocht ze om woorden voor haar wezen en zijn. Zo onzeker maar zorgvuldig abstracte gedachten duidelijk formuleren, dat komt mij bekend voor. Met een roeping als predikant en de vrijheid van de kunstenaar is ze geen redenaar. Hoewel het brengen van de boodschap een rappe tong vereist, maar je bij de kunst juist dient te zwijgen om te maken en stil en bedachtzaam te kijken.

    Pleidooi van Hage

    Marije Hage schreef een dun boek vol over nut, of eigenlijk het tegengestelde daarvan: Pleidooi voor het nutteloze. Haar naam zocht ik op Google, want dat genoemde boekje zal ik graag hebben om erover te schrijven. Zoals ik via meerdere kanalen geïnteresseerd raak in boeken om te recenseren. Niet alles heeft mijn belangstelling, waardoor de knop omgaat is ook voor mij een mysterie. Maar het pleidooi van Hage zal ik graag lezen en beschrijven. Ik vond geen uitgever, want het bleek een uitgave in eigen beheer. Van haar website kon ik de tekst als PDF downloaden. Het is geen verdienmodel. Dus nutteloos? Onzin! Ik zie het nut er wel van in, dus eigen mij de tekst toe en neem de woorden tot mij.

    Maar eerst sloeg ik aan op haar afscheid van de sociale media, terwijl ze daar voordien volop op aanwezig was met gedachten en overdenkingen, beelden en nabeelden. Het werkt bevrijdend, mijmert ze voor zich uit starend de camera in, wanneer je niet meer mòet posten ben je ongebonden, los van de macht van het logaritme. Bevrijd van het nut. Daarom zal ze mijn bespreking wel niet onder ogen krijgen, want deze bestaat bij de gratie van het internet, bij het wezen van het world wide web.

    IJdelheid maakt het leven leefbaar

    Hoewel het schijnt dat de woorden klaarblijkelijk minder makkelijk zich vormen in het gesprek, staan deze luid en duidelijk op papier. Ze zoekt dus vaak naar woorden om zinnen te vormen, zinnen die soms onafgemaakt vervliegen in gedachten. Dat is in praten min, maar in schrijven meer. “Woorden leggen routes af. Je moet ervoor gaan zitten. Dan klimmen ze in je.” Wel is ze live – onder de warme lampen van de studio – ook niet altijd zeker van de zaak, ‘misschien’ leek een stopwoord of ‘ik denk’. Hage is dan ook eerder een schrijver dan een prater, meer een beeldmaker. Een spreker preekt wat eerder is geschreven, dat voordien is overdacht en genoteerd, de woorden, de zinnen.

    In het pleidooi verdedigt ze het nutteloze, datgene dat geen goedkeuring krijgt van de grootste gemene deler. Alles dat consensus heeft is zinvol, althans hoort bruikbaar, dienstig en constructief te zijn. De tijd dient welbesteed, geen moment mag verloren gaan aan doelloos en onnodig tijdverdrijf. Maar juist die ijdelheid maakt het leven leefbaar. Het nutteloze te omarmen maakt het leven vruchtbaar. Op die grond kan het zijn groeien en bloeien. Overbodige werken zijn het fundament voor de ‘echte’ prestaties. Ontspanning wordt gezien als onnodig vermaak, op cultuur kan fors worden bezuinigd. Het kabinet zou eigenlijk het betoog van Marije Hage moeten lezen en uitwerken, er beleid op maken.

    In je eigenste ik ben je klein

    In het pleidooi gaat zij in haarzelf terug naar de kindertijd, haar periode van het leven waarin ze kind is. “In het midden-leven ervaar ik plotseling dat ouder worden ook een teruggaan is”, schrijft ze. “Vallen wordt weer landen. Ik voel in mij de omtrek van het kind dat ik ooit was. Nee beter, ik vind haar alsof zij nooit is weggeweest.” De kindertijd, een tijd die voor de volwassene van minder nut schijnt, maar door de jeugdige mens als bijzonder waardevol wordt ervaren. Dat gevoel van het zijn verkennen wil ze terug en krijgt ze van voren af in gedachten. Herinneringen aan de fijne, geborgen en beschermde tijd. Maar ook komt ze terug in het heden met de wetenschap van dat verleden. Je zou willen dat het eeuwig was, nooit ophield dat kind zijn. Voor de buitenwereld houd jij je groot, maar binnen in je eigenste ik ben je klein, blijf je op de vrije en ongeziene momenten kind. Want er is drukkende haast, je hebt nog zoveel te doen, er is een hoop nuttigs te verwerken. Maar diep in jouwzelf, in mijzelf, is het nutteloos mijmeren een hoogste goed.

    Lezen boekje totaal nutteloos

    Het beschouwen van de beginneling in het leven, de novice die alles nog moet meemaken, het welhaast onbeschreven blad. Dat is wat kind-zijn is. Niet alles hoeft perfect te zijn, want je moet het immers nog leren, het leven. Niet het resultaat is belangrijk, de dood, maar het leven daarnaar toe, het werken, het zijn. Deze gedachten blijven boven mij hangen wanneer ik de teksten van Hage lees en tot me neem. Zij geeft de aanzet tot het begin van een gedachte. En met haar woorden rolt als vanzelf deze tekst uit mijn pen. Zij geeft mij een begin aan, waarop ik door kan gaan. Met vallen en opstaan, want lees ik het terug is er meer onduidelijk aan wat ik probeer uit te leggen van mijn gevoel bij haar proza en poëzie. Niet alles hoeft beter en anders, er mag een steekje los zitten. Dat is de kunst van de gedachte, van het schrijven. Hage laat het perfecte nut los, laat het gaan, en begint het leven onbevangen te ontdekken om terug te komen bij het kind in haarzelf. En ik volg haar, op de voet. Het is een helder recept, de ingrediënten zijn voorhanden.

    Ze heeft me gewaarschuwd, voor aanvang, dat het lezen van het boekje totaal nutteloos is. Zonde van de tijd. “Je wordt er niet productiever van, je wordt niet beter in het managen van to-do lijstjes en het gaat je niet in zeven stappen helpen om een opgeruimder mens te worden.” Het is een lofzang op de ineffectiviteit van mens-zijn, schrijft Hage, op ons gezamenlijke en persoonlijke gestuntel, en op alle lieve, frustrerende, warme, irriterende, soms verdrietige, maar vooral ook ontroerende gevolgen daarvan. Het is ijdel, het is nutteloos, maar het is geen onzin. Het is najagen van wind, richten van pijlen op de storm. Deze sport verdient een olympische status.

    Gevoel van achter de feiten aanlopen. / Kwijtgeraakt zijn. / Teruggaan. / Terugvinden. / Onschuld en goede bedoelingen. / Ergens voor staan en waar dan voor. / Nog steeds grijpen, / misgrijpen, / nergens aankomen. / Wel vaker: / jezelf herkennen. / Iets meer weten, wat leven is.”

    Pleidooi voor het nutteloze. Marije Hage. Uitgave in eigen beheer te downloaden van haar website, 2024.

  • Kwartetteketetten met het oeuvre van Roland Sohier

    Hij brengt ons terug rond de huis-, tuin- en keukentafel. Wij doen voor de verandering eens samen een spel en leggen de mobiele telefoons aan de kant. We hebben het erover met elkaar rond de pot kaarten, want de kunst van Roland Sohier maakt de tongen los. De kunstenaar scherpt onze verzamelwoede op. Fanatiek willen wij zoveel mogelijk kaarten bij elkaar leggen, van medespelers afhandig maken, om strijdlustig bij een viertal te roepen: kwartet! Het kwartetspel is met de bordspellen Mens-erger-je-niet en Ganzenbord hèt gezelschapsspel bij uitstek om offline samen en tegen te werken. Het is ouder dan de weg naar Rome en bestaat al zeker sinds de boekdrukkunst is uitgevonden. Ieder onderwerp kan thema zijn. Zo is er een tal aan diversiteit in het kwartetten. Ieder denkbaar vakgebied, aangelegenheid of affaire kan wel uitgelegd in 48 kaarten, 12 kwartetten. En er komen steeds bij nu de mens weer wil praten met de ander, contact maken zonder scherm. De mobiel gaat uit, de kaarten komen op tafel.

    Send in the clowns

    Voorheen drukte kunstenaar Ronald Sohier zijn recente werk af in een in eigen beheer uitgebracht boekwerkje. Een schrift met een kort overzicht van zijn bezigheden in dat bijna voorbije jaar. Zo geeft hij inmiddels een minder omvangrijke kijk op zijn oeuvre, want zijn kunst moet natuurlijk lijfelijk gezien worden, in het wild en openbaar. De uitgave, met december als maand van verschijning, is slechts een uithangbord voor wat Sohier nog meer aan bijzonders weet te brengen. Vorig jaar vormde een uitzondering op de regel omdat uitgifte in het wereldbeeld zo urgent was dat het net na de zomer verscheen: send in the clowns. En nu heeft hij een andere vorm van afbeelden in serie gekozen, gewoon omdat het kan. Het geeft een inkijk in zijn oeuvre en reikt dit keer verder dan het ene afgelopen jaar. Met het kwartetspel van Sohier krijgt de eigenaar, de kijker en speler, een laagdrempelig totaal inzicht in het werken en de stijl van de kunstenaar. Het is krachtiger dan een oeuvreboek, omdat het spel interactief is: je dient de composities te benoemen om er genoeg van te krijgen.

    Compromitterend

    Sohier heeft zijn spel gekscherend Kwartetteketet genoemd, maar het is zeker een serieuze uitgave hoewel het spel een vrolijk tijdverdrijf vormt. Rond de tafel staat de kunst van Roland Sohier voor de duur van het spel in het middelpunt van de belangstelling. Onder het genot van een borrel en de bijbehorende versnapering is er gezelligheid, vertier en vrolijkheid. Het is echter een kwartetspel voor volwassenen. De beelden kunnen compromitterend zijn, want Sohier windt er geen doekjes om. Kunst verbergt het zeer niet, verbloemt geen waarheid, de schoonheid van het zijn is zichtbaar gemaakt. Dat zijn van Sohier kent een eigen wereld, een persoonlijke beleving. In een beeldtaal die doet denken aan een cartoon, een karikatuur van de werkelijkheid. De figuratie beweegt zich veelal in serie over de bladspiegel. Er is dynamiek in het platte vlak, alsof de figuren zich willen losmaken om de ruimte in te gaan.

    Het naakt bijvoorbeeld is een model dat van meerdere kanten is bekeken en in diverse houdingen wordt gelegd. De lijven bewegen zich elastisch over het papier. Maar telkens idit s het lijf van een enkel met name genoemd vrouwspersoon. Om een kwartet te hebben dienen Clara, Eleni, Noemi en Carolina naast elkaar gelegd te worden. En zo werkt het tevens met de schetsen van Humpty Dumpty. De kop van het mannetje wordt van alle kanten belicht als speelse variatie op het strenge kubistische karakter. Zijn de Schilderijen met Meisjes bevolkt door een wervelende orgie aan blote dameslijven, die wederom van alle kante en in diverse poses worden stil gezet. Ze rollen over elkaar, de lichamen gaan in elkaar op en vormen samen een dynamische kluwen van torso’s en ledematen.

    Bloterikken en kopvoeters

    Roland Sohier belicht iedere kant van zijn kunnen, elke ingang van zijn oeuvre krijgt een kans zich te openen in Kwartetteketet. Zo heeft hij ook ruimtelijk werk gemaakt, beelden, raam- en muurschilderingen, installaties. Een tweetal museale presentaties komen voorbij en samengestelde tekeningen op staande reclameborden. En alle in de bekende eigen persoonlijke stijl van deze eigenwijs dwarse kunstenaar. Wat te denken van de vette schilderijen en de vette tekeningen, deze zijn inderdaad cool. Een feest van bloterikken en kopvoeters. Ratatata is een voor het spel in vier delen uiteen vallende wanddecoratie, een gevisualiseerde danse macabre. Niet alleen het zijn, leven, heeft de aandacht van Sohier; ook het was, de dood, krijgt een plek in zijn oeuvre. Maar wel op een relativerende manier en een vrolijk opgeruimde kijk op de dingen. In zijn werk heeft alles een zonnige kant, zelfs de schaduwen worden kleurig ingevuld.

    En dan zijn er om het beeldgenot compleet te maken de zelfportretten in de categorie Selfies. Sohier toont het grimas van Roland. Niet zijn kop is onderwerp, maar de acties die de handen eraan uitvoeren. Het zijn eerder gebaren van een doventolk in een erg uitgesproken taal. Het sluit het kwartet op een wonderlijke manier af en laat zien dat de kunstenaar nergens voor terugdeinst. Alles moet verbeeldt kunnen worden, iedere schaamte is hem vreemd. En dat is nu net de charme van deze kunstenaar die zich beweegt op het snijvlak van het serieuze beelden en het verbeelden met een dikke korrel zout. Op de grens van werkelijke realiteit en irreële abstracte kunst. In een zelf gecreëerd niemandsland is Sohier de koning, keizer en admiraal van zijn sprookjesachtige werelden met grimmige randjes en ongemakkelijke situaties. Degelijk opgeleid aan de Gerrit Rietveld Academie heeft hij de traditionele tekenvaardigheid volkomen losgelaten en is losgegaan op de esthetiek van de schone kunsten. Wie zijn losgebroken figuren wil zien en door de handen laten gaan, koopt zijn kwartetspel. Kwartetteketet is de last post van de kunstwereld. Het herdenkt de schoonheid en gedenkt de inspiratie. Het neemt een vette loop met nep, namaak en vervalsing, dat kunst letterlijk is natuurlijk.

    Roland Sohier’s Kwartetteketet. Kwartetspel met kunstwerken van Roland Sohier. 48 kaarten in 12 categorieën als een soort oeuvre catalogus. Uitgave in eigen beheer in samenwerking met Uitgeverij De Zwaluw, 2024.

  • Luister, Hilda Klaassen fluistert haiku

    De haiku, dat is Japanse mysterie. Cryptisch dichtsel uit het land van de rijzende zon. In zo weinig mogelijk woorden een groots verhaal vertellen. Dichten met minder lettergrepen dan bijvoorbeeld de limerick, maar schurend aan het elfje. Schrijven is schrappen. In de haiku gedijt het kill your darlings. Om de kern te raken geen omstandige uitleg. Geen verbalisme, geen omhaal van woorden. ‘op eigen wijze / deelt het kustlicht de nacht in / zolang het opvalt’ (*)

    Hilda Klaassen laat het verbale aspect achterwege, wanneer zij de natuur wil laten spreken. Want wat zijn de woorden van flora, van takken en bloemen? Welke taal bezigt de boom, welk lied zingt het bos. De roos heeft geen weet van poëzie, de kamperfoelie kent niet het geheim van de haiku. ‘zwervende vogels / verward in hun schaduwen / voorbij willemsduin’ (*)

    Het is de kunstenaar die spreekbuis is van stamper en meeldraad. Het is de mens die betekenis geeft aan wat en wie geen mond heeft om zich uit te drukken. Door takken en bloesem te rangschikken volgens de regels van de haiku, 5-7-5, geeft Klaassen het idee een natuurtaal gevonden te hebben. Een spraak waarmee het leven buiten de mens om kan communiceren. ‘takken en tekens / heeft de natuur hier een taal? / geheimzinnigheid’ (**)

    Creatieve variatie op het thema

    Maar natuurlijk ordent de natuur zichzelf niet naar de idee van een Japanse dichtvorm. Het is de hand van de mens, in dit specifieke geval de kunstenaar, die abstracte woorden toedicht aan een bundel takken en een bos bloemen. Het is een creatieve variatie op het thema, die als installatie gelezen dient te worden. De beschouwer kan er zelf woorden aan geven, in gedachten er een verhaal van maken. ‘luister naar de wind / of vlagen van gedachten? / fluisterende roos’ (**)

    Niet meteen valt het op dat er een haiku is gecodeerd, de geoefende blik heeft in tweede instantie oog voor het gedicht in geheimtaal. Er zijn geen woorden vuil te maken aan het drieregelige takkengedicht of het bloemkroonvers. Pas wanneer de kunstenaar zich ontpopt, of beter verpopt in dit geval, en opbloeit als poëet kan zij taal geven aan de natuur. Een taal die als aaneengeregen woorden begrijpelijk kan zijn. Echter het weglaten van uitleg, om kort en bondig te spreken, geeft het natuurlijke jargon een abstract karakter. Klaassen spreekt gevoel uit en maakt sfeer, een stemming die naadloos aansluit bij de installatie of de tekening, het kunstwerk. ‘druipnat verbonden / raken buigzame takken / voelen het water’ (**)

    Maar het is geen lezing van of commentaar op de afbeelding, het maakt onderdeel uit van de gehele creatie, het eindproduct. Het kan los van elkaar gedijen, maar is juist op de plek wanneer het samen wordt gepresenteerd. Die presentatie heeft plaats gevonden in een art press bundel, met paktouw bij elkaar gebonden vellen aquarelpapier in een beperkte oplage. In eigen beheer uitgegeven door de kunstenaar. Foto’s van installaties en tekeningen worden ondertiteld door gedichte woorden, poëtische taal.

    Galerie Bloemrijk Vertrouwen

    Het heeft een tentoonstelling gehad in Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Aldtsjerk. Gecombineerd met keramische objecten van Tjabel Klok vormde het de opening van het nieuwe seizoen, het 35e inmiddels want de kunstgalerie startte in 1989. Speciaal voor de ruimte van GBV had Hilda Klaassen een zaal-vullende expositie gemaakt, die dus in essentiële vorm zijn weerslag heeft gevonden in de art press bundel. Deze gedichtenbundel is in de galerie te koop. Eigenaresse Gerhild van Rooij is schatbewaarder van het gedachtengoed van kunstenaar Jan Loman. Vandaar dat ik in dit artikel een aantal van zijn haiku’s citeer. ‘bij opkomend tij / werden tekens uitgewist / indrukken bleven’ (*)

    Kunst maken betekent voor Hilda Klaassen kijken en tekenen. Voor haar is poëzie dichten benoemen en schrijven. “Het observeren van lijnen en vormen in de natuur en een onderzoek op papier”, schrijft zij achterop het bundeltje papieren. “Het samengaan van beelden met een relatie tot de eigen gevoelswereld.” Ze neemt waar, bespiedt en inspecteert het grote geheel van de natuur maar vooral details op macroniveau. De bevindingen zet zij op papier, want het kijken en zien doet iets met haar, roert haar. Die emotie, dat gevoel bij het zichtbare, moet vorm krijgen – haar interpretatie van de werkelijkheid.

    Interactief aanvullen

    De beeldende figuratie maakt door haar pen een vertaalslag in woorden, in poëtisch geplaatste zinnen waarin de idee van de lezer de leegtes vult. Klaassen laat weg en doet zodoende een beroep op het kijken. Zien wat niet is afgebeeld en lezen wat niet is opgeschreven. De tekeningen zijn niet zodanig uitgewerkt dat ik een compleet beeld krijg. De leemtes vul ik in met wat mijn ervaring bij een eerder gezicht mij voor ogen brengt. De abstractie vul ik interactief aan met mijn vermoeden van wat ik denk te zien. Dat is het fijne van kunst, dat er antwoorden op vragen gegeven dienen te worden om het beeld te begrijpen. Maar die reactie, deze respons, dient de beschouwer op de kwestie die het werk voorlegt zelf te geven. Wat je ziet zit in je hoofd, de gedachte vult het beeld aan. Het gedicht daarbij, in geval van Hilda Klaassen, zet dan de puntjes op de i of is de kers op de taart. Het geeft taal aan het beeld, terwijl het beeld vorm geeft aan de taal. Die vorm is het gevoel bij het zichtbare, de emotie bij hoe het leven ook geïnterpreteerd kan worden. Deze kunst geeft geen uitleg, maar is de verklaring zelf. Het fluistert de natuur, ik luister aandachtig.

    luister fluister – art press bundel – dichtbundel met foto’s van werk op papier. Hilda Klaassen. Eigen uitgave in beperkte oplage, 2024.

    (*) Haiku van Jan Loman uit de leporello “eigenwijze”. Uitgeverij Kleinood & Grootzeer, 1999.

    (**) Haiku van Hilda Klaassen uit “luister fluister”. Eigen uitgave, 2024.