Category: Uitgave in eigen beheer

  • Marike Hoekstra werkt met verdriet in Trauerarbeit

    There will be other songs to sing, another fall, another spring, but there will never be another you.” Door de deur is meteen de drempel geslecht. De toon is gezet. ‘Trauerarbeit’ raakt de juiste snaar wanneer je er gevoelig voor bent. En dat ben ik. Het boek dat de weerslag is van een project spreekt aan, daar het over verlies gaat en de omgang daarmee. De zin op de titelpagina komt uit de jazzstandard “There will never be another you” geschreven door Mack Gordon voor de musical “Iceland’(1942), later gezongen door onder meer Chet Baker, Frank Sinatra en Andy Williams – kortgeleden nog door Rickie Lee Jones. Heel dikwijls kunnen anderen verwoorden waar jij met moeite woorden aan kunt geven. Zo gebruikt Marike Hoekstra teksten van elders in haar beeldende taal, omdat het wiel niet opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Omdat verdriet en rouw universeel zijn, passen bestaande woorden, klanken en beelden vaak als een aangemeten jas. Een jas die je aan de kapstok kunt hangen en voor een moment aan iets anders wilt denken. Maar die jas hangt daar in het zicht. Soms storend aanwezig, maar meestal een uitkomst bij regenachtig weer – de tranen zijn nooit ver.

    Kun je werken aan verdriet? Je kunt werken met verdriet, dat moet wanneer het je overkomt. Verdriet kun je niet verwerken. Verdriet is nooit af, nooit klaar. Er staat geen punt achter verdriet, altijd een komma en soms zelfs een dubbele punt. In ‘Trauerarbeit’ draagt Marike Hoekstra het verdriet op handen. Letterlijk. Op het omslag is dat in tekening al meteen zichtbaar gemaakt. Het is niet eenvoudig de gelaagde tekeningen in het boek te duiden. In hun expressiviteit geven deze een directe impressie van de emotie. En dat is niet eenvoudig door een buitenstaander te beoordelen. Het dient bekeken te worden, aangevoeld, begrepen. Dus houd ik me liever bij de sfeer waarin het boek zich aandient wanneer ik het open.

    Een eeuwige vlam

    Om te werken met verdriet daarvoor kent de Nederlandse taal geen juiste term die de lading dekt, schrijft Marike Hoekstra in haar nawoord ofwel de verantwoording. Er is zoiets als (professionele) rouwverwerking, dat impliceert dat het verdriet eens klaar moet zijn. Dat je over het dode punt raakt en verder met het leven gaat. Maar dat is niet mogelijk. Het dode punt is geen stip op de horizon. Er is licht aan het eind van de tunnel, maar heel vaak wordt dat door iets of iemand uitgedaan. Soms is er een iets of iemand die het vuur opstookt. Want een vonk is er altijd, een eeuwige vlam.

    In de toelichting geeft Hoekstra uitleg aan haar kunst. Beelden hebben echter geen verklaring nodig. Zodra er tekst in het beeld verschijnt rijzen er vragen, dan wenst de kijker antwoorden. Zonder titel en zonder woorden leeft het beeld, kan het een individuele gewaarwording zijn. Maar duikt een tekst op, een uitgeschreven gedicht in de schildering of een uitgeknipt fragment in een collage, dan is de ervaring onpersoonlijk, dan spreekt het gevoel van de maker honderduit. Omdat het hier echter zeer persoonlijke kunst betreft waarbij ik aansluiting moet zoeken om de betekenis ervan te vinden, is de motivering van het werk een welkome aanvulling. Het is geen uitleg derhalve maar een toelichting, een verantwoording waarom het er is en de manier waarop het er is zoals het er is. De inspiratie van het zijn.

    Hoekstra is in de tijd op reis gegaan, vanwege haar verdriet echter nooit meer thuis gekomen. Die dag van verlies heeft haar leven gebroken, er is een voor en een na. Door de tekeningen een beeld aan het verdriet te geven, verdwijnt het niet. En dat is ook niet de bedoeling. De kunst is geen uitlaatklep, het is een middel om het verlies als een gevonden goed te kunnen beschouwen. Het tekenen is een ritueel geworden om met verdriet te werken. Het is geen verwerken, want het verdriet moet niet weg. De gebeurtenis, oorzaak van het verdriet, is geweest. De treurnis echter is.

    Loze beloften

    Verdriet zit niet tussen de oren, het werken ermee is een dagtaak. Het betaalt niet uit, maar loont wel – het levert iets op. Werken met verdriet, trauerarbeit – rouwarbeid, geeft het leven kleur maar het krijgt niet de glans die het voorheen had. Je kunt het oppoetsen tot je een ons weegt, het blijft een lachen als de boer met kiespijn. Door de zielenpijn heen denk je de zon achter de wolken te zien schijnen. Na regen komt zonneschijn, na lijden komt verblijden, na storm komt stilte; het zijn holle frasen – loze beloften. Want je kunt geen krokodillentranen huilen, er bestaan geen rozen zonder doornen. “Kleine zorgen kun je delen. Maar er is een soort verdriet dat mensen niet meer kunnen helen. En dat hoeft ook niet“, hoor ik Toon Hermans bij leven zeggen. En zo is het. En Vasalis schreef “Veel soorten van verdriet, ik noem ze niet. Maar een, het afstand doen en scheiden. En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.”

    Marike Hoekstra haalt in haar werk Vasalis meermalen aan, want de dichter en psychiater kan met woorden troosten waar de kunstenaar probeert met beelden te helen. “Moeder, zeid hij, waarom schreit gij? / Waarom greit gij op mijn lijk? / Boven leef ik, boven zweef ik / Engeltje van ’t hemelrijk”; Joost van den Vondel draagt de pijn, waardoor het leed beter te verdragen is. De woorden van Paternak maken een winternacht tot zomerwende. Een tekst kan het beeld overnemen, echter nooit vertalen. De taal van het woord past never nooit niet de spraak van het beeld. Een beeld zegt meer dan duizend woorden is niet zomaar bedacht. Het beeld is universeel, het woord plaatsgebonden.

    Geboortedatum

    Het boek ‘Trauerarbeit’ spreekt mij aan, zoals het iedereen zal aanspreken die met rouw te maken heeft. Het boek is daarin een goede raadgever, omdat het past als een handschoen. Vele van de tekeningen zijn zo als pleister op mijn wonde te leggen. Niet om te helen of te genezen, maar om ermee te leren omgaan. Vooral een specifieke datum in het boek bleek bij mij de weemoed op te roepen, waardoor ‘Trauerarbeit’ voor mij een bijzonder kleinood is geworden. Een boek dat een ereplaats in mijn boekenkast heeft gekregen. Wanneer je ontdekt dat jouw geboortedatum een bijzonder moment betekent in het verlies bij een ander mens schept dat een band. Een verbinding is gelegd, die niet fysiek is en waar die ander geen weet van heeft. Nu wel, nu ik het hier beschrijf. Zo is Noah, het onderwerp (middelpunt) en inspiratie voor het boek, opeens eigen en vertrouwd. Ik zal voortaan op mijn verjaardag denken aan zijn geboortedag. Zo dragen mensen samen het leed van de wereld.

    Marike Hoekstra viert het leven. Ze heeft geen afscheid genomen. Wel fysiek; het lichaam is gegaan. Door over Noah te tekenen, hem op te nemen in haar kunst, kan ze hem echter blijven liefkozen. Blijven aanraken. Niet met de vingers, hoewel het scheppen van nieuw leven op papier handwerk is, het betasten doet ze nu met haar emotie. Voelen is gevoel geworden. De ene keer liefdevol, de andere keer opstandig en dwars. Die wisseling van stemming valt opmerkelijk duidelijk in de kunstwerken te lezen. Met zachte hand verdraagt verleden tijd werkelijkheid. Met harde hand blokkeert weemoed het verlies. Ermee leven betekent niet achterlaten. Noah is nog steeds onderdeel van het gezin. Door de tekeningen blijft ze in gesprek. Dat betekent niet dat ze haar verdriet niet heeft verwerkt; ze werkt ermee om het vooral niet te vergeten. Het project is geen afgerond geheel, het blijft voortdurend in beweging en groeit uit tot een levende legende. Niet een aandenken als is het een souvenir van een leven, maar een denken aan om niet te vergeten.

    Ik volg haar in het rouwproces. Een ontwikkeling die geen resultaat vergt. Dat resultaat is al het proces op zichzelf. Expressief handschrift. De werkelijkheid abstract. De realiteit is hard, maar moet beleefd. Het kind blijft leven in het sterven, omdat het beeld krijgt. Fotocollages pakken fragmenten, omgeving die herkent wordt, maar het blijft buitenshuis, gaat buiten de mens om, onpersoonlijk. De tekeningen zijn meer nadrukkelijk, geven duidelijk weer waar de geest een uitweg zoekt. Het is niet alles treurnis in dit boek, het is veel meer een liefdevolle uitgave, een monument. Een herinnering aan een leven dat te snel tot een einde is gekomen. Schreef Bram Vermeulen “en als ik dood ga, huil maar niet / ik ben niet echt dood moet je weten / het is het verlangen dat ik achterliet / dood ben ik pas als jij dat bent vergeten” dan houd ik me daar aan vast wanneer ik het boek van Marike Hoekstra nog eens doorblader en de beelden beleef.

    Trauerarbeit. Beeld, tekst en ontwerp Marike Hoekstra. Uitgave in eigen beheer, 2025.

    Marike Hoekstra, Trauerarbeit

  • Marije Bouman fluistert de geest van het landschap

    Zocht Marije Bouman eerder met haar werk grenzen op die een niemandsland omzoomden. Een omgeving waar niemand is en waar de sterveling geen weet van heeft. Alleen de mens die niet rationeel kijkt maar met gevoel beschouwt, kan er kennis van nemen. De landschappen van toen leefden in grensgebieden. Pasteltinten zweefden mijmerend over de composities. Deze beeldden geen concrete zaken af, maar maakten abstracties om in een wendbare gedachte tot werkelijkheid te worden. En nog steeds is de rust en de stilte van dat abstracte terrein in haar huidige werk te vinden. In de non-figuratie onderzoekt zij de essentie van het landschap. De kern van het wezen der natuur. In een summier aantal lijnen en enkele kleurvlakken tekent zij haar contemplatieve emotie bij het landschap in waterverf op papier. Het is geen werkelijk landschap, hoewel dit wel het uitgangspunt is en de inspiratie vormt. Maar door haar blik en uit haar handen is het een landschap van de geest. Geen tastbare waarheid, maar voelbare echtheid.

    Het is kijken en laten inwerken. In het zalige niet-zijn ben je niet meteen vriend. Kleuren bewegen over tinten, flarden en korte verfstrepen verhouden zich als vlakken in een collage. Daarin wil het oog een houvast. Maar het hoeft niet te ontdekken, want het kan zo zijn als het is. Bouman fluistert het landschap. Met zachte tonen zet zij een eigen wereld in de werkelijkheid. En ik moet goed luisteren en beter kijken, anders zien, om aan te sluiten bij haar mythisch denken. Het is geen mysterie, het is een meditatieve staat van zijn. Diep in gedachten verzonken mijmert zij zich een zijn dat relateert aan een landschap, dat de associatie legt met de tastbare zichtbaarheid. Zo kijken en aanvoelen is een benadering die mij, en al die andere westerse mensen met mij, stelselmatig is afgeleerd. Zo lees ik dat althans in haar inleiding, een manier van kijken die zij op haar beurt beschouwt in de Chinese denkwijze. “De oude Chinese meesters gebruikten het landschappelijke om hun filosofie uit te drukken en om een verlangen op te wekken naar berg, bos en rivier. Dit werd met poëzie en in beeld uitgedrukt. Uit de beheersing van het schrijven van karakters vloeiden de teken- en schilderkunst voort.”

    Inkijk op de eeuwigheid

    In die zin heeft Marije Bouman de gave om de kern van het landschap te raken. In aquarel of met gemengde techniek maakt zij grensgebieden. Op de scheiding tussen waarneming en gedachte verbeeldt zij een niemandsland. Een gebied waar de tijd geen vat op heeft; het is er tijdloos. Een inkijk op de eeuwigheid. Als de grootmeester Kwo Sji over de velden door de tijd in de toekomst keek, zo gebruikt Marije Bouman de elementen aarde, water en lucht als de levenskracht in haar werk. En ik neem haar advies ter harte: “Laat ieder die tot rust wil komen deze bundel ter hand nemen.” De daarin opgenomen kunstwerken, dichtregels en oude doch zeer inzichtelijke en ook zo poëtische tekstfragmenten over de Chinese landschapskunst zetten mij aan de kamerpresentatie in Museum Belvédère te bezoeken. Echter ervaar ik daar niet optimaal de sfeer die Bouman oproept; uit een naastgelegen kamer klinkt het slotakkoord van een andere Friese kunstenaar. Storend op dat moment, maar de ingetogen lyrische werken van Bouman handhaven zich desondanks. Deze staan in de rumoerige wereld als een kalme oase.

    Het is stil in de composities van Marije Bouman. Er heerst rust voor wie zich erin ingeeft. Wie langer blijft staan kijken om de emotie die Bouman erin heeft gelegd aan te voelen, kan erin meeleven. Echter ligt er ook een bepaalde geladenheid tussen de zichtbare lagen kleur, alsof de natuur en het landschap in spanning afwachten wat komen gaat. Want de stilte zal eens doorbroken worden. Niet in het ogenblik dat Bouman heeft vastgelegd en waar zij alle drukte uit heeft weggeschilderd, maar wel in de momenten die volgen. En dat hoeven geen rumoerige tellen te zijn; dat kunnen ook zeer wel in zichzelf gekeerde tijden zijn. Maar dat er iets staat te gebeuren heeft Bouman er onbewust in gelegd, als een zin die niet is afgemaakt. De kijker vult aan, denkt door, maakt af.

    Stilte zichtbaar in inkt

    Bouman laat zich leiden door Chinese wijsheid. Daarin kan de introverte kunstenaar zichzelf vinden. Niet enkel het beeld maar zeker ook het woord inspireert haar. “Poëzie is schilderen zonder de vorm en schilderen is zichtbaar geworden poëzie“, is zo’n gevleugelde uitspraak. De klassieke Chinese meesters waren vooralsnog diepe denkers. Het filosofisch beredeneren lijkt daar wel uitgevonden. China wordt vaak beschouwd als de oudste ononderbroken beschaving ter wereld, met een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. Hoewel het niet per se het biologisch oudste volk – in de zin van de eerste mensen op aarde – is, is de Chinese cultuur en samenleving een van de langstlopende die tot op de dag van vandaag voortduurt. In de poëzie en de beeldende kunst is de Chinese traditie voor velen een richtinggevend voorbeeld geworden – niet door luidheid, maar door verstilling. In het werk van oude penseelmeesters als Kwo Sji wordt het landschap niet vastgelegd als afbeelding, maar als ademruimte: een plek waar kijken en denken in elkaar overgaan. Schilderkunst, kalligrafie en poëzie raken er elkaar zonder grens. Onder de lange schaduw van een denktraditie die met Confucius verbonden is, krijgt aandacht een vorm van oefening, en oefening een vorm van levenshouding. Zo ontstaat een kunst die niet alleen iets toont, maar iets laat gebeuren: stilte die zichtbaar wordt in inkt.

    En dat is precies wat er in de composities van Bouman gebeurt. Haar kunst toont niet alleen iets, maar laat iets gebeuren: ik proef er de stilte. Het raakt die filosofische denktraditie. Zij toont een transparant landschappelijk portret. Teer en dromerig, in het schemergebied van de werkelijkheid. De lyrische verbeelding van hetgeen er schijnt te zijn, een ingebeelde omgeving. Opgepakt in het voorbijgaan, gezien en overdacht. De herinnering aan een moment is dikwijls mooier dan het moment zelf. Je onthoudt sneller de schoonheid dan dat je de lelijkheid in gedachten bewaart. Dat mooie van de omgeving zet Bouman neer in transparant geschetste lijnen en licht aangezette kleuren. Pasteltinten zweven mijmerend over de composities. Een in opzet expressief gedetailleerde weidsheid van het landschap. Deze beelden geen concrete zaken af, maar maken abstracties om in een wendbare gedachte tot werkelijkheid te worden. Niet die werkelijkheid is benadrukt, maar wel het verlangen naar rust en ruimte in de realiteit. Na een omgang in het landschap worden thuis de gedachten uitgewerkt. Er wordt dan een sfeer toegevoegd, namelijk de emotie die zich na het moment buiten in het geheugen heeft vastgezet. De omgeving aangevuld met de gedachte; dat klinkt abstract en dat is het ook. Abstract landschappelijke portretten, derhalve.

    De stilte in gedachten

    Marije Bouman brengt abstract poëtisch werk dat voortkomt uit de passie voor de natuur. De composities relateren aan wolkenluchten en landschappen. In enkele gebaren is de verf in het beeld gezet. Het betreft verstilde grensgebieden, plekken waar iets nog niet is vastgezet maar al wel vorm begint te krijgen. In de Chinese kunsttraditie het gebied waar schilderkunst poëzie wordt, en poëzie beeld. Letterlijk kan in de literati-traditie een schilderij een gedicht bevatten, en kan een gedicht een landschap oproepen. Het grensgebied is daar geen scheiding, maar een overlap – een dunne laag waar kijken, lezen en denken samenvallen. Het terrein van Marije Bouman ligt tussen droom en werkelijkheid. Het niemandsland tussen abstractie en realiteit. Een omgeving die zich voordoet in gedachten bij het zichtbare onderwerp. Kijk in het rond, aandachtig naar wat je ziet. Sluit de ogen, dan verschijnt dit beeld op het netvlies. Als het ware een projectie achter de oogleden. De stilte in gedachten.

    En sla ik de uitgave bij die museale tentoonstelling open, dan maak ik een natuurlijke beweging naar de mystieke ruimte. De transcendente atmosfeer die ligt besloten tussen de pagina’s door de afdruk van diverse werken. De zachtheid waarmee Bouman haar composities kleur geeft, komt goed tot uiting in dit drukwerk. Hoewel op kleiner formaat dan het originele werk, hebben deze reproducties dezelfde sfeer. In speciale gevallen aangezet met een hardere penseel of scherpe pen, wanneer een luidere toon noodzakelijk is. In het hart van de uitgave laat Bouman de oude Chinese meester aan het woord. “De geest van het landschap” doorlezend vormen de beelden in het boek stemmige illustraties bij de tekst. “Daar zijn verschillende wijzen waarop men een landschap kan schilderen. Het kan uitgespreid worden over groote composities en toch niets overbodigs bevatten. Het kan tot een klein bestek teruggebracht worden en toch niets ontberen. Ook zijn er verschillende manieren om landschappen aan te zien. Nadert men ze met het ontvankelijk gemoed van den natuurliefhebber, dan is hun waarde groot; nadert men ze met trots of zelfgenoegzaamheid in de ziel, dan hebben zij ons weinig te zeggen.”

    ELEMENTEN. Marije Bouman. Kamertentoonstelling Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 70 in Oranjewoud. Van 21 februari tot en met 7 juni 2026. Publicatie met een selectie uit de serie gecombineerd met fragmenten uit een belangrijke elfde-eeuwse verhandeling van de Chinese inktschilder Kwo Sji. Uitgave in eigen beheer, 2026.

  • HARTEKLOP: gedacht en geleefd, bedacht en beleefd

    Heeft stilte kleur? Is het warm, is het koud? Heeft stilte vorm? Hoewel stilte fluïde is, is het tastbaar. Niet dat je het kunt aanraken of bevingeren. Voelbaar is een beter begrip voor stilte. Stilte is te ervaren, in te voelen en aan te voelen. Voor eenieder heeft stilte kleur en vorm. Geeft stilte kleur aan het leven? Kan stilte warm aanvoelen, maar kan stilte tevens om te snijden zo koud zijn? Stilte kan een warm bad zijn, dat na drukte en rumoer het leven kalm beleefd kan worden. Stilte kan kil en hartje winter zijn, dat gezwegen wordt omdat er geen liefde meer in de lucht hangt. Stilte lijkt het graf voor de mens die spanning en leven om zich heen wenst om te overleven. Maar stilte is ook niets. Geen geluid, geen afleiding, wel aandacht, concentratie, contemplatie. Het heeft alles in zich, zoals wit dat heeft. Stilte is wit licht, waar rumoer achromatisch zwart is.

    Guus Koenraads

    Voor Guus Koenraads is stilte een geometrische vorm. Een vierkant, een rechthoek. Gelijke zijden en rechte hoeken. Stilte is hoekig, stilte is niet rond. Stil in een hoekje zitten en tot jezelf, in jezelf, bij jezelf komen. Het heeft een egale kleur in de afzonderlijke vorm. De stilte van Koenraads straalt rust uit. Warme rust die nergens kil wordt. In de traditie van constructieve geometrie kent de oppervlakte diepgang, is het schilderij gelaagd. De lagen zijn fysiek niet aanwezig; de suggestie zit in kleurgebruik en vormgeving.

    Vlees in de kuip

    Volgens Kitty Zijlmans zijn de werken van Koenraads driedimensionale schilderwerken. Objecten met inhoud, niet enkel een platte figuratie. Het door hem gemaakte vlak, met acrylverf op doek, wordt gevouwen om een paneel, zodat de dimensie zich schijnt door te zetten van oppervlak tot ruimte. In de schaduwen lijken de kleuren zich te mengen met de wand als drager. De objecten spelen een rol binnen de kosmos waarin deze zich voor de uitstalling hebben begeven. Zijlmans opende de expositie bij Pulchri Studio in Den Haag, waarvan mij de catalogus door de kunstenaar is gestuurd. Voor dat in eigen beheer uitgebrachte boekje schreef zij als hoogleraar hedendaagse kunstgeschiedenis het voorwoord. De twee kennen elkaar al dertig jaar en weten dus wat voor vlees ze in de kuip hebben, hoe het smaakt en of het naar smaak is. Dat kan een bevooroordeling van het getoonde werk inhouden.

    Guus Koenraads, Pulchri Studio, Harteklop

    Mijn oordeel heeft geen geschiedenis, anders dan dat ik eerder werk van Koenraads zag bij Kunstlokaal No. 8 in Jubbega. Destijds schreef ik er onder meer het volgende over: “Hij ziet kleuren – vlakken en lijnen, velden en grenzen – gebruikt voor gangbare uitzichten, die nieuwe indrukken maken door zijn schilderijen. Deze composities benoemen de omgeving in een hogere wereld. Uitgemeten werken die op doek op paneel geschilderde lagen dragen. Elke laag met een eigen geest en betekenis.” Dat was in het najaar van 2022.

    Into great silence

    In het boekje dat de naam Harteklop draagt, sla ik aan op het werk met de titel “Into the Great Silence”. Het brengt mij de arthousefilm met vrijwel dezelfde titel in herinnering. Ik zag deze vier uur durende documentaire in een alternatief filmhuis en later als nachtfilm op de televisie. In de film, die een reportage is van het leven in het kartuizerklooster Grande Chartreuse hoog in de Franse Alpen, wordt hoegenaamd geen woord gesproken, behalve wanneer een kloosterling wordt ingewijd of de monniken plezier hebben in de sneeuw. Er is geen muziek, anders dan de religieuze gezangen van de monniken. Met “Into Great Silence” ga je werkelijk de grote stilte binnen. Die große Stille, zoals de film oorspronkelijk heet. Het is als een schier oneindige vesper waarin je tijdens het gebed wordt teruggeworpen op jezelf, doordat je in je eigen ik gekeerd bent. Datzelfde effect heeft de kunst van Koenraads. Om bij zijn idee te komen, moet ik bij mezelf te rade gaan. Vraag ik mij af wat ik zie, tast ik de duistere kracht af. De stilte kleurt naar de tint die Koenraads eraan heeft gegeven. Zijn werk verbreedt mijn horizon, verdiept het perspectief. Terwijl de verdieping niet verder reikt dan vijf centimeter, lijkt de derde dimensie eindeloos ver door te lopen.

    De abstracte werken hebben ieder een titel, waardoor mijn gedachten in een bepaalde richting worden gedreven. Objectief kan ik niet naar het ritmische evenwicht kijken. Ergens moet de verklaring van de compositie aanwezig zijn, want het heeft een naam, dus luistert het nauw. Ergens zoek ik de maan en de aarde, de zon en de aarde en de omgeving achter het landschap. De vlakken gaan figureren zonder dat er sprake is van figuratie. Bij “aarde” zoek ik een lichaam, iets van een portret. Echter, wanneer de titel “Quiet and Peace” zich aandient, word ik warm van binnen. Want dat is wat het werk van Koenraads uitstraalt: rust en vrede. Ruimte in tijd. De wijzers van de klok houden even de pas in. Dit moment, samen met de compositie, is van mij; dat ene ogenblik is onze space. En dan hoeft mijn gedachte niet in een bepaalde richting gestuurd te worden. Het is er. De richting is eindeloos onbepaald.

    In gedachten schuiven

    Het zijn niet de vlakken die de hartslag bepalen, het is de kleur die emotionele waarde geeft. De harteklop van Guus Koenraads, de abstracte vormgeving, prikkelt mij intens. In stilte is een groot rumoer. Is er eerst een statische beleving, naarmate ik langer naar het werk kijk – mij de tijd geef er aandacht aan te besteden – gaat het beeld leven. Komt er beweging in de stilstand, schuiven de vlakken langs elkaar en wordt de opwinding een dynamisch kijkgenot.

    De kunstenaar heeft de tinten zorgvuldig gekozen en strak tegen elkaar gezet. Het is een stap in de evolutie van de geometrisch-abstracte kunst. Het heeft een strengere vormgeving dan De Stijl had. Er is, met meer aandacht voor de klare lijnvoering, een minder schilderachtig kunstwerk ontstaan. De vlakken zijn onderling te beschouwen, in gedachten te schuiven. Waar het wordt onderbroken, zet mijn blik automatisch de vorm door. Meer gedetailleerd kan ik tevens de lijnen volgen. Dan verlaat ik het grote geheel en graaf me in op de vierkante centimeter. Dat brengt rust, dat geeft vrede. Stilte heeft kleur. Stilte heeft sfeer. De beleving geeft een warm gevoel. Het is de polsslag van Koenraads’ kunst. Gedacht en geleefd, bedacht en beleefd.

    HARTEKLOP. De variatie van eenvoud. Guus Koenraads. Uitgave in eigen beheer, 2025.

    Guus Koenraads, Pulchri Studio, Harteklop
  • De poëet en de pictieet hebben een persoonlijk perspectief

    Monaden. Dacht ik een opzettelijke verschrijving op het kaft te lezen. Het zal nomaden zijn! De twee, Geven en Van Doveren, zonder vaste woon- of verblijfplaats in de kunst. Rondtrekkend door woorden en beelden, dwalend langs zinnen en houtblokken. Het blijkt echter geen retorische verspreking te zijn. Monade is een begrip dat door de Duitse filosoof Leibniz in het zijn is geroepen. Ik keek ernaar, zette een vraagteken. En zoals men dat doet bij de kennisquiz Twee voor Twaalf wanneer het antwoord uitblijft: “dat zoeken we op” — en de tijd loopt.

    Blijft onverkort dat de dichter en de kunstenaar zwervend beelden oppikken en er andere perspectieven aan geven. Maar die monaden? Met het begrip ‘monade’ wordt geen tastbaar deeltje bedoeld, leggen de boeken mij woorden in de mond. Het is een innerlijk perspectief op de werkelijkheid. Alles wat bestaat, is opgebouwd uit zulke monaden: kleine, ondeelbare ‘kijkpunten’ die elk de wereld op hun eigen manier weerspiegelen. Ze hebben geen direct contact met elkaar en lijken toch samen te hangen in een wonderlijke orde. Wat wij als één object ervaren, is eerder een samenval van perspectieven dan een op zichzelf staand ding.

    Opnieuw gestalte

    De titel Monaden suggereert dus een werkelijkheid die niet uit vaste vormen bestaat, maar uit afzonderlijke, innerlijke perspectieven. In deze samenwerking tussen dichter en beeldend kunstenaar ontvouwt zich geen eenduidig beeld, maar een veelheid aan benaderingen die naast elkaar bestaan. Tekst en beeld raken elkaar niet direct, maar bewegen in een subtiele samenhang, alsof zij elk vanuit een eigen binnenwereld hetzelfde proberen te benaderen. Wat ontstaat, is geen afgerond geheel, maar een samenspel van blikken waarin betekenis zich steeds opnieuw vormt.

    De monade verschijnt hier niet als abstract begrip, maar als iets dat opnieuw gestalte krijgt. In de objecten van hergebruikt hout lijkt het materiaal een tweede leven te leiden — alsof wat ooit was, zich in een andere vorm herneemt. Het materiaal herinnert zich wat het geweest is, zonder dat nog te zijn. Dat geeft de objecten iets van een stille reïncarnatie: geen herhaling, maar een verschuiving van bestaan. En de tekst, die zich haast terloops als gedicht aandient — alsof betekenis zich bij toeval ordent — laat eenzelfde beweging zien. Tussen de regels door schemert een nostalgie: een herinneren dat geen terugkeer is, maar een opnieuw beleven. Een her(be)leving waarin wat was zich anders voortzet.

    Door mij verzonnen woord

    Maar nu ter zake. Voor mij ligt dat boekje, in bruine omslag van 300 g/m² Kraft papier. Mij gestuurd door de poëet, met goedkeuring van de pictieet. Vergezeld van een niet mis te verstane opdracht: “De wereld hoort graag wat je ervan vindt.” Dat verlangt verwachting en schept resultaat, — of is het andersom? In elk geval kan het zwaar op mijn schouders drukken. Ik zweet peentjes en stoot mijn kop tegen een writer’s block. En toch: uit het gat in mijn hoofd vloeien woorden die recht proberen te doen aan tekst en beeld in Monaden.

    Dan die pictieet. Wat is dat? Nooit van gehoord. Het is een door mij verzonnen woord, als prozaïsche tegenhanger van de poëet. De poëet — alias van de dichter — is een verouderd neologisme dat inmiddels verankerd ligt in de taal. Voor de beeldend kunstenaar ontbrak mij zo’n woord. Dus: de dichter is poëet, de kunstenaar is pictieet. Ik zie dat zo voor me. In de schemering van de studio werkt de pictieet met hout en klei, met penseel en steen. Elke vorm lijkt te ademen, alsof ze verhalen fluistert die nog niemand hoorde. Waar woorden tekortschieten, spreekt het beeld. En waar het oog slechts ziet, onthult de pictieet een innerlijke wereld. Zo wordt kunst geen object, maar een gesproken poëzie van vormen.

    Taal doet afdwalen

    De woorden van Harry van Doveren passen bij de beelden van Fred Geven — als het deksel op de pot, als twee handen op één buik. In de teksten, die bij toeval gedichten blijken te zijn, lees ik tussen de regels een herinneren. Alsof de dichter over zijn schouder kijkt, terug in de tijd. De tijd die hem lijkt in te halen. Maar hoe kan dat? Het zijn is hier en nu en speelt zich af in dit ogenblik. Haalt de tijd het zijn in, dan zou het wezen stilstaan en was de tijd achterop geraakt. Denkend hierover kom ik uit op een onmogelijkheid: een Penrose-driehoek, een Sisyfusarbeid.

    Maar ik dwaal af. Dat is wat taal doet. Woorden roepen woorden op, betekenissen laten gedachten zwalken. Blijf bij de les, sprak de meester streng doch rechtvaardig. Want de woorden en de beelden — al deze elementen moet ik, als de Bijbelse Maria, overwegen in mijn hart. En de wereld wacht.

    In het moment

    Voor de bundel Monaden heeft Fred Geven bewaarkisten geopend: gymnastiektoestellen voor de zintuigen. Mijn zien fitnest door de bundel. Mijn ogen bewegen over de pagina’s, mijn blik traint betekenissen. En Harry van Doveren heeft zijn zinnen gezet op het verwoorden. Zoals in experimentele poëzie de lezing niet meteen vastligt, zo lijken de blokken los van de woorden te staan, de beelden buiten de tekst te vallen. En toch steunen ze op elkaar. Ze passen, ze dragen. Het opent de ogen en ontgrendelt de geest.

    Beide makers plaatsen hun constructies in het moment: het hier en nu. Na jaren van vorming en beleven is het ogenblik van nagenieten aangebroken. Herinneringen en ervaringen laten zich tot adagium vormen. De dichter kijkt terug op een begin en een middendeel, en ziet vooruit naar een slot. De beeldend kunstenaar snijdt voorbije beelden uit hout en kleurt ze naar een actuele stemming.

    Poel van verlangen

    Beiden raken de ziel. Omdat ze woorden en beelden laten aarden. Ik woel met blote handen in die drek, bevuil mezelf met modder. De woorden verwaaien niet als stuifzand; de objecten laten een nabeeld achter op mijn netvlies. Het verlies van wat eens was voel ik, maar het stemt mij niet triest. Het past. Zoals vorm bij woord. Zoals tekst bij object. Harry’s hand op mijn schouder. Mijn reflectie in de Poel van Fred.

    De poëet en de pictieet bekijken het zijn vanuit een persoonlijk perspectief. In het brandpunt daarvan focust mijn gevoel. “handen kunnen fouten herstellen waar teveel weten in tekortschiet” De woorden raken mij, de beelden beroeren mij. “vergeten beelden bestaan niet” Een poel van verlangen. Een landschap van spijt. De apotheose lees ik in: “ik vul mijn tijd met het schrijven van brieven over het misverstand dat ik geboren ben met een belofte” Want zijn wij niet allen zo op de wereld gezet? Met de toezegging dat het door ons beter zal worden. Iedere generatie houwt zich een eigen beeld. Want zou… had het… zal het… Maar ieder bekijkt het landschap van het leven vanuit een eigen perspectief. “toen wij nog niet bestonden sleten beekjes al hun sporen uit de heide en de droge bossen en zorgden met hun vee-zand voor groei op het esdek van de akkers” De monade van de ziel beweegt zich als nomade door de bundel.

    MONADEN, bezielde elementen van de werkelijkheid. Fred Geven | beeld, tekst | Harry van Doveren. Uitgave in eigen beheer, 2026.

  • Roland Sohier ontknoopt als Maria de verwarring

    …gelukkig hebben we de foto’s nog. Was het een slotscène? Waren wij toeschouwer van de apotheose, het hoogtepunt, de ontknoping van wat de kunst van Roland Sohier voor de mensheid betekent? Het resultaat van een leven lang aanschoppen tegen de menselijke toestand? Heeft de kunstenaar zich door de jaren heen met zijn werk in teveel bochten gedraaid, zodat de kunst complex, chaotisch en verwarrend is geworden, letterlijk in de knoop geraakt? Dat een laatste expositie de ingewikkelde gewaarwording moest ontwarren. “Ontknopen is geen daad van kracht, maar van aandacht: het vraagt tijd, geduld en de bereidheid om niet meteen te begrijpen,” lees ik op de website van Galerie Larik, waar de fysieke ontknoping plaatsvond.

    Die expositie daar is nu gedaan, maar gelukkig heb ik de foto’s nog. En het is fijn dat ik het schetsboekje behorend bij de tentoonstelling door de kunstenaar kreeg toegestuurd. Want het moment mag dan voorbij zijn, de essentie is met boekje en foto’s bewaard gebleven. De knoop is daar in allerlei vormen nog aanwezig. De vraag blijft of de expositie werkelijk een ontknoping was, of dat dit voorzichtig trekken aan de uiteinden een stevige ruk in de juiste richting teweeg heeft gebracht. En blijft Sohier ageren, want de knoop beseft niet meteen dat hij is ontwart; dan blijft de verwarring.

    Een knoop in het aardse bestaan

    Op zijn website schrijft kunstenaar Roland Sohier dat hij zijn licht laat schijnen over ‘de menselijke toestand’. Zonder letterlijk te willen zijn, levert dat werk op dat getuigt van dreigend ongemak en onrust in deze tijden van verwarring. Die vita activa van de mens heeft dus de voortdurende, niet aflatende aandacht van Sohier. Het maakt zijn arbeiden, werken en handelen interessant. Op een cartooneske manier neemt hij de hoogmoed op de hak. Al diverse onderwerpen passeerden bij hem de revue, een parade die de show meermaals en op diverse plekken stal. Zijn belachelijke tekeningen en absurde schilderijen leggen een knoop in het aardse bestaan. De spanning die zijn composities in gang zetten, legt een knoop in mijn maag. Wat zie ik, en wat moet ik ermee? Ondanks de weerzin die zijn werk wel oproept door de uitgesproken aversie voor de menselijke arrogantie, blijven het vette tekeningen die iets betekenen en die ik daarom gezien moet hebben.

    Een leven lang tegen de pedanterie van het zijn schoppen, knopen maken en ontwarren, en toch geen ontknoping – alleen steeds nieuwe manieren om in de knoop te raken. Sohier is een nestor in de kunst die zijn sporen heeft verdiend. Maar hij is nog lang niet opgebrand en heeft nog voldoende stof voor beelden. De situatie in de wereld noopt hem telkens met jeugdige brutaliteit het zijn dat hem minder aanstaat, pootje te lichten. Ondanks dat hij in de groei van zijn oeuvre een duidelijk eigen stijl heeft ontwikkeld, weet hij steeds weer opnieuw te verrassen. De ontknoping zet geen punt achter zijn carrière, maar opent een deur die een ander heeft dichtgedaan.

    De menselijke toestand strikken

    Het schetsboekje, dat voor mij als herinnering aan de tentoonstelling op tafel ligt, heeft een zwarte kaft zonder opdruk, zonder verwijzing of aanduiding van herkomst. Zo onpersoonlijk als een naamloze agenda. De titel, de drager van bedoeling en intentie, is van minder belang. Het schrift kan rubriekloos in mijn bibliotheek verdwijnen. Het gaat om de inhoud; het gaat over knopen. Het toont allerlei knopen, van schootsteek tot vissersknoop, van paardenknoop tot wurgsteek, en van dubbele paalsteek tot molenaarsknoop. Het geeft voorbeelden, zodat ik zelf een Gordiaanse knoop kan leggen, een Windsor-knoop in mijn stropdas kan draaien, of mijzelf kan opknopen. Het legt verbanden tussen knopen uit diverse windstreken om de wereld en de menselijke toestand te strikken en samen te vlechten, en zo strak aan te trekken alsof het een Shibari-harnas betreft.

    Ook neemt Sohier een loopje met de knoop, zoals hij het zijn niet serieus neemt. Want de knoop kent veel betekenissen in diverse hoedanigheden. Er kan iets mee worden gesloten, het kan een verbinding zijn. Het kan een triggerpoint zijn, een nodium, een vertex. Het kan een snelheid aanduiden, een punt in de goederenstroom, en het kan een achternaam zijn. Is het een metafoor en neemt het plaats in een uitdrukking, dan staat het symbool voor een toestand: in je oren knopen, de eindjes aan elkaar knopen. Sohier geeft beeld aan nietsigheden die van levensbelang zijn voor het reilen en zeilen. De knoop geeft vastigheid, legt een verband en vervlecht de wereld.

    Met kunst knopen ontwarren

    Het schetsboekje is eveneens een herinnering voor de kunstenaar zelf, om nog eens na te gaan hoe hij tot dit thema is gekomen, wat er door zijn hoofd is gegaan en waar hij door bevlogen inspiratie uitdrukking aan heeft gegeven. Het is geen catalogus bij de tentoonstelling, maar het heeft wel dezelfde zwartgallige inslag. Galerie Larik namelijk was door Sohier veranderd in een donkere grot door vellen papier zwart te bewerken en als behang aan de muren te plakken. Aan dat gegeven geeft hij verantwoording achterin het boekje, want hij zag licht aan het eind van de tunnel. De begrafenis van paus Franciscus was voor hem de trigger tot verbeelden. In die processie kwam een wonderdadig genadebeeld naar voren met als titel “Maria die de knopen ontwart”. Het symboliseert haar vermogen om tussen God en de mensen te komen, en de complexiteit en moeilijkheden van ons leven te ontknopen.

    Niet dat Roland zich Maria meent, maar hij zag in deze toewijding wel een actueel thema. In het licht van de huidige situatie in de wereld probeert hij met zijn kunst knopen te ontwarren. De Maria zie ik in de tekening terug in het schrift, en bespeur ik in schildering op foto’s van het gebeuren. Er valt veel te ontwarren, maar sommige dingen krijgen geen oplossing. De metro in Washington en in Kuala Lumpur blijft een chaotische plattegrond. En ik probeer, net als vroeger, een kop en schotel tussen mijn handen te knopen, de eagle pose voor de spiegel na het douchen aan te nemen. Ik begrijp niets van de indian rope trick, maar heb dan ook geen slangenbezweerdersfluit. Gelukkig heb ik het schetsboekje nog, dan kan ik de verschillende knopen er eens op naslaan. Knopen die gezien moeten zijn, omdat ze iets betekenen.

    De Ontknoping. Moleskine schetsboekje van Roland Sohier. Met gedicht van Astrid Lampe en titelpagina door Johan Lubbers. Uitgebracht in eigen beheer, winter 2025.

    Roland Sohier, Galerie Larik, De Ontknoping

  • Gedachten zoeken woorden om te kunnen bestaan, een beeld zoekt vorm om gezien te kunnen worden

    De lijn is zijn houvast, zijn steun en toeverlaat. In de tekening waarvan de lijn de grondtoon is voelt hij zich geborgen. Daarin verborgen sluit Hans Klein Hofmeijer zichzelf bij wijze van spreken af van de buitenwereld. In zijn veilige binnenwereld is de tekening een verbeelding van zijn, zijn wezen. Het klinkt als een paradox, maar zijn uiting geeft inzicht in wie hij als kunstenaar is. Hij zoekt zekerheid. Dat uit zich in fantasieën, want de werkelijkheid is niet heilig. In een bedachte vorm kan Klein Hofmeijer dan schuilen. Hij verschuilt zich tussen de lijnen in het vlak. Niet zichtbaar als een herkenbaar zelfportret, want dan zou hij zich al te veel openbaren.

    Wie goed naar zijn werken kijkt ziet de geest daarin ronddwalen, zoekend naar beschutting om zichzelf bijeen te houden, zich te herbergen om het zijn in onderkomens vast te zetten. Wie serieus zijn composities bekijkt merkt de zoektocht van een kunstenaar die zichzelf maar nauwelijks kan vinden. En die met moeite een onderdak in zijn kunst weet te ontdekken. Iedere poging om een nieuw bewijs van het zijn weer te geven mondt uit in een volgende inspanning te speuren naar de ultieme schuilplaats voor de ziel. Ieder experiment heeft de bezieling, maar reikt nog niet aan het definitieve onderkomen. Klein Hofmeijer blijft puzzelen, maar zal telkens het laatste stukje missen. De zichzelf opgelegde opgave blijft een mysterie, het zijn is een raadsel.

    Het slakkenhuis

    Klein Hofmeijer houdt zich in zijn kunst bezig met het wezen van alle dingen en met het leven. Geschreven teksten bij de tekeningen geven een filosofische contemplatie weer. De kunstenaar bekijkt, beleeft en beschouwt zijn wezen. Woorden dat te uiten zijn niet genoeg en vullen tekeningen aan, maar het getekende is vaak niet voldoende uitdrukking te geven aan de woorden. Woord en beeld zijn een eenheid. De titel is het werk wanneer ik de ogen sluit. Het nabeeld op mijn netvlies geeft daaraan uitdrukking. In zijn zoektocht naar de ultieme verbeelding van wat nauwelijks te verbeelden is beloopt hij diverse trajecten, schreef ik in mijn beschouwing van The Blue Drawings, een eerdere uitgave in eigen beheer van Klein Hofmeijer.

    Dit nieuwe werk uit de bloemlezing vindt de oorsprong in het waterrijke Zeeland, waar slakken en schelpen inspirerende huizen zijn om in te schuilen. Daar aan de oever van de onpeilbare bruisende waterdiepte vindt Klein Hofmeijer op het strand de beschutting voor de gedachte. Weer een divers traject in zijn streven een vinger te krijgen achter de uiterste voorstelling. In het slakkenhuis is zijn vorm voor geborgen verborgenheid te vinden, zijn diepste wezen kan daarin schuilend verschuilen, opgesloten wegkruipen. Die vorm is zijn uitdrukking om het mij te verbeelden. Echter niet sec een cilindervormig hoopje, maar een dynamische cirkelvorm die erupereert, uitbarst in een harige wolk zoekend naar houvast in de omgeving. Een wirwar aan lijnen is in orde, als de tentakels van een zeeanemoon die een prooi betasten. Want zo wil Klein Hofmeijer mijn geest bevoelen, terwijl uit het schelphuis kruipend hij de wereld probeert te (be)grijpen.

    Dwarsdoorsnede

    Het muzengekras in het muzenverblijf schuurt aan mijn kennis, ik herken niet meteen wat ik zie maar de titel zet me in het juiste spoor. Zo is er summier uitleg van de abstracte inhoud. Ik onderscheid de bedoeling en raak gaandeweg ervaren in het kijken. Mijn denken schuilt in de bedachte omhulsels, mijn weten vindt plek in de behuizingen. De tekeningen zijn gezet op gebruikt papier met rafelranden, op de keerzijde van gescheurde nota’s, notities uit een tijd voor nu. Deze documenten reïncarneren in de kunst van Klein Hofmeijer. Het is geen recycling of hergebruik, want de vellen krijgen een nieuw leven, een oprechte betekenis. De idee krijgt een fantasievolle uitbeelding, de gedachte herlichaamt op papier. Daarin schuilt de kunstenaar, zoals de dichter zich verbergt in de poëzie. En daarin kan ik voor de duur van mijn aandachtige blik op bezoek zijn, aan tafel bijschuiven en de kunstenaar ontmoeten.

    Mijn ogen en geest hebben een aangename tijd met het beleven van een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Het is een dwarsdoorsnede uit de stranduren in Zeeland, het verblijf in het atelier aan de oever van de Westerschelde met uitzicht op de Noordzee. Er is namelijk meer om de rede in te laten vluchten. Het getoonde werk in het boek is een representatieve selectie en verbeelden fraai het zoeken naar een onderkomen om de gedachte bijeen te houden, vast te zetten en te herbergen in de tekening. Zijn dat eerst scheerlijnen om geschoorde ruimtes vast te leggen, want hoe veilig is het onder de lijnen. Maar dat bij elkaar houden en bijeen zijn is een statisch gegeven op den duur. Dus breekt de kunstenaar uit zijn huis om dynamisch te bewegen als een golfslak. Een niet bestaand object dat de vorm vindt in een bestaand wezen. In dat slakkenhuis kan Klein Hofmeijer nog altijd kruipen wanneer de buitenwereld te dreigend is voor zijn scheppend wezen.

    Een teken van leven

    Maar hij kan zich tevens statisch bewegen, dynamisch de stilstand aandrijven. Dan moet er eerst een golfslakachtig onderkomen worden vorm gegeven. Daartoe doet de kunstenaar diverse pogingen, die alle van hoogwaardige kwaliteit zijn. Hij zag dat het goed was, maar het kon beter en was nog niet best. In de pogingen groeit Klein Hofmeijer zichtbaar in zijn gefantaseerde wereld. De uitdrukking verfijnd zich en komt langzaam aan richting een Mij beeld, een abstract zelfportret verbeeldt een realistisch weergegeven slakkenhuis waaruit de geïnspireerde geest explodeert. Het is opgesloten maar moet uitweg hebben zich te openbaren.

    In de bloemlezing geeft kunsthistoricus Rick Vercauteren woorden aan de verbeeldingen. Uitleg aan de uitdrukking. Hij beschouwt de bijeen-houdingen, de her-bergingen, de onder-komens en vast-zettingen. Het schrijft het mysterie van deze kunstvorm als inspirerend kunnen echter niet kapot. De magie wordt meer diepzinnig doordat Vercauteren het werk van Klein Hofmeijer in de tijd en de ontwikkeling zet. Hoe hij daar op het strand van Dishoek een schuilplaats vindt om te verbeelden, zichzelf beziet in het diepzwarte water en groeit in zijn werk. Het boekje is een bewijs van zijn, een teken van leven, een proeve van bekwaamheid. Een wezenlijke verklaring. Opgeluisterd met de golven van de zee vastgelegd door fotograaf Dolph Kessler. Onder dat bruisende oppervlak heeft meer plaats dan bovenwater vermoed wordt. Het is een metafoor om de gedachte in te dompelen, het wezen onder te laten duiken. Het slakkenhuis heeft wonderwel de vorm van een golf. Het kromt zich om voort te bewegen. Zo buigt Klein Hofmeijer zich naar zijn geest om door te gaan op het pad in de kunst dat hij is ingeslagen. En ik reis met hem mee.

    Een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Hans Klein Hofmeijer. De stranduren, met een beschouwing over bijeen-houdingen, her-bergingen, onder-komens, vast-zettingen door Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2025.

  • Tekenkabinet staalkaart hedendaagse tekenkunst

    Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken Manja van der Storm heeft geselecteerd en opgeborgen in de laden. Want het door haar in 2012 opgezette tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het tekenkabinet krijgt het de aandacht die het verdient. Ieder jaar draait Van der Storm het kabinet van het slot en opent de laden. En ik vind altijd wel een lekker snoepje in één van die laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.

    Het tekenkabinet is een staalkaart van de hedendaagse tekenkunst. Het meldt op de website geen galerie, geen kunstenaarsinitiatief, collectief of vereniging te zijn – kunstenaars worden geen lid, maar deelnemer per editie. Het is een onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse, autonome tekenkunst op klein formaat. Tentoonstellingen, webshop en de daarbij behorende catalogus geven aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Die nieuwe werelden vind ik vooreerst in dat handzame boekje, een reisgids als voorbereiding op een trip naar Amsterdam om de werken in live te bekijken.

    Verrassend nieuw werk

    Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Zo ga ik in tekenkabinet op zoek en trek laden los, open deuren. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de catalogus het navigatiesysteem, de webshop de handleiding. Ieder jaar weer, nu dus al dertien in het dozijn, meldden kunstenaars zich na een oproep aan. Het tekenkabinet selecteert afgewogen deelnemers uit de aanmeldingen door naar het werk te kijken en het curriculum van de kunstenaars in te zien. Het is daarbij een voorwaarde dat de tekenkunst daarin een belangrijke rol speelt, uiteraard. De tekening dient volwaardig resultaat van creëren te zijn en niet een schetsmatige voorbereiding voor een schilderij of beeldhouwwerk. Daar alle getoonde tekeningen te koop zijn, is het tekenkabinet aan te merken als een galerie getekend. Of een kunstmarkt waar in elke kraam voor elk wat wils is. Tekenkabinet is een springplank voor exposities in galeries of mogelijk een museale tentoonstelling. Tekenkabinet vestigt de aandacht op kunnen en kunsten – professionele, autonome tekenaars treden voor het voetlicht en worden opgemerkt.

    De maximale grootte van de werken is A3-formaat. Zo zodat het geheel in een handzaam boekje op A5-formaat past – als een kennismaking, momentopname, naslagwerk en collectors item ineen – en een galerie of kunstzaal voldoende ruimte biedt om het grote aanbod langs de wanden te kunnen tonen. En elk jaar weer weet Van der Storm te verrassen met nieuw werk, andere kunstenaars en experimentele uitingen. Een momentopname van hedendaagse tekenkunst om eindeloos in rond te reizen of langs te dwalen, de catalogus zorgt ervoor dat ik niet verdwaal in het ruime aanbod. Geprint geeft een goed beeld, maar de werken in het echt zien is aan te bevelen, dat kan bij Galerie Art Singel 100. Het lentekabinet loopt nu tot en met 13 juli en het zomerkabinet is daar van 13 tot en met 31 augustus te bezoeken. In lentekabinet zijn 130 tekeningen van evenzoveel kunstenaars te zien, waarna in zomerkabinet van bijna alle kunstenaars een ander werk wordt getoond. De afbeeldingen in de catalogus zijn allemaal in de eerste tentoonstelling te zien, terwijl op de website in de webshop van tekenkabinet nog een extra werk van de kunstenaars te vinden is.

    Positief tot elkaar veroordeeld

    Zo krijgt de bezoeker een hoegenaamd compleet beeld van de hedendaagse tekenkunst en dat ieder jaar weer opnieuw, want eerdere deelname biedt geen garantie op een volgende selectie. Dus alle tekenaars die Nederland rijk is komen in principe eens in het kabinet aan bod, zodra er weer een nieuwe lade wordt opengetrokken. Het tekenkabinet verbreedt de horizon en verdiept inzichten. Door de deuren en laden open te trekken maak ik kennis met onbekende werelden. Ontmoet ik oude en nieuwe bekenden. Herbeleef ik stijlen en ontdek mij (nog) onbekende technieken.

    Catalogus en tentoonstelling vormen een reisgids door de hedendaagse tekenkunst. In het boekje, en tevens in de tentoonstelling, is er geen vorm van hiërarchie. Het uiteenlopende werk is niet gerubriceerd, maar in alfabetische volgorde op achternaam van de kunstenaar afgedrukt. Wel zijn er overeenkomsten en gelijke stemmingen. Het is daarom als het ware een zoekboek om diverse relaties te vinden en paralellen te ontdekken, verwantschap vast te leggen. Geen enkele kunstenaar is meer belangrijk dan een ander. Ze treden op één lijn naar voren, als in een lang lint, een dansrei. Gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar, positief tot elkaar veroordeeld en verbonden in de kunst. Van der Storm toont met het tekenkabinet geen voorkeur, enkel kan ik naar eigen smaak uit het grote aanbod kiezen. Daarom is het op deze manier tonen van de tekenkunst aan de wereld een representatieve vorm van presentatie. Ik vergeleek het in eerdere jaren al eens met een puntzak vol snoep dan wel een doos met meerdere lagen bonbons. Een ieder neemt uit de zak een snoepje dat hem of haar het meest aanstaat en smaakt. Of pakt een chocolaatje dat qua vorm het meest aantrekkelijk lijkt.

    Een enkele lijn op papier

    Het is een reisgids om het zich vrij gevochten land van de tekenkunst tot in elke uithoek te ontdekken en leren kennen. Waarschijnlijk zijn nog niet alle facetten belicht, maar het tekenkabinet laat wel veel kanten van deze kunstvorm zien. Het is een letterlijk en figuurlijk kleurige opsomming. Figuratief en abstract worden wereld en emotie onderzocht”, citeer ik mijzelf in de bespreking van de 10e editie van tekenkabinet. En nog steeds is deze opzet dezelfde, want het is een goed geoliede formule. De tekst heeft daarom nog niets aan kracht ingeboet, daarom ga ik verder op dat pad en treed in mijn eigen voetsporen. “De tekenkunst is volwassen en zelfstandig. Een vleugje puberaal gedrag is echter toch wel aanwezig nog, de smaak van verzet en opstand. Maar elke kunstvorm zet de wereld te kijk, symboliseert het leven en houdt ons een spiegel voor. Volwassen zijn in de kunst is van niets iets kunnen maken. Modder aan een kwastje, een enkele lijn op papier. Serieus, maar ook met een dosis humor. En andersom, grappig in verschijning met een ernstige ondertoon. Want altijd probeert de kunstenaar iets uit te drukken, aan te geven door het weer te geven. Zelfs een enkele zwarte balk op een verder witte ondergrond geeft een spectrum aan expressie weer. De manier waarop de kunstenaar de zichtbare werkelijkheid in beeld brengt stemt tot nadenken. Want die werkelijkheid is niet altijd zo zichtbaar als dat wij denken dat het is. In het niet of anders weergeven van de dingen om ons heen schuilt een waarheid die nader onderzocht is, ons wordt voorgehouden en waarin wij dan de betekenis kunnen vinden. Als we ervoor open staan, er de aandacht aan willen schenken.”

    Tekenkabinet, editie 2025 – XIII. Concept, vormgeving, productie en inrichting Manja van der Storm. Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Uitgave in eigen beheer, 1e druk juni 2025.

  • Vette tekeningen met commentaar op de menselijke toestand

    Hij tikte onlangs de 75 aan. Driekwart eeuw oud en nog altijd actief als een jonge hond. En zeker van zijn zaak. Overtuigt van het eigen kunnen. Heeft een uitdrukkelijk eigen stijl en steekt daarmee met kop en schouders boven het maaiveld uit. In een ver verleden opgeleid als kunstenaar aan de Gerrit Rietveldacademie heeft hij die kennis links gelaten en is recht op zijn doel afgegaan. Verdient zo een eigen plek in de kunstgeschiedenis, een eigen genre in de Nederlandse traditie en de vaderlandse canon.

    Het werk van Roland Sohier is een vak apart, want hij laat zich niet in een hokje stoppen. Geeft zijn kijk op de menselijke toestand ondubbelzinnig beeld. Hij schopt daarmee tegen de naakte waarheid aan en blaast meerdere heilige huisjes omver. Dat niet iedereen de noodzaak van zijn onomwonden beelden inziet blijkt uit het feit dat de Facebook-factcheckers meerdere malen zijn tekeningen verwijderen als zijnde ongepast, een aantasting van de goede zeden. Maar Sohier laat zich niet afschrikken en blijft stoïcijns zijn werk plaatsen. Want zijn schilderijen en tekeningen moeten de wereld in, gezien worden, bekeken zijn. Sohier heeft een boodschap en maakt deze boordevol cynisch sarcasme kenbaar.

    Beduimelde kraamkamer

    Hij is op een gezonde manier vervuld van zichzelf. Geeft hoog op van zijn kunnen, want als hij het zelf niet doet wie zal het dan voor hem doen. Alex de Vries? Jeroen Wielaert? Ik? Dus geeft hij in eigen beheer rond iedere jaarwisseling een magazine uit, dat een inkijk geeft in de resultaten van dat afgelopen jaar. Met niets verhullende titels als “Tekeningen die er toe doen”, “Tekeningen waarvan je staat te kijken” en “Tekeningen waar je niet omheen kan”. Najaar 2024 gaf hij een kwartetspel uit, zodat ingewijden en buitenstaanders zijn werk door de vingers krijgen. – “Mag ik van jou van Vette tekeningen, Trouble in Paradise?” – “Die heb ik niet, maar heb jij Tree of life van De Ruimte in voor mij?” – “Ja, kijk.” – “Kwartetteketet!!!

    Sohier weet dat hij goed werk levert, grensverleggend en onalledaags. Daarin blijft de geschiedenis van ontstaan naar resultaat zichtbaar, als een heldere blik in een morsig atelier. Een beduimelde kraamkamer, in de hoop dat schoonheid wint! Van eerste lijn tot laatste vlak volg ik de welsprekendheid van Sohier, de zeggingskracht van gevoel naar uitdrukking. Niet meteen staat wat gedacht is juist op papier. Juist het intact laten van de voorgeschiedenis geeft het werk een attractieve kant. Het is of pleeg ik een opgraving, onderzoek ik als archeoloog de geschiedenis van de tekening. Mislukte delen blijven zichtbaar ondanks dat deze zijn weggegumd. Geknipte details uit ander werk is geplakt zodat een collage ontstaat. Diverse lagen geven daardoor een tastbare verdieping. Contemplatie holt mentaal het zicht uit, reflecteert in gruizige eerlijkheid. “Schilderijen die je gezien moet hebben” en “Schilderijen die iets betekenen” werken over de jaren naar een apotheose in “Vette tekeningen”, de meest recente uitgave.

    Hoge creatieve status

    Deze tekeningen in het laatste magazine zijn niet vet omdat ze met vetkrijt op papier zijn gekalkt, integendeel, maar omdat het te gekke werken zijn, gaaf en leuk. En mij vooral een spiegel voorhouden, de clown uithangen want ik ben de onbenul in deze, de kluns. Sohier bekleedt als de nar een bijzondere sociale plek in de kunst. Als kunstenaar staat hij met zijn schetsmatige en bij tijd en wijle naïeve tekenstijl schijnbaar onderaan de kunstzinnige ladder. Echter kan hij als mens heel goed de maatschappij en de spelers daarin doorgronden en ons kijkers naar zijn werk voor de gek houden. Hij gaat in tegen de heersende opvattingen. Als nar, paljas of hansworst, wordt hij daarvoor niet gestraft anders dan verwijdering van Zuckerbergs speeltje. Als beeldmaker heeft hij daarom juist een hoge creatieve status, want hij is bij machte mij op de lange tenen te staan en mij op de neus te laten kijken. En vooral mij met en door zijn werk figuurlijk eens goed kietelt zodat ik er bijkans zinnebeeldig dood bij neerval.

    Wat opvalt zijn de voor beschaafde kijkers ordinaire handelingen die de figuren uitbeelden. De grensoverschrijdende gedragingen die overigens volledig met instemming van de lijdende voorwerpen plaats vinden. En de dynamiek die daarmee gepaard gaat. De personen in de werken van Sohier zijn voortdurend in beweging. De kunstenaar legt zijn figuren niet stil, bevriest de activiteit niet, maar laat de lichamen worstelen, over mekaar tuimelen. In een enkele tekening beziet Sohier het lichaam van diverse kanten. Daardoor kan het model een teveel aan benen en armen hebben of een overvloed aan billen en borsten. Maar juist dat zicht van meerdere zijden en de kijk op een veelheid aan houdingen maakt het werk zo energiek en temperamentvol.

    Met een lach en een traan

    De clowns rollebollen door de piste. Het naaktmodel laat zich onbeschaamd van alle kanten zien. De Januskop laat zich stapelen tot een totem. In die Januskop benadrukt Sohier dat iets of iemand diverse, vaak tegengestelde, eigenschappen of karakteristieken kan hebben. In die beeldspraak, in dit geval het sprekende beeld, laat hij zien dat niets vaststaat, dat echter alles voor velerlei uitleg vatbaar is. Enerzijds dan wel anderzijds, dit of dat, kiezen of delen. Zijn werk heeft meerdere lagen van verklaring, maar het heeft daarentegen een enkele motivering – het commentaar op het actuele zijn heeft slechts deze unieke lezing. Hoewel de argumentatie omfloerst verbeeldt lijkt, uit meerdere lagen schijnt te bestaan, is de beeldende redenering toch helder en klaar.

    Met een lach en een traan duidt Roland Sohier de wereld, de opgeklopte en aangedikte figuren die de mensheid vormen daarin. Slechts de figuurtekeningen naar naakt model zijn zonder reden gemaakt, niet anders dan om het vrouwelijke lichaam te verheerlijken – een orgie aan schoonheid weer te geven. Sohier schijnt in zijn werken te experimenteren om tot een juiste uitbeelding en een vaste voorstelling te komen. Echter weet hij in de groezelige en smoezelige, de onfrisse en beduimelde tekeningen tot een duurzame en onverzettelijke representatie van het huidige mensdom te komen. Zijn kunst is een cynische reflectie op het bestaan, een ironische kijk op het zijn. Met ieder magazine zet de kunstenaar zich meer af tegen het mensdom waarvan hij tegen wil en dank deel uitmaakt. Vooral in het huidige tijdsgewricht zou jij je doodschamen mens te zijn. Dat is wat Roland Sohier in zijn kunst vaststelt en vastlegt. De tekeningen mogen dan grappig lijken, deze verbeelden tijden die zeker niet vermakelijk zijn.

    Vette tekeningen. Gummen, gummen, gummen, je herpakken en doorgaan. Roland Sohier. Uitgave in eigen beheer, voorjaar 2025.

  • Beeldmerk van zijn, geheel en al Ton Slits

    Zie ik een werk van Ton Slits, is het alsof ik in de spiegel kijk. Zie ik mezelf, althans mijn reactie in mijn brein op waar ik naar kijk. Vooral veel schilderijen in zijn oeuvre lijken zelfportretten in de zin van dat ik daarop ben afgebeeld. Niet in het bijzonder mijn individuele persoon, eerder de letterlijke kijker die figuurlijk zichzelf ziet. Geen traditioneel portret als het beeld van een gezicht met ogen, neus en mond, een uitdrukking. Maar wel een fysieke wezenlijkheid; de abstractie van lijnen en cirkels geven werkelijk een realiteit aan. De werkelijkheid die achter dat tastbare portret schuilt. Of eigenlijk in dat portret huist, en profil of en face. Het beeldt de emotie uit en af die mijn geest ondergaat wanneer ik een kunstwerk beschouw. Ofwel in klare taal zijn het de signalen die de hersenzenuwen afgeven om mijn ogen te focussen, mijn mond van verbazing te openen, mijn voeten te verzetten om hetgeen ik zie van dichtbij te benaderen. Het zijn hersensignalen die Slits in verf heeft gedigitaliseerd. Ik zie mijn gedachte geschilderd op doek. Oorzaak en gevolg, het kunstwerk en mijn reactie.

    Blader ik het boek “Geheel en al – Voll und ganz” door zie ik meer dan alleen cirkels verbonden door lijnen. Mijn neuronen zijn volop in beweging wanneer ik de illustraties bij de teksten bekijk. Gedachtenpatronen krijgen beeld, mijn hersenkronkels hebben figuur. Op meerdere manieren probeert Slits een vinger achter het bestaan te krijgen. Zelfs door het zijn te breken, het te doorboren om het te bevatten. De kaft en meerdere bladen in het boek zijn geperforeerd met gaten in verschillende maten. Het geeft een wondere kijk op de dingen die in het boek aan de orde komen om het werk en de ideeën van Slits te duiden. Anderen doen dat voor hem, hij licht zichzelf toe. In de veertig jaren die de uitgave als oeuvre op rij zet heeft de kunstenaar naar eigen zeggen telkens weer de nietigheid van ons bestaan tegenover de onmetelijke grootsheid van het heelal verbeeld. “Verkennend, beweeg ik in picturale zin nadrukkelijk tussen overzicht en inzicht.”

    Persoonlijke kijk op zijn leven en werk

    Grootmoedig en geïnspireerd is hij steeds benieuwd naar de ‘volgende laag’, een nieuwe ontdekking. Dat verklaart de gaten, het geeft letterlijk en figuurlijk lucht aan zijn bestaan. Door ieder gat ontdekt hij het ontstaan van het bestaan, zijn wezen. De leegte, want het gat is niets, vult Slits op met nieuwe inzichten die het zijn toelichten. Het niets wordt iets en heeft aantrekkingskracht. Het gat verleidt en absorbeert mijn aandacht, zoals het zwarte gat in het heelal alles opslokt wat in de buurt komt. Het geeft een veranderende kijk en anders-soortige beleving van perspectief en ruimte. “Alsof ik boven de wereld zweef en naar beneden kijk of op de rug lig en naar boven kijk naar een onmetelijke ruimte.

    Ton Slits weet vijf auteurs uit Nederland, Duitsland en België te strikken om vanuit verschillende invalshoeken een persoonlijke kijk op zijn leven en werk te geven. Het geeft de lezer, naast het kijken naar de foto’s, een dwarsdoorsnede van de kunstenaar en zijn kunst. Om de schepper achter de scheppingen te kennen, de creator te doorgronden, de creaties te begrijpen. De achtergrond van zijn wezen is van belang om het zijn op de voorgrond te krijgen. De beelden die hij door de jaren heen heeft opgedaan beklijven dubbelzinnig in zijn werk. Voor hem duidelijk, voor de beschouwer een zoektocht. Slits neemt mij mee bij zijn zoekend scherpen van de zintuigen, zijn nieuwsgierigheid naar en het oog hebben voor het nog niet zichtbare – het achterliggende en het onderliggende – probeert hij mij te wijzen. Hij maakt openingen en doorkijken om mij de getransformeerde realiteit te duiden. Stilteplekken noemt Arno Kramer de gaten. “Afwezigheid maakt aanwezigheid.

    Het boek laat de groei zien van zijn kunst. Natuurlijk is hij in het begin op zoek naar de betere voorstelling van zijn eigenheid. Voordat hij de vorm in de vingers heeft probeert en onderzoekt Slits landschappen, luchten, bomen, takken en wortelstelsels. Figuratief en abstract. Ook dan al in dat vroege stadium ontdekt hij in de natuur dat alles met elkaar verbonden is, zichtbaar en onzichtbaar. Overal lopen lijnen en vormen zich relaties. Alom zijn lijnen tussen modellen te trekken om nieuwe patronen en constellaties te laten ontstaan. Configuraties als sterrenbeelden van het bestaan. Bezie de hemel en ken de aarde, bekijk Slits werk en weet het leven.

    De koppen en het brein

    De inspiratie lijkt verwarring te brengen, het leven en de natuur kunnen wanordelijk zijn. In zijn werk bezweert Slits die chaos door regelmatige constructies te bouwen. Regelmatig komen onregelmatige vormen terug. Wat het hoofd van een mens lijkt staat figuurlijk onder druk van prikkels, invloeden van buitenaf. Ook wordt het denkbeeld, de gedachtevorm, wel omgeven door letters en cijfers. Als duiding van een mening, de stelling gespijkerd. “Zoals bekend wordt het interpreteren van een beeld pas mogelijk door de context die het beeld zelf aanlevert”, schrijft Frank-Thorsten Moll. “Een woord in een schilderij wordt om die reden normaal gesproken begrepen als de eenvoudigste sleutel voor het werk.” Wie de taal van het beeld niet meteen begrijpt krijgt woorden aangereikt om de deur tot begrip te openen. Maar ook dan kan het werk nog onbegrijpelijk lijken, onaantastbaar, niet te vatten.

    Naast de koppen en het brein uit Ton Slits zich in meerdere beeldende onderwerpen en uitgewerkte thema’s. Constructief zet hij zijn creaties op de drager, of hangt deze als bij installaties aan het plafond of plakt ze tegen de wand. Het nauwgezet tekenen van grote en kleine geometrische patronen én het spontaan opbrengen van lagen verf wisselen elkaar contrastrijk en speels af, lees ik in de bijdrage van Rick Vercauteren. Vercauteren beschrijft de ontwikkeling in het werk van Ton Slits, duidt zijn voortgang van een traditionele schilderstijl via de beeldmerken van het leven naar een spel met het zijn. Daarbij keren de cirkels en gaten, de relaties en lagen, voortdurend terug als een rode draad door het oeuvre. Het samengaan van de klassieke schilderkunst en details genomen uit een nieuw medium als het videospel geeft Slits de eigenheid waarnaar hij zocht.

    Geheel en al – Voll und ganz” toont flagrant de persoonlijkheid van Ton Slits in de kunst. Het ontwerp van de uitgave is even authentiek als zijn tekenen en schilderen dat zijn, het knippen en plakken van beelden uit het leven dat is. De kunstenaar plakt een vignet op het bestaan, geeft het een kenmerk waardoor het zijn herkenbaar is. Meestal duidelijk sprekend en anderszins nodigt het uit dieper in de materie te duiken. Het eenvoudige kijken wordt op de proef gesteld omdat een eerste vluchtige blik geen uitkomst biedt. Past hij in de nieuwe figuratie? Heeft hij gekeken naar de neo-metafysische kunst? Wel is meteen duidelijk dat hij op een eenzame plaats staat, een eigen vakje heeft. Het is geheel en al Ton Slits.

    Geheel en al – Voll und ganz. Ton Slits. 1984 – 2024. Teksten: Ton Slits, Peter Pluijmen, Arno Kramer, Vera Hilger, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • Spontane expressie en gecontroleerde vormgeving

    Bestaat toeval? Daar zijn de meningen over verdeeld. Voor het geval is een term, dus kan het geen onvoorzien voorval zijn dat het op de een of andere manier een realiteit is. En kan dat toeval dan bestuurd worden, kun je de gelegenheid aangrijpen om het lot anders te beschikken. In geval toeval bestaat kan het in handen van René Korten worden geregisseerd. De kunstenaar doet tijdens zijn schildersleven niet anders dan bij elk volgend werk opnieuw op de bok te klimmen, zijn armen te spreiden om de sfeer te laten vloeien. Zijn baton is een penseel of kwast. De partituur zit in zijn hoofd, zijn gedachte kent de compositie. In het atelier bekijkt hij al werkende in vogelvlucht de compositie dat onder hem op de grond ligt. Flinterdunne lagen verf brengt hij aan op de drager, trekt de materie met kwast, spatel en rakel waarheen hij het wil. Ook laat hij de verf wel vloeien en min of meer een eigen gang gaan, wanneer hij de drager een ietwat kiept. Bij toeval en zonder sturing gaan de druipers een eigen weg, maar wel onder goedkeuring van de maker.

    Het werk van René Korten is veelkleurig en veelzijdig, veelvormig en gevarieerd. Geen enkele compositie is een kopie van het andere, maar een volgende stap in het groeiproces tot een ultieme verbeelding van het leven. Er wordt geen figuratie getoond, het is een abstract gevoel dat beeld krijgt. In een aantal werken is wel een suggestie van landschap en ruimte te onderkennen, maar dan enkel omdat (bij toeval) een horizon het beeld in tweeën deelt: ´land en lucht´ beschouwt meteen de kijker. Maar er is geen specifieke aanleiding in de realistische wereld voor Korten om weer te geven. Althans niet op de manier zoals de kijker deze ervaart. Er wordt een beroep gedaan op het gevoel, de emotie. Het is de ervaring waarop het werk een beroep doet. Niet de ondervinding van herkenbaarheid, maar de beleving van hetgeen zich achter de waarneming beweegt. Een dynamische identificatie van het onderbewustzijn. Want het werk is niet met opzet onvoorzien, maar bij toeval gecontroleerd.

    Evolutie tekent zich evident af

    In het boek “Hide your backbone”, de catalogus bij het oeuvre van de kunstenaar, wordt een kijk gegeven in de opbouw van het werk door de jaren van 2012 tot 2024 – schilderijen en werken op papier. De onervaren kijker zal een veelheid van hetzelfde aantreffen, overvloed aan variatie op het bepaalde thema. Maar wie beter kijkt en de ogen de kost geeft, raakt geoefend in het onderscheiden en ziet de groei – halvelings en stapvoets, maar merkbaar. Korten ontdekt aldoor opnieuw de beeldtaal waarmee hij zijn verhaal wil duiden. Met steeds andere vormen en vlakken, lijnen en grenzen, kleuren en materie. Het is een lust te zien dat het abstracte idioom zoveel diverse uitingsvormen kan hebben, zonder te vervallen in eendere uitdrukking. Wel is er vergelijking in expressie, een Korten is duidelijk een Korten: het oogt, het voelt, het klinkt en het toont als een Korten. Maar het is telkens een ander voorkomen, dat overeenkomt met wat daarvoor gemaakt is.

    In de werken in serie tekent deze evolutie in de manier van werken zich evident af. Hoewel zich er tussen de composities kleine verschillen voordoen, zijn deze variaties op het thema merkbaar. In de grote werken die min of meer solo in de kerngedachte staan experimenteert Korten met kleuren en vormen. Steeds meer verschijnen lijnen in de compositie, afgetrokken schildertape dat het beeld een andere dimensie geeft. Hoewel het vlak plat blijft geven de verflagen de compositie een zichtbare diepte.

    Altijd reden vervolgstap te zetten

    Voor het boek is kunstjournalist Hilde van Canneyt met de kunstenaar in gesprek gegaan. In de weerslag daarvan is hij openhartig over zijn kunst en de manier van werken. De methode van arbeiden, het voordenken om tot actie te komen. Echter vrijwel nooit nadenken voor te beginnen. Korten laat het toeval een rol spelen, omdat hij het in bepaalde fases van het schilderij niet precies kan beheersen, niet wil bedwingen. “Daarvoor moet er een soort noodzaak zijn op het moment dat ik de verf zijn eigen gang laat gaan, anders ontglipt het me.” Maar al snel herpakt hij zich en slaat in samenwerking met de compositie een richting in om tot een duidelijke uitspraak te komen. Die helderheid is niet meteen gevonden, de klare lijn en het zuivere vlak heeft niet direct uiting.

    Er kan een nacht slapen overheen gaan voor de punt op de i staat en er een streep onder getrokken is. Want “er is altijd een reden om een vervolgstap te zetten. Dat kan heel intuïtief zijn. (…) Het moeten voor de kijker abstracte vlekken zijn of het moet een voorstelling zijn. Als het er tussenin zit, wordt het een puzzeltje dat ze niet opgelost krijgen.” We moeten dieper, ergens anders naartoe om tot een essentie te komen, vindt Korten. De magie van het handelen komt samen in iets wat een beeld wordt. “Die strijd zit bij mij in alles. Met de jaren durf ik meer risico’s te nemen en kreeg ik vertrouwen dat de dingen ooit klikken, dat vroeg of laat betekenis krijgt en het een sterk beeld wordt.”

    Van een dwarse zijde benaderen

    Vooral waar René Korten in het interview zelf aan het woord is, of de woorden van Van Canneyt in de mond neemt omdat zij op eenzelfde golflengte zit, toont het de kunstenaar achter de kunst. Geeft een reden beter en anders naar het werk te kijken. En waar in het boek anderen de kunstenaar en zijn kunst verklaren krijgen de schilderijen meerwaarde, krijgt de gelaagdheid diepte, komt het tweedimensionale beeld in een mysterieuze ruimte terecht. “Zijn werken stralen een zelfverzekerdheid uit waarbij hij van nature lijkt te vertrouwen op het creatieve proces en zich erdoor laat leiden”, schrijft Frank-Thorsten Moll terecht op. Korten laat tijdens het schilderproces een schijnbaar rommelige nonchalance toe om in een latere fase de controle terug te krijgen: spontane expressie en gecontroleerde vormgeving. Dat proces is een essentieel onderdeel van het werk, zijn kunst is een middel om het onbekende te ontdekken zonder beperking van een voor opgezet plan en een duidelijke bedoeling.

    Rick Vercauteren benadert het werk van René Korten van een dwarse zijde om er nog een andere duidelijke kijk op te krijgen. De abstractie krijgt een werkelijke invalshoek om te bewonderen en op waarde te schatten. “Via zijn verbeelding viert René Korten, in maturiteit gegroeid, in verdichte, verhulde vorm het leven zelf. Zijn zonder uitzondering in maximale vrijheid, spontaan geboren kunstwerken maken metaforisch allerlei tegengestelde facetten in het menselijk bestaan aanschouwelijk. (…) Reflecterend op natuur en cultuur schept René Korten, die naar eigen zeggen conceptueel in series denkt, in zijn atelier dagdagelijks illusionistisch ruimten waarbij regels, indien nodig, als het ware vanzelfsprekend verdampen in ongedwongen expressief en vrij handelen.” In volzinnen gaat de schrijver verder: “In de concrete wording staan formaat, kleur én daadwerkelijk scheppen, tezamen, immers altijd in dienst van het zo spontaan mogelijk geboren laten worden van nieuw, (non)-figuratief werk.”

    Mogelijkheden verf en drager

    Naast de sferische afdrukken van zijn werk die het boek bezienswaardig laat zijn, maakt de poëtische benadering van Frans Budé op de schilderijen van René Korten de uitgave tot een parel in de boekenkast onder Kunst met een grote k. Pakt Korten het leven al eigenzinnig aan, Budé doet dat nog eens dunnetjes over door het werk eigenwijs te vatten. Eigenlijk is deze kunstzinnige benadering in een spel met woorden een nog betere uitleg van het werk dan enig andere zienswijze dat kan zijn. De vormgeving van het boek vervolmaakt dit overzicht van een dozijn aan werkvlijt. “De kleuren vragen om een voor een / aan te schuiven – als in een droom waarmee / te spelen valt. Terug- en vooruitkijken, houvast / / vinden zomaar in het niets.”

    En ze zijn het er eigenlijk allen wel over eens dat de mogelijkheden van verf en drager tot het uiterste worden gedreven.’, citeer ik mijn eigen woorden uit de bespreking van het boek Furious Balancing. ‘Het schilderij is klaar en af wanneer werk en maker in harmonie zijn met elkaar, maar die uitkomst – dat moment van samenvallen – staat nooit van tevoren vast. De werken zijn landschappen van onze geest. Ze bestaan niet anders dan in mijn onderbewustzijn. Het bewustzijn, die werkelijkheid, manipuleert Korten met zijn schilderijen. In zijn beelden ontstaat een realiteit die geen bestaan kent, irreëel is en toch werkelijk lijkt. Het werk heeft een eigen waarheid in zich. Een waarheid die het midden houdt tussen echt en onecht.

    Hide Your Backbone. René Korten. Schilderijen en werken op papier 2012-2024. Poëzie Frans Budé. Tekst Hilde van Canneyt, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Publicatie met steun van Het Cultuurfonds, Jaap Harten fonds, Mondriaan Fonds. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2024.