Categorie: Galerie Getekend

  • Paludanus en Smitskamp in Galerie Getekend: waar het vlak ruimte wordt

    In Galerie Getekend stap ik niet alleen de zaal binnen waar op dit moment de lopende tentoonstelling zich bevindt, maar ook een virtuele ruimte die door het daar hangende werk wordt opgeroepen. Ofwel stap ik een zaal binnen en betreed vervolgens de ruimte die het papier uit zijn vlak heeft losgemaakt. In de echte, fysieke ruimte openen afgebeelde ruimten op papier een tweede, niet letterlijk bestaande ruimte waarin ik mij als beschouwer kan begeven. Tussen de muren van de galerie ben ik me ervan bewust dat ik kunstzinnig onderdak ben. Geef ik mijn ogen er de kost dan kan ik van de opgeroepen ruimte in het werk smullen.

    Galerie Getekend, Patricia Paludanus, Ike Smitskamp

    De twee kunstenaars, figuurlijk daar aanwezig, delen de zichzelf toegemeten ruimte op eigen wijze in. Hoewel de drager, het papier, een vlak is, verandert de kunst dit in een ruimte. Het platte vlak draagt een gesuggereerde ruimte. Die van Patricia Paludanus wordt opgeroepen door diverse lagen kleurpotlood over elkaar te zetten. De uitgestrektheid is er niet maar de kleurstelling doet dat vermoeden. In een toegepaste architecturale omgeving denk ik me op een bovenzinnelijk terrein te begeven. De kunstenaar neemt me mee in haar wereld van inspiratie. In haar voorstelling van hoe de aarde erbij zou kunnen liggen.

    De speler in het landschap

    Ik vermoed mij in een computerspel te bevinden met kleurige decors. Deze platen zijn echter niet digitaal gegenereerd en algoritmisch opgebouwd. Hoewel de fijn gedetailleerde composities anders doen vermoeden. De hoofdpersoon ben ik: kijker én deelnemer aan dit rollenspel, in deze role-playing game. Ik bepaal namelijk zelf de actie die ik in dan wel met de tekening zal ondernemen. Ik maak zelf de keuze of het mij aanstaat en welk verhaal mijn personage in het beeld krijgt. Natuurlijk is dat altijd de waarheid bij het kijken naar kunst. Niet wat ik zie verbeeldt de echtheid, maar het gevoel wat ik daarbij heb. De emotie die ik er tegenaan kan zetten is de kracht van het werk.

    Dit werk van Paludanus is bijzonder sterk. Het neemt mij in zich op, laat mij de rol van verwondering spelen. Het script schrijft bewondering voor. Ik parkeer mijn bevreemding in de kast vol schappen en trek nieuwe waardering aan, zoals ik mijn schoenen verwissel langs de bowlingbaan. Ballen rollen over het speelveld, verdwijnen in gaten. De vloer van het podium golft en breekt open. De flipperkast rinkelt. Bingo! Het spel is gespeeld. De kunstenaar heeft gewonnen door mij van haar kunnen te overtuigen. Een andere ruimte binnen de galerie wacht. Ik wissel van plaats. Waar Paludanus mij door een denkbeeldig landschap liet dwalen, brengt Smitskamp mij eerst tot stilstand. Niet de ruimte dient zich aan, maar de tijd.

    De tijd als vertrekpunt

    Het is Vrijdag, 08:20 uur. De deur staat open en nodigt mij de ruimte van Ike Smitskamp in te gaan. Ik sta nog enigszins bedremmeld voor de drempel. Maar een magnetische aantrekkingskracht verlaagt de opstap. Of had ik hier Maandag, 16:09 uur moeten zijn om mij correct in te leven. Of Zondag, 21:12 uur. De werken van Smitskamp zijn op tijd gecomponeerd. De bedachte ruimte is een overdacht universum. Het is er niet, maar had er wel kunnen zijn. Er is geen plaatsbepaling, enkel een tijdsaanduiding.

    Ook hier kan ik in vrije wil een persoonlijk verhaal laten aansluiten. Fijne lijnen kruisen zodat vlakken ontstaan, alsof de afbeelding breekt en zo dadelijk in scherven van het papier kan vallen. De gesuggereerde ruimte is zo breekbaar als glas, maar zit zo stevig in de sponning dat het raam er niet uit zal springen. Hoewel de kunstenaar losjes binnen de lijntjes kleurt, is de voorstelling niet altijd klaar en af wanneer het kader is bereikt. Er kan nog geen punt achter het verhaal, dus tekent Smitskamp door op een volgend blad dat vervolgens als een collage wordt ingeplakt.

    Tussen beeld en beschouwer

    Echter is het een illusie, het schijnt zo te zijn als ik het schrijf. De gelaagdheid is in het vlak aanwezig en niet fysiek voelbaar. Zo is er wel een indruk van perspectief en dus van ruimtelijkheid. En wat gebeurt er dan precies tussen het papier, het beeld en de beschouwer? Waar bevind ik mij wanneer ik tussen de lijnen door kijk, deze vlakke ruimte in. Kan ik mijzelf in het werk van Smitskamp onderbrengen zoals ik dat deed in de composities van Paludanus? Daar was ik hoofdpersoon, speel ik hier een bijrol? Daar was ik deelnemer, ben ik hier toeschouwer?

    Galerie Getekend, Ike Smitskamp

    Door een venster kijk ik de ruimte in en zie wat er plaats vindt in de hal, in het trappenhuis, op de zojuist gedweilde plavuizen, onder de transparante tafel. Verwonderd sta ik te kijken. Welhaast met de mond vol tanden. Maar ik blijf krampachtig mijn mening vormen. Zojuist heeft er in het beeld actie plaats gevonden, meen ik te constateren. Het geluid van stilte echoot weg. In het zwart en wit van het grafiet, in voorkomende gevallen aangevuld met een zweem onbepaalde kleur, ontdek ik een gelaagde wereld, een in coulissen opgebouwd landschap binnen dan wel buiten.

    Wanneer de klok doorloopt

    In een flits moet het de kunstenaar zijn ingevallen. De inspiratie is er altijd plotsklaps, als een donderslag bij heldere hemel. En dan moet de ingeving eruit! De gebruikte techniek verlangt aandacht en zet niet meteen het beeld op papier. Zo kan de bevlogenheid worden gekooid en zal de eerste liefde uitgroeien tot verliefdheid. Het moment van dat eerste gezicht wordt dan wel de titel van de compositie. Daarin is de tijd stil gezet, terwijl bij de uitwerking de klok doorloopt. In sommige gevallen wordt de impressie van die beweging abstract uitgedrukt.

    Kortom is in de galerie een virtuele ruimte ontstaan die alleen in de verbeelding van mij als beschouwer bestaat. Het vlak blijft plat, maar komt in mijn voorstelling op me toe. Ik denk dat er ruimte is, een lengte en hoogte en breedte, maar weet dat het blijft steken bij de tweede dimensie. Lichamelijk kan ik er niet zijn, maar geestelijk stap ik over de drempel en bezoek de ruimte. Soms blijkt het een escaperoom waarin ik naarstig de uitgang zoek. Een doolhof waar ik telkens een doodlopende weg insla. Bij het werk van Patricia Paludanus en Ike Smitskamp echter stop ik de sleutel in mijn achterzak en verblijf liever langer dan strikt noodzakelijk in hun ruimte. Maar Vrijdag, 17:00 uur sluit de zaak en gaan de lichten uit. Ik trek de buitendeur achter me in het slot, terwijl het daglicht me overvalt. Opnieuw moet ik leren kijken – de ogen laten wennen aan de realiteit. Binnen sprong mij de blik open voor de suggestie, buiten herijken mijn ogen op de werkelijkheid. De gesuggereerde ruimte tegenover de concrete werkelijkheid. Het is maar waar je het liefst verblijft.

    Tentoonstelling Patricia Paludanus en Ike Smitskamp bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 23 mei tot en met 12 juli 2026.

  • Tekeningen van adem en geest in Groningen en Heerenveen

    Een leeg vel papier. Maagdelijk wit. Het ligt op de tekentafel. Of hangt, geklemd, aan de ezel. Het nodigt uit om bevlekt te worden. Schreeuwt bijna van genot bij een eerste aanraking. Een handgebaar. Een eerste lijn. Een geveegd vlak. De inspiratie overvalt de tekenaar. Intuïtief volgt de hand de geest. Een gedachte krijgt vorm. Niet zomaar wordt de kunstenaar schepper genoemd. Van niets iets maken. Want de Schepper zal eenzelfde gevoel hebben gehad. Een lege ruimte, zwart als de nacht, waarin Hij een bolvorm hangt om er Zijn inspiratie op los te laten. De aarde was woest en ledig, maar Hij maakte er een vredig en beschaafd paradijs van. En Hij zag dat het goed was. Was, want we weten wat ervan is geworden.

    Diezelfde euforie kent de kunstenaar wanneer de eerste stip, de volgende lijn en het nieuwe vlak op papier zijn gezet. Wanneer de afbeelding is geplaatst, de figuratie betekenis heeft gekregen. Dan ziet hij of zij dat het goed is. Is, want de handeling geeft aan wat het moet worden. Niet altijd is de tekenaar tevreden met het resultaat. In een tekening kan immers amper worden geretoucheerd zonder dat het zichtbaar is. De uiting moet meteen staan, dient onmiddellijk de indruk te omvatten; anders wacht de prullenbak.

    Wat het tekenen in de kunstgeschiedenis aan betekenis heeft gewonnen, is algemeen bekend. Het is van schets en ontwerp voor een schilderij uitgegroeid tot een kunstwerk op zichzelf. De tekening is niet langer het ondergeschoven kind van de kunst. Het tekenen is volwassen geworden en kent evenzovele uitwassen als het schilderen.

    Gelaagde betekenis

    Gezien de vergelijking tussen het scheppen van kunst en de schepping van de aarde, is de tentoonstelling Ruach op haar plaats in de Akerk in Groningen. Het is als het ware een thuiswedstrijd. De over het algemeen menshoge tekeningen, gehangen langs de wanden, passen in deze sfeer van geloof en hoop, kerkleer en eredienst. Ruach is adem, wind en geest. Het is ongeduld, woede en hartstocht. Allemaal woorden die passen bij de handeling van het tekenen.

    De thematiek van Ruach sluit aan bij de gelaagde betekenis van de Akerk; historisch, spiritueel en alledaags. Allemaal even menselijk. De kunstwerken nodigen uit tot aandachtig kijken, voelen en misschien zelfs eenvoudigweg: even ademhalen”, lees ik op de website van de Akerk. En dat is het: de composities verdienen aandacht. In de devote ruimte van wat eens een godshuis was, kan de bezoeker zich concentreren op het eigen ademhalen om de oerkracht van de werken te ervaren. Want tekenen is de oervorm van kunst. Die energie is te voelen in de werken die op dit moment in de Akerk in Groningen hangen.

    Galerie Getekend in Heerenveen is op dit moment een satelliet van de tentoonstelling in Groningen. Toont het drietal kunstenaars daar grote werken, omdat de ruimte dit meer dan toelaat, in Heerenveen is werk op klein formaat te beschouwen, aangezien de galerie zich beperkt tot een aantal vierkante meters. De sfeer is echter van gelijke maat. De tekenaars zijn namelijk zowel op groot als op klein formaat in staat te overtuigen. De kracht van tekenen als ritueel is voor hen vanzelfsprekend. De bezoeker kan zich op beide locaties oefenen in aandacht.

    Ruimte boven de werkelijkheid

    Tekenen is misschien wel de intiemste kunstvorm. In een tekening komt de beschouwer het dichtst bij de hand en het gebaar van de kunstenaar. “Het is een vorm van expressie die al eeuwenlang een centrale rol speelt in de menselijke communicatie en creativiteit”, citeer ik AI. Niet altijd ben ik het met het kunstmatige intellect eens, maar bij deze stelling kan ik mij zonder meer aansluiten. De tekenaars Arno Kramer, Caren van Herwaarden en Marisa Rappard staan op de schouders van hun voorgangers. In hun eigen stijl laten zij deze kunstvorm doorgroeien.

    Het hoeft niet altijd een punt van herkenning te hebben. Het kan een herkenbare figuratie zijn die schuurt aan identificatie. Het is niet altijd waar wat je ziet. De werkelijkheid steekt soms anders in elkaar dan verwacht. In hun tekeningen probeert het drietal een wereld zichtbaar te maken die gelaagd is, die zich beweegt in een ruimte boven de werkelijkheid. Met de tekening probeert men de waarheid te begrijpen en te beïnvloeden. Om deze te begrijpen is concentratie nodig, toewijding aan wat zichtbaar is. Het wekt weerstand op, omdat elementen die niet passen passend zijn gemaakt. Er is verwondering over abstract werk dat vragen stelt aan de huidige tijd. En de mens in die tijd smeekt om erbarmen.

    De geest vormgeven

    De drie tekenaars hebben eenzelfde fundament waarop zij hun kunstwerken bouwen. Het is een oefening in openstaan, luisteren – proberen af te stemmen op wat nog niet zichtbaar is. Van niets iets maken. De geest vormgeven. Tot uitdrukking brengen wat geen uiterlijkheid heeft. Door de vorm geweld aan te doen wil de tekenaar de aandacht vasthouden. De beschouwing verdiepen, het vluchtige bevriezen. Op die vaste grond ontstaat een variabele stijl. Iedere kunstenaar neemt zichzelf mee in het kunstwerk. Elke benadering biedt een ander perspectief op de methode om de wereld en de werkelijkheid te duiden.

    Meent de een dat verlies een eigen draagbaar beeld verdient, de ander gaat uit van de betekenis van een ervaring, de derde duidt de techniek van de wolkenlucht. Ze hebben gemeen dat de tekenkunst schuurt aan religie, aan een christelijk jargon: de piëta en stabat mater, God zwevend op een wolk, het onderzoek van de leegte. De Akerk is een thuiskomen, Galerie Getekend een veilig nest. “Door te tekenen scherpen we onze waarneming en onze geest”, liet Arno Kramer in de uitgave behorende bij de tentoonstelling in Groningen afdrukken, “en roepen we dingen bij onszelf op die we op geen enkele andere manier dan via de ontstane kunst kunnen oproepen.”

    Ruach. Drawings of breath and spirit. Arno Kramer, Caren van Herwaarden, Marisa Rappard. Publicatie bij tentoonstelling RUACH in Akerk Groningen van 17 januari tot en met 31 mei 2026. En “Van tijd naar tijd” in Galerie Getekend, Stationsstraat 6, Heerenveen. Van 13 maart tot en met 10 mei 2026. Uitgave Groninger Kerken, 2026.

  • Het surrealisme van Geer van der Klugt

    Stap ik Galerie Getekend binnen, sta ik meteen weer buiten. Treed ik door de deur, over de drempel, dan loop ik het bos van Geer van der Klugt in. De tekening die een hele muur beslaat, valt niet te ontlopen. In de relatief kleine ruimte komt deze hard binnen, niet alleen qua formaat, maar ook qua stemming. Het bosgezicht is triest in schoonheid. Zojuist lijkt brandmeester te zijn gegeven; de bluswagens zijn weggereden. Het bos staat nog uit te puffen en herstelt zich zichtbaar moeizaam van de eerdere vuurzee. Het bluswater staat het bos nog tot de lippen. Zandpaden zijn door rupsbanden geplaveid. Kale, bladerloze stammen en armetierig fiere dennen houden de schijn op, maar verhullen de afbraak met moeite. De grond is weggespoeld, stenen bedekken de aarde. Kort gezegd: een droevige aanblik van een bomengroep die ooit een bos was. Van der Klugt heeft in pastel, houtskool en gouache een onheilspellend landschap opgezet: een omgeving waarin ik niet graag ben, maar die mij in deze galerie wordt opgedrongen. Het is zaak door de ellende heen te kijken en de schoonheid van de compositie te herkennen.

    Geer van der Klugt, Galerie Getekend

    Wat is er gebeurd in dat verweerde bos

    Draai ik me om en zie ik het andere werk in de ruimte, dan lijkt het bos zich te hebben gerehabiliteerd. Toch klopt het niet helemaal wat ik denk te zien. Er schemert nog steeds afbraak tussen de bomen. Het is geen vrolijk aanzicht; spanning heerst in de lijnen en vlakken die de kunstenaar heeft getrokken en geplaatst. De bosvijver in “CATCH” lijkt door vissers overhaast verlaten. Twee hengels staan nog als reigers te turen in het met riet omzoomde water. Wat is er gebeurd in dat verweerde bos waar het zonlicht de oevers beschijnt en het water zachtjes licht aantikt? Het volgende bosgezicht geeft al zo’n troosteloze indruk. Stammen zijn mager als brandhout. Het hout kreupelt om staande te blijven. Een mist trekt langs de bomen, een nevel die niet is opgekomen, maar vrijgelaten; een ijle waas die eerder aan drijfgassen doet denken dan aan natuur. Vaak doet in Van der Klugts werk iets meer aan niets denken dan dat het werkelijk is wat het lijkt. Feit is dat er een sfeer van mysterie hangt in zijn boslandschappen. De mens, als die al aanwezig was of ooit is geweest, is weggetekend of uitgegumd.

    Van buiten naar binnen

    Volgens de summiere handleiding bij de expositie — die ik overigens op de website van de galerie vind, want de werken gaan zonder beschrijving, wat het plezier in kijken ten goede komt — zijn de bosgezichten ouder werk van Van der Klugt. Het recente werk is minder krachtig aanwezig en past qua formaat boven de bank. Het brengt mij van buiten naar binnen en schept een huiselijke sfeer; ik kijk binnen bij de kunstenaar. Dat veronderstel ik, me beseffend dat er ruimte gelaten wordt voor eigen interpretatie en verbeelding. Terwijl de buitenbeelden me een ietwat mistroostige blik op de natuur geven, kan ik onder dak de betrekkelijke gezelligheid beschouwen. Toch is de sfeer ongemakkelijk, om niet te zeggen ingewikkeld. Wat gebeurt daar tussen de vier muren? Het is onduidelijk. En juist daarom is het boeiend: de kijker weet niet wat hij of zij ziet. Eigen verbeelding moet het beeld interpreteren. De gezelligheid is betrekkelijk, omdat er een kille sfeer van onwetendheid hangt. Zodoende staat een groot vraagteken op mijn voorhoofd geschreven. Gelukkig ben ik alleen op een onbewaakt ogenblik in de galerie, dus kan ik dat sein van verwondering snel verdoezelen en net doen alsof mijn neus bloedt.

    Geer van der Klugt, Galerie Getekend

    Ik vraag mij af wat ik zie. Letterlijk valt het te omschrijven, figuurlijk tast ik in het duister. Mijn gevoel zal spreken om de sfeer te pakken. Wat opvalt, is de jas die aan de muur hangt, als een rode draad door de composities. De bewoner is ter plaatse; de jas verraadt zijn aanwezigheid. Maar we zien hem niet, want hij is bezig de tekening te maken. Eigenlijk is de kijker dus zelf de bewoner van het huis, terwijl het bezoek net is vertrokken door de nog openstaande deur. Wie goed kijkt, merkt telkens iets dat niet klopt of dat tegen de regels van de esthetiek is. Iets dat schoonheid in de weg staat. Het kan een lawine zijn die modder het huis in smijt, kogelgaten in de muur, of stoïcijnse hazen die een stoel laten dansen – één, twee, in de maat.

    Kijken om te zien

    De hond kijkt het gelaten aan en ik zit aan een lege tafel, tuur door het raam naar buiten. Opeens krijg ik enorme trek in een kop pruttelkoffie. Dat is wat kunst doet: weet je niet wat je ziet, dan vullen andere zintuigen het beeld aan. In de kribbe in de hal vind ik nog een tweetal tekeningen; daar is ook een bosgezicht dat me enigszins vrolijk stemt. Het zonlicht piekt tussen de strak oprijzende stammen en bereikt met moeite de onbegroeide bosgrond. Er is geen schuilplaats voor een levend wezen. In de kribbe, of eigenlijk een lectuurstandaard om tekeningen langs te bladeren, zit een plaat die afwijkt van de andere getoonde composities. Op de getekende bank ontwaar ik een stel mensen. Aan de muur hangen twee jassen, terwijl aan de geopende deur nog een jas hangt — de bewoner meldt zijn aanwezigheid. De bankhangers doen met elkaar wat ze kunnen in een lege kamer met enkel een eenpersoonsbed en een designachtig bijzettafeltje. Of is het een brancard waarop een laken de derde persoon bedekt? Zitten de mensen triest bij elkaar? De verklaring is voor velerlei uitleg vatbaar. Kijk je om te zien, of zie je om te kijken? Wil je zien wat je ziet, of kijk je zonder te zien? De voorstelling is abstract in werkelijkheid; surrealisme wordt dat genoemd. Geer van der Klugt tekent de wereld surrealistisch van zich af om een onwerkelijke sfeer tastbaar te maken. Je weet niet wat de toekomst zal brengen, daarom maak je het hier en nu vast mee.

    “You don’t know the future”, tekeningen van Geer van der Klugt bij Galerie Getekend. Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 18 januari tot en met 8 maart 2026.

    Geer van der Klugt, Galerie Getekend
  • Een duik in de onderwaterwereld bij Galerie Getekend

    Waar meestal als drager voor kunststukken is gekozen voor wit of een variatie daarop, hoewel tegenwoordig een aanpassende kleur als steun wordt gebruikt, besloot Galerie Getekend bij eerste inrichting de wanden zwart te maken. En dat is tot nu altijd een terecht stijlvolle keuze gebleken. De kunst op papier aldaar gehangen komt tegen de donkere achtergrond best tot uiting. Het zwart leidt niet af, geeft de kunst juist een eigenzinnig karakter. De werken springen er als het ware uit, komen naar voren, bieden zich aan. Met name bij de huidige expositie is dit zwart een uitkomst. In de uitstalling “Waar Water Leeft” krijgt de geheimzinnige wereld onder het wateroppervlak de aandacht. Het is alsof de bezoeker een frisse duik in de kunst kan nemen, afdalen in de donkerte van de galerie. Figuurlijk de duikbril op, de flippers aan en een zuurstoffles op de rug gebonden. Want enkele momenten snorkelen is niet genoeg. Langer onderduiken is zaak bij deze kunst om het te determineren, ontdekken en onderzoeken.

    Die onderwaterwereld is een verborgen stuk aarde, een immens groot deel van de aardbol dat ongezien levend is. Want de aarde bestaat voor het grootste deel uit water, 70%. Wat er zich onder die waterspiegel afspeelt blijft over het algemeen verborgen voor het blote oog. Is het water helder dan geeft die wereld iets van de geheimen prijs, maar alleen wanneer de bodem in het blikveld valt. Maar meestal is het water troebel en is die bodem amper zichtbaar diep. Dan is enkel het deinende oppervlak te beschouwen en blijft de inhoud ongezien. Dan wanneer wij door dat grensvlak tussen water en lucht breken, het vocht opspat en ons doorlaat, valt wat zich daaronder zoal afspeelt te zien wanneer de waterspiegel weer rustig is. Te bewonderen, want er ligt zodoende een wereld voor ons open.

    Niet de vraag waar maar of water leeft

    Galerie Getekend is met de huidige expositie in dat diepe gesprongen en maakt voor de bezoeker het ongeziene zichtbaar. Sowieso werd dat gedaan in al die tentoonstellingen voor deze, want immers “kunstenaars maken het ongeziene zichtbaar door gevoelens, ideeën, innerlijke werelden en concepten die moeilijk in woorden te vatten zijn om te zetten in tastbare vormen zoals kleuren, lijnen, vormen, geluiden of verhalen, waardoor we de wereld anders gaan zien en ons inleven in andere perspectieven en realiteiten“.

    Die andere perspectieven en realiteiten komen tot leven door de vingers van de tekenaars in “Waar Water Leeft“. Het is echter niet de vraag waar, maar tegenwoordig of water leeft. Door de actuele problemen waarmee de aarde door toedoen van haar bewoners te kampen heeft dreigt er steeds minder levend water te ontstaan. Maar wat er dan nog te zien valt maken Lolkje van der Kooi, Susana Mulas Lastra en Sin-ming Sit zichtbaar. Elk uiteraard op de eigen manier en vanuit een persoonlijk perspectief. Want gaat onder water de een voor kleine dieren, richt de ander zich naar planten en beschouwt een derde micro-organismen.

    Waterlandschappelijke tekeningen

    Het meest in het oog springen bij binnenkomst van de galerie de uitklapboeken van Sin-ming Sit. Collapsible Seascape noemt zij ze. Het ontvouwt kleurig koraal, zeeanemoon en wuivende waterplanten die zich in platte vormen oprichten in de ruimte. Opvouwbare zeegezichten als een pop-up boek. De afbeeldingen springen letterlijk van de pagina op en laten ruimtelijk een verrassend stukje van die wonderlijke wereld zien. Precies dat, waar water leeft.

    Maar het lijkt dat dit water welhaast op sterven na dood is, zo triest en somber geeft Sit deze in waterlandschappelijke tekeningen weer. Wel zoals ze het tegenkomt op haar duiktochten, want ieder jaar en welhaast bij elke duik is zichtbaar dat meer en zee neerwaarts evolueren. Er blijkt uit dat het niet zo best gesteld is met ons ecosysteem onder water. Dat we dat systeem zelf in de war hebben geschopt. Is het een waarschuwing, laat Sit afgetekend zien wat er over is of over blijft wanneer wij niet meer zorgvuldig omgaan met wat we bezitten. Zijn deze door haar geziene en verbeelde onderwaterlandschappen het laatste wat rest voordat er zich een woestijn onder de zeespiegel zal uitstrekken. Er valt weinig waarneembaar licht door het oppervlak, het is er koud en kil.

    In pasteltinten kleurt het water

    Hoe anders is dat bij Susana Mulas Lastra, want waar Sit de omgeving indringend somber weergeeft kleurt Lastra deze juist vrolijk. Haar micro-organismen zijn onwerelds kleurrijk, een hof van eden onder water. Zo zoals de koraalriffen er in betere tijden uit hebben moeten zien. Onder de microscoop ontvouwt zich namelijk een ongekende schoonheid, die pracht lijkt een surrealistische rijkdom. Een te zoete voorstelling van de waarheid beschouwt naast de werkelijkheid van de aquatische wereld gezien door de duikbril van Sit. En dat is geen roze bril in tegenstelling met die van Lastra. In pastel tinten kleurt de sloot, het meer en de diepzee op minuscuul niveau opeens paradijselijk. Te mooi om waar te zijn. Diepzee wormen in levend zand langs een speeltuin voor het koraal.

    Susana Mulas Lastra is de Jentsje Popma van de onderwateromgeving. Wilde Popma het Friese landschap vastleggen zoals het was en nooit meer zou worden, Lastra wil dit doen met de frisse wereld onder water. Maar gezien door de ogen van Sit is daar weinig meer van over, dus richt Lastra zich op de kleine organismen. Zij legt deze welhaast verborgen schoonheid feestelijk vast om het zichtbaar in de toekomst te behouden. Want wanneer de klimaatcrisis nog meer kritiek wordt zullen deze wezens van schaamte verbleken.

    Scherpzinnig gedetailleerd

    Lolkje van der Kooi portretteert kleine zeedieren, die evenwel reusachtig groot zijn in vergelijking met de organismen van Lastra. En naast die kleurenpracht ogen deze stijlvol grijs. Van der Kooi zet deze schepsels op een voetstuk door zeepaardjes, kwallen, slakken, wormen en andere weekdieren en ongewervelden voornaam in te lijsten. In fijne potloodlijnen zet zij de lichamen op en kleurt ze in met pastelkrijt. Zo scherpzinnig gedetailleerd dat deze niet zouden misstaan in een zoölogisch boek, een onderzees herbarium.

    Vooral in een wolk gezet of gehangen krijgt het de idee van een verzameling. Uit de biotoop gevangen en teruggeplaatst in een eigen intieme omgeving. Figuurlijk opgeprikt zoals een collectioneur dat met vlinders en insecten doet. Een installatie van gekaderd leven. Voornamelijk die vorm van presenteren maakt de tekening tot een kunstwerk, omdat deze daarmee een niveau meer krijgt, een dubbele laag. Van der Kooi voegt niets van haarzelf toe aan de plaat, zij respecteert de wezens zoals ze zijn en zich voordoen. De kleine zeedieren zijn in figuratie al kunstig genoeg van en uit zichzelf. Daar kan alleen nog wat lichtval op, over of onder, om de persoonlijkheid te benadrukken.

    Het verborgene komt boven water

    Wat Van der Kooi doet is een natuurkundig verantwoorde tekening maken van de waterwezens. De Schepper heeft daar al voldoende mee geëxperimenteerd, daar hoeft de kunstenaar geen schepje bovenop te doen. Wel is het kader waarin de doordachte schepping is opgesloten met zorg gekozen. De wezens zijn al eeuwen bestaande zeedieren, die meteen bij de eerste gedachte al vrijwel af bleken en nauwelijks behoefden te evolueren.

    Met “Waar Water Leeft” kan de bezoeker tot kort in het nieuwe jaar de gedachte wereld onder water beleven. Niet fysiek duik je daar onder de diepzee in of waad je snorkelend door sloot en plas, maar wordt wel een tip van de waterspiegel opgelicht om een blik te werpen naar wat zich daar in die wonderlijke wereld voordoet. Het verborgene komt er boven water, de duisternis wordt uitgelicht.

    Waar Water Leeft. Werken van Sin-ming Sit, Susana Mulas Lastra en Lolkje van der Kooi bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 9 november 2025 tot en met 4 januari 2026.

  • Joost Bakkers tegenpool van de werkelijkheid

    Het is opmerkelijk merkwaardig, om niet te zeggen een aparte gewaarwording, jezelf te ontmoeten in een tentoonstelling. Figuurlijk gesproken dan wel te verstaan. De eigen idee van beleven bij het vormgeven terug te vinden in het werk dat je ziet. In de tekeningen van Joost Bakker, bij Galerie Getekend eerst gezien, zag ik dat nog niet meteen. Vond ik mezelf nog niet direct, hoewel het werk mij al wel vertrouwd overkwam. Maar toen ik later ander soortgelijke tekeningen van Bakker onderging, tijdens de kunstbeurs Art Noord VII in Museum Belvédère, merkte ik het plots op. Bemerkte opeens dat mijn denkbeeld samenvalt met zijn indruk. Dat de uitdrukking denkelijk eenzelfde oorsprong heeft. Ik erkende dat ik mezelf erin herkende.

    Hoe omschrijf ik een vorm die getekend moet zijn omdat een beschrijving geen recht doet aan het wezen. Vraag ik mij onderwijl af. Toch voel ik mij genoodzaakt dit beeld woorden te geven om het te duiden voor de lezer, die ik daarmee animeer kijker te worden en de weg te zoeken naar de Stationsstraat in Heerenveen om Galerie Getekend te bezoeken. Aldaar is het zijn in het platte vlak waar te nemen, de kunst op papier voor waarheid aan te nemen. Want exposant Joost Bakker rollebolt in de tijd met de waarheid. Hij beleeft er plezier aan de realiteit naar zijn hand te zetten en de werkelijkheid te kantelen. In zijn idee kan de zichtbaarheid ook van achteren naar voren gezien worden, van rechts naar links, binnenstebuiten gekeerd.

    Onnatuurlijk standpunt

    Joost Bakker is een tekenaar die het experiment opzoekt, daar plezier aan beleeft. Hij test de lijn op het vlak, onderzoekt de sfeer en ondergaat de werking van licht in donker. Het potlood ofwel het houtskoolkrijt is zijn wapen om het papier figuurlijk te lijf te gaan. Het is naast de pen om te schrijven ook mijn materiaal de wereld te duiden. Niet op een eendere en zuivere manier als dat Bakker het doet. Mijn scheppen was meer illustratief, maar waar ik mezelf zie in zijn werk is de behandeling van licht tegenover donker, dag versus nacht, polen die elkaar versterken door tegenwerking. Licht dat van meerdere kanten komt kan alleen op papier en onder kunstlicht bestaan. Het vanuit onnatuurlijk standpunt komend licht om schaduw tegenover glans in het donker te brengen. Waar dat licht vandaan komt is onduidelijk, maar het is er. Hoewel het er niet kan zijn, lijkt het toch een werkelijk gegeven. Het doet niet vreemd aan. De manier waarop Bakker het in de tekening verwerkt zo veronderstel ik dat het waar kan zijn. Dat experiment ging ik destijds ook aan, Joost heeft het verder voor mij uitgewerkt. Hij kan het weten.

    Niet alleen de tegenstelling licht en donker trekt hem aan, ook onderzoekt hij volumes in zijn werk en dus tegenstellingen. Met het licht dat schaduwen werpt is het soms dat groottes gescheurd lijken en wijdtes uiteen vallen. De schaduw tilt het beeld als het ware in de derde dimensie, hoewel ik nog steeds naar een plat vlak kijk. Een vierkant In perspectief, waarvan een hoek is afgesneden, geeft de indruk van een toegankelijke omheining. Terwijl het toch maar enkele lijnen op papier zijn. Niet meer in de realiteit en niet minder in de abstractie. Het volume is kortom magisch. Er schijnt hoogte, breedte en diepte te zijn hoewel deze er helemaal niet is. Kunst is een betoverend mysterie. Want natuurlijk bestaat licht en donker ook niet op papier, is het slechts wit en zwart – de tinten waarin alle kleuren completeren. Daarmee te spelen is voor Joost Bakker een uitdaging, zoals dat voor elke andere kunstenaar zo zou moeten zijn. Het plat wordt ruimtelijk, het zicht van de kijker is voor de gek gehouden, de ogen bedrogen.

    Handgetekende animaties

    Meest simpele vormen krijgen een meervoudige uitdrukking door met de natuurlijke wetmatigheid een loopje te nemen. De aard van dingen zoals Bakker deze portretteert is niet oorspronkelijk, omdat het niet kan bestaan. Hij stoeit met de waarheid en wint het van de vaste regel. Zijn regelmaat past niet in de norm, kan echter wel als normaal worden beschouwd. Joost Bakker dolt met de lijn in het vlak. Het is geen klare lijn, maar wel zo duidelijk dat deze het vlak schijnbaar van het papier optilt de ruimte in. De tekening komt blijkbaar los van de drager en zweeft voor het ogenblik.

    Niet enkel statisch verwerkt de kunstenaar de lijn in de tekening, maar gebruikt het tevens dynamisch in handgetekende animaties. Deze letterlijk levende tekeningen tonen bijvoorbeeld een bewegende lijn die figuurlijk vormen maakt in het voorbijgaan, of cirkels spuwt vanuit een middenstip, of twee stippen zijn die elkaar ontmoeten. Nuveraerdich is de vlek die zich in de vorm meest gelijkend op een vis in projectie voortbeweegt. Tot stand gekomen door de kop steeds opnieuw te tekenen en de staart uit te gummen. Dit uitschrijvend doorbreek ik als het ware de betovering, maak ik echter de intensief tijdrovende werkwijze enigszins duidelijk. In een vierkant namelijk zwemt de visvorm zich een weg, stuitert tegen de rand en vliegt er weleens overheen om vanuit de binnenwereld in een buitenaardse ruimte te belanden. Maar telkens ook weer terugschiet naar de veilige plek binnen het kader. Het is een loslaten en terug pakken. Afstand nemen en toenadering zoeken. De vorm voelt zich als een vis in het water, maar wil ook weleens buiten de lijntjes kleuren om dan toch weer op de schreden terug te keren. Joost Bakker voelt zich fijn in en bij dit thema. Kan daarmee niet enkel in de statische tekening uit de voeten, dus onderzoekt het gegeven in een zogenoemde stopmotion film. Het blijft onder de aandacht van de beschouwer omdat het in onverwachte beweging is.

    Om in de niet zo ervaren blik van sommige bezoekers tegemoet te komen heeft Bakker naast de enigszins minimalistische en abstracte tekeningen een realistisch beeld gehangen. Ik vroeg hem bij de opening van de tentoonstelling waarom hij een doosje Zwaluwlucifers heeft geportretteerd, exact volgens het model in de keukenlade maar dan sterk uitvergroot. Om dus het in de kunst ongeoefende zicht te vriend te houden voor zijn meer tot de verbeelding sprekende werk vormde zijn antwoord. Als complementaire tegenstelling. De Säkerhets Tandstickor beslaat met een aan gene zijde afgebrande lucifer, other each, een tweeluik. Niet de rode zwavelkop is ontstoken, maar het houtje is zwart geblakerd. In eenvoud elkaars tegenpool als de aard van een magneet. Joost mag het weten, hij is een duiveltje in het doosje en heeft me met zijn werk te pakken waar ik bij sta. Ik onderga het lijdzaam, want het werk heeft een magnetische aantrekkingskracht. En …, vind ik mezelf erin. Dat schept een band.

    Resolution. Tentoonstelling werken op papier en levende tekeningen van Joost Bakker bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 7 september tot en met 2 november 2025.

  • Life Line meer dan het lezen van de levenslijn

    Zet je een lijn op papier, dan is er een tekening. Wonderlijk. De lijn maakt de drager tot een levend gegeven. Ineens is dat papier iets, opeens stelt het wat voor. De lijn is voor dat stuk papier een levenslijn, daarmee komt het dode vel tot leven. Is er een landschap geschapen, of in elk geval een ruimte. Zet de lijn zich door tot een vorm, dan is er beeld, beeltenis. Dat kan figuratief zijn, een werkelijkheid, maar ook een abstractie. Uitgangspunt is een zichtbaar feit, een tastbare inspiratie. Door de hand gecreëerd, de manoeuvre die de lijn dirigeert en zorgt voor een compositie. “Beweegt, stuurt, geeft richting of vliegt alle kant op”, dicht beeldend kunstenaar Arno Kramer over het wezen lijn; zijn stokpaard als invloedrijk Nederlands tekenaar.

    Die hand dus geeft de lijn het gevoel waarop de tekenaar de waarheid beleeft. Maar de lijn is eigenwijs en gaat soms stuurloos een eigen weg. De lijn geeft die hand een nieuwe ervaring. Het ervaren van de werkelijkheid is voor iedere kunstenaar anders, en komt op elke beschouwer op een verschillende manier over. Wanneer echter tekenaar en kijker op één lijn zitten is de tekening naar tevredenheid. “Dan is er een diepe zucht, dan schreeuw ik het uit”, leeft Kramer zich in de lijn in, “Op papier weliswaar maar dan is het geluk aan mijn kant.” En wanneer de losse eindjes aan elkaar geknoopt zijn en er een beeltenis zichtbaar is, wanneer de beschouwer door de vorm heen kijkt en in gedachten een figuratie samenstelt, dan is de lijn opgetogen en de tekening helemaal happy.

    Uitgeplozen lichaam

    Zo een levenslijn is voor Terry Thompson het begin van een werkstuk, gereedschap om een uiting te construeren. Het is de ruggengraat van zijn tekening, de spirit van de compositie. Het begint allemaal met de lijn en daaruit ontstaat meer gevoelsmatig dan beredeneerd een vorm om de tekening te maken. Rationeel is wel de inspiratie die leidt tot een uitdrukking, maar de verwerking van de zichtbare werkelijkheid of de gedachte voorstelling is intuïtief. Thompson interesseert zich voor mythologie en literatuur, dat werkt door in zijn verbeelding. Anatomische tekeningen uit de Renaissance echoën in zijn werken. De hedendaagse wetenschap en persoonlijke ervaringen laten de tekeningen klinken als het trombone-concert in Bes van Rimski-Korsakov. Jawel, een mol, een verlaagde toon, want hoewel de tekeningen kleurig kunnen zijn is het onderwerp minder vrolijk.

    Het uitgeplozen lichaam, het ontleedde lijf is in de geest van Thompson meer dan een anatomische les. Niet dat het corpus humanum levenloos aan de balken hangt, zoals het geval was bij Vesalius – de anatoom in de 16e eeuw die Thompson sterk heeft geïnspireerd. Het analyseren van de werkelijkheid geeft Terry stof tot nadenken. Zet hem aan de tekentafel om met dode materie leven in vorm te krijgen. Het menselijk lichaam laat geen abstracte weergave toe, daar vormt de lijn zich naar de werkelijkheid. Lijkt de collage met een naakt manspersoon op een studie van Da Vinci of volgt zijn lijn die van Michelangelo. Imposant maar minder tot de verbeelding sprekend dan bijvoorbeeld de serie Dryad over een vrouwelijke geest in een boom. Een mythologisch gegeven waarin realiteit en abstractie elkaar ontmoeten. De vertelling verhaalt en vertaalt in grillige tekeningen.

    Puntige studies

    Een verhaal apart is de uitgebreide serie Cantos, waarvan bij Galerie Getekend een aantal worden tentoongesteld. De Canto Thompson is een schier oneindige reeks tekeningen, waarvan de onderwerpen al improviserend ontstaan. Het legt een lijn naar de andere professie van Terry Thompson, namelijk de muziek. Daar kan hij op de trombone als beeldend instrument tevens onvoorbereid musiceren, terwijl de partituur hem binnen de lijntjes laat blijven kleuren. In de Cantos kan de kunstenaar serieel fantaseren, a prima vista. De werkelijkheid blijft uitgangspunt, maar kan naar believen worden vervormd. In deze serie is Thompson op zijn best, omdat hij daarin de beleving en het gevoel vrij laat stromen, de ervaring laat klinken als een klok.

    Speels vult hij de composities in, versiert er zijn wereld mee waardoor mijn omgeving er een stukje meer vrolijk op wordt. De canto dramt niet, hoewel er wel steeds een zelfde motief wordt herhaald. Het is geen stuk met een verlaagde toon, het is juist een serie in fis. Scherp zoals de Engelsen zeggen, sharp. Het zijn puntige studies van de persoonlijkheid onpersoonlijk genummerd. Thompson toont daardoor zijn identiteit, zijn karakter schuilt tussen de lijnen als de eigenheid van de dichter tussen de regels door valt af te lezen. De diverse cantos hebben afzonderlijk geen titel, ook geen opvolgende uitdrukking. De enkele canto kan uit de reeks worden genomen, heeft een eigen verhaal en mist los gezien geen kop noch staart.

    De tekeningen van Thompson zijn gelaagde composities. Daarin probeert Terry Thompson de emotie te ontleden. Hij is patholoog-anatoom van de tekenkunst, onderzoekt het grafiet en de houtskool om overeenkomsten te herkennen en vormen vast te stellen. Geeft toon aan de menselijke natuur, klank aan droomvelden en ruimtelijke constellaties. De fantasie krijgt vorm en geluid. De werkelijkheid is verbeelding. In composities leiden punten de blik af en raakt het zien in beweging. Door wezensvreemde details wordt mijn oog gedwongen beter te kijken, te concentreren op wat ik zie om de zichtbaarheid te duiden. Dring ik door de lagen dan wordt het gevoel een duidelijke ervaring. Is het beeld figuurlijk abstract dan is de verbeelde realiteit niet ver weg van de getrokken lijn. Dan loopt de lijn op de grens van verbeelding en werkelijkheid. Thompson zet deze met vaste hand terwijl zijn vormen levenslustig los over het papier bewegen. Een aangename gewaarwording. De kunstenaar neemt mij figuurlijk bij de hand en leest mijn levenslijn, zien is weten. Doorkijken is herkennen.

    Life Line. Solo-expositie tekeningen Terry Thompson bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Het werk is daar te bekijken tot en met 13 juli 2025.

  • Tegenstellingen die elkaar aanvullen in een twee-eenheid

    Waad ik door de branding. Loop over droog gevallen aarde. Zie ik wier dansen op het ritme van stroming. Prikkelen strandkiezels mijn ongeschoeide voeten. Schuren breuken in steen mijn eeltige zolen. Dan voel ik de vrijheid, het ongeregeld oeverloze leven. Bekijk ik de buitenkant van het zijn. Het zichtbare wezen. Ninet Kaijser beeldt dit af in elke schoonheid die het mogelijk heeft met kleurpotlood op papier. Ik hoor het water door de bedding stromen om de meest prachtige kleuren te polijsten. Haar composities strelen de ogen, liefkozen de blik.

    Datgene wat ik zie en ervaar langs kustlijnen en over rotsformaties vertaald Kaijser letterlijk in haar tekeningen, op het eerste gezicht. Dat is haar uitgangspunt, de basis van het werk is de zichtbare werkelijkheid. Al beeldend ontstaan er echter elementen en dimensies die zij nader gaat onderzoeken in nieuwe tekeningen. Kaijser, en ik al kijkend met haar, ontdekt diepere lagen in het vlakke zien. In de tekeningen verwerkt zij de tijd die de werkelijkheid laat verglijden. Ik merk stroming in stilstand op, beweging in rust. Door lijnen, vlakken en kleuren dynamisch over de drager te laten gaan krijgt het werk een filmische gewaarwording en ontstaan tijdloze landschappen.

    Na lang en aandachtig kijken zie ik golven spatten op stenen, wuiven grassen mij toe. Er dartelt zelfs een vlinder voorbij, een vis steekt verwonderd de gladde neus uit het water. Kaijser tekent echter geen levend wezen in haar werk, er is slechts water, aarde en stenen. Door de beweging zie ik luchtspiegelingen, voeg ik al starend elementen toe die niet zichtbaar zijn maar door mijn fantasie worden toegevoegd. De tekeningen zijn opgebouwd met minuscuul kleine en korte lijnen. Zo is verfijnd de natuurlijke stofuitdrukking vastgelegd.

    Dat wat ik zie en beleef zet Ninet Kaijser letterlijk in een vrije vertaling op papier, op het tweede gezicht. Wat op papier komt te staan bestaat niet, lijkt er altijd geweest te zijn maar is een nieuwe werkelijkheid. Het is de fantasie van de tekenaar die intuïtief een mogelijke omgeving vastlegt. Het had zo kunnen zijn. En natuurlijk is het zo, want de natuur manifesteert zich in de meest ondenkbare vormen, presenteert de waarheid in de echtheid van zichzelf. Tijdens het tekenen begeeft Kaijser zich in het landschap en ervaart de realiteit, maar het is een echtheid die niet waar lijkt te zijn. In het kijken zie ik een omgeving die een reële beleving geeft. Het is er, dus het zal er zijn. In gedachten dring ik door de onnatuurlijk natuurlijk lijkende lagen heen om mijn eigen voorstellingsvermogen aan te boren.

    Basis van de schoonheid

    Ik beschouw deze bedachte droomwereld bij Galerie Getekend, waar het werk van Ninet Kaijser wordt gepresenteerd in combinatie met de tekeningen van Ans Tellegen. De beweging van Ninet Kaijser bevriest daar in de verstilling van Ans Tellegen. Waar Kaijser de tijd neemt zet Tellegen deze vast. De werken lijken tegenstrijdig. De kleurige schijnbare echtheid tegenover het kleurloze beeld achter de realiteit. Maar toch geven de kunstenaars in tekeningen elkaar de hand en is de tentoonstelling een eenheid, een harmonieuze samenstelling. Ofwel het ene vult het andere aan, de werkelijkheid en de achterkant van de waarheid maken de werken tot een echte beleving.

    Ans Tellegen laat namelijk zien wat ik niet ervaar wanneer lopend door het veld, hink-stap-springend langs de oever zigzaggend over een smalle rivier. Of juist verzandend aan het strand, de blote voeten openhalend aan scherpe schelpen. Mijn bloed kleurt aan de tinten van Kaijser. Maar Tellegen toont in haar zwarte lijnen en vlakken, waar iedere kleur uit verdwenen lijkt, de essentie van de zee en het strand, de kern van het gesteente langs de beek, het wezen van de aarde. En die ervaring is abstract, valt nauwelijks te omschrijven. Daarom verbeeldt Ans Tellegen dat aspect voor mij, voor ons.

    Het is de basis van de schoonheid, die op zichzelf een esthetisch beeld geeft. Schaduwen glijden langs formaties en maken vormen in de ruimte. De wijdte van beleving en fantasie. De speling van lijn en vlak die samen een landschappelijke ervaring deelt. Tellegen toont niet de zichtbare werkelijkheid, maar het beeld achter deze waarheid. Niet de uiterlijke waarneming schetst zij, maar de voelbare voorstelling krijgt een beeldende omschrijving. Haar lijnen en vlakken zijn als het ware mijn mentale observatie. Het plaatje dat ik in gedachten voor ogen krijg terwijl ik de werkelijkheid beschouw.

    Zo is de beleving van met name de natuur bij Galerie Getekend compleet, constateerde ik al hierboven. Onderga ik de werkelijkheid en doorleef daarbij de essentie achter die waarheid. Niet enkel is het een zichtbare sensatie, maar tevens een voelbare gewaarwording. Aan beide zintuigelijke elementen is voorstelling gegeven, zodat het afgeronde beeld van de tentoonstelling een absolute gewaarwording geeft.

    Tentoonstelling werken van Ninet Kaijser en Ans Tellegen bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 30 maart tot en met 18 mei 2025.

  • Op adem komen in vergeten architectuur bij dynamische werkruimten

    Het verhaal dat Marijke Mink verbeeldt in haar werk bij Galerie Getekend is een overbekend gegeven voor de scheppende mens. In haar tekeningen heeft zij zichzelf geportretteerd in een kamer. Of deze kamer een werkruimte is, een slaapkamer of een zitkamer met uitzicht op de tuin, is niet klaarblijkelijk duidelijk. Dat is ook van geen belang. Het gaat niet om de ruimte zelf, maar om datgene wat zich fysiek en mentaal daarin afspeelt. Vooral het beelden van dat bovenzinnelijke aspect is gewichtig in de composities van Mink. Het kenmerkt de creator. Is het namelijk wel veelal wachten op inspiratie om een compositie te beginnen. De figuur in die kamer is daar in diverse houdingen en met verschillende bewegingen mee bezig, met het spontaan opwekken van een inval.

    Maar inspiratie laat zich niet dwingen, het moet je overkomen wil er een doordacht kunstwerk ontstaan uit het niets. Het is de juiste klik krijgen met het materiaal. Het lege witte vel, het blank geprepareerde doek of de ruwe onaangetaste steen vormt een uitdaging. Het daagt uit in gesprek te gaan. Het gevecht te leveren om met potlood en penseel, met kwast en verf, met hamer en beitel een figuratie te maken. Het grafiet, het pigment, de koolstof en de kleurstof zijn dode gereedschappen, die tot leven komen wanneer ze gebruikt worden om lijnen te zetten en vlakken te maken. Maar dan moet er eerst een aanleiding zijn om aan het werk te gaan. Zomaar intuïtief aanvangen leidt zelden tot een uitgebalanceerd geheel. Wel kan ongedacht een gedachte in het brein toeslaan om de handen een reden tot serieus beelden te geven.

    De tekening in getrokken

    Dus zit de persoon in de kamer van Mink te piekeren, na te denken en te overwegen. De kamer heeft veel weg van een werkruimte, een atelier. Maar er wordt ook gerust om uitgerust te scheppen. De gedachten tekenen zich af op en aan de muren als bloemetjes behang of een soortgelijke wandbekleding. In de ruimte dwarrelen deze denkbeelden, fladderen met veelkleurige bewegingen om neer te dalen op de fantasierijke ingevingen. Ze komen echter in het proces van de vertelling binnen het enkele kader nauwelijks tot beeld op de getekende werktafel. Want niet de tekening is het doel, maar het maatwerk dat eraan vooraf gaat. Dat maatwerk vormt de compositie van Mink, die handeling om tot een resultaat te komen. In de serie tekeningen laat zij de confrontatie zien die de kunstenaar met het werk heeft. De krachtmeting die geleverd moet worden om tot een creatief product te komen. Het heilig moeten is een duel, een tweegevecht van mens en materiaal. Waarbij de inspiratie de reddende engel is.

    Marijke Mink trekt mij door haar manier van werken de tekening in. Sluit ik mijn ogen dan waan ik mij in het atelier, stap ik over de drempel in het denk- en werkproces. Ervaar ik de emotie die los komt wanneer het scheppen lukt, de euforie van het klaarspelen. Voel het bloed, ruik het zweet en zie de tranen wanneer er niets op papier wil komen. Het zijn composities boordevol dynamiek. Hoewel de figuur naar het schijnt stil ligt te wachten voor de vlam is opgestookt tot een vuur om vol elan aan het werk te gaan, stormen zijn gedachten bruisend door de kamer. Met Mink zit ik op de golflengte dat die ingevingen zichtbaar zijn voordat deze tot figuratie in een creatie vorm krijgen.

    Ongecompliceerde duidelijkheid

    Zit ik dan helemaal in het kleurige werk van Marijke Mink, word ik er als het ware door opgevreten, moet ik moeite doen me ervan los te maken. Dan lijkt daarnaast het werk van Heidi Linck een koude douche. Niets is echter minder waar. Hoewel elke kleur en alle dynamiek uit haar tekeningen lijkt verbannen is het werk contrastrijk en volop in beweging. Door de minimale uitdrukking houdt het werk de aandacht stevig vast. Ik weet nauwelijks wat ik zie, terwijl Mink mij alle hoeken van de kamer laat zien. Linck baseert zich op verlaten en vervallen panden. Tekent zichtbaar uit wat haar interpretatie van de ervaren vergeten werkelijkheid is. Spiegelt de waarheid, draait abstracte cirkels om de realiteit. Heidi Linck zet in haar werk vraagtekens zonder deze met uitroeptekens te beantwoorden. Vragen die bij mij opkomen om met antwoorden een vinger te krijgen achter de waarneming.

    Zelf dien ik mijn reactie die het werk bij mij oproept te formuleren. Linck geeft een voorzet, een hint. Maar ze spreekt zich niet uit, ze laat ruimte voor interpretatie. Door het weglaten van decoratie raakt zij de essentie van het aangetroffen beeld. In de enkele lijn en het meerdere vlak geeft zij een ongecompliceerde duidelijkheid, waar het lijkt alsof er nauwelijks duiding is in de simpele weergave. Door de eenvoud in beeltenis biologeert het werk eenduidig. Ik weet concreet wat ik zie, maar er is niet meteen herkenning in het onontwikkelde beeld. Maar juist dat rudimentaire aspect heeft weinig uitleg nodig om aan te spreken. Als een logo bij een enkele oogopslag weergeeft waar het kenmerk voor staat, wanneer althans de ontwerper zich weloverwogen in de opdrachtgever heeft ingeleefd, zo karakteriseert Linck’s symboliek haar wereld. Deze linken als het ware aan haar universum, haar bubbel. In de constructies op blauwdrukken ontwerpt zij een persoonlijke architectuur als uitvloeisel van wat gezien is op verloren plekken, in verlaten vergetelheid.

    Composities zijn zoekplaten

    Haar handschrift is abstract, de vorm is bij wijze van spreken in een bouwtekening gedwongen. Het zit gevangen in dit kader als de gestalte van een bouwwerk, een installatie. De verwaarlozing en het verval van een monumentale plek intrigeert Linck. Niet om het realistisch weer te geven, maar om er een versimpelde ervaring door te delen. De aanblik van menselijke architectuur die om een of andere reden is verlaten en vergeten wekt bij haar een mysterieuze emotie op. Het gevoel van onbehagen verdwijnt door de situatie te ontdoen van voor het treffende beeld overbodige elementen. De aftakeling is uitgegumd om de klare lijn van het bouwwerk te tonen.

    Marijke Mink laat veel zien in haar werk, het is een genot ernaar te kijken – de blik erin te laten dwalen. De composities zijn zoekplaten, deze nopen serieus te beschouwen om elk aspect en ieder element te registreren. Heidi Linck geeft minder handvaten om haar werk te vatten. Een nauwkeurig beoordelen is daarentegen noodzakelijk. Anders kijken omdat de werkelijkheid is gestileerd. Hoewel de werken van beide kunstenaars met elkaar schijnen te vloeken, vullen deze mekaar daarentegen onmerkbaar aan. Er lijken alleen maar contrasten te bestaan, maar in sfeer zijn er relaties te ontdekken. Vanuit de dynamiek van het atelier is het op adem komen in de meditatieve ruimten. En ben ik dan opgeladen door de vereenzaming kan ik weer genieten van de bezieling.

    Expositie werken van Marijke Mink & Heidi Linck bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 10 november 2024 tot en met 5 januari 2025.

  • Tekenwerk in totaalbeeld bij Galerie Getekend

    De kunstenaars nu in Galerie Getekend zijn jagers en verzamelaars. Met het schetsboek in de aanslag en het potlood op scherp ogen zij en sparen beelden rondom. Dat doen kunstenaars, dat zit in hun genen. Aldoor beelden verzamelen om er uitdrukkingen mee te maken wanneer de tijd daar rijp voor is. Wanneer de gedachte bezieling heeft en wordt gevoed door geschetste noteringen. Bij de galerie zie ik de resultaten van het ontdekken en registreren. Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles, hun werk is in combinatie te zien tot 3 november, maken echter van velerlei indrukken een totaalbeeld. Een groter geheel met een verscheidenheid aan losse onderdelen en details. De expositie heeft dan ook een verzamelnaam om de lading te dekken: La vue de l’ensemble. Het geeft een overzicht van de verzameling in delen van dit trio kunstenaars. Zij maken geen enkelvoudig beeld, zoals een landschap, een stilleven of een portret dat zijn. Wat zij doen is meerdere inspiraties in een veelvoudige tekening zetten. Er ontstaat als gevolg daarvan een complexe beeltenis om zoveel mogelijk onderdelen op eenzelfde moment te kunnen laten zien.

    Beweeglijk leven expressief uitgedrukt

    Rob Miles toont kamers van meerdere kanten, vanuit verschillend perspectief. Een soort van uitgevouwen kubussen die dubbel driedimensionaal in ogenschouw kunnen worden genomen. De ruimte is erin plat geslagen om een totaalbeeld te kunnen weergeven van de inhoud van de kamer. In een cartoonachtige stijl bewegen figuren en materialen zich in het platte vlak door de ruimte. Het zijn veelkleurige impressies om een beweeglijk leven expressief uit te drukken. Verbeelde herinneringen aan wat er zoal is voorgevallen in die ruimte. Een samenraapsel van momenten en handelingen om de lopende tijd in het vertrek vast te leggen, te bewaren als souvenir van wat geweest is. Dat doet de kunstenaar, dat zit in zijn bloed.

    Overvloed aan bezit

    De verzameling aan indrukken heeft Clément Fourment in een denkbeeldige boekenkast geborgen of op een mededelingenbord geprikt. In het raamwerk is welhaast ieder vak gevuld met snuisterijen en hebbedingen, memorabilia in de tijd. Symbolen en metaforen voor een overvloed aan bezit. Of een gebrek daaraan wanneer het schap leeg is gebleven. Op het prikbord zijn foto’s en afbeeldingen geplakt die zijn interesse in de sterrenkunde verbeelden, zijn aandacht voor geschiedenis. Zonder kleuren in zwart en wit tekent hij heel gedetailleerd een wereld aan beelden, een heelal aan indrukken. Hij plakt ook wel delen in, zodat als het ware een dimensie meer in het platte vlak gebracht is. Dus niet enkel geeft hij zelf beeld, maar gebruikt ook bestaande afbeeldingen om de verbeelding te versterken. Dat doen kunstenaars, jagen en verzamelen om het heilig moeten te bevredigen.

    Gefragmenteert

    Op haar beurt verwerkt Marisa Rappard structuren in haar composities. Ordeningen die de samenstelling opbouwen. Schijnbaar aan elkaar tegengestelde vormen willekeurig gerangschikt. Echter is het een vertaling van wat de moderne mens dagelijks aan informatie via beeldschermen tot zich krijgt. Om de veelheid te kunnen verwerken wordt deze gefragmenteerd, in delen opgeslagen. De collage aan beeldelementen lijkt in het werk van Rappard als zijn deze op de computer gemaakt. Of althans het voorgeschreven beeld als resultaat na AI de ins en outs te hebben voorgelegd en ondervraagd. Uit dat verhoor komen antwoorden waarmee de kunstenaar verder kan. Dat doet de kunstenaar, zijn of haar omgeving bevragen om de inspiratie te voeden.

    Herinneringen oproepen

    Rappard heeft Miles en Fourment bij elkaar gebracht en aan zich verbonden in deze kunstzinnige samenstelling. Hoewel ieders werk aan elkaar verschillend is zag men overeenkomsten in ontroering en verwerking. Het totaalbeeld van de expositie geeft een overzicht van wat kunstenaars zoal mentaal najagen en verzamelen en fysiek speuren en bewaren. Met die collectie aan geestelijke en lichamelijke beelden, die als herinneringen kunnen worden opgeroepen, doet de kunstenaar zijn ding. En dat ding is in dit geval een tekening, die is samen gesteld en opgebouwd in een beeldbank. Een raamwerk of het frame waarbinnen ieder element om aandacht vraagt, waardoor de blik zich niet kan hechten. Wat de voorkeur heeft daar trekken de ogen naartoe, dat is voor iedere toeschouwer persoonlijk anders. Zo blijft de kunst een individuele ervaring, een subjectieve sensatie.

    Opvallend levensgroot en manshoog komen de werken in de ruimte op mij toe. Daar tegenover hangen en liggen ter compensatie tekeningen intiem op klein formaat. Zijn de van Frankrijk gekomen Miles en Fourmént vooral in realistische zin aanwezig met herkenbare vormen, evenwel meerdere malen in een immateriële vormgeving gevat. De Nederlandse Rappard uit zich in abstracte composities. De relatie en overeenkomst in de diversiteit kan gelegd worden in de verzameling aan meervoudige indrukken die zijn vastgelegd in een enkelvoudige uitdrukking. Zo maakt de galerie een totaalbeeld van mogelijkheden binnen de kunstvorm tekenen. Dat het lang geleden is dat het tekenen alleen maar werd gezien als schets voor een resultaat. Dat dit tekenen het resultaat is. Dat werken met potlood het beeld kan verfijnen en detailleren. De kunstenaar zit dicht op het werk, de hand vertaald in een vloeiende beweging wat het hoofd bedacht. Dat is wat de kunstenaar doet, denken met de handen.

    La vue de l’ensemble. Expositie werk op papier van Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles. Bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 3 november 2024.

  • Marjo Postma schuilt haar werk in bestaande tekeningen

    Over het algemeen en doorgaans wil ik objectief een tentoonstelling ingaan. De werken zonder vooroordeel en kennis van zaken bekijken. Ofwel wil ik niet vooraf geïnformeerd worden over wat ik sta te gaan zien. Ik laat me verrassen, althans dat is de bedoeling. Het gaat niet altijd op, want ik kom natuurlijk ander werk van eenzelfde kunstenaar weer eens tegen. Dan ken ik het verhaal van die maker vooraf en heb misschien op voorhand al een mening klaar. Natuurlijk zijn er kunstenaars die mij met nieuw werk kunnen intrigeren. Dat er een nieuw verhaal te vertellen is of dat er een andere ingang is tot hetzelfde verhaal.

    Overwegend heb ik geen moeite met de werkelijkheid evenmin als met de abstracte wereld en veel wat daar tussenin en -door zweeft. Ieder isme en elke stijl kan me boeien en daar kan ik iets van vinden. Maar het werk dient te spreken, de compositie heeft het verhaal. Hoe het tot stand komt is van minder belang. Hoewel het wel fascinerend is. Het werk is het resultaat van het maakproces, het eindproduct. Daarin is de idee en de inspiratie van de kunstenaar samengebracht. Het verhaal ligt opgesloten in het kunstwerk en met het juiste woordenboek kan ik dat lezen. Maar een handleiding heb ik niet nodig. Spreek ik de taal niet, dan doe ik moeite deze te leren. Door te kijken kan ik ervaring op doen. Het zien geeft gevoel.

    Een schuilplaats vinden in de tekening

    Laat ik ervan uitgaan dat ik me niet tevoren heb ingelezen. Dat ik me onbevangen en vrijmoedig begeef in de wereld van Marjo Postma. Dat ik pas op een ander moment in een volgend blog inga op achtergrond en reden. Wanneer ik de catalogus bij deze tentoonstelling in Galerie Getekend bespreek. Eigenlijk is dat boek het beeldverslag van een tijdelijke werkplek, een artist in residence, in Pergola, Italië. En is de expositie daar dan een keuze uit, aangevuld met nieuw werk. Beide kunnen dus heel goed zonder elkaar gaan. Het ene heeft minder meer met het andere van doen. Het boek is een verwerking, de expositie een nawerking. Want de kunstenaar moet door.

    Dwelling in Drawing. Een schuilplaats vinden in het tekenen. De tekening is onderdak voor de idee. Postma gebruikt oude architectuurtekeningen om op te werken. Deze bestaande ondergrond is het onderkomen waar haar tekening in verblijft. Een huis om de kunst in te laten schuilen. Die bestaande tekeningen hebben gebruikssporen, zijn verkleurd en beduimeld. De kunstenaar geeft deze als het ware een nieuw leven door daar een kleurig motief op aan te brengen. Een abstracte gedachte uitgewerkt in een non-figuratieve figuratie. Een vorm die wel verbinding maakt met de werkelijkheid, maar deze daarna meteen weer loslaat en een eigen realiteit laat zien.

    Gedachten dwalen van bestaand papier

    De bestaande lijntekening, een technische uitwerking van de idee voor een bouwwerk, wordt door Postma wel gebruikt om op te reageren. Maar ook is de reactie wel tegendraads en heeft weinig van doen met wat er aan ten grondslag ligt. Toch is deze eigenzinnige tegenbeweging ook een antwoord op de retorische vraag van het gedateerde document. Het zet bestaande belijning scherp aan, vult gekadreerde vormen kleurig in. Maar laat niet wat eerder op papier werd gezet helemaal verdwijnen. Het verleden blijft doorschijnen in het heden. Zo verbindt Postma het zijn van de tijd. Legt een relatie met wat was en wat er nu is. Want zo is het, zonder verleden is er geen heden. Ze laat zich leiden door de vroegere tijd, het is de achtergrond van haar tegenwoordige tijd.

    De composities doen mij denken aan de krabbels die ik wel in de kantlijn tekende tijdens een suffe les op school of een slome vergadering. Dromerig ging mijn rede dan met me aan de haal en verliet de tijd om in een andere dimensie terecht te komen. Dan schetste ik mijn gedachte op papier. Zo lijkt Marjo Postma te werk te zijn gegaan. Haar gedachten dwalen echter van het bestaande papier af, stijgen uit boven het verdwenen moment en vormen een nieuwe tijd. In afzondering buiten het rumoer is het een toevluchtsoord voor de idee. Terug geworpen op haarzelf uit ze zich op een eigen bijzondere manier. De onderliggende tekening biedt haar houvast, het resultaat geeft mij te denken.

    De tekeningen zijn zoekplaten. Een ontdekking om te achterhalen waar de oorsprong van de uitkomst ligt. Maar eigenlijk is dat van geen belang, om zo diep in de materie te duiken. Om precies te weten wat je bekijkt. De mens zoekt altijd een houvast, een verbinding met de werkelijkheid. En wanneer deze er niet is vult de gedachte die als vanzelf in. Associatief leg ik verbindingen. Gaat mijn blik relaties aan met wat ik zie. Knoop loszittende draadjes aan elkaar. Volg ik geschetste lijnen tot mijn zicht een complete voorstelling heeft gemaakt. Verlicht is mijn geest gehelderd, heb ik antwoord op mijn vraag: wat zie ik?

    Dwelling in Drawing. Marjo Postma, tekeningen. Expositie bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. 17 maart tot en met 5 mei 2024.