Category: Galerie Getekend

  • Het surrealisme van Geer van der Klugt

    Stap ik Galerie Getekend binnen, sta ik meteen weer buiten. Treed ik door de deur, over de drempel, dan loop ik het bos van Geer van der Klugt in. De tekening die een hele muur beslaat, valt niet te ontlopen. In de relatief kleine ruimte komt deze hard binnen, niet alleen qua formaat, maar ook qua stemming. Het bosgezicht is triest in schoonheid. Zojuist lijkt brandmeester te zijn gegeven; de bluswagens zijn weggereden. Het bos staat nog uit te puffen en herstelt zich zichtbaar moeizaam van de eerdere vuurzee. Het bluswater staat het bos nog tot de lippen. Zandpaden zijn door rupsbanden geplaveid. Kale, bladerloze stammen en armetierig fiere dennen houden de schijn op, maar verhullen de afbraak met moeite. De grond is weggespoeld, stenen bedekken de aarde. Kort gezegd: een droevige aanblik van een bomengroep die ooit een bos was. Van der Klugt heeft in pastel, houtskool en gouache een onheilspellend landschap opgezet: een omgeving waarin ik niet graag ben, maar die mij in deze galerie wordt opgedrongen. Het is zaak door de ellende heen te kijken en de schoonheid van de compositie te herkennen.

    Geer van der Klugt, Galerie Getekend

    Wat is er gebeurd in dat verweerde bos

    Draai ik me om en zie ik het andere werk in de ruimte, dan lijkt het bos zich te hebben gerehabiliteerd. Toch klopt het niet helemaal wat ik denk te zien. Er schemert nog steeds afbraak tussen de bomen. Het is geen vrolijk aanzicht; spanning heerst in de lijnen en vlakken die de kunstenaar heeft getrokken en geplaatst. De bosvijver in “CATCH” lijkt door vissers overhaast verlaten. Twee hengels staan nog als reigers te turen in het met riet omzoomde water. Wat is er gebeurd in dat verweerde bos waar het zonlicht de oevers beschijnt en het water zachtjes licht aantikt? Het volgende bosgezicht geeft al zo’n troosteloze indruk. Stammen zijn mager als brandhout. Het hout kreupelt om staande te blijven. Een mist trekt langs de bomen, een nevel die niet is opgekomen, maar vrijgelaten; een ijle waas die eerder aan drijfgassen doet denken dan aan natuur. Vaak doet in Van der Klugts werk iets meer aan niets denken dan dat het werkelijk is wat het lijkt. Feit is dat er een sfeer van mysterie hangt in zijn boslandschappen. De mens, als die al aanwezig was of ooit is geweest, is weggetekend of uitgegumd.

    Van buiten naar binnen

    Volgens de summiere handleiding bij de expositie — die ik overigens op de website van de galerie vind, want de werken gaan zonder beschrijving, wat het plezier in kijken ten goede komt — zijn de bosgezichten ouder werk van Van der Klugt. Het recente werk is minder krachtig aanwezig en past qua formaat boven de bank. Het brengt mij van buiten naar binnen en schept een huiselijke sfeer; ik kijk binnen bij de kunstenaar. Dat veronderstel ik, me beseffend dat er ruimte gelaten wordt voor eigen interpretatie en verbeelding. Terwijl de buitenbeelden me een ietwat mistroostige blik op de natuur geven, kan ik onder dak de betrekkelijke gezelligheid beschouwen. Toch is de sfeer ongemakkelijk, om niet te zeggen ingewikkeld. Wat gebeurt daar tussen de vier muren? Het is onduidelijk. En juist daarom is het boeiend: de kijker weet niet wat hij of zij ziet. Eigen verbeelding moet het beeld interpreteren. De gezelligheid is betrekkelijk, omdat er een kille sfeer van onwetendheid hangt. Zodoende staat een groot vraagteken op mijn voorhoofd geschreven. Gelukkig ben ik alleen op een onbewaakt ogenblik in de galerie, dus kan ik dat sein van verwondering snel verdoezelen en net doen alsof mijn neus bloedt.

    Geer van der Klugt, Galerie Getekend

    Ik vraag mij af wat ik zie. Letterlijk valt het te omschrijven, figuurlijk tast ik in het duister. Mijn gevoel zal spreken om de sfeer te pakken. Wat opvalt, is de jas die aan de muur hangt, als een rode draad door de composities. De bewoner is ter plaatse; de jas verraadt zijn aanwezigheid. Maar we zien hem niet, want hij is bezig de tekening te maken. Eigenlijk is de kijker dus zelf de bewoner van het huis, terwijl het bezoek net is vertrokken door de nog openstaande deur. Wie goed kijkt, merkt telkens iets dat niet klopt of dat tegen de regels van de esthetiek is. Iets dat schoonheid in de weg staat. Het kan een lawine zijn die modder het huis in smijt, kogelgaten in de muur, of stoïcijnse hazen die een stoel laten dansen – één, twee, in de maat.

    Kijken om te zien

    De hond kijkt het gelaten aan en ik zit aan een lege tafel, tuur door het raam naar buiten. Opeens krijg ik enorme trek in een kop pruttelkoffie. Dat is wat kunst doet: weet je niet wat je ziet, dan vullen andere zintuigen het beeld aan. In de kribbe in de hal vind ik nog een tweetal tekeningen; daar is ook een bosgezicht dat me enigszins vrolijk stemt. Het zonlicht piekt tussen de strak oprijzende stammen en bereikt met moeite de onbegroeide bosgrond. Er is geen schuilplaats voor een levend wezen. In de kribbe, of eigenlijk een lectuurstandaard om tekeningen langs te bladeren, zit een plaat die afwijkt van de andere getoonde composities. Op de getekende bank ontwaar ik een stel mensen. Aan de muur hangen twee jassen, terwijl aan de geopende deur nog een jas hangt — de bewoner meldt zijn aanwezigheid. De bankhangers doen met elkaar wat ze kunnen in een lege kamer met enkel een eenpersoonsbed en een designachtig bijzettafeltje. Of is het een brancard waarop een laken de derde persoon bedekt? Zitten de mensen triest bij elkaar? De verklaring is voor velerlei uitleg vatbaar. Kijk je om te zien, of zie je om te kijken? Wil je zien wat je ziet, of kijk je zonder te zien? De voorstelling is abstract in werkelijkheid; surrealisme wordt dat genoemd. Geer van der Klugt tekent de wereld surrealistisch van zich af om een onwerkelijke sfeer tastbaar te maken. Je weet niet wat de toekomst zal brengen, daarom maak je het hier en nu vast mee.

    “You don’t know the future”, tekeningen van Geer van der Klugt bij Galerie Getekend. Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 18 januari tot en met 8 maart 2026.

    Geer van der Klugt, Galerie Getekend
  • Een duik in de onderwaterwereld bij Galerie Getekend

    Waar meestal als drager voor kunststukken is gekozen voor wit of een variatie daarop, hoewel tegenwoordig een aanpassende kleur als steun wordt gebruikt, besloot Galerie Getekend bij eerste inrichting de wanden zwart te maken. En dat is tot nu altijd een terecht stijlvolle keuze gebleken. De kunst op papier aldaar gehangen komt tegen de donkere achtergrond best tot uiting. Het zwart leidt niet af, geeft de kunst juist een eigenzinnig karakter. De werken springen er als het ware uit, komen naar voren, bieden zich aan. Met name bij de huidige expositie is dit zwart een uitkomst. In de uitstalling “Waar Water Leeft” krijgt de geheimzinnige wereld onder het wateroppervlak de aandacht. Het is alsof de bezoeker een frisse duik in de kunst kan nemen, afdalen in de donkerte van de galerie. Figuurlijk de duikbril op, de flippers aan en een zuurstoffles op de rug gebonden. Want enkele momenten snorkelen is niet genoeg. Langer onderduiken is zaak bij deze kunst om het te determineren, ontdekken en onderzoeken.

    Die onderwaterwereld is een verborgen stuk aarde, een immens groot deel van de aardbol dat ongezien levend is. Want de aarde bestaat voor het grootste deel uit water, 70%. Wat er zich onder die waterspiegel afspeelt blijft over het algemeen verborgen voor het blote oog. Is het water helder dan geeft die wereld iets van de geheimen prijs, maar alleen wanneer de bodem in het blikveld valt. Maar meestal is het water troebel en is die bodem amper zichtbaar diep. Dan is enkel het deinende oppervlak te beschouwen en blijft de inhoud ongezien. Dan wanneer wij door dat grensvlak tussen water en lucht breken, het vocht opspat en ons doorlaat, valt wat zich daaronder zoal afspeelt te zien wanneer de waterspiegel weer rustig is. Te bewonderen, want er ligt zodoende een wereld voor ons open.

    Niet de vraag waar maar of water leeft

    Galerie Getekend is met de huidige expositie in dat diepe gesprongen en maakt voor de bezoeker het ongeziene zichtbaar. Sowieso werd dat gedaan in al die tentoonstellingen voor deze, want immers “kunstenaars maken het ongeziene zichtbaar door gevoelens, ideeën, innerlijke werelden en concepten die moeilijk in woorden te vatten zijn om te zetten in tastbare vormen zoals kleuren, lijnen, vormen, geluiden of verhalen, waardoor we de wereld anders gaan zien en ons inleven in andere perspectieven en realiteiten“.

    Die andere perspectieven en realiteiten komen tot leven door de vingers van de tekenaars in “Waar Water Leeft“. Het is echter niet de vraag waar, maar tegenwoordig of water leeft. Door de actuele problemen waarmee de aarde door toedoen van haar bewoners te kampen heeft dreigt er steeds minder levend water te ontstaan. Maar wat er dan nog te zien valt maken Lolkje van der Kooi, Susana Mulas Lastra en Sin-ming Sit zichtbaar. Elk uiteraard op de eigen manier en vanuit een persoonlijk perspectief. Want gaat onder water de een voor kleine dieren, richt de ander zich naar planten en beschouwt een derde micro-organismen.

    Waterlandschappelijke tekeningen

    Het meest in het oog springen bij binnenkomst van de galerie de uitklapboeken van Sin-ming Sit. Collapsible Seascape noemt zij ze. Het ontvouwt kleurig koraal, zeeanemoon en wuivende waterplanten die zich in platte vormen oprichten in de ruimte. Opvouwbare zeegezichten als een pop-up boek. De afbeeldingen springen letterlijk van de pagina op en laten ruimtelijk een verrassend stukje van die wonderlijke wereld zien. Precies dat, waar water leeft.

    Maar het lijkt dat dit water welhaast op sterven na dood is, zo triest en somber geeft Sit deze in waterlandschappelijke tekeningen weer. Wel zoals ze het tegenkomt op haar duiktochten, want ieder jaar en welhaast bij elke duik is zichtbaar dat meer en zee neerwaarts evolueren. Er blijkt uit dat het niet zo best gesteld is met ons ecosysteem onder water. Dat we dat systeem zelf in de war hebben geschopt. Is het een waarschuwing, laat Sit afgetekend zien wat er over is of over blijft wanneer wij niet meer zorgvuldig omgaan met wat we bezitten. Zijn deze door haar geziene en verbeelde onderwaterlandschappen het laatste wat rest voordat er zich een woestijn onder de zeespiegel zal uitstrekken. Er valt weinig waarneembaar licht door het oppervlak, het is er koud en kil.

    In pasteltinten kleurt het water

    Hoe anders is dat bij Susana Mulas Lastra, want waar Sit de omgeving indringend somber weergeeft kleurt Lastra deze juist vrolijk. Haar micro-organismen zijn onwerelds kleurrijk, een hof van eden onder water. Zo zoals de koraalriffen er in betere tijden uit hebben moeten zien. Onder de microscoop ontvouwt zich namelijk een ongekende schoonheid, die pracht lijkt een surrealistische rijkdom. Een te zoete voorstelling van de waarheid beschouwt naast de werkelijkheid van de aquatische wereld gezien door de duikbril van Sit. En dat is geen roze bril in tegenstelling met die van Lastra. In pastel tinten kleurt de sloot, het meer en de diepzee op minuscuul niveau opeens paradijselijk. Te mooi om waar te zijn. Diepzee wormen in levend zand langs een speeltuin voor het koraal.

    Susana Mulas Lastra is de Jentsje Popma van de onderwateromgeving. Wilde Popma het Friese landschap vastleggen zoals het was en nooit meer zou worden, Lastra wil dit doen met de frisse wereld onder water. Maar gezien door de ogen van Sit is daar weinig meer van over, dus richt Lastra zich op de kleine organismen. Zij legt deze welhaast verborgen schoonheid feestelijk vast om het zichtbaar in de toekomst te behouden. Want wanneer de klimaatcrisis nog meer kritiek wordt zullen deze wezens van schaamte verbleken.

    Scherpzinnig gedetailleerd

    Lolkje van der Kooi portretteert kleine zeedieren, die evenwel reusachtig groot zijn in vergelijking met de organismen van Lastra. En naast die kleurenpracht ogen deze stijlvol grijs. Van der Kooi zet deze schepsels op een voetstuk door zeepaardjes, kwallen, slakken, wormen en andere weekdieren en ongewervelden voornaam in te lijsten. In fijne potloodlijnen zet zij de lichamen op en kleurt ze in met pastelkrijt. Zo scherpzinnig gedetailleerd dat deze niet zouden misstaan in een zoölogisch boek, een onderzees herbarium.

    Vooral in een wolk gezet of gehangen krijgt het de idee van een verzameling. Uit de biotoop gevangen en teruggeplaatst in een eigen intieme omgeving. Figuurlijk opgeprikt zoals een collectioneur dat met vlinders en insecten doet. Een installatie van gekaderd leven. Voornamelijk die vorm van presenteren maakt de tekening tot een kunstwerk, omdat deze daarmee een niveau meer krijgt, een dubbele laag. Van der Kooi voegt niets van haarzelf toe aan de plaat, zij respecteert de wezens zoals ze zijn en zich voordoen. De kleine zeedieren zijn in figuratie al kunstig genoeg van en uit zichzelf. Daar kan alleen nog wat lichtval op, over of onder, om de persoonlijkheid te benadrukken.

    Het verborgene komt boven water

    Wat Van der Kooi doet is een natuurkundig verantwoorde tekening maken van de waterwezens. De Schepper heeft daar al voldoende mee geëxperimenteerd, daar hoeft de kunstenaar geen schepje bovenop te doen. Wel is het kader waarin de doordachte schepping is opgesloten met zorg gekozen. De wezens zijn al eeuwen bestaande zeedieren, die meteen bij de eerste gedachte al vrijwel af bleken en nauwelijks behoefden te evolueren.

    Met “Waar Water Leeft” kan de bezoeker tot kort in het nieuwe jaar de gedachte wereld onder water beleven. Niet fysiek duik je daar onder de diepzee in of waad je snorkelend door sloot en plas, maar wordt wel een tip van de waterspiegel opgelicht om een blik te werpen naar wat zich daar in die wonderlijke wereld voordoet. Het verborgene komt er boven water, de duisternis wordt uitgelicht.

    Waar Water Leeft. Werken van Sin-ming Sit, Susana Mulas Lastra en Lolkje van der Kooi bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 9 november 2025 tot en met 4 januari 2026.

  • Joost Bakkers tegenpool van de werkelijkheid

    Het is opmerkelijk merkwaardig, om niet te zeggen een aparte gewaarwording, jezelf te ontmoeten in een tentoonstelling. Figuurlijk gesproken dan wel te verstaan. De eigen idee van beleven bij het vormgeven terug te vinden in het werk dat je ziet. In de tekeningen van Joost Bakker, bij Galerie Getekend eerst gezien, zag ik dat nog niet meteen. Vond ik mezelf nog niet direct, hoewel het werk mij al wel vertrouwd overkwam. Maar toen ik later ander soortgelijke tekeningen van Bakker onderging, tijdens de kunstbeurs Art Noord VII in Museum Belvédère, merkte ik het plots op. Bemerkte opeens dat mijn denkbeeld samenvalt met zijn indruk. Dat de uitdrukking denkelijk eenzelfde oorsprong heeft. Ik erkende dat ik mezelf erin herkende.

    Hoe omschrijf ik een vorm die getekend moet zijn omdat een beschrijving geen recht doet aan het wezen. Vraag ik mij onderwijl af. Toch voel ik mij genoodzaakt dit beeld woorden te geven om het te duiden voor de lezer, die ik daarmee animeer kijker te worden en de weg te zoeken naar de Stationsstraat in Heerenveen om Galerie Getekend te bezoeken. Aldaar is het zijn in het platte vlak waar te nemen, de kunst op papier voor waarheid aan te nemen. Want exposant Joost Bakker rollebolt in de tijd met de waarheid. Hij beleeft er plezier aan de realiteit naar zijn hand te zetten en de werkelijkheid te kantelen. In zijn idee kan de zichtbaarheid ook van achteren naar voren gezien worden, van rechts naar links, binnenstebuiten gekeerd.

    Onnatuurlijk standpunt

    Joost Bakker is een tekenaar die het experiment opzoekt, daar plezier aan beleeft. Hij test de lijn op het vlak, onderzoekt de sfeer en ondergaat de werking van licht in donker. Het potlood ofwel het houtskoolkrijt is zijn wapen om het papier figuurlijk te lijf te gaan. Het is naast de pen om te schrijven ook mijn materiaal de wereld te duiden. Niet op een eendere en zuivere manier als dat Bakker het doet. Mijn scheppen was meer illustratief, maar waar ik mezelf zie in zijn werk is de behandeling van licht tegenover donker, dag versus nacht, polen die elkaar versterken door tegenwerking. Licht dat van meerdere kanten komt kan alleen op papier en onder kunstlicht bestaan. Het vanuit onnatuurlijk standpunt komend licht om schaduw tegenover glans in het donker te brengen. Waar dat licht vandaan komt is onduidelijk, maar het is er. Hoewel het er niet kan zijn, lijkt het toch een werkelijk gegeven. Het doet niet vreemd aan. De manier waarop Bakker het in de tekening verwerkt zo veronderstel ik dat het waar kan zijn. Dat experiment ging ik destijds ook aan, Joost heeft het verder voor mij uitgewerkt. Hij kan het weten.

    Niet alleen de tegenstelling licht en donker trekt hem aan, ook onderzoekt hij volumes in zijn werk en dus tegenstellingen. Met het licht dat schaduwen werpt is het soms dat groottes gescheurd lijken en wijdtes uiteen vallen. De schaduw tilt het beeld als het ware in de derde dimensie, hoewel ik nog steeds naar een plat vlak kijk. Een vierkant In perspectief, waarvan een hoek is afgesneden, geeft de indruk van een toegankelijke omheining. Terwijl het toch maar enkele lijnen op papier zijn. Niet meer in de realiteit en niet minder in de abstractie. Het volume is kortom magisch. Er schijnt hoogte, breedte en diepte te zijn hoewel deze er helemaal niet is. Kunst is een betoverend mysterie. Want natuurlijk bestaat licht en donker ook niet op papier, is het slechts wit en zwart – de tinten waarin alle kleuren completeren. Daarmee te spelen is voor Joost Bakker een uitdaging, zoals dat voor elke andere kunstenaar zo zou moeten zijn. Het plat wordt ruimtelijk, het zicht van de kijker is voor de gek gehouden, de ogen bedrogen.

    Handgetekende animaties

    Meest simpele vormen krijgen een meervoudige uitdrukking door met de natuurlijke wetmatigheid een loopje te nemen. De aard van dingen zoals Bakker deze portretteert is niet oorspronkelijk, omdat het niet kan bestaan. Hij stoeit met de waarheid en wint het van de vaste regel. Zijn regelmaat past niet in de norm, kan echter wel als normaal worden beschouwd. Joost Bakker dolt met de lijn in het vlak. Het is geen klare lijn, maar wel zo duidelijk dat deze het vlak schijnbaar van het papier optilt de ruimte in. De tekening komt blijkbaar los van de drager en zweeft voor het ogenblik.

    Niet enkel statisch verwerkt de kunstenaar de lijn in de tekening, maar gebruikt het tevens dynamisch in handgetekende animaties. Deze letterlijk levende tekeningen tonen bijvoorbeeld een bewegende lijn die figuurlijk vormen maakt in het voorbijgaan, of cirkels spuwt vanuit een middenstip, of twee stippen zijn die elkaar ontmoeten. Nuveraerdich is de vlek die zich in de vorm meest gelijkend op een vis in projectie voortbeweegt. Tot stand gekomen door de kop steeds opnieuw te tekenen en de staart uit te gummen. Dit uitschrijvend doorbreek ik als het ware de betovering, maak ik echter de intensief tijdrovende werkwijze enigszins duidelijk. In een vierkant namelijk zwemt de visvorm zich een weg, stuitert tegen de rand en vliegt er weleens overheen om vanuit de binnenwereld in een buitenaardse ruimte te belanden. Maar telkens ook weer terugschiet naar de veilige plek binnen het kader. Het is een loslaten en terug pakken. Afstand nemen en toenadering zoeken. De vorm voelt zich als een vis in het water, maar wil ook weleens buiten de lijntjes kleuren om dan toch weer op de schreden terug te keren. Joost Bakker voelt zich fijn in en bij dit thema. Kan daarmee niet enkel in de statische tekening uit de voeten, dus onderzoekt het gegeven in een zogenoemde stopmotion film. Het blijft onder de aandacht van de beschouwer omdat het in onverwachte beweging is.

    Om in de niet zo ervaren blik van sommige bezoekers tegemoet te komen heeft Bakker naast de enigszins minimalistische en abstracte tekeningen een realistisch beeld gehangen. Ik vroeg hem bij de opening van de tentoonstelling waarom hij een doosje Zwaluwlucifers heeft geportretteerd, exact volgens het model in de keukenlade maar dan sterk uitvergroot. Om dus het in de kunst ongeoefende zicht te vriend te houden voor zijn meer tot de verbeelding sprekende werk vormde zijn antwoord. Als complementaire tegenstelling. De Säkerhets Tandstickor beslaat met een aan gene zijde afgebrande lucifer, other each, een tweeluik. Niet de rode zwavelkop is ontstoken, maar het houtje is zwart geblakerd. In eenvoud elkaars tegenpool als de aard van een magneet. Joost mag het weten, hij is een duiveltje in het doosje en heeft me met zijn werk te pakken waar ik bij sta. Ik onderga het lijdzaam, want het werk heeft een magnetische aantrekkingskracht. En …, vind ik mezelf erin. Dat schept een band.

    Resolution. Tentoonstelling werken op papier en levende tekeningen van Joost Bakker bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 7 september tot en met 2 november 2025.

  • Life Line meer dan het lezen van de levenslijn

    Zet je een lijn op papier, dan is er een tekening. Wonderlijk. De lijn maakt de drager tot een levend gegeven. Ineens is dat papier iets, opeens stelt het wat voor. De lijn is voor dat stuk papier een levenslijn, daarmee komt het dode vel tot leven. Is er een landschap geschapen, of in elk geval een ruimte. Zet de lijn zich door tot een vorm, dan is er beeld, beeltenis. Dat kan figuratief zijn, een werkelijkheid, maar ook een abstractie. Uitgangspunt is een zichtbaar feit, een tastbare inspiratie. Door de hand gecreëerd, de manoeuvre die de lijn dirigeert en zorgt voor een compositie. “Beweegt, stuurt, geeft richting of vliegt alle kant op”, dicht beeldend kunstenaar Arno Kramer over het wezen lijn; zijn stokpaard als invloedrijk Nederlands tekenaar.

    Die hand dus geeft de lijn het gevoel waarop de tekenaar de waarheid beleeft. Maar de lijn is eigenwijs en gaat soms stuurloos een eigen weg. De lijn geeft die hand een nieuwe ervaring. Het ervaren van de werkelijkheid is voor iedere kunstenaar anders, en komt op elke beschouwer op een verschillende manier over. Wanneer echter tekenaar en kijker op één lijn zitten is de tekening naar tevredenheid. “Dan is er een diepe zucht, dan schreeuw ik het uit”, leeft Kramer zich in de lijn in, “Op papier weliswaar maar dan is het geluk aan mijn kant.” En wanneer de losse eindjes aan elkaar geknoopt zijn en er een beeltenis zichtbaar is, wanneer de beschouwer door de vorm heen kijkt en in gedachten een figuratie samenstelt, dan is de lijn opgetogen en de tekening helemaal happy.

    Uitgeplozen lichaam

    Zo een levenslijn is voor Terry Thompson het begin van een werkstuk, gereedschap om een uiting te construeren. Het is de ruggengraat van zijn tekening, de spirit van de compositie. Het begint allemaal met de lijn en daaruit ontstaat meer gevoelsmatig dan beredeneerd een vorm om de tekening te maken. Rationeel is wel de inspiratie die leidt tot een uitdrukking, maar de verwerking van de zichtbare werkelijkheid of de gedachte voorstelling is intuïtief. Thompson interesseert zich voor mythologie en literatuur, dat werkt door in zijn verbeelding. Anatomische tekeningen uit de Renaissance echoën in zijn werken. De hedendaagse wetenschap en persoonlijke ervaringen laten de tekeningen klinken als het trombone-concert in Bes van Rimski-Korsakov. Jawel, een mol, een verlaagde toon, want hoewel de tekeningen kleurig kunnen zijn is het onderwerp minder vrolijk.

    Het uitgeplozen lichaam, het ontleedde lijf is in de geest van Thompson meer dan een anatomische les. Niet dat het corpus humanum levenloos aan de balken hangt, zoals het geval was bij Vesalius – de anatoom in de 16e eeuw die Thompson sterk heeft geïnspireerd. Het analyseren van de werkelijkheid geeft Terry stof tot nadenken. Zet hem aan de tekentafel om met dode materie leven in vorm te krijgen. Het menselijk lichaam laat geen abstracte weergave toe, daar vormt de lijn zich naar de werkelijkheid. Lijkt de collage met een naakt manspersoon op een studie van Da Vinci of volgt zijn lijn die van Michelangelo. Imposant maar minder tot de verbeelding sprekend dan bijvoorbeeld de serie Dryad over een vrouwelijke geest in een boom. Een mythologisch gegeven waarin realiteit en abstractie elkaar ontmoeten. De vertelling verhaalt en vertaalt in grillige tekeningen.

    Puntige studies

    Een verhaal apart is de uitgebreide serie Cantos, waarvan bij Galerie Getekend een aantal worden tentoongesteld. De Canto Thompson is een schier oneindige reeks tekeningen, waarvan de onderwerpen al improviserend ontstaan. Het legt een lijn naar de andere professie van Terry Thompson, namelijk de muziek. Daar kan hij op de trombone als beeldend instrument tevens onvoorbereid musiceren, terwijl de partituur hem binnen de lijntjes laat blijven kleuren. In de Cantos kan de kunstenaar serieel fantaseren, a prima vista. De werkelijkheid blijft uitgangspunt, maar kan naar believen worden vervormd. In deze serie is Thompson op zijn best, omdat hij daarin de beleving en het gevoel vrij laat stromen, de ervaring laat klinken als een klok.

    Speels vult hij de composities in, versiert er zijn wereld mee waardoor mijn omgeving er een stukje meer vrolijk op wordt. De canto dramt niet, hoewel er wel steeds een zelfde motief wordt herhaald. Het is geen stuk met een verlaagde toon, het is juist een serie in fis. Scherp zoals de Engelsen zeggen, sharp. Het zijn puntige studies van de persoonlijkheid onpersoonlijk genummerd. Thompson toont daardoor zijn identiteit, zijn karakter schuilt tussen de lijnen als de eigenheid van de dichter tussen de regels door valt af te lezen. De diverse cantos hebben afzonderlijk geen titel, ook geen opvolgende uitdrukking. De enkele canto kan uit de reeks worden genomen, heeft een eigen verhaal en mist los gezien geen kop noch staart.

    De tekeningen van Thompson zijn gelaagde composities. Daarin probeert Terry Thompson de emotie te ontleden. Hij is patholoog-anatoom van de tekenkunst, onderzoekt het grafiet en de houtskool om overeenkomsten te herkennen en vormen vast te stellen. Geeft toon aan de menselijke natuur, klank aan droomvelden en ruimtelijke constellaties. De fantasie krijgt vorm en geluid. De werkelijkheid is verbeelding. In composities leiden punten de blik af en raakt het zien in beweging. Door wezensvreemde details wordt mijn oog gedwongen beter te kijken, te concentreren op wat ik zie om de zichtbaarheid te duiden. Dring ik door de lagen dan wordt het gevoel een duidelijke ervaring. Is het beeld figuurlijk abstract dan is de verbeelde realiteit niet ver weg van de getrokken lijn. Dan loopt de lijn op de grens van verbeelding en werkelijkheid. Thompson zet deze met vaste hand terwijl zijn vormen levenslustig los over het papier bewegen. Een aangename gewaarwording. De kunstenaar neemt mij figuurlijk bij de hand en leest mijn levenslijn, zien is weten. Doorkijken is herkennen.

    Life Line. Solo-expositie tekeningen Terry Thompson bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Het werk is daar te bekijken tot en met 13 juli 2025.

  • Tegenstellingen die elkaar aanvullen in een twee-eenheid

    Waad ik door de branding. Loop over droog gevallen aarde. Zie ik wier dansen op het ritme van stroming. Prikkelen strandkiezels mijn ongeschoeide voeten. Schuren breuken in steen mijn eeltige zolen. Dan voel ik de vrijheid, het ongeregeld oeverloze leven. Bekijk ik de buitenkant van het zijn. Het zichtbare wezen. Ninet Kaijser beeldt dit af in elke schoonheid die het mogelijk heeft met kleurpotlood op papier. Ik hoor het water door de bedding stromen om de meest prachtige kleuren te polijsten. Haar composities strelen de ogen, liefkozen de blik.

    Datgene wat ik zie en ervaar langs kustlijnen en over rotsformaties vertaald Kaijser letterlijk in haar tekeningen, op het eerste gezicht. Dat is haar uitgangspunt, de basis van het werk is de zichtbare werkelijkheid. Al beeldend ontstaan er echter elementen en dimensies die zij nader gaat onderzoeken in nieuwe tekeningen. Kaijser, en ik al kijkend met haar, ontdekt diepere lagen in het vlakke zien. In de tekeningen verwerkt zij de tijd die de werkelijkheid laat verglijden. Ik merk stroming in stilstand op, beweging in rust. Door lijnen, vlakken en kleuren dynamisch over de drager te laten gaan krijgt het werk een filmische gewaarwording en ontstaan tijdloze landschappen.

    Na lang en aandachtig kijken zie ik golven spatten op stenen, wuiven grassen mij toe. Er dartelt zelfs een vlinder voorbij, een vis steekt verwonderd de gladde neus uit het water. Kaijser tekent echter geen levend wezen in haar werk, er is slechts water, aarde en stenen. Door de beweging zie ik luchtspiegelingen, voeg ik al starend elementen toe die niet zichtbaar zijn maar door mijn fantasie worden toegevoegd. De tekeningen zijn opgebouwd met minuscuul kleine en korte lijnen. Zo is verfijnd de natuurlijke stofuitdrukking vastgelegd.

    Dat wat ik zie en beleef zet Ninet Kaijser letterlijk in een vrije vertaling op papier, op het tweede gezicht. Wat op papier komt te staan bestaat niet, lijkt er altijd geweest te zijn maar is een nieuwe werkelijkheid. Het is de fantasie van de tekenaar die intuïtief een mogelijke omgeving vastlegt. Het had zo kunnen zijn. En natuurlijk is het zo, want de natuur manifesteert zich in de meest ondenkbare vormen, presenteert de waarheid in de echtheid van zichzelf. Tijdens het tekenen begeeft Kaijser zich in het landschap en ervaart de realiteit, maar het is een echtheid die niet waar lijkt te zijn. In het kijken zie ik een omgeving die een reële beleving geeft. Het is er, dus het zal er zijn. In gedachten dring ik door de onnatuurlijk natuurlijk lijkende lagen heen om mijn eigen voorstellingsvermogen aan te boren.

    Basis van de schoonheid

    Ik beschouw deze bedachte droomwereld bij Galerie Getekend, waar het werk van Ninet Kaijser wordt gepresenteerd in combinatie met de tekeningen van Ans Tellegen. De beweging van Ninet Kaijser bevriest daar in de verstilling van Ans Tellegen. Waar Kaijser de tijd neemt zet Tellegen deze vast. De werken lijken tegenstrijdig. De kleurige schijnbare echtheid tegenover het kleurloze beeld achter de realiteit. Maar toch geven de kunstenaars in tekeningen elkaar de hand en is de tentoonstelling een eenheid, een harmonieuze samenstelling. Ofwel het ene vult het andere aan, de werkelijkheid en de achterkant van de waarheid maken de werken tot een echte beleving.

    Ans Tellegen laat namelijk zien wat ik niet ervaar wanneer lopend door het veld, hink-stap-springend langs de oever zigzaggend over een smalle rivier. Of juist verzandend aan het strand, de blote voeten openhalend aan scherpe schelpen. Mijn bloed kleurt aan de tinten van Kaijser. Maar Tellegen toont in haar zwarte lijnen en vlakken, waar iedere kleur uit verdwenen lijkt, de essentie van de zee en het strand, de kern van het gesteente langs de beek, het wezen van de aarde. En die ervaring is abstract, valt nauwelijks te omschrijven. Daarom verbeeldt Ans Tellegen dat aspect voor mij, voor ons.

    Het is de basis van de schoonheid, die op zichzelf een esthetisch beeld geeft. Schaduwen glijden langs formaties en maken vormen in de ruimte. De wijdte van beleving en fantasie. De speling van lijn en vlak die samen een landschappelijke ervaring deelt. Tellegen toont niet de zichtbare werkelijkheid, maar het beeld achter deze waarheid. Niet de uiterlijke waarneming schetst zij, maar de voelbare voorstelling krijgt een beeldende omschrijving. Haar lijnen en vlakken zijn als het ware mijn mentale observatie. Het plaatje dat ik in gedachten voor ogen krijg terwijl ik de werkelijkheid beschouw.

    Zo is de beleving van met name de natuur bij Galerie Getekend compleet, constateerde ik al hierboven. Onderga ik de werkelijkheid en doorleef daarbij de essentie achter die waarheid. Niet enkel is het een zichtbare sensatie, maar tevens een voelbare gewaarwording. Aan beide zintuigelijke elementen is voorstelling gegeven, zodat het afgeronde beeld van de tentoonstelling een absolute gewaarwording geeft.

    Tentoonstelling werken van Ninet Kaijser en Ans Tellegen bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 30 maart tot en met 18 mei 2025.

  • Op adem komen in vergeten architectuur bij dynamische werkruimten

    Het verhaal dat Marijke Mink verbeeldt in haar werk bij Galerie Getekend is een overbekend gegeven voor de scheppende mens. In haar tekeningen heeft zij zichzelf geportretteerd in een kamer. Of deze kamer een werkruimte is, een slaapkamer of een zitkamer met uitzicht op de tuin, is niet klaarblijkelijk duidelijk. Dat is ook van geen belang. Het gaat niet om de ruimte zelf, maar om datgene wat zich fysiek en mentaal daarin afspeelt. Vooral het beelden van dat bovenzinnelijke aspect is gewichtig in de composities van Mink. Het kenmerkt de creator. Is het namelijk wel veelal wachten op inspiratie om een compositie te beginnen. De figuur in die kamer is daar in diverse houdingen en met verschillende bewegingen mee bezig, met het spontaan opwekken van een inval.

    Maar inspiratie laat zich niet dwingen, het moet je overkomen wil er een doordacht kunstwerk ontstaan uit het niets. Het is de juiste klik krijgen met het materiaal. Het lege witte vel, het blank geprepareerde doek of de ruwe onaangetaste steen vormt een uitdaging. Het daagt uit in gesprek te gaan. Het gevecht te leveren om met potlood en penseel, met kwast en verf, met hamer en beitel een figuratie te maken. Het grafiet, het pigment, de koolstof en de kleurstof zijn dode gereedschappen, die tot leven komen wanneer ze gebruikt worden om lijnen te zetten en vlakken te maken. Maar dan moet er eerst een aanleiding zijn om aan het werk te gaan. Zomaar intuïtief aanvangen leidt zelden tot een uitgebalanceerd geheel. Wel kan ongedacht een gedachte in het brein toeslaan om de handen een reden tot serieus beelden te geven.

    De tekening in getrokken

    Dus zit de persoon in de kamer van Mink te piekeren, na te denken en te overwegen. De kamer heeft veel weg van een werkruimte, een atelier. Maar er wordt ook gerust om uitgerust te scheppen. De gedachten tekenen zich af op en aan de muren als bloemetjes behang of een soortgelijke wandbekleding. In de ruimte dwarrelen deze denkbeelden, fladderen met veelkleurige bewegingen om neer te dalen op de fantasierijke ingevingen. Ze komen echter in het proces van de vertelling binnen het enkele kader nauwelijks tot beeld op de getekende werktafel. Want niet de tekening is het doel, maar het maatwerk dat eraan vooraf gaat. Dat maatwerk vormt de compositie van Mink, die handeling om tot een resultaat te komen. In de serie tekeningen laat zij de confrontatie zien die de kunstenaar met het werk heeft. De krachtmeting die geleverd moet worden om tot een creatief product te komen. Het heilig moeten is een duel, een tweegevecht van mens en materiaal. Waarbij de inspiratie de reddende engel is.

    Marijke Mink trekt mij door haar manier van werken de tekening in. Sluit ik mijn ogen dan waan ik mij in het atelier, stap ik over de drempel in het denk- en werkproces. Ervaar ik de emotie die los komt wanneer het scheppen lukt, de euforie van het klaarspelen. Voel het bloed, ruik het zweet en zie de tranen wanneer er niets op papier wil komen. Het zijn composities boordevol dynamiek. Hoewel de figuur naar het schijnt stil ligt te wachten voor de vlam is opgestookt tot een vuur om vol elan aan het werk te gaan, stormen zijn gedachten bruisend door de kamer. Met Mink zit ik op de golflengte dat die ingevingen zichtbaar zijn voordat deze tot figuratie in een creatie vorm krijgen.

    Ongecompliceerde duidelijkheid

    Zit ik dan helemaal in het kleurige werk van Marijke Mink, word ik er als het ware door opgevreten, moet ik moeite doen me ervan los te maken. Dan lijkt daarnaast het werk van Heidi Linck een koude douche. Niets is echter minder waar. Hoewel elke kleur en alle dynamiek uit haar tekeningen lijkt verbannen is het werk contrastrijk en volop in beweging. Door de minimale uitdrukking houdt het werk de aandacht stevig vast. Ik weet nauwelijks wat ik zie, terwijl Mink mij alle hoeken van de kamer laat zien. Linck baseert zich op verlaten en vervallen panden. Tekent zichtbaar uit wat haar interpretatie van de ervaren vergeten werkelijkheid is. Spiegelt de waarheid, draait abstracte cirkels om de realiteit. Heidi Linck zet in haar werk vraagtekens zonder deze met uitroeptekens te beantwoorden. Vragen die bij mij opkomen om met antwoorden een vinger te krijgen achter de waarneming.

    Zelf dien ik mijn reactie die het werk bij mij oproept te formuleren. Linck geeft een voorzet, een hint. Maar ze spreekt zich niet uit, ze laat ruimte voor interpretatie. Door het weglaten van decoratie raakt zij de essentie van het aangetroffen beeld. In de enkele lijn en het meerdere vlak geeft zij een ongecompliceerde duidelijkheid, waar het lijkt alsof er nauwelijks duiding is in de simpele weergave. Door de eenvoud in beeltenis biologeert het werk eenduidig. Ik weet concreet wat ik zie, maar er is niet meteen herkenning in het onontwikkelde beeld. Maar juist dat rudimentaire aspect heeft weinig uitleg nodig om aan te spreken. Als een logo bij een enkele oogopslag weergeeft waar het kenmerk voor staat, wanneer althans de ontwerper zich weloverwogen in de opdrachtgever heeft ingeleefd, zo karakteriseert Linck’s symboliek haar wereld. Deze linken als het ware aan haar universum, haar bubbel. In de constructies op blauwdrukken ontwerpt zij een persoonlijke architectuur als uitvloeisel van wat gezien is op verloren plekken, in verlaten vergetelheid.

    Composities zijn zoekplaten

    Haar handschrift is abstract, de vorm is bij wijze van spreken in een bouwtekening gedwongen. Het zit gevangen in dit kader als de gestalte van een bouwwerk, een installatie. De verwaarlozing en het verval van een monumentale plek intrigeert Linck. Niet om het realistisch weer te geven, maar om er een versimpelde ervaring door te delen. De aanblik van menselijke architectuur die om een of andere reden is verlaten en vergeten wekt bij haar een mysterieuze emotie op. Het gevoel van onbehagen verdwijnt door de situatie te ontdoen van voor het treffende beeld overbodige elementen. De aftakeling is uitgegumd om de klare lijn van het bouwwerk te tonen.

    Marijke Mink laat veel zien in haar werk, het is een genot ernaar te kijken – de blik erin te laten dwalen. De composities zijn zoekplaten, deze nopen serieus te beschouwen om elk aspect en ieder element te registreren. Heidi Linck geeft minder handvaten om haar werk te vatten. Een nauwkeurig beoordelen is daarentegen noodzakelijk. Anders kijken omdat de werkelijkheid is gestileerd. Hoewel de werken van beide kunstenaars met elkaar schijnen te vloeken, vullen deze mekaar daarentegen onmerkbaar aan. Er lijken alleen maar contrasten te bestaan, maar in sfeer zijn er relaties te ontdekken. Vanuit de dynamiek van het atelier is het op adem komen in de meditatieve ruimten. En ben ik dan opgeladen door de vereenzaming kan ik weer genieten van de bezieling.

    Expositie werken van Marijke Mink & Heidi Linck bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 10 november 2024 tot en met 5 januari 2025.

  • Tekenwerk in totaalbeeld bij Galerie Getekend

    De kunstenaars nu in Galerie Getekend zijn jagers en verzamelaars. Met het schetsboek in de aanslag en het potlood op scherp ogen zij en sparen beelden rondom. Dat doen kunstenaars, dat zit in hun genen. Aldoor beelden verzamelen om er uitdrukkingen mee te maken wanneer de tijd daar rijp voor is. Wanneer de gedachte bezieling heeft en wordt gevoed door geschetste noteringen. Bij de galerie zie ik de resultaten van het ontdekken en registreren. Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles, hun werk is in combinatie te zien tot 3 november, maken echter van velerlei indrukken een totaalbeeld. Een groter geheel met een verscheidenheid aan losse onderdelen en details. De expositie heeft dan ook een verzamelnaam om de lading te dekken: La vue de l’ensemble. Het geeft een overzicht van de verzameling in delen van dit trio kunstenaars. Zij maken geen enkelvoudig beeld, zoals een landschap, een stilleven of een portret dat zijn. Wat zij doen is meerdere inspiraties in een veelvoudige tekening zetten. Er ontstaat als gevolg daarvan een complexe beeltenis om zoveel mogelijk onderdelen op eenzelfde moment te kunnen laten zien.

    Beweeglijk leven expressief uitgedrukt

    Rob Miles toont kamers van meerdere kanten, vanuit verschillend perspectief. Een soort van uitgevouwen kubussen die dubbel driedimensionaal in ogenschouw kunnen worden genomen. De ruimte is erin plat geslagen om een totaalbeeld te kunnen weergeven van de inhoud van de kamer. In een cartoonachtige stijl bewegen figuren en materialen zich in het platte vlak door de ruimte. Het zijn veelkleurige impressies om een beweeglijk leven expressief uit te drukken. Verbeelde herinneringen aan wat er zoal is voorgevallen in die ruimte. Een samenraapsel van momenten en handelingen om de lopende tijd in het vertrek vast te leggen, te bewaren als souvenir van wat geweest is. Dat doet de kunstenaar, dat zit in zijn bloed.

    Overvloed aan bezit

    De verzameling aan indrukken heeft Clément Fourment in een denkbeeldige boekenkast geborgen of op een mededelingenbord geprikt. In het raamwerk is welhaast ieder vak gevuld met snuisterijen en hebbedingen, memorabilia in de tijd. Symbolen en metaforen voor een overvloed aan bezit. Of een gebrek daaraan wanneer het schap leeg is gebleven. Op het prikbord zijn foto’s en afbeeldingen geplakt die zijn interesse in de sterrenkunde verbeelden, zijn aandacht voor geschiedenis. Zonder kleuren in zwart en wit tekent hij heel gedetailleerd een wereld aan beelden, een heelal aan indrukken. Hij plakt ook wel delen in, zodat als het ware een dimensie meer in het platte vlak gebracht is. Dus niet enkel geeft hij zelf beeld, maar gebruikt ook bestaande afbeeldingen om de verbeelding te versterken. Dat doen kunstenaars, jagen en verzamelen om het heilig moeten te bevredigen.

    Gefragmenteert

    Op haar beurt verwerkt Marisa Rappard structuren in haar composities. Ordeningen die de samenstelling opbouwen. Schijnbaar aan elkaar tegengestelde vormen willekeurig gerangschikt. Echter is het een vertaling van wat de moderne mens dagelijks aan informatie via beeldschermen tot zich krijgt. Om de veelheid te kunnen verwerken wordt deze gefragmenteerd, in delen opgeslagen. De collage aan beeldelementen lijkt in het werk van Rappard als zijn deze op de computer gemaakt. Of althans het voorgeschreven beeld als resultaat na AI de ins en outs te hebben voorgelegd en ondervraagd. Uit dat verhoor komen antwoorden waarmee de kunstenaar verder kan. Dat doet de kunstenaar, zijn of haar omgeving bevragen om de inspiratie te voeden.

    Herinneringen oproepen

    Rappard heeft Miles en Fourment bij elkaar gebracht en aan zich verbonden in deze kunstzinnige samenstelling. Hoewel ieders werk aan elkaar verschillend is zag men overeenkomsten in ontroering en verwerking. Het totaalbeeld van de expositie geeft een overzicht van wat kunstenaars zoal mentaal najagen en verzamelen en fysiek speuren en bewaren. Met die collectie aan geestelijke en lichamelijke beelden, die als herinneringen kunnen worden opgeroepen, doet de kunstenaar zijn ding. En dat ding is in dit geval een tekening, die is samen gesteld en opgebouwd in een beeldbank. Een raamwerk of het frame waarbinnen ieder element om aandacht vraagt, waardoor de blik zich niet kan hechten. Wat de voorkeur heeft daar trekken de ogen naartoe, dat is voor iedere toeschouwer persoonlijk anders. Zo blijft de kunst een individuele ervaring, een subjectieve sensatie.

    Opvallend levensgroot en manshoog komen de werken in de ruimte op mij toe. Daar tegenover hangen en liggen ter compensatie tekeningen intiem op klein formaat. Zijn de van Frankrijk gekomen Miles en Fourmént vooral in realistische zin aanwezig met herkenbare vormen, evenwel meerdere malen in een immateriële vormgeving gevat. De Nederlandse Rappard uit zich in abstracte composities. De relatie en overeenkomst in de diversiteit kan gelegd worden in de verzameling aan meervoudige indrukken die zijn vastgelegd in een enkelvoudige uitdrukking. Zo maakt de galerie een totaalbeeld van mogelijkheden binnen de kunstvorm tekenen. Dat het lang geleden is dat het tekenen alleen maar werd gezien als schets voor een resultaat. Dat dit tekenen het resultaat is. Dat werken met potlood het beeld kan verfijnen en detailleren. De kunstenaar zit dicht op het werk, de hand vertaald in een vloeiende beweging wat het hoofd bedacht. Dat is wat de kunstenaar doet, denken met de handen.

    La vue de l’ensemble. Expositie werk op papier van Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles. Bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 3 november 2024.

  • Marjo Postma schuilt haar werk in bestaande tekeningen

    Over het algemeen en doorgaans wil ik objectief een tentoonstelling ingaan. De werken zonder vooroordeel en kennis van zaken bekijken. Ofwel wil ik niet vooraf geïnformeerd worden over wat ik sta te gaan zien. Ik laat me verrassen, althans dat is de bedoeling. Het gaat niet altijd op, want ik kom natuurlijk ander werk van eenzelfde kunstenaar weer eens tegen. Dan ken ik het verhaal van die maker vooraf en heb misschien op voorhand al een mening klaar. Natuurlijk zijn er kunstenaars die mij met nieuw werk kunnen intrigeren. Dat er een nieuw verhaal te vertellen is of dat er een andere ingang is tot hetzelfde verhaal.

    Overwegend heb ik geen moeite met de werkelijkheid evenmin als met de abstracte wereld en veel wat daar tussenin en -door zweeft. Ieder isme en elke stijl kan me boeien en daar kan ik iets van vinden. Maar het werk dient te spreken, de compositie heeft het verhaal. Hoe het tot stand komt is van minder belang. Hoewel het wel fascinerend is. Het werk is het resultaat van het maakproces, het eindproduct. Daarin is de idee en de inspiratie van de kunstenaar samengebracht. Het verhaal ligt opgesloten in het kunstwerk en met het juiste woordenboek kan ik dat lezen. Maar een handleiding heb ik niet nodig. Spreek ik de taal niet, dan doe ik moeite deze te leren. Door te kijken kan ik ervaring op doen. Het zien geeft gevoel.

    Een schuilplaats vinden in de tekening

    Laat ik ervan uitgaan dat ik me niet tevoren heb ingelezen. Dat ik me onbevangen en vrijmoedig begeef in de wereld van Marjo Postma. Dat ik pas op een ander moment in een volgend blog inga op achtergrond en reden. Wanneer ik de catalogus bij deze tentoonstelling in Galerie Getekend bespreek. Eigenlijk is dat boek het beeldverslag van een tijdelijke werkplek, een artist in residence, in Pergola, Italië. En is de expositie daar dan een keuze uit, aangevuld met nieuw werk. Beide kunnen dus heel goed zonder elkaar gaan. Het ene heeft minder meer met het andere van doen. Het boek is een verwerking, de expositie een nawerking. Want de kunstenaar moet door.

    Dwelling in Drawing. Een schuilplaats vinden in het tekenen. De tekening is onderdak voor de idee. Postma gebruikt oude architectuurtekeningen om op te werken. Deze bestaande ondergrond is het onderkomen waar haar tekening in verblijft. Een huis om de kunst in te laten schuilen. Die bestaande tekeningen hebben gebruikssporen, zijn verkleurd en beduimeld. De kunstenaar geeft deze als het ware een nieuw leven door daar een kleurig motief op aan te brengen. Een abstracte gedachte uitgewerkt in een non-figuratieve figuratie. Een vorm die wel verbinding maakt met de werkelijkheid, maar deze daarna meteen weer loslaat en een eigen realiteit laat zien.

    Gedachten dwalen van bestaand papier

    De bestaande lijntekening, een technische uitwerking van de idee voor een bouwwerk, wordt door Postma wel gebruikt om op te reageren. Maar ook is de reactie wel tegendraads en heeft weinig van doen met wat er aan ten grondslag ligt. Toch is deze eigenzinnige tegenbeweging ook een antwoord op de retorische vraag van het gedateerde document. Het zet bestaande belijning scherp aan, vult gekadreerde vormen kleurig in. Maar laat niet wat eerder op papier werd gezet helemaal verdwijnen. Het verleden blijft doorschijnen in het heden. Zo verbindt Postma het zijn van de tijd. Legt een relatie met wat was en wat er nu is. Want zo is het, zonder verleden is er geen heden. Ze laat zich leiden door de vroegere tijd, het is de achtergrond van haar tegenwoordige tijd.

    De composities doen mij denken aan de krabbels die ik wel in de kantlijn tekende tijdens een suffe les op school of een slome vergadering. Dromerig ging mijn rede dan met me aan de haal en verliet de tijd om in een andere dimensie terecht te komen. Dan schetste ik mijn gedachte op papier. Zo lijkt Marjo Postma te werk te zijn gegaan. Haar gedachten dwalen echter van het bestaande papier af, stijgen uit boven het verdwenen moment en vormen een nieuwe tijd. In afzondering buiten het rumoer is het een toevluchtsoord voor de idee. Terug geworpen op haarzelf uit ze zich op een eigen bijzondere manier. De onderliggende tekening biedt haar houvast, het resultaat geeft mij te denken.

    De tekeningen zijn zoekplaten. Een ontdekking om te achterhalen waar de oorsprong van de uitkomst ligt. Maar eigenlijk is dat van geen belang, om zo diep in de materie te duiken. Om precies te weten wat je bekijkt. De mens zoekt altijd een houvast, een verbinding met de werkelijkheid. En wanneer deze er niet is vult de gedachte die als vanzelf in. Associatief leg ik verbindingen. Gaat mijn blik relaties aan met wat ik zie. Knoop loszittende draadjes aan elkaar. Volg ik geschetste lijnen tot mijn zicht een complete voorstelling heeft gemaakt. Verlicht is mijn geest gehelderd, heb ik antwoord op mijn vraag: wat zie ik?

    Dwelling in Drawing. Marjo Postma, tekeningen. Expositie bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. 17 maart tot en met 5 mei 2024.

  • Overal wel wat in zien met Marcel Reijerman

    Op het moment dat ik over de drempel de deur van Galerie Getekend binnenstap is het alsof ik het boek “overal wel wat in zien” open en doorblader. In dit boek draait Marcel Reijerman al tekenend rond het geheimzinnige proces van het maken van kunst. Zijn werk leidt mij rond in het hoofd van de kunstenaar. Kleurig en poëtisch in potlood en pastel legt Reijerman voor mij iets van dat ongrijpbare scheppingsproces vast. De tekeningen bij Galerie Getekend  tonen dat maakwerk en meer, iedere compositie vormt een nieuw hoofdstuk. Als stripverhaal beschouwend zou ik het kunnen aanmerken als de diverse stappen in de kruisgang – de statie, de plekken cq gedachten waar de inspiratie stilhoudt om tot een gelaagde compositie te komen.

    Reijerman tekent zich bewerkelijke platen waarin hij onder meer collega-kunstenaars citeert om een vinger achter het mysterie te krijgen. Met die beeldende quotes probeert hij vat te krijgen op het raadsel, het geheim van dat heilige moeten. De drang om uit te drukken, het verbeelden van gedachten. De ziekte waaraan hijzelf ook lijdt. Hoe losten zij dat op, op welke manier verbeeldden zij dit. Deze aanhalingen maken onderdeel uit van zijn persoonlijke werk. Het zijn feitelijk parafrases daar Reijerman de kunst van die anderen in eigen beelden uitdrukt. Ze passen naadloos in zijn composities. Die anderen hebben bruikbare verbeeldingen gemaakt. Reijerman hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar doet dat wel met hulp van bestaand beeldmateriaal.

    Creëren is handwerk

    De tekeningen van Marcel Reijerman zou je kunnen rubriceren onder beeldverhaal, ofwel de strip. Bij hem is er echter veel te zien binnen een enkele tekening. Hij heeft geen rij plaatjes nodig om scenes uit te beelden. Een compleet verhaal staat in lijn, vlak en kleur geschreven in de tekening. Slechts de titel onder in de kantlijn zijn de woorden die nodig zijn het beeld te versterken. En niet alleen wil hij daarin het maken begrijpen, maar ook het leven in het algemeen grijpen. Dat is niet een werkelijk leven, maar veeleer een spiegel waarin het surrealistische vormen reflecteert. Onderdelen van verbeelde lichamen zijn groter dan wel kleiner uitgewerkt, naar gelang dit van belang is in de uitdrukking. Zo kunnen handen groteske afmetingen aannemen om het maken en creëren te benadrukken. Want het zijn toch de handen die maken. Creëren is handwerk.

    De titel stemt tot nadenken waar het beeld kijkgenot geeft. Die titel is in theorie een filosofische omschrijving van het beeld, een vlugschrift daar de afbeelding nauwelijks uitleg nodig heeft. Het geeft wel een naam aan het beeld waardoor ik niet objectief kan kijken. De titel wijst mijn gedachte een bepaalde richting, dringt zich feitelijk aan mij op zodat ik geen eigen uitweg kan zoeken. Reijerman wil dat ik de door hem aangegeven route volg om ingang te krijgen tot zijn werk. En ik volg gedwee, want verlang er naar het geheim van het scheppingsproces te weten. Van inspiratie, de inval van een idee, via het vertalen van gedachte naar beeld, en de verwerking daarvan, de uitwerking tot resultaat. Vindt ik dat zo woordelijk, naar de letter beeldend, in de composities bij Galerie Getekend? Natuurlijk niet, het mysterie moet geheim blijven, het raadsel van de kunst zal ondoorgrondelijk en onverklaarbaar zijn. Reijerman licht een tip van de sluier op en ik gluur even mee.

    Beschrijft figuurlijk zijn plaat

    Zoals geschreven valt er veel te ontdekken in de composities. Alle stillevens van het leven. Stil gezet, pas op de plaats, en van alle kanten bekeken. Met veel omhaal van beelden wordt het geheim van de creatie gealfabetiseerd en gecategoriseerd. Opgeslagen in de tekening. Niet ingekleurd, zoals in de strip de schets wordt geïnkt en geletterd, Reijerman hanteert kleurpotlood en stelt meteen de tint vast zonder deze te omlijnen. Daarmee beschrijft hij figuurlijk zijn plaat, want het zijn de symbolen die verwijzen naar het verhaal. In een kakafonie van gegevens dreig ik nog weleens te verdrinken, zie ik door de bomen het bos niet meer. Maar er is altijd een rustpunt te vinden door afstand te nemen, het geheel te bewonderen zonder mij te storen aan details. Deze details maken de compositie echter wel levendig en nodigen uit tot een langdurig kijken. Het werk heeft tijd en aandacht nodig om mijn gedachte bewust te laten worden van de reden van de afbeelding.

    Naast de serie om het mysterie te ontrafelen maakt Marcel Reijerman landschappen. Het zicht van kijken is dat zoals in een kubistisch kunstwerk. De getekende omgeving wordt van alle kanten bekeken, binnenste buiten gekeerd waarin figuurtjes rondlopen en beeldcitaten zijn gestrooid. Mijn oog dwaalt door de schepping, mijn blik verdwaalt in de creatie. Op elke vierkante decimeter is een stilleven te vinden. Stil in de zin van stil gezet. Want een kunstwerk is toch altijd een bevroren moment. Door deze ogenblikken bij elkaar te zetten ontstaat een levendig beeld dat wel voortdurend in beweging is. De verzamelde momenten vormen bij elkaar een doorlopend verhaal, een strip in een enkele plaat.

    Inspiraties en ideeën in schetsboeken

    Denk ik het boek “overal wel wat in zien” te kunnen sluiten, want ik heb tenslotte in alle platen wel wat gezien, ontdek ik het echte mysterie van het maken. Reijerman heeft zijn schetsboeken, waarin inspiraties en ideeën zijn uitgewerkt, meegenomen uit het atelier. Hij heeft deze met moeite achter gelaten, want het geeft een inkijk in zijn manier van werken. Het opent deuren die anders gesloten blijven. Eigenlijk nog meer interessant dan de uitwerking zelf. En omdat deze schetsen en uitgeschreven gedachten zo belangrijk voor hem zijn, het fundament waarop het resultaat is gebouwd, heeft de kunstenaar van de boeken kunstwerken op zichzelf gemaakt. De kaften en banden waarin de bladen zijn gebonden zijn rijk versierd. Versierd met penningen en medailles, halfedelstenen en snuisterijen. Maar ook door die boeken krijg ik geen duidelijk zicht op het scheppingsproces. Gelukkig maar, want een geheim mag je niet door vertellen. Dat moet geheim blijven.

    Tentoonstelling tekeningen van Marcel Reijerman bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. 14 januari tot en met 10 maart 2024.

  • Leren kijken met de ogen van een arend

    Het is met kunst eigenlijk zo dat je moet kijken voordat je iets ziet. Aandachtig het werk beschouwen om te kennen en te herkennen. Heeft het werk jouw concentratie dan kan het communiceren. Het laat jou toe en je kunt het geheim beleven. Met de tekeningen van Gam Bodenhausen is dat niet anders. Gaat de blik er snel langs, merken de ogen niets op. Loop je als bezoeker van Galerie Getekend rond zonder echt te kijken dan sta je gauw weer buiten. Is het wezenlijke je ontgaan. Is er enkel een landschap te zien, denk je, een boom of een steen. Waar is de diepere betekenis vraag jij je af. Worden de lijnen echter secuur gevolgd komt de structuur van de getekende omgeving zichtbaar naar boven. Zie je meer dan je had kunnen denken. Kun je dwalen en verdwalen tussen de imaginaire bergen bij de expositie “In Between Mountains”.

    image

    Dwaalt de blik langs lijnen en krommingen

    Gam Bodenhausen tekent met grafiet in allerlei hardheden. Op die manier kan zij van amper zichtbaar grijs tot duidelijk waarneembaar zwart de tekening uitwerken. In het vlakke beeld ontstaat dan als vanzelf diepte. Doordat velden extra scherp zijn aangezet trekken deze meer de aandacht. Gradaties in de waarneming waardoor details op het eerste gezicht verborgen blijven. Dwaalt de blik langs lijnen en krommingen af dan wordt een nieuwe omgeving ontdekt. Opent zich de tekening als het ware. Bij het werk van Bodenhausen is het vooral de manier van kijken die het gevoel voor finesse ervan laat zien. In een tableau bestaande uit negen vellen papier bijvoorbeeld herken ik een boom. Grillig gevormd met een wirwar aan kale takken, denk ik. Maar kijk ik beter merk ik kleine vogels tussen het hout. De weergave van deze boom is een flagrant voorbeeld om bij kunst beter te leren kijken. Er gaat een wereld voor je open wanneer de tijd genomen wordt om te zien.

    image

    Meer tonen dan het origineel laat zien

    De tekenaar heeft vooral het landschap als inspiratiebron. De natuur is bij Gam Bodenhausen nooit ver weg. Hoewel de getekende omgeving bedacht lijkt is deze de ondergrond waarop het werk kan groeien. Het grote geheel is overzichtelijk en lijkt onherbergzaam, onbewoonbaar. De kunstenaar richt zich op en tot details om de tekening voor het oog leefbaar te maken. Gam maakt eerst foto’s van de haar inspirerende landschappen of delen daarvan. Werkt deze later uit in de tekening op papier. Die afbeeldingen lijken één op één overgenomen in de tekeningen. Het is echter net alsof Bodenhausen meer toont dan het origineel laat zien. Alsof er meer vegetatie op de rotsbodem is dan dat er werkelijk groeit. Maar de oplettende kijker ziet al die lijnen en vlakken van grassen en mossen, van struiken en andere bodembedekkers terug op de bergflank, de rotswand en in de vallei. Enkel zie ik vluchtig het grote geheel en merk dat detail niet op. In haar tekeningen maakt Bodenhausen mij opmerkzaam. Merk ik opeens de veelvormigheid van de vegetatie op. Waar ik enkelvoud zie heerst veelvoud. Zo leer ik ook in de werkelijkheid beter kijken. 

    Bodenhausen volgt de lijnen in stenen. Legt de structuren die korstmossen op rotsen hebben uitgezet vast. Ze onderzoekt de ordening van de natuur. Inspecteert het systeem dat de mens ervan heeft gemaakt. Als een landmeter taxeert zij de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte, het gevoel en de beleving. Brengt de uitkomsten over op papier met als resultaat een fijnzinnige tekening. In een groot werk lijkt vegetatie door het gaas van een hek gegroeid. Een werkstuk waarvoor landschapsarchitect en stenen-stapelaar Louis le Roy warm zou lopen: de natuur breekt af en drukt het werk van mensenhanden opzij. De wildernis overwoekert de structuur.

    image

    De manier van kijken om te ontdekken

    Niet altijd is het even duidelijk wat zichtbaar is. In alle composities van Gam Bodenhausen is het zaak bij de les te blijven. Door te dringen in de tekening om te weten wat het onderwerp van inspiratie precies is. Het werk te doorgronden om de basis te kennen. Het landschap heeft soms wel het karakter van de deinende zeespiegel waar uit een rotsblok omhoog piekt. Het water golft en spat transparant om de massieve materie. Vooral door de afwisseling van hard en zacht grafiet maakt de tekenaar het werkstuk levendig. De afbeelding stijgt boven de zichtbaarheid uit en laat een nieuwe wereld zien. Een landschap dat uit de werkelijkheid is gefilterd. De kleuren zijn weggelaten en enkel de structuur van lijnen vormt het getekende beeld. 

    Het is de manier van kijken om te ontdekken. Zien is nog geen beleven. Om de kunst te ondergaan, te weten dat het meer is dan een afbeelding van de werkelijkheid – een kopie van het zichtbare, gaat het verstand als het ware op nul en de blik bij wijze van spreken op oneindig. Maar wel met een scherp oog om de bezieling achter het detail op te merken. Zoals de arend bidt. Schouwt vanuit de lucht wat tussen struiken en in hoog gras aan prooi is. Geeft zijn ogen aandachtig de kost om scharrelaars in het hakhout te ontdekken. Laat mij die roofvogel zijn. Met arendsogen de compositie beschouwen. Speuren naar leven tussen de grafietlijnen. De ziel van de tekening ontdekken.

    In Between Mountains. Expositie tekeningen van Gam Bodenhausen bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 12 november 2023 tot en met 7 januari 2024.