Categorie: Laatste drie geplaatste stukjes

  • Kijken naar de mens in Kunstlokaal No.8

    Het is wel impressief. Imponerend ook. Wanneer ik nu over de drempel van Kunstlokaal No.8 stap, ontmoeten een groot aantal paar ogen mijn blik. Boren deze ogen zich in mijn rug wanneer ik mij wend of keer. De vorsende blikken lijken mijn beschouwen te volgen. Vanaf de wanden van de ruimte is het alsof Peter Geerts – want om zijn oogopslag gaat het hier – mij aandachtig aankijkt, zijn ogen mij nazien: wat zal jij schrijven over mijn zijn? Het zijn van Geerts bestaat in dit lokaal uit een zichtbare werkelijkheid. Daar ken ik hem niet van. Hij is gewoon mij zijn geestelijke waarheid te tonen. En fijn voor mij, zijn daar enkele werken van tussen de zelfportretten gehangen. Alsof dit werk dat andere in balans brengt. Dat de tegenstrijd in werkelijkheid en abstractie zich op deze manier laat compenseren.

    Kunstlokaal No.8, Peter Geerts, Geer Steyn

    Heeft Geerts afleiding gezocht. Zijn emotie willen afreageren met rede. Zijn gevoel ligt echter tevens besloten in de werkelijkheid van zijn reflectie. In eerste instantie kijkt hij zichzelf bij het maken van een portret doordringend aan. Het eigen ik dient namelijk in beeld te worden doorgrond. Het is zaak geconcentreerd te beschouwen om aandachtig te portretteren. Wie ben ik, schijnt hij zichzelf aldoor af te vragen. Wie is deze mens. Op diverse manieren heeft hij zichzelf bestudeerd, zijn kop geschilderd. En welhaast aldoor en face of soms driekwart; je moet jezelf wel in de gaten houden. Een enkele keer sluipt de humor in wanneer het hoofd neigt of de mond openvalt, er een glimlach op de lippen verschijnt.

    Meest abstract schilder

    Echter zocht Geerts geen verzetje om eens een andere vaardigheid aan te spreken. Een opdracht aan de leerlingen in zijn schilderklas bracht hem op het spoor deze richting in te gaan. Om deze wisselwerking met zijn abstracte composities te maken. Iedere week een jaar lang liet hij zichzelf aan hemzelf zien. Schijnt hij een persoonlijke kant van zijn kunstpraktijk te hebben opgebouwd, hoewel de meest abstracte schilder zich uiteraard tevens individueel laat kennen. Zijn basis zet hij daarin vast langs wiskundige lijnen om grip te krijgen op de situatie, schreef ik eens eerder over zijn concreet kijken en ervaren. De opgelegde begrenzing overschildert hij, waardoor het vierkant verdwijnpunt wordt. Maar in het abstracte landschap is er geen omgeving, het is niets, een schijfje tijd. Een plat perspectief waarin ik verdwijn in de non-figuratie, zoals ik wordt opgeslokt door de blikken in de portretten. Bij zijn werk moet ik de gedachten op nul zetten en de blik op oneindig. Dan ontmoet ik Peter Geerts in zijn werk.

    Kunstlokaal No.8, Peter Geerts, Geer Steyn

    Geer Steyn en de menselijke figuur

    Beeldenaar Geer Steyn ontdekt in steen de menselijke figuur en ontdoet deze van restvormen. Wat overblijft is een figuur die meer weg heeft van een klomp materie dan een realistisch persoon. In steen houwt hij zich een abstract beeld, uit klei of met brons vormt Steyn een versimpelde figuratie. Het menselijk lichaam is benaderd als een soort terrein met huid, plooien, rondingen, reliëf, lijnen en oppervlakken waarin ik als het ware kan verdwalen. En waarin de kunstenaar rondkijkt en ontdekt dat de mens van nature hoekig is, zoals Evert Rinsema ooit heeft geconstateerd. Die uitspraak van de Friese schoenmaker en schrijver sluit heel goed aan bij de hoekige, geometrische benadering door Geer Steyn van de menselijke figuur. Hij is echter niet zomaar een beeldhouwer die toevallig hoekige mensen maakt. Hij heeft geleerd om de menselijke figuur te bekijken als een constructie van massa’s, vlakken en ruimten. De beelden van Steyn zijn monumentale abstracties, bouwwerken als het ware, waarbij menselijke gestalten zijn teruggebracht tot massieve, ruimtelijk opgebouwde vormen. Geconstrueerd uit steen, samengesteld in brons.

    Monumentaal klein

    De monumentale opbouw op klein formaat heeft Steyn meesterlijk voortgezet in sobere penningen. Enkel de essentie van de vorm is op de munt gezet, zodat de beeltenis een kubistisch karakter krijgt. Niet meer dan vlak en lijn kunnen plaats krijgen in de kleine cirkelvormen, maar duiden toch expressieve verschijningen. Voor Steyn is een penning óók een sculptuur: een kwestie van volume, licht en ruimte. Want monumentaal zit bij Steyn niet uitsluitend in de afmetingen. Een penning kan klein zijn en toch monumentaal denken. Het beeldende verhaal van Steyn bestaat uit de mens als vorm, opgebouwd uit massa, ruimte en zwaartekracht — en vervolgens steeds verder teruggebracht tot de essentie.

    Bij deze aandacht voor de menselijke figuur richt inrichter Marcel Prins zich op het atelier van de beeldhouwer. Peter Geerts kijkt naar zichzelf, terwijl Geer Steyn een breder perspectief heeft: de mens is losgemaakt van de individuele verschijning. Als toevoeging heeft Prins dan een installatie gemaakt die de werkruimte van Geer Steyn symboliseert. Hij heeft het gevoel van het Amsterdamse atelier ingevoerd in het kunstlokaal in Jubbega. Zo komen kijken, maken en ervaren samen in één ruimte.

    Concreet en Tastbaar. Werken van Peter Geerts en Geer Steyn bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 5 tot en met 27 september 2026.

    Kunstlokaal No.8, Peter Geerts, Geer Steyn
  • Het zwarte randje van het bruine goud

    Ik ben een liefhebber. Dat mag ik wel eerlijk toegeven. Ik houd erg van chocola. Puur, melk, wit. Hoewel wit geen chocola is, zeggen de kenners. Met hazelnoten, boerenjongens, zeezout, toffee of nougat. Heerlijk, daar kun je me ’s nachts voor wakker maken, bij wijze van spreken. Chocola geeft me een goed gevoel. Alleen al de lekkere smaak en het smelten van chocolade in de mond zorgen voor een directe psychologische beloning en troost. Het past in mijn dieet om de wereld door een roze bril te bekijken. Maar het is oppassen met de calorieën en verzadigde vetten.

    Dat ik een liefhebber van kunst ben, sluit hier mooi bij aan. Van realisme tot abstract, van Cobra tot Zero, van impressionisme tot expressionisme. Nee, daar hoef je me ’s nachts niet voor wakker te maken – beter van niet – maar ik maak bij daglicht graag tijd voor een voor mij oogstrelende presentatie waarvan ik een goed gevoel krijg. Nu wil het geval dat beide liefhebberijen op dit moment samenkomen in Museum Belvédère.

    Het zwarte randje

    De bitterzoete smaak van chocola. De kunst van Fransix Tenda Lomba. Die chocola mag dan wel een bruine lekkernij zijn, het heeft natuurlijk ook een zwart randje. Achter de zoete smaak van de cacaoboon schuilt een geschiedenis van kolonialisme, uitbuiting en slavernij. En ook vandaag is de productie van cacao niet vrij van kinderarbeid en armoede. Daar begint bij Lomba het bittere in de zoete smaak. Hij laat mij niet alleen naar chocolade kijken, maar ook zien wat erachter schuilgaat.

    De figuren in zijn composities lijken van chocola. Van die Sinterklazen of Paashazen. Om in te bijten. Maar de adder onder het gras ligt op de loer. Het is te mooi om waar te zijn. Lomba laat wel degelijk de naakte waarheid zien, het zwarte randje aan het bruine goud. Verpakt in een veelkleurig papiertje; de sfeer zoals het verlichte Westen die ervaart van het donkere Congo, de geboortestreek van Lomba. Het is de buitenkant. In de gelaagde afbeeldingen houdt de kunstenaar zich groot, maar het verdriet is nooit ver weg. Ellende verpakt als lekkernij, hoe bitter wil je het hebben.

    Bruin goud

    Chocola. Zoet voor de één, bitter voor de ander. Zoet voor de consument die het in diverse variëteiten op de markt vindt. Bitter voor de mensen aan het begin van het productieproces, die krom liggen om met een zakcent afgescheept te worden. Chocola, het bruine goud. Alleen lijkt dat goud onderweg naar de supermarkt steeds meer waard te worden, terwijl degene die de cacao plukt er nauwelijks beter van wordt.

    Die uitbuiting, die scheve verhouding, wil de kunstenaar symboliseren in beeldmerken die relateren aan cacao en chocolade. Le bon chocolat lijkt met hand en tand te worden verdedigd. Niet door degenen die de cacaobonen oogsten, maar door de producenten die er veel munt uit slaan. Côte d’Or schuift de olifant naar voren; Afrika wordt gezien als de producent van die cacaoboon waaruit het bruine goud wordt gewonnen.

    De olifant

    De olifant wordt zo een beeldmerk dat ongemerkt een hele koloniale en economische wereld met zich meedraagt. Daarom zien we de dikhuid terug in de composities van Lomba. Chocola is de wikkel waarin hij de koloniale geschiedenis en de postkoloniale samenleving verpakt, de economische relaties tussen Afrika en het Westen én de manier waarop grondstoffen zoals cacao wereldwijde netwerken van macht en afhankelijkheid creëren.

    Niet meteen zie je die zwarte bladzij als je naar de vrolijke omslag kijkt. Het werk oogt opgeruimd, zoals in Congo zelfs van een triest feit een feestelijke gebeurtenis kan worden gemaakt. Maar achter de grijnzende grimas wellen de tranen. Dat is bij Lomba ook het geval. Als een boer met kiespijn.

    Op de website van het museum lees ik dat hij in zijn werk bekende logo’s combineert met motieven die zijn ontleend aan Afrikaanse en westerse beeldtradities en dat hij historische figuren schildert die gedrenkt lijken in chocolade. Waar zijn persoonlijke geschiedenis en die van Congo uitgangspunt zijn voor zijn kunst, vormen cacao en chocola daarbij de symbolen van verbinding tussen continenten, tussen verleden en heden, tussen productie en consumptie én tussen mensen.

    De felle kleuren in de setting van mens, dier, plant en boon zetten de beschouwer op het verkeerde been. Niet ndombolo zet de sfeer, maar de Congolese rumba. De composities drukken verdriet, protest en hoop uit. Ridders met sabel en speer staan model voor eeuwenlange onderdrukking, die voortduurt tot de dag van vandaag. Nog altijd wordt niet alleen de cacaoboon geroosterd en uitgeperst, ook de arbeider op de zongeblakerde plantage wacht eenzelfde lot. De uitbuiting is prachtig gesymboliseerd in de compositie Le choc est là, waarin de cacaoplukster iconische Delftsblauwe souvenirs in haar mand heeft verzameld. Het legt de link met Nederland, dat in het slavernijverleden zeker niet aan de zijlijn stond toe te kijken. Zo worden meerdere culturen door Lomba binnen het werk gehaald.

    Hoewel chocolade geen Nederlandse uitvinding is, heeft Nederland er wel een bijzondere geschiedenis mee. Nederland verdiende historisch veel aan cacao uit de koloniale wereld, terwijl de mensen die de cacao produceerden daar niet evenredig van profiteerden. Als dank kregen ze aardewerken klompjes en molentjes, de Hollandse variant van kralen en spiegeltjes. Lomba kan zich daar nog altijd, tig jaar na dato, kwaad over maken en reageert dat af in zijn kunst. Het zijn echter geen boosaardige schilderijen. Om de boodschap klaar en duidelijk over te brengen, blijft hij zich op een vriendelijke manier uiten.

    De wikkel

    Ik zie niet letterlijk bloed, zweet en tranen, maar het lichaamsvocht sijpelt wel tussen de kleurige vormen door. In de beeltenissen houdt Lomba zich groot. Wanneer hij de angst en pijn werkelijk zou afbeelden, loop ik eraan voorbij en wend mijn blik af. De echte ellende is te confronterend. Daarom is die verpakt in mooie kleuren en esthetisch verantwoorde figuratie. Wie zich echter de tijd geeft en een moment langer tussen de werken verblijft, kijkt door die fraaie laag heen en merkt de verborgen boodschap. Zoals je in proza of poëzie tussen de regels door de verholen waarheid kunt lezen, kun je in deze gelaagde kunst de werkelijkheid peuren.

    Hoewel geschoold in Amsterdam in de geest van een Nederlandse traditie, brengt hij toch zijn culturele roots in in de westerse kunst. Hij laat wat wij een primitieve beeldtaal noemen los op onze manier van vormgeven aan de verbeelding. Vanuit het oogsten van de cacaoboon kijkt hij op naar de consumptie ervan.

    Hij kijkt als het ware over mijn schouder wanneer ik op de bank voor de tv zit te smikkelen van het bruine goud. Vanaf nu, na het bezoek aan zijn werk in het museum, zit hij als een duiveltje op mijn schouder en bedenk ik mij driemaal voor ik een stuk van de reep breek.

    Mijn gemoed is bezwaard, mijn geweten ontaard. Bij iedere hap krijg ik de bittere smaak in mijn mond. Kan ik nog hard maken dat ik liefhebber ben? Kan dat nog met de wetenschap van nu? Lomba opent ogen. Met zijn kunst dicht hij de bevrediging.

    Kamerpresentatie Fransix Tenda Lomba – De bitterzoete smaak van chocola. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 70, Oranjewoud. Westvleugel, van 20 juni tot en met 20 september 2026.

    Fransix Tenda Lomba, Museum Belvédère