Category: Uitgeverij Louise

  • In het ritme van de Friese poëzie

    Rixt, pseudoniem van Hendrika Akke van Dorssen, was een Nederlandse dichteres die in het Fries publiceerde. Hoewel haar oeuvre gering van omvang is, heeft het niettemin een grote invloed gehad in het Friese taalgebied.’ Dit is de aanhef op Wikipedia, de online encyclopedie met op bijna elke vraag een antwoord, over de dichteres Rixt. Zij is de postume naamgever van het Friese dichterscollectief RIXT. Het collectief, in 2018 opgericht als voortzetting van de actiegroep Dichters fan Fryslân, laat zich inspireren door Van Dorssen: “Wa binn’ myn maten op dy wylde feart? Wa binn’ mei my, dy’t wyn noch romte keart?” De dichters van it Fryske Dichterskollektyf voelen zich vrienden in de letteren, daarom dragen zij in vereniging met trots de naam Rixt.

    Fryslân en de wrâld

    In 2023, het eerste lustrum van het collectief en een eeuw nadat Rixt als dichteres werd opgemerkt, zijn de leden van RIXT gevraagd werk te maken van en voor een te publiceren dichtbundel om deze feiten te vieren. Het collectief wil als vereniging en met de bundel het ideaal van zoals zij dat noemen ‘Fryslân en de wrâld’ waar maken en om de Friese poëzie te inspireren door het in de internationale kring van dichters te plaatsen en op de kaart te zetten. “Wy fine”, aldus RIXT, “dat de Fryske poëzy de kwaliteit hat om te klinken op poadia bûten Fryslân. Wy leauwe dat mear kontakten en ûtjeften de Fryske poëzy fitaal meitsje sille.

    En natuurlijk lijkt proza en poëzie in de taal van de streek enkel op de plek tussen deze provinciale grenzen, maar het kan uitwaaieren verder het land in en de wereld over voor wie zich wil inleven in taal en streek. Hoewel de Friese dichter niet enkel in de Friese taal schrijft. Het collectief geeft ruimte aan dichters die wortels in Fryslân hebben of er van elders zich hebben gevestigd en zijn ingeburgerd. Daarom kent het Friese poëzielandschap een brede horizon. Zijn er uiteraard volop gedichten in het Frysk in de mij voorliggende bundel te vinden, maar lees ik tevens het Nederlands, Stellingwarfs en het Liwwadders dan wel een andere vorm van het stadsfries.

    Fryske Dichterskollektyf RIXT

    Voor de bundel hebben een vijftigtal dichters werk ingestuurd, waaruit een redactie een enkel gedicht per dichter heeft gekozen. Het is daardoor een bloemlezing geworden van wat er aan poëzie in het Friese wordt gecreëerd en geproduceerd. En of het een representatieve dwarsdoorsnede van het dichtveld is laat ik in het midden. Natuurlijk zullen er namen gemist worden, niet elke vereniging en ieder collectief is compleet. Er zullen altijd figuren in het moeras der vergetelheid weggezakt zijn, of anderen die zich niet wensen aan te sluiten bij een of ander gemeenschappelijk initiatief. Het Fryske Dichterskollektyf RIXT heeft met de lustrumbundel een poging gedaan het Friese dichten en de Friese dichters voor het voetlicht te brengen. Het is een selectie van werk van hun leden. Het is speciaal voor de bundel geschreven of al eerder gepubliceerd op de website van het collectief.

    Die dichtbundel waarover ik hier schrijf heeft de titel ‘It ritme van Rixt’ gekregen. Het ritme is belangrijk in de poëzie, net als het metrum. De termen overlappen elkaar in betekenis. Maar het metrum kan verschillende ritmes bevatten. De begrippen zijn nauw verbonden met de muziek, de poëzie schurkt aan tegen het gezongen lied. De driekwartsmaat bijvoorbeeld is de dactylus in het gedicht. Het ritme is het patroon van zware en lichte lettergrepen, ofwel lange en korte noten. Het metrum is dan het schema van sterke en zwakke lettergrepen, de versvoet. In de muziek de tijdsindeling van sterke en zwakke noten, de maat.

    “Dichtsje is dreame, dreame is dichtsje

    Het ritme is een vast onderdeel van het gedicht, niet weg te schrijven en te denken. Het rijm kan worden losgelaten, maar het ritme maakt een gedicht tot vers. Het laat een gedicht voor de vuist weg lezen, a prima vista. Het laat de woorden zingen als in een lied. Het maakt dubbelzinnigheid tot enkelvoud. Rijm en ritme is terug te vinden in de poëzie van H.A. van Dorssen (Rixt), maar het eerste wordt veelal weggeschreven in de gedichten van RIXT. Het veld is breed, zoals het Friese land hoge luchten kent, en loopt makkelijk van sonnet tot light verse. Het is hedendaagse poëzie waarin de moderne tijd reflecteert.

    Tussen de gedichten door is poëtische fotografie geplaatst. Deze geven in beeld commentaar op het woord. Waar de poëzie kleurig is in het beschrijven van zielenroerselen en belevingen, geven de foto’s een figuurlijk kleurloze kijk op het Friese landschap. Maar juist het scala aan grijze tinten geven de platen sfeer en maken het boek compleet. “dichtsje is dreame, dreame is dichtsje, is in dream fan taal” is de wapenspreuk van deze dichtbundel. En ergens lees ik dat dichters verhalenvertellers zijn, maar de saaie stukken mogen weggelaten waar de boekschrijvers deze gebruiken als sfeerbeeld. Het gedicht is een kernachtig en treffend verhaal, to the point. Vooral de spaties en lege regels spreken, daar woont de leegte, daarin vindt de lezer rust en kan beschouwend beredeneren. Poëzie is contemplatie, het geeft de taal verdieping. Het zegt meer met minder woorden. Geeft soms andere termen aan hetzelfde gevoel. De waarheid zweeft boven het papier zonder surrealistisch te willen zijn. Het woord speekt de emotie aan en ik verdrink in gepeins.

    Skriuwerke op it wetter, / makkest do in letter? / Makkest do in wurd? / Skriuwerke op it wetter, / wat giest hurd.” Eenvoud in beschouwing, meervoud in begrip. En als de volwassene zich kind voelt, nog, dan “safolle knuffels by myn holle, / dat is fierste folle. / Ik pak myn alderleafste knuffelbear / mei de oaren koes ik in oare kear”. Poëzie kan eenvoudig zijn, het hoeft niet altijd zwaar op de hand of wereldproblemen uit te diepen. Het nieuws ligt op straat, de proza op het nachtkastje en de poëzie onder mijn kussen. Hoe meer persoonlijk het gedicht is, des te beter kan ik mij er in verwoorden, het beleven. Sluiten de woorden op mijn denkwereld aan. “Se sizze dat it maitiid is, ik fiel it net / ‘k wol it grien de grûn wol ynwâdzje / en snau tsjin de fûgels fan hâld jim de bek.” Want moeder is haar verleden vergeten, gister was ik nog haar kind en vandaag ben ik haar moeder en morgen misschien een vrouw.

    It ritme van Rixt. 5 jier Dichterskollektyf RIXT, in seleksje mei 50 gedichten fan dichters út Fryslân. Redaksje Henk Dillerop, Nika Stefan, Bert Looper. Utjouwerij Louise, 2023.

  • Harry de Jong kijkt terug op 30 jaar De Kast

    De tiid hâldt gjin skoft’ had een terechte titel voor het nieuwe album kunnen zijn. Maar de band schaart de verzameling liedjes onder de noemer ‘Fierder’. Want zeker, de tijd heeft vleugels en geen teugels, de doortikkende klok laat zich niet afremmen. De dagen, maanden en jaren vervliegen in het leven. Maar de muzikale vrienden die in het nieuwe boek van popjournalist Harry de Jong worden beschreven willen verder. Niet van daar af waar ze ooit gebleven waren. Die vlag op de top van de berg, de roem en de uitzinnige fans, dat hebben ze allemaal wel gezien. Dat heen en weer gereis van hot naar her om hun muziek aan de mens te brengen, dat is nu wel klaar.

    image

    Ze vinden zichzelf terug na de stormachtige hectiek van het bekende Nederlander zijn. Door de druk liepen ze hard tegen de ander aan en vergaten waarvoor ze eigenlijk op de planken stonden. Na een tijd van rust waarin de storm is gaan liggen willen ze vooruit zien. Met ‘Fierder’ is het elan terug. De drang om te componeren. De lust om te spelen. Geen randverschijnselen meer. Niet spelen omdat het moet maar omdat het mag. Door ervaringen rijk is de geest van De Kast terug, de band die voor de roem nog leuk was. En natuurlijk hebben de mannen genoten van die tijd, maar ze zijn nu weer de jongens die spelen omdat ze niet anders kunnen.

    image

    Met scheermesjes achter de ellenbogen

    In de uitgave ‘Op eigen kracht’ kijkt Harry de Jong terug op de 30 jaar dat de Nederlandstalige Friese popgroep met hun muziek door het land trekt. Hij heeft de groep vanaf het eerste begin tot aan het laatste optreden en daarna gevolgd. Was getuige van de hoogtepunten, maar maakte ook de dieptepunten mee. Het verhaal in negen delen is derhalve een verslag uit de eerste hand. Het is een uitgebreide biografie van een bijzondere band, een vriendengroep, op een transparant leesbare manier geschreven. Een schrijfstijl die toevertrouwd is aan De Jong.

    Harry de Jong weet als geen ander de sfeer van het moment te pakken. En net als het boek de titel ‘Op eigen kracht’ draagt zou het schrijverschap van De Jong ook aldus bestempelt kunnen worden. Op eigen kracht en met doorzettingsvermogen is hij gekomen waar hij als popjournalist nu is. Met scheermesjes achter de ellenbogen en de voet tussen de deur gestoken heeft hij het onderste uit de kan van menig wereldburger weten te krijgen. Vooral zijn gesprekken met de groten der aarde op popmuziekgebied zetten deze selfmade schrijver op eenzame hoogte in het rijtje van popjournalisten. In Friesland is hij een autoriteit en daarom het meest geschikt om de groepsbiografie van De Kast samen te stellen.

    Sprankelende pianoklanken

    Meteen al in de proloog zet Harry de Jong zijn handtekening. Met een scherpe blik en even scherpe pen weet hij het moment te fixeren op de juist passende stemming. Deze vertelling vooraf is een karakteristiek DeJong-verhaal. Het zet de toon van het boek. “Duizenden armen zwaaien heen en weer boven evenzoveel deinende lichamen, ogen glinsteren als lichtjes in een kerstboom en omhooggestoken mobieltjes registreren onverbiddelijk elke seconde. Het publiek lijkt samen te smelten tot één groot koor dat elk woord vol overtuiging meezingt.” De Jong heeft hier de 15e december van het jaar 2019 vastgelegd. Want hij was erbij toen de zanger in een gele vonkenregen de Friese vlag boven zijn hoofd liet wapperen en de sprankelende pianoklanken van het intro van In Nije Dei over de massa woei. Het optreden is de aftrap van een jubileumtour.

    De Kast bestaat 30 jaar en wil dat niet ongehoord voorbij laten gaan. De proloog van De Jong beschrijft de sfeer voor en achter de schermen van dat memorabele optreden. Want overal kun je Harry vinden met zijn blocnote en pen in de aanslag, alles wat hem opvalt in vlugschrift noterend. Die kladblokjes zullen een schat aan kennis en informatie herbergen. De Jong heeft er een stapel vol geschreven om de pophistorie zichzelf te laten beleven. Hij laat in deze uitgave zijn eigen geschiedenis als popjournalist ook niet ongemoeid. Ieder hoofdstuk van het boek laat De Jong inleiden door een dwarsdoorsnede van het muziekveld van dat moment. Hij toont zijn kunde van de muzikale wereld door artiesten op te laten draven waarmee hij ooit een gesprek had. En ook kan hij putten uit talloze reportages die hij voor diverse kranten schreef. Ze fleuren het boek op. Zo is het niet alleen 30 jaar De Kast, maar evenzeer 30 jaar De Jong. De biografie van de eigenzinnige popgroep schuurt tegen de levensbeschrijving van deze markante schrijver.

    In Nije Dei. Dat is met voorsprong de meest bekende song van de vijf muzikale heren. Zij schreven zichzelf daarmee in op de Friese canon. De Kast: vijf mannen die al jaren in staat zijn het beste van elkaar naar boven te halen en muziek maken die tegen een stootje van de tijd kan. Ik citeer Harry de Jong, die vanaf het podium op die decemberdag in 2019 terugkijkt op 30 jaar De Kast. Vanaf het prille begin. Toen er bij lange na nog geen sprake was van De Kast, maar de groep zich in die samenstelling wel al aan het vormen was. Het succes stond in de steigers. Het doopceel van de muzikanten wordt gelicht. Voor de fans altijd fijn te weten hoe hun idolen in elkaar steken. De mannen zijn openhartig over het wel en wee, hoe en waarom, de start en finish. Harry de Jong is dan ook een vriendelijke en amicale ondervrager. Na alle jaren dat hij met de groep meeloopt is de journalist geen persmuskiet meer, maar drinkt zo nu en dan ook eens een biertje met de jongens aan de bar. Die ‘ouwe jongens krentenbrood’ sfeer leest tussen de regels door en maakt het boek goed leesbaar. Het is geen opsomming van feiten en ervaringen, maar het dient zich aan als een avontuurlijk jongensboek.

    foto © Marcel R Fotografie

    Het hek van de dam

    Iedere beginnende band, zwoegend op covers in de garage, zal graag in de schoenen staan van De Kast. Zij hebben de zelfkant van de roem geproefd. Zijn begonnen als de spreekwoordelijke krantenbezorger om op te klimmen tot miljonair. En alles hebben ze gedaan op eigen kracht. Wel hier en daar met enige hulp van een ervaringsdeskundige, maar ze hebben hun eigen identiteit altijd bewaakt en gewaarborgd. In eerste instantie dachten de jongens groots en hadden ze niets met regionale acts. Maar toen filmregisseur Steven de Jong hen vroeg de titelsong voor één van zijn rolprenten te schrijven was het hek van de dam. Het werd het meest bekende nummer van de Friezen. Daarna zouden er naast het Nederlandstalige repertoire nog vele Friese composities volgen. Het verhaal is bekend en staat nog eens dunnetjes overgeschreven in dit boek van Harry de Jong. De speelse tekst wordt nog verlevendigd door talloze foto’s van optredens en groepsportretten uit eigen archief. We zien de jongens in beeld opgroeien en in hun rol als bekende Nederlander vallen. En natuurlijk is voor de liefhebbers een uitgebreide discografie aan de biografie toegevoegd. Want daar draait het natuurlijk allemaal om: de muziek.

    Op eigen kracht, 30 jaar De Kast. Tekst Harry de Jong. Uitgeverij Louise, 2023.

  • De evangelist Wilkens hangt een bord uit voor de beerenburg

    Met het beerenburg evangelie wil Piter Wilkens zijn passie voor de kruidendrank over de wereld uitgieten. Te beginnen in Friesland, Fryslân, de provincie waar hij is geboren en getogen. Hikke en tein zoals de Friezen dat zelf zeggen. Om die goede boodschap te verspreiden heeft hij journalist Harry de Jong als geschiedschrijver in de arm genomen en fotograaf Niels Westra als plaatjesmaker erbij betrokken. Het trio Pieter, Harry en Niels trekt door stad en land om de wortels van kruid en drank te zoeken en te vinden. Van de bevindingen en uitkomsten stellen ze een boekje samen, dat onlangs is verschenen bij Uitgeverij Louise in Grou.

    Passie voor de beerenburg

    Het lijkt alsof de achtergrondinformatie Piter in de mond worden gelegd door de schrijver. De feitelijkheden lijken zo uit een naslagwerk of geschiedenisboek te zijn overgeschreven. Maar misschien is Pieter naast begeesterd muzikant en gepassioneerd drinker ook wel een wandelende encyclopedie. Want ergens verderop in het boek lees ik dat hij belangrijke historische data precies in z’n hoofd heeft door zijn natuurlijke interesse voor geschiedenis. Bij elke voor hem belangrijke datum zoekt hij een feit dat alles in een historisch perspectief zet. Veel van deze voorbeelden doorspekken de teksten. Het geeft een duidelijk zicht op de historie van waaruit het drankje is ontstaan. Want er is door de schrijver veel onderzocht en uitgespit, dat is hem wel toevertrouwd als verslaggever. Wilkens is, vanwege zijn passie voor de beerenburg, de kapstok om de jas aan op te hangen. Een droge opsomming van de gegevens zou een gortdroog verhaal opleveren, dat dan wel weer gelaafd kan worden met de kruidendrank natuurlijk. Maar in handen van De Jong is voor deze speelse opzet gekozen van duidelijke vraag en helder antwoord. Zo is een interessante en leesbare uitgave gemaakt waar iedereen wat aan heeft.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise

    Door een luchtige en lyrische manier van schrijven word ik meteen het verhaal ingezogen, en leest het boek zich in een ommezien uit. Nog voordat ik mijn derde glaasje heb ingeschonken ben ik al toe aan de recepten achterin het boek. Want de tekst maakt wel dorstig, althans krijg ik zeker zin in een slokje of wat. En dat is de bedoeling van ambassadeur Piter Wilkens, want er moet gedronken worden vindt hij maar dan vooral genipt: “Beerenburg is om te proeven, niet om te zuipen”.

    Beeldend beschrijven

    Het schrijven van Harry de Jong leest plezierig. In enkele treffende regels, puntige notities en spitse observaties, kan hij de romantiek van het moment vatten. Hij omschrijft wat zichtbaar en hoorbaar kan zijn daar en dan, laat daardoor de tekst tot leven komen. Ik zie de omgeving waarin Wilkens ronddwaalt op zoek naar de wortels van de beerenburg zo voor me. Soms lijkt de verbeelding wat overdreven, maar De Jong blijft ondanks alles de dichter wanneer hij poëtische omschrijvingen op papier zet. Met de foto’s van Westra daarbij wordt de zoektocht treffend geïllustreerd. Een beeldend beschrijven en een beschrijvend beelden. Zo is in en door het boek een levendige documentaire ontstaan, waarin de Friese troubadour op de voet wordt gevolgd.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise

    Halverwege het vierde hoofdstuk genaamd ‘De Fakkeldragers’ gaat De Jong schriftelijk helemaal los wanneer Wilkens stelt dat beerenburg ook rock and roll is. Dat is een kolfje naar zijn hand, zodat de schrijver de vergelijking kan doortrekken naar West-Texas. Daarmee zit hij zomaar zelf op de praatstoel en vertelt honderduit. Over Buddy Holly, Terry Allen en Joe Ely, want daar ligt zijn passie. Hoewel hij ook niet vies is van een slokje, gaat Harry helemaal voor de muziek; de blues, de rock’n’roll.

    Piter vergelijkt op zijn beurt het bedenken en maken van de beerenburg met het schrijven en componeren van een lied. Een song die een hit wordt, want de beerenburg is een topper gebleken. Wilkens is niet voor niets muzikant om deze overeenkomst te zien. Maar eigenlijk is hij dat niet, zegt hij zelf bescheiden. Geen zanger, geen gitarist, hij schrijft liedjes. Dat is zijn talent. “De vakkundig vormgegeven liedjes balanceren behendig op het snijvlak van Amerikaanse rock, blues en country”, typeert Harry de Jong Piters talent. “Maar dan wel met de visie van iemand die is geboren en getogen op het Friese platteland.”

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise

    De beerenburg doet Piter Wilkjens niet alleen naar de fles grijpen, maar ook naar de pen om enkele ballades te schrijven speciaal voor deze uitgave. Trekt Harry de wereld over om muziekcoryfeeën voor een gesprek aan de praat te krijgen, Piter doorkruist het landschap met gitaar en zang van eigen liedjes, terwijl Niels de omgeving onveilig maakt om deze fotografisch vast te leggen. Een bijzonder driemanschap, een trio dat als drie-eenheid zich buigt over het gedachtegoed van het “Fryske slokje”.

    Ontstaan en herkomst

    Bij dat verhaal over het ontstaan en de herkomst van de beerenburg worden allerlei voorvallen gesleept, die schijnbaar niets met het drankje op zich van doen hebben. Gebeurtenissen die op dat moment belangrijk zijn in de wereld, bijgezet worden in de geschiedschrijving door historici. Maar ook wetenswaardigheden die de reguliere geschiedenisboeken nauwelijks halen en dreigen weg te zakken in het moeras van de vergetelheid. Deze wijsheden maken het boek voor de lezer meer dan interessant, want door een verhaal over enkel de drank op zich zou de uitgave het formaat van een schrift hebben. Van het evangelie kun je nog wat opsteken, omdat de schrijver niet dieper in het glas kijkt maar verder dan zijn neus lang is. De toestand van de wereld blijft niet onbesproken. Het is een verkapte geschiedenisles, waarvan ik nog wat op kan steken.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise, Weduwe Joustra

    Dat slokje heeft zijn oorsprong overigens helemaal niet in Friesland. Er zijn wel Friese vaandeldragers, in het boek dragen ze overigens een fakkel om als een olympiër het vuur van de kruidendrank door te geven. Het zijn Friese distilleerders die hun kruiden mengen en op jenever laten trekken. Harry en Piter leggen uit hoe dat komt. Maar Hendrik Beerenburg maakte de mixdrank voor het eerst aan de Stromarkt in Amsterdam, ontdekten ze. Het vocht ging zijn naam dragen, maar het feitelijke recept nam hij in zijn graf mee. Daarom vult een ieder de fles op een eigen manier, er is dan ook geen enkele beerenburg die eenzelfde smaak heeft. Elke stoker geeft het een eigen karakter en sfeer mee.

    Geneeskrachtige planten

    Het trio toog eerstens naar de hoofdstad om deze informatie te vorsen. Ook gingen ze op zoek naar de kruiden die de beerenburg zo’n avontuurlijke smaak geven. Want het slokje is op de keper beschouwd toch simpelweg een kruidendrank met een voor de gezondheid heilzame werking. Want als we last hebben van een of andere ziekte, infectie, kwaal of virus, dan biedt Moeder Natuur ons genoeg middelen om de strijd aan te gaan. De beerenburg mag nu een genotsmiddel zijn, in vroeger dagen werd het gedronken bij verkoudheid en griep bijvoorbeeld. Het heeft een keur aan geneeskrachtige planten in zich om als drankje zomaar in de voorraad van een kwakzalver te belanden – met een ander etiket uiteraard. Voor Wilkens is beerenburg een drug, beter dan een lijntje snuiven of een naald zetten: “Je voelt je niet fit, gaat even liggen, neemt een paar borreltjes en gaat weer door. (…) Ik heb geen medicijn nodig, ik heb beerenburg.”

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise
    Fotograaf Niels Westra, uitgever Eddy van der Noord, evangelist Piter Wilkens en schrijver Harry de Jong bij de presentatie van het boek

    Om het boek extra kruidig te maken zijn de notoire drinkebroers Anker ingevoegd. Als fans van het eerste uur zetten zij deze drank in 1995 na een uit de hand gelopen avond stappen t in de beklaagdenbank. Het was de schuld van de beerenburg dat ze zichzelf te buiten waren gegaan vonden zij. Het slokje kreeg levenslang, ze stapten over naar jenever want dat houdt lijf en leden jong en de gedachten helder. In het boek komen ze terug op hun vernietigende oordeel en rehabiliteren de beerenburg.

    Het Beerenburg Evangelie volgens Piter Wilkens is vooral een goed uithangbord voor de drank. Een treffende pr voor de nog bestaande destilleerders die de kruidendrank brouwen. Welke kruiden ze precies mengen maakt het boek niet duidelijk, want dat is het geheim van de smid. Het wekt wel de nieuwsgierigheid op, maar er moet toch ook wat mysterie rond het verhaal blijven. Iedere drinker zal een andere kruid proeven, want je kunt de beerenburg proeven en drinken als wijn. Het aroma ruiken, het vocht nippen en door je mond rollen, de smaak tot je nemen voordat je het slokje doorslikt. De afdronk is het moment van euforie om in extase te raken voor de volgende slok. Drink bewust, geniet, maar drink met mate. En zelf kan ik dan nog wat zaken mengen tot een heerlijke cocktail, lekker bakje koffie of smaakvol gerecht met de recepten waar natuurlijk beerenburg een ingrediënt van is. Enigszins beneveld sla ik dan het boek dicht. Ik schenk nog een glaasje in. Proost!

    Het Beerenburg Evangelie volgens Piter Wilkens. Teksten Harry de Jong, fotografie Niels Westra. Uitgeverij Louise, mei 2022.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise
  • De ruige bolsters met blanke pit van de Friese rock’n’roll

    Rock’n’Roll in Friesland” is geen zwartboek van de muziek. Integendeel. Hoewel het kaft van de tegelformaat grote uitgave wel die kleur heeft, zwart. Dit zwart past bij het in de uitgave aangelichte genre in de muziek, dat wel, de schijnbaar duistere kant van een populaire stijl. In de volksmond het karikatuur van de losbandige en tegendraadse muzikant. Deze die de randen van het toelaatbare opzoekt. Het moet botsen en stoten. Een afzetten tegen een gevestigde orde. Maar niets is minder waar. Het is de buitenkant die door conservatief publiek is aangedikt. Publiek dat van een afstandje de blik afwendt en niets wil weten van deze muziekstroming die is opgekomen in een tijd dat alles anders had gemoeten. Ondertussen is het een klassieke vorm van de hedendaagse muziek. Doorstaat alle vooroordelen en tegenwerpingen.

    Rock’n’roll geen nostalgie

    Nergens op de vele bladzijden die het boek dik is vind ik dan ook maar iets terug van een verzameling negatieve voorbeelden, als zou de uitspraak die begint met ‘sex en drugs’ bevestigd worden. Er blijken nauwelijks romantische zijden aan de levensverhalen van de rockers die staan beschreven in het boek. Rock’n’roll schijnt geen romantiek te zijn, al is de rocker wel een gevoelig mens. De ruige bolster is de buitenkant, het beest op het podium. De blanke pit lees ik tussen de regels door, wanneer de interviewer dieper graaft in het zijn van die mens. Ook is rock’n’roll geen nostalgie, het is geen verleden maar heden. Wel kijken de rockers terug op hun leven. Maar zien niet om in weemoed, zijn trots op wat ze gedaan hebben en kijken vooruit op wat er nog kan. Een enkeling heeft wel spijt, omdat door de fanatieke levensstijl aan andere belangrijke zaken niet is toe gekomen.

    Het is hard werken om aan een top te komen, de dalen zijn diep en liggen vol stenen. De top is eenzaam, de val in het dal pijnlijk. Maar rock’n’roll is een manier van leven. De scherpe kanten worden niet bot, de tijd erodeert het leven niet. Er is niets of weinig anders dan dat te doen, een zijn als muzikant, het is een opdracht. Een gave, een talent. Rock, dat is ofwel dat zijn de zwarte bloedcellen die rollen in de aderen. De muzikant leeft ervan, hij is het. Hij, want de rocker is vooral van het mannelijk geslacht. Pas tegen de eeuwwisseling wagen dames zich op dit hellend vlak.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Zoveel wordt mij wel duidelijk wanneer ik de gesprekken met de tweeënveertig Friese rockers lees. Het boek is een kroniek van deze dwarse stroming in de muziek. Ik noem het geen bijbel, daar in Friesland vooralsnog geen heiland is opgestaan die de rock tot religie heeft verheven. Maar bijna zou je het wel een heilig boek kunnen noemen waarin de canon van de Friese rock’n’roll wordt bezongen.

    Geboren inspirator

    Rock’n’Roll in Friesland” vertelt dus tweeënveertig levensverhalen van evenzovele Friese rockers. Samensteller Robert Wielinga verhaalt in een inleiding tot de gesprekken over de aanleiding om dit boek te laten verschijnen. Zijn toevallige ontmoeting op een antiekmarkt in Leeuwarden met een oude rocker geeft de doorslag. Wielinga, met de fotocamera voortdurend in de aanslag steeds op zoek naar verrassende beelden, wil de ooit succesvolle muzikant maar al te graag portretteren. Daar slaat hij op aan, want al pratende over oude herinneringen en het leven in muzikale hoogtijdagen vraagt Wielinga zich af hoe het die andere rockers zal zijn vergaan. Hij wil weten waar ze nu staan, hoe het met ze gaat, waar kijken ze met trots op terug en waar hebben ze spijt van. Om dat te weten te komen gaat Wielinga niet zelf op pad, maar als gedreven organisator en geboren inspirator zet hij een groep specialisten aan het werk om vanuit hun vakgebied antwoorden te krijgen op zijn vragen. Het zijn namelijk niet de minste Friese journalisten, schrijvers en fotografen die hij voor zijn karretje weet te spannen.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Als samensteller en eindredacteur van het boek kiest Wielinga ervoor de rock’n’roll in Friesland tussen 1960 en 2000 een gezicht te geven, de lezer die jaren opnieuw te laten beleven. Want dat is het, een belevenis. De verhalen slepen je mee in die wereld. Al lezend waan ik me die fan in dat publiek, die hangt aan de lippen van deze ster waarvan ik alle ins en outs wil weten. Fanatiek knip ik de platen uit de muziekbladen en sla ze op in mijn plakboek. Jawel, ook ik deed dat toen. Vooral in de jaren 60 van de vorige eeuw, wanneer de rockers voor mij god zijn en de rock’n’roll een religie is. Toch wel. Op de knieën ging ik, danste los op de ruige muziek, in vervoering als luidruchtige meditatie. De verhalen in het boek laten die tijden herleven voor mij. Maar de goden blijken normale mensen te zijn. De religie een levensstijl. Buiten de muziek om echter is de levenswandel meestal verre van gewoon. Ook dat zijn is rock’n’roll. Het zit in het doen en laten, het weten en het geweten. De rocker is rock’n’roll. Hoewel het genre in de loop van de tijd onder druk van de commercie voor een breed publiek braver is geworden, blijft de rocker ruig en onaangepast in het diepst van zijn gedachten. Niet willens en wetens overigens. Het is een bewust onbewuste manier van leven. De rocker verliest in de loop van de tijd wel zijn haren maar niet zijn streken.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    De bovenlaag rockers in Friesland worden in het boek ruimschoots aan het woord gelaten. De beau monde, want het zijn vooral de bekende namen die stem krijgen. De elite van dit wereldje. Zoals de gekozen interviewers niet de minste zijn, zijn de geselecteerde geïnterviewden dat zeker ook niet. Hoewel het dus in de eerste plaats om de muziek gaat, komen de geschiedenissen van de ondervraagden ruimschoots aan bod. De lezer komt veel te weten over die wereldlijke muziekstroming in deze provinciale omstreken. Maar dat is niet het enige facet, om met rode oortjes de avonturen op en achter de bühne te lezen. Zeker zo lezenswaardig is de weg die naar het podium leidt, de achtergrond van de mens die niet anders kan dan voor het voetlicht te treden met gitaar, keyboard of drumstel. Zijn of haar gevoelens en ervaringen bij en in het leven uit in liedjes die met luide stem ten gehore worden gebracht. De beschrijvingen van de muzikanten zijn zo levensecht weergegeven alsof ikzelf die vragensteller ben en de geïnterviewde mij het hele hebben en houden voorlegt.

    Muzyk is as boerekoal

    Door de verhalen klinkt voortdurend de zin en de wil om muziek te maken. Hoewel het leven weleens al dan niet noodgedwongen een andere wending neemt, komt men toch steeds weer terug op het actief bezig zijn met de muziek als kunstvorm. Muziek als één van de grootste liefdes in het leven. Het geeft vrijheid en ontspanning. Het is een fantastisch avontuur. Maar ook is het afzien, de berg is hoog en je bent niet zomaar aan de top als je daar al ooit jou vlag kunt planten. “Muzyk is as boerekoal”, laat gitarist/zanger Eric Ennema freelance tekstschrijver Nynke van der Zee weten terwijl fotograaf Maartje Roos hem karakteristiek portretteert, “der moat earst in pear jier froast oerhinne. Pas ast echt wat te fertellen hast, wurdt it ynteressant.”

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Het boek is in vijf hoofdstukken verdeeld. Vier decennia en een apart deel voor de Friestalige rockers. Iedere tijdspanne van tien jaar wordt ingeleid door een historische kijk op die periode. Journalist en onder meer oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Rimmer Mulder is in de geschiedenis gedoken van Friesland en van de wereld op dat moment. Het geeft een interessant beeld van welvaart en maatschappij, waarin de gesproken rockers tegen de stroom inzwommen of waartegen enkelen zich in en door de muziek verzetten. En daarna blijkt in de gesprekken dat rock’n’roll niet alleen ruig dwars en zwart leer is, maar ook wel de meer zachte kant van de muziek laat zien als in folk of de melancholische blues.

    Na een serie besproken muzikanten, zij die boven het maaiveld uitsteken in de polder en het kale duin van Friesland – kwamen boven drijven op het Friese meer, is het woord aan de man die het mogelijk heeft gemaakt dat hun muziek niet op de zolderkamer of tussen de coulissen blijft hangen maar onder de mensen komt. Iedere periode heeft zo een eigen voorvechter die zich met hart en ziel inzet voor de goede muzikale zaak. De muzikant zelf komt aan deze randvoorwaarden niet toe, daarvoor zijn er de mogelijkmakers. Net als de beeldend kunstenaar een galerie nodig heeft om de kunst te verkopen. Zo heeft de muzikant producers, platenbazen, programmeurs en impresario’s nodig om de muziek aan de mens te brengen.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Niet elk muzikaal leven gaat echter over rozen. Die rozen blijken namelijk dan weer veelal vlijmscherpe dorens te hebben. Maar alle tegenslagen ten spijt wordt het bijltje er dan wel niet bij neer gegooid of de gitaar aan de wilgen gehangen, de handdoek in de ring geworpen. De rocker is een doorzetter. Ook al is er nauwelijks publiek voor zijn aaneengeregen noten. Het bloed kruipt nog altijd waar het niet gaan kan, de oude liefde vlamt op bij deze oude rockers wanneer de passie ter sprake komt. Algauw dus is na muzikale magere jaren het ware ambacht weer opgepakt en moddert men verder langs ’s heren wegen. Want vaak is niet het optreden heilig, maar is het samen spelen, improviseren en repeteren het hoogste goed. Ideeën uitproberen, nieuwe songs maken, stukken in de week zetten, dat is het spel zoals het gespeeld moet worden. Daar zit de kracht, de rest is bijzaak. Maar wel belangrijk, want de muziek moet gehoord worden. Het boek “Rock’n’Roll in Friesland” is daarbij, bij het gehoord worden, een onmisbare catalogus. Een uitgave die niet mag ontbreken in de boekenkast van de liefhebber.

    Rock’n’Roll in Friesland, 1960-1999, levensverhalen van 42 Friese rockers. Samenstelling en eindredactie Robert Wielinga. Uitgeverij Louise in samenwerking met Tresoar, 2021.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

  • De vier van Leeuwarden hand in hand over de finishlijn van de kunst

    Brothers in arts. Met het penseel als wapen. Kwast, doek en paneel het strijdtuig. Palet in de aanslag met verf op scherp schieten. Ten strijde trekken met kleur en vorm tegen de gevestigde kunstorde. Om de balans uit evenwicht te brengen. Eigenzinnig, tegendraads. Want het doet er niet toe wat je schildert, maar hoe je het schildert. Broeders in de kunst. Een vierspan voor de kar van het uiten. Om de wagen te trekken werken ze samen, maar wel op een eigen figuratieve weg. Dat is spannend, het geeft spanning. Friends in art and beyond. Persoonlijk zichzelf, maar een groep in de kunst. Samen hand in hand, zoals de vijf van Leeuwarden op de finishlijn van de Elfstedentocht in 1956. Toch laten ze zich niet verleiden tot elkaars stijl en techniek, echter zitten ook niet als los zand bij elkaar. Vinden de een in emotie, zoeken de ander in verbeelding.

    Een eigen houding

    Expressief en kleurrijk is het beeldmerk van zowel Horst Dijkstra en Anne Feddema, als van Henk Krist en Eddy Sikma. In het boek “Vierspanning”, vier Friese schilders. Ze hebben het er met elkaar over, dat spreekt. Al ruim 25 jaar lopen ze met elkaar op, schuimend langs de kaden van Leeuwarden. Het is een vrolijk viertal, een monter dubbel stel. Zo staan zij in de kunst, dat goed in de levenslustige verf zit. Bekeken vanuit diverse gezichtspunten, verschillende standen, een eigen houding. De een met een cynische grimlach, de ander met oog voor de kleine schoonheid. In letterlijke en figuurlijke landschappen staan de persoonlijke verhalen opgetekend. Humor, ironie en droombeelden. Kracht en spanning van kleurgebruik en vormentaal.

    Het boek laat het kunnen van de groep zien, de kunst van de vier schilders. Zo zijn ze beeldend aanwezig. Diverse teksten tonen de achterkant van die kunst, de persoonlijkheden die zich in beelden uiten. Ieder heeft een voorstelling in een interview. Vier kunstenaars, vier gesprekspartners. Een individueel beeldend uiten, een eigen geschreven tekst. Want de kunstenaars zijn een identiteit, maar ook de schrijvers zijn dat met een eigen invalshoek in de kunst. Zo zijn het speels en levendige verhalen, die het kunnen en zijn van de kunstenaars beschrijven. Kunstenaars in het geschreven woord hebben zich dan nog gebogen over een afzonderlijk kunstwerk en er in hun stijl een essay aan gewaagd. Vrije literaire reacties in de vorm van poëzie en proza. Zo krijgt het beeld in een ander vakgebied een denkbeeld.

    In een Friese context

    In een voorwoord gaat historicus Bert Looper in op de Friese kunst in de brede zin van het woord. Kunstenaars die aansluiting zoeken in de wereld om hen heen. Met cultuur en cultuurmakers in andere tijden en streken. Bezig om grenzen te verleggen en te doorbreken. “Niet vanuit een Friese context, maar wel in een Friese context. Vierspanning laat zien hoe vrij en creatief cultuur in Fryslân is in de verbinding en wederzijdse inspiratie van Europese regio’s, disciplines en generaties: Friese zee is Europese zee!

    Horst Dijkstra, Anne Feddema, Henk Krist, Eddy Sikma, Uitgeverij Louise

    Vervolgens gaat kunstcriticus en -curator Anna Tilroe langs de huizen en ateliers van de vier schilders, die al jarenlang studie maken van het licht en hoe het de wereld kleurt en vormt. Elk met een andere perceptie, die vier vrienden, een beleving waardoor ieders inhoud anders is maar niet tegengesteld. Het is in onze ogen niet het gangbare beeld van de wereld. Want kunst zaait twijfel, volgens Tilroe, “weten wij wel wat werkelijkheid is? Kloppen onze ideeën daarover wel? Of baseren wij ons daarbij op collectieve afspraken?” Met deze en andere vragen bevraagd zij de kunstenaars. En beschrijft in eigen woorden wat ze ziet, opmerkt en aanvoelt in de schilderijen die ze in de verschillende ateliers ziet.

    Vierspanning, het boek, geeft een nagenoeg compleet beeld van leven en werken van de vier kunstenaars. Schilders die “op hun eigen wijze schilderkunstige middelen en trucs inzetten om het platte vlak open te breken en ruimte te creëren voor hun visies en verhalen”. En Tilroe gaat verder, en ik citeer haar met genoegen. “We weten heel goed dat de zonsondergangen van Eddy Sikma, de desperate mensfiguren van Henk Krist, de grijnzende mutanten van Horst Dijkstra en de heerlijke tuinen van Anne Feddema gewoon verf op doek zijn en alleen in ons hoofd bestaan. Het zijn illusies, maar daarmee niet onschuldig. Ze bewerkstelligen immers telkens weer dat we bereid zijn om met die illusies mee te gaan.

    Eddy Sikma

    Op mijn manier mocht ik ook eens meegaan met de illusies van Krist, Dijkstra en Feddema. Het landschap van Sikma was voor mij een droombeeld, een visioen achter mijn oogleden als ik deze tot spleetjes toeknijp wanneer ik langs de velden ga of op de boot naar een eiland sta. Ik kende zijn kleurig geblokte havens van de galerie en het museum, van het bestaan van deze in het boek opgenomen expressieve wadlandschappen, vennetjes en slenken had ik geen weet. Ik kan me erin verliezen, verdwalen, erin opgaan.

    Wat te doen op aarde

    Met een mate van naïef aandoende bewogenheid penseelt schilder Henk Krist zijn werken. Mensfiguren bevolken een figuratief abstracte realiteit. Ik zag hulpeloze blikken in “Wat te doen op aarde”, in 2009. Het was toen een aanklacht tegen het uitzichtloze zijn van de wereld, dacht ik. In de blik schuilt het verhaal, dat wordt onderstreept door de handeling en het gebaar. Het zijn veel muzikanten die een plek in de eeuwigheid van Krist krijgen. En muziek is toch overwegend een bezigheid om je blij bij te voelen. De musici van Krist spelen alle de blues en gaan duidelijk gebukt onder die melancholie in driekwartsmaat. Een bezieling in mineur en daarmee prachtig in verf uitgevoerd. De geportretteerde mensen staren gelaten voor zich uit, de blikken staan op oneindig, de beweging is stil gezet. Het figuur is figurant in de opvoering van het toneelstuk dat leven heet. Het leven is in de ogen van Krist theater, waarbij achtergronden niet anders zijn dan toneelkleden en decorstukken. Wat te doen op aarde, speel het spel en vermaak de wereld. Maar het vermaak is dat van de pierrot, ernstig en met de traan nader dan de lach.

    Henk Krist

    In het “Selskykje” liet Horst Dijkstra zichzelf aan mij zien. Niet fysiek of tastbaar in beeld, maar tussen de verfstreken door kon ik zijn wezen herkennen. Ik schrijf augustus 2020. In het werk las ik het verhaal dat hij in de kunst niet wil vertellen. Zijn kunst heeft geen boodschap. Het is er en wil er zijn, het is goed wanneer de maker er tevreden over is. Het is een zoektocht, want het beeld is niet meteen voor ogen zoals het in de geest gezien is. Het schildersvak is een avontuur. De historie blijft in lagen in het schilderij aanwezig, is gearchiveerd. Want totdat het juiste beeld is ontstaan gaan er diverse aan vooraf, wordt het kunstje alsmaar over gedaan. Ieder paneel heeft een eigen verhaal, want Dijkstra is wel een verteller. Een verhalenverteller zonder boodschap. Hij stoeit met menselijke emoties en relaties, bekijkt de wereld met een grote dosis humor. Relativeert de werkelijkheid, een glimlach kan ik niet onderdrukken. Zijn naïeve manier om abstractie in het realisme te brengen is grillig en bij tijd en wijle potsierlijk.

    Horst Dijkstra

    Meerdere malen wandelde ik mee met Anne Feddema. Hij is een kundig schilder schreef ik in 2016, maar had daarvoor al verschillende keren kennis gemaakt met zijn werk. In “eden en daarbuiten” zag ik hem terug liggend in het hoge gras, fluitend naar de flora en de fauna in eigen tuin. Die schoonheid zet hij op in expressief prachtige platen. Feddema is geen bioloog, hij determineert de planten in zijn tuin niet en noemt ze nergens bij name. De juiste weergave van de begroeiing van zijn hof doet er niet toe, wel belangrijk is het gevoel dat hij bij het onderwerp heeft. In de verscheidenheid van het terrein dient zich altijd wel ergens een vondst aan, een detail dat liever onopgemerkt was gebleven. Met een breed gebaar op groot formaat, maar in getoonde kleinere werken overtreft hij zichzelf. Daarmee is hij terug bij af, in dat handwerk terecht gekomen waar hij goed in is. Gewoon schilderen – doek op de ezel, palet aangemaakt, inspiratie en verven – heel normaal.

    Anne Feddema

    Langs ‘s Heeren wegen

    Vijf jaar later neemt Feddema mij aan de hand mee door zijn wereld. Ik voel me, zolang ik de composities mag bekijken, zijn hond aan de riem die met hem meegaat op tocht. Al wandelend beleeft hij de vorm, het ritme en de kleur in de omgeving. In “kuierljocht” droomt Feddema zich de wereld nadat het is gezien. Feddema beeldt zich in een hoek of aan de rand van de beeltenis af als wandelaar met hond, de pet op, of als schilder, achter de ezel of tekentafel. Als een persoonlijke handtekening onder het werk. Maar het draait niet om de man met hond of de man achter ezel, het is het moment van gaan. Gaan langs ’s Heeren wegen, als eenzame monnik in stilte genietend van de natuur. De details worden opgemerkt wanneer je aldus contemplatief door de wereld gaat. Je ogen de kost geeft. De blik van Feddema vreet de omgeving. Kauwt en herkauwt het om een aangenaam beeld uit te spuwen. Het beeld is niet altijd zo gezien, maar wordt gevormd door de indruk die de kunstenaar er op het moment en later bij uitwerking ervan heeft. ‘De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas, met stralend oog en blijde zin.’ Deze beginregels van een bekend oubollig marsliedje komt in mijn gedachten klinken bij die kleurige beeltenissen van Anne Feddema. Hij ervaart een wereld op zijn wandelingen en maakt mij op een vrolijke manier daarvan deelgenoot.

    De vier mannen toonden recente werken in Obe, het podium voor literatuur, kunst en taal in Leeuwarden. Het boek “Vierspanning” is daarvan de catalogus. In de loop van dit jaar zullen deze schilderijen in combinatie met werken van nieuw Noordelijk talent te zien zijn in Afslag BLV, de dependance van Museum Belvédère in Heerenveen.

    Vierspanning, vier Friese schilders: Horst Dijkstra, Anne Feddema, Henk Krist, Eddy Sikma. Uitgeverij Louise in samenwerking met Tresoar, 2022.

    Horst Dijkstra, Anne Feddema, Henk Krist, Eddy Sikma, Uitgeverij Louise