Categorie: Media

  • Dit album moet op de top

    Top Hole Records, las ik, heeft de muziek van het iconische jaren 70 album “Groeven uit Heerenveen” online gezet. De uitgeverij van Josh Haijer, zelf ook geen onverdienstelijk muzikant, vond het tijd dat de tracks op het verzamelalbum na 46 jaar niet alleen voor de liefhebber maar voor iedereen te (her)beluisteren zouden zijn. Het neusje van de toenmalige Heerenveense muziekscene trad aan voor de opnamen in jongerencentrum Pakhuis en de Blue Tape Studio. Het album was omstreden, niet om de muziek want dat zou een goede reden geweest zijn, maar om de foto op de hoes. Het standbeeld van Fedde Schurer aan het Gemeenteplein in Heerenveen zou daarvoor misbruikt zijn. Het had een pruik op gekregen en hield een bord vast met de titel van het album. De maker van het beeld was not amused, maar Fedde zelf had er waarschijnlijk smakelijk om gelachen. Maar goed, al de platenhoezen met die afbeelding moesten na het bepalen van een dwangsom uit de handel worden genomen en de schijf kreeg een andere omslag. Nu, in 2025, heeft de muziek weer een ander beeld toegemeten gekregen. De verdwenen watertoren, nog aanwezig in 1979 en op de gewraakte hoes, is met hulp van AI van onder af gezien. Twee armen komen uit de stoep en bespelen een Spaanse gitaar. Geen vuiltje aan de lucht. De oude hoes ligt nog ergens bij mij op zolder, een collectors item.

    Opgeruimde liedjes

    Maar wat brengt mij tot deze nostalgische inleiding. Op die bewuste plaat prijkt een nummer van Eddy Koetsier dat mij tot de verbeelding spreekt. Een protestlied dat na al die jaren nog steeds niet aan kracht heeft ingeboet. Ik denk dat het even representatief is voor het populaire muzieklandschap als Maternité van MAM dat is voor de experimentele klankpop. Die song, Hilversumse Kliek, heeft Eddy opnieuw opgenomen en gedigitaliseerd. Ik vind deze nieuwe versie terug op de cd “Nabloeier” de dato 2023. Was de originele versie met de Haagse band Fairy Tale, Eddy doet het later nogmaals met zijn makker van het eerste uur Ad Bos. Samen spelen ze in de studio aan huis alle instrumenten in en maken er een speelse song van, als dat het al niet was. “Mijn hele leven lang maak ik al muziek / nooit was het wat voor de Hilversumse kliek / maar ik geef de moed nog lang niet op / dit nummer moet de top.”

    Opgeruimde liedjes. Van jonge mensen, de dingen die voorbij gaan. Met een vrolijke blik omkijken. Niet terug zien in wrok maar vooruitzien met levenslust. Want het is geen zaakje van back to memory lane, al zou je dat na al die jaren wel gaan denken. Zangers als Andre Hazes en Marco Schuitemaker kunnen hier nog een punt aanzuigen; de oude knarren weten hoe een hit op te bouwen en samen te stellen. Alleen jammer dat die Hilversumse Kliek er geen oren naar heeft, want dit album moet naar de top. Eddy en Ad verdienen het. Liefdesliedjes verkopen, levensliederen doen de kassa rinkelen. Mogen de songs van “Nabloeier” dan goed in het gehoor liggen, ze hebben geen hitpotentie zolang ze door de dj’s van radio en tv worden genegeerd.

    Luchtig album

    “Nabloeier” is een luchtig album, waarin de nestoren van de Heerenveense popmuziek jonger klinken dan ooit tevoren. Menig nummer roept de sfeer op van een Bob Bouber en Joop Stokkermans in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Gewoon vrolijk en ongecompliceerd. Zoiets als “Kleine kokette Katinka / kijk nog eens één keertje om / zo stiekempjes over je schouder / je ma merkt het toch niet dus kom.” Wel worden de min of meer eenvoudige teksten op “Nabloeier” doordacht ondersteund met virtuoze arrangementen. Waar een orgel op de plaats is klinkt deze, of een oosterse instrumentatie wanneer de tekst dit verwacht. Ook zijn er diverse creatieve tempo wisselingen en ontspannende intervallen. Er is veel aandacht besteed aan de muziek waartegen creatieve woordspelingen zijn gezet.

    Eddy Koetsier, aka Eddy O’Kaye, speelt met taal in vooral songs die over liefde en leven gaan. Koetsier en Ad Bos, aka Whizzy Adrian, zijn geen laatbloeiers, allesbehalve. Maar zij bloeien na in de herfst van hun muzikale leven. En die bloei is kleurig, en weelderig. En het is vreemd dat dit in Hilversum nauwelijks wordt opgemerkt. Daarom is dat protestlied over die Kliek nog telkens actueel. En zingt Eddy uit volle borst: ‘ik hoop dat je het mooi vindt, ik heb er mijn best op gedaan’. Want O’Kaye en Whizzy nemen hun werk serieus. Ze pingelen er niet zomaar op los, hoewel sommige songs wel de sfeer hebben van feestmuziek als behang op een bruiloft. De tekst is minder belangrijk als wel het swingen van de muziek.

    Vindingrijke liefdesliedjes

    Op “Nabloeier” echter is het woord evenwel net zo belangrijk als de muziek. En de combinatie stemt vrolijk en ruimt de donkere tijd waarin we nu leven op, licht het bij. Niet dat Koetsier en Bos niet verder kijken dan hun neus lang is, maar ook een negatieve sfeer als in Oena Luna, het meisje aan lager wal geraakt, wordt in de positiviteit getrokken. “Hey Oena Luna, hoe kon het zover komen / je zuipt weer en je liegt en bedriegt / je staat altijd rood / je eindigt zo nog in de goot / roder dan rood, ik heb je nu wel uitvergroot”, en dan op een meer dan optimistische toon en met een uiterst vrolijke noot. Look at the bright side of life, ook wanneer je aan het kruis hangt.

    De speelruimte die Koetsier zichzelf geeft om 13 in een dozijn teksten creatief aan te kleden zorgen voor vindingrijke liefdesliedjes. In diverse songs rijmt hij als Drs P. de humor aan een serieus onderwerp. En wordt de toon dan al te ernstig dan heffen levendige noten dit weer op. Altijd blijft de zonnige kant van het leven in zicht, ook al verdwijnt die zon soms achter de wolken Eddy weet de cumulus eenvoudig weg te blazen en het licht door te laten breken. In “Nabloeier” branden Koetsier en Bos nog even fijn na. Zetten geen punt achter de carrière, maar een vette puntkomma. Of eigenlijk een dubbele punt, want er zal ongetwijfeld meer volgen. Eddy Koetsier zit nog vol inspiratie om teksten te schrijven en muziek te componeren. Ad Bos zal maar wat graag achter de toetsen en de knoppen plaats nemen om een en ander in goede banen te leiden.

    De mannen hebben in hun loopbaan het oor goed te luisteren gelegd en eten van allerlei muzikale walletjes mee. De invloeden zijn vermengd tot de zonnige sound die dit album kenmerkt. Je herkent allerlei maar weet het nauwelijks thuis te brengen. En dan is daar ‘Something’ van The Beatles in een wel zeer losse Nederlandse vertaling. “Je vraagt me of mijn liefde groeit / je weet maar nooit, je weet maar nooit.” Even opgewekt als die andere song van George Harrison: ‘Here comes the sun’. Want de zon komt bij Koetsier op in ‘’s Morgens’ en straalt in ‘Als ik jou weer zie’ en ‘Hemelsblauw’. Goedmoedige liefdesliedjes, die zelfs verloren en onbeantwoorde liefdes door een roze bril laten bekijken.

    Het doet in de verte denken aan, ik krijg fluisterend in gedachten, het album “Hoezo jeugdsentiment” van Neerlands Hoop met vrolijke arrangementen van nostalgische liederen. “Nabloeier” betreft allemaal eigen origineel werk, maar heeft wel die eigengereide opgeruimde sfeer. Staken Bram en Freek de draak met Hollandse hits, Eddy en Ad steken de loftrompet over het Nederlands taalgebied. Zij behandelen het even creatief als de dichters van het lichte vers en het plezierdicht. Ze kunnen er zo mee het podium op en trekken ongetwijfeld volle zalen ware het niet dat de kruiwagen een lekke band heeft en de plugger ziek thuis zit. Het genre is eigenlijk niet goed te plaatsen. Er is geen vakje passend voor deze stijl om in te zetten. Het heeft een heel eigen karakter. Te uniek om op te vallen of boven het maaiveld uit te steken. Ze maken hun hele leven al muziek, maar worden genegeerd door de Hilversumse Kliek. Maar wat mij betreft horen deze nummers aan de top.

    Nabloeier. Eddy O’Kaye & Whizzy Adrian. Beatybee Publishing, 2023.

  • Sido Martens zet een punt: ZIEZO

    In de introductie adviseert hij mij de 75 liedjes op zijn album ZIEZO te doseren. Om het beluisteren uit te smeren over een aantal dagdelen verdeeld over een periode van weken, desnoods maanden. Dit om ‘oververmoeidheid van gehoor en overprikkeling van de geest te voorkomen’. Echter ben ik dwars, altijd al geweest, en neem een overdosis – gewoon omdat het zo lekker is – om in een roes te komen waarvan ik niet out ga maar juist heel high wordt. De liedjes van Sido Martens namelijk zijn uitstekend te verdragen, liggen makkelijk in het gehoor. Ik raak daar absoluut niet oververmoeid van en heb mijn cd-speler op repeat gezet zodat de 75 liedjes 150 songs worden en 225 composities.

    De lijst wordt echter geen muzak, het verlaagt zich niet tot behang of arbeidsvitaminen. De liedjes blijven sterk en houden me bij de les. Zelfs door ze vaker te horen en nog eens te beluisteren verdiepen deze zich, raken de ziel van mijn geest. De teksten schijnen eenvoudig, maar roeren de kern van het wezen. Woorden die er niet toe doen zijn weggeschreven, de essentie van het zijn is gebleven. Martens zingt waar het op staat. Hij maakt een punt en zet een punt; achter zijn carrière!?

    Geestig maar veelal stekelig

    Hij is een zingende dichter. De tonen zijn de begeleiding van de woorden. Martens declameert de teksten meer dan dat hij deze op toon zet, met enkele maten ondersteunt hij deze regels. De teksten zijn minder gezangen, doen mij denken aan de psalmen die in het klooster nauwelijks melodie hebben. Daardoor is het accent gelegd op de betekenis en minder op de versiering. Daarom garneert Martens zijn oeuvre met instrumentale verzen, liedjes zonder woorden die echter veel verhaal hebben. Als rustpunten in een gedicht, lege regels om even stil te staan, bij stil te staan. Moment van contemplatie.

    Het zijn puntige teksten, geestig maar veelal stekelig. Over het leven, het zijn, de wereld, de liefde. Spitse composities om een reden. Minimale orkestratie heeft een oorzaak. De arrangementen zijn kort en bondig, want op de ZIEZO compact disc moesten wel 75 nummers komen terwijl er in totaal maar 80 minuten muziek op past. In amper 60 seconden maakt hij zijn punt met weinig omhaal van woorden of zelfs zonder woorden. Een enkele keer heeft hij meer woorden nodig om sterk uit de hoek te komen, dat zij hem vergeven. “Geen eindeloze intro’s, herhalingen of terugkerende refreinen, of soms ook overbodige solo’s, laat staan oneindige fade outs.” Het vrije vers in handen van Sido Martens is ingedikte liedtekst, en zijn al met al misschien wel meer waardevol nog.

    Klein en fijne liedjes

    Voor dit album, dat zijn laatste zal zijn zo veronderstelt Martens zelf, schreef hij 75 nieuwe teksten en maakte 75 nieuwe composities. Vanaf november 2023 peddelde hij bijna elke middag naar zijn oude caravan op een boerencamping in de buurt van Leeuwarden, lees ik op de website van Folkforum. “Daar prutste ik met tekst en frunnikte met akkoorden op mijn oude, gebutste en half versleten Harmony Sovereign gitaar uit de jaren zeventig. Want die wilde ik per se gebruiken, dat is mijn vertrouwde vriend en aloude compagnon. Mijn streven elke middag een liedje te fabriceren en op te nemen lukte grotendeels. Een digitaal opnameapparaatje en een paar microfoons en hup opnemen maar. Kale, sobere versies. (…) Omdat het meer en meer winterde besloot ik de zaak thuis verder af te maken, op de comfortabele zolder van onze doorzonwoning. Ook daar hetzelfde recept: pielen tot het wat werd. Ook veel demootjes beluisterd van nieuwe liedjes die ik eerder dat jaar maakte. Kijken en luisteren of er bruikbare dingen tussen zaten. Al met al na veel gedub en proberen 75 liedjes, muziekjes of nummers, hoe je het maar wilt noemen, opgenomen.” In de caravan zijn de liedjes klein en fijn, op de zolder meer uitgebreid en gearrangeerd met gastmuzikanten.

    Mijlpaal van driekwart eeuw

    Hoewel de zanger ook een begenadigd instrumentalist is, geeft hij op dit album toch de voorkeur aan het vocale vertolken. De muziek is, hoewel op de meeste bewerkingen, een virtuoze ondersteuning. Een bedje klanken waarop de zang zich prettig vleit. Om het aantal van 75 liedjes op een enkele cd te passen zijn de songs bewust in een kaal arrangement gegoten. Minder is meer, zullen we maar zeggen. Met dit album wil Martens ten langen leste een eind aan mijn muzikale carrière breien. “Niet omdat ik geen muziek meer wil gaan maken, maar omdat het toch veel gedoe is”, lees ik op Folkforum. “Ik wil dat zelf, jazeker, ik haal het mezelf op de hals. Komt omdat ik het veel te mooi, te kostbaar en ook gewoon fijn vind met muziek en tekst bezig te zijn. Ook dat het hier en daar gewaardeerd wordt wat ik maak en doe. Heel veel anders kan ik ook niet.

    De cd is echter maar een part van het album. Wel belangrijk want het markeert de 75 jaren dat Martens op deze aarde vertoeft. Dit jaar heeft hij deze mijlpaal van driekwart eeuw behaald. Om dit te vieren is er ZIEZO in de betekenis van klaar en af, gedaan, volbracht, punt er achter. Maar dit laatste deel heeft een open einde, want de muzikale schrijver doet wel de deur dicht maar draait deze niet op slot. De reeks albums heeft een open einde, er kan nog een aflevering aan worden toegevoegd. Voor nu is het ziezo en tot ziens, maar volgend jaar of daarna kan het best hoezo ziezo zijn. Het is afwachten, maar ik zie hoopvol de toekomst tegemoet.

    Haren kwijt maar niet zijn streken

    En eerlijk, dit album is mijn eerste kennismaking met de muzikant Martens als solo-artiest. Al wel ken ik zijn schrijven van boeken, maar mijn muzikale kennis was niet ruimer dan zijn deelname in de band Fungus. Ziezo is voor mij dan ook een inkijk in het oeuvre en de start om meer te horen en te kennen. Pas nu in 2024 smaakt het naar meer en zal ik mijn bord volscheppen met het andere werk van Martens. Het water loopt me bij voorbaat al uit de mond, het fluistert mij in de oren. Overigens op die eerste plaat van Fungus is ook al de virtuositeit van de instrumentalist Sido Martens te horen. Tussen de actueel bewerkte volkswijzen is zijn lied zonder woorden te horen, misschien wel de beste song van de hele plaat. Maar dat was toen, hoewel de man onlangs met vrienden – een reünie van de aloude band zat er niet in – het 50 jaar geleden gelanceerde Kaap’ren Varen voor een eenmalige uitvoering onder het stof vandaan heeft gehaald. Na die mannen met baarden raakte Sido al snel zijn haren kwijt maar niet zijn streken. Hij is een periode uit de running geweest, maar telde wel serieus mee in de rensport – Martens was een gezegend hardloper. Maar bloed kruipt waar het niet kan gaan, de muziek zit hem in de genen, het is zijn DNA. Dus in eigen beheer is een ruime discografie opgebouwd en daarnaast schreef hij nog een aantal boeken vol. En nu kijkt hij dan om en overziet, en ik kijk over zijn schouder mee en leg mijn oor belangstellend te luisteren.

    Kleurenhoutdruk als inlegvel

    De cd, het schijfje met gat in het midden, is gestoken in een plastic hoesje geplakt op de binnenkant van de omslag van het boek. In dat boek verantwoordt Martens deze uitgave en zijn alle teksten van de liederen afgedrukt. Verder tonen foto’s details van de instrumenten die Martens bespeelt en stelt hij zijn medestrijders in de muziek voor. De opgebouwde serie lp-, cd-, single-, cassette- en boekuitgaven krijgen aandacht. En er wordt interesse gewekt voor de maker van de kleurenhoutdruk dat als inlegvel bij het boek meegaat, de kers op de taart. Beeldend kunstenaar Siemen Dijkstra maakte speciaal voor ZIEZO een ontwerp en drukte deze in een oplage van 75 stuks af: de onzichtbare zanger. Tot overmaat van informatie staan achterin het boek enkele QR-codes om de kennis nog uit te breiden of op te halen. Zo kunnen onder meer gemiste tv- en radio-uitzendingen nog eens worden bekeken en beluisterd.

    En terwijl een ieder in deze periode het oor te luisteren legt om deze of gene Top 1000 te horen, want ieder zichzelf respecterende radiozender heeft wel een verzameling all-time classics aangelegd, zet ik weer en nog eens de cd behorende bij ZIEZO op. Om de 75 songs van Sido Martens te beluisteren. Een muzikale staalkaart van het kunnen van deze vreemde eend in de bijt van de Nederlandse popmuziek. Vreemd, omdat hij zich niet wenste te conformeren aan de mores, zijn eigen ding wilde blijven doen. Zo heeft hij eigenwijs en onafhankelijk een persoonlijk repertoire opgebouwd, zijn eigen The Real Book.

    Nu telt hij de knopen aan de jas van zijn leven. Hij is alles behalve verzadigd en staart niet vanachter de geraniums inspiratieloos uit het raam. “Maar de tijd knaagt. Roest zit altijd op plekken die je niet ziet. Hooi broeit van binnen naar buiten. Het lekt meestal waar je niet zoekt”, aldus bespiegelt Martens het zijn in een voorwoord, het leven, zijn bestaan. “Beetje spelen blijf ik doen, af en toe optreden ook best leuk.” Een kunstenaar met pensioen is een dode kunstenaar. Het heilig moeten houdt het vuur brandend. De geest in de fles moet eruit. Hoezo ziezo?

    ZIEZO. Sido Martens. Boek, cd & houtdruk. Uitgave in eigen beheer (Ren Pen Produxies), 2024.

  • In het landschap van Frits ben ik een stomme koning

    Er zijn kunstenaars muzikant. Beperken zich niet slechts tot een enkele kunstuiting, maar wenden meer instrumenten aan om zich te manifesteren. Er zijn muzikanten kunstenaar. Acteurs ontdekken op latere leeftijd dat ze redelijk verdienstelijk schilderen. Dat wisten ze hun hele werkbare leven al, maar lieten het ene het andere verdringen of juist niet. Iedere artiest kan van meerdere markten thuis zijn om een rechtgeaarde kunstenaar te heten. Zich niet richten op één vaardigheid, maar zich geïnspireerd toeleggen op meerdere kunstzinnige vlakken. Niet iedereen met dezelfde kwaliteit, er is nu eenmaal kaf onder het koren. De meest vruchtbare korrels worden op natuurlijke wijze geschift van de grote gemene deler. De echte Kunstenaar die muzikant of acteur is, of schrijver, staat zich daar niet op voor. Het is een gave die gedeeld wordt om niet, gewoon omdat het moet. Een heilig moeten.

    En is een kunstenaar dan muzikant of andersom, want wat is er eerder de kip of het ei, dan zoek ik in beide uitingen een overeenkomst. Is de klank te vinden in het beeld, het beeld in de klank. Of staat de klank lijnrecht tegenover het beeld. Laat de kunstenaar als muzikant andere inspiraties toe. Is de klank een uitvlucht op het beeld. Hoor ik het beeld terug in de muziek, zijn de noten tonen voor de klankkleur van het schilderij, de tekening of het beeldhouwwerk. Vind ik de sfeer van de muziek terug in het gevoel bij het beeld. Is de muzikale compositie een echo van de kunstige creatie. Spiegelen beide uitingen zich of staan deze juist als tegenpolen van elkaar.

    Luistermuziek

    In de nummers op de cd van FRITS, Mute King, verbeeld ik mij het aanschouwelijk vermogen van de muzikale kunstenaars te horen. De songs zijn zodanig gearrangeerd dat ik in de orkestratie van de diverse instrumenten beeltenissen voor ogen krijg. In het landschap van geluiden doemen beelden op, zoals uit de mist figuren verschijnen. Je moet er moeite voor doen, de ogen scherp stellen om door de lage wolken te kijken. Het gehoor aanscherpen om beelden voor ogen te krijgen. De muziek van FRITS is geen behang, het is luistermuziek. Je gaat er voor zitten, niet om het als achtergrond weg te wuiven. Het omgeeft je, het is alsof ik in de studio bij de opnames aanwezig ben. Of dat de band bij mij in de kamer staat te spelen. Zo vriendelijk eigen en herkenbaar persoonlijk is de muziek. Het neemt me op in het landschap van klanken. Over de velden klinkt een gezongen tekst die aandacht verdient om te begrijpen, te vatten en te ervaren.

    Iedere song is een genot om naar te luisteren, door de eenvoud die uit de klanken spreekt. Het heeft een gedragen karakter, een welhaast plechtstatige aard. Na meerdere keren beluisteren beklijft het en kan ik de woorden welhaast meezingen. Hoewel de instrumentatie beperkt is weten de heren daar toch een doorwrocht werk uit te arrangeren. Met hulp van de vierde man bij het oorspronkelijke trio komen andere klanken naar voren, als uit een harmonica of een voorgeprogrammeerd toetsenbord. En weet de toetsenman een aardige staal aan diverse sounds uit zijn keyboard te toveren. Gesteund door een creatieve slagwerker, die niet enkel knap het ritme vasthoudt maar ook virtuoze loops voortbrengt, kabbelt het gitaarspel voort om zo nu en dan in een solo uit te barsten. Maar nergens pakt iemand of iets de boventoon, neemt meer de aandacht dan de rest. Niet dat het klankveld daardoor een stroperige brij wordt, een ondoordringbare kost, de muzikanten weten het geluid namelijk open te houden. Open zoals de kunst van de heren dat aan de oppervlakte is, duiken zij met de muziek de diepte in. En ik laat me met plezier onderdompelen.

    Autonome vormen

    In handen van toetsenist René Korten is zijn afgebeelde compositie onderweg. De compositie als in een schilderij. In de stilstand van het gekaderde linnen of het vel papier is beweging op te merken, een spanning te voelen in de verf. De composities laten zich niet eenvoudig omschrijven. Korten’s schilderijen spreken in hun veelkleurigheid en vormentaal voor zich. Behoeven geen uitleg. Het zijn zelfstandige afbeeldingen, autonome vormen, die buiten de werkelijkheid staan en daardoor zo wonderlijk echt lijken. Uit de verf laat Korten een valse realiteit ontstaan. Het is er niet, want het is natuurlijk alleen maar modder op een doek. Maar het lijkt toch te bestaan, als afbeelding van een onderbewustzijn dat verbanden legt met onbestaanbare elementen en realistische details.

    Daarnaast zijn de geschilderde landschappen van gitarist en bassist Frank Anderson realistisch, geven meer de werkelijkheid weer. Althans een gedachte realiteit, een gedroomde werkelijkheid. Die wel handvaten geeft alsof deze ergens waarheid zijn en op een moment beleefd kunnen worden. Uitgaande van het zijn abstraheert Anderson zijn beelden gaande langs de weg van de kunst. Hij groeit als het ware uit de werkelijkheid in zijn eigen waarheid. De fotorealistische vogelvrienden kunnen zo op hun vlerken vervliegen en verdwijnen in het niets van het kleurenspel. Zo lost mijn gedachte op in het klanklandschap van FRITS, want vocalist, gitarist en slagwerker Paul François weet er in zijn studio een enerverende mix van de afzonderlijke delen van te maken. Op zijn manier is hij ook landschappelijk beeldend, niet in de ruimte van het vlak maar in het vlak van de ruimte. In dat geschapen landschap ben ik graag.

    Buiten grenzen plaatsen

    Waarom haal ik de beeldende kunst van Korten en Anderson bij deze muzikale uiting? Welnu, om te schetsen dat beide richtingen in sound samenvallen. De muziek van FRITS is beeldend, zoals een kunstenaar dat enkel kan laten beleven. Want diep in zijn hart is François ook nog telkens de beeldenaar die hij was toen de heren elkaar op de Tilburgse kunstacademie troffen en besloten ook in de muziek tot figuratie te komen. Past die muziek in een hokje? Is kunst sowieso op de plek in een vak? Voor de beschouwer is het daarmee meer eenvoudig te verstaan en te begrijpen, wanneer de kunstzinnige uiting ergens onder geschaard kan worden. Dat je kunt zeggen het is expressionisme of kubisme, het is rock of jazz. In dit geval behoudt ik me het recht voor zowel de kunst van de heren als de muziek van de groep buiten grenzen te plaatsen. Het verdient een eigenzinnig adres in het landschap van het uiten.

    Bij de figuratieve muziek is de beeldende kunst terug te vinden op de cd-hoes van Mute King. Niet een werk van Korten of Anderson zelf, hoewel dat best stemmig op de plek zou zijn geweest. De groep heeft kunstenaar Arno Kramer verzocht zijn gedachten over de muziek te laten gaan en met een passende illustratie te komen. De beeltenis is niet de vlag waaronder het werk gaat. De tekening is een autonome vertaling van de inhoud. Het behoeft geen uitleg, zoals geen enkel kunstbeeld op zichzelf toelichting nodig heeft. Je moet het ondergaan, woordloos ervaren, stil luisteren en genieten. De stomme koning zijn in het landschap van FRITS.

    FRITS, mute king. Frank Anderson, Paul François, René Korten (& Ruud Verploegen). Hoestekening Arno Kramer. Eigen uitgave, 2023.

  • Niet terugblikken, wel retro presenteren

    In nuveraardich keunstwurk noemen we dat hier op het Friese land; in bjusterbaarlik wurkje. En dat is het, eigenaardig en wonderbaarlijk. In de merkwaardig poëtische Retrospectieven van spoken word-artiest Monique Hendriks kijk je niet letterlijk terug. Wel is de manier waarop zij haar dichterlijke werk presenteert retro. Een nieuw samenstel van woorden in een oude vormgeving. De gedichten kun je lezend bekijken door een zogenoemde stereoscoop, en tegelijk beluisteren door een cassetteband af te spelen. Twee materialen van toen, uit door de bank genomen de jaren 60 van de vorige eeuw, in een actuele cross-over. Het beeld op veertien kleine dia’s, zeven paar stereofoto´s, gemonteerd in een kunststof schijf. Dit schijfje past en kan draaien in een viewmaster. Daarbij de muziekcassette, een magneetband gebruikt als geluidsdrager in een speciaal daarvoor gemaakte kleine kunststof doos. Nog niet zolang geleden rondom en alom in gebruik, nu al weer verouderd en qua techniek achterhaald. Retro dus.

    Nieuwe manier om poëzie te presenteren

    Een eerste project bracht in 2022 zeven gedichten op verkleind formaat transparant in een dubbel perspectief, door de viewmaster tegen het licht te houden. Twee transparante foto’s om de in collagevorm gegoten plaatjes met beide ogen stereo te kunnen bekijken. Dat eerste volume was een experiment waar de improvisatie van afspat. De nieuwe manier om poëzie te presenteren was even wennen voor dichter Monique Hendriks en vormgever Lilia Scheerder. De plaatjes stralen eenvoud uit, de typografie laat de tekst dan nog goed lezen. Aan het beeld is aandacht besteed om de woorden leesbaar te houden. In de tweede editie van 2024 wordt dat minder, de vormgevers drukken een duidelijker stempel op het geheel. Naast Scheerder heeft Bas Berends zich over het artwork gebogen. En de dichter wil als kunstenaar teveel laten zien op een klein oppervlak, zodat de woorden wat naar de achtergrond raken waar het beeld boekdelen spreekt.

    Daarom is het bandje waarop de artiest en maker haar teksten inspreekt en technisch manipuleert een welkome toevoeging op de te bekijken beelden. De viewmaster is feitelijk de dichtbundel, niet op papier maar in figuratieve beelden gevat. Het geluid is de voorgedragen bundel, de performance in audio zonder video. De twee communicatiemiddelen samen maken een geheel. Het één kan zonder het ander, maar geeft dan geen compleet 3D genot. Als voordrachtskunstenaar komt Hendriks door het geluid op band beter uit de verf. Althans ze kan sprekender haar werk vocaal laten horen dan dat ik ze lees in de vorm waarin ze deze heeft gegoten. De viewmaster is een bijzondere manier om naar de collages te kijken, maar werkt minder goed om de tekst te beschouwen. En laat je dan het geluid meespelen dan is opeens alles veel beter te duiden.

    Studiotrucjes en bandmanipulaties

    Op een originele en excentrieke manier heeft Hendriks de tekst ingesproken. Met verschillende studiotrucjes en bandmanipulaties is ieder gedicht een soort van hoorspel geworden. Poëzie moet gelezen worden om het te begrijpen, over gelezen en nog eens weer gelezen in een eigen ritme, voordat het begrip indaalt en de tekst op zijn plaats valt – de betekenis ervan binnenkomt. De dichter die het werk voordraagt mist dan die platte dimensie, daar je niet meteen de reden kunt doorgronden. Eigenlijk zou de declamatie, het voorlezen uit eigen werk, enkele malen herhaalt moeten worden, overgelezen zodat de hoorders de woorden kunnen wikken en wegen. Na weer luisteren dalen deze beter in, hoor je meer in de herhaling. Dat is wat dus mogelijk is bij de voordracht van Hendriks. De band kun je meerdere malen afspelen, terwijl je de viewmaster doorklikt. De gesproken tekst is versiert door beelden en opgeleukt met geluiden.

    De regels door Monique Hendriks geschreven meanderen letterlijk over het beeldvlak en figuurlijk in de gedachte van de lezer. Over alledaagse dingen die daarmee verbijzonderen. Hendriks geeft een draai aan de aannemelijke betekenis waardoor het onbenoembare in duiding toeneemt. Onverwachte wendingen, creatieve uitkomsten. De woorden liggen wel lekker in de mond en kunnen smaakvol gehoord worden. Daarom en daartoe zou ik deze hardop moeten spellen om de uitleg te vatten. Zou ik mijn eigen stem over de zinnen laten gaan om de regels te horen en plaatsing van woorden te begrijpen. Dan kan ik de taal ontleden en reden en gevolg van Hendriks geest achterhalen om te begrijpen. Het is een spraak van symbolen, maar soms bij tijd en wijle ook minder hoogdravend dan hier nu gesteld. Eenvoudige gebeurtenissen die in deze zetting meervoudige voorvallen worden. Zoveel belang krijgen dat deze met verve de eeuwigheid ingaan.

    Een voorstelling van gesproken tekst

    De poëzie van Monique Hendriks leent zich goed voor een performance, een voorstelling van gesproken tekst. Het hoeft zich niet alleen op papier te verantwoorden, maar kan ook uitstekend als geluid zich manifesteren. Het is zelfs uiterst geschikt om voor te dragen, maar dan wel op de manier zoals zij dit ten tonele voert. De gedichten zijn composities, die als het ware op een notenbalk kunnen worden uitgeschreven. Het zijn stalen van muzikale teksten zonder dat er een melodieuze lijn onder zit. Het is een vers maar geen gezang. De grens tussen literair, kunst en muziek is broos en vervaagd in de tijd. Het geschrevene, het beeldende en het geluid vloeien samen tot een multidisciplinair kunstwerk. De handeling om het te beschouwen als terugblik in de tijd, retrospectief, geeft een ander perspectief op symbolen in de kunst.

    Retrospectieven

    Is Retrospectieven 1 nog een bundel gedichten, in de derde dimensie vertelt de dichter een verhaal zonder van poëzie proza te maken. De Retrospectieven omvatten haar kijk op het zijn van Angstige Eicel tot Het Laatste Oordeel via Kinderwens en Uitgroei. Gedachten bij een wezen, het is van zichzelf in het leven, op de aarde. De zeven korte poëtische verhalen in de eerste editie hebben elk een titel. Staan niet los van elkaar, maar ook weer wel. Het heeft filosofische gedachten, creatieve overpeinzingen. Recepten hoe het leven er in een ander universum uit kan zien, bij kan liggen. Op de band hoor ik bewerkingen van Hendriks stem, zoals een modernist Paul van Ostaijen zijn woorden grotesk deed bewerken in typografisch expressionisme: BOEM paukenslag. Op papier, in de viewmaster plaatjes in bewerking van Scheerder, is dat een kalligrafisch expressionisme – diverse lettertypen cirkelen over een collage aan beelden. In geluid, op de felrode cassetteband geleverd bij de even opstandige fotokijker, is dat een auditief expressionisme.

    Retrospectieven in de Vierde Dimensie hangen daarentegen niet als los zand aan elkaar. Het is een doorlopend aaneengesloten verhaal met een enkele titel als paraplu. Ieder gedicht is een hoofdstuk in dit beeldende boek. Monique zit naar de vertelling gesproken in een kamer, schijnt opgesloten. Een onnodig verloopstukje op de grond naast haar bureau had haar ontsnapping kunnen zijn, het was een aanwijzing denkt ze. Ik hoor haar stommelen over zeil en voetstappen zetten in de tijd op kant B van de cassetteband. Of brengen de achtergronden mij thuis bij een pingpongwedstrijd voor één persoon? Ze zet een raam open, ruikt nat gras en ziet een buurmeisje stokjes in de grond steken. Ze beschrijft haar gevoelens van buiten en binnen tussen de muren en beseft dat de vierde dimensie geen muur hoeft te zijn.

    Retrospectieven 1, Retrospectieven De Vierde Dimensie. Twee beeldschijven in een viewmaster met spoken word op een muziekcassette. Teksten Monique Hendriks. Artwork Lilia Scheerder, Bas Berends. Uitgave Woez Publicaties / Barreuh Records.

  • Be Rare: zeldzaam goede muziek

    Het is jammer dat de muziek van Eddy Koetsier en zijn compagnon Ad Bos niet meer airplay krijgt via radiostations en muziekzenders. Dat het werk van de vrienden, musicerend onder de pseudoniemen Eddy O’Kaye en Whizzy Adrian, daardoor nauwelijks aandacht krijgt onder het publiek. Het heeft de potentie om dansvloeren zwetend bemenst te krijgen. Met muzikale makkers heeft het duo een muziekgroep gevormd, de Blue Tape Band (BTB). Daarmee is een muzieklandschap gecreëerd dat staat als een huis. Door de jaren heen zijn de klanken bij geschaafd, de tonen recht gezet en de teksten diepzinnig geschreven. Eddy tikt inmiddels ruim de 70 aan en weet van toeten en blazen, kent het klappen van de zweep en zet haren op snaren.

    Eigenstandige ideeën

    BTB, dat is vrolijke muziek die voor een glimlach kan zorgen in deze pessimistische tijden. Het is echter niet commercieel, want geld verdienen met de muziek hoeven de heren niet meer. Uit de onkosten komen is genoeg. Daardoor kunnen ze een eigen koers varen, hoeven niet mee te zeilen met de winden die gangbaar en hedendaags zijn. Kunnen door de brede smaak en kennis van de popmuziek een legio aan bekende klanken invoegen. Als muzikale kunstenaars staan ze in de tradities van hun voorgangers en collega’s die hen inspireren om tot eigenstandige ideeën te komen. Deze ingevingen zijn niet oubollig of achterhaald, eerder is het aan te merken als klassieke muziek binnen het idioom van de populaire muziek.

    Gebruikmakend van alle gemakken die een studio biedt om een muur van muziek te creëren waartegen de zang als behang geplakt is. Maar deze omschrijving doet hieraan geen goed, want dan zou de muziek welhaast muzak worden en dat is het zeker niet. Het is muziek om naar te luisteren, met aandacht om iedere component op de juiste plek te zetten. Geen klanken voor de achtergrond tijdens het winkelen of iets dergelijks. Eddy en zijn muzikale vrienden dienen gehoord te worden, beluisterd, met aandacht.

    Kennis met realiteit

    Be Rare!, een album van 2016, uitgebracht in eigen beheer zoals vrijwel al zijn werk dat is, brengt mij in sferen van weleer, een stemming die ik nog weleens mis in de huidige muziekscene. Dat wil niet zeggen dat het oeuvre van Koetsier stof verzameld, dat het niet langer van hier en nu is. Het klinkt zeker eigentijds, het combineert kennis met realiteit. De kennis, de wetenschap opgedaan over en met de muziek in de voorbije decennia, brengt hij samen met klanken die nu uit radio en van playlists komen.

    Het album opent met een ballroom gelijkende song, meteen ben ik binnen in de studio van Blue Tape. Ik hoef niet te acclimatiseren, gelijk al heeft de band mij bij de kladden. Rock’n’Roll Remedy is geheel in stijl om het feestalbum te openen. Optimistisch en vrolijk kan ik de sfeer op de plaat het best omschrijven. De arrangementen zitten vol creatieve vondsten, overgangen en opvullingen die bij meerdere keren beluisteren komen bovendrijven. Want dat heeft BTB nodig, een serieus oor dat te luister wordt gelegd.

    Gepokt en gemazeld

    De teksten zijn veelal autobiografisch, want het is Eddy waar Koetsier mee van doen heeft. Het dicht bij zichzelf blijven maakt de songs herkenbaar. De zangstem is transparant, te dun en nauwelijks dragend in het gestroomlijnde geweld van toetsen en gitaren. Het vocale geluid van Eddy past beter in de ballads, de liedjes waarin het verhaal de meest belangrijke component is. Geen uptempo, de zanger moet de tijd hebben de muziek vocaal in te vullen. Anders wordt het te schreeuwerig en is minder melodieus.

    De verzamelde muzikanten zijn gepokt en gemazeld, hebben veel zalen gezien en podia beklommen. Maar ze zijn vooral op hun plek in de studio waar ze zich kunnen wijden aan het vakkundig muzikaal versieren van de nummers. Door ervaring kunnen ze experimenteren, maar voortdurend blijft daarbij de melodieuze versiering intact. In de arrangementen klinkt het verleden, er is dankbaar gebruikt gemaakt van melodieën die al eens eerder werden getoonzet. Niet dat de composities daardoor samenraapsels aan ideeën zijn geworden, geenszins een muzikale collage. Eddy en Ad hebben wat ooit door anderen de ether is ingestuurd perfect gepast in de eigen sound. Daardoor zijn er flarden herkenning in de voor het publiek, door voornoemde redenen, onbekende muziek. Het is alsof je het ergens ooit eens eerder hebt gehoord, een soort van muzikale déjà vu.

    Bijschaven en versieren

    BTB is een ongewoon Nederlands product dat met kop en schouders boven de Friese bries uitsteekt. Muziek die over de grenzen gaat, wanneer de autoriteiten van de media deze maar op zouden pakken. Onbekend maakt onbemind gaat helaas letterlijk op. Eddy Koetsier maakt zijn werk zelf dan maar wereldkundig door het op diverse digitale playlists te plaatsen en het te laten klinken op een website van de eigen uitgeverij. Want dat is het wel, uitgebracht in eigen beheer. Hij heeft alles zelf in de hand. Het voortraject van inspiratie, uitwerken, schrijven en componeren. De gespeelde klanken in de vingers en het gehoor krijgen, arrangeren en orkestreren, bijschaven en versieren. Gastmuzikanten vragen en het resultaat opnemen. De productie zelf ter hand nemen. Maar ook de distributie vanuit het woonhuis organiseren. Zelf bij de omroep aankloppen.

    Optreden hoort echter minder bij deze verspreiding van zijn muziek. Dat stad en land afreizen was van toen, nu wordt er meer gewerkt vanuit de studio en zal de muziek via cd en het wereldwijde web de openbaarheid in moeten. En zolang het geen steun krijgt van de mensen die invloed hebben op de scène blijft het een randverschijnsel, een aantekening in de marge. Maar Eddy en Ad laten zich niet uit het veld slaan, ze gaan onverdroten door met hetgeen ze het liefst doen. En natuurlijk maak je niet alleen muziek voor jezelf, zoals een kunstenaar een compositie voor het volk maakt. Het moet de wereld in, de aarde over. Het moet gehoord worden. Kan het niet linksom dan moet het maar rechtsom. Het is zeldzaam goede muziek: be rare. Dat blijft het, helaas.

    BTB Be rare! Blue Tape Band. Eddy O’Kaye en Ad Bos. Beaty Bee Publishing, 2016.

  • Adri de Boer is de Fryske Stef Bos

    Meer nog dan liedjeszanger is hij een verhalenverteller. Natuurlijk, de zang neemt het grootste deel van zijn repertoire in, maar wie eens een optreden van Adri de Boer heeft meegemaakt weet dat de man goed van de tongriem gesneden is. Een kort verhaal leidt ieder lied in. Een autobiografische anekdote met meestal een kwinkslag om zijn optreden op te vrolijken. Hoewel Adri graag liedjes brengt die mensen in het hart raken, doet hij dat opgewekt en welgemoed. Aardigheden over zijn jeugd bijvoorbeeld. Over wat hij heeft meegemaakt in leven en werk. Natuurlijk is altijd het verleden onderwerp, de reden waarom het lied dat gezongen wordt er is. Het verleden, daar groeit het heden op naar de toekomst. Wat gister was weet je vandaag, morgen is aanstaande.

    Die vermakelijke verhalen, om gezang af te wisselen met gesproken woord en in het optreden een doorgaande lijn te bewaren, gaan natuurlijk niet mee op cd. Jammer eigenlijk, want deze achtergronden geven de songs meer sfeer. Dan weet je wat de inspiratie is voor de liedtekst. Eigenlijk kan De Boer niet zonder optreden en is de opname bijzaak. Als archivering van zijn kunsten. Het podiumvirus en de plankenkoorts houden hem scherp. Het contact met zijn publiek is van belang voor inhoud en boodschap. Adri verkoopt de cd’s na afloop van een optreden, zodat de bezoeker het verhaal dan al mee gekregen heeft. In gedachten heeft, terugdenkend aan dat concert. Zich eraan herinnert wanneer de schijf in de speler gaat en de titels één voor één of random worden gespeeld. Het optreden is daarmee onlosmakelijk verbonden met de geluidsdrager.

    Vol vuur brengt hij zijn repertoire ten gehore

    Maar Adri de Boer is geen podiumbeest, hij springt niet als Mick Jagger over de bühne. Hij zit rustig achter het keyboard of staat met een gitaar om de nek. Van huis uit is Adri organist, maar omdat hij het op den duur lastig begon te vinden om statisch zittend achter de toetsen te zingen leerde hij zichzelf het gitaarspel. Dat geeft hem meer vrijheid, hoewel hij nog regelmatig achter het keyboard kruipt. Vol vuur brengt hij zijn repertoire ten gehore. Dat vuur van de liedjessmid smeult van binnen en geeft hem elan als zanger en muzikant. De Boer heeft zichtbaar en hoorbaar plezier in zijn werk dat voor hem een hobby is.

    In het Friese muziekland heeft hij met zijn eigen repertoire en vertaald werk van over de grens zijn naam wel gevestigd. Het bracht hem prijzen en opdrachten. Komend vanuit de gospelhoek via hardrock werd hij troubadour. Hij ging toeren met een eigen Friestalige band: Adri en Sa. En zo rolde hij als vanzelf in het Friese circuit, in het Friestalige lied. Hij vond zichzelf in die taal, want de liedjes konden nu zo uit het hart komen, zijn hart. Melancholische luisterliedjes, maar ook luchtig en vrolijk.

    Bos en De Boer gaven elkaar de hand

    De vertaalslag van memmetaal naar moerstaal hoeft niet meer te worden gemaakt. Zo blijft het gevoel, de emotie, in de oorsprong behouden. En legt deze intuïtie naast liedjes van anderen, door dezelfde golflengte vertalen deze zich als vanzelf naar de taal waarin De Boer zichzelf is. Eenzelfde sfeer waarin hij zich thuis voelt. Daarom past het werk van Stef Bos hem ook zo goed. Als een warme jas trekt hij deze aan. Het straalt eenzelfde gemoedelijke stemming uit, weemoedig bijna. Maar gelaagd in duiding met een sociale moraal. Niet om stichtelijk te zijn, geen heilige boodschap maar wel diepzinniger dan het 13 in een dozijn liefdesliedje. Stef Bos heeft ook die inslag van verhalenverteller. Meer willen zeggen dan de woorden uitdrukken, meer brengen dan gehoord is. Tussen de regels door, in het ritme en de rijm, is de kerngedachte van het lied te vinden. Het is een opdracht die hij zichzelf heeft opgelegd om zijn steen bij te dragen aan een meer leefbare wereld. Ook Adri de Boer heeft die zendingsdrang om de harten van zijn toehoorders te raken.

    Bos en De Boer gaven elkaar de hand. Vriendelijk en eensgezind. Adri zoekt uit het omvangrijke oeuvre van Stef de voor hem meest aansprekende verzen om te vertalen. Dat levert een beluisterbaar repertoire op om ermee langs uitverkochte zalen in Friesland en daarbuiten te trekken. En het betekent een bijzonder album, een muzikaal opgeruimde cd waar De Kast-basgitarist Sytse Broersma voor de productie tekent en -drummer Nico Outhuijse de mastering doet. Ook verzorgt Broersma samen met slagwerker Richard Veltman de ritmesectie. Terwijl Sido Post de nummers muzikaal versiert met diverse instrumenten. Dochter Lotte Broersma vult de zang in het slotnummer op, waar Stef Bos zelf het eerste nummer mee inzingt. Daarvoor leerde hij fonetisch een Fryske zin en sluit de song af in zijn moedertaal. Zoiets als Bløf en The Counting Crows, maar dan heel anders.

    Goedgehumeurde liederen

    De Nederlandse teksten laten zich goed overzetten in het Frysk. Waar Bos zingt over de taal van mijn hart kan De Boer dat, in dit geval met hulp van Andries Jelle de Jong, best zingen als de taal fan myn hert. En natuurlijk vind ik de hit van Stef Bos ook op dit album terug. De vertaling Papa is geen Heitie geworden, want dat riep Adri naar zijn vader wanneer hem iets niet zinde. Dus is het gewoon Heit geworden, maar heeft het verder dezelfde woorden en de eendere tendens gehouden. En natuurlijk is “Is dit nu later” landelijk net zo’n succesnummer als “Is dit no letter” in de provincie zal worden.

    Adri de Boer brengt het werk van Bos in eigen arrangementen. Wanneer ik zijn cd beluister en een optreden bijwoon hoor ik niet Stef Bos die in de Friese taal zingt, maar ik beluister Adri de Boer die de woorden van Bos in het Frysk zingt. Op de bestaande melodie is een nieuwe instrumentatie gezet. Het maakt de liedjes tot vrolijke provinciale versies. De Fryske taal leent zich voor goedgehumeurde liederen. Droefgeestig verandert in die volksmond tot vrolijkheid. De Fries is geen zwartkijker, maar ziet de zonnige kant van het leven, de ljochte kant fan it libben, the bright side of life. Achter iedere wolk die over Friesland trekt ziet men de zon oplichten. In dat stralende humeur zingt Adri de Boer zijn liedjes. Hij heeft die verzen van Bos gekozen die deze stemming hebben. En in vertaling zelfs beter uit de verf komen. Want ook Bos vindt het een prachtige taal, die hij wel verstaat maar niet spreekt.

    De instrumentatie sluit naadloos op de zang aan, is een perfecte ondersteuning. De arrangementen zijn even opgeruimd als de zang die daar overheen is gezet. Blijmoedig dartelt De Boer door het repertoire. Hij is een opgewekte zanger, die hoorbaar muzikant is in hart en nieren, yn hert en siel. Stef Bos is content met de vertaling van zijn liedjes, zelfs positief jaloers. “Niets mooier voor een liedjesschrijver dan wanneer een ander in een andere taal een lied een ander leven geeft.” Hij houdt van de vrije vertalingen, laat hij zijn mening afdrukken op de hoes van de cd, en houdt van de stijlvolle muzikale invulling. Het gaat niet om de zanger maar om het lied. “Het is een eer voor mij om met deze songs ook een beetje in het Fries te bestaan.

    LETTER. De Boer sjongt Bos. Adri de Boer zingt werk van Stef Bos in het Frysk. Uitgave in eigen beheer, 2023.

  • The Maureens tovert een glimlach op ieders gezicht

    Op het moment dat ik de cd in de speler schuif schijnt de zon mijn kamer binnen. Ja, werkelijk. Het is voorjaar. Niet de meteorologische lente, maar muzikaal breekt de zon door het grijze wolkendek. Het is begin maart. Het album “Everyone smiles” van The Maureens is net anderhalve maand uit. Bij het ontluiken van de eerste sneeuwklokjes was deze er. Maar de muziek brengt nu al de zomer dichterbij. Met de aanstekelijke gitaarpop sla ik de lente makkelijk over. Wanneer ik de hoes bekijk kan ik een glimlach niet onderdrukken. Dat grappige rode figuurtje op die metalen raamuitzetter zet een vraagteken. Waar kijk ik naar. Is het een gimmick, een beeldgrap? De sound op de schijf is minder mysterieus.

    Stoffige muziek opgepoetst

    De min of meer gedateerd klinkende klanken die uit mijn boksen komen zijn echter meer dan op de plek in het hedendaagse muzieklandschap. De bandleden hebben als het ware de stoffige muziek opgepoetst en er de eigen opgeruimde sound tegenaan gezet. De songs liggen prettig in het gehoor. Na enkele keren luisteren zing ik in elk geval de refreinen en neurie zo met de muziek mee. “The Maureens are the perfect soundtrack for a late summer night, though the band gives you that feeling just as easily on a sunday afternoon in February. Guitar pop inspired by the greats of the golden 60s and 70s; songs you hum along to after one listen!”, lees ik ergens op het internet. Ik had de sound van The Maureens niet beter kunnen omschrijven.

    De gitaarpop klinkt gelikt, maar heeft niet die geschaafde samenzang van The Beach Boys of Crosby, Stills and Nash. Het laat schijnbaar nog weleens een steekje vallen, maar het steekt daarentegen wel goed genaaid en gebonden in elkaar. Dat er eens een naadje los zit maakt de stijl juist heel wel te beluisteren. Niet alles hoeft zo perfect, het streven daarnaar kan alleen maar de ondergang van een dergelijke band betekenen. Waar die jaren 60 bands in dit genre als The Mama’s and The Papa’s en The Byrds nog transparante muziek maakten, dat jong oogde en nieuw klonk voor die tijd, is de muziek in handen van The Maureens volwassen geworden. Natuurlijk is daar de manier van opnemen in de studio mede debet aan.

    Softrock en folkrock gecombineerd

    De opnametechniek is in die 60 jaren vooruit gegaan en bij geschaafd. Daarom klinkt de klassieke westcoast nu modern en hedendaags. In het spel laat het oude tijden herleven, vooral voor de oude knarren die hun roots als luisteraar en muziekliefhebber vinden in die woelige jaren 60 van de vorige eeuw. Toen schijnbaar alles anders moest en niets houdbaar leek. The Maureens hebben net als hun illustere voorgangers in deze muziekstijl softrock en folkrock gecombineerd met country & western waar overheen strakke vocale harmonieën zijn gezet. Melancholische zang in de meeste songs. Lekker in het gehoor liggend, pakkend in sound en tekst. De jaren 60 klinken er waarlijk in door. Niet alleen die van de Amerikaanse westkust, maar ook van het Engelse Liverpool. Nog voor de beat zich ging toeleggen op het experiment. Gewoon het authentieke geluid van welhaast aan de wortels van de popmuziek. Ongecompliceerd.

    The Maureens brengt een compacte, weinig volgespeelde en gezongen stijl met korte en puntig door surfpop en jaren zestig garagerock beïnvloede nummers, met wel melancholieke teksten over vroeger. Met de jeugd en jeugdherinneringen als thema en rode draad. Maar dat wil niet zeggen dat het zwaarmoedig wordt, de band probeert altijd een hoopgevende, positieve draai aan de teksten te geven. De songs zijn autobiografisch, de tekstschrijver diept uit zijn eigen verleden en zet dat vrolijk in het heden. Natuurlijk speelt de liefde een rol, het is een vast gegeven, maar het zijn allesbehalve afgezaagde liefdesliedjes van 13 in een dozijn. Er is wel smart en treurnis, maar ergens raadt het mij aan de slechte dingen te bewaren voor een regenachtige dag.’ Always look at the bright side of life’, schijnt ook de lijfspreuk van The Maureens te zijn.

    Wereldse muziek, overal op de plek

    In de instrumentatie ondersteunt de basgitaar treffend de gitaren. Waar de slag de solo bijstaat. De sologitaar soleert niet om de virtuositeit in het spel te laten horen, maar neemt in de instrumentale gedeelten de zang over. Zingt de melodie. Zo zijn er gezongen woorden en woordloze teksten. De drums onderwijl zetten een duidelijk ritme dat de maat houdt. Strak en stevig, zonder veel opsmuk en tromgeroffel. Niemand in de band treedt op de voorgrond, niemand hoeft uit te blinken. Alle vier hebben ze evenveel inbreng. Natuurlijk komt de zang het meest sterk naar voren, anders zou deze wegzakken in het behang van geluid.

    De songs zitten degelijk in elkaar en zijn creatief dichtgetimmerd. Hoewel het uitstekende dansmuziek is hebben de songs zeker een diepere laag, een contemplatieve achtergrond. Mag The Maureens een Nederlandse band zijn, met wortels in Utrecht, het heeft een Amerikaanse sound. Het is zo open en transparant als de bands van de westcoast. Geen overproductie wat de speelsheid van de muziek tot een hoger niveau brengt. The Maureens hadden ook uitstekend uit San Francisco naar hier overgewaaid kunnen zijn. Maar eigenlijk is het wereldse muziek, overal op de plek waar de zee is en een strand aan de kust, een stralende zon en een cocktail binnen handbereik. Overigens zullen ze deze sfeer uitstekend in de binnenlanden van Afrika kunnen brengen, of op de toendras in Rusland. Het is niet de omgeving die de sfeer maakt, maar de muziek die de streek kleurt.

    Klagende lage land

    De band heeft met ‘Everyone Smiles’ een uitstekend werk verricht. Met deze muziek op de koptelefoon of door de oortjes zal het iedere luisteraar een glimlach rond de mond tonen. Wat zal het een vrolijke sfeer geven in trein, bus en langs de winkelstraat. Het brengt de zonnige westcoast naar het klagende lage land. Optimisme geeft waar de pessimisten welhaast de leiding nemen. Laat The Maureens los in de Kamer en de sfeer zal meteen omslaan. Laat het de huisband zijn in het torentje. De herkenningstune van het land. Volgend jaar op het Eurovisie in Utrecht wanneer Joost dit jaar het festival wint? Het zal wat mij betreft maar zo kunnen. Een Nederlandse band met een professioneel Amerikaans geluid. Hoe werelds wil je het hebben.

    Everyone Smiles. The Maureens. Meritorio Records, 2024.

  • Het beste werk van Eddy Koetsier is okay

    Smaakt oud beter? Gerijpte wijn, gelagerd bier, overjarige kaas, krijgen deze een complexe sensatie na jaren? Pittig maar toch zacht. De toon wordt minder fel, maar de noten zijn steviger en minder makkelijk te kraken. Heb je door te leven de zin ervan ervaren dan slijten de scherpe kanten. Word je milder maar krachtig in kennen en herkennen tegelijk. Het is alsof je eerst van alles moet hebben doorvoelt om emotie een plek te geven in jouw uiting. Eerst leven en dan voluit geven. Eerst elke stroming in de kunst dan wel de muziek hebben geproefd en genoten, om er op het laatst het eigen recept mee te schrijven. Want daar gaat het hier over. Niet over die wijn, dat bier of deze kaas.

    “Hun beste album in veertig jaar tijd”

    In het geval van Jagger, Richards en Wood – de harde kern van The Rolling Stones – is de muziek na 60 jaar gerijpt. Het heeft echter niet zolang op de plank gelegen, zoals bij wijn, bier en kaas het geval is om op smaak te komen. De muziek is tot rijping gekomen door 60 jaar achtereen te experimenteren, naar anderen te luisteren en daarmee tot een eigen interpretatie te komen. Een eigen stijl te ontwikkelen die in deze jaren is gegroeid en nu tot bloei komt. Het nieuwe album van de “greatest rock’n’roll band in the world” wordt door kenners de hemel in geprezen. “Hun beste album in veertig jaar tijd”. Met beide voeten nog stevig op aarde staand gaan de oude mannen ook gewoon maar lustig door alsof ze net begonnen zijn. Ondanks de gezegende leeftijd klinken de nummers op het nieuwe album nog net zo jeugdig als veel van het vroege werk van de Britse band. Ze gaan terug naar hun roots omdat ze alles al hebben gedaan, gezien en gehoord.

    Ze hebben een groot oeuvre om op terug te kijken. Kunnen genoeg sounds mixen en hun ervaring brengt hen op het laatst tot grote hoogte. De oudjes doen het nog goed. Hoewel de gezichten de sporen dragen van een turbulent verleden, heeft de muziek geen sleetse plekken en komt het even helder uit de speakers als vroeger. Misschien niet vernieuwend meer, maar wel authentiek en herkenbaar. Er zijn natuurlijk meer voorbeelden te geven van ouden van dagen die zich nog stevig weren in de muziekscene en de kunstwereld. Maar The Stones zijn op dit moment actueel. Een hot item. En wanneer geen ziekte of ongeval het pad eerder kruist zal je sterven in het harnas. Het loodje leggen op een podium tijdens een achteraf gezien laatste optreden. Of de geest geven in het atelier met op de ezel wat de geschiedenis in zal gaan als een onvoltooid werk.

    Met een eigen studio heeft Koetsier het geluid van het platteland gemaakt

    Zo dacht ik op het moment dat ik de nieuwste plaat van Eddy Koetsier opzette. Musicerend onder de artiestennaam Eddy O’Kaye beklimt hij ook al een 60 jaar de toonladder. In de vorige eeuw bepaalde hij mee de sound van de Friese bries en de Heerenveense Golf. Komend van elders liet hij de Friezen een poepie ruiken en heeft een stempel op de scène gedrukt. Met een eigen studio heeft Koetsier het geluid van het platteland gemaakt. Veel noordelijke muzikanten namen bij hem aan huis hun composities op. Zelf heb ik er eens mijn strakke drumpartij bewezen bij een losvaste punkjam. Eddy’s eigen songs vonden er ook het vinyl, de cd en later een digitale weg via playlists van internet aanbieders.

    Voor zijn nieuwe plaat “Bend to Be” laat hij zich begeleiden, of eigenlijk werkt hij samen met Ad Bos aka Whizzy Adrian. “Het is het beste wat ik ooit heb gedaan”, zegt Eddy er zelf van, een understatement. Hij spreekt mij aan bij de bakker. Wanneer hij brood koopt en ik koeken voor bij de koffie uitzoek, laat Eddy mij weten een nieuw album opgenomen te hebben. Hij weet dat ik muziek interessant vind en kritieken schrijf.

    Het beste werk dat hij ooit heeft gemaakt. Zo werkt dat bij kunstenaars. Ze zijn altijd op zoek naar het optimale, het mooiste schilderij of beeld waarin alles op de plaats valt. Het beste geluid, de meest mooie song. Dat produceren nog, en dan sterven. Want het hoogst haalbare valt niet te bereiken. De top blijkt altijd hoger te liggen dan gedacht. Want is deze bereikt dan is het klaar, af, over, voorbij. Daarom zal na het beste werk altijd nog beter werk volgen. Het is bij leven nooit af, nooit gedaan. Maar terugblikkend kan het op dat moment het beste werk zijn. Daarna groeit het door, gaat het verder.

    Oud smaakt werkelijk beter

    Maar dan dat album van O’Kaye en Adrian. Dat klinkt even jeugdig als die nieuwe plaat van The Stones. Met de klanken waan ik mij terug in de woelige jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. De periode dat de plaats hier nog enige betekenis dacht te hebben op muziekgebied. Die noten klonken toen al sprankelend, maar hebben nu nog steeds niet aan kracht ingeboet. Koetsier en Bos weten nog telkens sterke teksten te schrijven die op even solide muziek is gezet. Oud smaakt werkelijk beter. De pit van de jeugd met het doorleefde karakter van de jaren. Wild maar toch mild.

    Uit de liedjes spreekt geen verliefdheid meer als het over een partner gaat, maar pure liefde. Geen vluchtige relatie, meer een hechte verbintenis. Het mysterie van samenzijn en dat dit voor eeuwig kan zijn. De serieuze ballad gelijkende songs zijn veelal op een vrolijk klankschema getoonzet. De gerijpte muziek heeft de overmoedige humor van weleer behouden. In de arrangementen hoor ik de lijnen van illustere plaatselijke voorgangers terug. Koetsier heeft zijn oor goed te luisteren gelegd in zijn Blue Tape Studio destijds. En met die geluiden in herinnering, deze gemengd met de sound van nu dit energieke album opgebouwd. Het is makkelijk in het gehoor liggende muziek. Het neigt soms wat naar behang, maar blijft toch in de gedachte hangen.

    Vrolijke songs en lieve liedjes

    De teksten maken van de speelse deunen luisterliedjes. Om de woorden te volgen en op waarde te schatten moet je met aandacht luisteren. Er schieten bandnamen door mijn hoofd die ik denk in klank te horen. Maar dat doet geen recht aan de songs van Koetsier en Bos, want deze zijn origineel en authentiek. Zelfs The Stones jatten wel rechtmatig riffs en klankkleuren. Verwerken deze in hun eigen composities, zodat je een enkele maat herkenning hoort maar het niet meteen kunt plaatsen. Zo heeft Koetsier niets gepikt, maar enkel de hem bekende muziekgeschiedenis tot zich genomen en gebruikt. Vrolijke songs en lieve liedjes die de vroege beatmuziek overstijgen maar toch in herinnering brengen. Ongecompliceerd lijkt het, de arrangementen zitten echter complex in elkaar – op een enkel moment dik aangezet waardoor er een gelaagdheid in luisteren optreedt. Het komt beter binnen wanneer deze klanklagen ontrafelt worden.

    Vrolijke muziek hoor ik wanneer ik de cd nog eens start. Goed om de dag te beginnen en best om bij de nacht in te gaan. Mijn dag is ermee opgeruimd. Muziek waar de voorgaande jaren van musiceren tot in uiting komen. Het klinkt bekend maar is toch ook origineel. In de composities is een mengsel te horen van wat eerder gemaakt is. Het is jeugdige vreugde door mannen op leeftijd gemaakt. Alle invloeden en inspiraties komen hierin samen. In coronatijd ontstaan had er pessimisme naar voren kunnen komen. Maar nee, tegen beter weten in op dat moment misschien, worden er juist hele optimistische geluiden geproduceerd. Met doorwrochte teksten. Liefdesliedjes zonder verliefdheid. Maar vooral een opgeruimde kijk, een heldere blik. Swingend, maar toch niet overtuigend dansbaar.

    Zware kost gezet op lichte muziek

    De liedjes zijn over het algemeen autobiografisch. Het zijn de verhalen uit het leven van Koetsier. En iedere song heeft een eigen persoonlijke achtergrond. Ballads en luisterliedjes uit de rijke levenservaring. Maar deze worden niet oubollig. De oude man heft geen vingertje. Een ode aan de dochter, een liefdeslied voor de vrouw, een registratie van een huwelijk dat op de klippen liep. Zware kost gezet op lichte muziek. Gedragen, maar toch met een swingende basis. Zo is het een geëvolueerde beat. Niet blijven hangen in die beste jaren 60, maar door gegroeid zonder die basis uit het oog te verliezen.

    Kortom, het materiaal van Koetsier is licht verteerbaar. Ondanks dat het gerijpt en de smaak best pittig is. Het roept het verleden op, maar is eigentijds en zal zeker de toekomst ingaan. Wanneer het maar aandacht krijgt en daar schort het nog wel aan volgens de componist. De autoriteiten die de dienst uitmaken op radio, televisie en internet vinden het schijnbaar gedateerd, ouderwets en achterhaald. Maar in elke kunstvorm is een golfbeweging te herkennen. Iedere stroming kijkt terug op een vorige beweging en neemt er het beste van mee in een nieuwe richting. Vernieuwend is nieuw met een oude glans. Daarom heb ik goede hoop voor Koetsier en Bos. Dat hun muziek ooit weer ontdekt wordt. Misschien door een jonge generatie. Of dat de oude garde het terug vindt. Baanbrekend is het niet, maar wel persoonlijk en spreekt daardoor het gevoel aan. In emotie is het grensverleggend. Waarvan akte.

    Cd “Bend to Be”. Tien songs van Eddy O’Kaye (zang, snaren) & Whizzy Adrian (toetsen, trommels). Met hulp van Boy Brostowski (trommels) en Rutger Dijkstra (snaren) op een drietal songs. Uitgave Beaty Bee Publishing, 2023.

  • Overtuigende songs getuigen van een passie

    The devil has all the good music’ hoor ik een gospelband zingen. Dus al de kwalitatief goede muziek wordt langs gene zijde van de smalle weg gemaakt. Middle of the road, aan de brede weg satanisch gemusiceerd. En dat er voor de mensen die geloven in een hogere goedheid geen al te beste muziek overblijft. De rest wordt met argusogen bekeken en afgedaan als minder waardevol. Enkel omdat in de zang de duivel geen passie preekt, maar God het laatste woord heeft. Bij Maria Markesini is dat alleszins het geval. Want waarom zou al de goede muziek enkel voor de seculiere wereld zijn?

    Op haar eerste gospelalbum toont de van geboorte Griekse zangeres waar ze voor staat, waar haar passie naar uit gaat, wie ze is in het leven. Na de wereldse muziek van alle kanten bekeken en uitgevoerd te hebben. Meteen al in de eerste song van de cd “Nearer” laat Markesini horen wat we van haar kunnen verwachten. Een gedragen ‘I stand in awe’ in een jazzy arrangement waarin zij haar zangtalent aantoont en haar door de wol geverfde begeleidingsband onder leiding van pianist, componist en arrangeur Jan Willem van Delft muzikaal voorstelt.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    Woorden uit de Bijbel

    Ze laat horen waar ze staat in het leven. In de teksten van de songs kan ik dichter bij haar ziel komen. Dat dan eens teer klinkt en op andere momenten luid de wereld haar passie kenbaar maakt. In dat plechtig gezongen eerste lied is dat al meteen duidelijk; ze heeft ontzag voor de Schepper en wil daar volmondig van getuigen. Zijn de teksten door anderen geschreven, deze passen naadloos aan haar persoonlijkheid. Woorden uit de Bijbel, bestaande religieus getinte songs, psalmen en gezangen. Om de luisterraar mee te nemen in haar overtuiging kiest Markesini voor de afwisseling van gesproken woord en gezongen tekst. Niet alleen heeft ze een goede zangstem helemaal toegesneden op de jazz, ook weet ze virtuoos met de stem als muziekinstrument te spelen en te musiceren.

    Opgeleid als klassiek pianist ging zij na een tijdelijke armblessure experimenteren met haar stem. En werd uiteindelijk jazz zangeres om later haar hart te volgen en gospelartieste te worden. In de hoes van het album getuigt Maria van haar keuze zich uit te spreken voor het geloof. Op een moment stelde ze haar hart open voor God en die keuze veranderde haar leven compleet en structureel. “Oh, how much I longed to play and sing about it. I couldn’t wait to pour out my excitement.” Maar tijdens de opnamen waren in haar leven donkere dagen, waardoor ze welhaast van het rechte pad leek af te dwalen. Want is het allemaal wel waar daar waar ze besloot over te zingen, terwijl ziekte, dood en depressie in de directe omgeving haar dicht naderden. En dat alles op hetzelfde moment, een zwaar kruis. Maar God, zo laat ze ons weten, hield haar vast en op het juiste spoor. Gelukkig maar, want daardoor ligt er nu een geweldig album. De tegenslagen van buitenaf tijdens die opnames is er in te horen, het heeft de muziek alleen maar steviger en de teksten meer realistisch gemaakt.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    De gospelhits gaat Markesini uit de weg

    In die teksten zoekt Markesini zichzelf en vindt ze God. In de gezongen woorden kan ik mijzelf vinden wanneer ik me er voor openstel, terwijl de Heer op een afstandje mij wenkt. Hoewel, ondanks dat de woorden religieus van aard zijn passen deze uitstekend in de seculiere wereld. Het is de manier waarop de liederen gebracht zijn. De kwaliteit van zingen en de muziek waarin een vrolijke mix van jazz en gospel te horen is. In de jazz wordt nogal eens heftig geïmproviseerd, en zal de compositie van vandaag heel anders kunnen klinken dan die van morgen of zoals deze gisteren klonk. De echte jazz wordt niet uitgeschreven, maar is er op het moment van uitvoeren. Dat speelse karakter heeft de muziek op “Nearer” eveneens. Er is ruimte voor improvisatie op het podium, terwijl de zang het lied zal dragen. De luchtige arrangementen ondersteunen de gezongen en uitgesproken teksten perfect. En er is plek voor solo’s om de verschillende instrumenten in voor te stellen.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    De gospelhits gaat Markesini uit de weg, maar de echte religieus emotionele toppers omarmt ze en ik met haar. Het tranentrekkende ‘Nearer my God to Thee’ zou het laatste lied zijn voor de ondergang van de Titanic. Zij brengt daarvan een plechtstatige versie, klein maar toch groots. Tranen van vreugde dringen zich aan mij op wanneer Curtis Mayfield’s ‘People get ready’ in een passend arrangement luchtig wordt opgetild in wat men in christelijke kringen praise noemt. Prijst de Heer, ofwel dichter bij U mijn God. Het brengt de luisteraar dichter bij de vocalist en de musici. Met de toegankelijke composities is de strekking niet pompeus en vormelijk te noemen. In haar muzikale beeld wordt de gospel benaderbaar en zal ook buiten de muren van kerkgebouw, kapel en godshuis uitstekend kunnen klinken en aanspreken. Enkele van de songs lijken me inpasbaar in de “Passion”, het jaarlijkse tv-spektakel voor Pasen of het vervolg met Hemelvaart.

    Melodieën zetten zich vast in mijn hoofd

    In het arrangement van een oude Ierse melodie valt de evergreen ‘Amazing Grace’ te herkennen. Het volkslied is hier binnen gevoerd in de jazz. Het is een voorbeeld van hoe virtuoos improviserend de jazzmuzikant kan zijn en over kan gaan van serieuze oogopslag in vrolijke schaterlach. Het volkse wijsje verdwijnt naar de achtergrond maar is nog wel te herkennen wanneer sax, piano en slagwerk losgaan terwijl de melodie daar overheen wordt gefloten. Het kerkelijk overbekende ‘Geest van hierboven’ heeft weer eenzelfde vreugdevolle aanpak. Is het gezang met begeleiding van het kerkorgel al uitermate prijzend in het jazzarrangement, zoals gebracht door Markesini is het nog beter tot de lofprijzing sprekend. Het wordt afgesloten door gesproken woord dat nog meer indruk maakt. Psalm 18 krijgt een muzikale aanpak waarin meerdere zangstemmen een klein koor vormen en a capella aanheffen. De stem van Maria gaat erin op maar komt er ook in uit. Het blijft zonder muziekinstrumenten krachtig en maakt indruk in zangtechniek.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    De melodieën van Maria Markesini zetten zich vast in mijn hoofd. Op die manier dat wanneer ik over straat fiets of met de hond een blokje om ben deze ineens in mij naar boven komen. Die ik dan vervolgens niet meer kwijtraak en blijven doorzingen in gedachten. Niet tot vervelends toe, maar waardoor ik opeens ga huppelen bij wijze van spreken, lichtvoetig door het leven ga op dat moment. Dat de arrangementen receptief en sensibel zijn, lekker in het gehoor liggen en de teksten makkelijk te onthouden zijn is daar debet aan. Al zijn de teksten eenvoudig aansprekend deze raken wel een diepere laag, waardoor ze inbranden in het geheugen en ik ze daaruit makkelijk weer kan opdiepen. Het is een specialisme om dergelijke songs te schrijven en te toonzetten zodat ze met mij meegaan. Voor de duur van “Nearer” kom ik dichterbij Maria Markesini en ga een tijdje mee in haar overtuiging en met haar passie.

    Nearer. Maria Markesini. Continental Sound Music, 2023.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

  • Een levensverhaal in paars vinyl

    Het is een lied van symbolen, dat weet ik nu. Een zachte stem voert mij zingend naar tuinen tussen sneeuwwitte bloemen en kelken vol licht. De zon verwarmt en ik word gekust door de regen. Het schijnt een liefdeslied op het leven. De stem houdt van het leven, maar ziet ook valkuilen in dat zijn. Die hobbels op de weg hoor ik niet in het lied. Toen niet, in 1968. Maar nu wel, in 2022. De stem zingt mij nu wel de stadia van het leven, die ik toen ik jong was – een tiener nog – niet doorzag. Nu ik ouder geworden ben en het leven heb gezien, doorleefd, wordt mij veel duidelijk in het lied. Misschien dat Elly Nieman, getrouwd Zuiderveld, daarom nu pas het laatste couplet “De achtste tuin” aan het lied “De zeven tuinen” kon schrijven.

    André van der Weide van NoorderLicht Project graaft het lied op en krijgt van platenmaatschappij Universal toestemming het bij te schaven en uit te brengen. Dan daagt hij Elly Nieman uit om een ‘Achtste tuin’ tekst te schrijven en haar bijna dood ervaring blijkt daarvoor een goede voedingsbodem, de juiste inspiratie. Van der Weide maakt vervolgens in de trant van de oude melodie een nieuw arrangement met andere instrumenten om de weemoed in klank te verbeelden.

    In dat lied van toen doorloopt Elly als jonge vrouw zes tuinen. Van baby en peuter tot meisje, alles is vrede en liefde – pais en vree, er zijn geheimen natuurlijk en er is bekoring en verleiding. Aan die verzoeking toe te geven geeft spijt achteraf, het is het Bijbelse onderscheid en inzicht tussen goed en kwaad. Het verkeerde pad in lopen geeft heimwee, maar je had wel plezier op dat moment. De kater is berouw. En terwijl je die andere tuinen zo kon binnen wandelen, want je was die dag zo vrolijk, weerhoudt een loodgrijze muur jou de laatste tuin binnen te gaan. “Ik kan er wel heen, maar mijn angst is te groot, want achter die muur wacht de tuin van de dood.

    Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld

    Op zoek gegaan naar de waarheid

    Elly Nieman schreef het lied nog voor haar bekering. In haar tienerjaren had ze zich, nadat een vriendinnetje plotseling was overleden, afgekeerd van het geloof. Ze verwarde de kerk met God toen en verzoende zich ermee nooit in de hemel te zullen komen. Nadat zij Rikkert Zuiderveld had ontmoet en met hem een relatie aanging, is ze samen met hem op zoek gegaan naar de waarheid en maakt kennis met verschillende religies. In die tijd schreef ze dit lied, van die zeven tuinen. Waarvan het eind zich in figuurlijke nevelen hult. Het enige dat daaraan zeker en vast is – klaar en helder is de dood, het einde, een streep onder het leven. Uit niets spreekt dat er nog iets anders dan de dood na die muur zal zijn.

    In het lied proeft Elly aan het leven, ze doet zich als de Grietje van Hans tegoed aan het zoet en het zacht. Daarna eet ze van het leven en gaat door de tijd als christelijk bloemenkind, hippie van God. Dansend en zingend door de tijd. Nu ze heeft gesmuld van het leven is het goed zich te bezinnen, terug te kijken op wat nog moet worden afgerond. Eén van die onvoltooide zaken is het lied “De zeven tuinen”. Toen destijds was het af, klaar. Het haalde het album “Een ander land”. Ik zocht de plaat op en draaide de elpee op mijn platenspeler. Een heerlijk gekraak duidt erop dat ik de plaat ooit grijs heb gedraaid. Vooral het lied “Vreemde vogels” komt uit mijn herinnering nog weleens vrolijk boven drijven. De stem van Elly is door dat zwarte vinyl zacht en breekbaar, de muziek dromerig. Ik zweef met haar zo door de tuinen en beland met beide benen op de grond bij die muur, die loodgrijze muur van angst. Het duidde een periode, net als die andere songs van dat album. Hoewel er enkele gedateerd zijn, zijn andere tijdloos. De tuinen is daar één van. Vooral nu het is voltooid.

    Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld

    Vleugels van vuur

    Want die achtste tuin is het gebied na de dood, de eeuwige jachtvelden, het hiernamaals. Met de dood is het leven wel eindig, maar nog niet klaar. De zevende tuin is de tuin van de dood, maar de achtste tuin is de tuin van de hemel. Toen Elly het lied schreef was ze niet zo zeker van dat leven na de dood. Nu is ze dat wel en kan er over schrijven en vol lof van zingen. In dat laatste couplet, dat eigenlijk de vervolmaking van het lied is maar een eigen arrangement heeft, omschrijft ze haar bijna dood ervaring. Iemand voert haar mee op vleugels van vuur hoog over de muur naar de tuin die nog moet komen. Maar eigenlijk vliegt ze over die tuin en belandt in de achtste tuin. Daar mag ze even gluren en ziet zilveren vogels en vliegende vissen, regenboogbeken en koepels van glas. Ze hoort engelenstemmen, fonteinen van woorden en zoete akkoorden. Maar ze mag er niet blijven, hoewel de verleiding groot is.

    Het album “De acht tuinen” is een collectors item, een object voor de verzamelaar. Hoeveel plaatjes ervan geperst zijn weet ik niet, maar het is stellig geen grote oplage. De beide liedjes zijn geperst in paars vinyl en dat is niet zomaar omdat het een vrolijke tint is. De kleur paars namelijk staat religieus symbool voor boete, inkeer en vergeving. Op kant A van het 45 toeren plaatje vind ik het eerste lied terug, het hiernumaals. Even breekbaar gezongen als toen in de jaren 60 van de vorige eeuw. Geen wonder, het is hetzelfde lied, enkel enigszins digitaal bijgeschaafd. Op kant B staat de voltooiing of eigenlijk de voleinding, het besluit, de slotscène, het hiernamaals. De stem van Elly is hoorbaar doorleefd, het zacht dromerige is versleten. Maar het is geen afgesleten stem, de klank is nog voortdurend helder.

    En de opmaak van de kleurige hoes waarin het plaatje zit is precies zoals ik me Elly Zuiderveld, geboren Nieman, voorstel. De jonge meid zit in een wit gewaad met een krans in het haar tussen de bloemen onder een regenboog. En wanneer de hekken opengaan van de schijnbaar achtste tuin danst ze kinderen met ballonnen aan hun hand tegemoet. Ze is zichtbaar ouder geworden, maar straalt nog steeds. Vlinders dartelen om hen heen, duiven vliegen in de lucht en vissen, ichthustekens: Jezus Christus, Zoon van God. De hoes en de plaat daarin verbeelden eigenlijk het leven van Elly Zuiderveld-Nieman. Het is een testament bijna. Daarin geeft ze haar hoop weg aan een ieder die het wil hebben.

    De acht tuinen. Elly Zuiderveld-Nieman. Single in klaphoes. Uitgave NoorderLicht Music Publishing, 2021. Verschenen bij Noorderlicht Project, december 2022.

    Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld