In Museum Galerie Heerenveen kijk ik horend en hoor ik kijkend naar recent werk van Age Hartsuiker. En ik constateer ‘dat it moarnsljocht beammen frijmakket om te sykheljen’. Het mag zo zijn dat het licht door de wouden ademt, zoals de titel van de tentoonstelling aangeeft. Dat licht piekt wel door het pastelkrijt waarmee Age Hartsuiker zijn krachtige beelden op papier zet. Wanneer ik echter goed luister, zie ik het, maar ik hoor het niet. Wat ik figuurlijk hoor, is het kraken van de aarde. De grond die door de menselijke bewerking, vergoelijkend cultivering genoemd, welhaast opensplijt.
De werken van Hartsuiker hebben geen uiterlijk licht dat tussen boom en grond ademt, maar hebben een innerlijk geluid. In ritme, spanning en herhaling. En in stilte, want dat is ook een geluid, echter zonder toon en klank. De werken zwijgen door leegte en ruimte, maar in dat zwijgen is een waaier aan geluiden te horen. Wanneer ik mijn adem inhoud, mijn verstand op nul zet en mijn blik op oneindig. Wat ik zie, zijn aardlagen die over elkaar en langs elkaar schuiven, die door eeuwenlange bewerking, met telkens maar opnieuw de voren in het zand te ploegen, een gebroken wezen hebben gemaakt. Een wezen dat zo langzamerhand meer dood is dan levend, lijkt het. Hartsuiker tekent er dynamisch leven in terug; zijn composities bewegen in de ruimte van het platte vlak. Door herhalingen van vormen en lijnen voel ik een cadans, echoot de toon door de wouden.

Liever kleine baas dan grote knecht
De tentoonstelling markeert veertig jaar kunstenaarschap, maar is geen overzicht van het oeuvre. Enkel aan het begin hangen twee vroege werken, buiten de expositie in de hal. De prehistorie, zou je kunnen zeggen, waarin de jonge kunstenaar zijn grond ontgint – zijn bodem cultiveert om er zijn latere werk op te laten groeien. Twee werken waarop ik destijds zo’n beetje aansloeg en die reden genoeg bleken om de groei van Hartsuiker te volgen. Onze carrières in het culturele landschap lopen daardoor ongeveer parallel. Evenals hij zou ik een veertigjarig jubileum kunnen vieren, maar dat terzijde.
Hij is geen Wâldpyk, woont in een dorp grenzend aan de Friese Wouden, maar bezit wel de eigenschappen: vrijgevochten, anders dan anders en een beetje dwars. Een Wâldpyk is nog altijd liever kleine baas dan grote knecht. Dat is het silhouet van Hartsuiker, de contour waarbinnen hij acteert. Hij is een Meppeler Mug, nuchter en gezellig, met historisch besef. Vanuit het Drentse voelt hij zich thuis in Friesland. Het Reestdal gaf hem vroeg inspiratie, later werden dat de Friese Wouden, de Tjongervallei en de Dellebuursterheide. Op zijn mountainbike trekt hij de natuur in, schetsboek onder de snelbinders.

Stap in zijn voetsporen
Door de jaren heen experimenteert Age met vormen en materialen. Hij drukt zich even eenvoudig uit in het grafische, in het schilderen en tekenen. Maar toch is het pastelkrijt waarop hij telkens terugvalt als middel om te uiten. Na de academie was Heerenveen vrijwel de eerste plek waar hij zijn werk kon tonen. In het museum dat destijds bekendstond als Van Haren, samen met drie andere kunstenaars uit Meppel. Dit schreef ik toen: “De ‘wollige’ lijnen van de droge-naald-techniek verdelen het werk in ongelijkmatige vlakken, die hier en daar bij wijze van accentuering worden gearceerd. De lijnen zijn niet strak en recht, maar schetsmatig en daardoor is het werk toegankelijk en speels.”
Daarna volg ik zijn voetsporen en kijk meermalen over zijn schouder mee. Enkele maanden later, in het kader van de tentoonstelling 15 Heerenveense kunstenaars in hetzelfde museum, bespreek ik andermaal het grafische werk van Hartsuiker: “Hij volgt de grillige lijnen van de natuur in zijn abstract uitgewerkte landschappen. (…) De omgeving wordt ontdaan van alle storende elementen. Wat overblijft is een functionele verbeelding, een ‘simpele’ weergave. Een plattegrond of een spadesteek met de natuurlijke lijnen van de grondstructuur. (…) Zo zijn de lijnen en vlakken van Age Hartsuiker in totaliteit een landschap, in alle eenvoud.”

De kunst van Hartsuiker
Een jaar later is de kunst van Hartsuiker in de groei: “Age is uit het platte vlak getreden in de dimensie van het verhalend uitbeelden. Daarmee dieper gravend in dat landschap en de geschiedenis van de mensen die het bewonen, om zich zo te laten inspireren door de harde en doodse materie. De steen als gebruiksvoorwerp, maar ook als vertelling. Eenvoudige vormen met structuren die verhalen van eeuwen in zich dragen. Age Hartsuiker zet de zwaarte, de kracht en de schoonheid van dat massieve voorwerp in zijn krijttekeningen. Het wordt daardoor zijn verhaal. Een verhaal dat interessant genoeg is om te beluisteren en door te vertellen.”
En verder groeit en bloeit het: “Age Hartsuiker laat ons bijschuiven aan zijn tafels. In een persoonlijke stijl (…) mogen we getuige zijn van een eenvoudige rangschikking in een ongewoon stilleven. Een afdruk van de gebruiker, een erfenis voor de maker. Simpele vormen met functionele schetslijnen. De zichtbare onderschilderingen en rectificaties geven de werken een onschuldig karakter. De matte felheid van de vruchten en de bladen springen uit de lichte kleuren naar voren.”
Hij zoekt voortdurend verandering en vernieuwing in zijn werk: “Age Hartsuiker tracht zijn uitdrukkingen zover te abstraheren, totdat de vraag opwelt of de versimpeling een eindpunt kent. Met felle arceringen van kleurkrijt op papier komt hij zodoende tot hoogwaardige beeltenissen zonder enige afleidingen.”

Zwerven in de kunst
Twintig jaar geleden schreef ik bij een tentoonstelling in zijn huiskamer: “Graficus Age Hartsuiker heeft wat gezworven in de kunst! Door het landschap en in het landschap. Hij zweefde erboven als een vogel en groef erdoor als een mol. Van iedere kant en van elke zijde heeft hij in zijn werk dat landschap belicht. Vanuit een realistische kijk door een onwerkelijk gezicht naar een abstracte benadering. Proberen te ontdekken wat overblijft wanneer alles is weggelaten. Nadat dit onderwerp tot op iedere aardlaag was doorgebeten en herkauwd, spuwde Age de braakbal uit en vond erin de steen als beeldthema. Verder filosoferend bedacht hij de tafel als drager van het leven. Gaandeweg werd de etsnaald ingeruild voor het pastelkrijt en de acrylverf.”
En verder: “Een Hartsuiker kent veel verschijningsvormen. In de grafiek graaft het zich op in het landschap. Met ragfijne lijnen is de huid over de aarde gedrapeerd als de natte plas in de vormbare modder. Dit vroege werk is nog vol van beeltenis, maar geleidelijk verbant Hartsuiker elk aanknopingspunt om te resulteren in een minimaal gegeven aan weergeven. Het is het evenwicht in herkennen en ontkennen.”
Eilanden en luchtlandschappen werden daarna zijn domein; torens als belvedères overzagen de inspiratie. En eerder waren bomen al een manier om de kunst van zich af te ‘schrijven’. Die enkele bomen staan nu in een bosje bij elkaar om het licht van de Wouden te ademen, de sfeer in stemming te brengen. Dat is wat Hartsuiker zijn werk in deze serie wil meegeven. Dat zien doe ik dus niet, maar horen doe ik de schurende aarde, de opstandige bodem. In feite is dat de kunstenaar zelf; hij staat hier model. Het is een abstract zelfportret, niet meteen zichtbaar.
Hij is rebels. Gaat zijn eigen weg. Leverde zijn eigen werk uit bij een zelf opgezette kunstuitleen, richtte een eigen galerie in om maar onafhankelijk te zijn. En in de politiek is hij weerbaar en dwars, bokkig als gemeenteraadslid en eigenzinnig als wethouder. Eens en vooral is hij beeldend kunstenaar en kan zich daarom abstract inleven in problemen. Want hoe sprekend is het om kwesties uit te tekenen en zo de angel eruit te halen. Maak het figuurlijk, dan blijkt het letterlijk minder heftig en makkelijker om over je schaduw te stappen.

“Het is een supermarkt”
De kunst van Hartsuiker is niet slechts ter vermaak, maar zeker ook ter lering. Het vermaak zit in de esthetische kant van de pasteltekeningen, een sieraad boven de bank. En de kunstenaar probeert ons iets te leren over het intensieve gebruik, maar vooral het diepgaand misbruik van de omgeving. De ontering van het landschap die ik lees in de werken van Hartsuiker. Een omwonden aanklacht als de wolf in schaapskleren, de adder onder het gras.
Age: “Het spreekt aan of niet, dat is het prachtige van kunst. Het is een supermarkt: wat je niet lekker vindt, koop je niet. De illusie is een grote realiteit. Het is het wezen, het verhaal dat wordt verteld door de kunstenaar. De kunstenaar is een vorser, hij graaft zich in het onderwerp in en komt zichzelf en de directe omgeving tegen. Alles is van invloed op wat je doet. De kunstenaar is gedreven, hij verlangt naar ‘vrijheid’. Het is een passie die je meekrijgt, een stuk fantasie dat je hebt. Voor mij is het zaak op te letten dat het geen kunstje wordt. Het ene werk lijkt veel op de andere compositie, omdat het opeenvolgend is. Kom ik er niet uit, dan grijp ik naar werk dat eerder gemaakt is. Het gaat om de beleving. Die is belangrijk, en niet alleen voor de kunstenaar, maar ook voor de beschouwer van het werk. Iedereen beleeft iets, natuurlijk. Dat is het leuke van kunst voor de beschouwer: je voegt iets toe.”
Terug in Galerie MUGA heeft de naamgever van de tentoonstelling een magische aantrekkingskracht. Als is het een magneet, trekt het me naar zich toe. Eerder zag ik het werk in de openingstentoonstelling van deze galerie in 2020: “Veelal is de vorm abstract, maar “in it ljocht yn ’e wâlden’ wordt de toren een landschap. Een prachtig werk, het hoogtepunt in deze omgeving wat mij betreft. De akker ligt er bewerkt bij, de voren in de aarde bewegen als de scheuren in de schors van de boomstam. Het dak van de toren is het bos van de Wouden, het licht straalt tussen de stammen door naar het centrum van de compositie. Ik wil dat bos in, de koelte zoeken.”
Tentoonstelling “Het licht dat door de wouden ademt”, pastelkrijttekeningen Age Hartsuiker bij Museum Galerie Heerenveen (Galerie MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 1 februari tot en met 15 maart 2026.














































