Categorie: Museum Heerenveen

  • Frits Klein – de kunst van het beeld

    Museum Heerenveen heeft een kleine tentoonstelling ingericht over het omvangrijke oeuvre van Frits Klein. De in 1924 geboren creatieve geest wilde kunstenaar zijn, maar werd de eerste Heerenveense reclameman. Vanwege het feit dat Klein in 2024 de eeuw zou aantikken, ware het niet dat hij in 2016 overleed, heeft het museum de tijd rijp geacht een kleine greep in zijn vele werken te doen. Men heeft een oproep gedaan particulier bezit in bruikleen te geven, zodat een kamer op de eerste verdieping van het oude gedeelte van het museum kon worden gevuld. Naar mijn idee een enigszins weggestopte uitstalling, want de tentoonstelling over het werk van Louis le Roy krijgt beneden ruimschoots aandacht: 100 jaar is niets. Le Roy is van hetzelfde bouwjaar als Klein, stierf vier jaar eerder, dus dat schept een band. Ze kenden elkaar, hadden weinig contact: de één prominent aanwezig, de ander meer bescheiden op de achtergrond. Hun werk wordt nu parallel in het museum gepresenteerd, maar het was een uitdaging geweest om deze markante Heerenveense kunstenaars te combineren in een enkele tentoonstelling.

    Hij was mijn mentor

    Met Frits Klein onderhield ik een vriendschappelijke band. Vooral in de jaren nadat zijn geliefde vrouw Immie was overleden. Ik bezocht met hem diverse musea in de regio, en dan kwam altijd zijn blauwe bolide met de uitstekende muziekinstallatie daarin voorrijden. Hij was trots op zijn sportwagen en reed daarmee met mij op de passagiersstoel graag een extra rondje voordat we op de plaats van bestemming waren. Eerder al kende ik Klein en kwam wel bij hem thuis aan de Pastorielaan en de Woudsingel. Hij was mijn mentor toen ik, warm van de kunstacademie, een muurschildering in het toen nieuwe bijgebouw van de Gereformeerde Kruiskerk moest maken. In januari 2007 had ik een kort interview met hem voor mijn rubriek Kunststukjes in de offline Heerenveense Courant.

    Vormgever en tekenaar

    Och-och-och, wat is het een hoop werk geweest!” Frits Klein komt van Oranjewoud en heeft een lang en productief leven achter zich. Niet echt in de kunst, zoals hij dacht het te kunnen maken. Een kind van voor de oorlog heeft erna geen rode cent. Dus een vakopleiding zat er niet in, maar wel een glanzende carrière in de reclame. Hij werd vormgever en tekenaar, maar nauwelijks schilder.

    Ik heb mooie tekeningen kunnen maken zo door de tijd. Veel boeken geïllustreerd en verschillende strips gemaakt. Kort werkte ik met striptekenaar Hans Kresse, ik maakte zijn achtergronden – natuur en architectuur. Wij pasten qua stijl goed bij elkaar. Hij bood mij een vaste baan aan, maar ik wilde mijn zelfstandigheid niet kwijt.”

    “De technieken, ik ken ze allemaal”

    Reclame is zijn vak en het vrije werk doet Frits ertussen door. En dat kan van alles zijn, van glas-in-lood tot muurschildering en van standbouw tot het ontwerpen van schepen.

    Ik heb eigenlijk teveel verschillende dingen gedaan. Misschien had ik me moeten specialiseren, maar in een kleine provincie als Friesland verdien je dan niets. Ik vind het fijn om te tekenen. In het voorbijgaan pak ik het wezen van de mens op. Aan de stijl zien de mensen direct dat het een tekening van mij is. (…) Ik weet hoe je een penseel moet vast houden. De technieken, ik ken ze allemaal. Maar voor de rest moet je het toch zelf doen.”

    Voor de reclame nam hij een schriftelijke cursus, maar veel moest hij zelf nog in de praktijk uitvinden. Technisch heeft Klein het hele vak doorlopen.

    “Het moet indruk maken”

    Het is een vak dat je uitoefent. Het is versierend vakwerk. De impressionisten vind ik geweldig. Die nieuwe realisten kunnen mooi schilderen. Het is de verbeelding van de werkelijkheid en dat vind ik een loffelijk streven. Het is wat het is. Ik vind abstract wel mooi, maar ik zie het niet als geweldig groots en geweldig mooi en schitterend en prachtig, het is gewoon sierkunst. Een versiering aan de wand, zo zie ik het. Kunst gaat dieper, het moet je grijpen. Je moet, of je wilt of niet, er steeds naar kijken. Je hoofd omdraaien en ernaar kijken. Het moet indruk maken, dan is het kunst. Dat gebeurt bij mij bijna nooit. Ik heb bewondering voor veel grote schilders, maar er zijn zoveel grote schilders. Het ambachtelijke zit er altijd achter. Ik heb ook wel veel versieringen gemaakt. Ik kom uit die stijl van de Jugendstil en Art Nouveau. In die stijl heb ik geleerd om versieringen te maken. Als je daar van uitgaat kom je niet gauw tot de abstractie. Pas na de oorlog begonnen ze te smijten met verf, dat kon ik niet. Dat lag me niet. Maar wat is er nu? Het is doodgelopen op dat abstracte en op dat vreselijke versieren. Sommigen vallen terug op het superrealisme. Wat is dat een monnikenwerk om zoiets te maken. Zo precies, zo zuiver! Surrealistisch zuiver, maar waar is het leven van die impressionisten? De Haagse school, dat is het! Dat is mooi. Het leeft, dat doet je iets.

    “Ik ben een kind van voor de oorlog”

    Frits Klein is van alle markten thuis maar maakt nergens een kunstje van. “Vroeger ben ik eens psychologisch onderzocht: wat is het karakter van deze mens. Dat werd aan de hand van mijn handschrift gedaan en dat had onder meer als uitslag: sterk gevoelig voor originaliteit. Hij wil toch graag altijd iets uit niets maken, wat anders maken. Dat heb je in de reclame ook, dat moet. Je moet steeds nieuwe dingen uitdenken. Vernieuwend bezig zijn. Veel geld verdienen ten koste van de kunst, dus met een eens uit gevonden en aangeslagen maniertje – dat is geen kunst.

    Kunst is een verbeelding voor de mensheid, zo dat ze het leven beter begrijpen. “Ik ben over de tachtig, maar ik heb nog nooit één keer mijn werk geëxposeerd. Ze vroegen me te gidsen in het oude Heerenveen. Want ik ben hier opgegroeid, ik ben een kind van voor de oorlog. Ik heb het hier helemaal zien groeien. Maar ze kennen me niet als kunstenaar, als iemand die iets leuks maakt. Ze weten wel dat ik van alles gedaan heb, ze kennen me wel. Maar ik denk toch dat het allemaal ligt aan het feit dat ik reclame deed en die strips gemaakt heb.

    Scherp oog en treffend handschrift

    In 2014 heeft Tresoar belangstelling voor het werk van Frits Klein. Welhaast zijn hele oeuvre, althans wat hij nog thuis heeft liggen, wordt door de schatbewaarders van het Friese verleden overgenomen. Hij krijgt een tentoonstelling in het Fries Landbouw Museum waarvan hijzelf nog de opening heeft mogen meemaken. En nu is er dan een uitstalling in Museum Heerenveen. Hoewel klein van omvang doet het enigszins recht aan waarmee Klein tijdens zijn leven zoal heeft gewerkt. Het geeft aan hoe veelzijdig hij was, maar toch worden zijn muurschilderingen daarbij node gemist. Er zijn al vele verdwenen doordat gebouwen zijn afgebroken of in handen van een andere eigenaar zijn gekomen. Ook mis ik het figuurtje waarmee Frits bekend is bij het grote publiek en dat nog iedere dag commentaar geeft in de Leeuwarder Courant. Hoewel verbannen van de voorpagina, is het nog voortdurend een vaste rubriek in de krant. Het mannetje liet zich wel zien bij Tresoar maar is afwezig in Heerenveen. Wel zijn er de onlangs aan het museum geschonken oorlogstekeningen te zien. Daaruit blijken het scherpe oog en het treffende handschrift van Frits Klein. Een opmerkelijke Heerenvener.

    Frits Klein – Eeuwig creatief. Tentoonstelling bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 28 september 2024 tot en met 19 januari 2025.

  • Nevel omhult sfeer in Museum Heerenveen

    In het stille hart van tentoonstelling Nevels in Museum Heerenveen staat een bank tussen vitrage. In het vierkant ben je min of meer afgesloten van de ruimte wanneer je daar plaats neemt. Je kunt er als bezoeker ervaren hoe klein de wereld wordt wanneer de mist opzet. Een muur van nevel ontneemt een weide blik. Een ragfijne stof probeert dat effect te bereiken. Volgens het museum laten de getoonde schilderijen het mysterie van het landschap zien. Echter is het mysterie in het landschap. Kunstenaars verbergen de omgeving in composities. Want niet dat landschap heeft een geheim, het is de nevel die het mysterie maakt. De realiteit wordt er abstract, de ogen bedrogen.

    image

    Die vitrage is een aardige vondst om de nevel na te bootsen. De bezoeker te laten denken in een mistige omgeving te zijn. Dit natuurlijke fenomeen in deze situatie te ondervinden als completering van de tentoonstelling. Echter beter was het de ruimte met een rookmachine daadwerkelijk in nevels te hullen. Dat ik welhaast op de tast de kunst moet vinden. Dan had de ondertitel van Nevels het mysterie van de tentoonstelling kunnen zijn, of die van de kunst. Dan maakt de nevel een alternatieve werkelijkheid. Je ziet niet wat je weet. De mist hult de waarheid in nevelen. De wereld is op dat moment onherkenbaar en herinnert aan niets. Een parallel universum.

    Landschap blijft een duidelijk uitgangspunt

    Veelal legt de morgendauw een lichte deken over de velden. Witte wieven onttrekken zich van de sloten en greppels en dwalen over de weilanden. Over de wereld ligt een witte waas waar een enkele koeiensnuit nat en glinsterend uit tevoorschijn komt. Het opstaan van de dag is in nevelen gehuld. De nacht legt zich te ruste. En in de avond voltrekt zich eenzelfde mysterie, maar dan omgekeerd. De witte wieven zoeken het water weer op. De nacht trekt de dag een jas aan. Beide dagwendes leggen een raadselachtige sfeer over de atmosfeer. Beide momenten in een etmaal zijn raadselachtig. Even geheimzinnig als wanneer de mist overdag de omgeving intrekt. Om maar niet te spreken van de nacht, dan is de wereld echt onberekenbaar.

    image

    De in de tentoonstelling ‘Nevels‘ getoonde schilderijen hebben alle die raadselachtige impact. Veelal is de omgeving er abstract in weergegeven. Meestal blijft het landschap echter een duidelijk uitgangspunt. De contouren van de inspiratie zijn zichtbaar. Hoewel het soms schimmen zijn van de werkelijkheid. Natuurlijk is Willem van Althuis daar een meester in, om het landschap te vereenvoudigen tot enkele kleuren. Het lijken abstracte composities, maar het zijn fotorealistische schilderijen. Zo oogt de wereld op een mistig moment. Precies zo. Wanneer het zicht slechts een meter of vijftig is denk ik aan Willem: een Van Althuis landschap. De stilte overvalt je dan, of nee, de stilte valt in. Ik baad me in een bad van rust.

    Grensgebieden

    Die rust en stilte ligt ten grondslag aan de werken van Christiaan Kuitwaard. In zijn gezichten vertraagt hij de tijd. Of eigenlijk laat hij de tijd weg. Het krijgt geen vat op zijn werk. In de pinhole fotografie van Janne Heida staat de tijd ook stil. Want dat is wat je doet als fotograaf, een moment uit de tijd nemen. De klok stopt met tikken, het ogenblik blijft de blik in die ene tel. Door het sleutelgat kijkend wordt de wereld net zo klein als wanneer de nevel de tijd opslokt. Op zijn zwerftochten heeft Wiebe Knobbe halt gehouden en stil gestaan. Hij heeft het landschap geproefd en de smaak ervan op papier gezet. Net als Van Althuis deed heeft Knobbe al de overbodige ruis weg gelaten en alleen de essentie over gehouden.

    image

    Ook Sjoerd de Vries zwierf door het landschap. Op zijn lange voettochten deed hij veel indrukken op, die hij thuis in gelaagd karton kerfde. Dicht bij huis documenteerde hij natuurgebied De Deelen. Hij gaf verslag van zijn gevoel in die omgeving, waardoor het gezicht eigenlijk in abstracte zin realistisch is. Marije Bouman heeft de gave om de kern van het landschap te raken. In aquarel of met gemengde techniek maakt zij grensgebieden. Op de scheiding tussen waarneming en gedachte verbeeldt zij een niemandsland. Een gebied waar de tijd geen vat op heeft, het is er tijdloos. Een inkijk op de eeuwigheid.

    Nevel is: nog bijna

    Rabbo Ploeger is dan wat een vreemde eend in deze bijt. Waarheidsgetrouw plaatst hij een drietal panden langs het Breedpad. De nevel stijgt op uit de Kolk. De lucht kleurt dreigend. Het is zoals het is, er is niets weggelaten of toegevoegd. Op deze manier kun je het centrum van Heerenveen ervaren. De tijd staal stil, er heerst rust. De eend is toch niet zo vreemd als dat hij zich voordoet.

    image

    Voor het museum is het minder waardevol, maar voor mijn verblijf tijdens de tentoonstelling een nuttige bijkomstigheid dat er geen andere bezoekers zijn. Zo kan ik goed de sfeer pakken van die welke de kunstenaars mij willen overbrengen door hun werk. In de serene kalmte van de ruimte tref ik het juiste moment mij in te leven. De stemming te ondergaan die is vastgelegd op doek of papier. Herman de Coninck verwoordt mijn gedachte – nevel is: nog bijna. Zijn gedicht is groot geprojecteerd op één van de wanden. Zit ik in de witte sluier op de zwarte bank kan ik mij mystieke klanken laten horen. Van Astropolit vertelt de tentoonstellingsfolder wervend. Vast heel stemmig, ongetwijfeld, maar ik doe dat maar niet. Het geluid van de stilte vind ik meer passen bij deze omfloerste kunst.

    Nevels. Mysterie van het landschap. Groepstentoonstelling werken van Wiebe Knobbe, Willem van Althuis, Christiaan Kuitwaard, Sjoerd de Vries, Marije Bouman, Janne Heida en Rabbo Ploeger. Bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 23 september 2023 tot en met 14 januari 2024.

  • Beeldspraak van Jan Worst maakt gedachten lyrisch

    Heerenveense Courant : Archiefstuk 1993

    Het is er goed toeven in het museum Willem van Haren. En dat zeker niet alleen vanwege het geserveerde kopje koffie. De expositie van schilderijen van de in Heerenveen geboren en in Groningen werkende Jan Worst draagt optimaal bij aan dat goede toeven. Je zou erbij in slaap willen sukkelen, zoals sommige figuren dat in de beeltenissen doen. En dan niet uit verveling, maar door een intens genieten van het gebodene. Een zalig wegdromen. Mijmerend het geheim ontsluieren.

    Jan Worst schildert op het eerste gezicht in een uiterst realistische stijl. Maar schijn bedriegt; de afbeelding mag herkenbaar zijn, de uitbeelding gaat verder dan dat. Het is alsof Jan Worst enkele regels uit een verhaal voorleest, niet meer en niet minder een fragment. Aan die regels gaat een verhandeling vooraf en na die regels volgen nog vele hoofdstukken. Het verhaal is even stilgezet. Lijnen en relaties tussen personen en voorvallen lijken vast te liggen, maar kunnen naar believen door de toeschouwer worden doorgetrokken in de toekomst. Worst schept een fantasierijke wereld, waarbij zijn losse toets de sfeer levendig houdt. Geen superrealisme, geen fotografische echtheid. De werkelijkheid is niet in al haar kilheid afgebeeld, er is zelfs helemaal geen werkelijkheid afgebeeld. Doordat de figuren in de omgeving tastbaar zijn lijken de verhalen op waarheid te berusten, maar wat we zien is niets anders dan een warme droomwereld. Het is er, maar bestaat niet.  

    Jan Worst

    Kasten vol boeken

    Iedere scene is gezet in een vooroorlogse entourage, een element dat bijdraagt in de sfeer van het onware. Zo lijken de beelden uit het verleden op te duiken, maar nergens is echter sprake van een tijdsbeeld. De gebeurtenis is van alle tijden, slechts gestoken in een bepaald kostuum gespeeld tegen een bepaald decor. Want de afgebeelde personages zijn niets anders dan acteurs in het toneelspel van regisseur Jan Worst. Ze spelen hun rol voorbeeldig, en zijn precies daar op de bühne geplaatst waar het beeld de bedoelde spanning oproept. 

    Kasten vol boeken spelen een prominente rol in het werk van Jan Worst, evenals grote gebloemde vloerkleden. In dit decor hebben de figuranten nauwelijks een tastbaar contact met elkaar. Er gebeurt niets met hen, een beklemmende stilte voor de storm. De in slaap gesukkelde dame droomt een zalig beeld, terwijl het kind zichzelf een verhaal fantaseert. Ieder meubelstuk is daarin lijdend voorwerp van een spel. De bank is locomotief, stoelen zijn wagens erachter tot er een trein door de kamer sliert. De tafel is onbewoond eiland en de voetenbank het vlot. Door de ogen van een kind gezien is het biljart met blauw laken een meer om in te zwemmen. Het trapje om de hoogste boeken te bereiken is de springplank voor de duik in een verfrissend kinderspel. 

    Jan Worst

    Hoewel de figuren nauwelijks contact maken en amper meer zijn dan meubelstuk in een groter interieur, brengt Jan Worst door de manier van plaatsing in het beeld een bijzondere spanning teweeg. Het is een nieuwsgierig makende spanning, wat staat er het volgende moment te gebeuren. Pakt de tweeling het cadeau uit, of voelen ze zich dan even schuldig als de jongen in “Confidence”. 

    De gedachten zijn leeg, er kan gemediteerd worden voor een rode ladekast. Devoot knielen we neer naast een felrood kolossaal hemelbed. De werken overweldigen niet alleen in toonzetting, maar zeker vanwege het grote formaat. De toeschouwer wordt binnen het beeld gezogen en maakt deel uit van de schijnwereld. De laaghangende namiddagzon verkleurt het interieur warm geel. De stralen strelen de boekruggen, geven contrast aan de figuren in hun omgeving. Het werk van Jan Worst maakt de kijker lyrisch, telkens monden gedachten uit in beeldspraak.  

    Expositie schilderijen van Jan Worst in museum Willem van Haren aan het van Harenspad te Heerenveen. Tot 15 november 1993.

    Jan Worst, Museum Willem van Haren, Museum Heerenveen
  • Kunst in kopie, echt of namaak?

    Eigenlijk heb ik me bij het zien van grafiek nooit afgevraagd of ik wel naar een originele afdruk kijk. Origineel in de zin van dat de maker het met de hand heeft geprint op de eigen pers. Of dat de maker de opdracht heeft gegeven het door een ander te drukken, maar er wel zijn of haar handtekening onder heeft gezet. En genummerd, want de originele afbeelding wordt in een beperkte oplage gedrukt. Zodat degene die de afdruk in bezit heeft weet dat het een exclusief werk betreft. Maar wat nu wanneer iemand een etsplaat heeft van Rembrandt of, dichterbij, van Boele Bregman, en hiervan printen gaat maken. Dan is de tekening wel van de genoemde kunstenaar, maar het is dan dus eigenlijk een kopie van het origineel, namaak, na gemaakt, achteraf gemaakt. Ofwel een nadruk.

    Want wat betekent de reproductiemogelijkheid voor de originaliteit van het werk. Is de eerste afdruk het origineel en zijn de andere werken in de oplage kopieën. En zijn alle werken in de oplage daadwerkelijk identiek, dus gelijk aan elkaar of zitten er verschillen tussen. Zo zodat ieder exemplaar dus een afzonderlijk origineel kan zijn. Want door variatie in temperatuur, luchtdruk, luchtvochtigheid, papier, inkt en drukkracht heeft de grafische kunstenaar het drukproces nooit helemaal onder controle. Het toeval stuurt en is raar gezegd in deze eigenlijk de ware kunstenaar.

    Museum Heerenveen, kunst in kopie

    In beginsel een Bottema, Bregman, Mankes of Oosting

    In de tentoonstelling “Kunst in kopie?” bij Museum Heerenveen laten de samenstellers mij iets afvragen, namelijk of grafische kunst in oplage gemaakt is of opnieuw gedrukt werd. Met wat is dan origineel, zetten ze mij tot nadenken. “Is het kunst of kopie? Zijn de afdrukken precies hetzelfde?” De tentoonstelling heeft een educatieve inslag, dus er is een opdracht voor mij: “Kijk eens heel goed en vergelijk een paar keer of er toch een verschil is.” Ik dien mijn ogen de kost te geven, me te realiseren wat ik zie. Dat doe ik dan ook bij het werk van vier kunstenaars uit de omgeving, want Museum Heerenveen is niet voor niets een streekmuseum. Dus is er om de geschiedenis van de streek in tentoonstellingen onder de aandacht te nemen, en zo mogelijk te promoten.

    De vier kunstenaars waarvan grafisch werk in de tentoonstelling is opgenomen zijn alle al overleden, dus kunnen niet zelf meer de handpers bedienen. Bij alle afdrukken die nu in de handel verschijnen kan men zich dus afvragen of het echt is of namaak. Het origineel, dus de plaat waarvan gedrukt wordt, is natuurlijk altijd echt. En wanneer de maker zelf die afdrukken heeft gemaakt zijn deze echt. Maar wanneer er nu nog afdrukken worden bijgemaakt is het origineel nog steeds echt, maar is het de vraag of de print authentiek is. Het is in beginsel een Bottema, Bregman, Mankes of Oosting. De vier kunstenaars die wortels hebben in de regio Heerenveen en waarvan grafische technieken als het etsen, steendrukken en de houtgravure in de tentoonstelling te zien zijn.

    Museum Heerenveen, kunst in kopie

    Interessante dwarsdoorsnede van Tjerk Bottema, Boele Bregman, Jan Mankes en Jeanne Bieruma Oosting

    Er valt veel te bekijken, want de opdracht is goed te kijken en nog eens te zien om verschillen in afdrukken te ontdekken – als die er al zijn. Want van veel druksels zijn meerdere exemplaren te vinden en opgehangen. In de tentoonstelling lees ik op een tekstbord: “Kenmerkend voor grafiek is de mogelijkheid om meerdere identieke afdrukken te maken van een werk. Bestaat die mogelijkheid niet, dan is er geen sprake van grafiek.” Dus.

    Van Tjerk Bottema, Boele Bregman, Jan Mankes en Jeanne Bieruma Oosting is een interessante dwarsdoorsnede uit hun grafische oeuvre samengebracht in de tentoonstelling “Kunst in kopie?”. De werken alleen al geven kijkplezier in het bezoek aan Museum Heerenveen. Uit de eigen collectie worden werken getoond naast afdrukken uit dezelfde oplage van andere collecties. Zo kunnen de bezoekers de verschillende drukken en versies met elkaar vergelijken. Want het museum daagt mij uit om na te denken over de vraag: wat wordt verstaan onder originaliteit. De opdracht is om echt te kijken, geconcentreerd te beschouwen om antwoord te kunnen geven op de vraag of het kunst is of kopie. Een overtuigende respons komt daar niet uit. Want wat is echt en wat is namaak. De afdruk door de maker zelf gemaakt, is deze echt? En de afdruk gemaakt van dezelfde plaat maar door een ander, is dat namaak? Niet in de zin van imitatie of vervalsing, maar als betekenis dat het nog eens weer achteraf gemaakt is – een extra oplage, een nadruk. De plaat is er, dus kan weer gebruikt worden, toch? Om dit te voorkomen beschadigde Jan Mankes zijn drukvormen om eventuele nadrukken door anderen onmogelijk of duidelijk herkenbaar te maken.

    Museum Heerenveen, kunst in kopie

    Geschiedenis van het drukken

    In een naastgelegen zaal wordt de geschiedenis van het drukken in kort bestek uit de doeken gedaan. Er staan originele handpersen en er worden onderdelen en materialen getoond. Afdrukken langs de wanden tonen de mogelijkheden van het drukken. Ook kan de bezoeker zelf aan de slag om te ontdekken hoe grafische kunst wordt gemaakt. Regelmatig vinden er workshops onder leiding van professionele kunstenaars plaats. De jongste bezoekers kunnen hun eigen drukwerkkunst maken met stempels en inkt.

    Kortom, is de tentoonstelling “Kunst in kopie?” een complete belevenis van het drukken, de grafische techniek. Hoewel de titel enigszins misleidend is, aangezien het woord kopie toch de betekenis heeft van nabootsing en afschrift. Uiteraard is de grafiek voor de kunstenaar een goede mogelijkheid zijn werk te reproduceren. Om van een enkele tekening of afbeelding meerdere te maken. Dat betekent een groter bereik en een ruimere afzetmarkt. Want de kunst is een ambacht, een vak, een beroep; de kunstenaar wil zijn of haar kunst onder de mensen brengen en, niet onbelangrijk, er een verdienmodel aan koppelen. Grafiek is beter betaalbaar en dus voor een grotere groep liefhebbers toegankelijk. Want des te groter de oplage hoe meer de prijs wordt gedrukt. Maar dit terzijde.

    Tentoonstelling “Kunst in kopie?”, grafiek van Tjerk Bottema, Boele Bregman, Jan Mankes en Jeanne Bieruma Oosting bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Te bekijken tot en met 14 mei, de drukwerkplaats is open tot en met 27 mei 2023.