Categorie: Uitgeverij van Gorcum

  • Ontdekkingsreis door muziekgeschiedenis

    Onwillekeurig zoek ik in “Plaat voor je kop” naar de mij bekende namen. Naar titels die ook zomaar in mijn platenkast te vinden zijn. Maar dan doe ik de waarde van het boek van Wouter Bessels tekort. In de uitgave verschenen bij uitgeverij Koninklijke van Gorcum heeft de journalist en muziekkenner een willekeurige keuze uit zijn columns in de Meppeler Courant geplaatst. Het is zijn persoonlijke reis door de moderne muziekgeschiedenis, maar schurkt ook tegen die van mij aan. Veel van de door hem behandelde albums heb ik meerdere keren door de handen gehad om het vinyl op de draaitafel te leggen dan wel het schijfje in de cd-speler te schuiven. Bessels heeft een voorkeur voor de langspeelplaat, de elpee, want vanaf dat zwarte kunststof klinkt de muziek via de naald toch warmer – daarmee deelt hij de mening van velen en is de reden waarom het vinyl nooit helemaal is vervangen door cd, cassetteband en online playlist.

    In “Plaat voor je kop” komen uiteraard de bekende namen langs. Muzikanten die hun naam gevestigd wisten in de muziekhistorie. Die met hun creatieve en innovatieve aanpak zichzelf steeds wisten en weten te vernieuwen, en dus interessant blijven voor de luisteraar. Natuurlijk zijn er artiesten waar het publiek er klakkeloos bij vanuit gaat dat ze alsmaar eenzelfde pad blijven bewandelen. Waarvan het eerste lied en de laatste song eenzelfde klank hebben. Maar dit zijn niet de muzikanten die Bessels in zijn boek de revue laat passeren. Hij zoekt het meer in die mensen die de geschiedenis hebben opgeschud. Aan de top zijn gebleven, maar ook die de berg probeerden te beklimmen maar geen vlag konden planten. Maar die er wel voor hebben gezorgd dat anderen door konden borduren op het door hen uitgelegde stramien.

    Regelmatig te vinden in de betere platenzaken

    Het is een interessant boek, dat “Plaat voor je kop”. Het gaat dan over de populaire kant van de muziek en laat de klassieke zijde links liggen. Het is de rock en de afgeleiden daarvan die Bessels behandelt. De platencollectie van zijn moeder hebben hem op dat spoor gezet. Tussen de middag, wanneer de jonge Wouter thuis kwam uit school om de maaltijd thuis te nuttigen, zette zij een plaat op. Zo leerde hij al vroeg deze muziek kennen. Later leende hij zelf platen van de bibliotheek en weer later was Bessels regelmatig te vinden in de betere platenzaken. Hoewel hij ook juweeltjes heeft gevonden in uitverkoopbakken en bij de goedkope winkels. En kreeg hij via uitgevers door zijn vak als journalist albums ter recensie toegestuurd. Het boek geeft derhalve het verslag van een ontdekkingsreis. Een expeditie met momenten van herkenning en openbaring.

    In zijn boek opent Bessels de wereld van de rockmuziek. Een wereld die ik al wel kende, maar waarin hij mij wijst op achtergronden, details en wetenswaardigheden. Hij richt zich in de eerste plaats op de albums die zijn uitgebracht en zijdelings op de mensen achter deze muziek. Het zijn vooral de artiesten en groepen in decennia van de vorige eeuw in en na de jaren 60. De jaren dat de jongeren zich in gedachtegoed en uiterlijk losmaakten van de ouderen en de gevestigde orde. Wereldberoemde namen als Pink Floyd, Beatles, Beach Boys, Rolling Stones, Fleetwood Mac en Iron Maiden. In Nederland die van Focus, Golden Earring, Earth & Fire en Het Goede Doel. Eenlingen die met een band de hitlijsten bestormden, als Bruce Springsteen, Stevie Wonder, Mike Oldfield, Joni Mitchell en Elton John. En dichterbij huis Daniël Lohues, Hans Vermeulen, Herman van Veen en Jan de Hont. Het geeft de samenhang in het veld weer. Veel van de namen komen op andere plekken terug, omdat deze samenwerken op het podium of in de studio. Groepen ontbinden en wat overblijft vormt nieuwe verbindingen, een andere kijk en een gewijzigde aanpak. De muziekwereld is constant in beweging, dat bewijst Wouter Bessels.

    Omvangrijke discotheek

    Het zijn de bekende albums van gevestigde namen. Maar ook ontdekt Bessels tussen het koren veel kaf dat na beluisteren een juweel blijkt te zijn. Muzikanten die door het grote geweld onder de voet zijn gelopen. Geen aandacht kregen, maar deze belangstelling wel hadden verdiend. De muziekkenner die ondertussen een omvangrijke discotheek zal hebben opgebouwd, maakt mij opmerkzaam op deze mindere goden die goddelijke muziek hebben gemaakt. En krijg ik meerder keren een aha moment wanneer ik ontdek dat ik net die parel ook eens heb opgedoken in de uitverkoopbak. “De herinnering wordt mooier naarmate het geheugen over de werkelijkheid afneemt”, schrijft Bessels ergens. Ik beaam het. “Bij sommige platen koester je herinneringen. Waar je ‘m voor het eerst zag staan, voor het eerst hoorde, voor het eerst kocht.

    Hoewel Bessels zich met name richt op de rockmuziek, komen er toch ook andere niet gedachte namen langs. Zo vind ik Kinderen voor Kinderen, Neerlands Hoop in Bange Dagen, Conny Vandenbos en Pussycat. En stuit ik op het album dat André Hazes van de platenmaatschappij mocht maken toen hij 10 jaar aan hen verbonden was. ‘Dit is wat ik wil’ zei de volkszanger en maakte een plaat vol blues en rock met bekende begeleiders als Brood, Lux en Akkerman. Dan blijkt dat hij een aardig mondje Engels kan zingen en zeker een goede doorleefd bluesgeluid heeft. Het is een ondergewaardeerde productie geworden, maar wel het enige wat van Hazes en zijn alledaagse genre bij mij in de platenkast staat.

    Zo heeft Wouter Bessels tussen de successen meerdere ‘guilty pleasures’ geschreven en ‘onbekend maar zeker niet onbemind’ achterhaalt. Juist deze zijn de ontdekkingen in het boek. Daarom is het aan te raden dus niet enkel en onwillekeurig de bekende namen eruit te pikken, maar het boek van kaft tot kaft te lezen. Vooral is “Plaat voor je kop” een handleiding. Naast de achtergrondinformatie over albums en artiesten geeft de muziekjournalist aanwijzingen wat en welke te beluisteren. Ieder verhaal heeft aparte kaders met essentiële albums en essentiële verzamelalbums. En er is een lijst met puntgave liedjes. Zo zijn voldoende nieuwe klanken via het boek te ontdekken en een keur aan bekende muziek nog eens te beluisteren. Hoewel het Bessels’ keuze is, kan ik me er volledig in vinden.

    Plaat voor je KOP. Op ontdekkingsreis door 60 jaar muziekgeschiedenis. Wouter Bessels. Uitgave Koninklijke Van Gorcum, 2023.

  • Het Drenthe van Karin Broekhuijsen andermaal op de plaat gezet

    Het is vandaag de dag amper voor te stellen. Dat de provincie Drenthe vroeger meer water was dan land. Voordat er bewoning was waren de uitgestrekte velden zompig moeras. Een enkele in de ijstijd door opstuwing ontstane heuvelrug, ontstaan in de ijstijd bleek maar bewoonbaar. Het was de verbinding tussen zuid en noord, de enige toegangsweg door de woestenij. Nu ligt de provincie er droog bij en lijkt minder waterrijk dan Friesland of als het Land van Maas en Waal dat zijn. Maar schijn bedriegt. Nadat de moerassen werden verveend en afgegraven, zijn er tal sloten, vaarten en kanalen aangelegd. Enkel tot doel het overtollige water weg te laten stromen en de gewonnen turf vandaar af te kunnen voeren. Drenthe had destijds zelfs een zeehaven, de vierde van Nederland in grootte en betekenis. Door de verandering in het klimaat wil men echter maar graag het water in de provincie houden en wordt er aan gerichte beheersing gedaan. Dat is in een notendop waar het in de uitgave “Drenthe Waterland” om gaat. Duidelijk te maken dat Drenthe wel degelijk een waterrijke provincie was en nu ook weer wil worden.

    De uitgave van Koninklijke van Gorcum is in de eerste plaats een fotoboek. Het zoveelste in de reeks van fotograaf Karin Broekhuijsen over ‘haar’ provincie. Daarmee bewijst ze eens te meer een scherp oog te hebben voor romantiek en werkelijkheid, beleving en gevoel. Ze weet de mooiste plekjes in de natuur te vinden. Locaties die over het algemeen verborgen blijven, omdat ze afgelegen en nauwelijks bereikbaar zijn. Niet om een toeristische almanak te hebben, een VVV folder om de provincie te promoten. Hoewel het boek niet zal misstaan in het schap van de ANWB winkel, is het doel de schoonheid van Drenthe onder de aandacht te brengen. Zonder de mensen in grote stromen over de heide te laten banjeren, maar om thuis op de bank te genieten van flora en fauna. De nevel over de velden en de sloten in de vroege winterochtend, de stralen van de ondergaande zon langs het hunebed in de late zomeravond.

    Provincie heeft uitstraling van woest en ledig

    Vincent van Gogh was in zijn tijd, we noteren 1883,  al helemaal lyrisch van Drenthe. “Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien ik niet voor altijd hier kon zijn, ik liever ’t maar niet gezien had. Het is onbeschrijfelijk schoon.” En omdat het zo onbeschrijfelijk schoon is zet Karin Broekhuijsen het op de gevoelige plaat en maakt de lezers van haar boeken deelgenoot van wat Vincent ooit zag. Er is in die eeuw veel veranderd en niet altijd ten voordele van de provincie. Maar het provinciebestuur, de waterschappen, Staatsbosbeheer en het drinkwaterbedrijf proberen de oude waarden in een nieuwe schoonheid om te vormen. Drenthe bleef in de volksmond achtergebleven gebied, waar het goed toeven en verpozen is bij het hunebed in het bos en bij de schaapskudde op de heide. Juist doordat Drenthe voor bewoning minder in trek was, heeft de natuur zich daar weten te handhaven. Is er van de oorspronkelijke grond en begroeiing weinig overgebleven, de provincie heeft toch de uitstraling van woest en ledig behouden.

    Prachtige foto’s worden afgewisseld met informatieve teksten over het ontstaan van Drenthe, het watersysteem, de kansen en bedreigingen. Aan de hand van de foto’s zou je willen dat de schoonheid eeuwigdurend is. Dat de dadendrang van de mens niet meer kapot zal maken dan dat het al heeft gedaan. Dat de natuur de kans krijgt zichzelf te herstellen. Dat de mens niet langer de wil heeft alles naar zijn hand te zetten, maar in de natuur de ware meester ziet. Meteorologen Reinout van den Born en Grieta Spannenburg, de vaste auteurs in de boeken van Broekhuijsen, weten duidelijk uit te leggen hoe het zat en verder moet met Drenthe als Waterland. Door wetenschappers en ter zake kundige mensen aan het woord te laten wordt mij duidelijk hoe de provincie ervoor lag, hoe de mens erin heeft gewerkt en op welke manier de oude waarden terug in de streek gebracht kunnen worden. Niet omdat vroeger alles beter was, dat natuurlijk ook, maar om de waterbeheersing in en voor de toekomst te waarborgen.

    Voor dag en dauw

    Al het water in Drenthe komt van boven. Er komen geen grote rivieren in uit die water van elders aanvoeren. Er zijn geen grote meren waarin water zich vermeerdert. Alles wat er is komt door neerslag – regen, hagel en sneeuw. In het verleden is er water van onder gekomen. Opgestuwd door de krachten van de aarde. De pingoruïnes zijn daar nog de stille getuigen van. Door beregening raakte de heuvelrug als een spons verzadigd en werd het water op natuurlijke wijze afgevoerd door kleine rivieren naar plekken elders, buiten de provincie. In de tijd van de vervening werden deze meanderende stromen recht getrokken en nieuwe kanalen gegraven. Nog steeds werd dus het water niet behouden voor de provincie zelf. Pas in de tegenwoordige tijd beseft men dat het water in de provincie moet blijven als voorraad voor minder waterrijke jaren.

    Voor dag en dauw is Karin Broekhuijsen in het Drenthse veld te vinden om er de meest prachtige platen te kunnen schieten. En is op die ene dag het perfecte plaatje niet voorhanden, dan komt ze op een andere dag terug om de juiste sfeer wèl te kunnen pakken. Broekhuijsen is zo’n fotograaf die urenlang kan zitten wachten om het juiste en meest tot de verbeelding sprekende moment vast te leggen. Ze is een perfectionist en neemt geen genoegen met enkel documentatie van de provinciale luister. “Met haar boek helpt Karin de bewustwording rondom water te vergroten”, schrijft woordvoerder WMD Drinkwater Andries Ophof in zijn voorwoord. “Door de lens van haar camera ziet ze details die je normaal niet ziet. En dat alles legt ze vast.” En ik kan er van genieten.

    Werkelijkheid zo waar in beeld

    Met scherp oog voor schoonheid heeft Karin Broekhuijsen het water, de waters, van Drenthe opgezocht. Vooral om in het boek duidelijk te maken dat water belangrijk was en is voor de provincie. Belangrijk was en is voor het land. Niet enkel voor Drenthe kan zo een uniek boek worden samen gesteld. Iedere provincie kent de rijkdom in en om het water. Maar Drenthe heeft Karin Broekhuijsen die deze pracht en praal weet te ontdekken en vast te leggen. En niet alleen de zonnestralen in de bossen, de mist boven de sloten, de spiegeling en schittering in het water, de wolkenpartijen in de lucht maken de sfeer. Ook gaat de fotograaf door de knieën en ziet de kleine wonderen op de grond, slangen, kikkers, padden, bovisten. Ze richt haar lens weer omhoog en pikt de buizerd, de ransuil, de kiekendief en de vlinder uit de lucht. Het is alom leven en vertier in de natuur van Drenthe. Voor wie er oog voor heeft. Bij de foto’s van de wilde narcis, de dotterbloem, het blaasjeskruid, de bosanemoon en klokjesgentiaan komt de wilde geur van het land me bijna in de neus. Terwijl de vogels kwinkeleren, de koeien loeien en de bijen zoemen.

    De platen van Broekhuijsen brengen de werkelijkheid zo waar in beeld dat, wanneer ik mijn ogen sluit, ik dagdroom dat ik langs de rietkragen struin, over de slootjes spring en een zachte motregen op mijn gelaat voel. De geur van het bos en het veld hangt tussen de bladzijden. Maar niet alleen de realiteit zet de fotograaf vast, ook registreert zij het gevoel op die plek. De emotie gevoeld in deze natuur. Het is haar leefomgeving, haar beleving van deze provincie die ze haarscherp op mij overbrengt. En ook ziet zij dat die natuur in elke schoonheid abstract kan zijn. Het is met geen pen te beschrijven, hoewel ik er nu dus toch een groot aantal regels en zinnen aan gewijd heb. Maar het zijn er teveel, de schoonheid moet gezien worden en niet beschreven. Daarom zijn er de fotoboeken van Karin Broekhuijsen om die natuurlijke rijkdom verder te brengen dan de grenzen van de provincie Drenthe.

    Drenthe Waterland. Fotografie Karin Broekhuijsen. Teksten Reinout van den Born en Grieta Spannenburg. Voorwoord Andries Ophof. Drentse bijdrage Renate Snoeiing. Loflied op Drenthe: Martijje. Uitgave Koninklijke van Gorcum, 2023.

  • De biografie van een Nederlandse rocksong

    De status van Radar Love is te vergelijken met die van klassiekers als Hotel California, Stairway to Heaven en Child in Time. Golden Earring dankt vooral aan dat nummer de wereldwijde bekendheid. Dat de ultimate drivin’ song in een groot aantal landen en in vele versies is gecoverd bewijst dat. Welhaast ieder zichzelf respecterend land en elke taal kan bogen op een variant van tekst en muziek. Van de getallen en aantallen duizel ik als lezer van de biografie van het nummer dat dit jaar een halve eeuw geleden werd uitgebracht. De samenstellers van de uitgave “Radar Love 1973-2023” hebben diepgaand onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de song en de diverse verschijningsvormen ervan alom verzameld. Eigenlijk is het boek verschenen bij Uitgeverij Van Gorcum daarom een naslagwerk, een museum in gedrukte vorm dat als onderwerp de compositie van Golden Earring en met name George Kooymans en Barry Hay heeft. De gitarist en de zanger tekenden voor het meeslepende lied, maar basgitarist Rinus Gerritsen en drummer Cesar Zuiderwijk hebben zeker ook hun aandeel aan het resultaat geleverd.

    Standaardwerk over 50 jaar Radar Love

    Patrick Orriëns is schatbewaarder van de website radar-love.net. Hij onderzoekt sinds 1993, 20 jaar na de release van de song, de levensloop van Radar Love. En dat heeft Orriëns zo grondig gedaan zodat hij de timetravel van het nummer heeft kunnen schrijven voor het boek. Het is het spoor dat de Earringklassieker door de jaren heen heeft gevolgd. Het vormt het hart, de ruggengraat, van de uitgave waarin Jan Sander en Maarten Steenmeijer tekenden voor het ontstaan van het nummer. Het standaardwerk over 50 jaar Radar Love beslaat 248 pagina’s waarin geboorte en leven van de klassieker staat opgetekend. Want dood is het nummer nog lang niet, het schijnt een eeuwig leven te hebben of in elk geval voortdurend te reïncarneren. Niet alleen voor de die hard fan is het een must de uitgave in de boekenkast te hebben om er regelmatig in te bladeren, ook voor al die andere muziekliefhebbers is het gedrukte resultaat van de verzameling uitermate interessant. De geschiedenis en uitstraling van de Nederlandse rocksong verdient een biografie. De website er aan gewijd kan een museum zijn, het boek is dan de catalogus van de vaste tentoonstelling 50 jaar Radar Love.

    Uiteraard worden niet alle 844 coverversies beschreven, wel zijn ze genoemd van R.E.M. tot Jett Rebel. Een lijvige lijst voor mensen die alle ins en outs willen weten. Zo zijn er lijstjes met commercials, speelfilms en tv-series waarin de song geheel of gedeeltelijk te horen is. Andere lijstjes met vermeldingen in de nationale top 40 en internationale charts, want deze geven de bekendheid van het nummer aan. Hoewel de song de felbegeerde doorbraak van de band in Engeland en Amerika betekende, haalde het nummer daar nooit de eerste plaats zoals popkenners onterecht laten doorschemeren. Wel was het uiteraard in Nederland een tophit, maar ook in Spanje en Rhodesië, terwijl Luxemburg en België ‘slechts’ plaats 3 en 6 noteerden. Maar na de eerste hausse na het uitbrengen van de song in 1973, ging het pas echt los met Radar Love. Het boek maakt gewag van de vele bands en orkesten, regisseurs en programmamakers, die wereldwijd met het nummer aan de haal gingen. Door de vele anekdotes en illustraties daarbij is deze opsomming niet droog, maar juist aangenaam om te lezen.

    Op de letter is het een trieste ballad

    Natuurlijk is dit register, deze catalogus, interessante kost om door te nemen en zo de geschiedenis van de song te kennen. De bekendheid en roem te doorgronden. Maar meer fascinerend is het om de ontstaansgeschiedenis van het lied te weten: de geboorte van een klassieker. In dat hoofdstuk leggen de jongens van Golden Earring uit hoe het zo is gekomen. Wat Barry Hay inspireerde om de woorden te kiezen die hij heeft gekozen. De tekst te schrijven die een duidelijke sfeer overbrengen zonder het gevoel er te dik bovenop te leggen; the road has got me hypnotized and I’m speedin’ into a nude sunrise. In cryptische bewoordingen schets Hay de emotie van de man onderweg naar de vrouw van zijn dromen; we’ve got a line in the sky. Hij is zo door haar ingenomen, dat zijn geest afdwaalt en hij zijn bestemming nooit zal bereiken. Op de letter is het een trieste ballad. Een song die qua tekst en muziek zich zwetend laat voortstuwen tot een hijgend hoogtepunt. Voor wie goed luistert is het ondanks het opzwepende karakter een tranentrekker, meer dan dat het een vrolijke roadsong is die mij swingend van A naar B brengt. Maar toch is er hoop, want er blijft na de dood een lijntje bestaan met de geliefde; she sends her comfort coming in from above.

    De muzikale ondersteuning laat de deels autobiografische tekst schitteren in eenvoud. De baslijn, de gitaarsolo en de drumriffs geven het nummer hun eigenheid. Meteen wanneer de bas de loop aanvangt is het meteen duidelijk wat er gaat komen. Dan gaat het nummer met de herinnering aan de haal. Herken ik meteen het gevoel dat ik had toen ik de song voor het eerst hoorde en later weer. De diverse stemmingswisselingen van het slagwerk bepalen de sfeer. De samenspraak tussen zang en gitaar was een prima vondst de song aan te kleden. Het resultaat is een samenspel waarop Golden Earring alleenrecht heeft. In elke andere versie wordt het kunstje overgedaan, maar nooit geëvenaard.

    Radar Love is en blijft actueel

    Radar Love is wat Golden Earring is. Hoewel latere songs maar amper aan dit succes kunnen tippen, heeft de band toch meerder prachtig werk afgeleverd. Zo goed op elkaar ingespeeld na meer dan een halve eeuw staat dit viertal als een huis. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat bij het weghalen van één pijler het hele bouwwerk omvalt. Hoewel de groep wel meerder leden kende en ook ooit is uitgebreid met een extra gitaar, saxofoon en keyboards is het huidige viertal door de jaren heen toch een gouden greep gebleken.

    Het boek geeft inzage in het prille begin, het ontstaan in de studio en het plaatsen van de song op de setlist. Radar Love was en is Golden Earring, de mensen gingen er tijdens elk optreden van uit dat het gespeeld zou worden. Maar voor Earring was het geen verplicht nummer, ondanks deze publieksdwang. ‘Ze zijn al die jaren van het nummer blijven houden en bleven het met veel plezier spelen, keer op keer maar altijd weer net een beetje anders’, lees ik. Uit het gedegen onderzoek voor boek en website komt ook legio niet algemeen bekende kennis op papier. De band heeft aan Patrick Orriëns een deugdelijke conservator, een doortimmerde collectiebeheerder. Vertalingen, uitvoeringen en vertolkingen van over de hele wereld heeft hij ontdekt en samengebracht. En voortdurend wordt de verzameling groter, omdat Radar Love telkens nog actueel is en blijft.

    Het nummer Radar Love heeft als song verholen elementen die zich pas na beter en vaker beluisteren openbaren. Zo heeft het boek Radar Love als uitgave verdekte details die na meer grondig lezen aan het licht komen. Zo valt niet meteen op dat de songtekst in het geheel over alle bladzijden van het boek loopt. Bovenaan iedere pagina is een woord uit het lied geprint. Verder is in het boek als gadget bij welhaast ieder feit een QR-code afgedrukt. Zo kunnen ook andere media worden geopend met de link achter de code. De informatie wordt dus buiten het boek om uitgebreid met clips en gefilmde optredens van versies van Radar Love. De historie komt ermee tot leven. Het maakt met de talloze illustraties en foto’s het boekwerk uiterst compleet. Een must-have voor fan en liefhebber.

    Biografie van de ultimate drivin’ song RADAR LOVE. Golden Earring 1973 – 2023. Teksten Patrick Orriëns, Jan Sander en Maarten Steenmeijer. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2023.

  • Een standaardwerk over het muziekgenre Folk

    In zijn boek Folkpioniers ontwart Tom Steenbergen de kluwen van het genre folk. Folk is in de muziek van dit moment geen gangbare stroming meer, althans wordt niet onder die naam als zodanig herkent. Het is vandaag de dag singer-songwriter wat de klok slaat. In dat vat worden veel zangers en zangeressen gedumpt. Het heeft echter weinig of niets van doen met wat in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw folk mocht worden genoemd. “Folk is een term uit de vorige eeuw”, memoreert Steenbergen. Het maakt deel uit van zijn leven. Al van jongs af aan, vanaf dat hij als prepuber naar de radio ging luisteren, raakt hij in de ban van wat dan de ontdekkers en beoefenaars zijn van het genre waar Steenbergen nu een boek over heeft geschreven. Het begon als feuilleton in het Platenblad, een wekelijkse bron voor vinylnieuws. Hij schrijft daarvoor een maandelijks hoofdstuk als doorlopend verhaal. Nu zijn deze verhalen gebonden, uitgebreid en aangevuld waar nodig. Hoewel Steenbergen zich diep in de materie heeft ingegraven pretendeert de uitgave geen geschiedenis van de folkmuziek te zijn.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    De roots van de folk

    In een persoonlijke keuze laat hij diverse muziekgroepen, artiesten en componisten de revue passeren. Verschillende grote namen komen voor het voetlicht. Die waarvan de echte liefhebbers, waaronder ik mijzelf kan rekenen, zullen smullen en watertanden. Want Steenbergen maakte veel van dichtbij mee als organisator van concerten, festivals en tournees, als programmeur van poppodia, manager en platenbaas. Verhalen uit de eerste hand, anekdotes en interessante weetjes waarvan alleen hij als nauw betrokkene op de hoogte kan zijn. Hij deelt ze met mij in zijn boek. En ik zit op de punt van mijn stoel te lezen en de historie op te nemen. Veel van de namen daarvan waarvan ik ook materiaal in de kast heb staan.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    Het wil geen verhaal zijn in historisch perspectief, maar een blik werpen vanuit het standpunt van getuige en bewonderaar. Maar natuurlijk is het wel een soortement van geschiedenis. Zoals geschreven laat het diverse grote namen de revue passeren. Beschrijft Steenbergen het begin en het eind van de folk als genre in Nederland en wereldwijd. De oorsprong ligt in de Verenigde Staten, of eigenlijk strekken de wortels zich van daar uit naar Afrika. Het zaad is gestrooid in de binnenlanden van dat continent. Van waaruit de donkere medemens door de blanke mens onder meestal erbarmelijke omstandigheden is weggevoerd naar voor hen overzeese gebieden. Aldaar werden deze gekleurde mensen tot slaaf gemaakt, werd hun menszijn tot op het bot aangetast en vonden zij troost in met name en vooral de muziek. Althans het a capella zingen op de velden waar ze hun zware arbeid moesten verrichten. Deze zang vermengde zich met kerkelijke psalmen en gezangen, werd een genre in de christelijke muziek dat alras door de wereldse werd omarmd. Natuurlijk is dit kort door de bocht en besteedt Tom Steenbergen in zijn boek ruim aandacht aan het ontstaan, de roots van de folk.

    Kernboodschap van de folk

    Hoewel Steenbergen meer is dan een liefhebber dweept hij in zijn boek niet met het genre. Door zijn bemoeienissen van binnenuit met de scene kan hij vele anekdotes en niet gekende weetjes oplepelen. Het maakt het boek smeuïg om te lezen, daar het geen gerubriceerde opsomming van feiten geworden is. Het belicht wel alle ins en outs van deze muziekstijl. Iedere deur gaat open, elke ingang is begaanbaar. De meest bekende baanbrekers en minder beroemde wegbereiders krijgen naam en toenaam als folkpioniers. En niet enkel de muzikanten zelf, maar ook het hele circus dat de tenten achter hen opslaat. De mensen die stad en land afreisden om oorspronkelijke songs op tape vast te leggen. Songs die in de vroege jaren van mond tot mond gingen werden opgenomen en uitgeschreven en vormden de eerste songbooks met een keur aan originele volksmuziek. Het is de voedingsbodem waaruit folkartiesten als Lead Belly en Woody Guthrie tot voor het genre beeldbepalende hoogte konden groeien. Latere traditioneel geschoeide muzikanten putten dankbaar uit deze verzameling. En ook de akoestische groepen die elektrische bands werden grepen terug op deze boeken. Naast hun eigen werk werden vaak de traditionals herschreven tot nieuwe versies. Een citaat uit het boek geeft de kernboodschap van de folk weer: “… om te ontsnappen aan het dilemma van de moderne verstedelijkte samenleving zien ze de levenswijze van ongecompliceerde mensen op het platteland die met hun voeten in de aarde staan als voorbeeld om hun eigen kern te ontdekken…

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    In het genre folk passen de verhalen uit het dagelijkse leven. Folkmuzikanten zijn verhalen vertellers. Zij vertolken ballades als zedenles, verdichten dramatische voorvallen op muziek. Veelal ontsproten uit de fantasie, maar ook wel de realiteit als uitgangspunt nemend. Alsof de minstreel tot leven komt die het verhaal op muziek heeft gezet, ter leering ende vermaeck. Maar ook is het genre folk geschikt voor het protestlied. Met een gitaar en een stem kan stemming gemaakt worden. Bob Dylan en Joan Baez zijn daarvan exemplarische voorbeelden. En dichterbij huis Armand en in mindere mate Boudewijn de Groot, want enkel met ‘Welterusten meneer de president’ zag Boudewijn zichzelf niet als protesterend zanger. Steenbergen ruimt op zijn onnavolgbare manier hoofdstukken in voor de grote en klinkende namen. Hij schrijft als het ware een biografie in een notendop, een korte levensbeschrijving toegespitst op het onderwerp van zijn boek.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    Niet alleen beschrijving van genre folk

    De folk is een smeltkroes van musici, muzikanten en groepen. In eerste instantie welhaast ondergesneeuwd door de popmuziek. Maar met dat Dylan de elektrische gitaar ter hand neemt verliest hij daarmee zijn trouwe aanhang maar spreekt een nieuw publiek aan. De folkmuziek raakt geïntegreerd in de pop en de rock. Speelt zich daarmee meer in de picture. In Amerika werd voortgeborduurd op de zwarte muziek, terwijl in Engeland en Ierland de traditionele muziek vanuit de late middeleeuwen een eigentijdse sound kreeg. En Nederland volgt op een afstandje, zoals meestal. Eerst door de muziek van overzee na te spelen en later de eigen volksmuziek in een nieuwe jas te steken.

    Tom Steenbergen beschrijft het in zijn boek nauwkeurig. Somtijds is het alsof ik naast hem zit wanneer hij aan de knoppen draait. Hij brengt in zijn boek een ode aan de veelal legendarische artiesten en hun folkmuziek. De uitgave brengt vele voor de huidige generatie welhaast vergeten namen naar boven. Geïllustreerd met een groot aantal afbeeldingen van artiesten, concerten, platenhoezen en andere memorabilia. Het is een standaardwerk dat in de boekenkast van elk zichzelf respecterende muziekliefhebber thuis hoort. Want het is niet alleen slechts een beschrijving van het genre folk. Steenbergen zet lijnen uit naar andere stromingen en legt verbanden met meerdere bewegingen en richtingen. Zijn doel deze bijzondere oorspronkelijke muziek uit vroeger jaren niet voorgoed in de vergetelheid te laten verdwijnen is mijns inziens gehaald. Meer dan. “Mijn boek is een reis langs die mooie jaren ’60 en ’70 met zijn prachtige muziek die nog steeds een grote inspiratiebron is voor veel hedendaagse singer-songwriters.” Waarvan akte.

    De conclusie in de verantwoording aan het slot van het boek is de meest interessante stelling. Namelijk dat de huidige generatie artiesten die zich singer-songwriter noemen schatplichtig zijn aan die muzikanten van toen op ontdekkingstocht door het genre folk. Zij legden paden aan die de musici van nu betreden. En, evenzo belangrijk, is het dat de folky pas artiest is wanneer deze zelf geschreven materiaal op de planken brengt. De tirade van Tom Steenbergen als moderne Don Quichot tegen De beste Zangers en De vrienden van Amstel mogen daar duidelijk over zijn.

    Folkpioniers, van roots en folk naar folkrock en singer-songwriters. Tom Steenbergen. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2023.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen
  • Tegencultuur legt subcultuur bloot

    De onlangs overleden kunstenaar en radiomaker Willem de Ridder schreef nog een wervend voorwoord voor het verzamelboek “tegenkultuur”. De oprichter van de Amsterdamse clubs Paradiso en Melkweg, en redacteur van meerdere tijdschriften zoals Hitweek, was voor de samenstellers Jan Pen en Peter Sijnke het juiste karakter om hun uitgave te dragen. “Het is verbazingwekkend om terug te kijken naar die zestiger jaren waarin zoveel gebeurde in mijn leven”, begint De Ridder zijn verhaal. En laat tot slot weten het heel leuk te vinden “om te zien dat de kranten die ik maakte en waaraan ik meewerkte voor velen een inspiratiebron bleken te zijn.” In het boek “tegenkultuur” vind ik Nederlandse underground-tijdschriften uit de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, die de ‘vrije geest’ die Willem de Ridder voorstond uitdroegen. Het boek opent voor publiek de omvangrijke verzameling posters, tijdschriften en pamfletten van bewegingen als Provo, Kabouter, underground en punk die Jan Pen vanaf de jaren 90 heeft opgebouwd. Historicus Peter Sijnke zet Nederland voor de duur van één hoofdstuk terug in de jaren 60. Een voor jongeren rumoerige periode die door ouderen met lede ogen werd aangezien.

    tegencultuur

    Om de jaren 1964 tot 1976, waarin de Nederlandse underground-publicaties door auteurs Pen en Sijnke worden belicht, juist te kunnen duiden is het boek een gegronde handleiding. De lezer gaat terug in de tijd en ziet aan dat het rumoer in eerste instantie een vriendelijk karakter heeft. In onze ogen nu vragen we ons af waar de vaders en moeders zich toen zo druk om hebben gemaakt. Maar ja, er gebeurde natuurlijk wel het een en ander. De maatschappij leek op de kop te staan, alles moest anders, niets zou bij het oude blijven. Om de fles te ontkurken en er de geest uit te laten ontsnappen hadden de jongeren meer nodig dan enkel de verbindende muziek. Die duivelse popmuziek die wel geen blijvertje zou zijn zoals de klassieke muziek dat wel was, zo werd gedacht. Maar de tijd leerde anders. De muziek van toen is de klassieke vorm van de moderne muziek nu. Niet alleen de jongeren waren debet aan de veranderingen, de hele maatschappij wijzigde van de conservatieve koers en ging het pad op van overdadige consumptie, het rupsje nooit genoeg gevoel.

    tegencultuur

    Er was een grote groep jongeren, want de babyboom had gezorgd voor meer dan voldoende aanwas van onderop. Die babyboomers en de in de oorlog geboren kinderen vormden samen in de jaren 60 de protestgeneratie. De televisie opende de wereld in de huiskamers, zoals later het internet de wereld tot in alle uithoeken ontsloot. De jongeren leerden andere culturen kennen en zagen de maatschappij voor hun ogen veranderen. Niets was meer onbereikbaar, alles kon en moest kunnen. Het verzet tegen de gevestigde orde werd groter naarmate de ogen opengingen, vrije tijd ruimschoots voor handen kwam en door brommende mobiliteit de actieradius groter werd. De jeugd had tijd om zich te vermaken, zich te formeren en opstand te organiseren. In zelf uit te geven kranten en bladen kon men zich gezamenlijk uiten, het was een bron van creativiteit en zorgde voor zaad waaruit chaotische standpunten ontkiemden.

    tegencultuur

    Door het samenvoegen van ideeën en deze vervolgens te publiceren werd het protest en vervolgens de revolutie ondersteund. Dat klinkt nu erger dan dat het toen bleek te zijn. Er was veel grond voor verzet, genoeg basis om het anders te doen. Anders dan dat het normaal gesproken was. Er kwam oproer, er was onvrede. Allemaal op een gemoedelijke manier zo scheen, maar onder die bloemenkinderen broeide het. Met het boek ‘tegenkultuur’ kunnen we nu nostalgisch terugkijken op die tijd. In de herinnering komt een melancholie naar die periode naar boven. De jaren dat we dachten dat alles anders zou gaan daarna, dat de jaren 60 de drempel zou zijn naar een nieuwe wereld, een betere aarde.

    tegencultuur

    In ’tegenkultuur’ worden de strijders van het eerste uur ondervraagd. Peter J. Muller, Willem de Ridder en Marjolein Kuijsten kijken terug en halen in een vraaggesprek herinneringen op. Hoe het zover is gekomen, wat hun bijdrage aan het geheel was en vooral hoe zij met het opzetten en in de markt brengen van geprinte periodieken gezorgd hebben voor een zet in de hun ogen goede richting. De andere richting dan dat de gevestigde orde voor ogen had. Eerst werden er muziekbladen opgezet, omdat muziek toch een verbindende factor bleek, het cement om de muur tussen jong en oud te metselen. De legendarische kranten Hitweek en Aloha worden in het boek breed uitgemeten. Maar onder de top van die ijsberg waren legio meer publicaties die een kort dan wel lang leven waren beschoren.

    tegencultuur

    Voor iedere richting en elke stroming binnen de jeugdcultuur was wel een krantje. Er waren erbij met een grote oplage, andere hadden een kleiner verspreidingsgebied. De één met slechts 1 nummer waarna de uitgave een stille dood stierf, andere met meerdere nummers die uitkwamen. De creativiteit aan teksten en vooral afbeeldingen borrelde en bloeide in de diverse bladen. Opvallend is dat vele ervan nauwelijks een redactie hadden, maar vooral waren opgezet om de mening van de jongeren te ventileren. Een ieder kon een bijdrage leveren, die ongecensureerd en zonder eindredactie werden gepubliceerd. De publicaties vormen nu een historische bron om die periode in de geschiedenis op waarde te kunnen schatten.

    tegencultuur

    De Nederlandse underground-publicaties die in het boek worden beschreven konden door de grote collectie van Jan Pen overvloedig van beeldmateriaal worden voorzien. Het geeft een interessant beeld van de grote mate aan creatieve geesten die achter de bladen hebben gezeten. En niet enkel was er protest dat een gedrukte stem kreeg, ook werden er andere thema’s en onderwerpen aangeroerd. Was de underground in de late jaren 60 een compacte scene, in het begin van de jaren 70 viel de groep uit elkaar in thematische groepen die elk weer een eigen orgaan in het leven riepen. Het geheel bleek een lappendeken van groeperingen met verschillende opvattingen, motivaties en doelen. In het boek maakt de verzamelaar een selectie uit de grote veelheid van thema’s en publicaties. Zo gaat hij in op de voor jongeren uiterst belangrijke zaken als seks, drugs, strips en spiritualiteit. Maar ook stipt Pen de vrouwenbeweging, homoseksualiteit en het onderwijs aan.

    Nostalgische herinneringen

    De uitgave ‘tegenkultuur’ geeft een verdiepend beeld van een zoektocht naar een ruchtmakend decennium in de Nederlandse samenleving, die dan misschien niet zozeer een omwenteling teweeg heeft gebracht maar ook nu nog veel tongen losmaakt. Het boek mag een standaardwerk heten en zou niet mogen ontbreken in de boekenkast van iedere babyboomer die nu pensionado is. Want het is zeker een boek voor de jeugd van toen, die er nu tal van nostalgische herinneringen in kan ophalen. Wanneer ik op zolder kijk vind ik nog uitgaven van toen en kijk ik met plaatsvervangende schaamte naar de plaatjes van Tante Leny Presenteert en Modern Papier. Maar toen destijds vrat ik de Spruiten, het maandelijks mannekensblad. Er is veel herkenning, maar er zijn ook nieuwe ontdekkingen. ‘tegenkultuur’ legt de subcultuur van de jaren 60 en 70 bloot. Ik lust er wel pap van.

    tegenkultuur. Nederlandse underground-publicaties 1964-1976. Jan Pen en Peter Sijnke. Uitgeverij Koninklijke van Gorcum, 2022.

    tegencultuur
    tegencultuur