Nicolas Dings koestert het verleden. Versteent die voorbije tijd om het paradoxaal in leven te houden. Zonder verleden is er geen heden, bestaat nu niet. Net als er geen kruin is zonder stam, dan is de boom een struik, kreupelhout, wanneer de mens zijn geschiedenis niet naleeft. Het verleden moet overleefd worden om het heden te leven. Overleven als in twee woorden: over leven. Leren van wat was, studeren op de toekomst. Terugkijken. Niet dat leven overdoen, maar leren van wat misging en de goede dingen bewaren.
Wat een mens meemaakt en daarover denkt, vormt wie hij is. Herinneren is echter niet natuurlijk. Het vraagt om aandacht, om het denken aan en het onthouden van wat geweest is. Vergeten gaat vanzelf, het verleden slijt wanneer het niet wordt vastgehouden. Herinneren is een handeling tegen het voorbijgaan. Tegen de tijd die alles wat geweest is langzaam doet verdwijnen. Wie wil herinneren, moet blijven kijken naar wat achter hem ligt. Het cultureel geheugen, en vooral de collectieve herinnering, zegt iets over de identiteit van een samenleving of gemeenschap. Wat wordt herinnerd en wat men liever vergeet, heeft alles te maken met trots en schaamte.



Het verleden krijgt een gezicht
Nicolas Dings geeft het verleden een gezicht, zodat ik ermee kan communiceren door het in de ogen te kijken. Het gemaakte beeld is misschien niet helemaal mijn ding, maar het zet me wel aan het denken. In bizarre en absurde houdingen en gedaantes komen overgeleverde thema’s opnieuw tot leven. Feitelijk geeft Nicolas Dings de herinnering een tweede leven. Hij recyclet het verleden tot een nieuw heden. Volkskunst neemt wel plaats in de objecten, omdat die kunstuitingen passen in zijn manier van kunst bedrijven. Het gaat hem om de tegenstellingen die het leven tekenen: schoonheid en lelijkheid, banaliteit en verhevenheid, goed en kwaad. Juist die elementen vindt hij in de volkse kunstuitingen. Kunstzinnig weten dat is vergeten, krijgt in zijn handen een hedendaagse beeldtaal en een ander perspectief, zodat ik ernaar moet leren kijken.
De werkelijkheid op het verkeerde been
Nicolas Dings is een verzamelaar van mythes, lees ik in het boek De Blauwe Kamer. Truus Gubbels, PhD, ziet in hem “een manipulator van realiteit en materiaal die het geheugen op het verkeerde been zet.” Het is de kunst van het herinneren. Het nog weten doet een beroep op de verbeelding. Met Dings als reisleider ben ik op ontdekking in de fantasie. In elementen van zijn objecten klinkt het verleden door. Een was en is geweest dat herkenbaar is, dat zonder woorden is blijven steken in het verhaal dat een samenleving over zichzelf vertelt.

Nicolas Dings boetseert herinneringen om deze in brons te verstillen. Het tijdelijke verheven, naar vergankelijkheid verwezen. Een nooit bestaand verleden met de details van een herinnering. Het beeld is een niet te vertrouwen herkenning. Ik ken het ergens van, een déjà vu bekruipt mij, maar die emotie klopt niet met mijn heugenis. Het is niet werkelijk, maar het had het kunnen zijn. De hergebruikte herinnering krijgt een nieuw uiterlijk waarop ik me niet kan verlaten. De kunstenaar maakt mij onderdeel van zijn dubbelzinnig spel. Ik ben figurant in zijn wonderlijke taferelen. Onverwachte elementen zetten mij op een verkeerd been. Spannend is zijn beeldende poëzie, een opwindende lyriek echoot tussen heden en verleden, natuur en kunst, werkelijkheid en fantasie.
In het essay van sociaal geograaf Maurits Duivenis lees ik wat mij bijblijft, zoals de beelden van Nicolas Dings beklijven. “(…) maar het beeld zweeg in alle talen. Zoals het hoort. Beelden horen te zwijgen, want woorden doen er uiteindelijk niet toe.” En dan deze zin, die mijns inziens de lading van Dings dekt: “Het werk sprak een taal die ouder was dan de taal zelf.” Nog verder citeer ik Dings, want bij typerende omschrijvingen hoef ik zelf niet nog eens het wiel uit te vinden: “Men zegt dat Dings de werkelijkheid kneedt als een bakkersjongen die vroeg opstaat. Wie goed kijkt ziet een wereld waarin de rede het hoofd buigt voor het onverklaarbare. (…) Hij laat ons beelden zien die gelovig ogen, maar het geloof al hebben overleefd. En dat kunst troost biedt, maar ook gezelschap.”


De mens in de spiegel
Nicolas Dings laat mij lachen om pompeuze verschijningen, maar ook stilstaan bij ’s mensen neiging tot inbeelding en hoogmoed. In de serie Burger Kings bijvoorbeeld spelen vogels een menselijk spel. De traditionele fabel is door Dings eigentijds hernieuwd, zoals hij ook het verleden in de herinnering herneemt. De vogels spelen in zijn kleine schilderijen niet enkel mens, ze belichamen onze menselijke behoefte aan betekenis, aan identiteit, aan het zich onderscheiden. De kunstenaar spot met deze verlangens om toch zeker bijzonder te zijn, toch in elk geval boven het gewone uit te stijgen. De mens is een groepsdier dat toch heel graag boven het maaiveld wil uitsteken. De Burger Kings houden ons een spiegel voor. Niet omdat de vogels mens lijken, maar omdat ze laten zien hoe graag wij onszelf tot iets koninklijks willen verklaren.



Eerstens is er de herinnering die het al oproept. De memorabilia die een samenleving met zich draagt, maar veelal opzettelijk of zonder opzet is vergeten. Het boek geeft een bloemlezing van een collectief geheugen, een samenbeleving. En dan is er de weerglans van wat de mens denkt te zijn. Door het verleden is de maatschappij grootgebracht, maar de opvoeding lijkt weggemoffeld in het heden. Voor de toekomst zet Dings de herinnering in een glazen kast te kijk – de vitrine in het museum. Kunnen we aapjes kijken en zien we onszelf. Zoals de aap op de cover van het boek.
Nicolas Dings is een verhalenverteller. Iedere beeltenis en elk object is een passage uit het verhaal, dat ons – de kijkers – aanzet tot reflectie en bovenal zelfreflectie, bezinning en inkeer. Met de spiegelende vertellingen wil Dings geen prediker zijn. Want waar de profeet vooruitkijkt, kijkt Dings terug. Laten we niet vergeten. Niet uit nostalgie, maar om te zien wat in het verleden is blijven steken.
Nicolas Dings | De blauwe kamer. Teksten Truus Gubbels PhD, Maurits Duivenis, Nicolas Dings. Uitgever Van Spijk Art Books & Jan van Hoof Galerie, 2026.



















































































