Categorie: Voordekunst

  • Amsterdamse bomen gezien vanuit driehoog achter

    De boom spreekt tot de verbeelding, maar als wezen is het geen illusie – kan echter wel de fantasie prikkelen. Zoals hij dit deed bij kunstenaar Jet Nijkamp, een werkbaar leven lang – en nog aldoor. Vooral het knoestige stokoude exemplaar, die evenveel stamboom bovengronds als ondergronds heeft. Deze kan boeken vol verhalen vullen met ervaringen door de jaren dan wel eeuwen heen. Bomen worden oud, erg oud. Helaas spreekt de boom onze taal niet dus de verhalen verwaaien in de voorjaarswind, vervliegen met de afvallende herfstbladeren. Spraken wij booms dan zouden wij hem beter begrijpen. Met dat begrip op zak leggen wij dan minder vaak de bijl aan de wortel voor eigen gewin.

    De boom vertelt de geschiedenis van een omgeving in de jaarringen, in de noesten, in de tot in haarvaten vertakte kruin. Indien nodig overleeft hij dat milieu op sloffen als hij deze al had, dus op eigen kracht, eenvoudig. Echter is de mens zijn (on)natuurlijke vijand, die naar eigen willen en weten wikt en beschikt over het lot van hout en groen. De mens heeft de boom nodig om de aarde te laten overleven, is zich daar amper van bewust of steekt de kop in het zand tegen beter weten in. De boom kan heel goed zonder de mens leven, is juist beter af zonder die verwoestende tweevoeters om zich heen.

    Persoonlijkheid geven

    Buiten stadse omgevingen staan bomen in overvloed. Waar ik kijk op mijn woonadres, zie ik wel een of meerdere exemplaren met hun kruin naar mij wuiven. Het bos is niet ver weg. In de stad lijkt de boom dan een bijzonderheid, hoewel van bovenaf gezien de bebouwing wordt omzoomd door groen. In vogelvlucht lijkt de stad een groene oase, zo zal het idealiter zijn. Takken overschaduwen huizen, vooral in de zomer wanneer de bomen vol in blad staan. En met name in de stad is de boom een noodzakelijk goed. De mens voelt zich beter met een boom in het zicht. De stad leeft op met bomen in binnentuinen. Niet altijd vanaf de straat zichtbaar, heimelijk groen, voor bewoners van belang. Jet Nijkamp woont in de stad en licht met haar boek “amsterdam3hoogachter” een tip van de sluier op, geeft zicht op dat verborgen groen, die verscholen bomen.

    Jet Nijkamp heeft iets met bomen, het is haar levenswerk, haar kunstproject. Niet om ze te knuffelen of tot hen in wonderlijke taal te spreken. Maar om hen als levend wezen een persoonlijkheid te geven, ze te personifiëren en te portretteren. Want het werk van Jet Nijkamp gaat voor een bijzonder deel over bomen en hoe mensen zich tot bomen verhouden. Haar bomen verwijzen naar menselijke gestalten en lichamen, spreken groei en vergankelijkheid aan en prikkelen onze verlangens en fantasie. Dat is onder meer de reden dat de boom als grondvorm dient voor mythen, legenden en sprookjes. Bomen archiveren hun omgeving in jaarringen. Geliefden maken van boombasten een levend archief door er hun namen in te kerven.

    Bomenstad met bomenbeleid

    Door de lockdown in coronapandemie is het project ‘amsterdam3hoog’ ontstaan. Om reden dat Jet Nijkamp de straat niet op mocht, kon ze vanaf een balkon of vanuit een kamervenster de blik richten op de stadsnatuur. Ze tekende karakteristieke bomen in het Amsterdamse. Bomen die een bijzondere plek innemen in de stad en in het leven van de bewoners. In eerste instantie tekende ze op de eigen bovenverdieping de voor haar zichtbare bomen. Het was op dat moment het enige contact met de buitenruimte. Later toen de teugels vierden ging ze op bezoek bij vriendinnen om daar de uitzichten te tekenen. Het project is een registratie ofwel een documentatie geworden van de leefbaarheid in een stad als Amsterdam. De hoofdstad van Nederland is van oudsher een bomenstad met een bomenbeleid, en dient als voorbeeld voor andere steden. Bij de stadsplanning in de 17e eeuw werd rekening gehouden met de aanplant van bomen. Worden in steden bomen overwegend weggedrukt in parken, Amsterdam toont groen langs de grachten, op straat en in binnentuinen. Bomen dragen bij aan de verkoeling van de stad en aan de luchtzuivering, zijn dus van levensbelang voor de leefomgeving.

    Met het project ‘amsterdam3hoogachter’ heeft Jet Nijkamp een tijdsbeeld afgeleverd. Een geschreven en getekend document van stadsgroen gezien uit het spreekwoordelijke achterhuis. Het beeldt geen armoede uit, maar juist een weelde aan leven. Het leven met bomen in Amsterdam heeft zij hiermee in beeld gebracht. Het zong al vrij snel rond dat ze bezig was met het tekenen van bomen vanuit woningen. Zonder hierop aan te dringen werd Jet door bewoners binnen gevraagd om hun boom buiten te tekenen. Zo is de serie niet alleen de registratie van stadsgroen geworden, maar is tevens de vastlegging van de betekenis van de bijzondere boom voor de individuele mens. De boom krijgt een persoonlijkheid door het pastelkrijt van Jet Nijkamp. De boom is een individu met een verhaal vertelt door de eigenaar ervan, ofwel de bezitter van dit uitzicht.

    Levendige afbeelding

    Niet alleen is de uitgave een kunstboek, tevens worden de bomen erin bij naam genoemd. Het portret heeft een titel en een plaatsbepaling. Dus is het ook nog een bomenboek, een naslagwerk om de natuur in de stad te ontdekken. Om de beplanting in de binnentuinen van Amsterdam te herkennen en te benoemen. De boom is in het boek niet slechts een boom, maar een esdoorn, een zomereik, een plataan of een populier. Zelfs treft men er paardenkastanjes aan en de laurierkers of een krulwilg. Er zijn veel soorten en er is voldoende variëteit te onderscheiden. Aangeplant, gezaaid, maar ook zo aan komen waaien. Als het iepenzaad op de wind, de lentesneeuw tussen de stoeptegels.

    In de uitgave is bij het ontwerp steeds het krijtige karakter van de pasteltekeningen in gedachten gehouden. Automatisch blader ik daardoor voorzichtig door het boek en probeer de platen zo min mogelijk aan te raken, bang ervoor dat de tekening los van de pagina zal komen. De manier van drukken heeft de afbeelding even levendig gehouden als het origineel dat is. Bij iedere tekening is een korte uitleg geschreven. Over welke boom het is, hoe het interieur van de plek van handeling er uit ziet en er bij ligt, het karakter van de bewoner en andere zaken die op dat moment en voor het uitzicht van belang zijn. De gedichten van enkele in Amsterdam woonachtige dichters, die tevens hun boom door Nijkamp lieten portretteren, meten het houten wezen een poëtisch karakter aan. Natuurlijk zijn de platen de kern van het project en het boek, maar de beschrijving en de poëzie maken het onderwerp meer persoonlijk en houdt de indruk levendig. Deze snijden hout.

    Amsterdam 3hoog achter, 52 boomportretten. Jet Nijkamp, tekst en tekeningen. Poëzie van Rozalie Hirs, Co Woudsma, Jos van Hest, Sanja Percela, Tsead Bruinja. Eigen uitgave via crowdfunding bij Voordekunst. Met bijdragen van Stichting Amsterdam 750 en het Jaap Harten Fonds. Uitgeverij Xstuks, 2025.