Categorie: Walburg Pers

  • Anne Frank treedt door onderzoek uit de schaduw van haar dagboek

    De Bijbel mag dan het meest verspreide en gelezen boek zijn, het Dagboek van Anne Frank doet daar nauwelijks voor onder. En nogmaals, in vergelijking met de Heilige Schrift is haar dagboek een van de meest invloedrijke boeken ter wereld. Het is geen geschiedenisboek over de Holocaust, maar een dagboek van een tienermeisje dat midden in de onderduik zit. Het is persoonlijk en historisch tegelijk, want het is een stukje geschiedenis gezien van onderop. Geen benadering van bovenaf, als in een helicopterview het grote geheel bekijkend, maar in kikkerperspectief een gedetailleerde ervaring uit de eerste hand. Het is alsof de lezer aan tafel schuift in het Achterhuis, het onderduikadres van onder meer het gezin Frank. Want er zitten meerdere mensen op elkaars lip in de naar verhouding kleine ruimte. Dat geeft spanning en ongemak, maar ook intieme gezelligheid. Dat tienermeisje, waarvan de ontwikkeling in de kiem gesmoord wordt, is daar getuige van, maakt deel uit van de kleine groep mensen die tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld zijn.

    De dagboeken van Anne Frank, schriften volgeschreven met emoties en ervaringen, bleven achter in het Achterhuis nadat de onderduikers door de Duitsers waren afgevoerd. De rondslingerende papieren werden bij elkaar gezocht, maar later bleek dat niet alle schriften behouden zijn gebleven. Er is een hiaat in de geschiedschrijving, een leemte in de voortgang van het dramatische verhaal. Vader Otto Frank is van het gezin de enige persoon die de verschrikking van de oorlog overleefde. Hem werd na terugkeer uit Duitsland het door zijn dochter geschreven werkstuk overhandigd, waarop hij het in gecensureerde vorm de wereld in heeft gebracht. Met het inmiddels bekende gevolg. Anne Frank werd het toonbeeld van de Joodse onderdrukking in de Tweede Wereldoorlog. Zij staat symbool voor zes miljoen anonieme stemmen. Haar portret is het logo van de Holocaust. Het is een moreel document, een herinnering en tegelijk een waarschuwing.

    Spanning is rode draad door dagboek

    Haar dagboek toont een tijdloos perspectief. Anne Frank benoemt de dingen die ieder tienermeisje meemaakt. Natuurlijk beschrijft zij de angst van de oorlog, de hoop dat er een einde aan komt, maar ook de ruzies met haar ouders, haar lichamelijke ontwikkeling en verliefdheid, het dromen over de toekomst. Het dagboek staat niet op zichzelf. In de schriften schreef Anne de dagen van zich af. Ze noteerde wat er zoal voorviel in het huis achter vaders kantoor aan de Prinsengracht in Amsterdam. Daardoor krijgt de lezer een goede indruk van doen en laten, leven en welzijn tijdens een periode van complete afsluiting van de buitenwereld, uit zelfbescherming. Niet te vergelijken met onze corona-isolatie, want in de onderduik moest je voortdurend op je hoede zijn om niet ontdekt te worden. Die spanning loopt als een rode draad door het dagboek.

    Vader Otto Frank achtte het nodig dat de wereld kennis nam van de periode van afgezonderd leven. Van een geïsoleerde tijd voordat men als ‘Untermensch’ is afgevoerd om in een buurland het leven te laten, simpelweg omdat men niet paste in de ideologie van een superieur Germaans ras. Hoewel dochter Anne openlijk over die tijd en zichzelf had geschreven, vond vader het echter niet nodig al deze zielenroerselen kenbaar te maken. De tijd was denkbaar nog niet rijp om de meest intieme details in druk te laten verschijnen. Daardoor zijn bijzondere onderdelen, die een andere blik op die periode kunnen werpen, achterwege gelaten. Vader Otto heeft dus de dagboeken van dochter Anne geredigeerd en gecensureerd en deze versie de wereld in gestuurd. Die bewerking werd een van de meest gelezen boeken.

    Echte wereld verweven met haar droomwereld

    Naast de dagboeken waarin Anne Frank haar leefwereld spontaan, enigszins rauw en soms wat rommelig heeft beschreven, bestaan er andere geschriften van haar hand. Zo was ze doende de dagboeken om te werken tot een roman. Tevens is er een schrift met verhaaltjes gevonden, een mooie-zinnenboek en een andere roman over het leven van de bedachte figuur Cady. Deze Cady komt sterk overeen met haar eigen zijn. Anne voerde vele fictieve personen op; zo had ze een denkbeeldige vriendenkring. De echte wereld werd verweven met haar droomwereld, maar voortdurend hield ze de realiteit in het oog. Ze had dan ook weinig anders dan de mensen met wie ze noodgedwongen moest leven, en weinig anders dan ingebeelde vriendinnen aan wie ze haar hart kon luchten. Zo noemde ze haar dagboek Kitty om het meer vertrouwd te maken en zichzelf beter uit te drukken.

    [Z]al ik ooit nog iets groots kunnen schrijven, zal ik ooit nog eens journaliste en schrijfster worden? Ik hoop het, o ik hoop het zo, want in schrijven kan ik alles vastleggen, m’n gedachten, m’n idealen en m’n fantasieën.”

    Wetenschappelijk onderzoek dagboek

    Onderzoekers Peter de Bruijn en Elli Bleeker, verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur, hebben de bewaard gebleven manuscripten van Anne Frank tegen het licht gehouden en vergeleken met eerdere publicaties die al aandacht besteedden aan de dagboeken. Daaruit is een uiterst interessante wetenschappelijke benadering in boekvorm verschenen bij Walburg Pers. Uit het onderzoek komt naar voren dat het tienermeisje na de oorlog een professioneel schrijfster wilde worden. Haar schrijfsels in het Achterhuis zijn daar al een voorbode van. Ze herschreef zelf het dagboek en bracht daarin meer structuur aan met een bewuster taalgebruik. Hoewel ze meerdere malen in brieven, gericht aan fictieve personen, kenbaar maakte dat waarschijnlijk niemand interesse zou hebben in haar wederwaardigheden, wilde ze toch later haar roman van het Achterhuis uitgeven.

    De onderzoekers volgen de teksten van Anne Frank nauwgezet en laten in hun uitgave Anne Frank, schrijfster zien hoe Anne als schrijfster zelf te werk is gegaan. “We hebben haar gevolgd vanaf het moment dat ze haar rood-wit geruite dagboek begint en al snel op zoek gaat naar een creatieve manier van schrijven – de briefvorm – die het bijhouden van een gewoon dagboek overstijgt.” Ze had talent en zette verschillende literaire strategieën en technieken in om haar dagboek te transformeren tot een roman. Die werkwijze is lang onderbelicht gebleven. Er is weinig geschreven over de tekstuele en thematische verbanden die tussen de fictieve teksten en het dagboek of de roman bestaan. Deze kruisbestuivingen halen de onderzoekers naar voren en zullen daarmee de belangstelling voor Anne Frank als schrijfster ongetwijfeld vergroten. En zo wordt de ‘dagboek-Anne’ en de ‘toneel-Anne’, wordt de tiener die geloofde in de goedheid van de mensen – de populaire heldin – eindelijk serieus genomen als de schrijfster die ze werkelijk was en wilde zijn.

    Natuurlijk doen er legio meer verhalen over de verschrikking van de oorlog de ronde en zullen er vele dagboeken zijn geschreven, maar het Dagboek van Anne Frank verwoordt al deze schrijfsels. Zo werd zij door haar manuscript de spreekbuis van de Holocaust en ook het medium voor kinderen in de oorlog. Zij overleefde het niet, maar zag wel een toekomst:

    “(…) dat ik later wil gaan schrijven, zoal geen schrijfster worden, maar dan toch naast m’n beroep of andere taak het nooit verwaarlozen. O ja, ik wil niet zoals de meeste mensen voor niets geleefd hebben. Ik wil van nut of plezier zijn voor de mensen die om mij heen leven en die mij toch niet kennen, ik wil nog voortleven ook na mijn dood!

    ANNE FRANK, schrijfster. Peter de Bruijn & Elli Bleeker. Uitgave Walburg Pers, 2025.

    Anne Frank, dagboek, Achterhuis

  • Jheronimus Bosch meer dan de mysterieuze kunstschilder

    Onder de groene hemel in de blauwe zon / speelt het blikken harmonie orkest in een grote regenton. / Daar trekt over de heuvels en door het grote bos / de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch. / En we praten en we zingen en we lachen allemaal, / want daar achter de hoge bergen / ligt het Land van Maas en Waal”. Het is het refrein van een bekend lied, waarin de laat-middeleeuwse schilder Jheronimus Bosch ten tonele wordt gevoerd zoals de meesten hem kennen. Zijn schilderijen waarschuwen dat mensen zich moeten gedragen als goede christenen, anders loopt het niet goed met ze af. Hij schilderde vaak de hel, met duivels, monsters en andere vreemde wezens. Het circus als metafoor voor onze tijd; konijnen met een trechter op hun kop, de grote snoeshaan legt een glazen ei, de vingerhoed trouwt met de schaar. De feestelijke blaasmuziek vul ik zo in bij de tekst. De tonen stemmen vrolijk, terwijl het onderwerp luguber en duister is. Dat is de schilder die omstreeks 1450 werd geboren als Joen van Aken, naargeestig en geheimzinnig. Later koos hij zorgvuldig als voornaam het Latijns klinkende Jheronimus met Bosch als familienaam. Eigende hij zich als artiest de naam van de heilige Hiëronymus toe, gesitueerd in zijn woonplaats ’s-Hertogenbosch?

    Antwoorden op veel vragen geeft Loes Scholten in haar boek “Jheronimus Bosch en de Lieve-Vrouwe-broederschapskapel”, daarin belicht zij de schildersfamilie Van Aken in ’s-Hertogenbosch. Nadat het 500e sterfjaar van de kunstenaar in 2016 was herdacht met grootse tentoonstellingen in Den Bosch en Madrid, wereldwijde aandacht en een gedetailleerd onderzoek van overgeleverde schilderijen en tekeningen was afgerond, bleven er kwesties over die om een nadere studie naar de ontstaanscontext, de werkomgeving, de schilderende familieleden en opdrachtgevers vroegen. Kunsthistorica Loes Scholten onderzocht als promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen voor haar academisch proefschrift de persoon Jheronimus Bosch en zijn familie Van Aken, in het bijzonder in relatie met opdrachtgever de Lieve-Vrouwe-broederschap met name voor de kapel bij de Sint Jans kathedraal in ‘s-Hertogenbosch.

    Bossche archieven

    Ontwerpen voor gebrandschilderde glasramen, een lichtkroon, borduurwerk en ander toegepast werk; laatmiddeleeuwse archiefdocumenten tonen dat er in de werkplaats van Jheronimus Bosch veel meer tot stand is gekomen dan de beroemde en bewaard gebleven tekeningen en schilderijen. Loes Scholten, tegenwoordig conservator van Stedelijk Museum Kampen, beschrijft de leefsituatie en werkpraktijk van Jheronimus Bosch: zijn ouderlijk huis, echtelijke woning, buren, familieleden en medewerkers. Speciale aandacht besteedt zij aan de opdrachten die Jheronimus en andere ambachtslieden kregen van de Lieve-Vrouwe-broederschap in ’s-Hertogenbosch.

    De kunsthistorica is niet over een enkele nacht ijs gegaan om de samenhang van de vele data in de Bossche archieven met betrekking tot de schilder en zijn familie te analyseren en reconstrueren, zodoende het formuleren van het cultuurhistorische verhaal te waarborgen. Zij heeft grondig onderzoek gedaan naar de familie Van Aken en het interieur van de kapel. Voor deze sacramentskapel is de uitgave welhaast een catalogus, of een gids door het gebouw en de ruimte. Het geeft de historie van de liturgische en profane gebruiksvoorwerpen weer, en onder meer van de gebrandschilderde ramen, de beelden en sculpturen, het meubilair, het altaar en retabel. Maar ook het gebruik van diverse attributen in de liturgie en tijdens processies. Eigenlijk worden daarmee ook de Rooms-Katholieke gebruiken voor leken uit de doeken gedaan. Dat Scholten zo gedetailleerd op de creatie, reparatie en het herstel van een en ander kan ingaan komt doordat het archief van de broederschap zorgvuldig bewaard is gebleven in de kerkelijke en publieke archieven. Diverse memorabilia kunnen geraadpleegd worden en dienen als handleiding voor het boek. Maar ook worden de woningen en de werkplaatsen van de Van Aken-familie aan de Markt in Den Bosch doorgenomen. Passeren de creatieve familieleden van Jheronimus Bosch de revue in een beschrijving en een zorgvuldig opgestelde stamboom.

    Meer dan duivelse figuren

    De uitgave, de weerslag van het onderzoek, is een naslagwerk, een studieboek om de schilder te plaatsen in zijn tijd met betrekking tot de religieuze composities die hij meestal om niet voor de broederschap maakte. De reden waarom hijzelf als kunstenaar tot de besloten broederschap behoorde, en daardoor zijn beeldtaal in de kapel voor het nageslacht kon uitspreken middels eigen werk en dat van leerlingen. Want niet al het schilderwerk en andere uitingen in de kapel zijn van de hand van Jheronimus, zelfs betrekkelijk weinig wanneer ik Scholten in haar boek mag geloven. En waarom zou ik dat niet doen, want haar research is diepgaand en brengt de onderste steen boven. Het werk van Bosch is de hoeksteen van het onderzoek en de aanleiding om een en ander nader te analyseren. Het maakt het beeld van de schilder meer compleet.

    Zaken die linken aan de Bossche schilder worden in het boek afgestoft en uitvoerig besproken. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld inzicht in de broederschap en krijgt Bosch’ lidmaatschap een verklaring. De proostrekeningen tonen de uitgevoerde werkzaamheden voor de kapel, van opdracht tot realisatie, hoeveel uren er gewerkt is met de hoogte van het loon en welke materialen zijn gebruikt. Deze documenten dienen dus als fundament voor het onderzoek. Door de chronologische volgorde op datum kan exact worden nagegaan wat zich op bepaalde tijden in de kapel aan interieur bevond. Daardoor kan Scholten tekeningen en plattegronden reconstrueren van de broederschapskapel rond het jaar 1516. Verder is een tabel toegevoegd met werkstukken toegeschreven aan de familie van Aken en vervaardigd in de diverse ateliers waaronder die van Jheronimus Bosch. Deze lijst alleen al biedt de lezer een mogelijkheid tot verder onderzoek naar de Bossche kunststukken.

    Uit het boek blijkt dat Jeroen Bosch meer is dan de schilder van duivelse figuren, monsters, engelen en heiligen. Zijn karakteristieke werk, vol illusies en hallucinaties, wonderlijke gedrochten en nachtmerries, verbeeldt de grote thema’s van zijn tijd: verleiding, zonde en rekenschap. Bosch’ schilderijen en tekeningen weerspiegelen de relatie tussen de mens, zijn omgeving en zijn Schepper. Deze kant van de illustere kunstenaar komt door de bij tijd en wijle lastig te lezen uitgave voor het voetlicht. De hoofdrolspeler en al de bijfiguren komen evenwel degelijk tot leven, wanneer ik rustig neerzit en me als een kloosterling ofwel een broeder in stilte wijdt aan de teksten van lieve-vrouwe Loes Scholten.

    Jheronimus Bosch en de Lieve-Vrouwe-broederschapskapel. De schildersfamilie Van Aken in ’s-Hertogenbosch. Loes Scholten. Nijmeegse Kunsthistorische Studies XXXIV. Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, 2024.

  • De collectieve kracht van fandom

    De fans van Nicolle Lamerichs zijn niet de gillende keukenmeiden, de tienermeisjes die huilend van geluk hun idolen staan aan te moedigen. Die fancultuur, waarin het opvalt dat de liefhebbers vooral van het vrouwelijk geslacht zijn – meisjes ja, want jongens schamen zich voor zoveel overgave, die fanstijl is een achterhaald gegeven. Iets van vroeger zou je kunnen stellen. Van The Beatles en The Rolling Stones, van DoeMaar en Frans Bauer. De fans in het boek van Lamerichs bestrijken een wetenschap. Deze zijn zo belangrijk voor bedrijf en maatschappij dat ze worden onderworpen aan onderzoek.

    Leven als FAN, de waarde van fandom” is een wetenschappelijk onderzoek naar de ins en outs, de gedragingen en wederwaardigheden van de mens(en) die helemaal gaan voor en opgaan in hun idool of mysterieus verhaal. Het fandom is een hele cultuur die al in vroeger dagen wortels heeft. Net als iedere samenleving kan er van worden geleerd om er begrip voor te krijgen en er beter van te worden. Om de bewoners van het land van de fan te begrijpen dient de uitgave tot leidraad. Lamerichs geeft een verhelderend betoog. Niet alleen is het interessant om te lezen, ook wordt er een beroep gedaan op de kennis van de lezer. Middels vragen en opdrachten tussen de hoofdstukken door wordt de lezer interactief betrokken bij wat je kunt betitelen als leerboek.

    Verzamelen

    Nicolle Lamerichs is docent en in de weerslag van haar onderzoek neemt ze mij als student in haar klas mee. ‘Vanuit een mediawetenschappelijk perspectief maakt Lamerichs duidelijk wat fans motiveert, hoe ze hun culturen inrichten en wat hun impact is op de maatschappij’, heeft de uitgever dan ook op de achterflap laten drukken. Want zie ik mezelf dan niet als fanatiek fan, ik kan me wel herkennen in het boek. In het aanleggen van een verzameling ontdek ik bij mezelf de basis van wat een fan kan zijn. Je wilt in de collectie de meest mooie en zeldzame exemplaren hebben.

    Je kunt je breed oriënteren, maar ook los gaan op een detail uit het veelkleurige palet. Van bijvoorbeeld postzegels een bepaald land, een thema of enkel de eerstedag uitgaven. Van bijvoorbeeld kunst een bepaald genre, een tijdsgewricht of een specifieke kunstenaar. En dan is de fan aangetipt, want gaat dit type mens niet volledig voor een enkel persoon, een speciale film of een soortelijk spel. Alles wat los en vast te krijgen is over een idool moet in bezit komen. Echter is dit type fan niet zozeer welke dit boek behandeld. Het is niet die jonge meid die warm loopt voor verhalen in de roddelbladen, die opgeschoten knul die ieder plaatje spaart van zijn voetbalclub.

    Fanatiek alles bezitten

    Het is niet het offline fandom wat Lamerichs speciaal interesseert, maar de online wereld die zij de lezer middels haar onderzoek laat ontdekken. Als gids effent ze een begaanbaar pad waarover ik kan gaan om me te verbazen over de oorspronkelijke bewoners en hun levensstijl. Want het is een bepaald soort zijn waarin jij je bevindt als fan. Fanatiek alles bezitten wat er bestaat aan fantastische uitingen. In de online wereld gaat het veel verder dan het offline aanleggen van een plakboek over het idool, de film of het spel. Er wordt een eigen wereld gecreëerd met persoonlijke spelregels, die met anderen gedeeld kan worden.

    Er worden nieuwe verhalen om een bestaand gegeven gemaakt. Details gaan een eigen leven leiden. De vraag ‘wat als’ is belangrijk, want de digitale fan gaat aan de haal met het verhaal en de hoofdpersonen. Wat als dit en dat, zus en zo. De fan richt zich in de online gemeenschap niet meer enkel op een idool, maar is idolaat van de manier waarop deze in het fictieve leven staat. Lamerichs interesse is niet gericht op de ware werkelijkheid waarin boeken worden volgeplakt met beelden en verhalen, maar richt zich op de waarheid in een andere dimensie. Zij heeft ervaring daarmee want was zelf ook een fanatiek beoefenaar van een spel in die bovennatuurlijke wereld. Zo kan zij uit de eerste hand mij uitleggen hoe het reilt en zeilt. In een onderhoudend en leerzaam relaas kom ik vrijwel alle achtergronden en bijzonderheden te weten over een mij onbekende wereld. En toch blijft deze omgeving relatie houden met het echte zijn. Het is al zo herkenbaar. Want ben ik in deze tekst ook niet bezig een eigen verhaal te maken over de vertelling van Lamerichs. Ik mag dan wel niet zozeer fan van haar zijn, ik onderwerp wel haar beschrijving aan een ander inzicht en denk er het mijne van. Wat als…

    Fanculturen

    Lamerichs licht niet een tip op, maar trekt de sluier weg van het hedendaagse gegeven fan. Ze bekijkt deze van iedere mogelijke kant en zet het vakjargon op een rij. Zo leer ik over fanfictie, fanwerk, femslash en weet ik alles van cosplay, fluff, smut. Voordat ze mij en alle lezers van het boek met mij waarschuwt voor de gevaren van de online ontwikkeling maakt ze ons deelgenoot van de wonderlijke wereld van het web. Er ontstaat daarin een grote mate aan creativiteit waardoor gebruikers recreatief zich kunnen uitleven. Maar er is ook een andere, duistere kant aan dit spel en deze spelen. Net als alle positieve uitingen negatief misbruikt kunnen worden gaat dat ook op voor fanculturen. Bedrijven kunnen aan de haal gaan met en een financieel slaatje slaan uit de producten en creaties vervaardigd door fans die daar zelf niets aan verdienen. Er kunnen haatcampagnes worden opgezet omdat fans zich anoniem kunnen uiten, Lamerichs noemt dit toxic fandom en schrijft dat daar kritisch op gelet moet worden om de digitale cultuur inclusief en waardevol te houden. “Het is belangrijk dat gebruikers hun mening kunnen geven, maar dat dat ook gebeurt op een respectvolle manier. (…) Bedachtzaam en respectvol posten is een kunst op zich. Het vereist reflectie, inlevingsvermogen en moeite om een ander te begrijpen. Deze empathie is meer dan ooit nodig.

    Fancommunity

    Zo geeft het boek niet alleen zicht in hedendaagse fanculturen maar ook zicht op de toekomst van het digitale fandom. Nicolle Lamerichs heeft gedegen onderzoek gedaan naar een community die als een olievlek een steeds groter bereik heeft. Waar men vroeger met het oor tegen de geluidsbox zat geplakt, uit een muziekblad secuur de foto’s knipte en in een schrift plakte – misschien op het schoolplein met vriendjes de laatste roddel en nieuw verworven plaatjes deelde, ben je vandaag lid van een wereldwijde groep liefhebbers en fanatici. Wissel je universele informatie uit, want een fan kent geen grenzen. Met het internet is fandom een globaal koninkrijk geworden of misschien wel een republiek waar iedereen democratisch een steen aan de cultuur kan bijdragen. Er kan worden uitgewisseld, geëmigreerd en er vindt immigratie plaats. De fancommunity is net een echte wereld, maar dan surreëel in een andere dimensie.

    Leven als FAN, de waarde van fandom. Nicolle Lamerichs. Uitgave Mazirel Pers (Walburg Pers), 2024.

  • Zijn wij niet allen verzamelaars?

    Verzamelen zit de mens in het bloed. Een passie die niet weg te denken is uit onze wereld. Het is van alle tijden en iedereen heeft er een handje van. In prehistorische tijden was de mens jager-verzamelaar. Uit noodzaak jaagde men een prooi na om eten te verzamelen, om te overleven. Graan werd verzameld om brood van te bakken, later. En nog steeds zit die drang in onze genen. We jagen macht en aanzien na om geld te verzamelen, om te kunnen overleven. De verzamelaar is altijd op jacht, eeuwig speurder. Om net dat element aan het bezit toe te voegen dat nog ontbreekt. Men kan stad en land afreizen om juist dit kopje aan het servies toe te voegen. Of die postzegel te bemachtigen om een straatje compleet te maken.

    Verzamelingen kunnen geruild worden, althans delen daarvan. Er worden tal van ruilbeurzen georganiseerd, voor ieder attribuut dat maar verzameld wordt en kan worden. Goed beschouwd is een winkel ook een ruilbeurs, echter is dan het verzamelde geld inzet om een nieuw kledingstuk aan de garderobe toe te voegen. En wie op reis gaat verzameld herinneringen, maakt foto’s, brengt souvenirs mee. Alles wat los en vast zit valt te verzamelen.

    Zit het geluk enkel in het bezit

    Blijf ik bij mezelf als verzamelaar, dan schreef ik op welke biermerken ik ooit dronk – ooit begon ik aan het afweken van de etiketten en het bewaren van de doppen. Ook ben ik eens begonnen aan een verzameling elpees en cd’s. Een collectie kaarsen deed ik de deur uit, ze namen teveel plaats in en moesten voortdurend worden afgestoft. Dat is een bijkomstigheid van het verzamelen, het moet ergens geordend worden opgeslagen of attractief uitgestald zijn. Maar dient het zichtbaar te zijn of zit het geluk enkel in het bezit. Vraag het de kunstverzamelaar, die niet voor alle kunstwerken plek in huis heeft en het onderbrengt in een kluis. Of het uiteindelijk verkoopt of schenkt aan een museum. Of er zelf een museum om laat bouwen en doet inrichten.

    Kunsthistorica en archivaris Inge Misschaert schreef een interessant boekje over verzamelen. Als verzamelaar van boeken die ik ben ligt het nu aan mij voor. In “Verzameld!” beschrijft zij gepassioneerde verzamelaars door de eeuwen heen. Een must-have voor de echte verzamelaar. Niet enkel om de bibliotheek uit te breiden, maar zeker om inzage te krijgen over het wat en hoe, het waarom en waartoe. Wat kan verzameld worden, hoe bouw je een verzameling op en op welke manier breid je deze uit. Waarom zou je gaan verzamelen, bijvoorbeeld boeken of platen. Waartoe dient een verzameling. Postzegels en schilderijen vermeerderen in waarde, in de loop van de tijd. Maar voetbalplaatjes en suikerzakjes raken uit de tijd, verliezen waarde.

    Verzameling een levend geheel

    Een verzameling heeft voor de verzamelaar waarde, maar ieder ander kan dat bezit verwaarlozen. Het is maar net wat het is en hoe het in de smaak valt. Die oermensen bewaarden hun jachttrofeeën door ze op grotwanden te schilderen. Zo hielden ze de herinnering aan wat ze voor wild gezien hadden levend. Wij kijken nu bewonderend naar die verzameling. Het is een best bewaarde collectie. Maar met andere verzamelingen is minder omzichtig omgesprongen. Zo zijn de collecties in de piramiden en grafheuvels door schatgravers bij roof teniet gedaan. Hoewel deze dieven ook weer op jacht waren om hun bezit te vergroten. Zo is een verzameling een levend geheel, toch heel dikwijls zit er beweging in. Wordt het groter of krimpt het. Gaat het over op een andere eigenaar of verdwijnt in de vergetelheid.

    Inge Misschaert is in de archieven gedoken om verzamelaars boven water te halen. Een archief is natuurlijk ook een verzameling, een collectie aan kennis en feiten. Zo heeft het aantal samenraapsels dat verzameling genoemd kan worden een eindeloze reeks mogelijkheden. Misschaert is met opzienbarende documenten en voorwerpen uit de kast gekomen, waarmee zij sappige anekdotes kon noteren in haar boek. Als kind legde zij zelf een verzameling vondsten aan en bewaarde deze in een sigarenkistje onder haar bed. Schelpen, stenen en scherven, takjes, knikkers, stickers en later postzegels. Veel dingen waren mooi en waardevol genoeg om ze niet weg te gooien. En heb je eenmaal de smaak te pakken dan is er geen houden meer aan. Dan is er zoveel materie voorhanden om te bewaren. Ga ik nogmaals op mijzelf af, dan zocht ik eieren, blies deze uit en stopte ze tussen houtsnippers in dozen. Vond ik een compleet leeg nest, dan werd mijn verzameling eieren in mijn ogen van groter waarde.

    Bontgekleurde en gepassioneerde verhalen

    De thema’s die Misschaert in haar boek aan bod laat komen zijn even divers als de collecties zelf: literatuur, geschiedenis, kunst, natuur, architectuur, filosofie en nog veel meer. Ze beschrijft verschillende intrigerende verzamelaars. Als student kunstgeschiedenis liep Inge vier jaar tussen allerlei verzamelingen rond. Niet alleen de collecties bestudeerde zij, ook de evolutie van het verzamelen. Want door de tijd veranderden de verzamelaars en werd er verschillend naar het samenstellen van een collectie gekeken. Een verzameling is nooit af, vindt Inge Misschaert, haar boek is dan ook even oneindig. Het is een legering van bontgekleurde en gepassioneerde verhalen zonder volledig te willen zijn.

    De uitgave is een verzameling verzamelaars en verzamelingen, een collectie om inzage te krijgen in deze bijzondere menselijke eigenschap. Maar is niet compleet, zoals veelal elke verzameling niet compleet is. Altijd zijn er weer andere inzichten, nieuwe verhalen, verschillende samenstellingen. Zo zoals er altijd uitbreiding is van een verzameling, de verzamelaar op zoek blijft naar een zo compleet mogelijk bezit. Op jacht gaat op beurzen, speurt op markten, doolt in kasten en dozen. Op zoek naar precies die kop en schotel. Mogelijk is daar net dat nog ontbrekende schilderij van die kunstenaar te vinden.

    Verzamelaar pur sang

    Misschaert citeert in haar boek de Nederlandse dichter en acteur Ramsey Nasr: “Reizen zonder te hoeven bewegen is de drijfveer van veel verzamelaars.” Nasr is een verzamelaar pur sang, zoals er vele in het boek genoemd worden. En hij heeft het bij het rechte eind, want met jou verzameling kun jij onderweg zijn in je hoofd. Je hoeft er je stoel niet voor uit te komen en toch beleef je de meest indringende avonturen. Want ieder onderdeel, elk element in die verzameling heeft een eigen verhaal. Het verhaal van zichzelf, maar ook de herinnering aan waar de vindplaats was en hoe het in de verzameling terecht is gekomen. De meeste verzamelaars zijn geen fijnproevers maar veelvraten, ze willen alles bezitten in het thema of van de maker zonder daarbij kieskeurig te zijn. Want schrijft Misschaert “diep menselijke gevoelens zijn met het verzamelen verbonden: trots, hebberigheid, bezitsdrang, aantrekkingskracht, liefde, verliefdheid, drift, jaloezie, afgunst, koesterdrang. (…) De collectie is voor hen sterk levend en neem een belangrijk deel van hun leven in beslag, of is minstens sluimerend op de achtergrond aanwezig.”

    De uitgave “Verzameld!” is een onmisbaar naslagwerk voor de verzamelaar. Om hun passie bevestigt te zien door die andere verzamelaars genoemd in het boek. Verwantschap te voelen met die verzamelaars. Zich te herkennen in de verhalen van Misschaert. In de hoop en in de wanhoop, die op het gebied van verzamelen universeel is. Voortdurend is de verzamelaar alert op een nieuwe vondst, het veroorzaakt stress en geeft problemen bij het behouden en beheren. Ik zie mezelf terug in de teksten, begrijp de achtergronden. Ieder ander zal dat naar mijn menig ook doen, want zijn wij niet allen verzamelaars?

    VERZAMELD! Gepassioneerde verzamelaars door de eeuwen heen. Inge Misschaert. Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, 2023.

  • Wat als… niet artistieke kwaliteit maar naam en reputatie de waarde van kunst bepaald

    Wat als de Nachtwacht niet van Rembrandt blijkt te zijn, maar van één van zijn onbekende leerlingen. Wat als Van Gogh een Belg was, dat zijn wieg niet in Zundert stond maar in het enkele kilometers zuidelijker gelegen Wuustwezel. Deze hypothetische vraagstukken legt Ruurd Mulder mij voor in zijn boek “Kunst marcheert altijd”. En geeft daar als docent cultuur- en mediamarketing meteen het antwoord op. Hij schrijft over de marktwerking van kunst. Kunst als branding. Over dat kunst voor het grote geld niet gaat over artistieke kwaliteit, maar dat de naam en reputatie van de maker de doorslag geeft bij de waardebepaling.

    Dus wanneer Rembrandt de Nachtwacht niet heeft gemaakt daalt de waarde van het schilderij als sneeuw voor de zon. Het Rijksmuseum zal het wereldberoemde werk schielijk verplaatsen naar een zaal achteraf of opslaan in het depot om er eerloos te laten verstoffen. De naam van de maker is belangrijk, niet dat het een briljant schilderij is: het hoogtepunt van 17e eeuwse Hollandse schilderkunst waarin het vernuft van de Nederlandse school samenkomt. De echte koolzuurhoudende frisdrank met bruine kleur is pas cola wanneer er Coca-Cola op de wikkel staat. Het merk bepaalt de waarde en vermeende kwaliteit van het artikel. De kunstenaar is het merk, zijn werk de waar. Heeft deze een goede naam en wordt het werk alom de hemel in geprezen door veronderstelde kunstkenners, dan neemt het voetvolk aan dat het werk kwaliteit heeft zonder de eigen smaak te vertrouwen. De emotie wordt gestuurd, het kijken bestuurd. “Wanneer zij zeggen dat het goed is zal dat wel zo zijn’.

    De naam Vincent is een wereldmerk, zelfs zonder toenaam

    Mulder legt in zijn boek mij uit hoe het kan dat de praktijk zo werkt. Dat de markt zo in elkaar steekt. Met diverse voorbeelden uit de kunstwereld onderstreept hij de uitkomst van de hypothese. Wat als Vincent Vlaming is, dan loopt België weg met zijn roem en glorie. Want rond de schilder is een bloeiende industrie ontstaan. De naam Vincent is een wereldmerk, zelfs zonder toenaam. Zo zoals Rembrandt dat is. Met een werk van deze kunstenaars boven de bank kun je voor de dag komen in de betere kringen. Een vaandeldrager of sterrennacht van ieder ander schilder krijgt deze waarde nimmer nooit niet toegemeten, hoe correct de compositie dan ook mag zijn. Het bekende merk bepaald de waarde. Rembrandt en Vincent zijn A-merken, de onbekende leerling is het eigen merk dat onderin de schappen  staat.

    De originele schilderijen dragen uiteraard het keurmerk, de signering van de meester. Deze staan model voor een reeks van producten met eenzelfde beeltenis. Vincent’s zonnebloemen worden tot de nerf uitgemolken en op ieder mogelijke drager afgebeeld. Mulder volgt in zijn boek dat spoor van mythe naar merk. Het trieste figuur wordt op het schild gehesen en als een held door de tijd gedragen. Eigenlijk stierf Vincent van Gogh domweg te vroeg om nog tijdens zijn leven uit te groeien tot beroemd kunstenaar, merkt Mulder op. Vooral dat verhaal is doorslaggevend. Een oninteressant figuur is slecht voor de storytelling. Een leven kan nog dramatisch worden aangedikt om het werk in waarde te laten stijgen. Mulder weet de fijne kneepjes van het vak. Rembrandt en Vincent krijgen de hoed en de rand commercieel aangemeten. Maar ook vat hij Mondriaan bij de horens en neemt Christo op de korrel. En de vrouwen in de kunst laat deze marketing deskundige niet ongemoeid.

    Het naamkaartje bepaalt het prijskaartje

    Eigenlijk is het boek een volledig college over hoe de werking van marketing en communicatie werkt in de kunstwereld. Op een duidelijke manier legt Ruurd Mulder de Ideële en commerciële motieven uit die ten grondslag liggen aan de miljoenen die voor een hoopje modder op doek opbrengen. Want dat is het, niets meer en weinig minder. Een laag gekleurde materie dat een voorstelling op een linnen doek geeft. Hoeveel zal dat gekost hebben indertijd. Enige tubes verf, wat penselen voor het fijne werk en kwasten voor de grote gebaren, een opgemeten doek op een viertal spielatten. Dat materiaal valt in geld uit te drukken. Maar de tijd die de schilder in het werken steekt is meer abstract. Tegenwoordig verkoopt een werk zich naar de afmeting, naar de aantallen vierkante centimeters. En naar de naam die de schilder in de kunstwereld heeft. Waar het werk te zien is geweest en welke prijs de verzamelaar voor ander werk van dezelfde maker geeft. Dat is allemaal nog overzichtelijk, maar zodra de markt de prijs gaat opdrijven en dat stukje beschilderde doek qua prijs de hemel in wordt gedreven is het hek van de dam. Dan is niet meer dit stilleven, dat landschap of het portret als compositie doorslaggevend. Dan bepaalt het naamkaartje het prijskaartje.

    Valt kunst in geld uit te drukken

    Ruurd Mulder haalt bij zijn uitleg de schoonzus van Vincent aan. Zij zag de waarde van haar zwager bij en kort na zijn dood als vrijwel onbekende schilder. Door de manier waarop Jo Bongers dat werk in de markt heeft gezet droeg bij aan de roem van Vincent. Ze beïnvloedde het koopgedrag op een uitgekiende manier en dreef daarmee de prijs van de schilderijen op. Ze wist dat bij een stijgende prijs de vraag naar een schilderij toeneemt. Want vooral bij schilderwerken, waarvan de koper de kwaliteit slecht kan beoordelen, is de prijs misschien wel onterecht een indicatie voor het niveau.

    Maar valt kunst in geld uit te drukken. Het heeft een onschatbare waarde, die moeilijk valt te kwantificeren. De artistieke dimensie van kunst is de intrinsieke waarde die eraan wordt toegekend. Maar waarom zal een schilder het belang van zijn schilderij moeten verdedigen, waar de bakker zijn brood naar waarde van de marktprijs kan schatten. Heeft kunst geen bestaansrecht wanneer het economisch niet rendeert? Bezoekersaantallen tellen in het museum, daarom worden er blockbuster tentoonstellingen georganiseerd die veel mensen trekken en een kassucces worden. Daarmee kan het museum bij de politiek voor de dag komen. Drijft het de subsidies op. Maar is de waarde van kunst af te meten aan hoe populair het werk is. Mulder gaat op deze problematiek dieper in en komt met een waardevolle zienswijze op de proppen. Het boek is dan ook niet alleen een interessante uitleg van de marktwerking voor de kunstwereld, maar tevens een creatieve beschouwing voor de marketeer.

    De belastingbetaler is de verliezer

    Een apart hoofdstuk benoemt de vrouw in de kunst. Niet de vrouw als model op het schilderij, maar de vrouw achter de ezel met palet en penseel als gereedschap. Lange tijd stonden ze in de schaduw van de mannelijke kunstenaars. Zoals tegenwoordig vele schrijvers in menige publicatie de rol van de vrouw in de kunst voor het daglicht halen en gelijkschakelen aan die van de man, zo haalt Ruurd Mulder haar ook uit de schemer in het volle licht. Hij labelt de waarde aan de naam en noteert het op de prijskaart, althans filosofeert over marktwerking zoals hij dat bij de mannen eerder deed. En dan is er het merk Christo, dat zorgvuldig door het kunstenaarsechtpaar is uitgezet en opgebouwd. Kunst is van niets iets maken, dat is hier bewezen. Door bouwwerken in te pakken bereikte het paar een miljoenen publiek en een miljoenen omzet. De verpakking van een artikel wordt altijd weggegooid, zo was de kunst van Christo ook van voorbijgaande aard. Na de periode dat het zichtbaar was bleven alleen de ontwerpen, schetsen en foto’s van het kunstwerk over. Door deze te vermarkten konden volgende concepten werkelijkheid worden.

    Tot slot buigt Mulder zich nog over het origineel van een kunstwerk. In de geschiedenis keken kunstkenners vaak op hun neus wanneer bleek dat het origineel een kopie bleek te zijn. Dan kom ik terug op de eerste hypothese in het boek. Namelijk dat de Nachtwacht geen Rembrandt is, het is dan nog steeds een origineel maar met een foute signering. Originelen worden gekopieerd om een breder publiek te bereiken. Of nagemaakt om er als beginnende kunstenaar de knepen van het vak mee te leren. Of iets echt is of namaak maakt voor de marketing zoveel uit als dag en nacht. Het origineel is altijd nog het hoogste goed, maar wordt duur betaald. De belastingbetaler is namelijk vaak de verliezer. Die belastingbetaler zanikt dan ook wat af over de rekening die hij uiteindelijk betaald voor bijvoorbeeld De Vaandeldrager. De miljoenen aankoop werd verdedigt als een sleutelwerk in het oeuvre van Rembrandt. Maar daar heeft Jan met de Pet nauwelijks een boodschap aan. “Daar staat tegenover dat met miljoenen belastingplichtigen ieders aandeel in de kosten van een eenmalige uitgave misschien iets van 15 euro bedraagt”, schrijft Mulder. “In het licht der eeuwigheid lijkt dat een overkomelijk bedrag.”

    Kunst marcheert altijd. Over Rembrandt, Van Gogh en de waarde van artistieke roem. Ruurd Mulder. Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, 2023.