Category: Wonderkamers

  • Grenslijnen gegumd in Wonderkamers. Uit.

    Bestaat er een grens tussen observatie en emotie. Staat het één los van het ander. Of is de grens vaag en overlapt juist het één het ander. Zoals in een venndiagram; de doorsnede van observatie en emotie. Dat het verzamelde beleven perceptie deelt met het geconcentreerde gevoel. Want kijken roept iets op. Zien gaat niet zonder indruk. Impressie gaat met expressie. Het kijken naar kunst maakt iets los, zet de mimiek op positief dan wel op negatief. De mondhoeken en de duim gaan omhoog of naar beneden. De emoji is blij of keurt het af. In de kunst is dat een grens, tussen goed of slecht is geen uitweg, er bestaat geen niemandsland voor de twijfel. De schoonheidszin heeft evenwel smaak. Een bloemige bijsmaak of een naargeestige nasmaak. Ieder zijn/haar/hun meug.

    Zo is de observatie in Wonderkamers op dit moment. Bij het daar getoonde werk van de drie kunstenaars Marjolein Spitteler, Karen Vennik en Sigrid Hamelink kan ik maar nauwelijks mijn emotie de baas. Krullen mijn mondhoeken op als de snor van Dali. En dat is bijzonder volgens een andere kunstenaar, Meiro Koizumi. In een promotievideo voor De Pont Museum in Tilburg hoor ik hem zeggen: “Het is heel moeilijk om mensen aan het huilen te maken met een schilderij. Maar met bewegende beelden, met video, is het heel gemakkelijk om mensen in twee minuten aan het huilen te maken. En dat is hoe krachtig dit medium is.” Bij Wonderkamers aan de Heirweg in Nijeholtwolde is daarom misschien wel de kunst geïntegreerd in een installatie met objecten en lichtbeelden. Ik vind het op de zolderverdieping van het Batavushuisje. En het is inderdaad bijzonder, maar emotioneert mij niet tot tranen toe. Althans niet in de door Koizumi gestelde tijdspanne.

    In lichtbeelden te beluisteren

    In de installatie verleggen Vennik en Hamelink hun grenzen en zoeken de lijnen van de zichtbaarheid. Of eigenlijk het kader van onzichtbaarheid. Want wat ze laten zien valt fysiek nauwelijks te bekijken, maar wel mentaal te ervaren. In het schemerdonker zie ik een stellage van hout met lijsten en een beeldfiguur. Op en door deze samenhang is een drieluik geprojecteerd, waarvan de gevallen vogel op de bolle buik van het beeld verschijnt. Dat schilderij vind ik op de begane grond van dit gebouw terug. En wat aan beeld verloren ging in de installatie zie ik daar in afgepaste kleuren, en merk op dat er meer figuratie is dan enkel die vogel. Maar wat ik boven nog meer zichtbaar denk te missen is het verhaal, dat tussen de dunne planken door in lichtbeelden te beluisteren valt. Daarvoor moet ik op de kruk gaan zitten en me concentreren op het nauwelijks bewegende beeld. De vertelling toont zich niet letterlijk, maar ik voel aan dat het meer is dan wat zich laat bekijken. De diepere betekenis maakt indruk en kan in de achtergrond mij emotioneel bewegen. Doordat de fysieke ruimte van de zolder beperkt is maak ik onderdeel uit van de installatie, ik zit er bij wijze van spreken bovenop en middenin. Daardoor is de mentale ruimte groot en word opgenomen door de geest die door de installatie zich een weg zoekt. Het pakt me op, in een meditatief moment raak ik figuurlijk betrokken bij de opstelling.

    Verbaasd en verdwaasd, mijn ogen wennen amper aan het lichtend licht uit het schemerduister, wankel ik de trap af om me te verdiepen in de kunst op de begane grond. Daar tref ik dus dat drieluik van Karen Vennik aan. Vennik, die vooral de donkere kant van het wezen beeld geeft, schildert met zwarten waarin kleur extra opvalt maar niet opvallend aanwezig is. Daardoor belicht zij dramatisch het dood zijn van het leven. De schaduwkant van de handeling. Het onderworpen en verworpen leven, dat ontdaan van boeien uit de kooi vlucht en onderweg het loodje legt. Geen opgewekt thema om opgeruimd te beschouwen. Het zet me aan het denken, te mijmeren over de profetische eindtijd, een apocalyptisch armageddon. De natuur verzet zich nog krampachtig tegen beter weten in, de vredesduif valt uitgeblust ter aarde. Er is geen weg naar vrede, vrede is de weg. Maar wanneer deze weg vol obstakels ligt en gebarricadeerd is blijft de vrede ver weg.

    Avontuurlijke figuren

    Mezelf bij elkaar rapend draai ik welgemoed om en treft mijn blik de wand met de wolk uitingen van Marjolein Spitteler. Op het eerste gezicht denk ik te weten wat ik zie, maar word ik door de kunstenaar op het verkeerde been gezet. Vogelfiguren en visdieren trekken schaduwen over schelpen en zaaddozen. Het lijkt alsof de natuur in celdeling organismen met elkaar verbindt. Dat grenzen vervagen en nieuwe lijnen worden geknoopt. Over het zorgvuldig bedachte en minutieus uitgewerkte schepsel, een creatuur dat ik geklemd tussen twee glazen plaatjes door de microscoop te zien kan krijgen, is de uit een stuk materie gesneden gestalte van een vogel, vis of ander biologisch wezen gelegd. Daardoor is dat wezen denkbaar aanwezig, legt het een schaduw over het gestel. Het is er niet, maar toch ook weer wel. Het resulteert in unieke composities, waarbij je goed moet kijken wat je ziet. Pas opmerkt wat je ziet wanneer je beter kijkt.

    De avontuurlijke figuren van Sigrid Hamelink dansen tussen deze uitingen door in de ruimte. Ze vervagen de grens van realiteit en abstractie en trekken de lijn door van observatie naar emotie. Wie vaker een bezoek heeft gebracht aan de Wonderkamers zal de mensvormen bekend voorkomen, want Hamelink heeft een eigen herkenbare stijl van beelden ontwikkelt. Hoewel het veel variatie is op het thema, de mens kent voor zichzelf tenslotte legio houdingen en uitdrukkingen, blijft het altijd een unieke beeldspraak. De menselijke persoon krijgt positie en expressie in de compositie, drukt gestroomlijnd de essentie van de gemoedstoestand uit. Enkel het wezen van de emotie, de kern van het zijn, zonder blikken of blozen. De houding is de expressie, de mimiek ontbreekt of is onpersoonlijk. Zo kan ik het mezelf toedichten, kan ik me ermee vereenzelvigen, wordt het mijn identiteit. Sta ik niet op een afstand te beschouwen, maar word ik onderdeel en is mijn selfie een groepsportret. Of beter kan ik mijn zijn over het wezen van de uitdrukking leggen, zoals Spitteler dat in haar tekeningen doet.

    Aandacht luisteren

    De ruimtelijke figuren van Hamelink hebben een geschetst evenbeeld in tekeningen langs de wand. Het schijnt mij nieuw werk van haar hand, waarin ze de houten beelden laat acteren in een natuurlijke omgeving. Zo kan ze de sfeer naar zich toe trekken, want de ruimte bepaald toch de persoonlijkheid van de creatie. Niet altijd kan zij in een tentoonstelling de beelden in een passende sfeer zetten, op papier heeft ze deze mogelijkheid wel. Zo beleven haar wezens avonturen in ruimte en tijd, gaan een band aan met de natuur en verbinden de menselijke gestalte met de eeuwigheid.

    De geest die ronddwaalt in de Wonderkamers laat mij mentaal verdwalen. In de stilistiek van deze beeldende kunst kan ik mijzelf vinden. Hoef daar niet lang naar te zoeken, maar moet wel aandachtig luisteren naar wat de sfeer mij influistert. Dan doorzie ik het wezen en lees mijn zijn. Achter het zichtbare beweegt de stemming, kronkelt als een adder onder het gras. Heb ik deze echter bij de kop gepakt, dan voel ik de onderliggende betekenis aan mijn water. Zie ik verder dan mijn neus lang is en kan ik tot tranen toe bewogen raken. Bij wijze van spreken laat ik de beelden de vertelling doen. Lees ik tussen de regels door, zie ik tussen de lijnen, de vlakken en de kleuren het grote geheel. En dat maakt de waarneming tot ontroering. De grenslijn tussen observatie en emotie is gegumd. Uit.

    Tentoonstelling “Grenslijnen”, werken van Marjolein Spitteler, Karen Vennik en Sigrid Hamelink bij Wonderkamers, Heirweg 57 in Nijeholtwolde. Van 11 mei tot en met 29 juni 2025.

  • Wonderkamers laat hier en nu beschouwen

    Hier is het waar ik ben. Hier is waar het gebeurd. Hier laat zien wat nergens anders bekeken kan worden. Ik ben daar, was. En ik zie het, zag. Hier, daar. Hier in de galerie heerst stilte, waar de showroom daar meer drukte geeft. De stilte van binnen, van de kunst hier. Buiten dringt wel door in binnen, hier. De enkele auto die over de Heirweg rijdt, even verder weg de Heerenveenseweg met zwaar verkeer. En vandaag, nu, hier; die dag, toen, daar schuurt Sigrid hout voor een of andere nieuwe installatie. Of ik daar last van heb, of het me stoort hier te beschouwen. Natuurlijk niet, want zij moet verder nu hier de expositie hangt en mooi is en gelukt zoals zij het voor ogen had, hier gedacht heeft. Dan niet uitpuffen na het inrichten, niet bij de pakken neerzitten, op de lauweren rusten – nee, er moet gewerkt worden. En weer door.

    Dus, het geluid stoort me niet. Ook de ruis, in het Batavushuisje van toen waar de Wonderkamers nu is, hindert me niet bij het beschouwen van het werk waar het hier nu eigenlijk om gaat. De expositieruimte en de voormalige fietsshowroom, de Wonderkamers, grenst aan het atelier dat goed beschouwt de eigenlijke Wonderkamer is. In die werkruimte voltrekt zich het wonder van de schepping van weer een ander iets uit niets. De werkbank ligt bezaait met onderdelen, materiaal en gereedschap. Het is een lust om er te kijken zonder te beschouwen. Even afgeleid dus, maar niet verstoort. En dan weer door.

    Beelden van porselein en hout

    In de Wonderkamers beschouw ik HIER. Hier, de verzamelnaam voor de presentatie van werk van een viertal kunstenaars. Van kunstenaars hier uit de buurt. De buurt is Nijeholtwolde. Krap genomen maar breed gekozen. De kunstenaars komen namelijk uit de wijde omgeving, maar zijn wel van hier, en nu. Rondom te zien, nu hier dan daar. Natuurlijk is Sigrid Hamelink zelf van de partij als eigenaar en uitbater van de Wonderkamers. Zij toont eigen werk en past daarbij werk van anderen aan. Haar beelden van porselein en hout verhouden zich naadloos bij elk door haar gekozen werk van collega-kunstenaars. Het heeft in de loop van de tijd al menige gast weerstaan en stand gehouden bij het geweld van diverse aanzitters.

    De vormen van Hamelink zijn geconstrueerd naar het evenbeeld van de mens. De mens als vorm is inspiratie voor de kunstenaar. De beweging in het lichaam, de dynamiek van ledematen ten opzichte van de romp, zijn voortdurend aanleiding een gedaante te figureren. Geen portretten van personen, de beelden van Hamelink zijn onpersoonlijke figuraties. Het individu is geen mensenkind of sterveling. Het drukt een gevoel uit, past bij een stemming. Het is de ontroering van Hamelink als maker bij het leven. Sluit aan op het sentiment van de beschouwer hier, de bezitter van het werk daar. Grote vormen uit hout gesneden of van klei geboetseerd. Kleine gestroomlijnde gedaanten van wit porselein op een zwarte basis als drager. Of een wolk van die kleine figuren op een paneel, een rij kleine mensen tegen de wand. Netjes in gelid zonder zich te storen aan de naaste.

    Geen exacte wetenschap

    Deze figuurtjes kunnen zo gegleden zijn uit de verlaten landschappen van Christiaan Kuitwaard. Hij stelt zijn veldezel in de omgeving op en legt in de openlucht vast wat hem voor ogen komt. En plein air, ter plaatse, schetst hij de vrije natuur. Een schets in verf om de idee, het gevoel van daar vast te houden. Dat ene moment in beeld te beschrijven. Het is daarom geen exacte wetenschap, geen gedetailleerde blik. Het is de stemming die de toon zet, de sfeer waarin de klank klinkt. Met recht een compositie, zowel in verf als vorm is het een deun die me bekend voorkomt. De snelle blik van Kuitwaard, een oogopslag, blijft op mijn netvlies staan. Niet helder en duidelijk, maar zuiver zoals de omgeving zich aan mij kenbaar maakt. Inzichtelijk zoals ik dit pleinairisme aanvoel. C’est le ton qui fait la musique; c’est le caresse qui fait la peinture.

    Nieuw leven in de maak

    Ook Ton Broekhuis begeeft zich voor zijn professie in de omgeving. Het natuurgebied De Rottige Meenthe, of dichter bij huis zijn eigen tuin. Daar legt hij planten vast in de herfst van het leven. Deze zijn de bloei voorbij en geven al hun kracht nog voordat ze afsterven. Want de dood is een ander zijn brood, ofwel in het sterven ontstaat nieuw leven. Voordat iets opnieuw kan beginnen dient het voorgaande te verdwijnen. Het zijn dat door Broekhuis op macroniveau is vastgelegd heeft het leven gedaan, de groei staat stil en is uit de tijd gegaan. De laatste kracht is gezet in zaaddozen, waarin het nageslacht zit opgesloten. Er is nieuw leven in de maak. De plant sterft af en reïncarneert in een vergelijkbare te herkennen gedaante. Broekhuis vereeuwigd het leven, een onderdeel in een eeuwige cyclus van jaar op jaar, jaar in jaar uit. Het zijn betoverende opnamen, mysterieuze platen. Het leert mij beter kijken naar planten. Wanneer in de herfst mijn tuin de bloei voorbij is, zak ik op de knieën en beschouw zoals Ton Broekhuis kijkt.

    Een kwal op het droge

    Aan Sigrid vraag ik of er iets op de verdieping te zien is, want meestal richt zij daar een duistere Wonderkamer in om lichtbeelden te laten zien. “Er is alleen maar rotzooi”, zegt ze. Dus er is daar niets, het is allemaal hier. Maar wanneer ik de tentakels die uit het plafond van de voormalige showroom komen aanzie, vermoed ik dat er zich toch iets afspeelt op de zolder. Een geheimzinnig tafereel van een weelderig groeiende plant veronderstel ik. De wortels komen door de planken en voelen beneden aan de atmosfeer. Ik kan me hier in de installatie van Mathilde Hemmes begeven. Wordt onderdeel van haar compositie. Ik kan de tentakels laten bewegen. De door gekleurde wollige draden omwonden wortels, met hier en daar een textiele luchtbel, trillen wanneer ik langs ga. Het is een eigenaardige gewaarwording, een opwindende ervaring. Want je weet niet wat je bemerkt. Zijn het wortelstokken of zijn het vleesbomen en begeef ik mij in een darmkanaal. Aan de wand hangt een uitgedroogd leven, tevens een zijn na de bloei schat ik in. Een kwal op het droge. De lichaamsbellen geplet, de tentakels neerhangend. Is dit een model van wat zich in de ruimte en daarboven afspeelt. Ligt op de zolderverdieping een lubberig gedrocht dat de flexibele organen en grijparmen tussen de planken naar beneden door wurmt. De rillingen lopen me over de rug. Hier.

    HIER. Expositie werken van Ton Broekhuis, Sigrid Hamelink, Mathilde Hemmes en Christiaan Kuitwaard. Bij Wonderkamers, Heirweg 57 in Nijeholtwolde. Daar te zien van 25 mei tot en met 23 juni 2024.

  • De gedaanten van gevoel, emotionele lijven

    In het werk van Sigrid Hamelink staat niet de mens centraal. Al lijkt dat wel zo te zijn met meerdere lijven en lichamen in diverse houdingen. In de objecten zie ik figuren die mens zijn. Althans waarvan kan worden aangenomen dat het mensen zijn. Deze vormen die mensen duiden zijn inspiratie tot het maken van beelden. De gestalte die men aanziet als de mens. Maar de mens als zodanig is niet het model. Het figuur mens, het wezen mens, figureert slechts in de beeldende kunst van Hamelink. Speelt een rol. Is in relatie tot de omgeving, dat decor is van het zijn. Deze mens lijkt lijfelijk aanwezig, is echter als individu afwezig. Het is de emotie die uit het lichaam spreekt. Deze uit zich door stand en houding. Het werk beeldt al de mogelijke gevoelens uit die het lijf in het zijn kan aannemen. Niet de mens is het onderwerp van beelden, maar het gevoel dat staat te lezen in de pose.

    Composities van Hamelink

    Een persoonlijke keuze van Sigrid Hamelink uit haar werk van de laatste twintig jaren wordt getoond in de Wonderkamers. Haar expositieruimte annex atelier in het Batavushuisje te Nijeholtwolde. De aangebouwde toonzaal en de inpandige etalageruimte bieden plaats aan diverse beelden en objecten. Daarnaast staan in de werkplaats een aantal vormen die nog geen afronding hebben gekregen. Waaronder bij wijze van spreken nog geen handtekening is gezet. Op zolder tref ik tussen de opslag nog enkele grote beelden aan. Zo is het huisje van boven tot onder en van voor naar achter gevuld met composities van Hamelink. Een solo expositie als presentatie van uitdrukkingen waaraan ze werkt en waarmee ze bezig was. En er is meer. Verspreid over het atelier staan en hangen nog enigszins verloren enkele objecten. Door het venster kijkend in de vergroende beeldentuin valt mijn oog nog op een groepering van kleine steenrood gekleurde beelden.

    Opgediept, Wonderkamers, Sigrid Hamelink, beelden

    Sigrid Hamelink is goed bezig. Ik verwonder me in de kamers. Bewonder haar werk, dat emotionele invallen en bewogen uitwerkingen heeft. Getroffen ben ik door de eenvoud die in meervoud uiting geeft. Ontroerd raak ik bij de simpele ongekunsteldheid die juist daardoor multipel aanspreekt. Met de werkelijkheid als uitgangspunt. Het tastbare lichaam als aanraakbare zichtbaarheid. Dat is het aspect van herkenning op het eerste gezicht. Maar daaronder of daarachter komt het beeld in lagen bij het gevoel van de beschouwer. Wie dieper graaft en aandachtig kijkt zal ontdekken dat veel beelden de mens een spiegel voor houden. Niet de mens is onderwerp, maar spiegelt zich wel in het beeld. Zonder sec een portret te zijn, een gelijkend beeld te vormen, zie ik mijzelf als voorstelling in meerdere van de objecten. Geen evenbeeld in aanzien, maar een tastbare gemoedstoestand in het figuur.

    Verzonken in gedachten

    Deze figuren staan wel figuurlijk voor een stemming, een gevoel, de emotie. Zijn de metafoor voor een expressie. Beeldspraak in uitspraak. Maar belerend is Hamelink niet in haar werk. Ze laat niet de schaduwzijde van het menszijn zien. Zij toont juist de zwakke kanten, de hulpeloosheid soms, de vertwijfeling. Het niet bestand zijn tegen de buitenwereld waarvan het afhankelijk is. In glooiende lijnen, het lijf is zuiver en oprecht. Is in zichzelf maar zoekt het contact. Zonder uitleg geeft Hamelink commentaar op het wezen mens. De motivering is gevat in het beeld op zichzelf. Uit houding en toevoeging van attributen die het gevoel moeten onderstrepen valt het zijn te halen, spreekt de bedoeling.

    Opgediept, Wonderkamers, Sigrid Hamelink, beelden

    De figuren van Sigrid Hamelink zijn over het algemeen verzonken in gedachten. Of eigenlijk gevangen dan wel opgesloten in het eigen zijn. In zichzelf gekeerd terwijl zich blootgevend en open stellend aan beschouwende blikken. Die blikken proberen de beelden te doorgronden. Maar daar is niet veel onderzoek voor nodig om de basis van bezieling te vinden. Zoals hiervoor gezegd en geschreven spreken de gestaltes eenvoudig in meervoud aan. Doorzie ik de lijven zonder uitgesproken kenmerken van sekse of gender. Het betreft hier dan ook niet de kenmerkende man of de ondubbelzinnige vrouw. Het is het gevoel dat duidt zonder aan vrouw of man of iets daar tussenin gebonden te zijn. Het is een universele emotie. Maar soms vallen er toch eigenheden en karaktertrekken te onderscheiden. Niet uitgesproken, maar in zachtaardige belijningen aanwezig.

    Een beeldende omschrijving

    Spreekt de houding boekdelen, de uitdrukking van het gezicht heeft geen mimische waarde. Er is geen oogopslag, geen persoonlijke uitdrukking. Is er een blik dan is deze altijd gesloten. Ik bespeur wel een glooiing als van een neus. En veelal staat de mond wijd open wanneer een onhoorbare schreeuw de ziel scheurt. Eigenlijk is het gezicht een mombakkes, een masker om het zijn te verhullen. Enkel wanneer het in de uitdrukking noodzakelijk is om emotie te tonen verschijnt er een expressie op het gezicht. Alleen dan wanneer het lichaam niet voldoende kracht heeft.

    Opgediept, Wonderkamers, Sigrid Hamelink, beelden

    Hamelink maakt diverse formaten beelden om zich uit te spreken. In de kleine wandobjecten lijkt het lichaam van gebakken klei als een verweerde kiezel in en door stromend water. Een afgevlakte emotie, enkel sprekend door houding en decor. Grote werken hebben een uitgestrekte houding in hout. Ze lijken te reiken naar een onbereikbaar iets buiten mijn gezichtsveld. De grotere werken daarentegen bestaan meestal uit meerdere delen. Een collage van materiaal om de emotie duidelijk te verklaren. Een beeldende omschrijving van het gevoel en de stemming, uitgeschreven in bewerkt hout en restmateriaal. Een groot vloerobject dat voor een buitententoonstelling is gemaakt staat symbool voor de titel van de expositie: opgediept. Een samengesteld geheel van gebakken klei. Een hoop bladeren en takken waaruit een tweetal de kop opsteekt. Sigrid Hamelink heeft het thema opgedoken uit haar verleden.

    Zoals zij de getoonde objecten uit de laatste twintig jaar voor de dag heeft gehaald. Opgediept uit de opslag. Eerder getoond in samenspraak met gastkunstenaars, nu solistisch sprekend. Het is letterlijk een kijkje in de keuken, een blik achter de schermen. De werkruimte grenst aan de expositiezalen, de wonderkamers. In het atelier vindt het wonder plaats dat in de aangrenzende kamers wordt getoond. Die wording van gedachte tot uitwerking kan de bezoeker in een bepaald stadium beleven, meemaken. Zich daarna verwonderen in de expositie waar de resultaten van ingeving en uitwerking te bewonderen zijn.

    Opgediept. 20 jaar beelden maken in het Batavushuisje. Beelden en objecten van Sigrid Hamelink. Wonderkamers (Batavushuisje), Heirweg 57 in Nijeholtwolde. Te zien tot en met 9 juli 2023.

    Opgediept, Wonderkamers, Sigrid Hamelink, beelden
  • Dieren voelen zich thuis in Wonderkamers

    Het dier in het algemeen heeft nogal wat te verduren van de mens in het bijzonder. Dat, die mens, zichzelf tot opperdier opgeschaalde beest acht zichzelf hoog verheven boven het dier. Het dier is veelal gebruiksvoorwerp of erger nog genotsmiddel. Het moet dansen naar de pijpen van de mens. Het dier, denkt de mens, is in de schepping bedacht als luxe vermaak. Het genieten gaat tot in de dood. Want heeft het dier lijdzaam het lot ondergaan komt het in veel gevallen op het bord van de mens terecht. Van alle dieren in de evolutie was het de mens die op een goed moment rechtop ging lopen en zich figuurlijk verheven voelde boven de andere levende wezens. En soms is die homo sapiens zelfs zo gehersenspoeld dat het zich superieur voelt aan de soortgenoten. Doet daarmee wat hem, want meestal is het geen haar, goeddunkt of in zijn straatje te pas komt. Maar met het dier, in alle voorkomen en iedere hoedanigheid, hoort de mens samen te leven. Het niet te zien als eigendom, waarvan het doen en laten wordt bepaald. Het dier gaat emanciperen, zal met kop en schouders boven het maaiveld uit steken. Maar kan dat niet alleen. Hoe gek ook, de bedreiger zal hulpverlener zijn. Maar eerst zal het dier sociaal geaccepteerd moeten worden om een wetenschappelijke erkenning en wettelijke gelijkheid te krijgen. Namelijk het recht op leven, meeleven. Het er mogen zijn zonder het vooruitzicht te hebben opgegeten te worden.

    Bij kunst past emotie

    Het dier staat centraal in de Wonderkamers. De kunstenaars Anne Brouwer en Karen Vennik laten zich er in hun werk door inspireren. Dat heeft verschillende uitkomsten, want iedere beeldbouwer en elke kunstmaker heeft een eigen zicht op een onderwerp. Bekijkt het van verschillende kanten en haalt dat daar uit wat voor hem of haar van belang is en waarmee hij of zij het verhaal kan vertellen. Gelukkig zijn er binnen de kunst veel verhalen in omloop, daar kan de beschouwer voordeel uit trekken. Niet elk verhaal spreekt een ieder aan. Niet alle verhalen zijn voor iedereen uitgebeeld. Bij kunst past emotie, populair gezegt je moet er een klik mee hebben. Sommige verhalen moet je vaker horen vertellen om er de essentie uit te kunnen halen. Dan ineens doorzie je het plot. Zo’n helderheid van geest heeft de kunstenaar ook wanneer het werk wordt gemaakt. In een flits is de kern geraakt.

    Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

    Maar het dier. Het activisme spreekt uit het werk van Anne Brouwer. Haar werk hangt in de eerste wonderkamer, dat voorheen dienst deed als toonzaal voor fietsen toen het Batavushuisje nog een fietsenwinkel was. Nu is het expositieruimte en een kunstatelier in één. Anne Brouwer wil in deze ruimte met haar werk figuurlijk op de barricades staan voor het dier. Het in beelden voor hen opnemen, want zelf kunnen ze dat niet. Het dier blijft altijd lijdend voorwerp, de onderdrukker dient garant te staan voor een beter leven. Brouwer geeft aan dat voornemen uitdrukking. In een eenvoudige grafische techniek zet ze meervoudig haar mening neer. Uit linoleum gutst zij het dier als consumptieartikel. Olifanten dansen in de circuspiste, trekpaarden draaien rond in een carrousel. De haas hangt als bontkraag om de nek van de barones, de kikker is platgereden. Om dat idee kracht bij te zetten heeft Brouwer een bankbiljet als achtergrond gebruikt voor het dierenleven.

    Lijdend voorwerp

    Het dode vogeltje is uit het nest gevallen, maar deze is dus slachtoffer van de natuur op zichzelf terwijl de platte kikker de mens als tegenstander had. Anne Brouwer maakt ook gebruik van de techniek materiaaldruk, wat haar werk levendig en speels houdt. Het is niet allemaal kommer en kwel, want ook portretteert ze het paard of de hond. Het trekpaard is speeltuig op wieltjes, het fysieke symbool van hoe wij tegenover onze mededieren staan. Hoewel het dier dus onderwerp is van het verhaal wordt het snel tot meewerkend voorwerp of erger nog lijdend voorwerp.

    Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

    Tussen het werk zijn als voorproef op de tweede wonderkamer, de eigenlijke tentoonstellingsruimte en bijgebouw van het oorspronkelijke bouwwerk, kleine composities van Karen Vennik gehangen. Grauw en triest werk. Het toont zonder kleur het dode dier, gewrongen in het kistje dat de kaders van het schilderdoek is. Een blik in de laatste rustplaats, want het dier is hier vooral gezonken in een eeuwige slaap. Elke kleur is weggetrokken, enkel uit de duif is het leven nog maar kort getreden want de nek heeft nog glans. Door het atelier gelopen, langs werkstukken in staat van binding, stap ik op de betegelde vloer van de hout bekapte en ruim verlichte expositieruimte. Daar hangen grote werken van Vennik. Maar het eerste wat opvalt is het door Anne Brouwer gehaakte hoofd van een olifant compleet met slagtanden. Het hangt vrij van het plafond. Dode ogen staren me aan. Want het levenloze is ook hier onderwerp van de kunst. En ook hier is vrijwel alle kleur uit de beeltenissen weg getrokken. De ogen zijn gesloten, ledematen hangen slap neer, de lichamen zijn voor eeuwig tot rust gekomen. Het is een drama in deze wonderkamer, maar ook geeft het de schoonheid van de dood weer. De poëtische pronk van het lijf dat de laatste adem heeft uitgeblazen. Een schattige baby-chimpansee dat lijkt te slapen.

    Stijlvolle composities

    In de passieve houdingen leeft alleen de kraai. De lijkenpikker brengt met zijn gekras actie in de sfeer. En dan haasten de dieren zich naar de eeuwige jachtvelden, onderwijl soortgenoten en species van andere origine onder de voet lopend en vertrappend. Een sierlijke kraanvogel vliegt geschrokken op, terwijl rompen van vliegtuigen dreigend zwart de sfeer bepalen. De mens heeft er weer de hand in. Vennik maakt van het trieste onderwerp stijlvolle composities. De blik van afkeer buigt zij om tot een wenselijk inzicht. Een verlangen welhaast, om deelgenoot te mogen zijn van deze grootsheid. Het werk verzoekt mij te kijken. En dat wil ik, beschouwen.

    Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

    Op de zolderruimte wacht een verwondering. In het roze schijnsel van een groeilamp ligt daar op een bed van stro een varken. Een zeug die smacht naar haar kroost, de tepels zijn opgezet en vol van vruchtbaar vocht. Of zie ik hier een moeder die zuchtend in het kraambed is gestorven. De gehaakte huid lijkt zacht, maar voelt keihard aan. Ze is stijf bevroren. Het beest is dood, maar het object heeft als zodanig nooit geleefd. Het zet de bezoeker op een verkeerd been en deze kijkt even verwonderd en zonder blikken of blozen zoals de houten gestalte van Sigrid Hamelink die rechtsboven aan de trap het tafereel aanziet. Hamelink is zelf geen onderdeel van de tentoonstelling, maar haar werk is uiteraard wel aanwezig. Haar atelier is onderdeel van en onlosmakelijk verbonden aan de Wonderkamers. Het is eigenlijk een echte wonderkamer, omdat daar juist het wonder wordt gemaakt. Daar worden nieuwe beelden geschapen, daar hangt het mysterie. Het opgestelde uit hout gesneden figuur met ezelsoren past uitstekend in het thema Dier.

    Wonderkamers, Sigrid Hamelink, Irma Horstman

    Beelden in de buitenruimte

    En dan buiten in de tuin. Daar vind ik kleifiguren van Hamelink. In de wilde tuin verscholen rond en onder de grote beukenboom staan kenmerkende beelden. Tweedimensionale cortenstaal objecten. Gemaakt door Irma Horstman. De maaksels hebben tijdelijk onderdak bij het Batavushuisje. De kunstenaar, wonend in Frankrijk, kon na een tentoonstelling elders in het land de beelden niet vervoeren. Hamelink maakte dankbaar van het aanbod gebruik ze in haar tuin te zetten. De organische objecten die in hun platte vorm elke ruimtelijkheid missen passen niet in het thema, maar voelen zich wel thuis in deze omgeving. Ik zag ze eerder bij Kunstlokaal No.8 en schreef toen: “De vorm tekent zich fijngevoelig af in de ruimte waar het geplaatst is. Robuust en sensibel in een enkel beeld. Raakbaar en afstotend. Spraakzaam en zwijgend. Het is alles in één in deze vormgeving. Die geen omschrijving duldt, maar juist spreekt in een veelvoudige eenvoud.” En nog steeds kan ik nauwelijks woorden vinden om deze beelden te omschrijven. Harde stalen figuraties, die zacht ogen door de ronde uitsnijdingen. De abstracte vormen lijken zo in deze omgeving te passen dat ze niet meer weg te denken zijn. Ze bewonen als vanzelf de tuin, zoals de dieren horen bij de wereld waarin wij leven.

    Dier. Expositie werken van Karen Vennik en Anne Brouwer. En beelden van Irma Horstman. Bij Wonderkamers, Het Batavushuisje, Heirweg 57 in Nijeholtwolde.  Tot en met 31 juli 2022.