Tag: Afslag BLV

  • Langs de draden van Paul Verheul klinken klanken onhoorbaar

    Een lied zingt zich in de koorden van Paul Verheul. Leg ik mijn oor te luisteren hoor ik de akkoorden tussen de oren. Het is een gedacht geluid dat zich aan me opdringt, bij me opkomt. Ik zal de draden willen plukken, tokkelen. Met de vingers aanraken om de sound te voelen, de vibratie. Als met de hand langs spijlen van een hek. De snaren van een harp. Een akkoord aanslaan. Maar tonen klinken niet in Afslag BLV. Althans niet hoorbaar in de ruimte. Het is er stil. In gedachten zet ik het geluid aan. Bij het zien van de geïnstalleerde werken van Paul Verheul hoor ik het spel, de samenklank. Zien zoals je nog nooit gehoord heb. Het is een slagzin met een andere betekenis. Maar borrelt hier zo bij me op. Als vanzelf. Dit werk maakt dat waar.

    Paul Verheul maakt de ruimte hoorbaar in zijn gespannen draden. Hij verbindt het ongrijpbare karakter van licht, lucht en ruimte tot een grijpbare installatie. De sfeer daar kruipt langs die draden. De luchtstroom speelt ermee. Gaand langs de installaties laat de tocht het kunstwerk bewegen. ‘Song’ is één van de installaties met touw in Afslag. De koorden hangen los gespannen van de ene wand naar de andere muur. Het beweegt zich geladen vrij in het onhoorbare lied van de ruimte. Het is transparant, de sfeer kan er overlangs en tussendoor mee spelen. De luchtdruk die de bezoeker in beweging zet brengt leven in het schijnbaar dode materiaal. De titel van het werk verbindt met muziek, maar de installatie kan ook een vertaling van de vloedlijnen op het strand zijn. Het water dat af en aan wassend een song noteert in het zand. Zonder woorden, zonder notenschrift.

    Paul Verheul, Steady Pace, Afslag BLV

    Onderzoek naar betekenis van gebaren en materialen

    Op dit moment vult Paul Verheul de ruimte van Afslag BLV met zijn kunstzinnige onderzoek. Hij tracht te ontdekken wat draad als materiaal doet. Met hem, met de ruimte, met de kijker. Daarvoor heeft hij het canvas als het ware uit elkaar getrokken. Draad voor draad gerafeld. Niet om er in eerste instantie op te schilderen. Maar om het te gebruiken als drager van de sfeer. Wat brengt het hem als kunstenaar. Wat geeft het de bezoeker. Welke gedachte roept het op. Kan ik iets met het gebaar dat hij in het materiaal tot uitdrukking brengt.

    Verheul is een beeldend kunstenaar met fascinatie in het onderzoek naar de betekenis van gebaren en materialen in zijn werk. Daarbij blijft hij niet aan de oppervlakte van de zichtbare werkelijkheid. Hij graaft zich dieper in de materie in. Komt met abstract schijnende beelden uit de aardlagen naar boven. In zijn installaties is de zwaartekracht van wezenlijk belang. Die natuurlijke kracht trekt het kwetsbare materiaal naar zich toe. Waardoor dit vermogen er een duiding aan geeft, waarvan Verheul dankbaar gebruik maakt. Want deze gravitatie plooit de uitdrukking ongemakkelijk. Terwijl Verheul deze ombuigt naar eigen inzicht. Hij gebruikt de energie om de installatie speels en soepel te laten zijn.

    Paul Verheul, Steady Pace, Afslag BLV

    Door onbezonnen horizontaal draden te trekken door verticaal gehangen koorden tekent Verheul het verhaal in de ruimte. Deze zijn als het ware de noten op de zang. De averechts getrokken lijnen vormen een speels transparant gordijn. Hier is de boodschap helder uitgebeeld, terwijl het vertelde verhaal weleens steken laat vallen. In de 2D werken, die goed beschouwt toch wel ruimtelijk zijn, zet Verheul een expressieve belijning op het los getrokken doek. Het gedubbelde garen geeft doorzicht. Het te kleuren maakt het tot een fysiek gelaagde uitdrukking. Er zit een tastbare diepte in de compositie. Het maakt het werk levendig en transparant. De klanken druipen er van de doeken.

    Het verleden breekt door het heden heen

    Wanneer Verheul dan tekeningen maakt, schetsen die meer zijn dan een concept voor een installatie. Dan gaat hij met schwung los. Dan is het projectmatige verdwenen. Hij is hierin de tekenaar die op begrijpbare manier het verband tussen weven, schrijven en het maken van markeringen bestudeert. Hij voert handelingen uit die sporen en onderbrekingen met zich meebrengen, lees ik op het informatieblad bij de expositie. Er ontstaan ritmes van beweging. Verheul tekent lijnen naar zich toe en stoot al krassend andere af. Scheurt delen weg om nieuwe elementen te laten opkomen. Het verleden breekt door het heden heen. Aanwezigheid van vlakken vult de afwezigheid van patronen op.

    Paul Verheul, Steady Pace, Afslag BLV

    De muur – lees het papier – is telkens opnieuw bekrast, waar de schoonmaker de pleisterlaag voortdurend opheldert. De kunstenaar gumt uit en schuurt weg. Om de onderlaag te reinigen. Er blijven sporen achter van eerder gebruik. Deze maken deel uit van een nieuwe vormgeving. Het werk is in gesprek met zichzelf. En vertelt een verhaal in dynamische expressie. In zijn installaties en gelaagde werk durft hij de heersende regels van de kunst los te laten. Houdt hij zich niet aan de formaliteiten en gaat een eigen weg. Hoewel de mores van de kunst allang niet meer leidend is voor veel kunstenaars. De academische grondslag staat zijn onderzoekende karakter niet in de weg. Hij laat dat fundament waarop zijn kunnen vorm kreeg onder zich. De grond waarop zijn kunst groeit is vruchtbaar gebleken. Die basis geeft hem de brutaliteit om met zijn werk een verfrissende en vernieuwende kijk op de schilderkunst te geven.

    Expositie ‘Steady Pace’, werken van Paul Verheul bij Afslag BLV, dependance van Museum Belvédère in het centrum van Heerenveen, Minckelersstraat 11. Te zien tot en met 20 augustus 2023.

  • Kijken door een gat in de tijd

    Het is in de tentoonstelling OER niet meteen zo direct duidelijk te ontdekken dat Alle Jong werkt vanuit een oude basisgedachte, een meest oorspronkelijke zienswijze naar en in de wereld, onze aarde. Hoewel de titel mij direct op het juiste pad had moeten zetten, was dat toch niet het geval. Ook is mij niet onmiddellijk zichtbaar dat dit primaire en misschien wel primitieve idee om beeld te geven aan een gevoel, waarmee de vroegste mens en oudste voorloper van wat wij nu zijn het mysterie van leven en sterven heeft kunnen uitdrukken. Toen, destijds om het zijn te begrijpen.

    Alle Jong, Afslag BLV, Museum Belvédère

    Alle Jong is volgens het bij de tentoonstelling in Afslag BLV behorende schrijven bezig met onze diepere historie en beeldtaal tot misschien wel aan het begin van de schepping en volgens de evolutieleer nog verder terug. Een donker schijnend verleden, dat Jong in zijn werk uit de schemer naar het licht haalt. Dat doet hij letterlijk al beeldend. De tekeningen op groot formaat lijken bij eerste benadering op grotten waar het licht van buiten naar binnen valt. Dat licht beschijnt een wonderlijk leven. Een knoestig tengere boom richt zich uit een droge bodem op en met haar laatste krachten komt er nog een halve kruin aan bladeren in vrolijke kleuren tevoorschijn. Uit de rotsbodem ondertussen steekt jong groen de kop op.

    Een spel van leven en dood

    De manier waarop die op een spelonk lijkende vorm op papier is gezet, heeft ook wel iets van een cocon waarin leven zich maakt om uiteindelijk tot wasdom te komen. In deze diverse grote tekeningen, die elk voor zich een andere toonzetting in kleur hebben, is het portret van de boom telkens een en dezelfde. Daar omheen spelen planten en stenen een spel van leven en dood, van levende materie en dode stof. Maar uiteindelijk is het denkbeeld van Jong een turen vanuit onze schedel naar buiten. Vanuit onze gedachten om een gevoel te raken. Een denken te verbeelden, het peinzen en filosoferen overdrachtelijk gemaakt in een boom, in een hang naar het begrijpelijk maken van leven. Zo zoals die mens in de oertijd dat voor ons heeft gedaan.

    Alle Jong, Afslag BLV, Museum Belvédère

    Maar eigenlijk zie ik er de paradijselijke boom van goed en kwaad in. De plantvorm die de eerste mens ceremonieel heeft afgebeeld op een rotswand. Om zijn wezenlijke keuze voor de rest van de mensheid te verantwoorden, van zich af te schuiven, weg te doen. Het is die boom die ons opzadelde met de wereld zoals deze nu in elkaar zit. Deze boom heeft Alle Jong in het volle licht gezet. Ik zie het als metafoor van het scheppingsverhaal en minder als een poëtische blik blijk gevend van een diepgeworteld bewustzijn dat kunst al heel lang bij ons is. Ook dat is waar, want die rotswand was de meest primitieve drager van de eerste primaire tekeningen, heel prematuur maar uiterst vakkundig. Het is maar net vanuit welke overtuiging je deze tekeningen van Jong benadert. Hij heeft er aldus een dubbele bodem ingelegd, een vruchtbare grond voor ieders diepste gedachten. Een duidelijk beeld dat toch voor meerdere uitleg vatbaar is.

    Een boeiende bezienswaardigheid

    Zijn interesse voor het verleden komt in het drieluik van de wandelaar nog het best tot uiting, althans bij deze tentoonstelling. Het figuurtje, dat wat verloren uitkijkt op een verwaaide boom die achter een stapel stenen staat, is gekleed zoals ik figuren aantref op antieke tekeningen uit de 17e eeuw bijvoorbeeld. Een jonkheer die zijn landelijke bezitting in ogenschouw neemt. En telkens is de zwarte belevenis, die schijnbare donkerte van de voorbije duistere tijd – althans zoals wij die hier en nu beleven, een fors onderdeel van de tekening. De helft zelfs van dit drieluik is gitzwart, daar vanuit groeit de verbeelding naar het licht.

    Alle Jong, Afslag BLV, Museum Belvédère

    Meer interessant dan de imposante formaten zijn de op handzame afmetingen gezette houtskooltekeningen. Alsof gekeken wordt door een gat in de tijd. Of zoals Jong het benadert. Dat wij de gedachten die eeuwen geleden zijn gevormd nu nog met ons meedragen, dat wij een deja vu krijgen terwijl het een herinnering of gevoel is dat al meer dan honderdduizend jaar oud is. “Hoe verstild is zulk een besef, alsof je in het donker contact maakt met een schim uit een onbegrijpelijk verleden.” Gluren en turen door het gat van vergetelheid. Het levenslicht straalt helder in de doodse duisternis. Deze scherpe uitlichting maakt de tekening tot een boeiende bezienswaardigheid. Op het wit van het papier komt het vakmanschap van de tekenaar die Jong is tot uiting. Zonder kleuring heeft deze vormgeving overtuigende zeggingskracht. De grote formaten overweldigen waardoor ik afstand neem, deze kleine vellen fluisteren mijn nabijheid.

    Alle Jong, Afslag BLV, Museum Belvédère

    De vlekken wit lijken te groeien in het zwart. Ze gloeien op en stralen uit. In het spotlicht zie ik een speelse zee of een glooiend landschap. Ook lichten steenvormen op, alsof het hunebed zich kenbaar maakt vanuit de oudheid in het heden. Laat zien dat er nog leven is in de rituele leegte die weleer ooit gevuld was. Dat het verleden ertoe doet en ertoe blijft doen. Zo zijn de werken van Alle Jong niet zomaar platen aan de muren van Afslag BLV om even snel in een enkele blik te bekijken. Er valt veel te zien en voldoende te beleven in een serieuze en geconcentreerde rondgang. En het werk doet een beroep op onze eigen beleving, ons gevoel, de emotie. De boom als metafoor van het leven waarin de dood niet ver weg is. En het zwart als de kleur van ons zijn, van waaruit we kijken naar toen en destijds. En niet andersom, dat wij zien vanuit ons licht naar het duister van de tijd die achter ons ligt. Een laatste compositie om de hoek: Sitting at the border of darkness. Zittend op de grens van duisternis, de smalle rand tussen dood en leven. Het wit beschijnt de gebogen rug, voor het oog licht de schaduw op uit het duister. De tweestrijd van verleden en heden. Toen en nu, op de scherpte van niets en iets.

    OER, tekeningen van Alle Jong bij Afslag BLV, dependance van Museum Belvédère in het centrum van Heerenveen, Minckelersstraat 11. Tot en met 21 mei 2023.

    Alle Jong, Afslag BLV, Museum Belvédère
    Alle Jong, Afslag BLV, Museum Belvédère

  • Kamilė Česnavičiūtė geeft mij toegang tot haar wereld

    Het overkomt me zelden dat ik letterlijk een kunstwerk kan binnenlopen. Mij begeven in het werk zelf. Er onderdeel van zijn. Participeren in de schepping. Me heilige voelen in het heilige der heiligen. Eén zijn met de creatie, het werkstuk. Over het algemeen kan ik slechts figuurlijk instappen. De activiteit visueel meemaken. De gedachte over het werk laten gaan. De geest laten spelen met de compositie. Altijd ben ik dan buitenstaander, blijf toeschouwer, beschouwer. Ik neem het werk op en wanneer ik geluk heb, me goed inleef, laat het werk mij toe.

    Maar aldoor kijk ik door een gesloten venster waarvan ik zelf het glas moet breken om lucht te krijgen. Nu heeft zich een deur geopend, schuif ik het gordijn opzij en stap ik een ruimte binnen. Een fictieve drempel moet ik wel over, want het werk kijkt mij in eerste instantie weg, terug. Ofwel voel ik me als een vreemde binnen de muren, krijg er zelf geen vat op. Het werk eigent me niet meteen toe en ik houd daarom eerst afstand. Want ik ben een indringer en voel me opgedrongen. Maar na de eerste schrik laat ik mijn idee dwalen, stel ik me onderdanig op aan de beeltenis. En deze staat mij dan toe als onderdeel daar te zijn, één met de groep.

    Kamilė Česnavičiūtė, Afslag BLV

    Het werk neemt mij de maat

    Convention” is de titel van de installatie waarin ik voor de duur van mijn bezoek aan Afslag BLV deel van mag uitmaken. Op de wanden heeft Kamilė Česnavičiūtė een groep mensfiguren getekend. Een troep personen in karikatuur, onzinnig bedachte individuen. Elk met een eigen in werkelijkheid onmogelijk karakter. Een cartoon van de samenleving, een schertsvertoning. Een groteske uitvergroting van mens en maatschappij. Al kijkend naar dit rumoer zie ik mezelf aan in de spiegel. Ik ben bezoeker maar tegelijk ook onderzoeker.

    Iedere gestalte, elke gedaante, kan een evenbeeld van mij zijn. De verschijningen typeren mijn zijn in dit leven, en dat is geldig voor elke bezoeker die het werk ondergaat. Ieder ander zal eenzelfde ervaring hebben met het onderscheiden van deze figuranten. Wat Kamilė op de wanden en de twee loshangende linnen kleden heeft gekalkt is een universele beeltenis, alhoewel potsierlijk en ongewoon uitgevoerd. De figuren mogen gedrochten lijken, maar kentekenen een samenkomen van mensen. In al hun eigenheid zijn ze klonen van elkaar. Ieder mens heeft een dubbelganger. In deze samenkomst heb ik er meerdere. Het werk neemt mij de maat.

    Kamilė Česnavičiūtė, Afslag BLV

    Schijnheilige relatie

    Kamilė Česnavičiūtė is van geboorte een Litouwse kunstenaar. Ze brengt haar oorsprong binnen in onze manier van denken. Haar verbeelding sluit aan bij ons voorstellingsvermogen, want kunst kent geen grenzen. Maar wereldwijd zijn er in verschillende landstreken wel andere gedachten, heersen diverse zienswijzen en is de aanpak uiteenlopend. ’s Lands wijs ’s lands eer. Kamilė is geschoold in Vilnius en ‘bijgeschaafd’ in Groningen. Haar Baltische kunst heeft zij ingebracht in onze westerse cultuur. Onze kunstgeschiedenis krijgt nieuwe kleur, want de vermenging heeft een verrassende uitkomst.

    Deze kunstenaar ziet met andere ogen en ik kan over haar schouder meekijken naar de tragikomische figuren in haar schilderijen. Op felle en honingzoete kleuren zijn silhouetten van mensen getekend, herkenbare contouren die samen iets hebben. Elkaar koesteren maar niet communiceren. Er is een relatie maar deze is schijnheilig. De tegenstelling geeft een onbehaaglijk gevoel. De figuren zijn meer poppen dan dat het mensen zijn, mechanische marionetten die acteren in een sfeer. Er is enkel actie zonder decor. Kamilė zoekt een andere werkelijkheid om de mijne te spiegelen. In de figuratie kom ik mezelf tegen, zoals ik een evenbeeld in de tekeningen zag.

    Kamilė Česnavičiūtė, Afslag BLV

    Mijn heilig moeten

    De tentoonstelling “Convention” is een drieluik. In drie klaslokalen van deze oude school, drie zalen van de zogenoemde Heerenveense School, drie ruimten om kunst te tonen als filiaal van Museum Belvédère. Een satelliet, een bijplaneet, een afslag. Voor hier mag ik onderdeel zijn van dat museum daar. Heeft het de signatuur van Belvédère, zonder dat ik in Oranjewoud aan de Oranje Nassaulaan ben. Zo heeft dit werk hier overeenkomst met het museum daar. Ben ik in Litouwen terwijl ik in Heerenveen ben. Slaat Česnavičiūtė mij met haar kunst om de oren om mijn gebrekkige wereld te onderkennen. Fragmenten daaruit zijn even vluchtig opgezet als mijn dagelijkse doen, mijn heilig moeten.

    Daarna trekt ze mij haar wereld in, ben ik onderdeel van een communiteit die op zoek is naar de waarheid. Om uiteindelijk de stemming van de kunstenaar te doorvoelen in composities met titels als ‘Cheer up’, ‘It’s gonna be fine’ en ‘Let me get that’. De verwarring komt tot een apotheose. Voor nu bereikt Kamilė hier haar hoogtepunt en keer ik sprakeloos terug op mijn schreden. Stap weer even haar wereld binnen en word uitgeleide gedaan door de scherven van mijn bestaan.

    Tentoonstelling “Convention”. Teken- en schilderwerk van Kamilė Česnavičiūtė bij Afslag BLV, dependance Museum Belvédère, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot en met 19 februari 2023.

  • De tussenmomenten die de tijd verdelen in voor en na

    Het zijn de enkele momenten die Aafke Ytsma laat opvallen. Uit de hele reeks van momenten die de voortgaande tijd vormt daartussen aanraakt met haar composities. Ogenblikken die te gewoon zijn om in het oog te springen, de blik te vangen. Van die bescheiden gebeurtenissen die zich niet opdringen. Alledaagse handelingen die vrijwel onbewust worden gedaan en voorbij gaan. Onopgemerkt wegglijden in de tijd, vervliegen in de vergetelheid. Die gewone doodnormale momenten legt Ytsma in olieverf op doek vast, verstijft deze met Japanse houtdruk op papier. Maar, hoewel er nauwelijks actie is, zijn de handelingen niet bevroren. Er is nog enige dynamiek in de composities. De gedrevenheid namelijk van het volgende moment dat na deze afgebeelde zal komen. De tijd staat als het ware even stil in afwachting, het mysterie van de toekomst.

    Momenten die de tijd gaande houden

    Moments in between” is de expositie in Afslag BLV getiteld, momenten ertussen. Momenten die in het nu zijn. Tussen toen en straks. Die van nauwelijks enig belang schijnen. Maar door de kunstenaar worden opgetild en aan mij getoond. Mij, ik, de bezoeker van de tentoonstelling. En ik verbaas me erover dat ik de momenten niet heb opgemerkt. Dat ze voorbij kwamen en weer waren verdwenen voordat ik ze kon vastleggen. Want dat zijn het, de werken zijn snapshots – momentopnames – gemaakt met een goedkope camera of de mobiele telefoon. Kiekjes die het leven registreren en opsluiten voor even. Momenten die de tijd gaande houden. “Ik ben geïnteresseerd in de momenten die je over het hoofd ziet”, zegt Aafke daar zelf over, “waarin onopgemerkt je blik of gedachten afdwalen, de tussenmomenten die de tijd verdelen of twee gebeurtenissen verbinden.

    Aafke Ytsma

    Het is de handeling die van belang is, of de tel dat de gebeurtenis even stil valt. Dat er een moment van afwachten is, op je hoede zijn. Wat staat er te gebeuren of wat is er voorgevallen. Wat speelt er. Is het verlopen of zal het nog plaats vinden. Deze verwachting zit in het werk van Ytsma. De hal van het verlaten trappenhuis wacht op de mensen die thuis komen van het werk. De passagier heeft zojuist de achterbank van de auto verlaten en het portier achter zich dicht geslagen. Ik werp een blik in de tuin en de kraaien verroeren geen vin.

    Een onderonsje in de auto

    Er staat een gestalte van een vrouw in de deuropening, verlaat ze het pand? Gaat ze op zoek naar de poes die buiten in de regen op zoek is naar thuis? In het schijnsel van de lantaarnpaal zien we de kat komen, een volgend moment spurt ze door de achterdeur. Een actief moment, een bevroren beweging, een bewogen foto. De poes is vaker onderwerp van handeling. In de tuin, over een puinhoop, langs de straat. Struinend, op jacht. Ik pak de fles, de kat kijkt het gelaten aan. Zomaar een moment. Niet belangrijker of minder belangrijk als al die andere momenten. Een onderonsje in de auto. Een rokende dame. Die een volgend moment een pan op het vuur heeft. Wat is de verwachting? Wat is mijn vermoeden?

    Aafke Ytsma

    Aafke Ytsma brengt de handelingen expressief in beeld. Ze zijn wel verstild maar bewegen in het moment. Ik kijk niet naar een uitsnede, maar voel de voortgang in de tijd. Een film still, een doorgaande gebeurtenis die even is stil gezet. Niets anders doet er meer toe dan dit ene moment. Er gebeurt veel in dìe ene tel, maar het is vooral het gevoel dat de tijd invult. De emotie van de verhaallijn die ik er zelf op kan aanvullen. Want Ytsma stelt niet het hele relaas voor. Ze geeft een aanzet zodat ik mijn eigen lezing kan geven. Ze spreekt het eerste woord, waarop ik de zin kan afmaken. Of de handeling oppak en zeg wat vooraf ging.

    Een markant formaat

    In de serie tekeningen met tuin- en landbouw als onderwerp legt Ytsma penseel en doek aan de kant en past de handvaardigheid van de Japanse houtdruk toe. Met deze techniek op papier lijkt het beeld gesneden uit een beeldverhaal, een strip. Het plaatje waarop de gebeurtenis zonder tekstballon kan spreken. Hier is meer dan in de olieverven de tijd daadwerkelijk stil gezet. Ik heb geen vermoeden wat er voor deze is gebeurd en ik weet wat er na zal komen. Ytsma heeft op een speelse en fantasierijke manier deze tussenmomenten vastgelegd. Het drukwerk is open en belicht de heldere kant van het leven, zelfs wanneer het regent dat het giet. De fris ogende impressies zijn scherper in beeld gebracht dan de dromerige schilderijen. Men is druk in de weer met zaaien en oogsten. En na gedane arbeid is het goed rusten. De menshoge composities met een smalle basis hebben een markant formaat. Deze bestaan telkens uit twee delen, die boven elkaar zijn gemonteerd om het beeld te vervolmaken. Deze plaklijn is een storende factor in het geheel, maar doe ik een paar passen achteruit – in de lokaalruimte van de afslag kan dit makkelijk – dan valt het minder op. Feit blijft dat deze houtdruksels een bijzonder effect geven.

    Aafke Ytsma, Afslag BLV

    Het begeleidend schrijven bij de expositie spreekt van een geconstrueerde werkelijkheid, een collage van indrukken. Maar een dergelijke opbouw en beeldschikking vind ik binnen de enkele compositie niet terug. Wel is de gehele expositie mijns inziens een samenstelling van personages en locaties afkomstig uit haar dagelijks leven. In de alledaagse voorstellingen is het een komen en gaan van gevoelens. De emotie van de herinnering en de suggestie van de toekomst. Het nu op de grens van gister en morgen, vandaag. Onbeduidende en terloopse momenten krijgen in de beelden van Aafke Ytsma duiding en hebben een gelaagd verhaal. Want, lees ik verder, “in hun samenhangen verkennen ze de hedendaagse tijd en de wijze waarop we ons bewegen en verhouden tot de wereld”. Waarvan acte… en weer door!

    Moments in Between, schilderijen en houtdrukken van Aafke Ytsma bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot en met 20 november 2022.

  • Afslag BLV hervormt in tentoonstelling Equidistance mijn kijken

    De drie kunstenaars op dit moment met hun werk in Afslag BLV schijnen dan wel gemeenschappelijk op te trekken, hun gezamenlijke installatie aldaar is geen gesamtkunstwerk à la lettre. Op het eerste gezicht lijkt dat wel het geval, in de ruimste zin van het woord dan wel te verstaan, omdat de inrichting zo coherent is samengesteld. Een ideaal samenspel voltrekt zich aldaar – van de diverse technieken in de kunst. Het schijnt een doortimmerd geheel waarbij het ene werk op het andere reageert, in samenspraak is en met de bezoeker communiceert. Maar nee, hoewel Equidistance – de titel van de tentoonstelling – logisch in elkaar steekt en als een geheel kan worden beschouwd heeft iedere kunstenaar een duidelijk eigen signatuur. De opstelling valt niet als los zand uit elkaar, maar is ook geen volslagen eenheid.

    Eensgezind project

    De kunstenaars voelen zich met elkaar verbonden, maar het trio is geen drie-eenheid. Het is wel een collectief, een vereniging van gelijkgestemde zielen. De Portugese Celina Bermudez Vogensen, de Oekraïense Karina Puuffin en de Koreaan Ottokaji Iroke hebben elkaar en hun plek in Groningen gevonden. Dit punt, deze stad, staat voor elk van het drietal op gelijke afstand met de kunst. Hoewel ze van diverse kanten op de wereld zijn gekomen. In deze plaats vinden zij de inspiratie en de werkplek om de visie op de kunstwereld, natuur en sport vorm te geven. In een aangepaste omgeving als de dependance van Museum Belvédère is tonen zij zich op onorthodoxe wijze in dit eensgezinde project.

    Equidistance, Afslag BLV, Celina Bermudez Vogensen, Karina Puuffin, Ottokaji Iroke

    Over een bed van aarde, waarin snapshots met afbeeldingen van plant en dier zijn gedrukt, komt de bezoeker binnen in de kunstruimte. Maar, o nee, het is geen deurmat XXL of rode loper, het is een kunstwerk dat mij in de ruimte nodigt. Vogensen heeft haar verhaal op de grond gelegd, de basis van waaruit nieuwe vertellingen ontstaan. Een fabel over de neushoorn of de legende van de wolf, een lied over het roosje of de mythe van de kip en het ei. Samengebracht in droge grond, een vloed van gebroken turf. Maar vruchtbaar genoeg zodat iedere korrel de eigen letter krijgt om samen een compleet verhaal te maken. Ik neem de uitnodiging aan om mijn oor te luisteren te leggen, het gesproken woord dat van mond tot mond gaat en generatie op generatie door de tijd klinkt te horen. In Afslag BLV is daar beeld aan gegeven. Ik stel mijn oog dus in op kijken. Beschouwen, doorzien. Niet stap ik met brede tred de volgende ruimte in maar loop behoedzaam naar rechts om mij te verdiepen in de projectie op de wand.

    Gebrande aarde

    In een geschilderde omlijsting – mythische plantendelen vormen het kader, tonen dia-beelden details van het plantenleven. De kunstenaar staat daarbij sprakeloos, haar tong is gespleten, haar keel schor en droog. Ze spreekt in het ondertitelde commentaar en dat houdt mij bij de les, het geeft stof tot nadenken. Hoewel de andere werken trekken en me dreigen te magnetiseren sta ik als genageld. Nog even sla ik dan uiteindelijk mijn ogen op omdat boven de doorgang een wonderlijke beeltenis mijn aandacht heeft. In een gouden omgeving schijnen gedaanten te zweven als ruimtewandelaars. Maar ze staan met beide benen op gebrande aarde. In stilte maken zij hun eigen verhaal. Het kunnen de kunstenaars zelf zijn, die in deze omgeving op aangepaste wijze tot elkaar staan – in equidistantie tot de ander en de kunst.

    Equidistance, Afslag BLV, Celina Bermudez Vogensen, Karina Puuffin, Ottokaji Iroke

    Karina Puuffin neemt in een satirische installatie de hedendaagse kunstwereld op de korrel. Ze vraagt mij letterlijk “Is this a goed painting?” door deze zin op de muur te schrijven naast een wand vol met werken gehangen als in een wolk. Het is een retorische vraag die geen antwoord hoeft. De schilderijen die ik zie zijn met witkalk welhaast onduidelijk gemaakt. Maar toch blijven delen zichtbaar, piekt het realisme om een hoekje of spreekt een abstract werk op gedempte toon. Niet van de afzonderlijke delen vraagt de kunstenaar zich af of het kunst met een kapitale k is, maar over het geheel wil ze mijn mening weten denk ik. De wolk panelen is namelijk omkadert met een zakelijk zwarte lijn, als de tekstballoon in een stripschrift. Is het geheel een aanvaardbaar kunstwerk of zijn de afzonderlijke delen daaruit toelaatbaar zich schilderij te noemen. Wie het denkt te weten mag het zeggen. Er zijn belezen kenners, gedreven historici en geleerde professoren te over om in gebloemde bewoordingen er hun zegje over te doen. Kunst wordt de hemel in geprezen of beschimpt tot de hel. De waarde is amper de kwaliteit. Een goed schilderij is geldbelegging en belandt in een kluis. Het blijft ongezien voor ogen waarvoor het is gemaakt, uiteindelijk. Het werk van Puuffin voelt mij aan de tand. Zij versmelt in haar installatie gewenst en ongewenst, goedkoop en duur, kunst en kitsch, waarheid en vervalsing. Om naar buiten te treden met een eigen expressie waarin haar aanklacht tegen het kunstcliché tot uitdrukking is gebracht, de vergelding van modder aan een kwastje. Een demonstratie op museumformaat. De witgekalkte afbeeldingen spelen als originele beelden in een onafgebroken loop op een beeldscherm. Ik kan mijn keuze maken en mogelijk de vraag toch beantwoorden. Een tablet daar tegenover toont de kunstenaar aan het werk, gebogen over haar arbeid.

    Equidistance, Afslag BLV, Celina Bermudez Vogensen, Karina Puuffin, Ottokaji Iroke

    Emotie op hoofdlijnen

    Ook Ottokaji Iroke lijkt zojuist van de barricades gekomen te zijn om mij zijn visie op met name de sportwereld te vertellen. In een wanordelijk schijnende installatie legt hij de dynamiek van het voetbalspel vast. Een GPS-tracker aan een voetballer gehangen zal de beweging kunnen uitlezen. Deze is stipt in lijnen ongecontroleerd, gaat van voor naar achter en van links naar rechts. Maar het spel heeft wel regels. Er moet binnen de lijnen worden gespeeld, anders valt het spel dood. Wat langs de lijn gebeurt is niet te voorspellen. Daar is nauwelijks een handleiding op te maken. De emotie speelt hier hoofdlijnen in. Dat is wat Iroke heeft vastgelegd in zijn installatie. Het gevoel van de speler in het spel en de toeschouwer bij het spel. Dat is een buiten de lijntjes kleuren. Dat is geen standaard kunstwerk. Van netten tussen doelpalen maakt hij plastische schilderijen. Hangt en legt deze in de ruimte. Er is geen bal, er zijn geen spelers. Maar de sensatie van het spel is voelbaar. In dit tumult, deze smeltkroes van lijnen en vlakken, wordt het rumoer van een wedstrijd op en langs het veld gehoord via geluidsboxen. Een videoscherm toont de plek waar ik ben in de installatie, dat beeld komt in beweging wanneer ik me verplaats. Word ik ongevraagd gevolgd? Ziet de camera mijn gaan en staan in de gestructureerde warboel van de installatie? Ik zie mezelf niet, het digitale oog geeft weer waar ik naar kijk.

    Niets is wat het lijkt. Dat geldt zeker voor deze samengestelde inrichting, waarin drie kunstenaars tot één project samenkomen. Van Oost en West, Noord en Zuid nemen ze hun eigen rugzak mee. Pakken hun geestelijke kunstbezit uit en leggen het te kijk. Het is bijgeschaafd, ingekleurd door Hollandse leermeesters. Maar er is geen Westers stempel gedrukt, het trio heeft als eenlingen de eigen achtergrond behouden. Wel beïnvloedt misschien, want waar je mee omgaat daarmee wordt je besmet. Ze hebben hun punt gemaakt, dat punt is vet onderstreept. Een afstandsgetrouwe projectie. Het idee van daar naar hier gebracht, geen omvorming naar ons beeld maar een hervorming van mijn kijken.

    Equidistance. Tentoonstelling werken in installatie van Celina Bermudez Vogensen, Karina Puuffin en Ottokaji Iroke bij Afslag BLV, dependance Museum Belvédère in De Heerenveense School, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Te zien tot en met 14 augustus 2022.

  • Een rondedans in het vierkant: a square dance

    Ben je voor de kunst geboren, had je in de wieg al een potlood tussen de vingers bij wijze van spreken, dan boeit al het andere op de wereld nauwelijks meer. Dan wil die hand alleen maar figuurtjes tekenen of emotie duiden. Ieder stuk papier, elk blank vlak, moet een beeltenis krijgen. Alle lege momenten verdienen een opvulling. Elk hokje een arcering. Als peuter bevredigt het krassen en de eerste stap op het figuratieve vlak met de kopvoeter. Op school is de wereld buiten de klas meer boeiend en raakt het schrift vol met vlinders en vogels. De leerplichtwet voert je naar hoger onderwijs en aandacht vretende vakken. Daarbij blijf je bij de les, terwijl de fantasie naar de achtergrond wordt gedrukt. Maar zodra de stof niet meer boeit en de gedachten afdwalen, gaat de creatieve hand intuïtief aan de gang en vult uit verveling de lijntjes en ruitjes van het wiskundeschrift. Opgaven lossen op in een smeltkroes van kleur. De inspiratie zoekt een uitweg en vindt deze in de eerste wankele stappen in de kunst. Voor Henrik Kröner is daar zijn kunstige stijl ontstaan. Als kunstenaar koestert hij dan ook nog altijd de verveling als bron van inspiratie.

    Henrik Kröner, Afslag BLV

    Het ruitjesblad van dat schrift, bedoelt om de mathematische problemen in op te lossen – het is zijn drager om op te werken gebleven. De gebruikte ruitjesstof komt uit de textielfabriek waar zijn vader werkzaam is. Hij stamt uit een stoffenfamilie. In vierkante lappen is de stof op spieramen gespannen. In eerste instantie arceert hij de vakjes, zodat in de afwisseling van tinten een figuratie ontstaat. Transparant en levendig, doordat een vakje arcering krijgt met daarnaast een leeg hokje. Zo blijft de sfeer open en raakt niet compact en ondoorzichtig. Van een afstand vallen de lijntjes weg en vloeien de kleuren over zoals bij het pointillisme het geval is. Bij de werken in Afslag BLV dansen cirkels over het doek, er is beweging in de strakke opzet. Het dwarrelt voor mijn ogen, dynamische kunst.

    Tegengesteld werk

    Maar het lijkt ook nogal een monnikenwerk, dat arceren van talloze ruitjes – het duizelt je voor ogen. Het vergt uiterste concentratie. Niet een uit verveling spontaan in te kleuren ruitjesvel, maar een overdacht vastgesteld stramien volgend. Ieder vakje dat een gemiste invulling krijgt kan niet worden verbetert zonder dat dit in het resultaat zichtbaar blijft. Dus de gedachte moet meteen goed op doek staan. Dat eist aandacht en afstand nemen om oplettend de voortgang te bewaken. Ik kan me voorstellen dat de hand dan weleens uitschiet en dat na al die krampachtige toewijding uit verveling een snelle schets ontstaat, een kantlijntekening, een droedel. De tekenhand raakt vermoeid bij het arceren en dwaalt onbewust en niet gestuurd af. Uit dat moment haalt Kröner nieuwe inspiratie. Het zet hem aan tot het maken van tegengesteld werk.

    Hij gebruikt een andere techniek die in de basis overeenkomt met de eerdere gekaderde beperking. Kröner breekt uit het vaste raamwerk, wil onbeperkt beelden maar het vertrouwde niet loslaten. Het ruitjesdoek wordt met was bewerkt en door olieverf gekleurd. In die laag krast hij een beeltenis uit en laat zodoende onbedoeld de magie verdwijnen. Het resultaat oogt weinig professioneel, maar lijkt een opstap naar een andere minder geforceerde manier van uitbeelden. Uit het keurslijf gebroken is de vrijheid opeens te los. Die onbegrensde mogelijkheden in te dammen verdient eenzelfde concentratie als het arceren dat heeft. Die arcering blijft als houvast aanwezig, als grond waarop het abstracte beelden kan groeien. Korte lijnen, strepen en bogen, cirkels, kleurvlakken zweven over het doek. Het heeft nog voortdurend het idee van de uit verveling ontstane kunstuiting. Gaandeweg krijgt het beeld meer structuur. Raakt de vormgeving in balans.

    Houten huisjes

    In de in de ruimte van Afslag BLV geplaatste houten huisjes krijg ik inzicht in hoe Kröner zijn werk opbouwt. Zo blijkt dat hij ook de achterkant van het doek bewerkt met kleurstreepjes. Het geeft het resultaat een ruimtelijk karakter, er is sprake van dieptewerking, een extra dimensie. De vensters van de huisjes zijn bespannen met composities, waardoor ik deze van beide zijden kan bekijken. Deze vertoning verbreekt echter wel de betovering.

    Henrik Kröner, Afslag BLV

    Uiteraard moet een kunstenaar in zijn gekozen kunstuiting groeien. Uitproberen van onmogelijkheden, niet blijven hangen in mogelijkheden. De prullenmand raakt gevuld met experimenten die niet werken. Diverse composities van het bij Afslag BLV getoonde werk bekijk ik als vingeroefening. Misschien niet zo gemeend, maar in mijn ogen minder nog uitgekristalliseerd. Die evolutie in stijl en techniek is wel interessant om naar te kijken. Het geeft inzicht in de ontwikkeling van de kunstenaar. Maar het doet af aan de vorm van de tentoonstelling. Henrik Kröner vindt er plezier in om zijn techniek uit te testen. Wat er mogelijkerwijs uitvoerbaar is wil het resultaat blijven aanspreken. Voor het ene beeld heeft dat een betere uitwerking dan voor de andere bezoeker die ernaar kijkt. Zo is de collage met plastifigura aardig gevonden. Het zijn van die plaatjes waarmee ik als kind sprookjes op het vensterraam kon uitbeelden. Het geeft een nostalgische sfeer. Maar de inbreng van galopperende paarden en anatomisch slecht in het vel zittende figuurtjes geeft een minder resultaat.

    In deze tentoonstelling draait het om een dans, lees ik op het tekstbord. “A square dance” is het getiteld. Een vierkante dans voor vier paren ontdek ik op Wikipedia. Het is een pleindans voor volksdansgroepen. In het werk van Kröner vind ik dat terug in de kleurcirkels die door zijn toedoen ontstaan op het ruitjeslinnen. Deze ronden dansen over het vlak. Een dans van vierkantjes. In een mathematisch ritme. Een spel met cirkels op vierkanten. Het werk is niet statisch, de figuren dansen door elkaar, heen en weer, kriskras dwars over. Het is een levendig genoegen ernaar te kijken. Een creatief vertier.

    A Square Dance. Tentoonstelling teken- en schilderwerken van Henrik Kröner. Bij Afslag BLV (dependance Museum Belvédère), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot en met 22 mei 2022.

  • De queeste van de schilderende fotograaf

    Het is een avonturenroman, meer dan dat het een reisgids is. Margriet van Weenen voert de bezoeker van Afslag BLV langs bergpaden en zandwegen. Over rotspartijen en hooggebergte. In gemanipuleerde beelden is zij op zoek naar een geheime berg. Aan de hand van foto’s door haar langs ’s Heeren wegen gemaakt, aangevuld met vintage fotografie – dus verstofte zwartwit plaatjes die ze verzamelde van uiteenlopende landschappen. Het is een denkbeeldige wandeling geworden, eigenlijk meer de fictieve beklimming van een zinsbegoocheling, die zonder wegwijzer of padvinder in deze ruimte te gaan is.

    De weg naar de fantasie

    De kijker naar het werk van Van Weenen merkt de sensatie die de kunstenaar in het landschap gevoeld moet hebben. En bleek die ervaring in de foto er niet duimendik bovenop te liggen, heeft Margriet het inzicht meer duidelijk gemaakt door er schilderachtige elementen aan toe te voegen. Met gebruik van verbeeldingsmiddelen als de fotografie, het schilderen, collagetechniek en keramiek maakt zij het landschap tot een eigen omgeving, zonder de kijker ermee te bedriegen. Want het is haar nooit gereisde reis naar een gedroomde plek. Zonder woorden en zonder kaarten, zonder aanknopingspunt en zonder navigatie, vind ik in de tentoonstelling makkelijk de weg naar die fantasie.

    Margriet van Weenen, Afslag BLV

    In de printen rijst de aarde brullend op uit de wereld, of is het gestold braaksel van eeuwen her. Vooral laat Margriet van Weenen ongerepte gebieden zien. Bergtoppen die nooit beklommen zijn. Niet ontdekte plekken op nauwelijks begaanbare hoogten. In haar verbeelding kan het landschap van overal zijn, in mijn voorstelling vind ik ze nergens op de wereldkaart. Zo gezien is het een abstracte omgeving van overal en nergens. In het verbeelde verhaal zijn de zinnen eenvoudig te lezen, de regels makkelijk te volgen, de woorden spreken boekdelen. Zonder dat Margriet lijfelijk aanwezig is stuurt ze mij een van tevoren bepaalde richting in. De wandeling leidt naar haar fantasie, mijn voorstellingsvermogen.

    Margriet van Weenen, Afslag BLV

    Met haar project Secret Mountain onderzoekt Van Weenen het menselijk verlangen naar schoonheid in en van de natuur, de behoefte die ervaring vast te leggen en bij zich te houden. Die beleving legt ze vast in de foto’s, en verzamelt stenen als souvenir van en herinnering aan die bewuste plek daar en toen. Maar die bekende plaats ginder en destijds laat ze niet ongemoeid. Zoals beschreven plaatst ze het gekende beeld in een anders lijkende omgeving door het te bewerken. Digitaal in de computer of analoog met verf aan een kwast. Het is een gekunstelde samenstelling van een voor het oog verborgen plek. Alleen te ontdekken door in de fantasie te graven. Een geheim dat schuil gaat in de verbeelding. Een sfeer boven de waarheid. Wat zich in mijn netvlies brandt wanneer ik de ogen sluit. Dan hoor ik het water stromen, de wind ruisen in de bomen, en snuif de geur van de natuur op. Het is een virtuele gewaarwording. Het is er niet tussen de muren en langs de wanden, maar toch beleef ik de queeste van Margriet. Een zoektocht als levenstaak. Het doel van haar kunstenaarschap. De reden van deze tentoonstelling.

    “Secret mountain – an imaginary hike”, kunstwerken in een installatie van Margriet van Weenen bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot en met 12 april 2020.