Tag: Alex de Vries

  • Paul Brouns bouwt een nieuwe werkelijkheid uit elementen van de bestaande

    De gebouwen waarnaar ik kijk, tonen zich aan mij niet als louter plaatsen om te wonen. Ik ben gefascineerd door de abstracte kwaliteiten van architectuur. Door haar vast te leggen en opnieuw vorm te geven, ontstaan wat ik mijn Urban Tapestries noem.” Paul Brouns ziet de stad als een weefsel van lijnen, vlakken, ritmes en structuren. Voor zijn stadsweefsels dwaalt hij over straten en door stegen. Met zijn fotografische oog legt hij gevels vast. Wanden van gebouwen waarin ramen, deuren en trappen zich herhalen. Vooral huizenblokken en appartementenflats trekken zijn aandacht, omdat hij daar in de computer mee verder kan bouwen. Hij gebruikt fragmenten uit zijn foto’s als elementen om een nieuwe beeldconstructie neer te zetten. Het beeldarchief is zijn blokkendoos.

    Meer dan een fotografische werkelijkheid

    Is de fotografie het beginpunt van zijn creaties, in de resultaten gebruikt Paul Brouns deze techniek op een manier die een andere functie geeft aan het kijken. De beeldplaten hebben de idee van een surrealistische vormgeving. Wat ik zie schuurt aan tegen de realiteit, maar is de werkelijkheid nauwelijks meer. Door te schuiven en te draaien met details van façades, puien en gevels ontstaan nieuwe muren en aanzichten. In een vormgeving die geen bestaan kan hebben, maar er in de wereld van Paul Brouns toch is. Wat ik zie is niet meer die flat op deze specifieke plaats, zoals Brouns wel in zijn titels aangeeft. Wanneer ik in Streetview op zoek ga, zal ik de bouwwerken niet kunnen vinden. De fotowerken hebben de realiteit als uitgangspunt, het resultaat echter is een waarheid die had kunnen bestaan maar geen werkelijkheid is.

    Waar geometrie begint te ademen

    Op het eerste gezicht zie ik een streng systeem van lijnen, vlakken en herhalingen. Alles lijkt rationeel en berekend. Maar naarmate ik langer kijk, dringt het leven zich op. Een menselijke gestalte, een door het beeld vliegende troep vogels, een plant die tussen het beton groeit, een geopende deur, een schaduw die verraadt dat iemand er zojuist was. Het zijn geen toevallige details. Ze voorkomen dat het beeld een zuiver geometrische compositie wordt. Ze herinneren eraan dat architectuur uiteindelijk voor mensen is gemaakt. Juist daardoor overstijgen de geconstrueerde composities hun eigen constructie. Er zit bezieling en beweging in – de dynamiek van het zijn. In de gevels spiegelt zich als het ware het leven.

    Echo’s uit de kunstgeschiedenis

    Tijdens het kijken klinken klanken door uit de kunstgeschiedenis. Niet in een enkel werk komen kenmerken samen. Het ene roept het constructivisme op, een ander doet aan de ruimtelijke dubbelzinnigheid van Escher denken, weer een ander heeft iets van de vormentaal van De Stijl of de seriële herhaling van ZERO. Dat betekent dat Brouns zich niet binnen één kunsthistorisch kader laat lezen. Geen van die verwantschappen is afdoende; samen laten ze zien hoe rijk de beeldtaal van Brouns is. In enkele werken lijkt hij op de kijkervaring van zijn werk te zinspelen in “Mondrianesque” en “Relativity”.

    Een fotografische partituur

    In de uitgave van VanSpijk [photo] ArtBooks met citaten uit het oeuvre van Paul Brouns vergelijkt schrijver en curator Alex de Vries zijn digitale fotowerken met muzikale composities. Vandaar ook dat ik de kunsthistorie erin voel doorklinken. De architectuur gebruikt Brouns als een muziekstuk, zo verklaart De Vries. “Hij verzelfstandigt het architectonische beeld tot een fotografische partituur die voor je ogen tot een klankkakafonie samensmelt.” De lijnen en vlakken, de ramen en deuren, de trappen en balkons vormen de partituur van de dirigent. Dirigent Brouns die een eigen draai geeft aan de oorspronkelijke compositie, zijn eigen wereld vorm geeft naar de werkelijkheid.

    Kijken als ontdekkingstocht

    De kleurige composities choreografieën, dansontwerpen om mijn blik in vierkwartsmaat te laten dartelen over het beeldvlak. Het is een wonderlijk schouwspel dat Brouns mij voorschotelt. Het decor van de stad speelt een hoofdrol op zijn toneel. Het vervormt de waarheid, maar is niet dermate uit vorm dat de werkelijkheid is losgelaten. Er is herkenning in het beeld, maar dit opmerken krijgt tegenstrijdige wendingen aan wat ik in de stad voor ogen heb. Het werk van Paul Brouns is dan ook geen vastlegging van het zichtbare op zich, geen gedocumenteerde waarheden. Het zijn kunstwerken die hoger en dieper reiken dan de tastbare werkelijkheid. In de vlak lijkende gevels ligt een gelaagdheid opgesloten. Deze lagen van leven achter ramen bestaan en zijn door Brouns geaccentueerd.

    Niet alleen speelt hij met de architectonische vlakverdeling en brengt er creatieve figuren in, ook stapelt hij elementen tot moderne torens van Babel. De blik voert daarin automatisch omhoog naar de wolken. En inderdaad is in de meeste van zijn platen de idee van het wandkleed terug te vinden. Het weefsel dat de gevels draagt. In repeterende vormgeving herhalen onderdelen zich tot intrigerende composities. Gehypnotiseerd volgen mijn ogen de schijnbare lijnen en vlakverdeling. Ik luister graag naar deze composities en zet de naald nog eens op de plaat; begin van voren af het boek door te bladeren wanneer ik het laatste blad heb omgeslagen.

    De platen zijn als stereogrammen, visuele illusies waarbij een ogenschijnlijk vlakke afbeelding een verborgen driedimensionaal object of scène bevat. Echter is die scène bij Brouns niet verborgen, maar ligt er dik bovenop. Wel kan ik wanneer ik op de juiste manier focus allerlei verborgen details ontdekken. Details die er door de fotograaf in zijn gefotoshopt, maar die er op natuurlijke wijze ook echt in kunnen bestaan. In iedere gevel en elk bouwwerk ontdekt Paul Brouns zijn model om met het beeld aan de haal te gaan. Daardoor ontstaan kunstwerken die niet vastleggen, wat het karakter van de fotografie is, maar uitleggen hoe creatief kijken werkt.

    Paul Brouns. Architecture as a musical score. Tekst Alex de Vries. Uitgave VanSpijk [photo] ArtBooks, 2026.

    Paul Brouns, VanSpijk ArtBooks, fotografie
    Paul Brouns, VanSpijk ArtBooks, fotografie
  • De delicatessenwinkel van Marthe Zink

    Mijn neus druk ik plat tegen de koude etalageruit. Mijn warme adem, heet van verrukking door wat mijn ogen zien, legt matte wolken wasem tegen het raam. De nevel van condens ontneemt mij welhaast een ruime blik op het uitgestalde achter het glas. Dus knijp ik mijn oogleden tot spleetjes om beter te kijken en scherper te zien. Wat ik zie tergt elke fantasie, mijn voorstellingsvermogen is ontoereikend het zichtbare tastbaar te maken. Ik raak verward van lust en door wellust. De lekkernijen van deze delicatessenzaak, de snoepwinkel om de hoek, staan en liggen smaakvol opgetast in en op welgevormde vitrines en glanzende etagères. 

    Mijn mond valt open van verbazing en verlangen, een straaltje vocht loopt van mijn lippen over mijn kin en druipt op de ruit. Ik verlekker me hebberig aan wat ik zie. Het is waarneembaar, maar onaanraakbaar. Mijn tong proeft denkbeeldig het palet van smaken zoals een slang met gespleten tong de geur van haar omgeving bepaald. Ik ben weer die kleine jongen, een zoetekauw en dat dropventje, en ik laat me verleiden door al dat schijnbaar heerlijke onbereikbare snoepgoed. Ik zou een steen oppakken en de ruit breken om als een plunderaar te graaien in al die flonkerende heerlijkheden. Maar iets weerhoudt me die moed op te brengen.

    Marthe Zink, charcuterie

    Pracht en praal in onlogische context

    Die stemming, die van deze kleine jongen vastgeplakt aan de etalageruit, geeft mij het boek met de wervende titel “Charcuterie in het vizier”, tekeningen en gedichten van Marthe Zink. “Vanuit mijn vier paar ogen kijk ik je verlekkerd aan / Voorzichtig tracht ik je te proeven / Na een lik of twee, / beland je beslist niet in de bruinkoolgroeven / Integendeel je kriebelt mijn keel” Marthe Zink tekent mij pracht en praal voor in een schijnbaar onlogische context. Een gelaagde droomwereld waaraan ik een ogenblik moet wennen. De heerlijkheden liggen opgestapeld in grafiet en acryl op papier, in woorden en regels gedrukt. Vormen een collage van symbolen, waardoor werkelijkheid een abstract geheel wordt. Wat ik zag achter de ruit en zie in de uitgave is imaginair, hoewel het in realiteit aanwezig en hier samengebracht  is.

    In de etalage kon ik niets met de handen betasten, alleen de blik gaf me vermogen te voelen. Door het boek kunnen mijn ogen de platen bevingeren, mijn emotie kan de composities aanraken. Ik doorvoel de zin, hoewel weerzin me soms opbreekt. Marthe Zink brengt vormen samen uit de werkelijkheid, die een onwerkelijk spel met mijn denkwereld spelen. Wat ik zie in de voorgeschotelde schouwspelen tergt mijn gedachte waarheid. “Alledaagse objecten, gebeurtenissen en ervaringen verbindt ze aan onderbewuste ondervindingen en gevoelens die ze tijdens het werk aan de oppervlakte laat komen”, schrijft auteur/curator Alex de Vries in zijn voorwoord. “De werkelijkheid die ze kijker en lezer voorhoudt in haar tekeningen en gedichten is lichtvoetig, maar ook verontrustend; humoristisch en beklemmend, maatschappelijk en mythologisch.”

    Marthe Zink, charcuterie

    Compositorisch ongepast

    Terwijl de pierrot de aangever is in zijn serieuze manier van doen is de harlekijn de komische afmaker. Het resultaat is lachwekkend waarbij de onderliggende ernst over het hoofd wordt gezien. Want een grap heeft altijd een geheime betekenis. De lolbroek heeft de lachers op de hand, lijkt oppervlakkig maar heeft een dubbele agenda. Batavus Droogstoppel is te serieus voor woorden en acteert tussen de coulissen om de waarheid niet in het moeras van de lach te laten wegzakken. Pierrot en Harlekijn zijn als duo een twee-eenheid. De lach kan niet zonder de kiespijn. De ernst niet zonder de grap.

    In zijn voorwoord slaat Alex de Vries de spijker op de kop. Zijn omschrijving karakteriseert kunstenaar en haar kunst. Die kunstenaar doet alles wat compositorisch in de kunst ongepast is, hanteert iedere vorm die in de poëzie verboden is “en vindt daarmee gedichten uit die zich onttrekken aan alles wat niet (meer) mag of zo nodig moet.” Wanneer ik de gedichten lees komen als vanzelf de beelden in mijn gedachten op die zij in woorden omschrijft. Hoewel Zink zeer geduldig en gedetailleerd haar beelden tekent is zij meer een dichter dan een tekenaar, bedenk ik mij. In woorden schildert zij meer duidelijk de gelaagdheid dan dat dit in de tekeningen tot uiting komt.

    Marthe Zink, charcuterie

    De wereld uitgepakt

    Om die kleurige en speelse composities te duiden moet ik dieper graven in herinnering en herkenning dan dat de regels in haar poëzie mij aangeven. De beelden in de tekeningen zijn nog weleens tegenstrijdig aan wat ik van kunst verwacht. Terwijl de beeltenissen die door de gedichten worden opgeroepen dichter bij mijn beleveniswereld komen. Voor de collages van getekende elementen hoef ik mijn fantasie niet aan te spreken, maar moet ik wel kunnen combineren en relateren om betekenissen te achterhalen. In de gedichten kan ik dan wel stevig fantaseren omdat woorden dat volmondig uitnodigen.

    Het is zoals het is. Het is zoals De Vries het heeft beschreven: “Er komt een verbinding tot stand tussen elementen die los van elkaar weinig te betekenen hebben. Ze krijgen in haar tekeningen en gedichten betekenis doordat ze vrijelijk met elkaar verkeren in een onvoorzien verband.” Juist dat onvoorziene verband maakt het zo interessant. De verrassing volgt wanneer de wikkel van de reep gaat, het papiertje van de autodrop, de snoep wordt uitgepakt. Zink pakt in haar tekeningen de wereld uit en verrast de bezitter van het boek. In haar snoepwinkel ligt een keur aan heerlijkheden voor het oog opgetast.

    Marthe Zink, charcuterie

    Sommige pakketjes gaan samen met een geschreven handleiding waarin woorden in zinnen onleesbaar zijn doorgehaald. Het is een vorm van beelduitleg die schetsmatig lijkt, een voorzet op de beeldende scherts ernaast. In de tekst begint het beeld al te leven, in het beeld herken ik de tekst. Het gedicht gaat aan de surprise vooraf, een twee-eenheid in dit geval. Maar zoals hierboven omschreven verbeeldt het gedicht beter dan de flarden aan beeltenis dat doen. Daarin blijf ik dikwijls hangen in gekscherende onwetendheid, kijk ik beschaamd langs het beeld omdat ik de samenhang niet begrijp. Nog niet.

    Een wolf in schaapskleren

    Tekst verhelderd, een ondertitel vertaald. Met haar tekeningen schopt Zink tegen de wereld aan die daardoor nog niet op haar grondvesten gaat schudden maar zich wel achter de oren krabt. De Monty Python achtige context heeft een Engelse humor waarvoor de Hollander te nuchter is. Schijnt het. Maar de beeldtaal is universeel. Graaft dieper dan de oppervlakkige lach. Marthe Zink is een wolf in schaapskleren, spreekt tussen de glimlach die tot schaterlach wordt door met ernstige ondertoon. Hel en verdoemenis wordt weg gelachen, maar Zink haalt ze schielijk terug voor het voetlicht.

    Zink haar boekje zag ik liggen op de tafel van een naburige galerie. Het trok mijn aandacht, zoals het schaaltje met chocoladebrokken dat ernaast stond ook deed. Ik ben gek op chocolade en verzot op kunstboeken. De bruine lekkernij laat ik op de tong smelten zodat ik er langer van kan genieten. Het boekje met tekening en tekst onderwijl doorbladerend. De onwerkelijke wereld daarin had me snel in betovering. Ik klom in de pen en vroeg de kunstenaar schriftelijk om een exemplaar van de uitgave. Op een kunstbeurs enkele weken later trof mijn oog haar werk live. Een aantal ingelijste tekeningen besloeg als in een wolk een wand.

    Marthe Zink, charcuterie, Galerie Getekend, Art Noord

    Het viel mij op dat de originele werken meer helder van toon zijn dan die in het boek dat dateert van 2018. Ze spreken in het echt meer en beter aan, en zijn vooral niet gedateerd. Ik trof de vriendelijke kunstenaar tussen de beursbezoekers en zij signeerde mij het boek. De eigenaar van Galerie Getekend, die haar vertegenwoordigde op de kunstbeurs, overweegt desgevraagd een tentoonstelling van het werk van Marthe Zink. Dan kan ik mijn oordeel heroverwegen of bij mijn standpunt blijven. Tekeningen laten zich makkelijk zien in een galerie, terwijl gedichten de exposure van een boek nodig hebben. In de uitgave kunnen ze samen gaan, maar in een tentoonstelling zal ik de teksten node missen. Hoewel de geschreven en doorgehaalde woorden een compositie op zich zijn en weer wel een spijker aan de wand verdienen. We zullen het zien en meemaken. In verwarring raken door verrukking.

    Charcuterie in het vizier, tekeningen en gedichten, Marthe Zink. Met voorwoord door Alex de Vries. Eigen uitgave, 2018. 

  • Een dichtbundel vol littekens, valpartijen en breuken

    De proloog van DE BRE-KE-BEEN, een bundel met gedichten en tekeningen, plaatst mijn gedachten precies op dat gevoel als waar poëet Alex de Vries de voorzet toe geeft. Kunstenaar Roland Sohier kopt daarbij doeltreffend in met een eerste bloederige gouache. Het is het hartfalen van De Vries zelf wat hem ertoe brengt de voorliggende dichtbundel vol te schrijven met littekens, valpartijen en breuken in zijn leven. Zijn ervaringen met tegenslag van vroeger tot nu, van kind tot volwassene. Sohier brengt daarbij de woorden herkenbaar en veelzeggend zelfstandig in beeld.

    Alex de Vries, Roland Sohier, poëzie, cartoon

    Als kind lijkt Alex in de wieg gelegd voor het ongeluk. Het kind heeft zich in de baarmoeder gekeerd rijmt hij. Alles is anders dan normaal daar in het dorp langs de verlengde vaart. “Het sterven liep er op het leven af.” In dit vers zet hij meteen de toon voor het boek. Om meteen daarna de proloog af te sluiten met een lugubere vooruitblik, een naargeestige toekomst.

    Plat gereden kat

    In zijn jonge jaren heeft De Vries pijnlijke ervaringen. Is het domme pech wanneer zijn moeder de deur goed aanklemt waar zijn vinger nog tussen zit? Of is het karma wanneer zijn voet tussen de spaken van vaders fiets komt en uit elkaar wordt getrokken. Oorzaak en gevolg, wanneer hij zich waagt op een kleed dat hem een boot lijkt en er een nat pak haalt. “Er was verwijt noch straf, enkel droge kleren. Mijn moeder begreep dat mijn fantasie groter was dan de werkelijkheid.

    Roland Sohier, cartoon

    Niet alleen is er lichamelijk letsel, zeker ook emotionele schade. Zijn grote fantasie laat hem inbreken en dan is leedvermaak zijn deel – het knijpt in de ziel. Nadat de buurman onder de trein komt kan hij met de buurjongen geen plezier meer maken, want na dit voorval kunnen ze niet meer zorgeloos en vrij zijn. Een andere schok is het zien van een door een vrachtwagen plat gereden kat. Zinnen verzetten zich niet door een wandeling langs akkers en boerderijen, het drinken van gezoete koude thee: “dorst werd niet gelest met die dode kat erbij.” Het tekent het leven van een kind dat zorgeloos moet zijn, het zorgt voor littekens in de zachte nog ongerimpelde huid. Het brengt onverklaarbare fantoompijn binnen, want wanneer een deur sluit komt een vergeten verleden naar voren. Altijd blijft hij met de gevolgen van onoplettendheid in gevecht.

    ABAB ABAB ABA ABA

    Rampspoed is zijn deel. Alex is een echte brekebeen. In grappig opgebouwde verzen knalt hij tegen een lantaarnpaal, springt van de trap met zeventien treden, valt van de ladder, wordt door een militair aangereden, fietst in het prikkeldraad en krijgt nog eens een duim tussen de deur. Zinnen lopen door over de regels, maar laten zich toch keurig rijmen: ABAB ABAB ABA ABA herhaalt zich telkens weer. Deze dichter lijkt zijn benen ook te breken over woorden, te struikelen over kwatrijn en terzine. Maar is geen stuntelaar of sukkelaar, geen knoeier en zeker geen beunhaas. De sonnetten zingen zich door de bundel heen. De versmaat in het prozagedicht is ritmisch in balans. De poëzie laat zich vrolijk lezen, hoewel de aanleiding – de inspiratie – een sombere kant heeft.

    Alex de Vries, Roland Sohier, poëzie, cartoon

    Ik denk met gêne terug aan al die domme ongelukken / Die ik me volkomen onnodig op de hals heb gehaald. / Hals und Beinbruch gewenst weet ik dat mislukken / Eerder voor de hand ligt dan dat er succes wordt behaald.” Maar dan later, tegen het eind van de bundel, is het ongeluk niet dom meer. Is het een hart dat niet langer wenst te communiceren met de bloedbanen. Voeding, stress – oorzaak, gevolg? Alex schrijft voor ontslag te nemen, te gaan doen wat leuk is en de dagelijkse dingen weer zin te geven om voort te bestaan. Maar het zwaard van Damocles blijft hangen. En valt. “Een hartinfarct is een zwarte kater. / Van het sterven ben ik geen slachtoffer. Ik ben de dader.”

    Aanschouwelijk en tastbaar

    En dan wordt de bundel welhaast een dagboek. Alex rijmt zijn wederwaardigheden en bezoeken aan het ziekenhuis aan elkaar. Ik krijg inkijk in zijn leven van vallen en opstaan. Van negatieve uitslagen die in positiviteit worden weggeschreven. In zijn gedichten relativeert Alex de Vries zichzelf als brekebeen. Het dient als troost voor lezers waarvoor het leven ook pech in petto heeft. Roland Sohier vond in de teksten aanleiding om figuratieve gouaches te maken. Deze uitdrukkingen kunnen zonder de woorden een eigen leven leiden, want ze hebben wel de aanleiding maar spreken voor zich. Iedere tekening heeft een eigen titel die niet altijd overeenkomt met het gedicht dat er naast staat afgedrukt. Het is wel een zelfde idee, maar kan ook goed een andere betekenis hebben. Ze maken een en ander aanschouwelijk, tastbaar. Maar kunnen ook de tekst tegenwerken, omdat ik daarbij voor mezelf al een beeld vorm. Andersom kan de tekst het beeld in de wielen rijden. Dat kan. Maar samen geeft het een best beeld, maakt de bundel compleet. Is het een uitgave voor op mijn nachtkastje, om bij slapeloze nachten weer eens te lezen over de pech van de ander die op de mijne lijkt. Ik slaak een zucht van verlichting en draai me glimlachend op de zij.

    DE BRE-KE-BEEN, Alex de Vries (24 gedichten), Roland Sohier (18 tekeningen). Uitgeverij De Zwaluw, 2021.

    Alex de Vries, poëzie
    Alex de Vries, Roland Sohier, poëzie, cartoon