Tag: Amsterdam

  • Een tekenkabinet vol verwondering

    De fysieke presentatie mag dan zijn afgelopen, gelukkig hebben we de foto’s nog. En de catalogus die mij door curator Manja van der Storm is toegestuurd. De werkelijke aanwezigheid van de tekeningen laat zich echter niet in een boek vangen. Toch zal ik het daarmee moeten stellen. Het heeft uiteraard meer waarde de tekeningen in de werkelijkheid te bekijken, om het aanzien en de beleving, het karakter en de uitstraling ervan aan te voelen. Toch geven het boek en de webshop een goede indruk van wat het Tekenkabinet zoal te bieden heeft.

    Ooit boog ik mij al over het kabinet bij eerdere presentaties. De door kunstenaar Van der Storm geïnitieerde tentoonstelling van tekenwerk op klein formaat (maximaal A4) beleeft inmiddels haar veertiende editie. Feitelijk kan ik deze teksten welhaast ieder jaar overschrijven en mijzelf citeren.

    Wat goed werkt, verandert niet

    Er verandert namelijk weinig aan de opzet, omdat deze staat en dus niet hoeft te worden gewijzigd. Never change a winning team: wat goed werkt moet je niet veranderen. De doos is duurzaam, enkel de inhoud kan telkens wijzigen. Er is een kern van kunstenaars die voortdurend opnieuw nieuw werk inlevert. Om die as draait dan de inbreng van wisselende deelnemers. Het zijn er veel, te veel om in deze tekst afzonderlijk te benoemen. Daarom is het zaak het Tekenkabinet als geheel te beschouwen. Soms een lade open te trekken en te zien wat er in zit. Maar geen bespreking per individu, om aan anderen geen afbreuk te doen.

    Voorheen omschreef ik het Tekenkabinet als staalkaart van de tekenkunst. “Het meldt op de website geen galerie, geen kunstenaarsinitiatief, collectief of vereniging te zijn – kunstenaars worden geen lid, maar deelnemer per editie. Het is een onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse, autonome tekenkunst op klein formaat. Tentoonstellingen, webshop en de daarbij behorende catalogus geven aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst.”

    Iedere tekening een eigen meug

    Als een kabinet met laden, een puntzak vol snoep. “Eigenlijk geeft iedere la die ik van het kabinet opentrek een nieuwe verwondering. Een ander helder zicht op de kunst van het tekenen. Ieder snoepje uit de zak heeft een eigen meug, geeft een persoonlijk genot. Het Tekenkabinet houdt van tekenkunst zoals ik van al het lekkers in die puntzak snoep houdt. Het toont daarom jaarlijks een selecte collectie, want uit de aanmeldingen zoekt het Tekenkabinet representatief werk waarin het tekenen tot recht komt.”

    Gaf ik het Tekenkabinet als ministerraad tekenbevoegdheid.  Kleinkunst, want het is lange tijd het ondergeschoven kind in de kunst geweest. Kunst met een kleine k. Het deed ertoe als schets voor het echte werk, voor de kunst met een grote K. Maar onder meer door stimulatie van Tekenkabinet en de acties van galeries gespecialiseerd in tekenkunst groeit het tekenen groter en wordt volwassen.”

    Zette ik het op een platform voor autonome tekenkunst. “Het is een reisgids om het zich vrij gevochten land van de tekenkunst tot in elke uithoek te ontdekken en leren kennen. Waarschijnlijk zijn nog niet alle facetten belicht, maar het tekenkabinet laat wel veel kanten van deze kunstvorm zien. Het is een letterlijk en figuurlijk kleurige opsomming.”

    Het papier als vruchtbare grond

    Zo constateer ik, mijn verzameling catalogi door de verschillende jaren heen doorbladerend, dat de tekenkunst zoals gepresenteerd door het Tekenkabinet een groei doormaakt. Het papier is een vruchtbare grond waarop deze manier van uitdrukken zich kan ontwikkelen. Al lang is potlood en inkt, krijt en kool geen schetsmateriaal meer als voorstadium van een volwaardig kunstwerk. Er wordt naar hartenlust met het medium geëxperimenteerd. Vanuit de werkelijkheid wordt vereenvoudigd en via een abstracte weg keert men terug naar de realiteit. Alles is mogelijk en alles wordt gebeurlijk.

    De catalogus, de webshop en de pop-uptentoonstellingen, zijn een visitekaart voor het tekenen. Nu de expositie is afgelopen, kunnen de werken blijven schitteren in druk en langs de digitale weg worden gekocht. Van iedere kunstenaar is in de catalogus een representatief werk opgenomen, geselecteerd door de organisator uit het aanbod. Daarbij staan titel, techniek en formaat vermeld. Tevens is het contact in de vorm van een webadres opgenomen, zodat de eerste kennismaking een verder onderzoek mogelijk maakt. Zo is er door de jaren heen een waaier aan mogelijkheden binnen deze manier van kunst bedrijven ontstaan. Een dwarsdoorsnede van de Nederlandse tekenkunst, een rijk palet, een kleurige bloemlezing. Over het hele spectrum is een typerend beeld geschetst.

    Het beeldmerk van het Tekenkabinet

    Aan de opzet en de presentatie is weinig veranderd. Het idee ontstond en kreeg een uitwerking die een stevig fundament bleek, voldoende om vaste grond onder de voeten te krijgen en te behouden. Wat enkel wijzigt, is een opvallend detail: het beeldmerk van het Tekenkabinet. Daarin komt telkens een onderdeel van de tekenpraktijk naar voren. Waren het eerder al het schaafsel van een potlood, een stalen puntenslijper, de verschillende hardheden van het potlood met telkens een uiterst scherpe punt, een prop gefrommeld papier of een witte museumhandschoen; in 2026 is het opnieuw een puntenslijper, onmisbaar voor de tekenaar. Een rode kunststof variant met duidelijke gebruissporen. Wie vervolgens de website van het kabinet bezoekt, vindt daar de legio voorbeelden die door de jaren heen in de laden ervan zijn opgeborgen.

    En ik sta buiten met mijn neus tegen de etalageruit gedrukt. Het water loopt mij bijkans in de mond bij het zien van zoveel lekkers. Ik word er hebberig van en koester mijn boekjes in de plastic winkeltas. Ik zou naar binnen willen stormen en mijn boodschappenlijst afwerken. Aan de kassa een XXL-puntzak vol lekkernijen willen afrekenen. En er thuis stuk voor stuk van willen genieten. Nu kan ik mij slechts verlekkeren aan en in de cadeaugids, en dat maakt al veel goed.

    Tekenkabinet XIV. Catalogus van de tekenkunst op klein formaat. Concept, vormgeving en productie Manja van der Storm, mei 2026.

    tekenkabinet, amsterdam
  • Amsterdamse bomen gezien vanuit driehoog achter

    De boom spreekt tot de verbeelding, maar als wezen is het geen illusie – kan echter wel de fantasie prikkelen. Zoals hij dit deed bij kunstenaar Jet Nijkamp, een werkbaar leven lang – en nog aldoor. Vooral het knoestige stokoude exemplaar, die evenveel stamboom bovengronds als ondergronds heeft. Deze kan boeken vol verhalen vullen met ervaringen door de jaren dan wel eeuwen heen. Bomen worden oud, erg oud. Helaas spreekt de boom onze taal niet dus de verhalen verwaaien in de voorjaarswind, vervliegen met de afvallende herfstbladeren. Spraken wij booms dan zouden wij hem beter begrijpen. Met dat begrip op zak leggen wij dan minder vaak de bijl aan de wortel voor eigen gewin.

    De boom vertelt de geschiedenis van een omgeving in de jaarringen, in de noesten, in de tot in haarvaten vertakte kruin. Indien nodig overleeft hij dat milieu op sloffen als hij deze al had, dus op eigen kracht, eenvoudig. Echter is de mens zijn (on)natuurlijke vijand, die naar eigen willen en weten wikt en beschikt over het lot van hout en groen. De mens heeft de boom nodig om de aarde te laten overleven, is zich daar amper van bewust of steekt de kop in het zand tegen beter weten in. De boom kan heel goed zonder de mens leven, is juist beter af zonder die verwoestende tweevoeters om zich heen.

    Persoonlijkheid geven

    Buiten stadse omgevingen staan bomen in overvloed. Waar ik kijk op mijn woonadres, zie ik wel een of meerdere exemplaren met hun kruin naar mij wuiven. Het bos is niet ver weg. In de stad lijkt de boom dan een bijzonderheid, hoewel van bovenaf gezien de bebouwing wordt omzoomd door groen. In vogelvlucht lijkt de stad een groene oase, zo zal het idealiter zijn. Takken overschaduwen huizen, vooral in de zomer wanneer de bomen vol in blad staan. En met name in de stad is de boom een noodzakelijk goed. De mens voelt zich beter met een boom in het zicht. De stad leeft op met bomen in binnentuinen. Niet altijd vanaf de straat zichtbaar, heimelijk groen, voor bewoners van belang. Jet Nijkamp woont in de stad en licht met haar boek “amsterdam3hoogachter” een tip van de sluier op, geeft zicht op dat verborgen groen, die verscholen bomen.

    Jet Nijkamp heeft iets met bomen, het is haar levenswerk, haar kunstproject. Niet om ze te knuffelen of tot hen in wonderlijke taal te spreken. Maar om hen als levend wezen een persoonlijkheid te geven, ze te personifiëren en te portretteren. Want het werk van Jet Nijkamp gaat voor een bijzonder deel over bomen en hoe mensen zich tot bomen verhouden. Haar bomen verwijzen naar menselijke gestalten en lichamen, spreken groei en vergankelijkheid aan en prikkelen onze verlangens en fantasie. Dat is onder meer de reden dat de boom als grondvorm dient voor mythen, legenden en sprookjes. Bomen archiveren hun omgeving in jaarringen. Geliefden maken van boombasten een levend archief door er hun namen in te kerven.

    Bomenstad met bomenbeleid

    Door de lockdown in coronapandemie is het project ‘amsterdam3hoog’ ontstaan. Om reden dat Jet Nijkamp de straat niet op mocht, kon ze vanaf een balkon of vanuit een kamervenster de blik richten op de stadsnatuur. Ze tekende karakteristieke bomen in het Amsterdamse. Bomen die een bijzondere plek innemen in de stad en in het leven van de bewoners. In eerste instantie tekende ze op de eigen bovenverdieping de voor haar zichtbare bomen. Het was op dat moment het enige contact met de buitenruimte. Later toen de teugels vierden ging ze op bezoek bij vriendinnen om daar de uitzichten te tekenen. Het project is een registratie ofwel een documentatie geworden van de leefbaarheid in een stad als Amsterdam. De hoofdstad van Nederland is van oudsher een bomenstad met een bomenbeleid, en dient als voorbeeld voor andere steden. Bij de stadsplanning in de 17e eeuw werd rekening gehouden met de aanplant van bomen. Worden in steden bomen overwegend weggedrukt in parken, Amsterdam toont groen langs de grachten, op straat en in binnentuinen. Bomen dragen bij aan de verkoeling van de stad en aan de luchtzuivering, zijn dus van levensbelang voor de leefomgeving.

    Met het project ‘amsterdam3hoogachter’ heeft Jet Nijkamp een tijdsbeeld afgeleverd. Een geschreven en getekend document van stadsgroen gezien uit het spreekwoordelijke achterhuis. Het beeldt geen armoede uit, maar juist een weelde aan leven. Het leven met bomen in Amsterdam heeft zij hiermee in beeld gebracht. Het zong al vrij snel rond dat ze bezig was met het tekenen van bomen vanuit woningen. Zonder hierop aan te dringen werd Jet door bewoners binnen gevraagd om hun boom buiten te tekenen. Zo is de serie niet alleen de registratie van stadsgroen geworden, maar is tevens de vastlegging van de betekenis van de bijzondere boom voor de individuele mens. De boom krijgt een persoonlijkheid door het pastelkrijt van Jet Nijkamp. De boom is een individu met een verhaal vertelt door de eigenaar ervan, ofwel de bezitter van dit uitzicht.

    Levendige afbeelding

    Niet alleen is de uitgave een kunstboek, tevens worden de bomen erin bij naam genoemd. Het portret heeft een titel en een plaatsbepaling. Dus is het ook nog een bomenboek, een naslagwerk om de natuur in de stad te ontdekken. Om de beplanting in de binnentuinen van Amsterdam te herkennen en te benoemen. De boom is in het boek niet slechts een boom, maar een esdoorn, een zomereik, een plataan of een populier. Zelfs treft men er paardenkastanjes aan en de laurierkers of een krulwilg. Er zijn veel soorten en er is voldoende variëteit te onderscheiden. Aangeplant, gezaaid, maar ook zo aan komen waaien. Als het iepenzaad op de wind, de lentesneeuw tussen de stoeptegels.

    In de uitgave is bij het ontwerp steeds het krijtige karakter van de pasteltekeningen in gedachten gehouden. Automatisch blader ik daardoor voorzichtig door het boek en probeer de platen zo min mogelijk aan te raken, bang ervoor dat de tekening los van de pagina zal komen. De manier van drukken heeft de afbeelding even levendig gehouden als het origineel dat is. Bij iedere tekening is een korte uitleg geschreven. Over welke boom het is, hoe het interieur van de plek van handeling er uit ziet en er bij ligt, het karakter van de bewoner en andere zaken die op dat moment en voor het uitzicht van belang zijn. De gedichten van enkele in Amsterdam woonachtige dichters, die tevens hun boom door Nijkamp lieten portretteren, meten het houten wezen een poëtisch karakter aan. Natuurlijk zijn de platen de kern van het project en het boek, maar de beschrijving en de poëzie maken het onderwerp meer persoonlijk en houdt de indruk levendig. Deze snijden hout.

    Amsterdam 3hoog achter, 52 boomportretten. Jet Nijkamp, tekst en tekeningen. Poëzie van Rozalie Hirs, Co Woudsma, Jos van Hest, Sanja Percela, Tsead Bruinja. Eigen uitgave via crowdfunding bij Voordekunst. Met bijdragen van Stichting Amsterdam 750 en het Jaap Harten Fonds. Uitgeverij Xstuks, 2025.

  • Het fantastisch realistische Amsterdam van Carel Willink

    Hij is een Amsterdammer. Geboren in 1900 en getogen de jaren daarna. Na enige Europese omzwervingen terug thuis en er ook gebleven. Hij laat zich scholen als architect, maar kiest toch voor het onzekere bestaan van beeldend kunstenaar. Die architectonische kennis komt hem later goed van pas wanneer hij monumentale huizen als inspiratie voor zijn schilderijen gebruikt. Op zijn reizen en verblijven elders op het continent zoekt Carel Willink elementen uit de klassieke oudheid. De stad Rome spreekt hem daarom bijzonder aan. Door de tijd beschadigde beeldhouwwerken, potsierlijke paleizen en voorname villa’s gebruikt hij als decor voor zijn schilderwerken. Als achtergrond voor zijn schijnbaar sombere kijk op de wereld, echter streeft hij ernaar schoonheid te schilderen.

    Naslagwerk

    Maar eerst gaat hij mee in de stroom van de hedendaagse kunst, van dat moment, de jaren 20 van zijn eeuw. In aanleg zijn die werken dan ook constructivistisch te noemen. Een andere kijk op de wereld dan wat wij nu van Willink kennen. Wel met evenveel aandacht gecomponeerd en uitgewerkt. Ook dan al construeert hij een eigen omgeving, maar met andere beeldelementen dan villa’s en monumentale huizen. Hoewel gebouwen in Europese steden hem mateloos intrigeren, blijft hij toch ook trouw aan zijn Amsterdam. Verschillende keren heeft hij de bebouwing langs straten en pleinen, parken en tuinen in de hoofdstad als achtergrond gebruikt. Nu nog zijn deze plekken in de stad te vinden, hoewel Willink nooit exact de gelijkenis in sfeer en omgeving heeft gezocht. In de uitgave “Amsterdam door de ogen van Carel Willink” gaat biograaf Rémon van Gemeren deze plekken langs. Hij zoekt er de foto’s van toen bij die Willink zelf maakte als referentie voor zijn composities. Beeldt het schilderij er als vergelijking bij af. En laat een plaat zien van de situatie nu. Deze foto’s zijn door de vierde en laatste vrouw van Willink, Silvia, gemaakt. Zij beheert ook de nalatenschap van haar echtgenoot en schrijft het voorwoord van dit boek.

    Carel Willink, Amsterdam

    Zo is er een interessant naslagwerk ontstaan. Bij iedere plek en elk gebouw beschrijft Van Gemeren de situatie en het leven en werk van Willink op dat moment. Zo trek ik met schilder en biograaf door de oude en voorname binnenstad van Amsterdam. De schilder bekijkt zijn omgeving met andere ogen dan ik dat doe. Hij gebruikt de zichtbare wereld als metafoor in zijn werk. Het zijn geen landschappen pur sec, maar hebben altijd een onderliggende boodschap. De gebouwen staan meestal eenzaam voor zich uit te staren in lege straten of eenzame parken. Ze zijn ook niet weergegeven zoals ze erbij staan in de straat van de stad. Maar worden als in een collage her en der geraapt en overdacht bij elkaar geplaatst. Het zijn spelers op het toneel van theater Willink.

    Niets is zoals het is

    De mens Willink vindt de wereld geheimzinnig, ondoorgrondelijk. Het geeft hem een gevoel van onzekerheid en uitzichtloosheid, want alles gaat voorbij en is vergankelijk. Hij is bang voor de dood en heeft daarom zin in het leven. Met een vaste hand en met liefde schildert de kunstenaar Willink wat in zijn ogen mooi is met “een dodelijke verliefdheid op de realiteit”. Het geeft hem zekerheid schoonheid af te beelden. Maar desondanks weet hij die onderliggende onzekerheid in zijn werk op mij over te brengen, die geheimzinnigheid, de huivering. Zijn werk is ondoorgrondelijk, hoewel het blijkbaar een fotorealistische inslag heeft. Niets is zoals het is, maar lijkt het wel te zijn. Elke baksteen, iedere dakpan en alle scheuren in tegels zijn afgebeeld. Met een zuivere precisie is alles naar de werkelijkheid weergegeven. Een elegante stofuitdrukking.

    Carel Willink, Amsterdam

    De stemming waarin het is gezet is onwerkelijk, ironisch. Op de manier zoals het is gecomponeerd is het onbestaanbaar. In zijn werk neemt hij afstand van de zichtbare werkelijkheid om die met zijn verbeelding ingrijpend naar zijn hand te zetten, schrijft zijn biograaf. “De schilderijen die hij maakte op grond van plekken in Amsterdam, zijn daar goede voorbeelden van. Ze zijn onderdelen van de originele meteen herkenbare wereld die hij tot stand heeft gebracht. Het is een wereld waarin het leven zwanger is van de dood, maar daardoor ook intenser.” Veelal onderhuids angstaanjagende situaties. De wereld lijkt te vergaan of is al vergaan. Maar altijd is de suggestie van leven en hoop aanwezig. In de dood ligt het leven. Het maakt mij als kijker onzeker, omdat het straatbeeld welhaast een zeker surrealisme uitstraalt. De leegte, de stilte is van een andere wereld. Hoewel de villa’s en herenhuizen naar de werkelijkheid zijn geschilderd. De wolken echt zo langs de luchten kunnen trekken. Deze bepalen mede de sfeer tussen de kaders, evenals de soms scherp afgetekende schaduwen terwijl de lichtbron onduidelijk is.

    Het geheim van de schilder

    In Amsterdam woont hij naast het Rijksmuseum. De beeldentuin aldaar is een dankbaar onderwerp voor diverse composities. De foto’s die Willink daar van de beelden maakt vormen nu een interessant tijdsbeeld. Om het monumentale gebouw te beschermen tegen het oorlogsgeweld zijn zandzakken hoog opgestapeld tegen de gevel. Dat nu onwerkelijke gegeven van toen neemt Willink niet mee in zijn schilderijen. Hij plaatst de beelden waar dat nodig en sprekend is in eigen ingevulde opstellingen. Zo gebruikt hij een enkel beeld wel in meerdere composities. En laat hij onderdelen in de afbeelding weg wanneer dat voor de sfeer en de compositie beter uitkomt. Het zet de toeschouwer dikwijls op een verkeerd been wanneer deze naar de kunst van Willink kijkt. Want hoe fascinerend zijn werk ook is, een betekenis eraan geven is niet eenvoudig. Het is het geheim van de schilder. Het is wat het is, voor ons kijkers, een prikkelend raadsel.

    Carel Willink, Amsterdam

    Gebouwen die niet in hun omgeving passen, omdat er andere tegengestelde bebouwing omheen is gezet, intrigeren Willink. Of huizen uit de late 19e eeuw, die imitaties zijn van de klassieke bouwkunst. Protserig en buiten verhouding, valse architectuur, kitsch. Eenzelfde contrast zoekt hij in zijn werk. Van de lelijkheid maakt hij een mooie schoonheid.

    Het centrum van zijn wereld is de plek van zijn jeugd en de plek van zijn dood. Daar is de Amsterdammer dood gegaan, in 1983. De omgeving ten noordoosten van het Vondelpark en het Museumplein. De Keizersgracht, de Herengracht en de Weteringschans. De P.C.Hooftstraat, de Leidsekade, de Vondelstraat en de Vossiusstraat. Andere buurten boeien hem niet, deze vindt hij ronduit ellendig. De bebouwing die hem inspireert en voor een beoogde situatie vastlegt, kan nu veelal worden teruggevonden in de stad. Maar ook zijn er afgebroken of compleet verbouwd. Met het boek in de hand, als een soort van stadsgids, kan ik de plekken bezoeken. Proberen te zien wat Carel Willink ver voor mij heeft gezien in deze straat of op dit plein. Maar ik zal nooit vinden wat de schilder voor ogen heeft, omdat het een arrangement is van de werkelijkheid. “Amsterdam door de ogen van Carel Willink” is echter een interessant boek. Maar wat hij zag vind ik alleen terug in zijn werk. Enkel de inspiratie kan worden terug gevonden. En misschien, op diezelfde plek, kan ik de ingeving aanvoelen. Het is Willinks wereld.

    Amsterdam door de ogen van Carel Willink, Rémon van Gemeren. Met voorwoord en fotografie van Sylvia Willink. Uitgeverij WBOOKS, 2021.

    Carel Willink, Amsterdam, WBOOKS