Tag: Annet Zaagsma

  • De wilde woorden van Annet Zaagsma

    Ze pikt woorden op in de buitenruimte. Flarden van gesprekken. Halve vragen en hele antwoorden. Zinnen die uitdrukking geven, regels die verbeelden. Ach, pikken niet, want dat is ontnemen. Zij gebruikt de woorden die zich in het wild schuil houden, verdekt opgesteld bewegen. Een ieder ander valt het niet op, hoort deze niet. Het ene oor in en het andere uit. Neemt het waar als geroezemoes waaraan geen touw valt vast te knopen. Losse flodders als verknipte snippers, rafelig uit de smurrie van een conversatie. Of die ieder ander beluistert daarin enkel naar de voor hem, haar of hun interessante taal. Te herkennen zinnen, te begrijpen regels.

    Met de woorden die Annet Zaagsma in het wild opvangt, daar haar antenne is gericht op de gewaarwording, maakt zij eigen persoonlijke uitdrukkingen. De woorden gebruikt in haar gebezigde poëzie staan soms denkelijk haaks, maar lopen ook wel parallel aan en langs elkaar. Kunnen naast elkaar bestaan of reageren. Zo vormt zij een beeldend jargon waarbij na aandachtig en meerdere malen lezen het kwartje valt. Niet meteen is de strekking duidelijk, maar daarmee zijn de gedichten geen abstracte woordspelingen. De woorden houden niet altijd de oorspronkelijke betekenis, maar de duiding is wel te herleiden wanneer de lezer cryptisch durft te denken. De realiteit is erin vervormd zal ik opmerken, maar niet verdraaid.

    Wildernis van woorden

    Tussen de regels door kan ik in de kantlijn mijn beeld (be)schrijven. Doodles die niet uit desinteresse in de marge verschijnen, maar mijn voorstelling geven aan de gedachte bij de gelezen uitdrukking. Mijn kantlijnkunst is de kladtekening van de verbeelding. Zo leg ik mijn beschouwing uit waar het woordbeeld de geest ordent tot onuitspreekbare reflecties.

    In de wildernis van woorden kom ik op adem in het wit tussen de strofen. Houd voor even rust en overdenk contemplatief wat gelezen is en hoe dat zich verder laat uitdrukken. Een meditatief moment om de bedoeling in mijn gedachten te laten zinken en vervolgens uit deze inbedding geestelijk herboren weer aan de oppervlakte te komen.

    Dat gevoel kan ik hier niet beschrijven, omschrijven. Zaagsma heeft het immers al voor mij uit geschreven. Aan haar taal kan ik tenslotte geen punt of komma toevoegen, het is al zo duidelijk als dat het er staat. Ik moet alleen de juiste woorden vinden die passen in haar idioom, die voor mij de bedoeling duiden. Die ervaring in haar poëtische beeldverhaal stemt mij tot nadenken en maakt me zwijgzaam om eraan geen woorden vuil te maken. Haar schoonschrift verbetert een klein beetje de wereld. De druppels op de gloeiende plaat zijn onuitspreekbaar op de plek en o zo nodig. Deze kunst van het dichten opent de ogen en verruimt de blik.

    Dubbele laag in betekenis

    De poëzie van Annet Zaagsma kan allerlei onderwerpen aansnijden. Zoals de woorden in het wild worden gevonden, zo dwalen de thema’s ook los rond. Op haar safari kan verkeersinformatie heel wel grond tot inspiratie geven. Of is een catalogisering van lichamelijke signalen bij oplopende spanning door wat dan ook gesloten poëzie met dichterlijke vrijheid. Want vrijheid is niet binnen de lijntjes kleuren, maar een nieuwe tekening maken. Geen rijmelarij, maar het experiment aangaan. Ik diep in die gedachte een boodschappenlijstje uit mijn broekzak op. Daar zie ik echter geen poëtisch beeld voor me verschijnen. Dat klopt en is zo klaar als een klontje, want ik ben niet de poëet die er een dichterlijke draai aan kan geven. Bij mij blijft het lijstje een opsomming van aan te schaffen producten, door de vingers van Zaagsma krijgt het een dubbele laag in betekenis. Ik frommel het papier terug in mijn zak, het zegt niets en heeft geen waarde. Althans wel nu maar zeker niet op een later moment.

    Zaagsma diept woorden uit het woordenboek op en geeft daar een eigen uitdrukking aan. Ze bedenkt geen nieuwe woorden, geen andere betekenissen, maar transformeert in poëtische duiding de bestaande en algemeen aanvaarde formuleringen. Zo zodat ik twee keer moet lezen en dubbel dien te denken om de eigenzinnige verklaring correct te interpreteren. Wel zoals ik het aantref bladerend in die dikke Van Dale, dus woordsoort, woordgeslacht en uitspraak. Zelfs met een verwijzing om een standpunt te visualiseren, een inzicht uit te diepen of juist oppervlakkig te houden. Een voorbeeld:

     doorbraakbloeding / zelfst. naamw. (v.) uitspraak: [‘dorbrak ‘bludɪɳ] / / een doorbraakbloeding komt zo onverwachts als een lawine / in de Amazone. sneeuwschuivers komen te laat, schaamte / is een natuurlijk materiaal. de maan wordt een ongeleid projectiel. / door versoepeling van de ondergoedregel is eeuwig gemengd / dubbel spelen onderdeel van de oplossing. de voor-achterpositie / geeft de grootste kans op succes in toernooiverband.

    Dwalen in de gedichten

    Annet Zaagsma is een dichter met diepgang. Naast de frivole lyriek die op een lichtvaardige manier lichamelijke lusten en psychische lasten schetst, kaart zij klimaatproblemen en milieukwesties aan. Zij wordt daarom ook wel een klimaatdichter genoemd en laat haar materiaal ademen. In die adem maakt ze mij met weinig gemarkeerde woorden duidelijk waar het volgens haar op staat. “ bijtsporen / / vingertoppen / verkennen wat slaapt, zwijgend / tussen heuvels ligt / / bewegen langzaam / heen & weer, wekken het beest / een nat spoor, in een / / allengs zwellend zacht ravijn “ Ik krijg het er warm van in mijn onderbuik, dat is wat wilde woorden met iemand doen. “ drijfvuil / / microbolletjes en meer / raadsels in de route van de riolering / de afbraak duurt de eeuwigheid / / bij het proportioneren van dimensies / zeven we het kwaad uit / schatplichtig aan het kleinste / van het kleinste / / je kunt nog zo dik schillen / in elk klokhuis schuilt cyanide / plastic tot in onze vezels “ Jawel, de plastic soep en het PFAS monster, niet uit te roeien.

    Ik kan dwalen in de gedichten maar zal niet verdwalen tussen de regels door, want Zaagsma geeft mij voortdurend reden mijn zicht te verbreden zodat ik terug kan treden op mijn schreden om nieuw de confrontatie met de uit het wild getemde woorden aan te gaan. Zij maakt de jungle begaanbaar hoewel ik soms door de bomen het bos niet meer zie, door de woorden het gedicht niet meer herken. Dan sta ik voor een moment met de mond vol tanden. Krijg ik echter door te verdiepen een vinger achter de duiding dan doorzie ik de reden van ontstaan en bestaan van deze dichtkunst. Zaagsma blaast niet hoog van de toren om haar punt te maken, maar door het licht ironisch sarcasme kruipt ze onder mijn huid en jeukt de boodschap zodat ik deze moet krabben. Met de voorgeschotelde metaforen krijg ik plaatsvervangende schaamte over misstanden die bedekt beschreven zijn. Sluit ik mij geconcentreerd van mijn omgeving af, ben ik voor het moment van lezen het bezit van de dichter. Dan heeft Annet Zaagsma mij in haar macht en kan via de woorden met mij doen wat ze wil. Door de gedichten kan ze mijn gedachten manipuleren en in de richting sturen die zij in gedachte heeft. Bijt ik de zure appel die mijn beeld verzuurt, want in ieder klokhuis schuilt cyanide. Je ziet het niet maar het is er wel. Zo is het met deze dichtkunst, je leest de reden niet maar deze is er wel. In de kern schuilt de waarheid.

    In elk klokhuis schuilt cyanide. Annet Zaagsma. Dichtbundel. Uitgeverij Opwenteling, 2025.

  • Gedachten ruimen om me te bezinnen op de poëzie van Annet Zaagsma

    Bij de titel krijg ik al zo het vermoeden, je leest de nieuwe bundel van dichter Annet Zaagsma niet zomaar door en uit. “Opgelet. Het materiaal moet ademen”, ofwel denk eraan de geest moet lucht hebben. Om de kracht van de woorden, de sterkte van de zinnen en de bedoeling van de verzen te doorzien, moet ik me stil en ongestoord op de letters concentreren. Woord voor woord dien ik de gedichten te wegen op inhoud en betekenis. Ik lees daarom de poëzie luid op aan mezelf voor, want stil in gedachten de regels opnemen is voor een terecht doorzien weinig zinvol. De woorden vervliegen in het laatste geval, dringen niet door zoals wanneer ik mijn eigen stem spreken hoor.

    Annet Zaagsma, Opwenteling

    Mijn eigen stem die de woorden weegt, de juiste toon aanslaat, stil is bij lege regels. Pauzeer om daar dan het voorgaande te overwegen, te overdenken dat wat komen gaat op de volle regels vooruit. Zo als het stiltegebed in de vespers van de kloostergetijden. Voor momenten gedachten ruimen om te bezinnen, reflecteren, mijmeren. De regel zonder woorden is een rustpunt, een meditatief moment. De blik op oneindig, het verstand op nul, als het ware. Maar de blik echter overdenkt starend het opgeroepen beeld, terwijl het verstand tuurt in de verste verte van het zijn. Diep in mij.

    Opletten is het leidende woord

    Lees ik de gedichten hardop voor dan krijgen deze grond en word ik minder snel van de pagina afgeleid door interrumperende verstoringen. Opletten is het leidende woord. Het materiaal, de poëzie, moet ademen wil het voor mij gaan leven. En leeft het dan, is het er, dan zie ik beelden uit de woorden opstijgen. Krijgt het geschreven woord een gebeeldhouwde taal. Huiver ik bij het gewicht van de woorden die in zinnen de toekomst waarzeggen of vergane herinneringen oproepen.

    Annet Zaagsma, Opwenteling

    De gedichten van Annet Zaagsma zijn als surrealistische schilderijen. Ik moet verder kijken dan mijn neus lang is. Dieper door de lagen wroeten. Laag voor laag de poëzie determineren. De anatomie van het vers doorgronden, en niet enkel er een platonische verhouding mee krijgen. Doorleven veel meer dan doorlezen. Het werk van Zaagsma vraagt concentratie en inlevingsvermogen. Maar wanneer je de stijl dan begrijpt, de gang van zaken doorziet, zijn de beschreven beelden tastbaar, is de opgewekte kracht voelbaar.

    Het is geen abstracte realiteit

    Een schilderij van Dali, Ernst of Arp zal ik niet meteen begrijpen. Het verdient empathie voordat ik doorzie, begrijp en beleef. Maar de poëzie van Zaagsma staat niet boven de werkelijkheid, het verlangt wel dat ik mijn visuele verbeeldingskracht losmaak van mijn verstand waardoor mijn onderbewustzijn de tijd kan oprekken en de ruimte kan vinden aan de grenzen van het gedichte verhaal. De gedichten staan middenin de werkelijkheid, ordenen de omringende ruimte. In eerste instantie die van de dichter zelf al schrijvende. In de tweede plaats die van mij terwijl ik lees en opneem.

    Annet Zaagsma, Opwenteling

    Het is geen abstracte realiteit. Zaagsma omschrijft luid en duidelijk waar het op staat. Ze heeft echter een andere inrichting van de werkelijkheid, zij schikt de woorden zo dat er een nieuwe waarheid ontstaat. En doorzie ik de feiten van het zijn, dan is er een aha-erlebnis – een ervaring van o-ja, zo zit dat. Bijna een déjà vu, wat Zaagsma schrijft schijn ik in mijn beleving te hebben opgeslagen, als een herinnering aangemaakt. Of een voorspellende gedachte.

    Zaagsma als reisleider door de taal

    Zij beschrijft en maakt voor mij de illusie van wildernis waarin ik droom te leven, terwijl ik als stadsmens de natuur juist als onkruid uitdrijf. Maar planten zijn goed voor ons zo betoogt zij. De dichter heeft groene vingers. Daarom leeft zij zich voor mij in het groene geluk in. Het karakter van buitenleven dat zich binnenshuis kan afspelen wordt in detail beschreven. Van de koe op het hakblok in de keuken tot de plagende oorwurm die tinnitus graaft in mijn hoofd. Ergens in de bundel lees ik dat de plant geen hart heeft en leeft zonder hersens, maar wel in dezelfde atomen als de mens uiteen valt. Een ontdekking; Zaagsma als reisleider door de taal, ik volg en ben drager van letters tot woorden. Zo staar ik op de tekst en mijmert Zaagsma door over zandbij en libanonceder. De natuur is haar muze, maar ook de actualiteit inspireert. Bootvluchtelingen, plasticsoep, aangespoelde consumptie artikelen. Wij zetten de wereld naar onze hand, althans dat is het proberen waard, en roepen vrolijk ‘na ons de zondvloed’. Dus is het advies “zorg dat de boot klaarligt”.

    Annet Zaagsma, Opwenteling

    En kijkt ze dan naar zichzelf om mijn materiaal te laten ademen, dan komen symbolen als in vanitas uit de beeldende kunst voorbij. Verwerkt in een rijk stilleven komt onopgemerkt de leegheid aan het oppervlak, staat de dood aan de deur. Zover wil ik met het werk van Annet Zaagsma niet gaan, maar de representatie van onbedachte ongeordende ruimten in mijn brein geeft zij beeld in haar poëzie. Die zinnebeelden moet ik eerst doorzien om de strekking ervan te begrijpen. En wendingen in betekenis en inhoud naar een voorbereid plot kunnen mij op een verkeerd been zetten, dat kan. Ook spring ik weleens figuurlijk opzij voor een addertje onder het gras.

    Puzzelen op het gedicht

    Het zijn wel als voorschriften of handleidingen geschreven overdenkingen, die gedichten in “Opgelet”. Het programma van het concert des levens. Zaagsma heeft de partituur en slaat als dirigent de maat, zolang ik me maar aan haar notenschrift houd. En dan in galop verder, een sierlijke draf op de koop toe. Je leest weer en nog eens, en meer serieus, aandachtig. Zoals het stijlfiguur van een cryptogram eerst moet indalen voordat de betekenis van de omschrijving ontrafeld kan worden. Zo puzzel ik op het gedicht van Annet Zaagsma, totdat me alles opeens duidelijk wordt. Het is er ineens, als in een flits, de inspiratie om te doorzien.

    Annet Zaagsma, Opwenteling

    correct halthouden is niet hetzelfde als vierkant staan / eerst moet aan alle voorwaarden worden voldaan / daarna kan men correct halthouden / nageeflijk, zonder holle rug / / zowel de voor- als achterbenen naast elkaar zetten / niet te ver, dus onder massa / zodat ze het lichaam kunnen dragen / / sommigen blijven drijven terwijl ze inhouden / terwijl het zinloos is / twee hulpen tegelijk te geven

    Opgelet. Het materiaal moet ademen. Annet Zaagsma. Gedichtenbundel. Uitgeverij Opwenteling, 2022.

    Annet Zaagsma, Opwenteling