Tag: Antoon Melissen

  • Jan Henderikse: voorbij het etiket ZERO

    Impressionisme. Cobra. ZERO. De kunstgeschiedenis is dol op etiketten. Ze scheppen overzicht, al is overzicht niet altijd hetzelfde als inzicht. Tijdens het bladeren door SUPER! rijst bij mij de vraag: waarom verrast Jan Henderikse mij, terwijl ik ZERO al dacht te kennen? Uit de getoonde werken blijkt dat ZERO voor Henderikse een vertrekpunt was, geen bestemming. Hij is weliswaar een van de gezichten van deze kunststroming, maar zijn werk ontwikkelt zich voortdurend. Zijn fascinatie is veel breder dan de esthetiek waarmee Nul meestal wordt geassocieerd. Hij verzamelt objecten en werkt met aan de kunst wezensvreemde voorwerpen. Zijn verzamelen is geen hobbymatige drang, maar een manier om de werkelijkheid te begrijpen.

    Geen bestemming, maar een vertrekpunt

    Henderikse verzamelt geen mooie dingen; hij verzamelt wat de wereld voortbrengt. Daardoor wordt zijn werk antropologisch. Hij kijkt naar wat mensen maken, gebruiken, weggooien en bewaren. Hij kiest uit een eindeloze stroom van spullen en dingen die wij gebruiken, liefhebben en even gemakkelijk weer afdanken. “Mij interesseert alles wat de mens beweegt“, zegt hij. De werkelijkheid vindt haar weg naar de kunst.

    Jan Henderikse ontdekt in en door zijn werk de wereld. Niet romantisch, verhalend of anekdotisch, maar vanuit de overtuiging dat de werkelijkheid zélf kunst kan zijn. Het is geen commentaar op de wereld, maar een vorm van aandacht: een manier van kijken die het toevallige en onopgemerkte een plaats geeft in de kunst. Dat gaat verder dan de uitgangspunten van ZERO. Want Jan Henderikse past in ZERO, maar ZERO past niet helemaal in Jan Henderikse. Er is geen vakje waarin Henderikse werkelijk past.

    De werkelijkheid anders zien

    Het is bij Henderikse een kwestie van kijken. Kunst leert anders kijken. Niet naar het landschap, het interieur, het portret of het stilleven, maar naar de dingen waarmee wij leven. De dagelijkse voorwerpen verdienen volgens Henderikse meer aandacht dan wij ze gewoonlijk geven. Door ze te verzamelen en te ordenen houdt hij ons een spiegel voor. In die reflectie zien we onszelf. Is dat kunst? Jazeker. Niet omdat een bierdop of een kurk mooi is, maar omdat de kunstenaar ons dwingt aandachtiger te kijken. Schoonheid blijkt niet uitsluitend te schuilen in het uitzonderlijke, maar evenzeer in het alledaagse.

    Jan Henderikse zoekt de emotie niet in een persoonlijk handschrift, maar in de werkelijkheid zelf. Hij zegt als het ware: kijk niet naar mijn gevoelens, maar naar de wereld. Die is al wonderlijk genoeg. Niet de grote emotie staat centraal, maar de spijker, de bierdop, de herhaling en het toeval. Zijn werk is geen protest om het protest, maar een uitnodiging om de werkelijkheid opnieuw te bekijken.

    De werkelijkheid als materiaal

    De recente aandacht voor de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers laat zien dat kunstenaars nog altijd de werkelijkheid als materiaal gebruiken. Toch is Henderikse geen Schippers. Waar Schippers de werkelijkheid ontregelt, laat Henderikse haar spreken. Antoon Melissen vat de kracht van Henderikses werk treffend samen: “Terugblikkend op een oeuvre dat ruim zes decennia beslaat, doet de veelzijdigheid maar weinig af aan dat wat het verbindt. Henderikse is schatgraver in eigen achtertuin en verplaatst de dagelijkse werkelijkheid met flair naar het domein van de kunst. (…) Het residu van ons dagelijks leven – spullen en dingen, troep en trash – confronteert ons ook met onze verlangens, onze onverzadigbare consumptiedrang en de vluchtigheid van het bestaan.” Meer dan een beschrijving van een oeuvre is dit een beschrijving van een manier van kijken. Henderikse toont niet alleen de werkelijkheid, hij leert ons haar opnieuw te zien. Niet door haar te veranderen, maar door haar te isoleren, te ordenen en een andere context te geven.

    Henderikse verwoordt zijn werkwijze zelf misschien nog wel het duidelijkst: “Niet alleen in mijn assemblages, ook in de literatuur neem ik de eenvoudige dingen van het leven over en verhef ze tot kunst. Zoals mijn kurkenreliëfs – zo neem ik ook het Nederlands volkslied over en noem het mijn gedicht. Het zal dan onder mijn naam verdergaan.” De kunstenaar eigent zich de werkelijkheid niet toe; hij laat zien dat zij al betekenis in zich draagt. Ook Jan Schoonhoven zag dat scherp. Henderikse, schreef hij, “aanvaardt de werkelijkheid zoals deze zich aan hem voordoet. Hij voegt er geen commentaar aan toe, hij moraliseert niet en drijft nergens de spot mee. Het gekozen voorwerp blijft zichzelf en krijgt juist daardoor een nieuwe betekenis.” De voorwerpen blijven wat ze zijn; wij leren ze anders te zien.

    Jan Henderikse, Antoon Melissen, Van Spijk Art Books

    Dat maakt Henderikses werk nog altijd actueel. In een samenleving waarin spullen steeds sneller worden gekocht, gebruikt en afgedankt, nodigt hij uit opnieuw naar diezelfde voorwerpen te kijken. Niet als afval of gebruiksartikel, maar als dragers van menselijke aanwezigheid. Zijn kunst veroordeelt de consumptiemaatschappij niet; zij houdt haar een spiegel voor. De kunstgeschiedenis plaatst kunstenaars graag onder een noemer. Impressionisme. Cobra. ZERO. Zulke etiketten bieden overzicht, maar geen volledig inzicht. SUPER! laat zien dat Jan Henderikse weliswaar uit ZERO voortkomt, maar zich er nooit door laat begrenzen. Het etiket verklaart een deel van zijn kunstenaarschap, niet de kunstenaar zelf.

    Jan Henderikse SUPER! Antoon Melissen. Van Spijk Art Books, 2026.

    Jan Henderikse, Antoon Melissen, Van Spijk Art Books
  • Geen enkele dag is hetzelfde in het werk van Riki Mijling

    Het klinkt paradoxaal. Every day is the same. Terwijl Riki Mijling in en door haar werk juist benadrukt dat geen dag hetzelfde is. In het boek over haar werk van de laatste jaren, 2019 tot 2025, zal ik ongetwijfeld de duiding vinden. Curator/schrijver Antoon Melissen en journalist/filosoof Jonathan Janssen buigen zich over de non-figuratie waarin abstracte monochromie de boventoon voert. In het najaar van 2016 trof ik het werk van Mijling aan in Jubbega. Kunstlokaal No. 8 koppelde daar haar vloerobjecten aan het wandwerk van Aimée Terburg onder de titel “Formeel en ferm”.

    Terugkijkend kan ik mezelf citeren: “Vooral de meetkundige objecten van Mijling hebben ruimte nodig om rust te ervaren. In zichzelf gekeerd nemen ze hun plek in. Grote volumes grijpen langs elkaar en gaan de strijd met de ruimte daardoor niet aan. Maar de delen in deze interactieve kunst kunnen van elkaar worden genomen. Ze gaan dan schuiven of laten zich stapelen om de ruimte in positieve zin geweld aan te doen. Zo kan het beeld in iedere gewenste verhouding worden herschapen. Het bruine cortenstaal dwingt om betast te worden, aangeraakt, gestreeld. (…) Maat wordt genomen en afmeting bepaald in open vierkanten die weerkaatsen in een massief blok staal. Het lijken celdelingen, waarbij de ene kubus ontstaat uit en door de andere. Een experiment verder wordt de ruimte tot vlak om met delen te schuiven en openingen te laten kieren, als een spatie tussen woorden. Een ruimte om op adem te komen.”

    Mathematisch uitgangspunt

    De stalen, metalen en cortenstalen objecten van Riki Mijling lijken eender van vorm te zijn, maar hebben ieder een eigen uitstraling. Geen enkel is hetzelfde, geen twee zijn er gelijk. Niets is wat het lijkt. Daarom die schijnbare tegenstelling in titel en object. Hoewel deze vormen machinaal ogen, dragen ze sporen van handmatige makelij. De verschijning is eender, langs de meetlat gelegd en waterpas gemaakt, maar de gevlamde structuur van de egale huid geeft ieder voorwerp een eigen signatuur. Mijling stoeit met het vierkant en de rechthoek. Op het eerste gezicht geeft dit mathematisch uitgangspunt de vormen een gelijkmatige aard. Maar bij nader inzien geeft de bewerking van het pantser, dat de inhoud bij wijze van spreken veilig stelt, het ding een persoonlijk karakter.

    Wanneer dan de multiples zich tot elkaar gaan verhouden, de volumes zich stapelen tot een nieuw object, tezamen tot een andere vorm, en de wandobjecten in een tegengesteld tableau worden gehangen, dan is geen dag hetzelfde. Iedere dag kan er een andere samenhang worden gemaakt. De opstelling kan worden gewijzigd. Dat is mogelijk in de ruimte waarbinnen het driedimensionale zich afspeelt. Waar een spel met verhoudingen gespeeld kan worden. Dat kan de kunstenaar doen, maar ook de eigenaar van het samengestelde object en zelfs de toeschouwer kan zich erin mengen. Maar is het een vlak werk en beweegt het zich in de tweede dimensie, dan ligt het figuur vast.

    Een metafoor voor de dag

    De objecten zijn weloverwogen samengesteld. De delen verhouden zich correct tot elkaar. Door de samenstelling te wijzigen ontstaan nieuwe verhoudingen. Dat ordenen en schikken doet de kunstenaar eenmalig, daarna kan de kijker of de eigenaar naar believen schuiven en herschikken. Zo is het object een metafoor voor de dag. Hoewel iedere dag met de handelingen en bezigheden daarin routineus op de vorige en de volgende lijkt, is er toch altijd een verschil te ontdekken. Die diversiteit zit niet in de eerste blik; door oppervlakkig te kijken lijkt iedere vorm op de andere – every day is the same. Maar door beter te kijken, strenger op te letten, ontdek ik minieme verschillen in uitvoering. Het raamwerk van de dag, van het jaar, van de tijd, kent weinig verschillen, nauwelijks diversiteit. Maar in detail is variatie te ontdekken. Dat is de kern van het werk van Riki Mijling. Op het oog geen verschil, de vorm herhaalt zich. Op details verandert iedere eenheid in herhaling.

    Mijling heeft haar eigen blokkendoos geconstrueerd. Met de bouwstenen is naar wens te stoeien. Met de geometrische abstractie kunnen figuren worden gecomponeerd. De objecten schijnen statisch, echter door te reorganiseren komt er beweging. Niet op het moment, maar in de tijd. Gezien de veranderlijke aard van haar modulaire werken — de vrijheid om deze te herschikken en te wijzigen — voltooi ik bij wijze van spreken de laatste fase van haar schepping. Ben ik tot medewerker geworden in plaats van dat ik een onafhankelijke waarnemer ben, vindt Antoon Melissen. “Haar werk is verlost van versiering en verhaal. De vorm is eerder ingetogen en fijngevoelig dan indrukwekkend”, schrijft hij. Het wil minimaal aanwezig zijn met een warme uitstraling. Het verwerkte staal is koel en schijnt emotieloos, maar door de patina wordt het warm en lijkt het kwetsbaar. Geometrische abstractie, ofwel minimal art, neemt afstand van het persoonlijke, sluit emotie en lichamelijkheid uit. Juist dat individuele element is voor Mijling een belangrijke bron; daar bij die bron begint haar werk. Haar werken getuigen van een diepe innerlijke betrokkenheid bij vorm, ruimte en materie. Ze zoekt de leegte om deze te bewerken, de ruimte om deze te vullen. Het maakproces zelf daarbij is essentieel, niet het resultaat ervan. De werken hebben geen origineel, geen voorgeschreven uitkomst, geen onveranderlijk eindproduct. De objecten kunnen voortdurend wijzigen en binnen de compositie andere relaties tot elkaar leggen.

    Hoewel ons leven een stabiel stramien schijnt te volgen, dag in dag uit, herinneren Mijlings veranderlijke werken ons eraan dat herhaling een illusie is. Wat er gebeurt, herhaalt zich nooit helemaal op dezelfde manier, lees ik in de uitgave. Mijlings werk ademt de ruimte tussen erkenning en verwachting. “Het werk vereist concentratie, een andere manier van kijken: niet naar wat er is, maar naar wat is veranderd. (…) Wie de tijd neemt, zal zien dat wat eerst verscheen als uniform, zich als veelvoudig openbaart. De verschillen en nuances ontstaan door de geraffineerde verschillen binnen die herhaling.

    Herhaling is de basis van ons leven

    Jonathan Janssen is van mening dat wij mensen herhaling associëren met routine, monotonie en verveling. Dat zal zo zijn wanneer je in een patroon zit dat je niet leuk vindt. “Maar herhaling kan ook spannend zijn en innovatief.” Janssen haalt hierbij als voorbeeld de Griekse mythe over het figuur Sisyphus aan. Het leven lijkt soms zinloos of herhalend, maar de mens kan toch betekenis vinden door het werk te accepteren en door te gaan. “Herhaling is de basis van onze levens. Iedere dag doen we dezelfde dingen, lijkt het wel, dag na dag. Maar geen twee dagen zijn hetzelfde. Herhaling veronderstelt verandering. Want wanneer niets verandert, kan niets zich herhalen — alles blijft bij hetzelfde. Tegelijk scherpt herhaling onze zintuigen aan voor wat er verandert.” Met deze wetenschap, deze denkwijze, kijk ik op een andere manier naar de werken van Riki Mijling en zie dat niets hetzelfde is. Dat haar modellen dynamische tekeningen zijn, schetsen die een metafoor zijn voor en van het leven.

    Riki Mijling. Every Day is the Same. Teksten Antoon Melissen en Jonathan Janssen. Uitgave Van Spijk Art Books, 2025.

  • Kleurenwaaier Ine Vermee telt enkel witten

    Vraag ik in de verfwinkel naar de kleur wit, dan blijken daar een legio nuances in te bestaan. Een zuiver wit zou niet bestaan, hoewel het wereldwijd toepasbare kleurcoderingssysteem RAL het nummer 9010 als zodanig aanduidt. De uniforme kleuridentificatie garandeert universeel dezelfde kleur bij verf. Maar er is dan nog 9001, 9003 en 9016: crèmewit, signaalwit en verkeerswit. Er bestaat geen ‘mooier’ wit, want smaak is persoonlijk. Het zuiver wit is helderder en frisser, ideaal voor een moderne uitstraling, terwijl crèmewit warmer en klassieker aandoet door de gelige/beige ondertoon.

    witten, kleurenwaaier, Sikkens

    Voor de wanden van Museum Belvédère gebruikten wij, in mijn tijd als collectiebeheerder en daarvoor, 9010 als standaard. Op dat wit komt de kunst uitstekend uit, dachten we. Nu wordt vaak gekozen voor 9001, omdat deze vriendelijker oogt, en zelfs wordt gebruikgemaakt van diverse kleuren. Wit is een kleur van licht: de kunst licht op, de kleuren worden intenser en details beter zichtbaar. Een kleur uit het spectrum kan het gevoel en de nadruk van het kunstwerk veranderen.

    Is het schilderij wit, effen en zonder figuratie, dan stelt het letterlijk niets voor. Maar net zoals wit alle kleuren samenvoegt (in verf al het licht reflecteert), combineert het niets van het schilderij alle figuraties. Het drukt emoties en nuances uit, het geeft een positief dan wel negatief gevoel. Wit is, net als de egale kleuren rood, blauw en geel, door de nul-groep omarmd. Ook zwart en goud zijn voor het herbegin in de kunst geliefde tinten.

    Ine Vermee, witten, monchromie

    In ZERO is wit niet zomaar een kleur

    Monochroom gebruikt, met accenten in structuur en verfbehandeling, wensten de ZERO-kunstenaars een ‘nieuw begin’ in de kunst te creëren: bij nul beginnen als reactie op de chaos en vernietiging van de Tweede Wereldoorlog. Het wilde zich losmaken van emotionele, figuratieve kunst uit het verleden. Zich focussen op licht, ruimte, beweging, materie en herhaling. Kunst laten ervaren in plaats van vertellen. Kunst resetten en zuiveren van oude conventies, met nadruk op essentie en perceptie.

    In ZERO is wit niet zomaar een kleur; het is een middel om kunst te zuiveren, licht en ruimte voelbaar te maken en de kijker een directe ervaring te laten hebben zonder afleiding van vorm of verhaal. Ine Vermee volgt dat pad, treedt in de voetsporen van Otto Piene, Leo Erb en Piero Manzoni, maar raakt vooral geïnspireerd door Jan Schoonhoven. Wit is niet leeg, maar actief: het reflecteert licht, benadrukt ruimte en maakt het werk perceptueel dynamisch.

    Vermee laat naast het licht de tijd het werk doen. Wit verandert namelijk van intensiteit, verschiet van kleur, door een andere lichtval en het verloop van de tijd. In het werk Tijd als kleur uit 2024 registreert de kunstenaar het veranderende licht op de hele uren van middernacht tot middernacht – het resulteert in een 25-delig kunstwerk. “Het toont ons hoe wit zich gedurende een etmaal onttrekt aan zijn neutraliteit – of hoe die neutraliteit slechts een illusie is”, schrijft Antoon Melissen in de tekst van de uitgave Light Space Time. Het boek belicht Vermees onderzoek naar de beeldende potentie van licht en wit. De publicatie maakt haar oeuvre van de afgelopen twintig jaar toegankelijk en plaatst het in een bredere kunsthistorische traditie.

    Ine Vermee, witten, monchromie

    Wit is niet enkel RAL 9010

    Op diverse manieren kan wit worden ervaren. In witten speelt Ine Vermee met ruimte en tijd, licht en emotie. Op diverse materialen experimenteert ze met deze ‘non-kleur’, terwijl de observatie van wit in al haar vormen startte met zwart. Enkele van deze werken in die tint toont het boek, enigszins krampachtig nog, op zoek naar een juiste vorm. De ontspanning is echter af te lezen in de witte monochrome werken. Daarin zit het plezier om de wereld te laten zien dat het nulpunt als begin een legio aan ijkpunten heeft.

    Wit is niet enkel RAL 9010. Al zou het dat wel zijn, dan verkleurt het in de tijd, op diverse dragers en door verschillende materialen. Door panelen langs elkaar te laten schuiven, werpen schaduwen een ander licht. Steeds is het vlak glad en kan de omgeving zich erin spiegelen. Ook mengen beige en grijs zich. Wat flauw denkend aan vijftig tinten grijs, hoewel het hier meer dan dertig tinten wit betreft.

    En dan treedt structuur binnen het vlak, als rimpels in door wind opgewaaid zand. Het geeft een vernieuwde kijk op het thema. Het wit verhoudt zich anders tot zichzelf. Het is een volgend experiment dat door Vermee ongebruikte handelingen inluidt. Een zijweg om in te slaan, zoals de Franse ZERO-kunstenaar Bernard Aubertin structuur bracht in zijn monochrome werken voordat hij aan de slag ging met spijkers, lucifers en vuur. Zal het voor Ine Vermee ook een voorbode zijn van een andere bewerking van de materie? Slechts één werk is daarvan in het boek opgenomen, daterend uit 2025, dus voor dit moment is dat onzeker. Het brengt enig rumoer in de stilte. Een afleiding in de waarneming.

    Ine Vermee, witten, monchromie

    Dit is de kunst ten voeten uit

    Zelf zegt Vermee daarover: “Je probeert iets te maken dat ertoe doet. En heel af en toe heb je iets te pakken waar je echt enthousiast van wordt.” Het is een minimale non-figuratie met een maximale beleving.

    “Haar wit is een fluïde veld waarin tijd zich aftekent, ruimte ademt en de toeschouwer zich bewust wordt van zijn eigen aanwezigheid”, besluit Antoon Melissen zijn relaas. “Inderdaad: er is geen noodzaak iets te zeggen, het is voldoende te bestaan.” Staand voor het werk van Ine Vermee valt een beschouwende blik stil, omdat de composities zwijgzaam zijn. Ze manen tot inkeer, contemplatie. Het schijnbare niets reflecteert het totale iets.

    Dit is de kunst ten voeten uit: het doet een beroep op de emotie, het daagt de kijker uit zelf een persoonlijke invulling te geven aan wat hij of zij ziet. Dit is kunst zoals het zou moeten zijn: geen recreatief gebeuren, maar een interactieve bezigheid. Geen decoratie, maar een essentieel beeld. Het vergt noodzakelijke concentratie; je loopt er niet zomaar aan voorbij om het af te doen als “onmogelijk dat dit kunst is”. Juist door de spaarzame inzet van beeldende middelen ontstaat een rijke schakering aan nuances en tonaliteiten – een spanningsveld dat bijzonder aanspreekt.

    Light Space Time. Ine Vermee. Tekst Antoon Melissen. Uitgave Van Spijk Art Books, 2025.

    Ine Vermee, witten, monchromie