Een leeg vel papier. Maagdelijk wit. Het ligt op de tekentafel. Of hangt, geklemd, aan de ezel. Het nodigt uit om bevlekt te worden. Schreeuwt bijna van genot bij een eerste aanraking. Een handgebaar. Een eerste lijn. Een geveegd vlak. De inspiratie overvalt de tekenaar. Intuïtief volgt de hand de geest. Een gedachte krijgt vorm. Niet zomaar wordt de kunstenaar schepper genoemd. Van niets iets maken. Want de Schepper zal eenzelfde gevoel hebben gehad. Een lege ruimte, zwart als de nacht, waarin Hij een bolvorm hangt om er Zijn inspiratie op los te laten. De aarde was woest en ledig, maar Hij maakte er een vredig en beschaafd paradijs van. En Hij zag dat het goed was. Was, want we weten wat ervan is geworden.
Diezelfde euforie kent de kunstenaar wanneer de eerste stip, de volgende lijn en het nieuwe vlak op papier zijn gezet. Wanneer de afbeelding is geplaatst, de figuratie betekenis heeft gekregen. Dan ziet hij of zij dat het goed is. Is, want de handeling geeft aan wat het moet worden. Niet altijd is de tekenaar tevreden met het resultaat. In een tekening kan immers amper worden geretoucheerd zonder dat het zichtbaar is. De uiting moet meteen staan, dient onmiddellijk de indruk te omvatten; anders wacht de prullenbak.


Wat het tekenen in de kunstgeschiedenis aan betekenis heeft gewonnen, is algemeen bekend. Het is van schets en ontwerp voor een schilderij uitgegroeid tot een kunstwerk op zichzelf. De tekening is niet langer het ondergeschoven kind van de kunst. Het tekenen is volwassen geworden en kent evenzovele uitwassen als het schilderen.
Gelaagde betekenis
Gezien de vergelijking tussen het scheppen van kunst en de schepping van de aarde, is de tentoonstelling Ruach op haar plaats in de Akerk in Groningen. Het is als het ware een thuiswedstrijd. De over het algemeen menshoge tekeningen, gehangen langs de wanden, passen in deze sfeer van geloof en hoop, kerkleer en eredienst. Ruach is adem, wind en geest. Het is ongeduld, woede en hartstocht. Allemaal woorden die passen bij de handeling van het tekenen.
“De thematiek van Ruach sluit aan bij de gelaagde betekenis van de Akerk; historisch, spiritueel en alledaags. Allemaal even menselijk. De kunstwerken nodigen uit tot aandachtig kijken, voelen en misschien zelfs eenvoudigweg: even ademhalen”, lees ik op de website van de Akerk. En dat is het: de composities verdienen aandacht. In de devote ruimte van wat eens een godshuis was, kan de bezoeker zich concentreren op het eigen ademhalen om de oerkracht van de werken te ervaren. Want tekenen is de oervorm van kunst. Die energie is te voelen in de werken die op dit moment in de Akerk in Groningen hangen.


Galerie Getekend in Heerenveen is op dit moment een satelliet van de tentoonstelling in Groningen. Toont het drietal kunstenaars daar grote werken, omdat de ruimte dit meer dan toelaat, in Heerenveen is werk op klein formaat te beschouwen, aangezien de galerie zich beperkt tot een aantal vierkante meters. De sfeer is echter van gelijke maat. De tekenaars zijn namelijk zowel op groot als op klein formaat in staat te overtuigen. De kracht van tekenen als ritueel is voor hen vanzelfsprekend. De bezoeker kan zich op beide locaties oefenen in aandacht.
Ruimte boven de werkelijkheid
Tekenen is misschien wel de intiemste kunstvorm. In een tekening komt de beschouwer het dichtst bij de hand en het gebaar van de kunstenaar. “Het is een vorm van expressie die al eeuwenlang een centrale rol speelt in de menselijke communicatie en creativiteit”, citeer ik AI. Niet altijd ben ik het met het kunstmatige intellect eens, maar bij deze stelling kan ik mij zonder meer aansluiten. De tekenaars Arno Kramer, Caren van Herwaarden en Marisa Rappard staan op de schouders van hun voorgangers. In hun eigen stijl laten zij deze kunstvorm doorgroeien.


Het hoeft niet altijd een punt van herkenning te hebben. Het kan een herkenbare figuratie zijn die schuurt aan identificatie. Het is niet altijd waar wat je ziet. De werkelijkheid steekt soms anders in elkaar dan verwacht. In hun tekeningen probeert het drietal een wereld zichtbaar te maken die gelaagd is, die zich beweegt in een ruimte boven de werkelijkheid. Met de tekening probeert men de waarheid te begrijpen en te beïnvloeden. Om deze te begrijpen is concentratie nodig, toewijding aan wat zichtbaar is. Het wekt weerstand op, omdat elementen die niet passen passend zijn gemaakt. Er is verwondering over abstract werk dat vragen stelt aan de huidige tijd. En de mens in die tijd smeekt om erbarmen.
De geest vormgeven
De drie tekenaars hebben eenzelfde fundament waarop zij hun kunstwerken bouwen. Het is een oefening in openstaan, luisteren – proberen af te stemmen op wat nog niet zichtbaar is. Van niets iets maken. De geest vormgeven. Tot uitdrukking brengen wat geen uiterlijkheid heeft. Door de vorm geweld aan te doen wil de tekenaar de aandacht vasthouden. De beschouwing verdiepen, het vluchtige bevriezen. Op die vaste grond ontstaat een variabele stijl. Iedere kunstenaar neemt zichzelf mee in het kunstwerk. Elke benadering biedt een ander perspectief op de methode om de wereld en de werkelijkheid te duiden.

Meent de een dat verlies een eigen draagbaar beeld verdient, de ander gaat uit van de betekenis van een ervaring, de derde duidt de techniek van de wolkenlucht. Ze hebben gemeen dat de tekenkunst schuurt aan religie, aan een christelijk jargon: de piëta en stabat mater, God zwevend op een wolk, het onderzoek van de leegte. De Akerk is een thuiskomen, Galerie Getekend een veilig nest. “Door te tekenen scherpen we onze waarneming en onze geest”, liet Arno Kramer in de uitgave behorende bij de tentoonstelling in Groningen afdrukken, “en roepen we dingen bij onszelf op die we op geen enkele andere manier dan via de ontstane kunst kunnen oproepen.”
Ruach. Drawings of breath and spirit. Arno Kramer, Caren van Herwaarden, Marisa Rappard. Publicatie bij tentoonstelling RUACH in Akerk Groningen van 17 januari tot en met 31 mei 2026. En “Van tijd naar tijd” in Galerie Getekend, Stationsstraat 6, Heerenveen. Van 13 maart tot en met 10 mei 2026. Uitgave Groninger Kerken, 2026.



























