Tag: Arno Kramer

  • Tekeningen van adem en geest in Groningen en Heerenveen

    Een leeg vel papier. Maagdelijk wit. Het ligt op de tekentafel. Of hangt, geklemd, aan de ezel. Het nodigt uit om bevlekt te worden. Schreeuwt bijna van genot bij een eerste aanraking. Een handgebaar. Een eerste lijn. Een geveegd vlak. De inspiratie overvalt de tekenaar. Intuïtief volgt de hand de geest. Een gedachte krijgt vorm. Niet zomaar wordt de kunstenaar schepper genoemd. Van niets iets maken. Want de Schepper zal eenzelfde gevoel hebben gehad. Een lege ruimte, zwart als de nacht, waarin Hij een bolvorm hangt om er Zijn inspiratie op los te laten. De aarde was woest en ledig, maar Hij maakte er een vredig en beschaafd paradijs van. En Hij zag dat het goed was. Was, want we weten wat ervan is geworden.

    Diezelfde euforie kent de kunstenaar wanneer de eerste stip, de volgende lijn en het nieuwe vlak op papier zijn gezet. Wanneer de afbeelding is geplaatst, de figuratie betekenis heeft gekregen. Dan ziet hij of zij dat het goed is. Is, want de handeling geeft aan wat het moet worden. Niet altijd is de tekenaar tevreden met het resultaat. In een tekening kan immers amper worden geretoucheerd zonder dat het zichtbaar is. De uiting moet meteen staan, dient onmiddellijk de indruk te omvatten; anders wacht de prullenbak.

    Wat het tekenen in de kunstgeschiedenis aan betekenis heeft gewonnen, is algemeen bekend. Het is van schets en ontwerp voor een schilderij uitgegroeid tot een kunstwerk op zichzelf. De tekening is niet langer het ondergeschoven kind van de kunst. Het tekenen is volwassen geworden en kent evenzovele uitwassen als het schilderen.

    Gelaagde betekenis

    Gezien de vergelijking tussen het scheppen van kunst en de schepping van de aarde, is de tentoonstelling Ruach op haar plaats in de Akerk in Groningen. Het is als het ware een thuiswedstrijd. De over het algemeen menshoge tekeningen, gehangen langs de wanden, passen in deze sfeer van geloof en hoop, kerkleer en eredienst. Ruach is adem, wind en geest. Het is ongeduld, woede en hartstocht. Allemaal woorden die passen bij de handeling van het tekenen.

    De thematiek van Ruach sluit aan bij de gelaagde betekenis van de Akerk; historisch, spiritueel en alledaags. Allemaal even menselijk. De kunstwerken nodigen uit tot aandachtig kijken, voelen en misschien zelfs eenvoudigweg: even ademhalen”, lees ik op de website van de Akerk. En dat is het: de composities verdienen aandacht. In de devote ruimte van wat eens een godshuis was, kan de bezoeker zich concentreren op het eigen ademhalen om de oerkracht van de werken te ervaren. Want tekenen is de oervorm van kunst. Die energie is te voelen in de werken die op dit moment in de Akerk in Groningen hangen.

    Galerie Getekend in Heerenveen is op dit moment een satelliet van de tentoonstelling in Groningen. Toont het drietal kunstenaars daar grote werken, omdat de ruimte dit meer dan toelaat, in Heerenveen is werk op klein formaat te beschouwen, aangezien de galerie zich beperkt tot een aantal vierkante meters. De sfeer is echter van gelijke maat. De tekenaars zijn namelijk zowel op groot als op klein formaat in staat te overtuigen. De kracht van tekenen als ritueel is voor hen vanzelfsprekend. De bezoeker kan zich op beide locaties oefenen in aandacht.

    Ruimte boven de werkelijkheid

    Tekenen is misschien wel de intiemste kunstvorm. In een tekening komt de beschouwer het dichtst bij de hand en het gebaar van de kunstenaar. “Het is een vorm van expressie die al eeuwenlang een centrale rol speelt in de menselijke communicatie en creativiteit”, citeer ik AI. Niet altijd ben ik het met het kunstmatige intellect eens, maar bij deze stelling kan ik mij zonder meer aansluiten. De tekenaars Arno Kramer, Caren van Herwaarden en Marisa Rappard staan op de schouders van hun voorgangers. In hun eigen stijl laten zij deze kunstvorm doorgroeien.

    Het hoeft niet altijd een punt van herkenning te hebben. Het kan een herkenbare figuratie zijn die schuurt aan identificatie. Het is niet altijd waar wat je ziet. De werkelijkheid steekt soms anders in elkaar dan verwacht. In hun tekeningen probeert het drietal een wereld zichtbaar te maken die gelaagd is, die zich beweegt in een ruimte boven de werkelijkheid. Met de tekening probeert men de waarheid te begrijpen en te beïnvloeden. Om deze te begrijpen is concentratie nodig, toewijding aan wat zichtbaar is. Het wekt weerstand op, omdat elementen die niet passen passend zijn gemaakt. Er is verwondering over abstract werk dat vragen stelt aan de huidige tijd. En de mens in die tijd smeekt om erbarmen.

    De geest vormgeven

    De drie tekenaars hebben eenzelfde fundament waarop zij hun kunstwerken bouwen. Het is een oefening in openstaan, luisteren – proberen af te stemmen op wat nog niet zichtbaar is. Van niets iets maken. De geest vormgeven. Tot uitdrukking brengen wat geen uiterlijkheid heeft. Door de vorm geweld aan te doen wil de tekenaar de aandacht vasthouden. De beschouwing verdiepen, het vluchtige bevriezen. Op die vaste grond ontstaat een variabele stijl. Iedere kunstenaar neemt zichzelf mee in het kunstwerk. Elke benadering biedt een ander perspectief op de methode om de wereld en de werkelijkheid te duiden.

    Meent de een dat verlies een eigen draagbaar beeld verdient, de ander gaat uit van de betekenis van een ervaring, de derde duidt de techniek van de wolkenlucht. Ze hebben gemeen dat de tekenkunst schuurt aan religie, aan een christelijk jargon: de piëta en stabat mater, God zwevend op een wolk, het onderzoek van de leegte. De Akerk is een thuiskomen, Galerie Getekend een veilig nest. “Door te tekenen scherpen we onze waarneming en onze geest”, liet Arno Kramer in de uitgave behorende bij de tentoonstelling in Groningen afdrukken, “en roepen we dingen bij onszelf op die we op geen enkele andere manier dan via de ontstane kunst kunnen oproepen.”

    Ruach. Drawings of breath and spirit. Arno Kramer, Caren van Herwaarden, Marisa Rappard. Publicatie bij tentoonstelling RUACH in Akerk Groningen van 17 januari tot en met 31 mei 2026. En “Van tijd naar tijd” in Galerie Getekend, Stationsstraat 6, Heerenveen. Van 13 maart tot en met 10 mei 2026. Uitgave Groninger Kerken, 2026.

  • Beeldmerk van zijn, geheel en al Ton Slits

    Zie ik een werk van Ton Slits, is het alsof ik in de spiegel kijk. Zie ik mezelf, althans mijn reactie in mijn brein op waar ik naar kijk. Vooral veel schilderijen in zijn oeuvre lijken zelfportretten in de zin van dat ik daarop ben afgebeeld. Niet in het bijzonder mijn individuele persoon, eerder de letterlijke kijker die figuurlijk zichzelf ziet. Geen traditioneel portret als het beeld van een gezicht met ogen, neus en mond, een uitdrukking. Maar wel een fysieke wezenlijkheid; de abstractie van lijnen en cirkels geven werkelijk een realiteit aan. De werkelijkheid die achter dat tastbare portret schuilt. Of eigenlijk in dat portret huist, en profil of en face. Het beeldt de emotie uit en af die mijn geest ondergaat wanneer ik een kunstwerk beschouw. Ofwel in klare taal zijn het de signalen die de hersenzenuwen afgeven om mijn ogen te focussen, mijn mond van verbazing te openen, mijn voeten te verzetten om hetgeen ik zie van dichtbij te benaderen. Het zijn hersensignalen die Slits in verf heeft gedigitaliseerd. Ik zie mijn gedachte geschilderd op doek. Oorzaak en gevolg, het kunstwerk en mijn reactie.

    Blader ik het boek “Geheel en al – Voll und ganz” door zie ik meer dan alleen cirkels verbonden door lijnen. Mijn neuronen zijn volop in beweging wanneer ik de illustraties bij de teksten bekijk. Gedachtenpatronen krijgen beeld, mijn hersenkronkels hebben figuur. Op meerdere manieren probeert Slits een vinger achter het bestaan te krijgen. Zelfs door het zijn te breken, het te doorboren om het te bevatten. De kaft en meerdere bladen in het boek zijn geperforeerd met gaten in verschillende maten. Het geeft een wondere kijk op de dingen die in het boek aan de orde komen om het werk en de ideeën van Slits te duiden. Anderen doen dat voor hem, hij licht zichzelf toe. In de veertig jaren die de uitgave als oeuvre op rij zet heeft de kunstenaar naar eigen zeggen telkens weer de nietigheid van ons bestaan tegenover de onmetelijke grootsheid van het heelal verbeeld. “Verkennend, beweeg ik in picturale zin nadrukkelijk tussen overzicht en inzicht.”

    Persoonlijke kijk op zijn leven en werk

    Grootmoedig en geïnspireerd is hij steeds benieuwd naar de ‘volgende laag’, een nieuwe ontdekking. Dat verklaart de gaten, het geeft letterlijk en figuurlijk lucht aan zijn bestaan. Door ieder gat ontdekt hij het ontstaan van het bestaan, zijn wezen. De leegte, want het gat is niets, vult Slits op met nieuwe inzichten die het zijn toelichten. Het niets wordt iets en heeft aantrekkingskracht. Het gat verleidt en absorbeert mijn aandacht, zoals het zwarte gat in het heelal alles opslokt wat in de buurt komt. Het geeft een veranderende kijk en anders-soortige beleving van perspectief en ruimte. “Alsof ik boven de wereld zweef en naar beneden kijk of op de rug lig en naar boven kijk naar een onmetelijke ruimte.

    Ton Slits weet vijf auteurs uit Nederland, Duitsland en België te strikken om vanuit verschillende invalshoeken een persoonlijke kijk op zijn leven en werk te geven. Het geeft de lezer, naast het kijken naar de foto’s, een dwarsdoorsnede van de kunstenaar en zijn kunst. Om de schepper achter de scheppingen te kennen, de creator te doorgronden, de creaties te begrijpen. De achtergrond van zijn wezen is van belang om het zijn op de voorgrond te krijgen. De beelden die hij door de jaren heen heeft opgedaan beklijven dubbelzinnig in zijn werk. Voor hem duidelijk, voor de beschouwer een zoektocht. Slits neemt mij mee bij zijn zoekend scherpen van de zintuigen, zijn nieuwsgierigheid naar en het oog hebben voor het nog niet zichtbare – het achterliggende en het onderliggende – probeert hij mij te wijzen. Hij maakt openingen en doorkijken om mij de getransformeerde realiteit te duiden. Stilteplekken noemt Arno Kramer de gaten. “Afwezigheid maakt aanwezigheid.

    Het boek laat de groei zien van zijn kunst. Natuurlijk is hij in het begin op zoek naar de betere voorstelling van zijn eigenheid. Voordat hij de vorm in de vingers heeft probeert en onderzoekt Slits landschappen, luchten, bomen, takken en wortelstelsels. Figuratief en abstract. Ook dan al in dat vroege stadium ontdekt hij in de natuur dat alles met elkaar verbonden is, zichtbaar en onzichtbaar. Overal lopen lijnen en vormen zich relaties. Alom zijn lijnen tussen modellen te trekken om nieuwe patronen en constellaties te laten ontstaan. Configuraties als sterrenbeelden van het bestaan. Bezie de hemel en ken de aarde, bekijk Slits werk en weet het leven.

    De koppen en het brein

    De inspiratie lijkt verwarring te brengen, het leven en de natuur kunnen wanordelijk zijn. In zijn werk bezweert Slits die chaos door regelmatige constructies te bouwen. Regelmatig komen onregelmatige vormen terug. Wat het hoofd van een mens lijkt staat figuurlijk onder druk van prikkels, invloeden van buitenaf. Ook wordt het denkbeeld, de gedachtevorm, wel omgeven door letters en cijfers. Als duiding van een mening, de stelling gespijkerd. “Zoals bekend wordt het interpreteren van een beeld pas mogelijk door de context die het beeld zelf aanlevert”, schrijft Frank-Thorsten Moll. “Een woord in een schilderij wordt om die reden normaal gesproken begrepen als de eenvoudigste sleutel voor het werk.” Wie de taal van het beeld niet meteen begrijpt krijgt woorden aangereikt om de deur tot begrip te openen. Maar ook dan kan het werk nog onbegrijpelijk lijken, onaantastbaar, niet te vatten.

    Naast de koppen en het brein uit Ton Slits zich in meerdere beeldende onderwerpen en uitgewerkte thema’s. Constructief zet hij zijn creaties op de drager, of hangt deze als bij installaties aan het plafond of plakt ze tegen de wand. Het nauwgezet tekenen van grote en kleine geometrische patronen én het spontaan opbrengen van lagen verf wisselen elkaar contrastrijk en speels af, lees ik in de bijdrage van Rick Vercauteren. Vercauteren beschrijft de ontwikkeling in het werk van Ton Slits, duidt zijn voortgang van een traditionele schilderstijl via de beeldmerken van het leven naar een spel met het zijn. Daarbij keren de cirkels en gaten, de relaties en lagen, voortdurend terug als een rode draad door het oeuvre. Het samengaan van de klassieke schilderkunst en details genomen uit een nieuw medium als het videospel geeft Slits de eigenheid waarnaar hij zocht.

    Geheel en al – Voll und ganz” toont flagrant de persoonlijkheid van Ton Slits in de kunst. Het ontwerp van de uitgave is even authentiek als zijn tekenen en schilderen dat zijn, het knippen en plakken van beelden uit het leven dat is. De kunstenaar plakt een vignet op het bestaan, geeft het een kenmerk waardoor het zijn herkenbaar is. Meestal duidelijk sprekend en anderszins nodigt het uit dieper in de materie te duiken. Het eenvoudige kijken wordt op de proef gesteld omdat een eerste vluchtige blik geen uitkomst biedt. Past hij in de nieuwe figuratie? Heeft hij gekeken naar de neo-metafysische kunst? Wel is meteen duidelijk dat hij op een eenzame plaats staat, een eigen vakje heeft. Het is geheel en al Ton Slits.

    Geheel en al – Voll und ganz. Ton Slits. 1984 – 2024. Teksten: Ton Slits, Peter Pluijmen, Arno Kramer, Vera Hilger, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • In het landschap van Frits ben ik een stomme koning

    Er zijn kunstenaars muzikant. Beperken zich niet slechts tot een enkele kunstuiting, maar wenden meer instrumenten aan om zich te manifesteren. Er zijn muzikanten kunstenaar. Acteurs ontdekken op latere leeftijd dat ze redelijk verdienstelijk schilderen. Dat wisten ze hun hele werkbare leven al, maar lieten het ene het andere verdringen of juist niet. Iedere artiest kan van meerdere markten thuis zijn om een rechtgeaarde kunstenaar te heten. Zich niet richten op één vaardigheid, maar zich geïnspireerd toeleggen op meerdere kunstzinnige vlakken. Niet iedereen met dezelfde kwaliteit, er is nu eenmaal kaf onder het koren. De meest vruchtbare korrels worden op natuurlijke wijze geschift van de grote gemene deler. De echte Kunstenaar die muzikant of acteur is, of schrijver, staat zich daar niet op voor. Het is een gave die gedeeld wordt om niet, gewoon omdat het moet. Een heilig moeten.

    En is een kunstenaar dan muzikant of andersom, want wat is er eerder de kip of het ei, dan zoek ik in beide uitingen een overeenkomst. Is de klank te vinden in het beeld, het beeld in de klank. Of staat de klank lijnrecht tegenover het beeld. Laat de kunstenaar als muzikant andere inspiraties toe. Is de klank een uitvlucht op het beeld. Hoor ik het beeld terug in de muziek, zijn de noten tonen voor de klankkleur van het schilderij, de tekening of het beeldhouwwerk. Vind ik de sfeer van de muziek terug in het gevoel bij het beeld. Is de muzikale compositie een echo van de kunstige creatie. Spiegelen beide uitingen zich of staan deze juist als tegenpolen van elkaar.

    Luistermuziek

    In de nummers op de cd van FRITS, Mute King, verbeeld ik mij het aanschouwelijk vermogen van de muzikale kunstenaars te horen. De songs zijn zodanig gearrangeerd dat ik in de orkestratie van de diverse instrumenten beeltenissen voor ogen krijg. In het landschap van geluiden doemen beelden op, zoals uit de mist figuren verschijnen. Je moet er moeite voor doen, de ogen scherp stellen om door de lage wolken te kijken. Het gehoor aanscherpen om beelden voor ogen te krijgen. De muziek van FRITS is geen behang, het is luistermuziek. Je gaat er voor zitten, niet om het als achtergrond weg te wuiven. Het omgeeft je, het is alsof ik in de studio bij de opnames aanwezig ben. Of dat de band bij mij in de kamer staat te spelen. Zo vriendelijk eigen en herkenbaar persoonlijk is de muziek. Het neemt me op in het landschap van klanken. Over de velden klinkt een gezongen tekst die aandacht verdient om te begrijpen, te vatten en te ervaren.

    Iedere song is een genot om naar te luisteren, door de eenvoud die uit de klanken spreekt. Het heeft een gedragen karakter, een welhaast plechtstatige aard. Na meerdere keren beluisteren beklijft het en kan ik de woorden welhaast meezingen. Hoewel de instrumentatie beperkt is weten de heren daar toch een doorwrocht werk uit te arrangeren. Met hulp van de vierde man bij het oorspronkelijke trio komen andere klanken naar voren, als uit een harmonica of een voorgeprogrammeerd toetsenbord. En weet de toetsenman een aardige staal aan diverse sounds uit zijn keyboard te toveren. Gesteund door een creatieve slagwerker, die niet enkel knap het ritme vasthoudt maar ook virtuoze loops voortbrengt, kabbelt het gitaarspel voort om zo nu en dan in een solo uit te barsten. Maar nergens pakt iemand of iets de boventoon, neemt meer de aandacht dan de rest. Niet dat het klankveld daardoor een stroperige brij wordt, een ondoordringbare kost, de muzikanten weten het geluid namelijk open te houden. Open zoals de kunst van de heren dat aan de oppervlakte is, duiken zij met de muziek de diepte in. En ik laat me met plezier onderdompelen.

    Autonome vormen

    In handen van toetsenist René Korten is zijn afgebeelde compositie onderweg. De compositie als in een schilderij. In de stilstand van het gekaderde linnen of het vel papier is beweging op te merken, een spanning te voelen in de verf. De composities laten zich niet eenvoudig omschrijven. Korten’s schilderijen spreken in hun veelkleurigheid en vormentaal voor zich. Behoeven geen uitleg. Het zijn zelfstandige afbeeldingen, autonome vormen, die buiten de werkelijkheid staan en daardoor zo wonderlijk echt lijken. Uit de verf laat Korten een valse realiteit ontstaan. Het is er niet, want het is natuurlijk alleen maar modder op een doek. Maar het lijkt toch te bestaan, als afbeelding van een onderbewustzijn dat verbanden legt met onbestaanbare elementen en realistische details.

    Daarnaast zijn de geschilderde landschappen van gitarist en bassist Frank Anderson realistisch, geven meer de werkelijkheid weer. Althans een gedachte realiteit, een gedroomde werkelijkheid. Die wel handvaten geeft alsof deze ergens waarheid zijn en op een moment beleefd kunnen worden. Uitgaande van het zijn abstraheert Anderson zijn beelden gaande langs de weg van de kunst. Hij groeit als het ware uit de werkelijkheid in zijn eigen waarheid. De fotorealistische vogelvrienden kunnen zo op hun vlerken vervliegen en verdwijnen in het niets van het kleurenspel. Zo lost mijn gedachte op in het klanklandschap van FRITS, want vocalist, gitarist en slagwerker Paul François weet er in zijn studio een enerverende mix van de afzonderlijke delen van te maken. Op zijn manier is hij ook landschappelijk beeldend, niet in de ruimte van het vlak maar in het vlak van de ruimte. In dat geschapen landschap ben ik graag.

    Buiten grenzen plaatsen

    Waarom haal ik de beeldende kunst van Korten en Anderson bij deze muzikale uiting? Welnu, om te schetsen dat beide richtingen in sound samenvallen. De muziek van FRITS is beeldend, zoals een kunstenaar dat enkel kan laten beleven. Want diep in zijn hart is François ook nog telkens de beeldenaar die hij was toen de heren elkaar op de Tilburgse kunstacademie troffen en besloten ook in de muziek tot figuratie te komen. Past die muziek in een hokje? Is kunst sowieso op de plek in een vak? Voor de beschouwer is het daarmee meer eenvoudig te verstaan en te begrijpen, wanneer de kunstzinnige uiting ergens onder geschaard kan worden. Dat je kunt zeggen het is expressionisme of kubisme, het is rock of jazz. In dit geval behoudt ik me het recht voor zowel de kunst van de heren als de muziek van de groep buiten grenzen te plaatsen. Het verdient een eigenzinnig adres in het landschap van het uiten.

    Bij de figuratieve muziek is de beeldende kunst terug te vinden op de cd-hoes van Mute King. Niet een werk van Korten of Anderson zelf, hoewel dat best stemmig op de plek zou zijn geweest. De groep heeft kunstenaar Arno Kramer verzocht zijn gedachten over de muziek te laten gaan en met een passende illustratie te komen. De beeltenis is niet de vlag waaronder het werk gaat. De tekening is een autonome vertaling van de inhoud. Het behoeft geen uitleg, zoals geen enkel kunstbeeld op zichzelf toelichting nodig heeft. Je moet het ondergaan, woordloos ervaren, stil luisteren en genieten. De stomme koning zijn in het landschap van FRITS.

    FRITS, mute king. Frank Anderson, Paul François, René Korten (& Ruud Verploegen). Hoestekening Arno Kramer. Eigen uitgave, 2023.

  • Hanneke Francken tekent zich een nieuwe wereld

    In haar mysterieuze tekeningen voegt Hanneke Francken ongelijksoortige zaken samen zodat er nieuwe samenstellingen ontstaan. Het lijken verschillende onderdelen uit de natuur te zijn, samengebracht als een collage. Geknipt en geplakt. Landschapselementen die nooit met elkaar in samenhang waren of ooit hadden kunnen zijn. Francken verstrengelt deze, vlecht aaneen en weeft ineen. Er ontstaan nieuwe werelden, andere omgevingen. Het boek “Intertwine”, een uitgave in eigen beheer met teksten van Arno Kramer, Diana Wind en Patty Wageman, is een kaartenmap om die werelden gewaar te worden. Een reisgids om ontdekkingen te doen. In de getoonde tekeningen kan ik zoeken en vinden, kijken en zien. Er is echter niets verborgen, alles is helder en klaar in beeld gebracht. Het is een positieve wirwar, waarbij de ogen de kost krijgen. Hongerig sla ik het boek open en laaf mij aan deze overvloed aan lijnen, vlakken en kleuren.

    Hanneke Francken heeft de natuur als inspiratiebron, als basis voor haar werk, als uitvalsbasis om te scheppen. Want dat is wat ze doet, scheppen. Onwezenlijke omgevingen bestaansrecht geven. Nieuwe natuur creëren. Niet voor handen zijnde samenstellingen grijpbaar maken. Alle elementen die existeren samenbrengen en er een vernieuwd inzicht mee tekenen. Als het ware de natuur ofwel de zichtbare werkelijkheid recyclen. Hergebruiken in een ander beeldend leven. De reïncarnatie van de oorspronkelijkheid.

    Zo dood als een pier

    Met de natuur als uitgangspunt neemt Francken geen genoegen alleen de werkelijkheid te reproduceren, na te maken, in beeld te brengen. Ze streeft geen perfecte nabootsing van de wereld om zich heen na. “Zij tekent als het ware een ander leven in het werk”, lees ik in de inleidende tekst van tekenaar, curator en dichter Arno Kramer. “Zij speelt op een evidente manier met drama, met het bovennatuurlijke en misschien met het esoterische en religieuze, zonder larmoyant te worden.” Het boek toont ouder werk en meer recente tekeningen van Hanneke Francken. De vroege werken hebben nog de mens in alle oorspronkelijke naaktheid als onderwerp. De menselijke figuur wringt zich in alle bochten om zich te verwonderen over de natuur. Niet om er de baas over te spelen, maar één te zijn met en er opgaan in. Tekeningen waarin kleurpotloden in de doos blijven, in grijzen is de werkelijkheid eer aan gedaan.

    Dan in het weergeven van gestorven dieren komt er kleur in de flora rond de fauna. Door de bloemen en planten levend te kleuren is de fazant en is het konijn echt levenloos. Zo dood als een pier. Tekeningen die qua onderwerp niet oogstrelend zijn, echter de manier waarop Francken deze dode werkelijkheid tot leven brengt is onnavolgbaar. De ondergrond is nog helder wit, het wit van de drager. Maar dan krijgt ook het papier kleur en stap ik echt een andere wereld binnen. De harde realiteit wordt ingewisseld voor een onwezenlijke zachtheid. Het onderwerp is nog even meelijwekkend, maar gevat in een legendarische onderwereld. Legendarisch als in fabelachtig, wonderlijk en verbazingwekkend. De onderwereld omdat het beeld duister is, geheimzinnig en onverklaarbaar.

    Beleven, dwalen,verdwijnen

    Hanneke Francken maakt cryptische tekeningen. De waarheid verbergt zich in raadselachtige samenstellingen. Want de dierfiguren gaan zich min of meer verbergen in de vegetatie. “Zij gaan soms op in de duizeligmakende hoeveelheid lijnen en het is de vraag of er nog een voorgrond en een achtergrond bestaan”, schrijft Arno Kramer. “De lijnen zijn zo gevarieerd en zo gevoelig en ook intuïtief getekend, dat ze nooit van te voren zo bedacht kunnen zijn.” En Kramer besluit zijn betoog met “De tekeningen van Hanneke Francken hoeven niet begrepen te worden, ze moeten beleefd worden, je kunt er in dwalen, je kunt er zelfs in verdwijnen.” En inderdaad raak ik mezelf kwijt in de meest recente, intertwine, composities. Denk ik een rotspartij met mos begroeid te zien, kan zich daar zomaar een vogelbeest uit los maken. Meerdere keren moet ik mijn blik over het getekende laten gaan, mijn ogen goed de kost geven in en aan de voorgeschotelde composities, om de ware aard ervan te doorzien.

    Francken fantaseert vanuit de werkelijkheid cellen, organismen, gevogelte, wild en vegetatie. Zoals de schepper de aarde construeerde. Het afpellen van de werkelijkheid, noemt directeur Stichting Oude Groninger Kerken Patty Wageman dat. Tot je op dat deel van de evolutie stuit waar het allemaal begon. “Op zoek naar de oorsprong om er vervolgens een nieuw begin aan toe te voegen.” Door mythologie, natuur, evolutie en eeuwigheid vloeien dieren en planten tot onwerkelijke sferen samen. In deze werken doet zich veel voor, er staat van alles te gebeuren. Iedere vierkante centimeter is benut om de beschouwer te dwingen geconcentreerd te kijken. De aandacht te vestigen op de dynamiek van de slingerende lijnen en de in elkaar grijpende elementen. De natuur heeft de overhand in de tekeningen. Knoestige bomen, bebladerd geschubde stammen, sprietende takken, een bast als een prentenboek. Daaromheen verwaaien twijgen en loof, de blik laat zich stroomlijnen in deze wildernis. Werken waarin Francken zich zichtbaar zorgen maakt over de toekomst van ons bestaan. “Zij beweegt zich in haar werk tussen wat vanzelfsprekend was, de levenscyclus”, schrijft curator hedendaagse kunst Museum Rijswijk Diana Wind, “naar nieuwe mogelijkheden, microben en andere eencellige wezens, tot geen invulling weten van wat gaat komen, de lege plekken in haar tekeningen.”

    Gefascineerd door de cyclus van het leven

    Het is een weelderig en bewegend spel van kleur en lijn dat als resultaat een attractieve manifestatie heeft. Begeeft de blik zich op korte afstand langs de getrokken lijnen, de afgebakende velden, dan merk ik tussen de veelvormige vegetatie weleens een addertje onder het gras, kijk ik niet zelden de kat uit de boom en vind ik soms een vreemde eend in de bijt. Kortom er beweegt zich meer tussen deze hemel en aarde van Hanneke Francken”, schreef ik geboeid door haar werk bij de tentoonstelling Synthese vorig jaar in Galerie Getekend in Heerenveen.

    Gefascineerd door de cyclus van het leven laat Francken een nieuwe wereld ontstaan in haar werken. Ze illustreert haar fascinatie in een rijke schepping van samenvloeiende planten en dieren, met incidenteel in de achtergrond een teken van menselijke activiteit. Maar vooral draait het in haar werk om die eerste dagen van het scheppingsverhaal, om het creëren van een synthese van waaruit nieuw leven ontstaat. Het nieuwe landschap is een visioen, een voorspelling van een apocalyptische toekomst, een nieuw begin.

    Tekenen is voor Hanneke Francken een manier om beeldend te schrijven”, schrijft Patty Wageman. “Een tekening moet in haar ogen bruisen, energie uitstralen en beweging laten zien. Het moet dynamisch zijn en het statische van het vlak overstijgen. (…) Met haar cycli probeert ze de kijker bewust te maken van de wereld om ons heen, van wat de aarde met ons doet en wij met de aarde.

    De in het boek opgenomen en door de tekeningen gestrooide gedichten zijn even mysterieus als de tekeningen dat in eerste beschouwing zijn. De beelden vergen het om lang naar te kijken, erin te duiken als het ware. De poëzie heeft een lange adem nodig om de woorden te laten indalen. Ik citeer: “Onder golven duiken – Niemand weet als niemand ziet het gezicht wat in het grafiet verdwijnt. / In de weerspiegeling is zij niet opgehouden met bestaan / slechts klanken die terugkeren, soms in wankel evenwicht. / / Als je schrijft: dat er geen ik meer is, of niet meer dezelfde ik, / legt zij afstanden af, zodat het oog niet went aan de verdwijning.”

    Intertwine. Tekeningen en gedichten Hanneke Francken. Teksten Arno Kramer, Diana Wind, Patty Wageman. Oplage 150 exemplaren. Uitgave in eigen beheer, oktober 2022.

  • Arno Kramers tekenen aan de wand

    Voor zijn expositie in Galerie Getekend maakte Arno Kramer twee krijttekeningen op de aldaar verplaatsbare zwarte tussenwanden. Het is graffiti die er mag zijn maar na afloop van deze  tentoonstelling weer zal verdwijnen. Het is kunst voor even, voor dit moment en zolang dat duurt. Het gaat voorbij zoals de tijd van het moment dit ook doet. Voor even zet Kramer de tijd hier stil, haalt de beweging eruit. Tekens aan de wand, om te waarschuwen? De ene tekening heeft dat thema ingeschreven, in time. Het is bij de tijd, tijdig getekend. Maar ook een vingerwijzing, een aankondiging van een afstand door de gevelruit van de galerie te bezien. De andere vorm is een metafoor van die immer doortikkende tijd. Jaarringen bewegen in een onregelmatige cirkel, voor iedere periode een rand, een levensfase. De geschiedenis van deze tijd van leven is daar uit af te lezen. Voor dit moment werken deze muurstukken om tijd vast te leggen, te laten zien wat er binnen in de ruimte beschouwt kan worden, voor even in afwasbaar krijt. Straks gaat de spons erover en hebben we alleen de foto’s nog, herinneringen.

    Arno Kramer, Galerie Getekend

    Een model om de wereld te duiden

    Arno Kramer gebruikt de realiteit als middel om non-figuratieve verbeeldingen te maken. Fragmenten van leven om het element tijd te duiden. Maar de gestalte van een dier of plant is daarbij geen hert, haas of kraai en geen tak, bloem of blad. Het figuur is een vlak in het veld van de uitbeelding, zoals de arcering en het raster dat ook zijn. Het is een vorm als silhouet, een nabeeld van wat gezien is. De schaduw van de werkelijkheid, een afdruk in de tijd. Het is een omvangrijk en contemplatief verhaal, zoals het hier afrondend aan de wand is geprikt. Geen enkel deel kan zonder de totale compositie. Een fragment eruit halen is het doorstrepen van woorden en zinnen, en dat enkele beeld vertelt slechts een deel van het totale verhaal. Het zal niet meer compleet en volmaakt zijn. Dan blijven er vragen en zal er over gesproken moeten worden, terwijl deze kunst stil maakt. In verwondering het mysterie ondergaan. Geen flarden tijd bekijken, hier is het klokje rond.

    Het is de realiteit zoals Kramer deze op een moment heeft ervaren, kan beleven. Hij tekent niet letterlijk de werkelijkheid, het is altijd een afgietsel, een uittreksel. Dat is wat de tekening altijd is. Een model om de wereld te duiden, een mysterieuze samenvatting van hoe het in het brein van de kunstenaar werkt. Even duister en ongrijpbaar als de werkelijkheid dat is. Want wie zal de gedachten kunnen lezen van de kunstenaar wanneer hij deze niet in begrijpbare beelden heeft omgezet. Met de tekeningen bij Galerie Getekend doe ik een poging en met de in de hand opengeslagen catalogus die vorig jaar verscheen bij de tentoonstelling in Museum CODA Apeldoorn en de Limerick City Gallery of Art Ierland: IN TIME. De kunst van Arno Kramer balanceert op de smalle rand tussen werkelijkheid en fantasie, waar het gewicht op de schaal van de verbeelding drukt.

    Arno Kramer, Galerie Getekend

    De geografie van Kramers eigen landkaart

    Zo werken de uitdrukkingen op elkaar in, krijgt het samenspel een verhaal. In de galerie vormen diverse afzonderlijke delen een collage met de zwarte wand als drager. Hier ook tekens aan de wand dus, maar minder letterlijk als voornoemde krijttekeningen. In de individuele composities die onlosmakelijk het totale beeld vormen kan ik mijn eigen ervaring van het leven en de wereld zetten. Soms lijken ze verre van mijn beleving te staan, maar ga ik deze op details determineren dan passen waarneming en idee als puzzelstukken in mijn zijn. Het is geen zaak de werkelijkheid in het beeld te zoeken, want deze is niet wat het lijkt te zijn. Het is de geografie van Kramers eigen landkaart, de topografie van zijn persoonlijke zijn. Om dit in mijn eigen grond te kunnen ingraven, moet ik de basis van het uiten doorgronden. Dat is kijken om te kunnen zien. Bestuderen van lijn en vlak. De vormgeving dwingt mij niet om te begrijpen, maar door te kijken en te zien ontstaat als vanzelf een tastbare opmaak.

    De topografie van zijn persoonlijke zijn

    De schaduw gaat altijd mee, achtervolgt me op de voet. Deze metgezel hoort bij mij, is een afdruk van mijn wezen. Iedere ruimtelijke vorm heeft een dergelijke natuurlijke print. Waar deze is zal de ander zijn. Kramer beeldt in zijn werken echter de schaduw af terwijl het oorspronkelijke figuur is verdwenen. Hij verbeeldt schaduwen van de tijd, in de tijd. Om de toeschouwer, vooral in de actualiteit van klimaatverandering en biodiversiteit, te waarschuwen dat we nog op tijd zijn wanneer we nu de knop omzetten. Op de mooie plaatjes van de natuur, de prachtige uitzichten zoals wij ons die op deze manier voorstellen, zetten al minder schone elementen hun afdruk. Maar het mogen geen beelden worden die alleen nog in de herinnering bestaan. Kramer heeft een vooruitziende blik, maar mag geen roepende in de woestijn worden. Zijn platen krijgen als we niet oppassen de sfeer van zo was het ooit, “heb ik niet op tijd gewaarschuwd”. En in dat collectieve geheugen zit de schoonheid van hoe het ooit was opgesloten. Kramer beeldt dat met prachtige kleuren in de kantlijn, kleurbalken in een proefdruk om de juiste sfeer vast te leggen.

    Arno Kramer, Galerie Getekend

    Jaarringen en schaduwen zijn samen met rasters en arceringen elementen in de composities van Arno Kramer. Hij maakt deze onderdelen van de voortgaande tijd, het bewegende verloop in de geschiedenis. De collages zijn abstracte verbeeldingen van momenten, hoewel ze aan de toeschouwer overkomen als realistische detailleringen. Het realisme en abstracte zijn gebruikt om een gevoel uit te drukken, een sfeer neer te zetten. Het is om de tijd even stil te zetten en uit te drukken dat het zo was, dat het ooit zo was en nu nog had kunnen zijn. Wanneer wij op tijd zijn, in time. Laat het geen souvenirs worden, geen relikwieën of memorabilia. Laten we er omdenken dat het geen aandenken wordt. Dat lees ik in deze werken van Arno Kramer. Een visionair die, zo is mijn zucht, geen uitgedorst, oververhit driftkikkertje dat zich tegen de zandstormen hees schreeuwt zal worden. Dat wij niet enkel zijn werk in schoonheid beschouwen, maar ook nog wat doen met de boodschap die er in besloten ligt. Tekenen van de tijd. Sign o’the times. Arno Kramer, we zullen het doorzien, op tijd, in time.

    Arno Kramer, solopresentatie bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 5 maart 2023.

  • In time, op tijd om Kramers’ wereld te verkennen

    De tekening, het tekenen met potlood op papier, is in de kunst lange tijd een ondergeschoven kind geweest. Maar het kent een eeuwenoude geschiedenis en een grote variëteit aan verschijningsvormen. Tot laat in de 19e eeuw werd tekenen gezien als een schets of een studie om de compositie of onderdelen daarvan in de vingers te krijgen, voordat het echte werk als resultaat op doek geschilderd of in steen gehouwen kon worden. Maar na het interbellum is het kind uit de la gehaald en kreeg de tekening een welhaast volwaardige plaats binnen de beeldende kunst. Meerdere kunstenaars legden zich daarna toe op het tekenen en achtten deze techniek de belangrijkste discipline in hun oeuvre. Vooral met het gebruik van houtskool of pastelkrijt ben je namelijk één met het werk, er zit niets meer tussen, er is geen afstand. Hoe fijn kan dat zijn.

    In de inleiding van de catalogus “Arno Kramer – IN TIME” beschrijft Carin Reinders dat “tekenen in vergelijk met het schilderen en beeldhouwen in de uitvoering en handelingen gevoeliger, intiemer lijkt, waarbij het proces van het maken ook anders ervaren kan worden dan bij een schilderij of beeldhouwwerk.” In dit boek wordt een groot deel van het oeuvre van de tekenaar uit de doeken gedaan. Meerdere schrijvers schrijven over Kramer, over zijn werk, over zijn doen en laten, het hoe en waarom. En Kramer schrijft bij zijn tekenen. In zijn kunst versmelten taal en beeld, komen figuratie en abstractie samen. Hij gebruikt de realiteit als middel om non-figuratieve verbeeldingen te maken. De gestalte van een dier of mens is geen hert, wolf, zwaan of konijn en geen lichaam of lijf, maar het is een vlak in het veld van de uitbeelding. Het is een vorm als silhouet, een nabeeld van wat gezien is.

    Kramer spreekt in woorden en in beelden

    Het schrift kan in dat afstand nemen van de werkelijkheid de realiteit terughalen. De realiteit zoals Kramer deze op een moment heeft ervaren. Want zoals hij dat in zijn tekenen ook niet doet beschrijft hij nooit letterlijk de werkelijkheid. Het is altijd een afgietsel, een uittreksel. Een model om de wereld te duiden, een samenvatting van hoe het in zijn brein werkt. Naast de soms monumentaal ofwel museaal grote tekeningen op papier of rechtstreeks tegen de muur maakt hij gedichten. In de poëzie kan hij dat kwijt wat in getekende beeltenis minder goed tot uiting komt, het geschreven beeld zegt dan meer dan duizend potloodlijnen of krijtvegen. In het ondoorgrondelijke vindt Kramer reden om dingen in taal te vatten. Het beeld is daarbij ook de taal die de tekenaar spreekt. Want Kramer is tweetalig, hij spreekt in woorden en in beelden.

    In het boek neemt Arno Kramer mij mee op reis door zijn wereld. Afzonderlijke tekeningen staan er in afgedrukt, maar ook een samenspel van beelden tijdens een tentoonstelling. Zo werken de uitdrukkingen op elkaar in, krijgt het samenspel een verhaal. In de individuele composities kan ik mijn eigen ervaring van het leven en de wereld zetten. Soms lijken ze verre van mijn beleving te staan, maar ga ik deze op details determineren dan passen waarneming en idee als puzzelstukken in mijn zijn. Het is geen zaak de werkelijkheid in het beeld te zoeken, want deze is niet wat het lijkt te zijn. Het is de geografie van zijn eigen landkaart, de topografie van zijn persoonlijke zijn. Om dit in mijn eigen grond te kunnen ingraven, moet ik de basis van het uiten doorgronden. Dat is kijken om te kunnen zien. Bestuderen van lijn en vlak.

    Niets afdwingen, laat het gewoon gebeuren

    De schrijvers in het platenboek IN TIME helpen me erbij om de mens Arno Kramer te lokaliseren. Wat is zijn plaats in de kunst, wat is zijn plek in mijn wereld. Eigenlijk zal de kunst voor zichzelf spreken en wil ik die extra ballast niet. De tekeningen duiden zichzelf en hebben geen rugzak nodig. Maar toch kan een kleine zet in de goede richting een juiste beschouwing opleveren. De schrijvers leiden mij in de geheimen van het tekenen, de magie van de potloodlijn op het papier. En schrijven mij voor het mysterie van de kunstenaar; hoe hij tot beelden komt, wat zijn inspiratie is, waarom hij pas iets doet wanneer hij er behoefte toe heeft. Hij dwingt niets af en laat het gewoon gebeuren, zo spontaan moet ook ik de tekeningen tegemoet treden. De vormgeving dwingt mij niet om te begrijpen, maar door te kijken en te zien ontstaat als vanzelf een tastbare opmaak.

    Steeds is het zoeken naar een voor hem esthetische balans tussen het organische en het anorganische”, schrijft Diana Wind. “Nooit om esthetisch te behagen, want daarvoor zit er teveel weerstand in zijn werk, maar meer om te zoeken naar volkomen oorspronkelijkheid.” Het is voor mij een handreiking zijn kunst te verklaren, een motivering te vinden om te blijven kijken. Brian Fay brengt meer helderheid: “Arno Kramers tekeningen hebben een dwingende energie en rusteloze nieuwsgierigheid. Zijn zeer welbespraakte en prachtig beschrijvende lijn is voortdurend in beweging, zoekt, verzamelt, leidt, suggereert, komt tevoorschijn als levendige entiteit; lijnen worden hoofden, bomen, lichamen, vogels, geometrische vormen, rasters en woorden.” (…) “Door hun open en raadselachtige composities nodigen zijn tekeningen ons uit om door te brengen in hun picturale ruimte en door middel van hun uitnodiging maken Arno Kramers tekeningen nieuwe betekenissen, ze maken werelden.

    Arno Kramer

    En ja, dit boek, deze uitgave nodigt mij uit mijn inzicht te vormen in de mysterieuze wereld van deze tekenaar. Even duister en ongrijpbaar als de werkelijkheid is. In de ongekleurde notities schept hij soms een kleine speling der natuur, een tint rood of blauw licht op. Een kleurstaal langs de rand. Een commentaar langs de lijn. De wereld gezien door de blik van Kramer is soms grimmig en koud wanneer het de mensheid en haar inbreng betreft, maar speels en kinderlijk vrolijk als het de natuur betreft. Deze kunst balanceert op de smalle rand tussen werkelijkheid en fantasie, waar het gewicht op de schaal van de verbeelding drukt. “Elke tekening moet voor Kramer voor hemzelf iets nieuws, iets verrassends bevatten”, lees ik. In die zoektocht naar figuratieve elementen en meer abstractere vormen raak ik weleens het spoor bijster, maar altijd neemt Kramer me weer bij de hand om een uitweg uit de dwaaltuin te vinden.

    IN TIME, tekeningen van Arno Kramer. Teksten Remco Ekkers, Brian Fey, Oek de Jong, Una McCarthy, Carin Reinders, Diana Wind. Gedichten Arno Kramer. Verschenen naar aanleiding van de tentoonstelling in Museum CODA Apeldoorn en de Limerick City Gallery of Art Ierland. Uitgave Waanders Uitgevers, 2022.

    Arno Kramer