Tag: artonpaper

  • De beleving van geschept papier

    De beleving. Natuur ervaren. Een gevoel nauwelijks te beschrijven. In poëtische volzinnen beschreven. Beter in artistieke beelden gevat. Het woord zet aan tot gedacht beeld. Het beeld geeft fantastische voorstelling. Best is het de natuur zelf. Hoewel woord en beeld geen uittreksel zijn of slechter aftreksel is, maar indruk en uitdrukking geven aan. De ervaring van de beleving. Het gevoel bij de waarneming.

    Kunst heeft een natuurlijke kant. In de natuur van de mens, de aard van het beestje, is het ingebakken. Zit het verborgen ergens diep weg in de lobi temoporales. Niet iedereen boort het aan, werkt het uit en stimuleert het. Maar iedereen heeft de gave, zonder er deel aan te nemen, ervan te genieten. Positief dan wel negatief. Het is een kwestie van smaak, het activeren van de nucleus solitarius. Bitter en zoet, zuur en hartig, mooi en lelijk.

    Kunst op papier brengt de voorstelling onder handbereik. De kunstenaar kan het beeld voelen. Er zit weinig tussen de realiteit en de indruk daarvan. Tekenen is de meest basale kunstvorm. Met een verkoold takje werden al lijnen gezet. Nu is dat verfijnd in het potlood als houder van grafiet. Dat schept al afstand, want houtskool verwerkt zich als de tuinman met de handen in de modder. De kool laat sporen na bij het tekenen, en niet alleen op papier.

    Wezen van de kunstenaar

    De beleving van kunst start bij de maker ervan. Deze vormt de waarneming om tot uitdrukking. In de ontroering kan de zichtbare werkelijkheid zich transformeren tot een abstract beeld, of herstructureren in een kunstzinnige waarheid. Dat neerzetten is de kracht van de kunstenaar, dat oppikken is het vermogen van de beschouwer. De natuur laat zich beelden, verbeelden in een landschap, een stilleven, een interieur of een portret. Zowel in het platte vlak als ruimtelijk. De natuur is niet alleen huisje, boompje, beestje. De mens heeft eveneens een natuur, ofwel is onderdeel daarvan.

    Het wezen van de kunstenaar beleeft de natuur in het algemeen. Maar verschillend van al die andere normale mensen. In het brein krijgt de natuur een gewijzigde vorm, wordt het zichtbare anders beleefd. Het huisje kan aanleiding zijn voor een abstracte vorm. Het boompje heeft kracht in een expressieve kleur. Het beestje is aaibaar realistisch in weergave. Stijgt uit boven het huis-tuin-en-keuken plaatje boven de bank. Kunst is geen reproductie van de werkelijkheid, hoort dat niet te zijn. Geen afgietsel. Een uitdrukking van een indruk. De expressie van gevoel.

    Deze gedachten komen bij me op zittend op de harde, weinig comfortabele, gymnastiekbank van Kunstlokaal No.8. Naar aanleiding van wat ik zie kom ik tot deze denkbeelden en inzichten. Maar ze raken kant noch wal en de wal keert het schip. Het houdt geen steek en het brengt me niet tot de kern. De deur van de ruimte zwaait open, er wacht een espresso in de huiskamer ernaast. Een koekje bij de koffie brengt me terug in de werkelijkheid. “Wat vind je ervan” is een retorische vraag. Men verwacht aan de koffietafel geen duidelijk antwoord. Dat heb ik ook niet pasklaar, want ik ben vergeten waarvoor ik hier kwam. Om te schouwen en te beschouwen, oordelen en te beoordelen, schrijven en te beschrijven.

    Geschept papier

    Dus teruggekeerd op mijn schreden. Verdiepend in het aangeboden werk, dat evenals de andere inrichtingen voor deze andermaal esthetisch in orde is. Gehangen is kunst op papier, en zelfs grafiek op blad gedrukt. En daar komt mijn gedachte aan natuur terug, want dat papier is niet gekocht in de winkel maar door de kunstenaars zelf gemaakt. Zij hebben de natuur van vezels gebruikt om papier te scheppen. En werken op een drager die eigenhandig is gemaakt zet de beeltenis extra kracht bij. De aard van het vel vormt de tekening die er is opgezet. Geschept papier geeft nooit een gladde ondergrond, dus de lijnen en vlakken daarop verhouden zich daarnaar en kunnen een eigen weg gaan – gewezen door de drager.

    Mark de Weijer nodigde vijf kunstenaars uit om in zijn atelier een week lang te proeven aan het maken van papier. Als een soort van project is het handmatige proces in een pilot opgestart. De resultaten worden getoond in Kunstlokaal No.8 onder de naam “Be my guest”, waarbij De Weijer de gastheer is en de vijf kunstenaars de gasten zijn. Het maken van papier is een intensieve arbeid. Maar bepaalt de maker wel tot de drager van de tekening die er naderhand op zal worden gezet. Men is dus van begin tot eind bezig met het product. De beleving is groots, de ervaring optimaal. Dat blijkt uit de ondervinding die in een publicatie is verwerkt als neerslag van het project.

    Eigen wijze binnen persoonlijk idioom

    De kunstenaars hebben ieder op een eigen wijze en binnen het persoonlijke idioom geëxperimenteerd. Lekker op dreef leerden ze de techniek van de gastheer of diepten hun kundigheid uit. Het handgemaakte papier heeft een eigen karakter die de aard van het kunstwerk bepalen. In de natuur van Overijssel werkend was deze omgeving een inspiratiebron. Dat blijkt uit de seriematige werken die in Jubbega hangen. In de expositie is het een genoegen dat de kunstwerken onpersoonlijk zijn. Dat enkel op een blad bij de tentoonstelling naam en toenaam staan aangegeven. Zonder dit blad erbij te pakken kan de bezoeker dus objectief de kunst bekijken.

    De kunstwerken zijn met elkaar in gesprek, zoals in het kunstlokaal het gehangen of geplaatste werk in dialoog is. Het vult elkaar aan en kan zelfs overlappen. Door diverse mensen gemaakt, maar kan zo uit hetzelfde atelier komen. En dat is in dit geval letterlijk ook zo, zij het dat vooral het medium in eenzelfde omgeving is gemaakt waar ook de informatie daarop de oorsprong in dit atelier heeft. De natuur, waarmee ik dit verhaal begon, is inspiratie. Tijdens het project zitten de kunstenaars daar midden in. De omgeving die verandert bij de dag. Het landschap spreekt in en door de kunst. De beleving is dus dezelfde. De uitdrukking daarvan divers. De realiteit kent een eigen taal, ook in de abstracte werken is deze te lezen. De kijker bemerkt dat de verschillende manieren van beleving prettig in en bij elkaar passen.

    Project naar idee Mark de Weijer

    Het is de sfeer van de natuur die de kunstenaars aantonen. Met en door natuurlijke materialen worden de voorstellingen op papier gezet. Het papier dat op een natuurlijke manier is gemaakt. Het zijn daarom helemaal biologisch verantwoorde producten. En ook het boek bij de tentoonstelling is gekaft in een ongerept geschepte omslag. Het is het aandeel van de gastheer in het project, die normaal gesproken niet grafisch bezig is. “Het woord omslag nam ik letterlijk: ik maakte een blinddruk van de bast van een iep in mijn tuin.” Het dekt de lading die een nieuwe kijk geeft op het werken op en met zelf geschept papier.

    Het project is een idee van Mark de Weijer. De stichting Grafein kon het mooi inpassen in de grafiektriënnale Grafiek25. De gastheer en begeleider wil de pilot met Ardi Brouwer, Jurjen Ravenhorst, Monique Kwist, Inez Odijk en Jadrankja Njegovan een vervolg geven in een jaarlijks kunstproject. Hij wil zijn atelier graag openstellen voor meerdere kunstenaars die de grafiek- en tekenkunst beoefenen, om zelf hun eigen dragers te maken. Om zodoende een kunstproces van begin tot eind te ervaren. Een belevenis!

    Be my guest. Papierproject. Tentoonstelling Kunstlokaal no.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 30 november 2025. Behorende bij uitgave met tekst van Marie Jeanne de Rooij en ervaringen van deelnemende kunstenaars. Oplage 100 exemplaren. Stichting Grafein, 2025.

  • Joost Bakkers tegenpool van de werkelijkheid

    Het is opmerkelijk merkwaardig, om niet te zeggen een aparte gewaarwording, jezelf te ontmoeten in een tentoonstelling. Figuurlijk gesproken dan wel te verstaan. De eigen idee van beleven bij het vormgeven terug te vinden in het werk dat je ziet. In de tekeningen van Joost Bakker, bij Galerie Getekend eerst gezien, zag ik dat nog niet meteen. Vond ik mezelf nog niet direct, hoewel het werk mij al wel vertrouwd overkwam. Maar toen ik later ander soortgelijke tekeningen van Bakker onderging, tijdens de kunstbeurs Art Noord VII in Museum Belvédère, merkte ik het plots op. Bemerkte opeens dat mijn denkbeeld samenvalt met zijn indruk. Dat de uitdrukking denkelijk eenzelfde oorsprong heeft. Ik erkende dat ik mezelf erin herkende.

    Hoe omschrijf ik een vorm die getekend moet zijn omdat een beschrijving geen recht doet aan het wezen. Vraag ik mij onderwijl af. Toch voel ik mij genoodzaakt dit beeld woorden te geven om het te duiden voor de lezer, die ik daarmee animeer kijker te worden en de weg te zoeken naar de Stationsstraat in Heerenveen om Galerie Getekend te bezoeken. Aldaar is het zijn in het platte vlak waar te nemen, de kunst op papier voor waarheid aan te nemen. Want exposant Joost Bakker rollebolt in de tijd met de waarheid. Hij beleeft er plezier aan de realiteit naar zijn hand te zetten en de werkelijkheid te kantelen. In zijn idee kan de zichtbaarheid ook van achteren naar voren gezien worden, van rechts naar links, binnenstebuiten gekeerd.

    Onnatuurlijk standpunt

    Joost Bakker is een tekenaar die het experiment opzoekt, daar plezier aan beleeft. Hij test de lijn op het vlak, onderzoekt de sfeer en ondergaat de werking van licht in donker. Het potlood ofwel het houtskoolkrijt is zijn wapen om het papier figuurlijk te lijf te gaan. Het is naast de pen om te schrijven ook mijn materiaal de wereld te duiden. Niet op een eendere en zuivere manier als dat Bakker het doet. Mijn scheppen was meer illustratief, maar waar ik mezelf zie in zijn werk is de behandeling van licht tegenover donker, dag versus nacht, polen die elkaar versterken door tegenwerking. Licht dat van meerdere kanten komt kan alleen op papier en onder kunstlicht bestaan. Het vanuit onnatuurlijk standpunt komend licht om schaduw tegenover glans in het donker te brengen. Waar dat licht vandaan komt is onduidelijk, maar het is er. Hoewel het er niet kan zijn, lijkt het toch een werkelijk gegeven. Het doet niet vreemd aan. De manier waarop Bakker het in de tekening verwerkt zo veronderstel ik dat het waar kan zijn. Dat experiment ging ik destijds ook aan, Joost heeft het verder voor mij uitgewerkt. Hij kan het weten.

    Niet alleen de tegenstelling licht en donker trekt hem aan, ook onderzoekt hij volumes in zijn werk en dus tegenstellingen. Met het licht dat schaduwen werpt is het soms dat groottes gescheurd lijken en wijdtes uiteen vallen. De schaduw tilt het beeld als het ware in de derde dimensie, hoewel ik nog steeds naar een plat vlak kijk. Een vierkant In perspectief, waarvan een hoek is afgesneden, geeft de indruk van een toegankelijke omheining. Terwijl het toch maar enkele lijnen op papier zijn. Niet meer in de realiteit en niet minder in de abstractie. Het volume is kortom magisch. Er schijnt hoogte, breedte en diepte te zijn hoewel deze er helemaal niet is. Kunst is een betoverend mysterie. Want natuurlijk bestaat licht en donker ook niet op papier, is het slechts wit en zwart – de tinten waarin alle kleuren completeren. Daarmee te spelen is voor Joost Bakker een uitdaging, zoals dat voor elke andere kunstenaar zo zou moeten zijn. Het plat wordt ruimtelijk, het zicht van de kijker is voor de gek gehouden, de ogen bedrogen.

    Handgetekende animaties

    Meest simpele vormen krijgen een meervoudige uitdrukking door met de natuurlijke wetmatigheid een loopje te nemen. De aard van dingen zoals Bakker deze portretteert is niet oorspronkelijk, omdat het niet kan bestaan. Hij stoeit met de waarheid en wint het van de vaste regel. Zijn regelmaat past niet in de norm, kan echter wel als normaal worden beschouwd. Joost Bakker dolt met de lijn in het vlak. Het is geen klare lijn, maar wel zo duidelijk dat deze het vlak schijnbaar van het papier optilt de ruimte in. De tekening komt blijkbaar los van de drager en zweeft voor het ogenblik.

    Niet enkel statisch verwerkt de kunstenaar de lijn in de tekening, maar gebruikt het tevens dynamisch in handgetekende animaties. Deze letterlijk levende tekeningen tonen bijvoorbeeld een bewegende lijn die figuurlijk vormen maakt in het voorbijgaan, of cirkels spuwt vanuit een middenstip, of twee stippen zijn die elkaar ontmoeten. Nuveraerdich is de vlek die zich in de vorm meest gelijkend op een vis in projectie voortbeweegt. Tot stand gekomen door de kop steeds opnieuw te tekenen en de staart uit te gummen. Dit uitschrijvend doorbreek ik als het ware de betovering, maak ik echter de intensief tijdrovende werkwijze enigszins duidelijk. In een vierkant namelijk zwemt de visvorm zich een weg, stuitert tegen de rand en vliegt er weleens overheen om vanuit de binnenwereld in een buitenaardse ruimte te belanden. Maar telkens ook weer terugschiet naar de veilige plek binnen het kader. Het is een loslaten en terug pakken. Afstand nemen en toenadering zoeken. De vorm voelt zich als een vis in het water, maar wil ook weleens buiten de lijntjes kleuren om dan toch weer op de schreden terug te keren. Joost Bakker voelt zich fijn in en bij dit thema. Kan daarmee niet enkel in de statische tekening uit de voeten, dus onderzoekt het gegeven in een zogenoemde stopmotion film. Het blijft onder de aandacht van de beschouwer omdat het in onverwachte beweging is.

    Om in de niet zo ervaren blik van sommige bezoekers tegemoet te komen heeft Bakker naast de enigszins minimalistische en abstracte tekeningen een realistisch beeld gehangen. Ik vroeg hem bij de opening van de tentoonstelling waarom hij een doosje Zwaluwlucifers heeft geportretteerd, exact volgens het model in de keukenlade maar dan sterk uitvergroot. Om dus het in de kunst ongeoefende zicht te vriend te houden voor zijn meer tot de verbeelding sprekende werk vormde zijn antwoord. Als complementaire tegenstelling. De Säkerhets Tandstickor beslaat met een aan gene zijde afgebrande lucifer, other each, een tweeluik. Niet de rode zwavelkop is ontstoken, maar het houtje is zwart geblakerd. In eenvoud elkaars tegenpool als de aard van een magneet. Joost mag het weten, hij is een duiveltje in het doosje en heeft me met zijn werk te pakken waar ik bij sta. Ik onderga het lijdzaam, want het werk heeft een magnetische aantrekkingskracht. En …, vind ik mezelf erin. Dat schept een band.

    Resolution. Tentoonstelling werken op papier en levende tekeningen van Joost Bakker bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 7 september tot en met 2 november 2025.

  • Life Line meer dan het lezen van de levenslijn

    Zet je een lijn op papier, dan is er een tekening. Wonderlijk. De lijn maakt de drager tot een levend gegeven. Ineens is dat papier iets, opeens stelt het wat voor. De lijn is voor dat stuk papier een levenslijn, daarmee komt het dode vel tot leven. Is er een landschap geschapen, of in elk geval een ruimte. Zet de lijn zich door tot een vorm, dan is er beeld, beeltenis. Dat kan figuratief zijn, een werkelijkheid, maar ook een abstractie. Uitgangspunt is een zichtbaar feit, een tastbare inspiratie. Door de hand gecreëerd, de manoeuvre die de lijn dirigeert en zorgt voor een compositie. “Beweegt, stuurt, geeft richting of vliegt alle kant op”, dicht beeldend kunstenaar Arno Kramer over het wezen lijn; zijn stokpaard als invloedrijk Nederlands tekenaar.

    Die hand dus geeft de lijn het gevoel waarop de tekenaar de waarheid beleeft. Maar de lijn is eigenwijs en gaat soms stuurloos een eigen weg. De lijn geeft die hand een nieuwe ervaring. Het ervaren van de werkelijkheid is voor iedere kunstenaar anders, en komt op elke beschouwer op een verschillende manier over. Wanneer echter tekenaar en kijker op één lijn zitten is de tekening naar tevredenheid. “Dan is er een diepe zucht, dan schreeuw ik het uit”, leeft Kramer zich in de lijn in, “Op papier weliswaar maar dan is het geluk aan mijn kant.” En wanneer de losse eindjes aan elkaar geknoopt zijn en er een beeltenis zichtbaar is, wanneer de beschouwer door de vorm heen kijkt en in gedachten een figuratie samenstelt, dan is de lijn opgetogen en de tekening helemaal happy.

    Uitgeplozen lichaam

    Zo een levenslijn is voor Terry Thompson het begin van een werkstuk, gereedschap om een uiting te construeren. Het is de ruggengraat van zijn tekening, de spirit van de compositie. Het begint allemaal met de lijn en daaruit ontstaat meer gevoelsmatig dan beredeneerd een vorm om de tekening te maken. Rationeel is wel de inspiratie die leidt tot een uitdrukking, maar de verwerking van de zichtbare werkelijkheid of de gedachte voorstelling is intuïtief. Thompson interesseert zich voor mythologie en literatuur, dat werkt door in zijn verbeelding. Anatomische tekeningen uit de Renaissance echoën in zijn werken. De hedendaagse wetenschap en persoonlijke ervaringen laten de tekeningen klinken als het trombone-concert in Bes van Rimski-Korsakov. Jawel, een mol, een verlaagde toon, want hoewel de tekeningen kleurig kunnen zijn is het onderwerp minder vrolijk.

    Het uitgeplozen lichaam, het ontleedde lijf is in de geest van Thompson meer dan een anatomische les. Niet dat het corpus humanum levenloos aan de balken hangt, zoals het geval was bij Vesalius – de anatoom in de 16e eeuw die Thompson sterk heeft geïnspireerd. Het analyseren van de werkelijkheid geeft Terry stof tot nadenken. Zet hem aan de tekentafel om met dode materie leven in vorm te krijgen. Het menselijk lichaam laat geen abstracte weergave toe, daar vormt de lijn zich naar de werkelijkheid. Lijkt de collage met een naakt manspersoon op een studie van Da Vinci of volgt zijn lijn die van Michelangelo. Imposant maar minder tot de verbeelding sprekend dan bijvoorbeeld de serie Dryad over een vrouwelijke geest in een boom. Een mythologisch gegeven waarin realiteit en abstractie elkaar ontmoeten. De vertelling verhaalt en vertaalt in grillige tekeningen.

    Puntige studies

    Een verhaal apart is de uitgebreide serie Cantos, waarvan bij Galerie Getekend een aantal worden tentoongesteld. De Canto Thompson is een schier oneindige reeks tekeningen, waarvan de onderwerpen al improviserend ontstaan. Het legt een lijn naar de andere professie van Terry Thompson, namelijk de muziek. Daar kan hij op de trombone als beeldend instrument tevens onvoorbereid musiceren, terwijl de partituur hem binnen de lijntjes laat blijven kleuren. In de Cantos kan de kunstenaar serieel fantaseren, a prima vista. De werkelijkheid blijft uitgangspunt, maar kan naar believen worden vervormd. In deze serie is Thompson op zijn best, omdat hij daarin de beleving en het gevoel vrij laat stromen, de ervaring laat klinken als een klok.

    Speels vult hij de composities in, versiert er zijn wereld mee waardoor mijn omgeving er een stukje meer vrolijk op wordt. De canto dramt niet, hoewel er wel steeds een zelfde motief wordt herhaald. Het is geen stuk met een verlaagde toon, het is juist een serie in fis. Scherp zoals de Engelsen zeggen, sharp. Het zijn puntige studies van de persoonlijkheid onpersoonlijk genummerd. Thompson toont daardoor zijn identiteit, zijn karakter schuilt tussen de lijnen als de eigenheid van de dichter tussen de regels door valt af te lezen. De diverse cantos hebben afzonderlijk geen titel, ook geen opvolgende uitdrukking. De enkele canto kan uit de reeks worden genomen, heeft een eigen verhaal en mist los gezien geen kop noch staart.

    De tekeningen van Thompson zijn gelaagde composities. Daarin probeert Terry Thompson de emotie te ontleden. Hij is patholoog-anatoom van de tekenkunst, onderzoekt het grafiet en de houtskool om overeenkomsten te herkennen en vormen vast te stellen. Geeft toon aan de menselijke natuur, klank aan droomvelden en ruimtelijke constellaties. De fantasie krijgt vorm en geluid. De werkelijkheid is verbeelding. In composities leiden punten de blik af en raakt het zien in beweging. Door wezensvreemde details wordt mijn oog gedwongen beter te kijken, te concentreren op wat ik zie om de zichtbaarheid te duiden. Dring ik door de lagen dan wordt het gevoel een duidelijke ervaring. Is het beeld figuurlijk abstract dan is de verbeelde realiteit niet ver weg van de getrokken lijn. Dan loopt de lijn op de grens van verbeelding en werkelijkheid. Thompson zet deze met vaste hand terwijl zijn vormen levenslustig los over het papier bewegen. Een aangename gewaarwording. De kunstenaar neemt mij figuurlijk bij de hand en leest mijn levenslijn, zien is weten. Doorkijken is herkennen.

    Life Line. Solo-expositie tekeningen Terry Thompson bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Het werk is daar te bekijken tot en met 13 juli 2025.

  • Tegenstellingen die elkaar aanvullen in een twee-eenheid

    Waad ik door de branding. Loop over droog gevallen aarde. Zie ik wier dansen op het ritme van stroming. Prikkelen strandkiezels mijn ongeschoeide voeten. Schuren breuken in steen mijn eeltige zolen. Dan voel ik de vrijheid, het ongeregeld oeverloze leven. Bekijk ik de buitenkant van het zijn. Het zichtbare wezen. Ninet Kaijser beeldt dit af in elke schoonheid die het mogelijk heeft met kleurpotlood op papier. Ik hoor het water door de bedding stromen om de meest prachtige kleuren te polijsten. Haar composities strelen de ogen, liefkozen de blik.

    Datgene wat ik zie en ervaar langs kustlijnen en over rotsformaties vertaald Kaijser letterlijk in haar tekeningen, op het eerste gezicht. Dat is haar uitgangspunt, de basis van het werk is de zichtbare werkelijkheid. Al beeldend ontstaan er echter elementen en dimensies die zij nader gaat onderzoeken in nieuwe tekeningen. Kaijser, en ik al kijkend met haar, ontdekt diepere lagen in het vlakke zien. In de tekeningen verwerkt zij de tijd die de werkelijkheid laat verglijden. Ik merk stroming in stilstand op, beweging in rust. Door lijnen, vlakken en kleuren dynamisch over de drager te laten gaan krijgt het werk een filmische gewaarwording en ontstaan tijdloze landschappen.

    Na lang en aandachtig kijken zie ik golven spatten op stenen, wuiven grassen mij toe. Er dartelt zelfs een vlinder voorbij, een vis steekt verwonderd de gladde neus uit het water. Kaijser tekent echter geen levend wezen in haar werk, er is slechts water, aarde en stenen. Door de beweging zie ik luchtspiegelingen, voeg ik al starend elementen toe die niet zichtbaar zijn maar door mijn fantasie worden toegevoegd. De tekeningen zijn opgebouwd met minuscuul kleine en korte lijnen. Zo is verfijnd de natuurlijke stofuitdrukking vastgelegd.

    Dat wat ik zie en beleef zet Ninet Kaijser letterlijk in een vrije vertaling op papier, op het tweede gezicht. Wat op papier komt te staan bestaat niet, lijkt er altijd geweest te zijn maar is een nieuwe werkelijkheid. Het is de fantasie van de tekenaar die intuïtief een mogelijke omgeving vastlegt. Het had zo kunnen zijn. En natuurlijk is het zo, want de natuur manifesteert zich in de meest ondenkbare vormen, presenteert de waarheid in de echtheid van zichzelf. Tijdens het tekenen begeeft Kaijser zich in het landschap en ervaart de realiteit, maar het is een echtheid die niet waar lijkt te zijn. In het kijken zie ik een omgeving die een reële beleving geeft. Het is er, dus het zal er zijn. In gedachten dring ik door de onnatuurlijk natuurlijk lijkende lagen heen om mijn eigen voorstellingsvermogen aan te boren.

    Basis van de schoonheid

    Ik beschouw deze bedachte droomwereld bij Galerie Getekend, waar het werk van Ninet Kaijser wordt gepresenteerd in combinatie met de tekeningen van Ans Tellegen. De beweging van Ninet Kaijser bevriest daar in de verstilling van Ans Tellegen. Waar Kaijser de tijd neemt zet Tellegen deze vast. De werken lijken tegenstrijdig. De kleurige schijnbare echtheid tegenover het kleurloze beeld achter de realiteit. Maar toch geven de kunstenaars in tekeningen elkaar de hand en is de tentoonstelling een eenheid, een harmonieuze samenstelling. Ofwel het ene vult het andere aan, de werkelijkheid en de achterkant van de waarheid maken de werken tot een echte beleving.

    Ans Tellegen laat namelijk zien wat ik niet ervaar wanneer lopend door het veld, hink-stap-springend langs de oever zigzaggend over een smalle rivier. Of juist verzandend aan het strand, de blote voeten openhalend aan scherpe schelpen. Mijn bloed kleurt aan de tinten van Kaijser. Maar Tellegen toont in haar zwarte lijnen en vlakken, waar iedere kleur uit verdwenen lijkt, de essentie van de zee en het strand, de kern van het gesteente langs de beek, het wezen van de aarde. En die ervaring is abstract, valt nauwelijks te omschrijven. Daarom verbeeldt Ans Tellegen dat aspect voor mij, voor ons.

    Het is de basis van de schoonheid, die op zichzelf een esthetisch beeld geeft. Schaduwen glijden langs formaties en maken vormen in de ruimte. De wijdte van beleving en fantasie. De speling van lijn en vlak die samen een landschappelijke ervaring deelt. Tellegen toont niet de zichtbare werkelijkheid, maar het beeld achter deze waarheid. Niet de uiterlijke waarneming schetst zij, maar de voelbare voorstelling krijgt een beeldende omschrijving. Haar lijnen en vlakken zijn als het ware mijn mentale observatie. Het plaatje dat ik in gedachten voor ogen krijg terwijl ik de werkelijkheid beschouw.

    Zo is de beleving van met name de natuur bij Galerie Getekend compleet, constateerde ik al hierboven. Onderga ik de werkelijkheid en doorleef daarbij de essentie achter die waarheid. Niet enkel is het een zichtbare sensatie, maar tevens een voelbare gewaarwording. Aan beide zintuigelijke elementen is voorstelling gegeven, zodat het afgeronde beeld van de tentoonstelling een absolute gewaarwording geeft.

    Tentoonstelling werken van Ninet Kaijser en Ans Tellegen bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 30 maart tot en met 18 mei 2025.

  • Jan van der Kooi is zichzelf wanneer niemand kijkt

    Het schijnt zo eenvoudig te maken. Het zelfportret. Want je hebt jezelf toch altijd bij je. En stil model zitten is makkelijk, want geconcentreerd kijk je naar jezelf dus onbeweeglijk in de houding ben je sowieso. Het lijkt niet moeilijk. Een landschap tekenen. Het ligt er statisch bij. De enkele windvlaag die de boomtoppen vriendelijk doet zwaaien, de troep vogels die rumoerig overvliegt, het storende gezoem van een bij op zoek naar honing – je hoeft dat allemaal niet te registreren en vast te leggen in krijt op papier. Zo gemakkelijk is dat echter allemaal niet, schijn bedriegt. Tekenaar Jan van der Kooi weet dat en onderkent dit. Het model is onder handbereik, maar blikt iedere dag anders, elk moment heeft een eigen oogopslag.

    Een kop tekenen is geen sinecure. Men gebruikt zichzelf wel om de portretkunst te oefenen. Om het kleurgebruik van huid en haar in de vingers te krijgen. Glimmertje in de ogen, stand van de neus, glanzende lippen – het maakt en breekt de herkenning. Je hebt jezelf zoals geschreven bij de hand, dus dat maakt je bijdehand om te schetsen met potlood en verf. De plaatsing van ogen, neus en mond kan naar verhouding correct ingepast worden. Maar om daaraan een stemming te geven of een karakter in te brengen is minder ordelijk te doen. De gelaatkunde in de beeldende kunst is van een andere orde. Het is een kunst op zich om de persoonlijkheid in een portret te brengen, de ruimte in het vlak te krijgen.

    Iedere lijn

    Iedere lijn in Van der Koois zelfportret heeft een functie, is doelbewust gezet. Elke stip of veeg is belangrijk als onderdeel van het geheel. Evenzo geldt dit voor het landschap, dat eigenlijk een portret is van de omgeving. Het schijnen allemaal beelden of beeltenissen van eenzelfde karakter; het portret Van der Kooi, het landschap De Veenhoop. In het geval van het zelfportret klopt dat. Bij het landschap valt dit tevens te rijmen, hoewel wanneer je hier of daar kijkt en dus van standpunt verandert en zichtlijn wijzigt de indruk anders is.

    Iedere dag heeft de eigen zorgen en deze tekenen zich af in de uitdrukking van het gelaat. Eigenlijk toont Van der Kooi in het portret een getekende autobiografie. Uit de koppen straalt zijn levensverhaal. Het is een serie in zijn oeuvre, voor iedere week een portret. Zo zie ik hem door de tijd gaan, het zijn leven. In de rimpels lees ik zijn geschiedenis zoals de tijd uit de jaarringen van een boom gepuurd kan worden.

    Geen dood getekende afbeeldingen

    Jan van der Kooi toont in Museum Belvédère veel van die zelfportretten en een veelvoud aan landschappen. Onder de titel “Wie ben je als niemand kijkt”. En inderdaad kijkt er niemand wanneer hij zichzelf vastlegt in het atelier. Turend in de spiegel naar Jan. Wie is hij dan, op dat moment. Niemand ziet hem zwoegen op zijn eigen karakter. Volgens mij is hij daar zichzelf, is hij daar Jan die Van der Kooi vastlegt. En dan, wanneer deze tekeningen een tentoonstelling krijgen en worden gezien, waar kijk ik dan naar, wie zie ik dan. Ik zie Jan, hemzelf, dat is hij. En hij kijkt me wel vorsend aan, zijn getekende blik doorboort mijn gedachten. Het is alsof hij mij doorziet, mij oogt wie ik ben. Terugkijkt vanaf het papier. Hij zag zichzelf, maar in het museum ziet hij mij. Priemende blik, gefronste wenkbrauwen. Veelal met de bril op de punt van de neus beschouwt hij mij, kijkt over het montuur en bepaald mijn blik. Hij biologeert mijn wezen, waar hij eerst zich concentreerde op het eigen zijn. Die onderzoekende oogopslag speurde naar het wezen achter zichzelf, het bestaan in de plooien van het eigen gezicht. En nu deze portretten de ruimte vinden staren ze vanaf de wand naar mij en al die andere bezoekers.

    De werken van Van der Kooi zijn geen dood getekende afbeeldingen. Geen tot in de poriën en tot in de grassprieten vastgelegde werkelijkheden. Hoewel deze realistische portretten en landschappen herkenbaar en plaatsbaar zijn, heeft Van der Kooi er een abstract wezen ingebracht. Als de Schepper er leven ingeblazen. Het zijn geen plaatjes maar levende voorstellingen. Met veel beweging in de lijnvoering is het alsof het portret een knipoog geeft, alsof er opeens een wolf uit het struikgewas kan opduiken. Ik hoor hem grinniken, Jan, zich verkneukelend over al dat aapjes kijken en die verbaasde en bewonderende blikken. Ik hoor de vogels fluiten boven de velden, de zuchtende wind die de bladeren laat ruisen. Van der Kooi heeft de ziel van het wezen geraakt. Zijn wezen en dat van het landschap.

    Langs de boorden van de Veenhoop

    Van der Kooi werkt in traditionele tekentechnieken en heeft een geheel eigen stijl ontwikkeld die het midden houdt tussen realisme en expressionisme”, lees ik op het tekstbord bij de tentoonstelling. Het zijn derhalve geen oppervlakkige werken die ik beschouw, tonen niet sec een gelijkenis, maar boren een diepere laag aan. Die laag waarin de meester zich fijn voelt wanneer niemand kijkt. Hij is alleen in het atelier, eenzaam met zichzelf bezig. Observeert het ego en reflecteert het ik. Toont niet hoe mensen hem zien, de buitenkant. Maar laat de ervaring zijn, het gevoel, de binnenkant. En daarna wordt het in de openbaarheid gegooid, krijgt het beeld in een tentoonstelling. Want het moet gezien worden, onder de mensen komen. En dan kunnen de bezoekers er iets van vinden. Dan is echter de maker er niet bij, deze houdt zich afzijdig. Door de tekening gaat hij figuurlijk in gesprek met degene die naar de tekening kijkt. Kijkt hem aan van achter of over zijn bril, observeert mij, kijkt door mij heen als het ware. Kijkt zo streng en scherp alsof hij bezig is van mij een portret te maken. Dat ik het model ben. En dan loop ik langs de boorden van De Veenhoop, op de oevers van de Headamsleat. Want ik raak in verlegenheid van die priemende blik, die mij achtervolgt en scherper doorziet als dat ik naar mijzelf kijk. Want wie ben ik als Jan van der Kooi kijkt. In die natuur vind ik de schepper terug. De tekenaar die de omgeving schetst. In de gelaagdheid is hij abstract aanwezig, zijn geest waart door het veld omdat het beeld heeft gekregen zoals hij het zag, zoals hij het heeft beleefd.

    Naar de geest van de klassieke meesters, in de lijn van de kunstgeschiedenis, tekent Jan van der Kooi de zelfportretten. Schetst hij het landschap. Zoals de opdrachtgever verlangt dat een portret naar waarheid de geportretteerde eer en recht aan moet doen, zo heeft de kunstenaar de vrije hand om zichzelf te tekenen. Het portret dient te beantwoorden aan uiterlijke schijn, de schoonheid zal afstralen van het evenbeeld. Echter wanneer de tekenaar of schilder zichzelf als model neemt kan hij of zij voorbij gaan aan de esthetiek en beelden naar de waarheid achter het zichtbare. Dan komt de ware aard naar boven.

    Wie ben je als niemand kijkt. Kamerpresentaties getekende zelfportretten en landschappen van De Veenhoop. Jan van der Kooi. Museum Belvédère, van 25 januari tot 22 juni 2025.

  • Op adem komen in vergeten architectuur bij dynamische werkruimten

    Het verhaal dat Marijke Mink verbeeldt in haar werk bij Galerie Getekend is een overbekend gegeven voor de scheppende mens. In haar tekeningen heeft zij zichzelf geportretteerd in een kamer. Of deze kamer een werkruimte is, een slaapkamer of een zitkamer met uitzicht op de tuin, is niet klaarblijkelijk duidelijk. Dat is ook van geen belang. Het gaat niet om de ruimte zelf, maar om datgene wat zich fysiek en mentaal daarin afspeelt. Vooral het beelden van dat bovenzinnelijke aspect is gewichtig in de composities van Mink. Het kenmerkt de creator. Is het namelijk wel veelal wachten op inspiratie om een compositie te beginnen. De figuur in die kamer is daar in diverse houdingen en met verschillende bewegingen mee bezig, met het spontaan opwekken van een inval.

    Maar inspiratie laat zich niet dwingen, het moet je overkomen wil er een doordacht kunstwerk ontstaan uit het niets. Het is de juiste klik krijgen met het materiaal. Het lege witte vel, het blank geprepareerde doek of de ruwe onaangetaste steen vormt een uitdaging. Het daagt uit in gesprek te gaan. Het gevecht te leveren om met potlood en penseel, met kwast en verf, met hamer en beitel een figuratie te maken. Het grafiet, het pigment, de koolstof en de kleurstof zijn dode gereedschappen, die tot leven komen wanneer ze gebruikt worden om lijnen te zetten en vlakken te maken. Maar dan moet er eerst een aanleiding zijn om aan het werk te gaan. Zomaar intuïtief aanvangen leidt zelden tot een uitgebalanceerd geheel. Wel kan ongedacht een gedachte in het brein toeslaan om de handen een reden tot serieus beelden te geven.

    De tekening in getrokken

    Dus zit de persoon in de kamer van Mink te piekeren, na te denken en te overwegen. De kamer heeft veel weg van een werkruimte, een atelier. Maar er wordt ook gerust om uitgerust te scheppen. De gedachten tekenen zich af op en aan de muren als bloemetjes behang of een soortgelijke wandbekleding. In de ruimte dwarrelen deze denkbeelden, fladderen met veelkleurige bewegingen om neer te dalen op de fantasierijke ingevingen. Ze komen echter in het proces van de vertelling binnen het enkele kader nauwelijks tot beeld op de getekende werktafel. Want niet de tekening is het doel, maar het maatwerk dat eraan vooraf gaat. Dat maatwerk vormt de compositie van Mink, die handeling om tot een resultaat te komen. In de serie tekeningen laat zij de confrontatie zien die de kunstenaar met het werk heeft. De krachtmeting die geleverd moet worden om tot een creatief product te komen. Het heilig moeten is een duel, een tweegevecht van mens en materiaal. Waarbij de inspiratie de reddende engel is.

    Marijke Mink trekt mij door haar manier van werken de tekening in. Sluit ik mijn ogen dan waan ik mij in het atelier, stap ik over de drempel in het denk- en werkproces. Ervaar ik de emotie die los komt wanneer het scheppen lukt, de euforie van het klaarspelen. Voel het bloed, ruik het zweet en zie de tranen wanneer er niets op papier wil komen. Het zijn composities boordevol dynamiek. Hoewel de figuur naar het schijnt stil ligt te wachten voor de vlam is opgestookt tot een vuur om vol elan aan het werk te gaan, stormen zijn gedachten bruisend door de kamer. Met Mink zit ik op de golflengte dat die ingevingen zichtbaar zijn voordat deze tot figuratie in een creatie vorm krijgen.

    Ongecompliceerde duidelijkheid

    Zit ik dan helemaal in het kleurige werk van Marijke Mink, word ik er als het ware door opgevreten, moet ik moeite doen me ervan los te maken. Dan lijkt daarnaast het werk van Heidi Linck een koude douche. Niets is echter minder waar. Hoewel elke kleur en alle dynamiek uit haar tekeningen lijkt verbannen is het werk contrastrijk en volop in beweging. Door de minimale uitdrukking houdt het werk de aandacht stevig vast. Ik weet nauwelijks wat ik zie, terwijl Mink mij alle hoeken van de kamer laat zien. Linck baseert zich op verlaten en vervallen panden. Tekent zichtbaar uit wat haar interpretatie van de ervaren vergeten werkelijkheid is. Spiegelt de waarheid, draait abstracte cirkels om de realiteit. Heidi Linck zet in haar werk vraagtekens zonder deze met uitroeptekens te beantwoorden. Vragen die bij mij opkomen om met antwoorden een vinger te krijgen achter de waarneming.

    Zelf dien ik mijn reactie die het werk bij mij oproept te formuleren. Linck geeft een voorzet, een hint. Maar ze spreekt zich niet uit, ze laat ruimte voor interpretatie. Door het weglaten van decoratie raakt zij de essentie van het aangetroffen beeld. In de enkele lijn en het meerdere vlak geeft zij een ongecompliceerde duidelijkheid, waar het lijkt alsof er nauwelijks duiding is in de simpele weergave. Door de eenvoud in beeltenis biologeert het werk eenduidig. Ik weet concreet wat ik zie, maar er is niet meteen herkenning in het onontwikkelde beeld. Maar juist dat rudimentaire aspect heeft weinig uitleg nodig om aan te spreken. Als een logo bij een enkele oogopslag weergeeft waar het kenmerk voor staat, wanneer althans de ontwerper zich weloverwogen in de opdrachtgever heeft ingeleefd, zo karakteriseert Linck’s symboliek haar wereld. Deze linken als het ware aan haar universum, haar bubbel. In de constructies op blauwdrukken ontwerpt zij een persoonlijke architectuur als uitvloeisel van wat gezien is op verloren plekken, in verlaten vergetelheid.

    Composities zijn zoekplaten

    Haar handschrift is abstract, de vorm is bij wijze van spreken in een bouwtekening gedwongen. Het zit gevangen in dit kader als de gestalte van een bouwwerk, een installatie. De verwaarlozing en het verval van een monumentale plek intrigeert Linck. Niet om het realistisch weer te geven, maar om er een versimpelde ervaring door te delen. De aanblik van menselijke architectuur die om een of andere reden is verlaten en vergeten wekt bij haar een mysterieuze emotie op. Het gevoel van onbehagen verdwijnt door de situatie te ontdoen van voor het treffende beeld overbodige elementen. De aftakeling is uitgegumd om de klare lijn van het bouwwerk te tonen.

    Marijke Mink laat veel zien in haar werk, het is een genot ernaar te kijken – de blik erin te laten dwalen. De composities zijn zoekplaten, deze nopen serieus te beschouwen om elk aspect en ieder element te registreren. Heidi Linck geeft minder handvaten om haar werk te vatten. Een nauwkeurig beoordelen is daarentegen noodzakelijk. Anders kijken omdat de werkelijkheid is gestileerd. Hoewel de werken van beide kunstenaars met elkaar schijnen te vloeken, vullen deze mekaar daarentegen onmerkbaar aan. Er lijken alleen maar contrasten te bestaan, maar in sfeer zijn er relaties te ontdekken. Vanuit de dynamiek van het atelier is het op adem komen in de meditatieve ruimten. En ben ik dan opgeladen door de vereenzaming kan ik weer genieten van de bezieling.

    Expositie werken van Marijke Mink & Heidi Linck bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 10 november 2024 tot en met 5 januari 2025.

  • Luister, Hilda Klaassen fluistert haiku

    De haiku, dat is Japanse mysterie. Cryptisch dichtsel uit het land van de rijzende zon. In zo weinig mogelijk woorden een groots verhaal vertellen. Dichten met minder lettergrepen dan bijvoorbeeld de limerick, maar schurend aan het elfje. Schrijven is schrappen. In de haiku gedijt het kill your darlings. Om de kern te raken geen omstandige uitleg. Geen verbalisme, geen omhaal van woorden. ‘op eigen wijze / deelt het kustlicht de nacht in / zolang het opvalt’ (*)

    Hilda Klaassen laat het verbale aspect achterwege, wanneer zij de natuur wil laten spreken. Want wat zijn de woorden van flora, van takken en bloemen? Welke taal bezigt de boom, welk lied zingt het bos. De roos heeft geen weet van poëzie, de kamperfoelie kent niet het geheim van de haiku. ‘zwervende vogels / verward in hun schaduwen / voorbij willemsduin’ (*)

    Het is de kunstenaar die spreekbuis is van stamper en meeldraad. Het is de mens die betekenis geeft aan wat en wie geen mond heeft om zich uit te drukken. Door takken en bloesem te rangschikken volgens de regels van de haiku, 5-7-5, geeft Klaassen het idee een natuurtaal gevonden te hebben. Een spraak waarmee het leven buiten de mens om kan communiceren. ‘takken en tekens / heeft de natuur hier een taal? / geheimzinnigheid’ (**)

    Creatieve variatie op het thema

    Maar natuurlijk ordent de natuur zichzelf niet naar de idee van een Japanse dichtvorm. Het is de hand van de mens, in dit specifieke geval de kunstenaar, die abstracte woorden toedicht aan een bundel takken en een bos bloemen. Het is een creatieve variatie op het thema, die als installatie gelezen dient te worden. De beschouwer kan er zelf woorden aan geven, in gedachten er een verhaal van maken. ‘luister naar de wind / of vlagen van gedachten? / fluisterende roos’ (**)

    Niet meteen valt het op dat er een haiku is gecodeerd, de geoefende blik heeft in tweede instantie oog voor het gedicht in geheimtaal. Er zijn geen woorden vuil te maken aan het drieregelige takkengedicht of het bloemkroonvers. Pas wanneer de kunstenaar zich ontpopt, of beter verpopt in dit geval, en opbloeit als poëet kan zij taal geven aan de natuur. Een taal die als aaneengeregen woorden begrijpelijk kan zijn. Echter het weglaten van uitleg, om kort en bondig te spreken, geeft het natuurlijke jargon een abstract karakter. Klaassen spreekt gevoel uit en maakt sfeer, een stemming die naadloos aansluit bij de installatie of de tekening, het kunstwerk. ‘druipnat verbonden / raken buigzame takken / voelen het water’ (**)

    Maar het is geen lezing van of commentaar op de afbeelding, het maakt onderdeel uit van de gehele creatie, het eindproduct. Het kan los van elkaar gedijen, maar is juist op de plek wanneer het samen wordt gepresenteerd. Die presentatie heeft plaats gevonden in een art press bundel, met paktouw bij elkaar gebonden vellen aquarelpapier in een beperkte oplage. In eigen beheer uitgegeven door de kunstenaar. Foto’s van installaties en tekeningen worden ondertiteld door gedichte woorden, poëtische taal.

    Galerie Bloemrijk Vertrouwen

    Het heeft een tentoonstelling gehad in Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Aldtsjerk. Gecombineerd met keramische objecten van Tjabel Klok vormde het de opening van het nieuwe seizoen, het 35e inmiddels want de kunstgalerie startte in 1989. Speciaal voor de ruimte van GBV had Hilda Klaassen een zaal-vullende expositie gemaakt, die dus in essentiële vorm zijn weerslag heeft gevonden in de art press bundel. Deze gedichtenbundel is in de galerie te koop. Eigenaresse Gerhild van Rooij is schatbewaarder van het gedachtengoed van kunstenaar Jan Loman. Vandaar dat ik in dit artikel een aantal van zijn haiku’s citeer. ‘bij opkomend tij / werden tekens uitgewist / indrukken bleven’ (*)

    Kunst maken betekent voor Hilda Klaassen kijken en tekenen. Voor haar is poëzie dichten benoemen en schrijven. “Het observeren van lijnen en vormen in de natuur en een onderzoek op papier”, schrijft zij achterop het bundeltje papieren. “Het samengaan van beelden met een relatie tot de eigen gevoelswereld.” Ze neemt waar, bespiedt en inspecteert het grote geheel van de natuur maar vooral details op macroniveau. De bevindingen zet zij op papier, want het kijken en zien doet iets met haar, roert haar. Die emotie, dat gevoel bij het zichtbare, moet vorm krijgen – haar interpretatie van de werkelijkheid.

    Interactief aanvullen

    De beeldende figuratie maakt door haar pen een vertaalslag in woorden, in poëtisch geplaatste zinnen waarin de idee van de lezer de leegtes vult. Klaassen laat weg en doet zodoende een beroep op het kijken. Zien wat niet is afgebeeld en lezen wat niet is opgeschreven. De tekeningen zijn niet zodanig uitgewerkt dat ik een compleet beeld krijg. De leemtes vul ik in met wat mijn ervaring bij een eerder gezicht mij voor ogen brengt. De abstractie vul ik interactief aan met mijn vermoeden van wat ik denk te zien. Dat is het fijne van kunst, dat er antwoorden op vragen gegeven dienen te worden om het beeld te begrijpen. Maar die reactie, deze respons, dient de beschouwer op de kwestie die het werk voorlegt zelf te geven. Wat je ziet zit in je hoofd, de gedachte vult het beeld aan. Het gedicht daarbij, in geval van Hilda Klaassen, zet dan de puntjes op de i of is de kers op de taart. Het geeft taal aan het beeld, terwijl het beeld vorm geeft aan de taal. Die vorm is het gevoel bij het zichtbare, de emotie bij hoe het leven ook geïnterpreteerd kan worden. Deze kunst geeft geen uitleg, maar is de verklaring zelf. Het fluistert de natuur, ik luister aandachtig.

    luister fluister – art press bundel – dichtbundel met foto’s van werk op papier. Hilda Klaassen. Eigen uitgave in beperkte oplage, 2024.

    (*) Haiku van Jan Loman uit de leporello “eigenwijze”. Uitgeverij Kleinood & Grootzeer, 1999.

    (**) Haiku van Hilda Klaassen uit “luister fluister”. Eigen uitgave, 2024.

  • Tekenwerk in totaalbeeld bij Galerie Getekend

    De kunstenaars nu in Galerie Getekend zijn jagers en verzamelaars. Met het schetsboek in de aanslag en het potlood op scherp ogen zij en sparen beelden rondom. Dat doen kunstenaars, dat zit in hun genen. Aldoor beelden verzamelen om er uitdrukkingen mee te maken wanneer de tijd daar rijp voor is. Wanneer de gedachte bezieling heeft en wordt gevoed door geschetste noteringen. Bij de galerie zie ik de resultaten van het ontdekken en registreren. Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles, hun werk is in combinatie te zien tot 3 november, maken echter van velerlei indrukken een totaalbeeld. Een groter geheel met een verscheidenheid aan losse onderdelen en details. De expositie heeft dan ook een verzamelnaam om de lading te dekken: La vue de l’ensemble. Het geeft een overzicht van de verzameling in delen van dit trio kunstenaars. Zij maken geen enkelvoudig beeld, zoals een landschap, een stilleven of een portret dat zijn. Wat zij doen is meerdere inspiraties in een veelvoudige tekening zetten. Er ontstaat als gevolg daarvan een complexe beeltenis om zoveel mogelijk onderdelen op eenzelfde moment te kunnen laten zien.

    Beweeglijk leven expressief uitgedrukt

    Rob Miles toont kamers van meerdere kanten, vanuit verschillend perspectief. Een soort van uitgevouwen kubussen die dubbel driedimensionaal in ogenschouw kunnen worden genomen. De ruimte is erin plat geslagen om een totaalbeeld te kunnen weergeven van de inhoud van de kamer. In een cartoonachtige stijl bewegen figuren en materialen zich in het platte vlak door de ruimte. Het zijn veelkleurige impressies om een beweeglijk leven expressief uit te drukken. Verbeelde herinneringen aan wat er zoal is voorgevallen in die ruimte. Een samenraapsel van momenten en handelingen om de lopende tijd in het vertrek vast te leggen, te bewaren als souvenir van wat geweest is. Dat doet de kunstenaar, dat zit in zijn bloed.

    Overvloed aan bezit

    De verzameling aan indrukken heeft Clément Fourment in een denkbeeldige boekenkast geborgen of op een mededelingenbord geprikt. In het raamwerk is welhaast ieder vak gevuld met snuisterijen en hebbedingen, memorabilia in de tijd. Symbolen en metaforen voor een overvloed aan bezit. Of een gebrek daaraan wanneer het schap leeg is gebleven. Op het prikbord zijn foto’s en afbeeldingen geplakt die zijn interesse in de sterrenkunde verbeelden, zijn aandacht voor geschiedenis. Zonder kleuren in zwart en wit tekent hij heel gedetailleerd een wereld aan beelden, een heelal aan indrukken. Hij plakt ook wel delen in, zodat als het ware een dimensie meer in het platte vlak gebracht is. Dus niet enkel geeft hij zelf beeld, maar gebruikt ook bestaande afbeeldingen om de verbeelding te versterken. Dat doen kunstenaars, jagen en verzamelen om het heilig moeten te bevredigen.

    Gefragmenteert

    Op haar beurt verwerkt Marisa Rappard structuren in haar composities. Ordeningen die de samenstelling opbouwen. Schijnbaar aan elkaar tegengestelde vormen willekeurig gerangschikt. Echter is het een vertaling van wat de moderne mens dagelijks aan informatie via beeldschermen tot zich krijgt. Om de veelheid te kunnen verwerken wordt deze gefragmenteerd, in delen opgeslagen. De collage aan beeldelementen lijkt in het werk van Rappard als zijn deze op de computer gemaakt. Of althans het voorgeschreven beeld als resultaat na AI de ins en outs te hebben voorgelegd en ondervraagd. Uit dat verhoor komen antwoorden waarmee de kunstenaar verder kan. Dat doet de kunstenaar, zijn of haar omgeving bevragen om de inspiratie te voeden.

    Herinneringen oproepen

    Rappard heeft Miles en Fourment bij elkaar gebracht en aan zich verbonden in deze kunstzinnige samenstelling. Hoewel ieders werk aan elkaar verschillend is zag men overeenkomsten in ontroering en verwerking. Het totaalbeeld van de expositie geeft een overzicht van wat kunstenaars zoal mentaal najagen en verzamelen en fysiek speuren en bewaren. Met die collectie aan geestelijke en lichamelijke beelden, die als herinneringen kunnen worden opgeroepen, doet de kunstenaar zijn ding. En dat ding is in dit geval een tekening, die is samen gesteld en opgebouwd in een beeldbank. Een raamwerk of het frame waarbinnen ieder element om aandacht vraagt, waardoor de blik zich niet kan hechten. Wat de voorkeur heeft daar trekken de ogen naartoe, dat is voor iedere toeschouwer persoonlijk anders. Zo blijft de kunst een individuele ervaring, een subjectieve sensatie.

    Opvallend levensgroot en manshoog komen de werken in de ruimte op mij toe. Daar tegenover hangen en liggen ter compensatie tekeningen intiem op klein formaat. Zijn de van Frankrijk gekomen Miles en Fourmént vooral in realistische zin aanwezig met herkenbare vormen, evenwel meerdere malen in een immateriële vormgeving gevat. De Nederlandse Rappard uit zich in abstracte composities. De relatie en overeenkomst in de diversiteit kan gelegd worden in de verzameling aan meervoudige indrukken die zijn vastgelegd in een enkelvoudige uitdrukking. Zo maakt de galerie een totaalbeeld van mogelijkheden binnen de kunstvorm tekenen. Dat het lang geleden is dat het tekenen alleen maar werd gezien als schets voor een resultaat. Dat dit tekenen het resultaat is. Dat werken met potlood het beeld kan verfijnen en detailleren. De kunstenaar zit dicht op het werk, de hand vertaald in een vloeiende beweging wat het hoofd bedacht. Dat is wat de kunstenaar doet, denken met de handen.

    La vue de l’ensemble. Expositie werk op papier van Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles. Bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 3 november 2024.

  • Een kabinet met laden, een puntzak vol snoep

    Een dozijn vertoningen, dat is het Tekenkabinet nu sinds 2013, momentopnames van hedendaagse tekenkunst. In dat jaar richt Manja van der Storm het onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse tekenkunst op klein formaat op. Simpelweg omdat zoiets nog niet bestond, en ze van mening is dat de kunst van het tekenen meer aandacht verdient dan er tot op dat moment sprake van is. Dat tekenen met potlood en krijt is altijd enigszins een ondergeschoven kind gebleven in de bedstee van de kunst. Werd het lange tijd slechts als schets gewaardeerd, een voorbereiding op het grote ‘echte‘ werk, tegenwoordig is het een volwaardige tak van sport. De tekening is het resultaat van inspiratie en bezieling, niet langer alleen om het beeld in de vingers te krijgen. En niet enkel en alleen meer met potlood en krijt. Om als tekenaar werkende kunstenaars meer voor het voetlicht te krijgen organiseerde Van der Storm 11 jaar geleden voor het eerst het zogenoemde Tekenkabinet. Nu dus voor de twaalfde keer.

    112 tekenaars alfabetisch gesorteerd

    Het Tekenkabinet, een kast met vele laden van overwegend eenzelfde formaat waarin een keur aan kunstenaars opgeborgen liggen. Eenmaal per jaar worden de laden opengetrokken en is het werk in salon stijl gehangen aan de wanden van de Amsterdamse Projectruimte BMB. En dit jaar is een tweede tentoonstelling in Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Tijdens iedere voorstelling presenteren de deelnemende kunstenaars verschillend en ander werk. Een catalogus daarbij zet welgeteld 112 tekenaars alfabetisch gesorteerd op rij; een naslagwerk en collectors item ineen. Een souvenir om nog eens door te bladeren. Een zak snoep waaruit lastig te kiezen valt. Graag wil ik ieder zuurtje daarvan proeven. De één zal meer in de smaak vallen dan een ander. In de zak zoek ik eerst de mij bekende vormen, het snoep dat ik me al eens eerder lekker mocht laten smaken en waarvoor ik een voorkeur heb. En vervolgens probeer ik eens iets nieuws, een andere mij nog onbekende smaak om mijn zintuigen te prikkelen. Kunst is een kwestie van smaak. Maar als kritisch beschouwer zal ik de smaak uitschakelen en ieder snoepje op gelijkwaardige waarde schatten. Eerst zoek ik onwillekeurig de voor mij bekende namen eruit om vervolgens uit het andere werk aansprekende vormen te kiezen.

    Eigenlijk geeft iedere la die ik van het kabinet opentrek een nieuwe verwondering. Een ander helder zicht op de kunst van het tekenen. Ieder snoepje uit de zak heeft een eigen meug, geeft een persoonlijk genot. Het Tekenkabinet houdt van tekenkunst zoals ik van al het lekkers in die puntzak snoep houdt. Het toont daarom jaarlijks een selecte collectie, want uit de aanmeldingen zoekt het Tekenkabinet representatief werk waarin het tekenen tot recht komt. Het Tekenkabinet biedt een onafhankelijk podium zonder vaste locatie aan professionele, autonome kunstenaars. Ieder jaar opnieuw vinden deze een lade geschikt om in opgeborgen te worden. De laden zijn niet gelabeld en kunnen door ieder ander worden ingenomen. Het kabinet is geen galerie, kunstenaarscollectief, vereniging of stichting. Kunstenaars worden geen lid maar deelnemer per editie – resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. Dit is de derde catalogus die mij voorligt en ook nu weer ontdek ik ander werk en voor mij nieuwe kunstenaars. Zo wijst het Tekenkabinet mij de weg door de wereld van de tekenkunst.

    Twee tentoonstellingen, één catalogus

    Tekenkabinet XII bestaat uit 3 delen. Er zijn twee tentoonstellingen, waarvan de eerste op dit moment tot 19 mei loopt in Projectruimte BMB. Een tweede expositie is in de zomer van 2024, van 2 augustus tot 15 september, in Galerie Art Singel 100. De online webshop waarvan de catalogus een verslag is vormt de derde poot onder het atelierkrukje. Op deze manier zullen er van de meeste deelnemende kunstenaars in totaal drie tekeningen te zien zijn, maar niet tegelijk. Het is dus zaak de locaties in Amsterdam te bezoeken, de webshop te bekijken en de gids aan te schaffen. De catalogus geeft aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. Een goed ogend beeld van handschriften, gedachten, gebruikte materialen en fantasieën met als drager dienende papiersoorten op klein formaat. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de gids het navigatiesysteem, de webshop de handleiding.

    De omslag van deze gids, editie XII, toont een verkreukeld stuk papier. De prop is het beeldmerk van hoe er eeuwenlang naar het tekenen gekeken is. Als een artikel om weg te gooien. Te schetsen en uit te werken, waarna de functie verloren is en het werk als een prop in de prullenmand kan. Maar de werken in het boekje krijgen erdoor waarde en bestaansrecht. Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken zijn geselecteerd. Want het Tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het Tekenkabinet en initiatiefnemer Manja van der Storm. En ik vind nog een lekker snoepje in één van de laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.

    Catalogus Tekenkabinet, editie XII. Concept, vormgeving en productie Manja van der Storm. Eerste druk, april 2024.

  • Marjo Postma schuilt haar werk in bestaande tekeningen

    Over het algemeen en doorgaans wil ik objectief een tentoonstelling ingaan. De werken zonder vooroordeel en kennis van zaken bekijken. Ofwel wil ik niet vooraf geïnformeerd worden over wat ik sta te gaan zien. Ik laat me verrassen, althans dat is de bedoeling. Het gaat niet altijd op, want ik kom natuurlijk ander werk van eenzelfde kunstenaar weer eens tegen. Dan ken ik het verhaal van die maker vooraf en heb misschien op voorhand al een mening klaar. Natuurlijk zijn er kunstenaars die mij met nieuw werk kunnen intrigeren. Dat er een nieuw verhaal te vertellen is of dat er een andere ingang is tot hetzelfde verhaal.

    Overwegend heb ik geen moeite met de werkelijkheid evenmin als met de abstracte wereld en veel wat daar tussenin en -door zweeft. Ieder isme en elke stijl kan me boeien en daar kan ik iets van vinden. Maar het werk dient te spreken, de compositie heeft het verhaal. Hoe het tot stand komt is van minder belang. Hoewel het wel fascinerend is. Het werk is het resultaat van het maakproces, het eindproduct. Daarin is de idee en de inspiratie van de kunstenaar samengebracht. Het verhaal ligt opgesloten in het kunstwerk en met het juiste woordenboek kan ik dat lezen. Maar een handleiding heb ik niet nodig. Spreek ik de taal niet, dan doe ik moeite deze te leren. Door te kijken kan ik ervaring op doen. Het zien geeft gevoel.

    Een schuilplaats vinden in de tekening

    Laat ik ervan uitgaan dat ik me niet tevoren heb ingelezen. Dat ik me onbevangen en vrijmoedig begeef in de wereld van Marjo Postma. Dat ik pas op een ander moment in een volgend blog inga op achtergrond en reden. Wanneer ik de catalogus bij deze tentoonstelling in Galerie Getekend bespreek. Eigenlijk is dat boek het beeldverslag van een tijdelijke werkplek, een artist in residence, in Pergola, Italië. En is de expositie daar dan een keuze uit, aangevuld met nieuw werk. Beide kunnen dus heel goed zonder elkaar gaan. Het ene heeft minder meer met het andere van doen. Het boek is een verwerking, de expositie een nawerking. Want de kunstenaar moet door.

    Dwelling in Drawing. Een schuilplaats vinden in het tekenen. De tekening is onderdak voor de idee. Postma gebruikt oude architectuurtekeningen om op te werken. Deze bestaande ondergrond is het onderkomen waar haar tekening in verblijft. Een huis om de kunst in te laten schuilen. Die bestaande tekeningen hebben gebruikssporen, zijn verkleurd en beduimeld. De kunstenaar geeft deze als het ware een nieuw leven door daar een kleurig motief op aan te brengen. Een abstracte gedachte uitgewerkt in een non-figuratieve figuratie. Een vorm die wel verbinding maakt met de werkelijkheid, maar deze daarna meteen weer loslaat en een eigen realiteit laat zien.

    Gedachten dwalen van bestaand papier

    De bestaande lijntekening, een technische uitwerking van de idee voor een bouwwerk, wordt door Postma wel gebruikt om op te reageren. Maar ook is de reactie wel tegendraads en heeft weinig van doen met wat er aan ten grondslag ligt. Toch is deze eigenzinnige tegenbeweging ook een antwoord op de retorische vraag van het gedateerde document. Het zet bestaande belijning scherp aan, vult gekadreerde vormen kleurig in. Maar laat niet wat eerder op papier werd gezet helemaal verdwijnen. Het verleden blijft doorschijnen in het heden. Zo verbindt Postma het zijn van de tijd. Legt een relatie met wat was en wat er nu is. Want zo is het, zonder verleden is er geen heden. Ze laat zich leiden door de vroegere tijd, het is de achtergrond van haar tegenwoordige tijd.

    De composities doen mij denken aan de krabbels die ik wel in de kantlijn tekende tijdens een suffe les op school of een slome vergadering. Dromerig ging mijn rede dan met me aan de haal en verliet de tijd om in een andere dimensie terecht te komen. Dan schetste ik mijn gedachte op papier. Zo lijkt Marjo Postma te werk te zijn gegaan. Haar gedachten dwalen echter van het bestaande papier af, stijgen uit boven het verdwenen moment en vormen een nieuwe tijd. In afzondering buiten het rumoer is het een toevluchtsoord voor de idee. Terug geworpen op haarzelf uit ze zich op een eigen bijzondere manier. De onderliggende tekening biedt haar houvast, het resultaat geeft mij te denken.

    De tekeningen zijn zoekplaten. Een ontdekking om te achterhalen waar de oorsprong van de uitkomst ligt. Maar eigenlijk is dat van geen belang, om zo diep in de materie te duiken. Om precies te weten wat je bekijkt. De mens zoekt altijd een houvast, een verbinding met de werkelijkheid. En wanneer deze er niet is vult de gedachte die als vanzelf in. Associatief leg ik verbindingen. Gaat mijn blik relaties aan met wat ik zie. Knoop loszittende draadjes aan elkaar. Volg ik geschetste lijnen tot mijn zicht een complete voorstelling heeft gemaakt. Verlicht is mijn geest gehelderd, heb ik antwoord op mijn vraag: wat zie ik?

    Dwelling in Drawing. Marjo Postma, tekeningen. Expositie bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. 17 maart tot en met 5 mei 2024.