Tag: autobiografie

  • Lobi da Basi, liefde is de baas

    Het is een eerlijk boek. Het is een heerlijk boek. Een oprecht levensverhaal. Zonder een blad voor de mond te nemen, neemt Glenn de Randamie zichzelf op de korrel. Lang leefde hij als Typhoon het artiestenbestaan ten voeten uit. Tot het gaatje is hij gegaan en keek hij over de rand de afgrond in. Het laatste zetje om vrijwillig uit de tijd te gaan heeft hij zichzelf niet gegeven. Op tijd zag hij het licht aan het eind van de tunnel. Letterlijk. God was altijd wel op de achtergrond heimelijk aanwezig, maar toen, op die berg in Zwitserland, stapte Hij voor het voetlicht en bewaarde Glenn voor het leven. Gelukkig maar, want Glenn, aka Typhoon, heeft nog zoveel noten op de zang en een legio aan goede gedachten om de wereld in te sturen.

    In één adem uitlezen

    Door zijn boek “Liefde is de baas” gaat de lezer met Typhoon op reis. Ik zit op het puntje van de stoel voor in de bus en heb ruim zicht. Voor de streep geen staanplaats en spreken met de chauffeur is niet toegestaan. Maar ik ben stil, want hij praat honderduit. Daar kan ik geen woord tussen krijgen, zelfs mijn gedachten hebben geen plek. Typhoon schrijft zo beeldend dat hij mijn denken overneemt, dat ik mij kan verplaatsen in zijn wezen.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    Hij heeft zo’n boek geschreven dat zich bijkans in één adem uitleest. Een boek dat de lezer zo bij de les houdt en zo boeiend is dat het nauwelijks weg te leggen is om morgen verder te lezen. Iedere cliffhanger nodigt uit naadloos het volgende hoofdstuk in te gaan. Dat komt vooral omdat de artiest zijn bestaan in het wereldje frank en vrij beschrijft. Onverbloemd en onomwonden, zonder dramatiek, want drama heeft die handel en wandel van zichzelf al voldoende. Het hoeft niet te worden aangedikt, want het is al vet en doorregen met onheil en tragedie.

    Glenn beschrijft zijn levensrit van begin tot het actuele moment dat hij een punt achter de laatste zin in het boek zet. Het zijn is dan nog niet gedaan. Het bestaan nog niet afgerond. Maar hij heeft zijn doen en laten, zijn toppen en dalen, de onstuimige opkomst en de dreigende afgang, de duisternis en het licht van zich af geschreven. Nu kan hij verder met waarmee hij het liefst bezig is. Zoals hij het zelf wil en niet zoals mensen het van hem verwachten. Uiteindelijk is hij een autonoom kunstenaar, die zich alleen laat leiden door de hogere macht die hij ten langen leste tot zijn bestaan heeft toegelaten. En de liefde is een leidraad.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    De mantra “lobi da basi” deed hij op tijdens een rootsreis in Suriname. Local Mandje gaf het hem mee om naar te leven en uit te dragen. Lange tijd was echter muziek de baas van Typhoon. Het bracht hem geld en roem, maar ook stress en depressie. Pas nadat hij 20 jaar in het vak zit en de wereld zijn noodzaak niet meer zo nodig onderkent, wordt de liefde de baas en komt de wervelstorm in rustiger vaarwater terecht.

    Met gevoel aangetekend en opgeschreven

    Het boek is een autobiografie, een schets voor de kunst van moedig leven. Want ondanks hoge toppen en diepe dalen heeft Glenn de moed om het licht in het duister te zoeken en te vinden. Het is een stoutmoedig verhaal van een heldhaftig bestaan. De lezer volgt de artiest op de voet. Van de kinderschoenen tot zevenmijlslaarzen, want eenmaal is zijn naam gevestigd, verliest hij weleens het zicht op de werkelijkheid. De lusten en lasten worden zonder omhaal van woorden beschreven. Zoals het op schrift is gekomen, zo is het; er staat niets tussen de regels door te lezen.

    Er zitten geen addertjes onder het gras, het is zoals het er staat. Het bloed, het zweet en de tranen die voor het maken van songs voor weer een nieuw album rijkelijk vloeien. De moeite die getroost wordt om het mensen, aka het publiek, naar de zin te maken. Het is met gevoel aangetekend en opgeschreven. De brede glimlach klinkt overal door in het boek. De pretogen die vanaf het omslag wegkijken maken de beschreven ups en downs behapbaar. Want ondanks dat de schaduwkanten hem de zonnige blik vaak ontnemen, zet zijn vrolijke grimas de wereld op het verkeerde been. Op het podium, voor het voetlicht, is hij Typhoon, de opgeruimde rapper met veelzeggende teksten, de allround muzikant die zich ook in jazz als een vis in het water voelt. Maar achter de schermen, bij zichzelf en in zichzelf, is hij Glenn: kwetsbaar en vol twijfel. Echter helpt de muziek hem daarbovenop. Muziek is zijn vangnet, maar ook de trapeze die hem tot in de nok van de circustent zwaait.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    In dit boek doet hij een boekje open over de scene en de artiest die daarin het middelpunt is. Zijn talent heeft hij mee, put dit tot op de bodem uit, het leven inspireert hem. Maar buiten het podium zit zijn huidskleur hem tegen. Hoewel de Nederlanders denken tolerant te zijn, beschrijft Glenn voorvallen waarin hij als lijdend voorwerp het tegendeel ervaart. Bij het lezen krijg ik plaatsvervangende schaamte dat discriminatie in ons kikkerland ook nog schering en inslag is. Net als bij het slavernijverleden kijken wij liever een andere kant op en steken we de kop in het zand. Wij zijn echter bepaald niet het braafste jongetje van de klas. Typhoon maakt dat duidelijk. Het is een smet op ons blazoen en nog steeds besmeuren wij onze eer.

    De kunst en de keuze

    In “De kunst van moedig leven” stap ik achter Typhoon aan in de helikopter en vlieg over het land en zijn leven. Als op een rondvlucht tijdens het Bevrijdingsfestival. Want met het boek bevrijdt de artiest zichzelf van het tot nu toe met moeite geleefde leven. Leek het appeltje-eitje, achteraf gezien moest hij vaker door de zure appel heen bijten. Bekendheid kan een zegen zijn, maar het is eenzaam aan de top. Boven de wolken kijk ik dan samen met de schrijver op het leven dat geleefd is. In drie delen, over drie landen, scheert de vlucht naar de einder: de zoektocht, de kunst en de keuze. En tussen de hoofdstukken in de delen door heeft Typhoon teksten van raps laten afdrukken. Deze verduidelijken zijn gevoel. Ze drukken zijn emoties uit in indrukken. Eigenlijk is dat al genoeg ter illustratie van het verhaal.

    Na de vlucht in de heli landt Glenn in veilige haven. Het landingsplatform is God en is Marie. Hij is thuis.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    Van succesvol rapper werd hij zingevend prediker. Niet dat hij van djoeka een heilig boontje is geworden, maar met zijn getekende leven wil hij wel een voorbeeld voor de ander zijn: doe het niet zo, doe het anders, doe het met God. “Liefde is de baas” is ook wel zijn evangelie. Door diepe dalen heeft Typhoon de waarheid ontdekt. In de goot is hij God tegengekomen. “God SOS” stuurde hij vertwijfeld de ether in en God zag die kleine stotterende jongen en liet hem zijn angsten en zorgen overwinnen. Hij wil met zijn boek geen zieltjes winnen voor de goede zaak, maar stelt zichzelf als voorbeeld hoe het in dit wereldje ook anders kan, samen beter kan.

    Terug naar de basis

    Zijn bekendheid vergelijkt hij met surfen in de branding van de zee. Een sport die hij graag beoefent en die hem af doet leiden van de sleur van alledag. “Populariteit is een verraderlijke golf. Ze tilt je op, draagt je en streelt je ego met applaus. Maar wie te lang blijft staan, wordt meegesleurd, de diepte in. De kunst is om het moment te herkennen en dan te vertrekken met waardigheid, nog voordat je kopje-onder gaat.” (…) “Ik wil niet meer tégen iets vechten, ik wil vóór iets strijden. Met liefde als leidraad. En ik wil het doen met mijn muziek. Met mijn teksten.”

    Hij neemt zichzelf met een korrel zout, relativeert de top en vleit zich in het dal. “Ik wil terug naar mijn basis, als kunstenaar. Elke keer dat ik op het podium sta of met muziek bezig ben, ben ik dankbaar dat ik muziek ken en dat muziek mij ook wil kennen. (…) Voor mij is creativiteit een oefening in dankbaarheid. Nergens voel ik me zo thuis als in creativiteit.”

    Glenn de Randamie heeft last van de negatieve kanten van de roem: de bedreigingen aan zijn adres, de haatmails, de coronapandemie. Maar de liefde trekt hem overal doorheen. Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Liefde is de baas en daardoor kan Typhoon, kan Glenn de Randamie het leven weer aan. “Liefde is de baas. Niet als commandant. Maar als kompas. Niet als oplossing. Maar als levenshouding. Een manier van kijken, van luisteren en zijn.

    Aan het slot vraagt hij zich af wie Glenn is om de boodschap van een moedig leven te verkondigen. Hij stond tijdens het schrijven vaak stil bij die hemzelf aangepraatte opdracht. Ik stel hem me dan voor, kauwend op de achterkant van de pen, turend uit het raam naar de einder. Echter ademt het boek nergens een writer’s block; de woorden schijnen makkelijk uit te spreken. Zijn emotie kan eenvoudig omschreven worden. Het boek is zijn manier om te zeggen het samen te doen. “Ik hoop dat je in mijn verhaal iets van jezelf herkent. Dat het aanzet tot gesprekken. En dat je de ruimte voelt om even stil te staan om jouw route te bepalen. Om thuis te komen.

    TYPHOON liefde is de baas | de kunst van moedig leven. Uitgeverij Atlas Contact, 2025.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

  • “Ik begin met ik. Dat lijkt me het beste voor een autobiografie.”

    Voordat ik het derde deel van de memoires van Freek de Jonge opensla, lees ik het boek over de schilder Jopie Huisman. Ze waren vrienden, Freek en Jopie. Het boek “Schilder van het mededogen” gaat over Huisman, maar is het verhaal van Jopie. De voddenboer en schilder heeft tegen het eind van zijn leven het idee daadwerkelijk langzaam te verdwijnen. Hij maakt ook een vaag zelfportret op de rug gezien zittend achter zijn ezel, een laatste schilderij. Die gedachte van ontsnappen van het leven komt ook bij mij op wanneer ik “De Zeeuwse jaren” lees. Dat Freek tegen de tijd van zijn 80e levensjaar denkt langzaam uit het beeld van Nederland te verdwijnen. Misschien dat hij daarom op de achterbank bij André van Duin gaat zitten, terwijl hij daar eigenlijk geen zin in heeft. Maar zijn zoon zegt hem het wel te doen, ‘anders raak je helemaal in de vergetelheid’.

    Fotografisch geheugen

    Zoals voor verfilming een boek wordt gedramatiseerd, zo heeft Freek de Jonge voor zijn memoires het leven gefantaseerd. Dat speelt door mijn hoofd wanneer ik deel 3, “de Zeeuwse jaren”, lees. Niet dat deze plausibele wetenschap een geamuseerd lezen in de weg staat. Integendeel. Freek zal een fotografisch krachtig geheugen bezitten. Dat moet ook wel wil je vele avonden lang jaren achtereen op het podium staan om een onemanshow af te draaien. Of het zit allemaal nog in zijn hoofd opgeslagen of hij zal een nauwgezet dagboek hebben bijgehouden. Want hij weet nog precies wat er zich in zijn leven door de tijd heeft afgespeeld. Kent nog exact de woorden die gezegd zijn in de dialogen. Kan zelfs de kleding en de haardracht van mensen die met hem optrokken en langs hem zijn gegaan uit zijn geheugen opdiepen. Hij is een goede getuige met een sterk verhaal. Een vertelling uit de eerste hand, een toeschouwer van zijn eigen leven met een ervaringsdeskundig relaas.

    Natuurlijk is er niemand die Freek’s memories op feitelijkheid natrekt. Geen lezer die gaat googelen om te kijken of het allemaal wel waar is wat Freek schrijft. Of het fantasie is of een grote dosis realiteit uit de herinnering behelst aangedikt met wat humor en drama. Freek is tenslotte een komiek. We nemen hem met een korrel zout.

    “Ik moest vanmorgen denken”

    Neem nu de brainstormweek in Oudehaske. Het spreekt mij aan, omdat ik er ook ooit eens heb vertoefd en mijn vrouw er op een steenworp afstand haar jeugd heeft doorgebracht. Zwom in en zeilde op het verveende meertje. Toch kan ik weinig achterhalen van wat Freek over de camping bij het Nannewiid schrijft. Collega cabaretier Jacques Klöters schrijft in één van zijn columns, die steevast beginnen met de woorden ‘Ik moest vanmorgen denken’: “Freek vertelde later in interviews over de week in Oude Haske waar hij met medecorpsleden Bram, Just Enschede en Eddy Habbema aan het eerste programma werkte. Ze hadden wat poplp’s bij zich, Freek een lp van Toon Hermans. De conference van de Sprekert, daar kon Freek geen genoeg van krijgen. Hij voelde zich aangetrokken tot de woordspelingen en quasi-diepzinnigheden en maakte ze ook.

    Verderop in het boek word ik echter meteen al gelogenstraft op mijn scepsis, wanneer Freek van het verleden naar het recente heden springt. Hij lijkt een writers block te hebben, van de voorgenomen discipline om te schrijven komt weinig terecht. Er zijn te veel actuele zaken die hem in de weg zitten om zijn herinneringen op een rij te zetten. Zijn toestand en die van zijn vrouw, en al die andere zaken daar buiten om, zitten zijn creativiteit in de weg. Het is niet duidelijk of hem dat overkomt wanneer hij middenin 1968 zit wanneer zijn vader is overleden.

    Tot in de haarvaten en de plasbuis

    Dat dit oprakelen van dat verleden hem zoveel verdriet geeft en hij ook nog de eigen actuele neergang meemaakt, of dat hij nog met het boek moet beginnen. In elk geval is het daar gesitueerd tussen de bladzijden van wat voorviel in dat jaar. Tussen de sterfdag en de begrafenis wordt hij, Freek, en de lezer, ik, met hem bepaald bij het hier en nu. Tot in de haarvaten en de plasbuis wordt een en ander beschreven, zijn ongezonde terugval en die van vrouw Hella. Legt in het heden uit hoe hij over zijn verleden schrijft. Welke moeite en tegenzin het hem kost alles terug te halen van het verleden in het heden om het te noteren. ‘Het leven leiden, het lijden leven’ – lees ik ergens in de qua aantal woorden omvangrijke memoires.

    Met enige weemoed in zijn pen schrijft Freek breedvoerig over wat hem in de jaren 60 van de vorige eeuw overkwam. De ontdekking van het studentenleven met vooral feesten en weinig studie, de ontgroening. Freek is meer bezig met zijn voornemen op het podium te staan dan in de collegebank te zitten. Het optrekken met familie en vrienden, “Ik had vrienden, natuurlijk. Niet zoveel. Nooit gehad. Ik had genoeg aan mezelf.” De kalverliefde, “ik was overvallen door iets wat groter was dan mijn gekoesterde toneelverlangen.” De gewaarwording van seksueel genot, deze pagina’s in het boek kunnen in de schaduw staan van de erotische roman ‘Vijftig tinten grijs’.

    Ach, het zijn allemaal van die zaken waar een gezonde jongeman in de bloei van zijn leven tot volle wasdom mee te maken heeft en krijgt. Het geloof, God, die een leven lang vat op hem blijft houden, maar niet het handvat is waaraan zijn vader houvast heeft. Zijn vader speelt in het boek een belangrijke rol, zoals vaders dat doen in de levens van zonen. Het komt flagrant tot uiting wanneer hun aardse levens elkaar scheiden, het sterven van zijn vader zet Freek met beide benen op de grond.

    Dan, in het hoofdstuk 2023, laat De Jonge het achterste van zijn tong zien, geeft hij inzicht in zijn verdriet. Hij zet als het ware de deur wijd open naar zichzelf, een deur die altijd op een kier bleef staan in zijn doen en laten, zijn leven en werk, zijn shows. Het leven was een show tot de waarheid aan het licht kwam.

    Eeuwigheidswaarde

    Deze interval in de memoires van de jaren 60 geeft aan “de Zeeuwse jaren” een eeuwigheidswaarde. Zonder dat was het een flauw grappig evenwel aantrekkelijk leesbaar boek gebleven, een autobiografie van een jongen die komiek wilde worden. “Je moet vanuit het niets beginnen. Geen verwachting, louter verlangen. De mensen moeten naar jou toe komen. Je moet niet uit zijn op gezelligheid. Probeer vanuit het ongemak te spelen.”

    Op een goed moment wordt Bram Vermeulen het verhaal in geschreven. Een punt waarop ik aldoor gewacht heb, want Bram en Freek, Neerlands Hoop (in Bange Dagen) blijft als instituut tot de verbeelding spreken. Het is bijzonder te lezen hoe toegenegen Freek over Bram schrijft. Dat hij inziet niet zover te hebben kunnen komen zonder zijn inbreng. Het was een verstandshuwelijk dat op het hoogtepunt in een scheiding uitliep. Dat te constateren neem ik een voorschot op deel 4. Maar de mannen verdwenen nooit uit elkaars gedachten, hoewel er wel wrok en jaloezie bleef. “In onze samenwerking zag Bram zichzelf graag als de dienstbare, onmisbare aangever die mij de gelegenheid bood te scoren. (…) Hij had inzicht, hij had smaak en bovenal kritiek die niet irriteerde maar uitdaagde en stimuleerde andere keuzes te maken.”

    Tijdsbeeld met open einde

    Het derde deel in de serie memoires van Freek de Jonge geeft vooral een tijdsbeeld. Een tijdsbeeld met een open einde. Want slechts staat het slot van het verhaal aan het begin van wat de knuppel in het hoenderhok van het cabaret deed gooien. Neerlands Hoop heette vernieuwend te zijn, achteraf bezien passend in de tumultueuze periode van toen. Ik kan niet wachten die wederwaardigheden door Freek op mijn bordje opgeschept te krijgen. Het zal smaakvol zijn. Maar nu hap ik met genoegen nog van “de Zeeuwse jaren”, waarin tot de verbeelding sprekende voorvallen die deze jaren de revue passeren langskomen en in de memoires meespelen. Het is daarom ook een soort van historisch verantwoord boek, gezien vanuit het perspectief van een enkel persoon die tot het collectief geheugen is gaan behoren. Maar langzaam in het niets verdwijnt als stip op de horizon aan de andere kant van de Oosterscheldekering, zoals afgebeeld op de omslag van het boek. In het roze van de weemoed en het groen van de herinnering. Het repertoire van Neerlands Hoop mag dan gedateerd zijn, in de eigen komische shows en de memorabele boeken heeft Freek voor de eeuwigheid een monument nagelaten. Voor zichzelf een standbeeld opgericht.

    De Zeeuwse jaren. Memoires 3. 1962-1969. Freek de Jonge. Uitgeverij Atlas Contact, 2024.

  • Dick Matena figurant in zijn eigen stripscenario

    Soms laat ‘het geheugen van de strip’ dat ik schijn te hebben mij danig in de steek”, zo begint één van de vele autobiografische columns van Dick Matena. Ondanks dat hij nog zoveel van zijn verleden weet, baart het hem wel zorgen dat er zwarte gaten vallen in de herinneringen aan en uit zijn rijke leven. Hij schrijft de columns vanaf 2014 door de jaren heen voor het stripblad Eppo. Nu zijn de beste daarvan gebundeld in een boek. Dat hij na 80 jaar weleens wat is vergeten van zijn wandeling door een turbulent leven als striptekenaar en scenarist is hem vergeven. Dat kan ook bijna niet anders wanneer je leest wat hij nog wel allemaal weet en kan na vertellen. Zijn korte verhalen geven een bij tijd en wijle door drank en feesten vertroebelde kijk achter de schermen van de stripbladen en het stripschap.

    Ook ik heb ze stuk gelezen. Die Pep’s en later de Eppo’s. Donald Duck vond ik eigenlijk maar niets, te kinderachtig. Ik wilde volwassen strips zien. En las later de Nederlandse MAD, Tante Leny Presenteert en had een abonnement op De Vrije Balloen. Ook kocht ik weleens een 1984 of Titanic. Kocht stapels stripalbums, verzamelde het werk met Asterix en Guust Flater. Ik verslond Aloha en was wild van het werk van Evert Gerardts, Theo van den Boogaard, Peter Pontiac en Joost Swarte. De laatste heeft eens bij een tentoonstelling van zijn werk in Museum Belvédère een exemplaar van Cocktail Comix uitgave 1973 gesigneerd met een heus zelfportret. Maar dit alles terzijde. Het illustreert mijn liefde voor de strip. En daarom was ik geïnteresseerd in de verhalen van Dick Matena. Ik had ze kunnen lezen in stripblad Eppo, maar verloor dit blad jaren geleden uit het oog. Maar de strip raakte niet uit mijn hart. Met rode koontjes en een hijgerige glimlach las ik zijn memoires vrijwel in een enkele dag door en uit.

    Een dynamische animatieprent

    Dick Matena is niet alleen een begenadigd tekenaar, maar ook een rasechte verhalenverteller. Met gevoel voor humor schetst hij een karakter van zijn leven. Matena figureert als het ware in zijn eigen strip naar een persoonlijk scenario. Hij schrijft zoals hij tekent. Eerst cartoonesk, maar later in een meer realistische vormgeving. Van Polletje Pluim en De Argonautjes naar meer serieus werk als De Avonden van Gerard Reve, Kort Amerikaans van Jan Wolkers en onwaarschijnlijke verhalen van Edgar Alan Poe. Start hij bij de Toonder Studios, tekent hij voor diverse stripbladen in binnen- en buitenland. Verdient hij met zijn werk prijzen. In zijn columns kijkt hij terug en vertelt zijn levensverhaal, zolang het nog kan. “Nu ik er nog ben” heet dat verzameld literair werk. De tekst wordt verluchtigd met fotomateriaal uit zijn eigen archief. Zo krijg ik beeld van de beschreven personages en gaat zijn leven voor mij leven.

    De mensen die zijn pad kruisen benaderd hij als striptekenaar. Beschrijft de karakters beeldend. Van het verhalende beeld dat hij oproept maak ik in gedachten een tekenfilm. Een dynamische animatieprent. Humoristisch beschreven en omschreven zonder blad voor de mond te nemen. In de verhalen zet hij zichzelf niet weg als de grote man, de beroemde kunstenaar, maar gaat evenzo door het stof wanneer de waarheid boven water komt. Hij is nog weleens opvliegend en maakt dramatisch ruzie. Ik zie de stekelige tekstballonnen zich vullen met PATS BOEM BENG en andere krachttermen. De feiten lijken soms wat overtrokken en zeker wel eens over de top, maar het leest als een krachtige roman – het script voor een tragikomedie. Maar Matena zuigt zijn leven niet uit zijn duim, naar ik mag aannemen. De opgevoerde personages zijn bestaande mensen en geen verzonnen stripfiguurtjes. Met namen die klinken in de stripwereld en veelal tot de verbeelding spreken. Dick is nog weleens de juiste datum en de exacte plaats van de gebeurtenissen vergeten of voorgoed kwijt, maar weet zich daar uit te redden door het feit beeldend te omschrijven. Die gaten in zijn geheugen wuift hij weg met een kwinkslag en een grap.

    Meer dan een kijk achter de schermen

    Het leest gemakkelijk, zoals een strip eenvoud geeft aan een verhaal. Dick Matena schrijft beeldend, zoals een tekenaar de werkelijkheid met een lach en een traan kan weergeven. In zijn woorden zie ik de plaatjes zo opdoemen. Vormen de karakters zich als in een cartoon. De striptekenaar cq verhalenverteller voert mij door het stripwezen. Aan zijn hand leer ik de mens achter de getekende verhalen kennen. Grote namen als Marten Toonder, Hans Kresse en Martin Lodewijk zijn bij hem kind aan huis. Het zijn de idolen, voorbeelden en partners in crime. Zoals eerder geschreven neemt Dick geen blad voor de mond en schrijft zoals het gedrukt staat. Het is meer dan een kijk achter de schermen, een blik door de geopende deur die meestal gesloten blijft, het is ook een beschouwing van een leven, het zijn van een striptekenaar met best wel enige naam en faam.

    Hoewel zijn naam bij stripliefhebbers tot de verbeelding spreekt, neemt hij zijn eigen roem met een korrel zout. “Ach ja, als ik een Marten Toonder-imitator geworden zou zijn, wat makkelijk gekund had, dan was ik populairder geweest dan dat ik nu ben. In ieder geval minder omstreden, want herkenning maakt het publiek rustig.” Zijn werk is weleens triviaal besproken en minder positief over de tong gegaan. Maar in zijn optiek is het leven een grap, een beeldverhaal. Iedere dag een strip met een open plot, zodat de volgende dag daarop voort gegaan kan worden. Zijn turbulente leven, hij is zijn eigen karikatuur van de losgeslagen kunstenaar, staat in rimpels op zijn gezicht geschreven. Een prachtkop die het leven beschrijft, een mimiek die het zijn tekent.

    Toen hij er nog was

    Nu ik er nog ben” is dit jaar verschenen bij Uitgeverij L. En Dick Matena schrijft dit jaar 80 achter zijn leeftijd. Zijn leven kan nu nog verhaal krijgen uit de eerste hand. Hij is zijn eigen getuige en ik kan met rode oortjes op het puntje van de stoel daarvan deelgenoot worden. Lezen over zijn goden en half-goden, zijn voorbeelden en navolgers. En hij is er vele tegen gekomen in dat lange leven. Van Herman Brood tot Martin Lodewijk en André Franquin, van Fred Julsing tot Don Lawrence en alles wat daartussen zit in stripland en omstreken. Het is een machtig mooi geschrift, aanbevolen aan ieder stripliefhebber. Het boek verdient het om vele herdrukken te krijgen. Misschien dat de uitgever op een gegeven moment moet besluiten de titel te veranderen in “Toen hij er nog was”. Maar zover is het nog lang niet. Dick Matena heeft daarenboven het recht langer bij ons te zijn en meer van zijn herinneringen beeldend na te laten.

    Nu ik er nog ben. Autobiografische columns. Dick Matena. Uitgeverij L, 2023.