Tag: B.C. Epker

  • Minieme gebaren van Peter van Lier zijn minimale gesten

    Filosoof Peter van Lier liet zich met een representatieve dwarsdoorsnede in de bundel “Minieme gebaren / Minym ferweech” als dichter van diverse kanten zien. Met een kwinkslag, maar ook door het tonen van zijn gevoel. Hij doet dat niet op de orthodoxe manier van dichten, maar laat de regels in verzen vrijelijk over de dichtstukken bewegen. Zijn poëzie neigt naar abstractie, maar de zinnen zijn niet onsamenhangend – de emotie is geen object. Ik wil de gedichten wel weer lezen en nog eens, niet om de kern helder te krijgen maar omdat ze zo prettig poëtisch op papier staan. Eerst kon ik dat in zijn moerstaal doen met daarnaast een vertaling in de taal van de provincie waarin hij woonachtig is. Nu kan ik enkele daarvan tevens in de spraak van onze oosterburen declameren.

    Nederlands-Duits kunstproject

    In een Nederlands-Duits kunstproject zijn 13 gedichten uit de bundel “Minieme gebaren” geselecteerd en door Gregor Seferens vertaald in “Minimale Gesten”. Een achttal kunstenaars, vier van Nederland en vier uit Duitsland, hebben op de poëzie met grafische werken gereageerd. Van woord en beeld is een kleine uitgave samengesteld, dat tijdens de Leipziger Buchmesse 2024 is gepresenteerd. Het muziekstuk dat componist Cees Hiep op “Koerend keren” tot “Sich Gurrend Wenden” maakte ontbreekt in het boekje. De compositie voor cembalo en stem, dat ontstond in samenwerking met de dichter, zal ik elders tot mij moeten laten komen. Bijvoorbeeld via YouTube:  https://www.youtube.com/watch?v=4eRWeWhpH80

    Eenzelfde sfeer

    Het dichten van Peter van Lier is weids en landelijk zonder belemmering op uitzicht en blikveld, schreef ik eerder over de bundel “Minieme gebaren” dat in 2022 ter beschouwing aan mij voorlag. Die karakteristieken van zijn poëzie toen kan ik nu welhaast één op één hier overnemen. Want het gaat toch zeker over dezelfde regels, het heeft eenzelfde sfeer. Hij neemt geen blad voor de mond, want zijn taal moet open zijn zoals de omgeving overzichtelijk is. Alles kan gezien, alles is geschreven. Maar de dichter kijkt niet over het veld, ziet niet de hoge luchten en de verre einder. Hij vleit zich in het gras, kruipt tussen het riet en waadt over het wad. Daardoor valt hem het detail in het grote geheel op. Ziet hij het kleinste klein en schrijft daar het liefste lief over. Zo is zijn ruimte afgemeten, maar hij ontloopt de onmetelijkheid niet. Zijn poëzie is handzaam, omdat het over gewone zaken gaat. Het zijn de kleine dingen die het hem doen. Datgene wat in een druk bestaan nauwelijks nog wordt opgemerkt zet Van Lier te kijk in zijn beeldende gedichten. Het is kijken en observeren, dàt waarnemen wat gewoon lijkt dus ongewoon is beschreven om het op te laten merken.

    Wereld wijsgerig beredeneerd

    Peter van Lier lehrt mich, durch seine Worte anders zu sehen, besser zu sehen. Diepe gedachten, dubbele bodems, meerdere lagen. Hij mijmert en hij peinst, beschouwt en bespiegelt met als uitkomst abstracte verzen waarin de wereld wijsgerig is beredeneerd. Mijn zijn kan ik daar op reflecteren om een levensbeschouwing teruggekaatst te krijgen. Peter van Lier ademt de sfeer; hij snuift de geur, beziet het veld en hoort de stilte. Let op het detail, wordt gewaar de minieme bewegingen van het leven en dat vertaalt hij groots in zijn gedichten. En kunstenaars reageren daarop. Maken geen illustratie bij de tekst, maar een autonome uitdrukking van de emotie en sfeer die zij proeven in, uit en door de woorden. Een vertaling van de tekst in verbeeldingen derhalve. Daarbij valt op dat het alle vrouwelijke kunstenaars zijn die hun licht lieten schijnen op de dichtkunst van peter van Lier. Op één na, vriend en kameraad B.C. Epker maakte een houtsnede op de elegie voor een andere vriend. Hij reageert op “Wie hilft mann einem Freund, der sterben wird” met Sankt Antonius, een verhaal in een notendop. Al deze grafische tekeningen maken wel verbinding met de gedichten, leggen een relatie, maar kunnen zonder uitleggende woorden van Van Lier boekdelen spreken.

    De oorspronkelijke tweetalige bundel “Minieme gebaren”, waaruit deze Duitse versie een doorsnee is, was eerder een experiment hoe de poëtische kracht van de woorden in de Friese taal nog overeind zou blijven. Het is niet eenvoudig om de bestaande gedichten in een andere taal evenveel kracht mee te geven. De vertaler maakt eigenlijk nieuw dichtwerk op de woorden van Peter van Lier. Toen in het Fries, nu in het Duits. Een hertaling dus, maar nauw schurend aan de bestaande woorden.

    Minimale Gesten. Peter van Lier. Door Gregor Seferens Duits vertaalde gedichten. Met grafische tekeningen van B.C. Epker, Jacomijn den Engelsen, Inez Odijk, Hanneke van der Hoeven, Eleonora Damme, Andrea Lange, Gabriele Sperlich en Susann Hoch. Uitgave Hochdruckpartner Galerie+Werkstatt, 2024.

  • De twee-eenheid van beeld en taal in fanzine “Red Boy”

    Het is het befaamde kip-en-eiprobleem. Wie of wat was er eerder. Dat ei of die kip. Wat is de oorzaak en welke is het gevolg. De retorische vraagstelling zou terug geredeneerd kunnen worden naar het vermeende scheppingsverhaal, waarbij de schepper de kip op de wereld zet en meteen ook op haar eieren in het nest plaatst. Dus. Zonder A is er geen B, zonder kip er geen ei is. Terwijl zonder B er geen A is, zonder ei is er geen kip. Maar deze kringverhouding doet er in dit geval niet toe. Het betreft hier de tekening en het gedicht. Deze horen in de uitgave FANZINE “RED BOY” onlosmakelijk bij elkaar. Zoals de kip en het ei, de moeder en haar kind. Het is samen ontstaan, na elkaar, door elkaar, voor elkaar. Misschien op een ander tijdstip. Maar het één maakt deel uit van het ander, en andersom.

    Expressief magische tekeningen

    Kunstenaar/duizendpoot B.C. Epker speelt zelf de hoofdrol in het voor de uitgave vormgegeven beeldverhaal. Is hij het Chinese karakter uit de 16e eeuwse roman ‘Reis naar het Westen”, beschermer van de Vurige Bergen omdat hij superieure vaardigheden had op het gebied van vuur. Of geeft hij vorm aan de vorig jaar vermoorde rapper, die in zijn auto werd beschoten toen hij een Instagram filmpje aan het opnemen was. Aanleiding voor deze beide Red Boy personages geeft de uitgave niet. In het boekje vind ik veel water en geen vuur, en nergens vind ik dreadlocks of lange vlechten of een streepje muziek.

    Wel figureert Epker als het getekende alter ego dat door dichter/essayist Peter van Lier in poëzie is geduid. Maar zoals hierboven omschreven in de kip-en-ei metafoor kan het zijn dat de tekst de ondertiteling is van het beeld. Zoals de woorden in een stripverhaal ten dienste staan van de plaatjes. In dit onderhavige geval bekijk ik de expressief magische tekeningen die een sprookjesachtige filmische wereld laten zien. De ingekleurde tekeningen, want de boy is red en wil daar graag voor uit komen. Rood als de opgeblazen kikker die zich druk maakt om de wereld waarin hij leeft, het decor van het toneel waarop de man als jongen acteert. Of rood van schaamte juist omdat hij deel uitmaakt van die wereld die hij never nooit niet naar zijn hand kan zetten, maar het toch onverzettelijk probeert.

    De platen geven al details van het verhaal prijs, dat ikzelf nog kan aanvullen met hoe de naakte hoofdrolspeler op mij overkomt. Epker is de kunstenaar die een sfeer neerlegt, een stemming waarin ik mee kan voelen of die me tegen staat. Kunst kan veel met mijn gemoed doen. Het kan een positieve reactie oproepen, maar een negatieve gedachte is ook een toestand. Het doet wat, het laat niet los. De tekeningen zijn in eerstens parabel achtige verhalen gevat in beelden met onder meer zeemonsters, vliegende vissen en slagschepen. Gaandeweg het fanzine raakt het lichaam van de man met de oogopslag van de kunstenaar meer bedekt, verliest het figuur de droombeelden en stevent af op de realiteit. De dwaalgasten probeert hij te vermorzelen en de werkelijkheid is een schip dat stuurloos op de golven drijft. Uiteindelijk eindigt de tocht zoals het is begonnen. De vluchteling gedumpt op de kade van de visafslag, niet wetend waar en hoe zijn leven een begin en einde geeft. Tot slot wordt hij, na omzwervingen als Odysseus in een nautisch gedachtengoed, gevangen in zijn eigen net van hersenspinsels.

    fanzine, B.C. Epker, Peter van Lier

    De tekst onder het beeld meandert in een abstract poëtische vorm. In deze woord-beeldcombinatie dus links ernaast, bij het blad omslaan is de tekening het eerste element dat de blik vangt en lijkt als zodanig meer waardevol. Het zijn kleurige verzen van een enkele regel, waarbij de woorden over de bladspiegel zijn uitgestrooid. De tekstopmaak is levendig en wisselt spontaan van lettergrootte, woorden zijn cursief afgedrukt of is er een streep gezet door de uitdrukking. En door een tekstvak te kleuren of letters een tint te geven probeert de dichter de platte tekst meer leesbaar te maken, of althans zijn bedoeling met de instabiele zin duidelijk te weten. De tekst prikkelt de gedachte. Mijn denken wordt naast het kijken in werking gezet. Niet altijd is de weg van het woord te volgen, lijkt het beeld meer te verduidelijken.

    Sage van een idealist

    Dat beeld is figuratief en realistisch, maar onder het gras zit een venijnige adder. Wat ik zie is de weergave van een gedachte, een hertaling uit de geest. Droombeelden opgedaan in een reis over een denkbeeldige zee waar woorden zwemmend spartelen om een maritieme legende over te brengen. Een sage waarin B.C. zich vergeeld uitschot denkt, een supermens weet die op walvis jaagt en de rug van een meerval bestijgt, de zeegod die vrouw en kind liefheeft, kapitein is, Elvis speelt en pierlala verkleedt. Uit schaamte van ergernis en nijd is hij geen boeman. Hij is een idealist die in een fabeldier een stoeipoes ziet. In vissersdromen denkt hij zich de wonderbaarlijk Bijbelse visvangst aan de horizon en laat zich die Hollandse nieuwe wel smaken. “Showbink dan? Heupwiegend elk spookbeeld in slagschaduw fileren tot groupie.”

    fanzine, B.C. Epker, Peter van Lier

    Het Fanzine “Red Boy” is een geschrift dat een waterige blik werpt op het leven hier en nu. Maar wanneer ik mijn ogen uitwrijf zie ik duidelijk aanklacht in weemoed, verzuchting in herinnering. Het beschrijft voor de liefhebbers van beeldtaal in taalbeeld de schijnbaar onwerkelijke avonturen van een fenomenaal fantast. In de gelaagde poëzie lijken de zinnen van a tot z te reizen, maar komen zelden uit op het eindpunt b. Vooraf schijnt de regel in realisme te verzanden, maar achteraf bezien blijkt een abstracte zin te zijn vastgelegd. Waarvan de betekenis me in eerste instantie ontgaat, maar na herlezing allengs duidelijk wordt. Het boekje is om fijn lustig te lezen en nog eens de woorden te wegen om een derde maal het gedicht te begrijpen en het beeld te doorzien. De tekeningen geven kijkplezier, in iedere plaat start ik een zoektocht naar strekking en inhoud. Niet meteen is de bedoeling duidelijk, net als de tekst meerduidig is. Maar wanneer ik door tekst en tekening tezamen vaste grond heb gekregen, heb ik voor deze woord- en beeldtaal geen tolk of woordenboek nodig.

    fanzine, B.C. Epker, Peter van Lier

    Eigenlijk, goed beschouwd, is de poëtische vertelling één doorlopend gedicht bestaande uit negentien regels. Het benut wel de esthetische en ritmische eigenschappen van taal, maar de letterlijke betekenis van de woorden dreigen onder te gaan in de maalstroom van filosofische gedachtenkronkels van deze dichter. Er is geen rijm, er is wel ritme. In de beeldspraak ligt ironie verscholen, die wordt onderstreept door de beeldtaal van de tekenaar. Beide kunsten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in deze uitgave. De één reageert op de ander, de ander verwijst naar de één. Tekst en tekening zijn verbonden, ze kunnen niet zonder elkaar. Iedere dubbele pagina is een tweeluik. De hele fanzine is een kruisgang van de in het leven vluchtende hoofdpersoon die zichzelf als zeeman de held waant. Met tegenstrijdige dubbele bodems probeert de gele man die in het zonlicht verkleurt tot rode duivel zijn doen en laten te duiden. Deze held is verleidelijk en schaamteloos en doet alles om te winnen. Zijn geestelijke vaders hebben zich verleidelijk aan mij opgedrongen en schaamteloos mijn aandacht gewonnen. Ik heb het gelezen en geef dat door!

    FANZINE “RED BOY”, Nederlandse editie. Tekeningen B.C. Epker. Poëzie Peter van Lier. Uitgeverij Hyperion Verlag, 2022.

  • B.C. Epker zet mij met verve op het verkeerde been

    Op een Friese terp staat hij, zo staat geschreven op het tekstbord bij de kleine tentoonstelling van B.C. Epker in één van de kabinetten van Museum Belvédère. Op de terp, in gedachten zie ik de kunstenaar staan met de haren wapperend in de wind, tussen de graven op het kerkhof lopend of langs het erf van een boerderij slenterend. Niet met de voeten in de Bildtse klei, dat niet, maar wel met het hoofd in de wolken, die bezwangerd boven Leeuwarden hangen. Onder zijn schoenzolen voelt Epker 2500 jaar geschiedenis, in de bodem – van prehistorische gebruiksvoorwerpen en Romeinse godenbeeldjes tot Frankische fibula’s, antieke pijpenkoppen en vooroorlogs diggelwurk. Afgegraven vondsten. In zijn houtsneden, afgedrukt zwart op wit papier in welhaast onhandige belijning, verbeeldt hij evenwel geschiedenissen en figuren uit de geschreven historie. Mythologisch, religieus, mondeling overgeleverde volksverhalen. Sagen en legenden. Uitgediepte denkbeelden. Epker zet de historische openbaringen in een ander licht. In het hier en nu, toen en straks. En altijd met een andere lading dan de oorsprong ervan heeft.

    Gelaagde tekeningen

    De voorstellingen komen op B.C. Epker toe, uitkijkend over het Friese landschap. Ze vallen hem in, komen als vanzelf bij hem op. Maar hij ziet niet de boer op zijn tractor of de kudde koeien in de wei, de dansende kievit of de visser tussen het riet. Epker stelt zich een van de kou bibberende Venus met haar zoontje Eros in ons onbarmhartige klimaat voor. Madame Sabatier, Romulus, Mariechen. Ik zag weleens eerder op een ander moment in een andere tentoonstelling een Frank Zappa of Prince voor de kerk van Engwierum, of bij Voorst. Zij spelen een rol langs sloot en plas, tussen kerk en kroeg. Gelaagde tekeningen, die meer betekenis lijken te hebben dan in eerste oogopslag doet vermoeden. Wat gebeurt daar, wat vertelt de voorstelling. De allegorische afbeeldingen zijn geen abstracte weergaven, maar laten realistische ingevingen zien. Maar wat ik zie is geen waarheid. De emotie, het gevoel is zichtbaar in de constellatie. Het geheel van aangedragen gegevens levert steeds nieuwe waarden op. Andere realiteiten, verschillende werkelijkheden.

    B.C. Epker

    Epker zet mij met verve op het verkeerde been. Wanneer ik denk te weten welke betekenis is aangedragen, blijkt er een adder onder het gras te kronkelen en moet ik mijn gedachten herprogrammeren. Gaat het meisje dat de jongen vindt in Found een reanimerende kus aan hem geven of heeft ze hem zojuist gewurgd. Wanneer ik de tekst lees van het lied waarop het beeld is geïnspireerd doorzie ik de plaat: “(…) Toen hij op geblaf van honden, Dagen later werd gevonden, Lag de blanke prins geschonden In het koren zonder fee (…)” Het lied gaat over de meermin Annabelle en een jongen uit de Hof van Eden. Een liefdesgeschiedenis romantisch getoonzet. Ze vonden elkaar in het koren en raakten mekaar daar kwijt. Maar eigenlijk moet je een beeld niet zo ver gaan doorgronden en uitdiepen. Ik moet het idee intuïtief te pakken krijgen.

    B.C. Epker

    Het is onduidelijk of de Zeeuwse meisjes een sadomasochistisch spel gaan voeren met een geknevelde Bacchus, maar eerst gaan ze wel even een emmertje water halen. Die Zeeuwse babbelaarsters komen op meerdere sneden voor het voetlicht, als karakteristiek van de Hollandse welvaart. Maria Salomé, één van de drie Maria’s rondom Jezus, is door Epker als een hedendaagse vrouw van vlees en bloed gezet tegen een Bijbels tafereel. De houtsneden zijn zorgvuldig onzorgvuldig uitgewerkt. De figuren hebben een grimas op het gelaat, zijn een karikatuur in een ware wereld. Waar, want ik zie landerijen om een boerderij en een bos met bestaande bomen en een kerk op de terp. Maar de figuren zijn decorstukken in deze voorstellingen. Eigenlijk houdt de grafiek van Epker het midden tussen een cartoon en een klassiek landschap.

    B.C. Epker

    De serie die Museum Belvédère toont heet “Dutch Constellations”. Het zijn ontegenzeggelijk Hollandse taferelen, althans spelen de configuraties zich af op een Nederlands toneel. De bezoeker zij echter gewaarschuwd, want de beschrijvingen van de werken op het tekstbord kloppen niet met de gehangen afbeeldingen. Ook dat, deze tekst, zet mij net als het beeld dat doet op een verkeerd been. Hinkend zoek ik mijn weg door het kabinet. Gefascineerd evenwel, kijk ik mijn ogen uit en gaan de gedachten met me op de loop.

    Kabinetpresentatie “Dutch Constellations”, houtdrukken van B.C. Epker bij Museum Belvédère. Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen/Oranjewoud. Tot en met 5 december 2021.

    B.C. Epker