Tag: beelden

  • Redenatie in 1685 woorden over beelden Henk Visch

    De beelden op het terrein van Museum Belvédère lijken daar op een natuurlijke wijze aanwezig te zijn. Alsof de objecten zoals de bomen in het museumpark daar zijn gegroeid. Daarmee voldoen de objecten aan wat Staatsbosbeheer destijds rond het gebouw als invulling van de openbare ruimte voor ogen had. Namelijk het creëren van een bescheiden bos, zodat het museum welhaast naadloos zou opgaan in de omgeving. Dat de zwarte schoenendoos de aanwezigheid nauwelijks merkbaar kenbaar zou maken. Van dat plan is in de loop der jaren weinig terecht gekomen, nog altijd staat het opmerkelijke museumgebouw met de strakke architectuur te schitteren als afsluitend bouwwerk in de achtertuin van Landgoed Oranjewoud.

    De beelden van Henk Visch schijnen daar destijds tussen de jonge aanplant gezaaid en deze zomer te zijn opgekomen. Ze vormen een ongekunstelde eenheid met het transparante bos en dichtbegroeide grasveld. Om de objecten beter zichtbaar te maken en ervoor te zorgen dat het publiek er ongehinderd omheen kan lopen zijn er paden in het grasveld gemaaid. Jammer eigenlijk, want zodoende krijgen ze bijzondere aandacht en worden uitgetild boven het maaiveld. Feitelijk zoals het museumgebouw zich ook verheft en opstijgt boven de omgeving. Worden ze meer dan de omringende beplanting, zijn een toevoeging terwijl ze van nature op de juiste plek staan, één zijn met de habitat.

    Taal van abstracte beelden

    Over de beelden die naar mijn idee een eenheid zijn met de omgeving dacht ik eerstens niet te schrijven, want over een boom zet je meestentijds ook geen boom op. De beelden zijn er gewoon, je kunt ze bekijken en bewonderen. Er omheen lopen of in het lange gras gaan liggen en de verplaatsing van lucht langs de harde maar levendige huid horen schrapen. Er iets van vinden, maar dit niet uiten. Dat is voor de beelden niet noodzakelijk om aan te spreken. De bloemen in het veld hebben ook geen woorden nodig om te zijn wat ze zijn. En de bomen in gelid geplant verdienen geen kritiek om het bestaan te verantwoorden. Dus loop ik om de werken van Visch en meen er het mijne van, maar laat de sculpturen zichzelf uitdrukken. Ik heb een indruk.

    Zo bezoek ik nog eens vaker het museumpark en laat de taal van de abstracte beelden tot mij komen. Echter de communicatie tussen figuratie en herkenbaarheid laat mij stilvallen. Ik heb er geen woorden voor, kan ze maar niet bedenken, vallen mij niet in. De beelden schijnen meer in zichzelf gekeerd dan dat ze zich tot mij richten. Ik moet moeite doen om interactie te hebben met Henk Visch die via de werken tot mij spreekt. Ik sta daar op dat grasveld letterlijk met de mond vol tanden.

    Daarom besluit ik er niets over te schrijven, er geen beschouwing op los te laten, mijn kritische kijk in te slikken. De beelden zijn er gewoon, ik accepteer hun aanwezigheid. Ik nam er genoegen mee, had er vrede mee en deed er het zwijgen toe. Totdat ik het essay van Peter van Lier op de website van De Moanne, podium voor kunst en cultuur in Fryslân, onder ogen kreeg en belangstellend las. Ik ben fan van deze dichter en essayist, die de wereld filosofisch bekijkt en met een korrel zout kruidt. Na zijn beschouwing over het enkele werk “Unguided Tours” tot mij genomen te hebben, kon ik mij niet langer stil houden over de rest van de groeisels die staan te bloeien tussen akkerschermen, zuring, boerenwormkruid, sintjacobskruid en al die andere wilde zaailingen. Ik vond ook iets te zeggen van “Subterranean Man”, van “Piazza del Popolo”, over “The Shadow” en “Die Sammlung”. Ik voel mij die man die woorden eet, liggend in het zojuist gemaaide gras – de harde sprieten prikken in mijn huid. Ik neem stilzwijgend de omgeving tot mij, ik consumeer de woorden die tot mij komen en waaruit ik mij een idee vorm. Mij een voorstelling maak van wat ik aan vervormde figuratie om me heen zie.

    Menselijke gestalten

    Geen enkele menselijke figuur in dit museumpark gevormd in brons heeft een natuurlijke gestalte. Er is altijd wel iets verwrongen in de houding, is de pose van het lijf onbestaanbaar. Voor het gevoel klopt er iets niet, de emotie moet de verdieping zoeken om de standen te duiden. Wat zie ik en wat zegt mij dat. Of moet ik wat ik zie simpel voor waarheid aannemen en er geen diepere betekenis in wensen te zien. Het beeld is er gewoon, niet meer en niet minder, zoals de eik in mijn achtertuin. Daar uit een eikel ontstaan en tot wasdom van een meter of tien gekomen. Zo zijn de sculpturen uit het brein van de kunstenaar ontsproten en geplant in het museumpark. Die kun je zwijgend aanschouwen, stil beschouwen. Peinzend en bedachtzaam bewandel ik de gemaaide paden die als olifantenpaadjes vooraf al platgetreden zijn. En na de woorden van Peter van Lier is mijn visie gekleurd, maar wel in de tint die bij mij past. De kleurstelling vloekt niet, de woorden smaken mij als zoete broodjes. Van Lier is de engel die mij op de tong piest.

    De figuren van Henk Visch zijn geen mensen. De menselijke gestalten figureren gevoelens. Drukken emoties uit en kunnen daarom zich vervormen als contortionist ofwel slangenmens. De houdingen vloeken met de gangbare anatomie van het lichaam. Je zou er een plaatsvervangende hernia van oplopen. Geen mensen, wel sculpturen van brons, metaal en aluminium. Werken die herkenbare vormen aannemen, omdat de emotie een tastbare uitweg dient te hebben. De balans tussen abstract en realiteit is in evenwicht op de figuratie. Het is waarheid wat ik zie en eventueel kan bevoelen, maar het is niet echt. De emotie blijft een aftreksel van de werkelijkheid, het kan niet grijpbaar echt zijn. Het is een aandoening als een virus dat niet bestreden moet worden. Het ontroert maar is niet te doorgronden. Je kunt niet omschrijven waarom het een wel mooi is en het andere niet. Om dat gevoel te bepalen dien je te leren kijken. Je blik moet wennen, een korte oogopslag geeft geen doorslag. Kijken en beschouwen, het beeld proeven, de smaak overwegen. Stil staan en bewonderen.

    Kan het leven uitdrukken?

    Enkel de essentie van de emotie krijgt vorm en heeft naam. Het gevoel komt niet simpel overeen met de titel. Soms is de naamgeving meer abstract dan de vorm is. Om emotie ruimtelijk vorm te geven is geen sinecure. En om dit daarnaast toegankelijk te maken voor publiek verdient een schoonheidsprijs. De schoonheid van de vormgeving, de kern van beelding. Laat ik eens lezen hoe Peter van Lier daarin staat. Met zijn filosofische ondergrond graaft hij zich diep in de materie in. Ondergraaft hij mijn objectieve blik misschien wel. Ik ben min of meer bevooroordeeld wanneer ik een derde keer een rondgang maak door het museumpark. Want hoe formuleerde hij dat ook alweer, ik citeer: “Het beeld is voor mij de ultieme weergave van een filosoof die zich met het gehele zijn van de werkelijkheid inlaat, met alles wat aanwezig is tussen hemel en aarde. In die hoedanigheid drukt het beeld beschouwelijkheid uit of contemplatie. (…) De titel van het beeld is Unguided Tours, wat te vertalen is met: ‘Rondleidingen zonder gids’. Die rondleidingen kunnen door de lichamelijke gebreken niet fysiek worden uitgevoerd, maar wel mentaal. Vlij je deze zomer nog neer in het bloemenveld voor het Museum Belvédère en bezie dit beeld dat zich zo bewust lijkt op te houden tussen hemel en aarde. Laat je geest meevoeren op de toer die het ons voorspiegelt. Kijk net zolang naar het beeld tot het niet meer vreemd of afstotend aanvoelt, maar vertrouwd en misschien zelfs aanlokkelijk.

    En dan zie ik geen haas met gespitste oren aan de overkant van het Grand Canal ofwel de Prinsenwijk staan. Dan zie ik de angst in de ogen van het beest wanneer het voor de koplampen van een snel naderende auto komt. Die emotie is bevroren in brons. Hij hoort en ziet alles, maar in deze tel is al die kennis vergeten. Stroomt er geen bloed maar adrenaline door de aderen. Heeft een brons aderen? Kan het leven uitdrukken? Heeft het een kloppend hart of beeld ik me dat in om het koude brons in gedachten te kneden tot warme klei. Er mijn idee in te vormen, vorm te geven, uit te drukken. Terug naar de haas. Het staat rjocht op en del langs de waterkant. Stokstijf als een reiger op jacht. Het  overlevingsmechanisme staakt in het moment; de moeilijke keuze tussen vechten of vluchten. De grize giet him oer de grouwe; de koude rillingen zetten de rug op slot en de oren op scherp. In “Nightlife” is de dood nader dan het leven. Het tedere konijn tussen het riet is een angsthaas, een held op sokken om sloffend een goed heenkomen te zoeken.

    Op die manier bevriest Henk Visch een emotioneel moment. Zit er meer achter de vorm op het eerste gezicht. Met Van Lier vlij ik mij in het hoge gras en kauwend op een strootje overdenk ik het hier en nu. Peinzend haak ik aan het moment en tel tot tien voordat ik me aan een mening waag. Want een standpunt geeft een voorstelling, terwijl de vorm geen oordeel verdient om de stelling die het heeft in te nemen. De beelden hebben waarde zoals deze zijn. Hun existentie is de essentie van het wezen. Ze drukken datgene uit wat in woorden nauwelijks een afdruk kan hebben. Dus laat ik mijn ogen sluiten en van het nabeeld op mijn netvlies genieten. Het een waarde toedichten die persoonlijk eigen is. In gedachte contact maken met de schepper dezes om de weerklank van zijn emotie te vatten.

    En natuurlijk kan ik heel best mijn eigen smaak bepalen, daarvoor heb ik Peter van Lier niet nodig. Kan ik heel goed feilbaar het verschil tussen professie en amateurisme kennen. Echter Van Lier zet mij op een spoor, zet de wissel om zodat ik net een andere kant oprijdt. De zaken van gene zijde bekijk terwijl ik normaal gesproken aan deze kant van de feiten sta. De filosoof biedt mij een onveilig terrein aan, dat ik met gezonde belangstelling betreedt. En ik filosofeer en redeneer er op los, al 1681 woorden lang.

    Unguided Tours. Henk Visch. Beelden in het museumpark en kamers van de westvleugel. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud. Van 28 juni tot 21 september 2025.

  • Dansen van Herbert Nouwens in de Belvédère Suite

    Het is een hot item in de circulaire economie. Om gebruikte en voor het oorspronkelijke doel afgeschreven producten te recyclen. In de kringloop van het zijn gaat niets verloren. Want dat is immers de letterlijke betekenis van circulair: cirkelsgewijs. Maaksels verliezen hun waarde en worden in het geheel hergebruikt. Of in delen gesplitst en verwerkt tot grondstof voor een nieuwe creatie. De cirkel is rond. Bedrijven houden zich ermee bezig, de maatschappij is er vol van, van hergebruik en recyclen. Het scheiden van afval om waardevol materiaal niet af te stoten en geenszins te vernietigen.

    Kunstenaars lopen voor op de massa. Zij zijn de kopgroep, de massa is het peloton. Ze zetten een tandje bij om het tempo te versnellen of knijpen de handrem aan om de beweging even stil te laten vallen. Want de massa moet weleens wennen aan de vooruitgang, aan de snelheid in de tijd. Zich het nieuwe stilaan en geleidelijk eigen laten worden.

    Hergebruik

    Kunstenaars zijn meesters in het hergebruik. Zij recyclen de zichtbare werkelijkheid tot een platte realiteit die uit de verf komt. Dat is een hergebruik van emotie, terugwinnen van sfeer en stemming. Letterlijk hergebruiken zij de verf als materiaal, de modder aan een kwastje wordt uitgesmeerd over een doek. De dode materie gaat leven, krijgt de adem van de kunstenaar ingeblazen. Door de manier waarop de kunstenaar dat doet, welke techniek daarvoor wordt aangewend, ontstaat er in het platte vlak een ruimte. De tastbare waarheid wordt tot zichtbare realiteit gerecycled. Dat deed de kunstenaar al lang voordat circulair en recycle in zwang raakten.

    Er zijn kunstenaars die in het klein recyclen door aan het strand of langs de weg te jutten, in de bouw of op het land te speuren. Op zoek naar producten die zijn afgedaan en weggegooid en in collage achtige kunstwerken kunnen worden verwerkt. Herbert Nouwens is er zo een die  dit in het groot doet. Hij hergebruikt scheepsrompen bijvoorbeeld om deze een nieuw leven aan te meten. Hoewel je van dood materiaal maar amper kunt zeggen dat deze in een andere vorm tot leven komt. Het is bij wijze van spreken en taalkundig gezien op de keper beschouwd een hergebruik van woorden. Niet de vorm wordt teruggewonnen, deze heeft afgedaan. Het is de grondstof die tot een andere gestalte wordt gesmeed.

    Muziek inspiratiebron

    De beelden van Herbert Nouwens staan imposant in het buitengebied van Landgoed Oranjewoud. Uitgestrooid in het veld, maar niet lukraak geplaatst. De kunstenaar hecht aan de plek waar een beeld is neergezet waarde en betekenis. Het is dat punt waar dit beeld tot recht komt. Bijvoorbeeld de “Vier constructies voor een plek” staan niet zomaar langs de oostgrens van het park. Deze bijzondere objecten doen denken aan anti-tank obstakels en staan in slagorde als een verdedigingslinie. Je zou er zo een rol prikkeldraad langs uittrekken. Een concertina als militair begrip. Past overigens stemmig in de sfeer van de titel van deze presentatie: Belvédère Suite.

    Muziek is voor Herbert Nouwens een inspiratiebron om in en naar te werken. De suite als metafoor voor de plaatsing van negen sculpturen. De suite is een meerdelige danscompositie, waarbij verschillende dansen worden geordend naar hun contrastwerking. Dit samenspel, deze ordening en dat contrast, is terug te vinden in het museumpark op dit moment. Het park is de suite, de beelden zijn de diverse dansen. De beelden verhouden zich met het strakke symmetrische ontwerp van het parklandschap, zoals de dansen zich scharen in het gestileerde schema van de muziek. De logge beelden dansen als het ware lichtvoetig door de natuur. De massieve elementen zijn door Nouwens zo geplaatst dat de sculpturen een open karakter hebben. Het zijn transparante scheppingen, open constructies, als tekeningen in de ruimte. Een choreografie waarin het cortenstaal opveert van de sokkel, een compositie die de zwaartekracht uitdaagt.

    Ruimtelijke gedichten

    Volgens Albert Oost, curator buitenpresentaties van Museum Belvédère, maakt Herbert Nouwens zijn werk vanuit een rauwe behoefte aan activiteit. Oost schrijft een voorwoord in de kleine catalogus bij de tentoonstelling. “Elk beeld is Herberts beeld, aan elkaar gelaste en gestapelde stukken ijzer, een opeenvolging van ogenblikken en overpeinzingen.” In de uitgave worden de diverse dansen in de Belvédère Suite door Juliska Kok van commentaar voorzien. Zij beschrijft de bewegingen en figuren, de passen en posities. “Ruimtelijke gedichten, een vertaling van de spanning tussen het rationele en irrationele” zegt de kunstenaar er zelf van. Hij werkt associatief en vertaalt indrukken in vormen die hij laat groeien door staal te snijden, vervormen, smeden en assembleren. In onderzoek naar de relatie tussen mens, materie, ruimte en tijd. Geïnspireerd door het menselijk bestaan en eeuwen van cultuurgeschiedenis.

    In de binnenruimte van een kamer in de westvleugel presenteert Herbert Nouwens kleine figuren. Tussen de verhalende kunstenaars van “Verhaald – Verbeeld” heeft hij ook iets te zeggen. De kleine beelden in een boekenkast opgetast zijn modellen voor het grote werk. Deze worden echter niet alle uitgewerkt op groot formaat, omdat Nouwens ze benadert als vingeroefeningen. Om een bepaalde vorm in de vingers te krijgen. Het zijn dus kleine werken met een eigen karakter. “Niet letterlijk een model”, zegt hij, “maar meer een globale richtlijn voor het grote beeld.” In deze vormen op handzaam formaat zie je de kunstenaar stoeien met het materiaal. De twee grotere formaten in de kamer zijn een eenvoudig voorspel op wat buiten te zien is, of andersom in tijd een stemmige nabeschouwing. Lectori salutem of post scriptum. Proloog of epiloog. Prelude of naspel. Heb je het buiten gezien, kom je binnen nog eens terug, of andersom.

    Levende representatie

    Lopend over de verharde paden en door het gras tussen de beelden in de open lucht, met de catalogus als aangename wegwijzer op zak, kan ik de gegeven betekenis tegen mijn persoonlijke waarde leggen. Wat ik zou kunnen zien volgens het boekje en wat ik beschouw in eigen ervaring. Beelden als collages van eens gebruikte materialen, samengevoegde onderdelen van ooit werkende installaties. Eerder dichte constructies die door Nouwens geometrisch tot een levende representatie van de werkelijkheid zijn opgebouwd. Abstracte vormen die natuurlijk in de ruimte staan. Alsof deze daar altijd geweest zijn en er nooit meer vandaan zullen gaan.

    Een toren van Babel geplaatst net na de laatste huizen aan de Woudsterweg waar het open veld zich uitvouwt en het museumgebouw opdoemt. “Der Strom”, reikend tot de hemel, geeft de richting aan, een uithangbord voor de presentatie. Daarna doemt de “Poort van Belvédère” op, een object voor deze plek en omgeving gemaakt. Zal later elders een even goede standplaats kunnen krijgen. Want de beelden van Nouwens reizen en zijn in beweging, voordat deze neerstrijken en hun rustplaats vinden.

    Het zijn op zichzelf stille bouwwerken waarin de wind een muzikale compositie kan spelen. De huid van het levende staal is bont kleurig in bruinen, of spiegelt de omgeving in het gepolijste metaal. Materiaal met een leven dat blijft voortleven door de constante corrosie van het staal. De natuur probeert het ijdel, maar weer en wind krijgen er geen vat op. Het materiaal verzet zich hevig en houdt stand. Dolend door deze voor nu tot 22 september gecreëerde beeldentuin stuit ik op een creatie dat bijgeluid maakt. Boven de zucht van de wind klinken melodieuze klanken. Het is “Lamento” waar in een opengewerkte geroeste cilinder gefrommeld plaatstaal hangt. Deze elementen maken op de maat van de natuur een compositie.

    “Kunst is een vorm van denken”

    Titus, zoon van, is getuige van vaders werkwijze. “IJzersterke constructies die zich staande houden onder alle omstandigheden en fungeren als statische markering in de ruimte”, prijst hij de werken van de kunstenaar aan. “Zijn artistieke praktijk is een continu proces van opbouwen en afbreken, om vervolgens weer opnieuw, of beter gezegd verder, te bouwen.” En dan gaat de kunstenaar zelf los in het boekje. Beschrijft zijn doen en geeft verantwoording aan zijn laten. Een achtergrond die niet strikt noodzakelijk is om te kennen, maar door te weten wel de bouwwerken meer reden van bestaan geven.

    Kunst is een vorm van denken”, zegt hij en spreekt mij daar meteen mee aan, “denken in vorm, kleur, ruimte of klank. Het is verwant aan denken in taal. Taal bestaat uit allerlei ingevingen waar je begrippen aan hecht en gevoelens die je omzet in woorden. Door die woorden uit te spreken of op te schrijven, probeer je grip te krijgen op de achterliggende complexiteit.” Ik hang aan zijn lippen en voel me verbonden met zijn werken wanneer hij verder gaat: “Op een gegeven moment denk je, wat ik opgeschreven heb dekt wel ongeveer de lading. De output, of het nu dus een stuk tekst, muziek of een beeldend kunstwerk is, is bijna nooit 100% van wat je als schepper in je hoofd hebt.” Ik lees mijn voorgaande tekst nog eens over en ik ben het met Nouwens eens. Op mijn weg door de tuin en in het museum had ik een ander verhaal in gedachten dan hier uiteindelijk op het blog is terecht gekomen. “Omdat het mij dus ook nooit helemaal lukt, ga ik er mee door.”

    Belvédère Suite. Uitgave bij de tentoonstelling in Museum Belvédère, 22 juni tot 22 september 2024. Herbert Nouwens. Museum Belvédère, 2024.

  • Het beeld, de kunstenaar en zijn muze

    Ze is zijn muze. Zij staat volledig achter hem. Niet als een schaduw, maar als steun in de rug. Toeverlaat, rechterhand. De mens heeft iemand nodig als klankbord en als raadgever om tot bloei te komen. Voor Fons Schobbers is zijn vrouw Liesbeth de godin van zijn kunst en wetenschap. Wanneer zij er niet voor hem was geweest had zijn kunst waarschijnlijk niet zo’n vlucht opwaarts genomen als dat het heeft gedaan. Had het minder bezieling gekregen. Waren het een veelheid van aardig bedachte en gebeeldhouwde vormen. Maar dat was het dan ook en daar zou het bij gebleven zijn. Scheppingen van 13 in een dozijn.

    Maar Liesbeth heeft Fons dusdanig en dermate geïnspireerd, en doet dit nog voortdurend, dat er begeesterde beelden zijn en kunnen ontstaan. Beelden met betekenis zonder slechts een abstracte vorm te zijn. Beelden waarvan je de lijnen met een zachte aanraking wilt volgen. De vingers in een warme streling de koude materie te bepotelen. In het boek “Urge 2” kunnen de werken met de ogen worden betast. De uitgave is te zien als catalogus bij de tentoonstelling in Museum van Bommel van Dam. In enkele essays licht auteur en kunstrecensent Wim van der Beek Schobbers’ objecten bij en het proces van ontstaan toe. Uit die tekst komt in diverse bewoordingen naar voren dat het koppel op meerdere vlakken een twee-eenheid is.

    Communiceren is elkaar spiegelen

    In de kunst vooral zijn Fons en Liesbeth met elkaar verbonden. De muze is zijn klankbord. “Zij is altijd bij het scheppingsproces betrokken en benadrukt steeds dat communiceren niet hetzelfde is als elkaar napraten of elkaar in blinde bewondering volgen”, lees ik. Communiceren is elkaar spiegelen, brainstormen, nieuwe opties of alternatieve gezichtspunten aandragen, elkaar scherp houden, samen naar ruimte en mogelijkheden zoeken, samen initiatieven ontwikkelen en elkaar stimuleren. Als teamspelers weten ze wat ze aan elkaar hebben en kunnen verwachten. Uit dat intensieve samenspel ontstaan esthetisch aandachtige kunstwerken. Waarbij mij dus de handen beginnen te jeuken om ze aan te raken. Niet alleen met de blik langs de vormen te gaan, maar ook letterlijk te bevoelen.

    De objecten met meest vrouwelijke vormen lijken uit de hamer en beitel van Liesbeth ontsproten te zijn. Sierlijk en elegant zoals alleen een vrouw het harde materiaal kan benaderen. Hoewel deze zienswijze uitermate seksistisch klinkt, want zou een man niet vriendelijk met de materie kunnen omgaan. Er zijn vele voorbeelden in de kunstgeschiedenis dat dit zeker het geval is. In deze context zie ik toch in de beelden de autoriteit van de muze achter de kunstenaar. De nog sterkere vrouw achter de sterke man. In de objecten die Fons Schobbers maakt van gevonden voorwerpen, de objet trouvé of ready mades, zie ik meer de wispelturige grillen van een manspersoon terug. Die karaktereigenschappen lees ik tevens van de foto’s in het boek waarin het duo is geportretteerd.

    Lange adem en grote reikwijdte

    De beelden van Fons Schobbers zijn talloze variaties op eenzelfde thema. Maar dat thema gaat door zijn handen nooit vervelen. Je hebt nooit genoeg gezien van de objecten. Almaar zit er vernieuwing in een volgend beeld, hoewel het voortborduurt op een eerder gemaakte vorm. Zijn beelden zijn woorden in het verhaal dat Schobbers de wereld wil vertellen. Passen in de regel en vormen samen een zin. De objecten vallen na elkaar gezien te lezen als een hoofdstuk in de biografie van de kunstenaar.

    Het beeldende oeuvre van Fons Schobbers heeft een lange adem en een grote reikwijdte. Mede doordat zijn beschermvrouwe Liesbeth hem lucht geeft om creatief te blijven. Op de schutbladen voor en achter in het boek is te zien dat zijn atelier overladen is met kleine schetsen van gips. Dat zijn bron vol ideeën nog lang niet opgedroogd is. Dat hij nergens hoeft te improviseren of voor de vuistweg te creëren. De planken afgeladen met miniaturen kunnen inspiratie geven tot nieuwe levensgrote werken. Ook kunnen deze kleine modellen uiteraard uitstekend solo de wereld ingaan, als kleinood in het interieur, als hebbeding op de boekenkast. Maar ze zijn eens en vooral de opstap naar een volwassen vormgeving, een idee om uit te vergroten en in een buitenruimte te plaatsen.

    De kritische blik van Liesbeth

    Schobbers geeft vorm aan de ruimte rondom zijn beeld. Wanneer het object op een sokkel is geplaatst bepaald het de omgeving waarin het staat. De beschouwing van die plek zal nooit meer dezelfde kunnen zijn. Het beeld begrenst de omvang van die plek, het beeld is de restvorm van deze ruimte. Het is alsof het daar hoort omdat het er onzichtbaar altijd al was. Zoals de klomp steen of het blok hout altijd al de vorm in zich heeft gedragen, de kunstenaar hoeft het enkel nog maar uit te pakken. De kunstenaar volgt de aders in de steen en de nerven van het hout. Hij is schatplichtig aan de natuur van de materie. Wanneer hij dan in kunststof zijn idee vorm geeft heeft Fons geheel de leiding in handen. Met uiteraard op de achtergrond de kritische blik van Liesbeth. Dan gaat hij los en maakt van niets iets. Dat wat gedacht is krijgt beeld. Dan is Schobbers de schepper. Ontstaan er vormen die de ruimte nog niet kent.

    En wanneer hij dan gevonden voorwerpen als materiaal voor zijn objecten gebruikt is zijn creatieve brein mijns inziens op het kookpunt van zijn. In deze beelden liggen zoveel manieren van anders kijken naar bestaand wezen verscholen. Dat rondom beschikbare en alom voorhanden zijnde elementen een nieuw leven kunnen krijgen. Niet de afvalbak in hoeven, maar kunnen reïncarneren in een volgende gedaante. Weggooien kan altijd nog, moet Schobbers gedacht hebben. Door beschadigde en in onbruik geraakte voorwerpen met zachtheid en aandacht te benaderen maakt hij objecten die mensen confronteert met laakbaar wegwerpgedrag. En natuurlijk, de steen of het hout geeft ook nieuw leven. Het baart een vorm. Fons is de verloskundige, Liesbeth de vroedvrouw. En het kind bezit ontdaan van moederkoek en navelstreng een onnoembare schoonheid. Vele objecten gaan zonder titel de wereld in, zodat de beschouwer het zelf een naam kan geven die past bij de emotie van het kijkproces.

    Want lees ik “gevoel en verstand trekken samen op. Visuele spanning en vindingrijke vormgeving zijn altijd gegarandeerd”. Het samenspel van gedachten manifesteert zich door een dialoog besloten in het beeld. De dialoog van maker en muze. Deze communiceren samen eenduidig en krachtig met de beschouwer. Daardoor staat het beeld stevig op de sokkel, letterlijk en figuurlijk. Schrijver Wim van der Beek beziet elk kunstwerk van kunstenaar Schobbers als sleutelwerk. Ieder werk is een vervolgstap in de zoektocht naar ongekende mogelijkheden. “Ze maken deel uit van het grote geheel waarin geen onderscheid bestaat tussen minder belangrijke of juist superieure vondsten of ontdekkingen.”

    Urge 2. Fons Schobbers. Beelden en objecten. Teksten: Wim van der Beek. Catalogus bij tentoonstelling Museum van Bommel van Dam in Venlo tot 22 oktober 2023. Uitgave Van Spijk Art Books, 2023.