Tag: beeldverhaal

  • Muzikaal Oinkbeest uitgetekend in beeldverhaal

    De vertelling lijkt de magie te verliezen wanneer beelden voorgetekend zijn. Maak ik een eigen voorstelling bij het beluisteren van het hoorspel, de strip als afgeleide daarvan kan onttoverend werken. Ook de film naar het boek is meestal een minder aftreksel daar je eerder in gedachten een eigen figuratie maakte tijdens het lezen. En die figuren zien er net even anders uit dan de acteurs in de film. Het persoonlijke beeld heeft de magie van het verhaal, de tekenaar of regisseur zet daar de eigen idee tegenaan. Die voorstelling strookt lastig met mijn persoonlijke beeld, zodat de betovering wat mij betreft verloren raakt. Daarom dacht ik dat de sprookjesstrip over het hoorspel van Elly Nieman en Rikkert Zuiderveld de magie van Het Oinkbeest teniet zou doen. Want heb ik een min of meer duidelijk beeld voor ogen wanneer ik dat muzikale verhaal beluister, het in plaatjes te zien als een graphic novel zou het mysterie onthullen. Zo dacht ik. Maar niets is minder waar.

    Elly & Rikkert

    Het Oinkbeest dat zich afspeelt in de sfeer van ‘De Kauwgomballenboom’ en ‘Als ik een bijtje was’. Dromerig, enigszins kinderlijk, met een licht filosofische klank en een morele ondertoon. In die typische stemming waarop Elly en Rikkert patent lijken te hebben. Een moderne gebroeders Grimm of Hans Andersen, die met hun fantasierijke verhalen de lezer een spiegel voorhouden met een vriendelijk belerend plot. Een volksverhaal dat ook kinderen aanspreekt. Zo’n vertelling maakten de muzikale echtelieden begin jaren 70 van de vorige eeuw. De anarchie van de woelige jaren 60 waren net over gewaaid, maar de bloemrijke sfeer die liefde ademde klonk door in het volgende decennium. De geur van cannabis hing nog in de lucht. Het Oinkbeest paste vrolijk en opgeruimd in de idee van die jaren 60.

    Inge Bogaerts zat als jong meisje vastgeplakt aan de bruine luidsprekerbox in de kamer. Tussen de verzameling van vader had ze een luisterverhaal ontdekt en kwam bij de eerste klanken vanaf het vinyl onmiddellijk onder de betovering van de fantasierijke vertelling. Ze ging helemaal op in het spel van Elly en Rikkert, die met verve het Oinkbeest vertolkten. Ze luisterde weer en nog een keer. En weer eens weer. Omdat ze het zo dikwijls had beluisterd en zich in ruime mate een idee vormde, kan ze op latere leeftijd als tekenaar die gedachten van toen terughalen en letterlijk uitwerken. Exact in de sfeer zoals het duo dit bij het schrijven voor ogen moet hebben gehad. Bogaerts is als het ware in de huid van de Zuidervelds gekropen. Kijkt met hun blik naar het verhaal. Zij figureren daar in, zoals ze ook in het hoorspel zij de verschillende figuren een stem gaven.

    Deze makers zijn met de tijd mee gegaan, opgegroeid met hun publiek en zij met hen. De jaren waaruit ze zijn ontsproten hebben ze echter niet los gelaten. Nog altijd sijpelt het sprankje hoop dat alles beter zal worden van de provo-tijd erin door. De flowerpower is niet verdwenen, de bloem steekt nog in het haar, de tegencultuur leeft door in Vledderveen. Doordat Elly en Rikkert tijdloos zijn kunnen zij voor de eeuwigheid componeren, schrijven en musiceren. Het verhaal van Het Oinkbeest is daarom universeel. Hoewel gegoten in een enigszins kinderlijke jas sluit het thema aan bij jong en oud. Het land waarin Het Oinkbeest belandt is een verzamelplaats van geloof, hoop en liefde. Maar de bewoners moeten nog worden lek geprikt om te doorzien dat het leven alleen maar goed is. Het Oinkbeest laat hen kijken met nieuwe ogen en laat beleven wat ze niet voor mogelijk hadden gehouden.

    Levendig, vol vrolijkheid

    De vrolijke sfeer die Elly en Rikkert wisten vast te leggen in hun sprookjesachtige vertelling weet Bogaerts naadloos over te brengen in de tekeningen. En ze voegt zelfs meer details en handelingen toe dan het hoorspel aangeeft. Dat spel heeft in de muzikale intermezzo’s ruimte om de fantasie te laten stromen. Door die melodieën kan de luisteraar zelf de loop van het verhaal invullen. En dat heeft Bogaerts destijds volop voor zichzelf gedaan. Daardoor kan ze nu extra cachet aan het verhaal geven en handelingen vormen die toen werden gesuggereerd. De uitwerking is daarom niet een slap aftreksel maar een sterke afgeleide van het origineel. Het voegt zelfs iets toe. Geeft beeld aan de gedachte.

    Doordat Bogaerts op jonge leeftijd zo vaak het hoorspel heeft beluisterd, kan zij zich goed inleven in de vertelling. Weet ze hoe de personages figureren tot de verhaallijn. Wat de mimiek is en hoe de eigenschappen zijn. In haar vertaling is het een drukte van belang in het bos. De kleine dingen die na meerdere malen beluisteren in het hoorspel te horen zijn, iedere keer weer ontdek ik iets nieuws en anders – het is maar in welke stemming ik ben en hoe open de oren staan. En ook de strip lees ik eens weer, bekijk het opnieuw met andere ogen. En steeds ontdek ik in de schijnbare te drukke wirwar van kleuren, vlakken en lijnen details die ik eerder niet heb opgemerkt. De strip is levendig, vol vrolijkheid, zelfs de mindere stemming wordt meer opgeruimd weergegeven. Het is er kortom een vrolijke boel. Even vrolijk als dat het er in de studio destijds moet hebben toe gegaan. Een feestje voor oor en oog. Bij de plezierige klanken kom je als het ware los van de aarde, bij de lollige tekeningen gaan je gedachten met je gevoelens aan de haal, op de loop. Het kan niet waar zijn, maar op een dag kan het wel zo gebeurd zijn. Er doet zich meer voor tussen verstand en emotie, wanneer ik me maar als kind kan inleven. Voor het kind is alles mogelijk, hun taal en fantasie maakt van een muis een olifant, zet monsters onder het bed en spoken op het behang.

    Volwassen beeldverhaal

    Zoals Bogaerts destijds bij de teksten en liedjes haar hart liet veroveren, zo betovert zij met haar tekeningen de lezer van nu. De luisteraar is kijker geworden. De muzikale reis is een tocht naar de verbeelding. Is onze tijd vooral gericht op beelden die verhalen moeten vertellen, Bogaerts haakt hier mooi op in door haar herinnering te verbeelden. De teksten te volgen, en haar fantasie daar bij in te vullen. De idee van het duo is nauwlettend in de gaten gehouden en kunstig in beeld gebracht. En zelfs zo dat de lezer ofwel kijker daar zelf nog invulling aan kan geven. De vertelling heeft ook iets surrealistisch. Het is niet echt en toch kun jij je er werkelijk in inleven. De fantasie zweeft boven de werkelijkheid. Het zijn welhaast Jeroen Bosch achtige taferelen die zich op de pagina’s ontvouwen. In elk geval in de sfeer van het grote blikken harmonie orkest dat over de bergen trekt. Over die angstaanjagende Jeroen Bosfiguren is een zachtmoedig sausje gegoten. En op de stoeprand zitten twee vreemde vogels. “Zoals we door de straten lopen / En de wonderlijkste kleren kopen / Zijn we net / Twee vreemde vogels / / Jij met je ravenzwarte haren / Je kanariegele vest / Kijk de mensen staan te staren / Die zijn anders dan de rest”.

    De liedjes op papier klinken niet, maar dansen over en door de bladzijden. In je hoofd zing je zo de tekst mee, ook al heb je nog nooit het hoorspel gehoord. Het is deze speelse kracht van de tekenaar die naadloos aansluit bij de ludieke uitingen van de muzikanten. Het mag een kinderlijk sprookje zijn, het is een volwassen beeldverhaal waarin jong zowel als oud zich kan inleven. Het houdt een spiegel voor en wie als Alice in Wonderland door deze spiegel durft te stappen komt in een wonderlijke wereld van metaforen, beeldspraken en zinnebeelden. Het onbekende raakt bekend, het vreemde wordt gewoon. Wie anders is van lijf en leden, wie tegendraads denkt, wordt liefderijk opgenomen in de groep. Iedereen is gelijk zo is de boodschap, we sluiten niemand uit. Kom erbij!

    Dan kan ik me onopvallend en een beetje gegeneerd in een hoekje inleven in de wereld van het kind. Want zou ik in deze wondere walgelijke wereld niet eens graag weer kind zijn. Onbevangen door de ogen van Het Oinkbeest het goede in de wereld opnieuw ontdekken. Daarvoor hoeft niemand zich te schamen, dat worden als een kind is een groot goed. Niet het kind zijn op zich, maar het inleven alsof je weer kind was. Kijk door de ogen van Het Oinkbeest, figuurlijk door het beeldverhaal te bekijken en te lezen. Letterlijk door het boek te openen en de twee gaten in de omslag voor je gezicht te houden. Kijk door, kijk anders, kijk opnieuw. En ontdek.

    Het Oinkbeest. Een sprookjesstrip. Inge Bogaerts. Beeldverhaal naar het hoorspel van Elly Nieman & Rikkert Zuiderveld. Uitgeverij Oogachtend, 2025.

  • Met beelden zonder woorden galmt leven in echo

    Hoe beschrijf je een verhaal dat geen woorden nodig heeft om verteld te worden? Dat enkel en alleen spreekt door beelden. Hooguit een inleidende regel heeft om toch vooraf een sfeer uit te drukken. Maar waarvan de taal beeldend is, of eigenlijk het beeld de taal is, de tekeningen de woorden zijn. Een verhaal dat je dus woord voor woord, plaat voor plaat kunt lezen. Het beeldende verhaal zou zelfs een storyboard voor een film kunnen zijn, zo gedetailleerd is de voortgang van de vertelling in beeld gebracht. Het opnamescript heeft dan nog aanwijzingen nodig voor de regisseur en de cameraman, maar de stemming is gezet en de opstelling vastgesteld, de plaats bepaald.

    De graphic novel, ECHO van Remco Schoppert, is echter meer dan een blauwdruk voor een rolprent. Het is van zichzelf al min of meer een stopmotion film. Want laat de strip de figuratie niet bewegen, hoewel er veel actie is binnen de kaders, het suggereert dynamiek. De lezer, of zeg maar de kijker, voegt al ziende deze levendigheid toe en completeert zo het bevroren beeld. De figuratie heeft geen klanknabootsende woorden nodig, zoals je wel ziet in vooral klassieke comics als Batman en Spiderman: whoosh, vroom, smash, wham. In ECHO spreekt de handeling tussen de lijnen door en voelt de kijker het gedoe en de opschudding aan zijn water.

    Geconcentreerd plaatjes bekijken

    Zo’n verhaal, hoe omschrijf je dat? De woorden waren al onbruikbaar voor de tekenaar, hij kon het zonder doen. De alfabetische taal wisselde hij in voor visuele grammatica. Schoppert kan zo omschrijvend precies beelden dat ik stil val, de pen neerleg zonder te omschrijven. Ik kan wel een redelijke tekening maken, al zeg ik het zelf, maar zo beeldend het beeldverhaal in lijn en vlak uit te leggen is onbegonnen werk. Ik zal mij toch moeten beperken tot een definitie van het beeld in woorden. De tekening was en de taal is nu mijn medium om een verhaal dat zonder woorden is verteld uit te leggen. Zo dat mijn lezers kijkers worden om de grafische roman tot zich te nemen. Dat ik hen kan overhalen ECHO aan te schaffen en het verhaal van Remco Schoppert beeldend te lezen.

    Het is zaak geconcentreerd de plaatjes te bekijken, de strip te volgen. En de gedachten mee te laten gaan in de flow van het verhaal om de idee van de kunstenaar te doorgronden. Niet meteen is deze duidelijk, het is een vertelling voor de lange adem. Om nog eens weer op te pakken en door te nemen, als een koffietafelboek vertrouwend op de afbeeldingen om de aandacht vast te houden. Zoals je een psychologisch getinte film meerdere malen moet bekijken om het plot te begrijpen. Schoppert wijkt meerdere malen van het pad af om terug te grijpen op het verleden. Die overgangen zijn niet meteen waarneembaar en geven de beeldende vertelling een mysterieuze sfeer. De strekking van het verhaal echter is universeel, het gevoel spreekt algemeen aan. Pijnlijke herinneringen en onzekerheid, afscheid en hereniging. Bewondering van zoon tot vader, zoektocht naar bevestiging. Loslaten, opnieuw beginnen.

    Gevoelens en stemmingen

    De biografie van de man in het verhaal is triest en dat uit zich in met neerslag en modder doordrenkte platen. De strip is vrijwel zonder kleur. Enkel het geblokte vest van de hoofdpersoon en met een soort van logo betekende velletjes papier lichten geel op. Het is de kleur van het optimisme dat in de pessimistische druilerigheid van het verhaal als lichtpunt aan het eind van de tunnel dient. Maar geel symboliseert ook voorzichtigheid, een waarschuwing voor naderend onheil. Angstvallig blikt de hoofdpersoon in het verleden, minder behoedzaam gaat hij de toekomst tegemoet. Het verhaal hoef ik hier niet uit de doeken te doen, want de strip spreekt voor zich en moet gezien worden. Dat heeft geen woorden nodig en die zal ik op deze plek dan ook niet geven. Het is een verhaal echter van twijfel en ontzag. De echo van het verleden klinkt weer in het heden en galmt in de toekomst. De eerste en enige zin zet aan het begin de toon van het in 6 delen uiteenvallende verhaal. In mediatermen seizoen 1, 6 afleveringen.

    Het is verleidelijk hier toch kort de sfeer en de verhaallijn neer te zetten, omdat het lot van de man zo aansprekend is. Zo invoelbaar is, hoewel het in leven en werken veraf staat. De beeldende vertelling zit zo goed in de inkt, het verhaal kan zo duidelijk zonder woorden, dat het een gangbaar relaas is met gevoelens en stemmingen die op vrijwel iedereen van toepassing zijn. Het is een verhaal dat zichzelf vertelt. Toch nog maar eens proberen, in de herhaling dus. Een (gefantaseerd?) relaas dat triest begint, over bergen en door dalen gaat – want het is eenzaam aan de top waarvan je diep kunt vallen. Er is geluk en tegenslag, een zoektocht naar bevestiging van zowel de vader in crime als de zoon in quest. Het verleden kan zeer doen, bloedende sporen achterlaten. Maar vergeven is nog geen vergeten. Wat doe je om gehoord te worden door de bureaucratie die je plat walst en de grond instampt. Wat doe je wanneer je bestaan dreigt weg te zakken, de opbouw dreigt te verzakken, te verdwijnen in een moeras van de vooruitgang. Een verlaten pompstation, ooit met vlag en wimpel en veel tromgeroffel geopend, moet wijken voor een betonnen kunstwerk dat de oevers verbindt. Er is protest en een vermeende moord. De tegenstand leidt schipbreuk en waar het start met water eindigt het ook zo. Het einde zal ik hier niet onthullen, want dan is de lol eraf.

    Tussendoor trekt een tekening of meerdere daarvan de rode draad door het verhaal, of in dit geval een gele lijn. De spiegeling van een gezicht op het wateroppervlak is het beeldmerk van het verhaal: “In het water zit hij voor eeuwig gevangen, stilte is zijn lot.” De man komt uit het water en verdwijnt erin terug. De zoon leeft nog lang en gelukkig met vrouw en kinderen, maar ondanks de pret knaagt het verleden. Een psychologische thriller van het beste soort. Met uitgewerkte tekeningen, die dynamisch blijven in gedetailleerde uitdrukking. Het is de sfeer hangend tussen lijn en vlak die het verhaal woordloos vertelt. De verhaallijn wordt uitstekend vast gehouden hoewel er meerdere keren ineens over de schouder wordt terug gekeken. Dat vergt aandacht en concentratie, dat maakt opmerkzaam en oplettend.

    Zo gedacht en geschreven, bedenk ik me paradoxaal, heeft geen enkel beeldend kunstwerk woorden nodig. Hoogstens een uitleggende titel of een richting gevend kort commentaar. Van de kunstenaar zelf wel te verstaan. Want deze is de enige die kan oordelen en achtergrond duiden. De recensent behoeft daar niets meer aan toe te voegen. Het verhaal zit al in het beeld besloten. De mond kan dicht, de pen kan neer. Punt.

    ECHO. Remco Schoppert. Graphic novel. Uitgeverij MENLU, 2025.

  • Reisgids door Neerlands striplandschap

    De catalogus “50 jaar Stripschapprijs” van Museum of Comic Art in Noordwijk aan Zee is een boek die past in de bibliotheekkast onder de titel geschiedenis. De uitgave bij de tentoonstelling leidt de lezer door het Nederlandse striplandschap van 1974 tot 2024. Wie het gelezen heeft is helemaal op de hoogte van het wel en wee, het doen en laten, leven en werken van de vaderlandse striptekenaars. Althans het neusje van de zalm. Door het bezoeken van de tentoonstelling in MoCA kan de lezer die dan kijker is zich vergapen aan originele schetsen en tekeningen. Hoewel de Stripschapprijs ‘slechts’ een halve eeuw bestrijkt zijn dit wel de meest belangrijke jaren dat het beeldverhaal uit de kinderschoenen in volwassenlaarzen terecht is gekomen. Werd er eerst wat minzaam naar het fenomeen gekeken, tegenwoordig is het een volwaardig literair en kunstzinnige uiting.

    Elk jaar vanaf 1974 heeft Het Stripschap een prijs uitgereikt aan de striptekenaar die volgens een jury op dat moment toonaangevend het beeldverhaal vorm gaf. In het eerste jaar is dat een uitgever van oude strips en kan MoCA daarom in de catalogus met Het Stripschap teruggaan in de tijd. Want “in de jaren zestig van de vorige eeuw is de eerste naoorlogse generatie striplezers volwassen geworden en als gevolg hiervan verandert de kijk op het beeldverhaal in Nederland”. Vol weemoed en nostalgie wordt omgekeken en terugverlangd naar de kapiteins, piloten, ridders, detectives en piraten – hoofdpersonen en bijfiguren uit de strips van kort na de oorlog. De herdrukken vinden gretig aftrek en worden verslonden door de fans.

    Het Stripschap

    Het Stripschap zag in 1967 het levenslicht met als doel de acceptatie van het beeldverhaal te bevorderen. Door middel van een tijdschrift en speciale winkels, de stripantiquariaten, krijgt deze vorm van recreatieve media extra aandacht. Door de instelling van een prijs, die tijdens de jaarlijkse Stripdagen wordt uitgereikt, wringt en dwingt de strip zich op een relevante plek in de samenleving. De strip doet ertoe. Vanwege Margreet de Heer, Stripmaker des Vaderlands van 2017 tot 2020, staat het beeldverhaal op de literatuurlijst.

    Door de jaren heen heeft Het Stripschap vele gevestigde namen geëerd met een prijs. Maar na verloop van tijd komen ook jonge talenten boven drijven in de kweekvijver en kan de lezer naar hartenlust vissen vangen, groot en klein. Van iedere striptekenaar of -schrijver wordt in het boek het doopceel gelicht in vlugschrift. En wordt uiteraard het juryrapport aangehaald en uitgelegd. Op deze manier is, zoals geschreven, de catalogus een wegwijzer door stripland. Met talloze afdrukken van door de diverse prijswinnaars gemaakte tekeningen is het naast een reisgids een atlas, een platenboek die het oeuvre van de vertellers in beeld brengt. Eigenlijk een portfolio voor Het Stripschap, daarmee kunnen ze de boer op om hun doel na te streven: de erkenning van het beeldverhaal.

    De stripbladen

    Naast de opsomming van prijswinnaars geeft het boek inzicht op en uitleg van wat er nog meer speelt binnen de grenzen van stripland. Zo komen onder meer de krantenstrip en graphic novels, strips in publiekstijdschriften en de strip voor volwassenen in tekst en beeld aan bod. Een bijzondere periode in de opleving van het beeldverhaal langs de paden van de literatuur vormt het underground tijdperk. De strip wil zich los maken van het kinderlijke imago en richt zich op onderwerpen voor volwassenen. Het vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten en Frankrijk en Nederland pikt er een handvol graan van mee. Er worden tekeningen gemaakt en tijdschriften opgericht die niet bepaald voor een jong publiek bedoeld zijn maar uitsluitend voor de meest gerijpte lezer. “Dit soort strips past uitstekend in de vrijgevochten sfeer van de protestgeneratie van de jaren zestig”, lees ik. Maar zoals die jaren veel beloven en weinig waarmaken, komen de vrijgevochten stripmakers bovengronds en wordt de strip na de eeuwwisseling weer braaf – op een enkele uitspatting na.

    De stripbladen die in de jaren 60 de poten onder de kruk van de Donald Duck proberen door te zagen blijken kweekplaatsen voor nieuw talent. Hoewel de Nederlandse Disneystal en zeker de studio van Marten Toonder zich in deze niet onbetuigd laten. Beide zijn een leerschool voor tekenaars die eerst de meester volgen, later uitvliegen en zelf aan de slag gaan. Het meest bekend van de bladen is de Pep die naast de Sjors een oudere leeftijdsgroep aanspreekt. Later fuseren beide tijdschriften tot Eppo. Vele jonge abonnees hebben ongeduldig iedere week de postbode afgewacht om de nieuwe avonturen van hun striphelden te volgen en te beleven. Ik was daar één van en het Stripschapprijsboek is dan ook een trip down memorylane voor mij. Kreeg ik rode oortjes bij Tante Leny en Titanic, ik voelde me een volwassen lezer met De Vrije Balloen en Eppo. Het Stripschap opent mij echter de ogen, omdat er veel meer is op het gebied van de Nederlandse strip dan ik ooit kon vermoeden.

    Het MoCA

    Met de uitgave door het MoCA, het enige échte stripmuseum van Nederland, krijgt de Stripschapprijs, de belangrijkste stripprijs van Nederland, smoel voor de eeuwigheid. Ook internationaal spreidt het de wieken, want de tekst in het boek kreeg een Engelse vertaling. Het MoCA is sowieso autoriteit op dit gebied, want het bracht eerder standaardwerken uit over het beeldverhaal. Naslagwerken als ‘Covers, adventures in comic art’, ’80 jaar Toonder Studio’s’, ‘Grensverleggers, innovative dutch comic artists’ en ’70 jaar vrolijk weekblad Donald Duck’. En het organiseert daarbij spraakmakende tentoonstellingen. Het museum is derhalve een eldorado voor de stripliefhebber en een paradijs voor creatieve geesten.

    50 jaar Stripschapprijs 1974-2024, the most important dutch comic award! Catalogus bij de tentoonstelling in het Museum of Comic Art te Noordwijk aan Zee, 30 november 2024 tot 18 mei 2025. Uitgave MoCA, november 2024.

  • Het verlangen naar hetgeen je nooit zult weten

    Het is geen graphic novel, rubriceert Sytse van der Zee zijn boek “John’s Wood house”. Geen literair stripboek? Maar dat is het natuurlijk eigenlijk wel, hoewel het karakter van het stripverhaal in de uitgave niet ontdekt wordt. Ik zie geen getekende plaatjes die achtereenvolgende scènes in het verhaal verbeelden. En waarbij de figuren in het verhaal communiceren in spreekballonnen. Of waar ik de tekst van het verhaal onder het plaatje vind, waarbij de tekening dan het verhaal illustreert. In “John’s Wood house” lijken zowel de grafische- als ook de verhalende kwaliteiten samen te komen. Maar er vallen gaten in tekst en beeld. Leegtes die ik als lezer zelf moet invullen wil het een doorlopend verhaal zijn en blijven.

    Sytse van der Zee, John's Woodhouse, graphic novel, picture novel, beeldverhaal

    Tinten van de schemering

    De maker noemt het een picture novel, literaire fictie. Een beeldroman cq prentenboek voor volwassenen. In zijn versie vind ik tekeningen met cartooneske figuren. Personen die figureren in een gestileerd decor. In de vlakmatig opgezette achtergrond bouwt de arcering en de simpele tekenstijl de sfeer op. De figuren tekenen zich daar kleurloos en karakteristiek in af. De tekeningen bezitten alle gradaties tussen wit en zwart. Elke tint van de schemering. Want het is een schemerig verhaal, zich afspelend als een film noir in vooral een zijzaaltje van de bioscoop. De lezer dan wel kijker vult zelf de kleuren in, geeft in gedachten kleur aan de surrealistische beelden. Zo gezegd lijken het interactieve platen, echter de kunstenaar heeft en houdt de leiding. Hij zet mij op dit pad dat hij als spoor voor ogen heeft. Tegen zijn werkelijkheid zet ik mijn tinten van emotie.

    Sytse van der Zee, John's Woodhouse, graphic novel, picture novel, beeldverhaal

    Aan de hand van een schrijfwisseling tussen hoofdpersonen en bijfiguren in beelden, brieven, tekstberichten, ansichtkaarten en daarbij flarden van dialogen uitgeschreven, volg ik de uitgesponnen absurde ontwikkelingen. Ook zijn er enkele verhalende scènes die alleen uit beelden bestaan en een beroep doen op mijn inbeeldingsvermogen. Want die tekeningen illustreren niet de tekst, leggen het verhaal niet zichtbaar uit. Maar pakken het verhaal in beelden op waar de woorden stil vallen. De schrijver kan zich verplaatsen in ieder personage, het zijn alle ik-figuren. Toch lees ik ze als personages in de tweede of zelfs derde persoon. Van der Zee laat de spelers zijn bedachte voorstelling van zaken verwoorden. Dat spel leunt tegen waarheid. Hoewel het niet echt is, kan het zo geweest zijn.

    Sytse van der Zee, John's Woodhouse, graphic novel, picture novel, beeldverhaal

    Spijt komt na de val

    “John’s Wood house” gaat over abandonneren en hunkeren. Achterlaten wat was en kijken over de grens van de dood. Willen terugzien wat er gebeurt wanneer je er niet meer bent. Niet aanwezig, verdwenen. Wie zou niet even dood willen zijn, kijken wat dat is en beschouwen wat er van jou rol op aarde overblijft. Het onvervulde verlangen, het onherstelbare verleden. Gedane zaken nemen namelijk geen keer. Spijt komt na de val. ‘Het verlangen naar hetgeen je nooit zult weten’ lees ik op de achterkant van het boek. Dat knaagt, dat schuurt, daar wil je iets mee. De hoofdpersoon doet daar iets mee. Hij zet met zijn schijnbaar rigoureuze beslissing uit het zicht te gaan een ondraaglijke spanning tussen de betrokkenen die achterblijven. Figuren worden daarbij tegen elkaar uitgespeeld, willens en wetens. Mensen leren elkaar kennen. Positief gezien en negatief gedacht. Er wordt een natuurlijk proces beschreven. Een herkenbaar verloop getekend. Het is als de werkelijke wereld. Een parabel om een moreel idee uit te leggen en aan de kaak te stellen.

    Sytse van der Zee, John's Woodhouse, graphic novel, picture novel, beeldverhaal

    Het zijn gewone doordeweekse mensen de figuren waar Van der Zee mee voor het licht komt. Maar er is wel een steekje aan ze los. Er zit een rafelrand aan dat leven. En daardoor maakt de kat die zich in het nauw voelt rare sprongen. Want beslissingen en gebeurtenissen zijn onomkeerbaar. Hoofdpersoon John Wood heeft spijt, voelt dat hij heeft gefaald als vader wanneer hij met zijn verleden wordt geconfronteerd. Verloren zonen verschijnen, die zullen de nalatenschap delen met de dochter die tot dan dacht enig kind te zijn. De mannen krijgen een fors part uit het herschreven testament, de dochter is uiteraard not amused. Welk tafereel er zich dan ontwikkelt valt te raden. Geld speelt een belangrijke rol in familieruzies over erfenissen. Voordat het zover is verdwijnt John van het toneel om tussen de coulissen en achter de schermen te beschouwen wat er met zijn nalatenschap gebeurd. Door een bevriende notaris wordt hij dood verklaard, zodat het testament in werking kan treden.

    Sytse van der Zee, John's Woodhouse, graphic novel, picture novel, beeldverhaal

    Een dramatische filmprent

    Dat is de rode draad in het boek, de nalatenschap van iemand die op papier verdwijnt maar in realiteit op afstand de dingen aanziet. Is het een proef op de som. Wil John weten hoe zijn nabestaanden elkaar de tent uitvechten om de erfenis. En of zijn houtzagerij, dat door zijn toedoen fabriek voor houten keukengerei werd, veilig gesteld zal worden. Hij wil er kennis van hebben zonder er deelgenoot aan te zijn. Het is een herkenbaar verhaal, dat evengoed een dramatische filmprent kan zijn. Zo heeft Van der Zee als het ware een storyboard samen gesteld. De gebeurtenissen beschreven. En dat wat niet met zoveel worden kon of wil worden uitgelegd in platen verbeeld.

    De brieven en tekstberichten gaan over en weer. Er wordt eens een dagboekaantekening gemaakt of een prentbriefkaart verstuurd. Deze teksten geven de gevoelens van de spelers weer. Duiden de handelingen die daaruit voortvloeien, de daden. De verwondering, de teleurstelling, boosheid om een gemiste kans, vreugde bij een nieuw familielid. Het blijken net mensen de figuren die omschreven en getekend zijn door Sytse van der Zee. En het verhaal lijkt een realistisch drama, ware het niet dat de hoofdpersoon zich dood laat verklaren terwijl hij springlevend is. Zo wil hij het leven dwingen een andere wending te nemen om er later op terug te komen. Er raken mensen vermist, er zijn seksuele relaties en geheime liefdes. Niets menselijks is de hoofdpersonen in deze rolprent vreemd. De tekst spreekt tot de verbeelding. De beelden vertellen meer dan woorden kunnen zeggen.

    Sytse van der Zee, John's Woodhouse, graphic novel, picture novel, beeldverhaal

    Geen woorden maar daden

    Dat is de bijzonderheid van dit beeldverhaal. Dat beide disciplines niet zonder elkaar kunnen. Zouden de tekeningen er niet zijn dan vallen er gaten in het verhaal. Zonder de teksten zullen de beelden onvolledig zijn. Het een kan niet zonder het ander, ze vullen elkaar aan. Gaan samen om het verhaal welhaast compleet te maken. Vrijwel, want er is een beroep gedaan op mijn inlevingsvermogen, mijn empathie met de spelers. Op mijn aanleg de tekeningen die het verhaal aanvullen te interpreteren, uit te leggen en de handelingen aan te vullen in de teksten. Geen woorden maar daden, en de actie maakt het verhaal. Want de verwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op wanneer de verloren zonen verschijnen en het testament opengaat. Onvervulde verlangens en aandringende lusten, tegendraadse behoeften en verwaarloosde contacten zetten aan tot bizarre en dwaze daden.

    Totdat John zich opeens weer laat zien tussen de grafzerken bij een begrafenis. Onaangekondigd en niet afgesproken. Dan ontdekken de kinderen zijn schuilplaats in het boshuis. En vinden in de kelder een miniatuurlandschap met voor hen herkenbare plekken. Een klein figuur als dat van John staat op een brug, starend in het water. Het is een dramatisch beeld. De nabestaanden zoeken de realiteit op. In de afrondende tekeningen rimpelt het water onder de brug. De laatste zin zijn woorden van John Wood: ‘Voor mij is niets en wat achter mij ligt lijkt zinloos.’ De laatste tekening is een egaal zwart vlak. Een open einde of is het verhaal daarmee tot een slot gekomen. Punt. Uit.

    John’s Wood house. Sytse van der Zee, tekst en tekeningen. Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2020.

  • Een komische ontsnapping uit Veenhuizen in beeld

    Het belooft een regenachtige zomerdag te worden. Het is stil om 4.00 uur op de slaapzaal van de gevangenis Esserheem in Veenhuizen, waar ca. 50 gevangenen in hun stalen kooien liggen te slapen. Even later breekt een van hen geruisloos het slot van zijn stalen kooi open en verdwijnt onopgemerkt via het hekwerk en de gracht, die rond de gevangenis ligt.” Daar begint het beeldverhaal van Wouter Winter. Zoals het script voor een film ook losjes op het boek ligt, zo heeft Winter een ontsnappingsverhaal van Clemens van den Brink uit zijn Veenhuizen Trilogie in beeld bewerkt. Het is een korte interpretatie van een langer verhaal, waarbij enkel de meest dramatische momenten in beeld zijn gezet.

    Meest opvallend is het slechte weer tijdens de ontsnapping, het regent pijpenstelen en dat kleurt de stemming. Het eerste plaatje van de strip toont een eend achter een geknipt gat in het hek. De eend staat onder meer symbool voor begrip en onschuld. Zal de bajesklant menen onschuldig te zijn en daarom de benen nemen door een gat in het hekwerk? In elk geval gaat hij op de vlucht en slaat een voorbijganger van de fiets, neemt zijn kleren en laat de man ongekleed achter in de stromende regen. Dat is een dramatische bewerking van het oorspronkelijke verhaal, waar de vluchteling een onbeheerde fiets ziet staan en een shirt en broek van de waslijn pakt.

    Het goed en het kwaad

    De bewakers die de uitbreker op zijn weg tegenkomt hebben helemaal geen zin in hun nachtelijke doornatte klus. Want Sjon wil liever alleen het hoofd uit het raam hangen wanneer hij iets verdachts ziet. Zijn compagnon heeft meer plichtsbesef. Maar dat de dienst om 6 uur ’s morgens de lege kooi in de slaapzaal had ontdekt blijft achterwege. Dat er een grote zoekactie op touw wordt gezet blijft onbenoemd. Het is de milde confrontatie tussen de enkele mens, het goed en het kwaad. De kern van het verhaal blijft hetzelfde. De gevangene die de bewakers om de tuin leidt. De man blijft kalm onder de druk van de bewakers in hun VW-dienstbusje. Hij laat zwijgend zijn voorband leeg lopen en veinst bij de bewakers een lekke band. Daar zij geen fietsenmakers zijn verwijzen ze hem door naar een boerderij verderop. De boer helpt hem aan een fietspomp voor wat wind in de band, waarna de man fluitend zijns weegs gaat.

    Veenhuizen, beeldverhaal, Wouter Winter

    De fortuinlijke fietser hebben ze in Veenhuizen nooit meer teruggezien…”, zo eindigt het verhaal van Clemens van den Brink. Terwijl Wouter Winter de bewakers in het laatste plaatje laat opmerken dat ze niet verwachten dat “een boef zo dom is om op twee agenten af te stappen wanneer hij net ontsnapt is”. Winter heeft daarmee de essentie van het verhaal gepakt: de ontsnapping en de onnozelheid van de bewakers. Dat doet hij in een losse tekenstijl op een zwart raamwerk, waardoor het pakkende verhaal nog boeiender wordt. De donkere achtergrond en de regenstrepen op ieder plaatje maken van de strip een welhaast lugubere gebeurtenis. Winter bouwt de spanning telkens op, iedere pagina van de 6 pagina’s tellende strip heeft een opwindende cliffhanger.

    Trilogie aan getuigenisverklaringen

    De strip is een levendige vertaling van het verhaal. Dit verhaal is in de volle lengte terug te lezen op de website Bajesverhalen waar meerdere herinneringen van gevangenen en bewakers over Veenhuizen te vinden zijn. Hij is zoon van een gevangenisbewaarder, deze Clemens van den Brink, en groeit op aan de rand van het beruchte gevangenisdorp. Zo kon hij de verhalen welhaast uit de eerste hand verkrijgen, noteren en uitschrijven. Clemens stelde uit al die getuigenisverklaringen een trilogie op. Drie lezenswaardige en meeslepende boeken die de lezer een blik geven achter de schermen van het gevangenisdorp Veenhuizen. Dat wat eigenlijk onder de pet moet blijven krijgt in de bajesverhalen van Van den Brink een podium.

    Veenhuizen, trilogie, bajesverhalen

    De strip van Wouter Winter, die in dit verhaal van de komische ontsnapping inspiratie vond, is terug te vinden in het maandelijkse stripblad MaXiX. Dit is een betrekkelijk nieuw stripmagazine dat naast gevestigde artiesten ook ruimte biedt aan nieuwe makers. Elke maand brengt de van oorsprong Belgische uitgave een 68 pagina’s vol nieuwe beeldverhalen uit het Nederlandse taalgebied. De spannende vervolgverhalen, verrassende korte verhalen en grappige korte strips verschijnen dan ook zowel in België als Nederland in de stripschappen. MaXiX zegt met de beste strips voor jong en oud een dwarsdoorsnede te geven van wat er op dit moment in stripland te ontdekken is. Naast een keur aan beeldverhalen geeft de redactie ook nog tips om zelf aan de slag te gaan met het maken van strips. In de rubriek “strips tekenen van A tot Z” worden allerlei aspecten besproken.

    In the middle of nowhere

    Wanneer dit beeldverhaal “Bajesverhalen” aanslaat zal er zeker een vervolg op komen, zo meent de schrijver. Er is dan ook voldoende voedingsbodem en genoeg inspiratie voor de tekenaar van 2Wcomics in de boeken van Clemens van den Brink te vinden. Meerdere verhalen zijn zo beeldend geschreven dat ze wel een stripalbum verdienen. Van den Brink is er klaar voor, of Winter dit avontuur wil aangaan is voor hem een avontuur op zich. Het lijkt mij een goede zaak dat de tekst een beeld krijgt, zodat het mysterie van Veenhuizen eindelijk zal worden opgelost.

    Veenhuizen, in the middle of nowhere, of in goed Nederlands een of ander godvergeten gat. Het bestond al langer, zelfs van voor de middeleeuwen, maar in het begin van de 19e eeuw werd het echt op de kaart gezet. Een landstreek in het veen tussen het Friese Oosterwolde en het Drentse Assen, waar zich ooit al eens enkele boeren hadden gevestigd in de hoop er goede grond te vinden. De filantroop Generaal Johannes van de Bosch zag er een geschikte plek in om er zijn liefdadigheid te botvieren. Hij stichtte er in 1818 een zogenoemde kolonie om mensen die langs de rand van de maatschappij stonden, zoals landlopers en bedelaars, er een onderkomen te bieden.

    Eerst waren het de “nietsnutten” die nut kregen in Veenhuizen. Later, toen de armoede meer naar de achtergrond gedrongen werd, kreeg het dorp een bijzondere plek op de kaart van Nederland. Het werd een bajesdorp, een plek waar mensen met een criminele inborst voor korte of lange duur gedwongen onderdak vonden. Veenhuizen staat ook nu nog te boek als gevangenisdorp. Hoewel vandaag de dag het complex voor een groot deel als museum is ingericht om de unieke plek die Veenhuizen in de geschiedenis inneemt ook in de toekomst te bewaren, want Veenhuizen boeit. Nog altijd.

    Beeldverhaal “Bajesverhalen” in stripblad MaXiX. Tekst Clemens van den Brink, tekeningen Wouter Winter. Juli 2022.