Tag: besoreking

  • Op een zekere dag in Amsterdam-Zuidoost

    Door het fotoboek “24-7 Amsterdam Zuidoost” – van Stichting United en uitgegeven in het kader van Amsterdam 750 – bladerend, adem ik de Bijlmermeer in lagen: kinderen op de markt, gebed in een moskee, zwervers die stil observeren, lachende klanten in kapsalons, honden rennend naast hun baasjes, ijscokarren die rinkelen, sporters op pleinen, kunstenaars aan muren, cafés vol drankjes en gesprekken. Elke pagina legt een fragment vast, een moment van kleur, geluid, beweging en geur, en samen vormen ze het ritme van de wijk, een organisme dat ademt, leeft en voortdurend herschrijft wat het betekent om aanwezig te zijn in Amsterdam-Zuidoost.

    Overal is ritme, kleur, geur, beweging

    De Bijlmermeer, in het hart van Amsterdam-Zuidoost, beweegt op een ritme dat zowel zichtbaar als onzichtbaar is. Flats rijzen op als kolommen van beton en glas, hun galerijen en portieken vormen een netwerk van lijnen en schaduwen waarin het leven zich voortdurend herschrijft. Marktkramen glanzen in de zon, kinderen rennen en lachen, stemmen mengen zich, het zachte gebed klinkt vanuit de moskee, terwijl zwervers stil observeren en klanten in kapsalons lachen. Honden trekken hun baasjes voort, kunstenaars hangen hun werk op muren, sporters rennen over pleinen, en een ijscokar rinkelt langzaam voorbij. Cafés vullen zich met drankjes op een warme dag; overal is ritme, kleur, geur, beweging en licht. De wijk is geen plan, geen experiment, geen statisch bouwwerk. Ze ademt, leeft, en reageert op alles wat erin gebeurt.

    24-7 amsterdam zuidoost

    In de uitgave 24-7 zijn een serie foto’s afgedrukt die het dagelijks leven in deze stadswijk perfect verbeelden. Een groep van elf fotografen is uitgenodigd een specifieke dag in het jaar 2025 vast te leggen. Daarnaast zijn er foto´s verzameld van bewoners van de wijk. De weerslag is een fotografische tijdcapsule waar ik in stap zodra ik het boek open. Ik blader dan door de pagina’s en voel het ritme van de wijk als een continu organisme. Mijn ogen volgen kinderen op de markt, hun stemmen bijna hoorbaar, hun bewegingen levendig in mijn verbeelding. Een jongen met een skateboard glijdt langs een galerij; een moeder buigt zich zachtjes naar een kind dat struikelt. Vanuit een moskee klinkt een moment van stilte, een gebed dat zich mengt met de drukte van de markt en het geroezemoes van de straten. In een kapsalon lachen klanten, buiten rennen honden langs trottoirs, een ijscokar rinkelt voorbij, kunstenaars exposeren hun werk, sporters spelen en zwervers observeren alles met kalme ogen.

    De zon glijdt langs gevels

    Elke pagina voegt een laag toe: geuren van vers brood, gebakken vis, koffie; kleuren van groenten, bloemen, graffiti; ritme van voetstappen, stemmen, de metro die ergens ondergronds pulseert. Alles gebeurt tegelijk, en toch neem ik het afzonderlijk op, alsof de wijk zichzelf in fragmenten aan mij laat zien, een collage van leven, aanwezigheid en beweging. De flats rijzen hoog, galerijen leiden de blik, pleinen vangen licht en schaduw. De zon glijdt langs gevels, een regenbui glanst over muren en tegels, muziek klinkt uit open ramen, het zachte geblaf van een hond mengt zich met stemmen. Alles echoot door het fotoboek, in mij, en vormt een continu organisme dat groter is dan elk afzonderlijk beeld.

    Kenny Zschüschen, 24-7 amsterdam zuidoost
    Kenny Zschüschen

    Op een klein plein wordt een kind opgetild door een glimlachende volwassene, een sporter sprint langs, een kunstenaar laat een penseel over de muur glijden. Alles gebeurt tegelijk, alles leeft, alles ademt. De Bijlmer reageert op alles: geluid, licht, geur, beweging, aanwezigheid. Elk moment is vluchtig, maar samen vormen ze het ritme van de wijk. Ik blader verder en ervaar meer, van pagina naar pagina, langs kinderen, ouderen, jongeren, marktkramen, portieken, galerijen, cafés, honden, ijscokar, kunst, sport en spel. Alles is verbonden, alles ademt, alles beweegt. Het is rauw, kleurrijk, intens, onvoorspelbaar en vertrouwd tegelijk. Geen plan, geen experiment, geen utopie; de Bijlmermeer is een organisme, een kunstwerk, een ritme, een gemeenschap die ademt in ieder beeld, ieder geluid, ieder gebaar, iedere ademhaling.

    Mijn blik volgt het ritme

    De lucht van een zomerse 5 juni, de glans van graffiti in de regen, het rinkelende geluid van de ijscokar, de warmte van mensen en straten — alles wordt opgenomen, versterkt, herhaald. Mijn blik volgt het ritme, mijn verbeelding ademt met de wijk mee. En terwijl ik de laatste pagina omsla, werpt het fotoboek nieuwe schaduwen, nieuwe glans, nieuwe mogelijkheden. Ik sluit het, deel van dezelfde ademhaling, dezelfde beweging, dezelfde aanwezigheid die deze wijk vormt en steeds opnieuw herschrijft, moment voor moment, beeld voor beeld, adem voor adem.

    24-7 is meer dan een document, meer dan een moment; het is een dagboek van uur tot uur op die ene dag, die ene donderdag 5 juni 2025. Het leven staat er een ogenblik stil, voor zolang de sluitertijd van de fotocamera dit toestaat. De mensen lijken bevroren, statisch in het moment, maar de dynamiek straalt van de gezichten en uit de platen. De portretten ademen geen pose, maar een leven. De mensen staan niet model voor de Bijlmer, maar zijn Amsterdam-Zuidoost.

    24-7 Amsterdam Zuidoost. Een tijdcapsule in foto’s. Elf lokale fotografen en publieksfoto’s. Initiatief Hans Moonen. Teksten Auke van der Hoek, Kenny Zschüschen. Uitgave van Stichting United, 2025.

  • Collectie figuratieve kunst in Drents Museum

    Met Gen F zendt het Drents Museum een krachtig signaal uit. Het profileert zich nadrukkelijk als voortrekker op het gebied van het collectioneren van hedendaags realisme. Gen F; generaties kunstenaars erfelijk belast om de waarneming van de zichtbare werkelijkheid te beelden. Gen F; het overzicht van de door het museum verzamelde figuratieve kunst over de afgelopen decennia. Met name werken waarmee het museum de naam en faam als verzamelaar van deze kunststroming onderstreept. En waarmee het zichzelf als het ware stevig in de kunstmarkt zet. Een kraam waarvan de kunstkenners en -liefhebbers maar al te graag een beeldend graantje willen snoepen. Het Drents heeft zich de autoriteit op het gebied van het hedendaags realisme met verve toegeëigend, het geeft de toon aan en andere musea spelen hun partij in de maat mee. Dit is mede te danken aan de vertrekkend algemeen directeur Harry Tupan. Eerst als conservator hedendaagse kunst zette hij het Drents Museum al voorzichtig op de kaart, maar later als directeur wist hij Assen tot het middelpunt van vooral het Nederlands realisme te maken. Mooier kan hij het zich dan ook niet wensen om op deze manier, met een grote tentoonstelling en daarbij een kleurrijk collectieboek, afscheid te nemen van ‘zijn’ museum.

    In de tentoonstelling over 75 jaar figuratieve kunst kan de bezoeker in het Drents Museum de werkelijkheid welhaast aanraken, door het boek Gen F is dan elke millimeter schijnbare waarheid tastbaar te onderzoeken. Want wel is de waarneming van de zichtbare werkelijkheid uitgangspunt voor de collectie hedendaags realisme, het vertalen van zien en het interpreteren van het geziene op doek en papier of in een ruimtelijke vorm is aan de kunstenaar zelf. Het is zijn of haar waarheid. Deze waarheid hoeft geen echtheid te zijn, de realiteit van het beeld is onderhevig aan wat de kunstenaar ermee wil vertellen en wat de beschouwer erin ziet. Het is geen zuivere waarheid, stemt niet altijd overeen met de werkelijkheid. Daarom dekt figuratief beter de lading dan de term realisme dat doet. De figuratie is uit de werkelijkheid genomen, het resultaat stijgt boven het zijn uit en reflecteert het gevoel bij wat gezien is.

    Schilderijen van het echte leven

    Dit boek gaat over de Nederlandse kunstenaars die vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw kiezen voor de figuratie en verzameld zijn door het Drents Museum”, lees ik in de uitgave Gen F 75 jaar figuratieve kunst. Dat het Drents met deze stroming wegloopt, en na 1994 serieus aan het verzamelen raakt, is omdat het Groninger Museum en het Fries Museum minder interesse hebben in figuratief werk van kunstenaars in Noord-Nederland. De tentoonstelling nu belicht meerdere generaties kunstenaars, echter niet elke Nederlandse kunstenaar is in de verzameling van het Drents Museum vertegenwoordigd. Daarom is het boek bij de tentoonstelling een catalogus van de eigen collectie en geeft geen overzicht van datgene wat speelt in de hedendaagse figuratieve kunstwereld. Het is derhalve een Drents feest ter ere van de scheidend directeur. “De aard van de collectie bepaalt dus welke kunstenaars en werken in het boek zijn afgebeeld”, schrijft Tupan in het voorwoord. “Ook hebben wij binnen de collectie keuzes moeten maken.” Maar er wordt gewerkt aan het online toegankelijk maken van alle kunstwerken uit de collectie, zodat de niet afgebeelde werken en tevens de verzamelde internationale figuratieve kunst integraal bekeken kunnen worden. Echter ligt voor dit project de focus op Nederland. Ondanks de leemtes die noodgedwongen optreden is Gen F toch een duidelijk overzicht van wat er in 75 jaar door kunstenaars aan de werkelijkheid is toegevoegd.

    Hoofdconservator Annemiek Rens biografeert in haar essay de figuratieve kunst. Nederland blijkt een sterke traditie op dit gebied te hebben, het gebruik van verbeelden dat al vanaf de zeventiende eeuw een hoofdrol speelt in de kunstwereld. In aanloop tot wat hedendaags aan onderwerpen wordt uitgebeeld was het gewone leven inspiratie en waren wolkenluchten en modderige weggetjes reden tot schilderen. Schilderijen van het echte leven worden zeker buiten de landsgrenzen gewaardeerd, en nog geeft dat normale zijn in iets andere vorm voortdurend aanleiding tot verwerken. Gen F geeft daarvan een goed beeld. De werken zijn herkenbaar, menselijk, maar gezet naar de hand van de kunstenaar. De huid is zichtbaar, de gelaagdheid geeft voeling. Want achter het zichtbare is het gevoel bij de werkelijkheid aanwezig. Voorbij het alledaagse wordt een diepere werkelijkheid onthult. Er is geen duiding van de waarheid op zichzelf, maar de beleving daarvan krijgt beeld. Het is verbeeldende kunst, meestal zonder maatschappelijke boodschap; het werk gaat over universele thema’s als liefde, ouder worden, dood, harmonie en verwondering. Ook worden elementen uit verschillende tijden gecombineerd in het eigen werk – verleden neemt deel in het heden.

    Collectie hedendaagse kunst

    Het opbouwen van een collectie vergt lef, visie en steun.” Harry Tupan heeft een rotsvast geloof in de figuratie en sloeg tegen alle kritiek in aan het verzamelen. Mede aan zijn lef en visie heeft het Drents Museum de omvangrijke collectie te danken. In haar verhaal beschrijft Rens tevens de instanties zorgend voor het bloed in de kunst en via welke wegen werken op de markt komen en waar deze worden bewaard en tentoon gesteld. Belangrijk in deze keten waarop de kunstwereld is gefundeerd zijn de schakels van de particuliere verzamelaars. Deze zorgen voor uitbreiding van openbare collecties door schenkingen en langs stichtingen en fondsen doorverkochte objecten, en zijn daarmee een enorme steun. Zonder deze mecenassen zou er geen museum kunnen overleven, het vormt meestentijds het hart van de collectie. In het artikel worden deze schenkers dan ook met naam en toenaam genoemd, hoewel er zijn die anoniem wensen te blijven. De collectie van het Drents Museum heeft karakter, roemt Annemiek Rens de eigen verzameling, waar verrassende ontdekkingen gedaan kunnen worden daar het museum de figuratieve kunst breed opvat. Boegbeeld is natuurlijk Matthijs Röling, die als vrijgevochten rebel zijn leven lang naar de werkelijkheid schildert met de ambachtelijke perfectie van de oude meesters. Onlangs is er een boek verschenen met daarin de hele Röling-collectie die het Drents Museum bezit. Maar ook andere grootheden kunnen gevonden worden in het depot en wisselend in de zalen.

    In het boek zijn een honderdtal schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken afgedrukt uit de collectie hedendaagse kunst van het Drents Museum dat ruim 5000 objecten omvat, chronologisch ingedeeld naar het geboortejaar van de kunstenaar. Deze indeling laat daarom de ontwikkeling zien die kunstenaars van verschillende opeenvolgende generaties hebben doorgemaakt. “Dat biedt houvast, en laat tegelijkertijd zien hoe divers het palet aan verschijningsvormen van figuratie is, ongeacht de tijd waarin iemand opgroeit.” Zoals voor boek en tentoonstelling een keuze is gemaakt uit de collectie, zo kiest Annemiek Rens voor haar verhaal een aantal kunstenaars om het werk te bespreken zonder de andere niet genoemde tekort te willen doen. Het is een waardevolle aanvulling, maar eigenlijk niet nodig omdat de afbeeldingen voor zichzelf spreken. Na de teksten volgt een catalogus om van te smullen. Op de punt van mijn stoel beschouw ik de diverse werken die binnen de stroming talloze aan elkaar verschillende uitingsvormen heeft.

    Ultrakorte biografiën

    Tegen de stroom in zetten kunstenaars met geboortejaar voor 1940 zich aan de waarneming in hun werk. Tegen de stroom van het constructivisme en de abstractie in, tegen stijlen die de waarneming van de werkelijkheid afzweren. De figuratieve kunst wordt gezien als oubollig, ouderwets en achterhaald. Toch handhaaft deze kunstrichting zich en wordt gaandeweg de eeuw geaccepteerd naast al de andere indrukken en uitingen. Nieuwe generaties kunstenaars bekijken metier met frisse blik en passen het eigentijds en actueel in. Zoals het een complete catalogus betaamt is deze Gen F uitgebreid met ultrakorte biografieën van de kunstenaars, een opsomming van tentoonstellingen en publicaties. En is er een Engelse vertaling opgenomen. Als kers op de taart een klein fotoalbum met bijzondere momenten in de verzamelgeschiedenis. Het Drents is volgens Rens niet alleen een museum “voor kunst die af is, maar ook voor kunst die nog gemaakt moet worden. De collectie is dus verre van afgerond. Er is juist volop ruimte voor de blik vooruit met kunst die blijft verrassen en in alle opzichten springlevend is.”

    Gen F – 75 jaar figuratieve kunst. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Drents Museum, 15 februari tot en met 17 augustus 2025. Teksten Harry Tupan, Annemiek Rens, Barber van der Laan. Uitgave Drents Museum / Waanders Uitgevers, 2025.

  • Spontane expressie en gecontroleerde vormgeving

    Bestaat toeval? Daar zijn de meningen over verdeeld. Voor het geval is een term, dus kan het geen onvoorzien voorval zijn dat het op de een of andere manier een realiteit is. En kan dat toeval dan bestuurd worden, kun je de gelegenheid aangrijpen om het lot anders te beschikken. In geval toeval bestaat kan het in handen van René Korten worden geregisseerd. De kunstenaar doet tijdens zijn schildersleven niet anders dan bij elk volgend werk opnieuw op de bok te klimmen, zijn armen te spreiden om de sfeer te laten vloeien. Zijn baton is een penseel of kwast. De partituur zit in zijn hoofd, zijn gedachte kent de compositie. In het atelier bekijkt hij al werkende in vogelvlucht de compositie dat onder hem op de grond ligt. Flinterdunne lagen verf brengt hij aan op de drager, trekt de materie met kwast, spatel en rakel waarheen hij het wil. Ook laat hij de verf wel vloeien en min of meer een eigen gang gaan, wanneer hij de drager een ietwat kiept. Bij toeval en zonder sturing gaan de druipers een eigen weg, maar wel onder goedkeuring van de maker.

    Het werk van René Korten is veelkleurig en veelzijdig, veelvormig en gevarieerd. Geen enkele compositie is een kopie van het andere, maar een volgende stap in het groeiproces tot een ultieme verbeelding van het leven. Er wordt geen figuratie getoond, het is een abstract gevoel dat beeld krijgt. In een aantal werken is wel een suggestie van landschap en ruimte te onderkennen, maar dan enkel omdat (bij toeval) een horizon het beeld in tweeën deelt: ´land en lucht´ beschouwt meteen de kijker. Maar er is geen specifieke aanleiding in de realistische wereld voor Korten om weer te geven. Althans niet op de manier zoals de kijker deze ervaart. Er wordt een beroep gedaan op het gevoel, de emotie. Het is de ervaring waarop het werk een beroep doet. Niet de ondervinding van herkenbaarheid, maar de beleving van hetgeen zich achter de waarneming beweegt. Een dynamische identificatie van het onderbewustzijn. Want het werk is niet met opzet onvoorzien, maar bij toeval gecontroleerd.

    Evolutie tekent zich evident af

    In het boek “Hide your backbone”, de catalogus bij het oeuvre van de kunstenaar, wordt een kijk gegeven in de opbouw van het werk door de jaren van 2012 tot 2024 – schilderijen en werken op papier. De onervaren kijker zal een veelheid van hetzelfde aantreffen, overvloed aan variatie op het bepaalde thema. Maar wie beter kijkt en de ogen de kost geeft, raakt geoefend in het onderscheiden en ziet de groei – halvelings en stapvoets, maar merkbaar. Korten ontdekt aldoor opnieuw de beeldtaal waarmee hij zijn verhaal wil duiden. Met steeds andere vormen en vlakken, lijnen en grenzen, kleuren en materie. Het is een lust te zien dat het abstracte idioom zoveel diverse uitingsvormen kan hebben, zonder te vervallen in eendere uitdrukking. Wel is er vergelijking in expressie, een Korten is duidelijk een Korten: het oogt, het voelt, het klinkt en het toont als een Korten. Maar het is telkens een ander voorkomen, dat overeenkomt met wat daarvoor gemaakt is.

    In de werken in serie tekent deze evolutie in de manier van werken zich evident af. Hoewel zich er tussen de composities kleine verschillen voordoen, zijn deze variaties op het thema merkbaar. In de grote werken die min of meer solo in de kerngedachte staan experimenteert Korten met kleuren en vormen. Steeds meer verschijnen lijnen in de compositie, afgetrokken schildertape dat het beeld een andere dimensie geeft. Hoewel het vlak plat blijft geven de verflagen de compositie een zichtbare diepte.

    Altijd reden vervolgstap te zetten

    Voor het boek is kunstjournalist Hilde van Canneyt met de kunstenaar in gesprek gegaan. In de weerslag daarvan is hij openhartig over zijn kunst en de manier van werken. De methode van arbeiden, het voordenken om tot actie te komen. Echter vrijwel nooit nadenken voor te beginnen. Korten laat het toeval een rol spelen, omdat hij het in bepaalde fases van het schilderij niet precies kan beheersen, niet wil bedwingen. “Daarvoor moet er een soort noodzaak zijn op het moment dat ik de verf zijn eigen gang laat gaan, anders ontglipt het me.” Maar al snel herpakt hij zich en slaat in samenwerking met de compositie een richting in om tot een duidelijke uitspraak te komen. Die helderheid is niet meteen gevonden, de klare lijn en het zuivere vlak heeft niet direct uiting.

    Er kan een nacht slapen overheen gaan voor de punt op de i staat en er een streep onder getrokken is. Want “er is altijd een reden om een vervolgstap te zetten. Dat kan heel intuïtief zijn. (…) Het moeten voor de kijker abstracte vlekken zijn of het moet een voorstelling zijn. Als het er tussenin zit, wordt het een puzzeltje dat ze niet opgelost krijgen.” We moeten dieper, ergens anders naartoe om tot een essentie te komen, vindt Korten. De magie van het handelen komt samen in iets wat een beeld wordt. “Die strijd zit bij mij in alles. Met de jaren durf ik meer risico’s te nemen en kreeg ik vertrouwen dat de dingen ooit klikken, dat vroeg of laat betekenis krijgt en het een sterk beeld wordt.”

    Van een dwarse zijde benaderen

    Vooral waar René Korten in het interview zelf aan het woord is, of de woorden van Van Canneyt in de mond neemt omdat zij op eenzelfde golflengte zit, toont het de kunstenaar achter de kunst. Geeft een reden beter en anders naar het werk te kijken. En waar in het boek anderen de kunstenaar en zijn kunst verklaren krijgen de schilderijen meerwaarde, krijgt de gelaagdheid diepte, komt het tweedimensionale beeld in een mysterieuze ruimte terecht. “Zijn werken stralen een zelfverzekerdheid uit waarbij hij van nature lijkt te vertrouwen op het creatieve proces en zich erdoor laat leiden”, schrijft Frank-Thorsten Moll terecht op. Korten laat tijdens het schilderproces een schijnbaar rommelige nonchalance toe om in een latere fase de controle terug te krijgen: spontane expressie en gecontroleerde vormgeving. Dat proces is een essentieel onderdeel van het werk, zijn kunst is een middel om het onbekende te ontdekken zonder beperking van een voor opgezet plan en een duidelijke bedoeling.

    Rick Vercauteren benadert het werk van René Korten van een dwarse zijde om er nog een andere duidelijke kijk op te krijgen. De abstractie krijgt een werkelijke invalshoek om te bewonderen en op waarde te schatten. “Via zijn verbeelding viert René Korten, in maturiteit gegroeid, in verdichte, verhulde vorm het leven zelf. Zijn zonder uitzondering in maximale vrijheid, spontaan geboren kunstwerken maken metaforisch allerlei tegengestelde facetten in het menselijk bestaan aanschouwelijk. (…) Reflecterend op natuur en cultuur schept René Korten, die naar eigen zeggen conceptueel in series denkt, in zijn atelier dagdagelijks illusionistisch ruimten waarbij regels, indien nodig, als het ware vanzelfsprekend verdampen in ongedwongen expressief en vrij handelen.” In volzinnen gaat de schrijver verder: “In de concrete wording staan formaat, kleur én daadwerkelijk scheppen, tezamen, immers altijd in dienst van het zo spontaan mogelijk geboren laten worden van nieuw, (non)-figuratief werk.”

    Mogelijkheden verf en drager

    Naast de sferische afdrukken van zijn werk die het boek bezienswaardig laat zijn, maakt de poëtische benadering van Frans Budé op de schilderijen van René Korten de uitgave tot een parel in de boekenkast onder Kunst met een grote k. Pakt Korten het leven al eigenzinnig aan, Budé doet dat nog eens dunnetjes over door het werk eigenwijs te vatten. Eigenlijk is deze kunstzinnige benadering in een spel met woorden een nog betere uitleg van het werk dan enig andere zienswijze dat kan zijn. De vormgeving van het boek vervolmaakt dit overzicht van een dozijn aan werkvlijt. “De kleuren vragen om een voor een / aan te schuiven – als in een droom waarmee / te spelen valt. Terug- en vooruitkijken, houvast / / vinden zomaar in het niets.”

    En ze zijn het er eigenlijk allen wel over eens dat de mogelijkheden van verf en drager tot het uiterste worden gedreven.’, citeer ik mijn eigen woorden uit de bespreking van het boek Furious Balancing. ‘Het schilderij is klaar en af wanneer werk en maker in harmonie zijn met elkaar, maar die uitkomst – dat moment van samenvallen – staat nooit van tevoren vast. De werken zijn landschappen van onze geest. Ze bestaan niet anders dan in mijn onderbewustzijn. Het bewustzijn, die werkelijkheid, manipuleert Korten met zijn schilderijen. In zijn beelden ontstaat een realiteit die geen bestaan kent, irreëel is en toch werkelijk lijkt. Het werk heeft een eigen waarheid in zich. Een waarheid die het midden houdt tussen echt en onecht.

    Hide Your Backbone. René Korten. Schilderijen en werken op papier 2012-2024. Poëzie Frans Budé. Tekst Hilde van Canneyt, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Publicatie met steun van Het Cultuurfonds, Jaap Harten fonds, Mondriaan Fonds. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2024.

  • Soulmates: het gevoel van thuiskomen

    Intussen is duidelijk dat particuliere verzamelaars een essentiële schakel zijn in de kunstsector”, schrijft Henri Swagemakers in het boek dat zijn collectie fotografie als onderwerp heeft. Het boek is de catalogus bij een tentoonstelling van deze deelcollectie in Stedelijk Museum Breda: Soulmates. Er kan worden gesteld dat zonder verzamelaars musea nauwelijks bestaansrecht hebben. Musea zelf hebben amper financiële middelen om het hoofd qua uitbreiding van de aangelegde verzameling te kunnen bekostigen. Men is aangewezen op fondsen, sponsoren èn verzamelaars. Niet alleen particulieren verzamelen, ook bedrijven en instellingen als banken leggen een kunstcollectie aan. Ook worden er musea gesticht om een verzameling onderdak te bieden, daarvan bestaan in Nederland diverse voorbeelden. Swagemakers zegt over de verzamelaar als schakel: “Voor galeries om te verkopen, voor kunstenaars om geld voor hun werk te ontvangen en bekendheid te verkrijgen, voor musea als bron van bruiklenen voor tentoonstellingen en om al dan niet door schenkingen en legaten hun collecties te versterken.

    Kunstbeleving een visueel gebeuren

    Op de planning van musea worden het tonen van verzamelingen meermaals ingevoegd. Dat is een goede zaak, zodat onderdelen van de collecties niet ongezien in kluizen verdwijnen. Dat de kunst kan bekeken worden en zichtbaar blijft, want de kunstenaars hebben hun werk voor het licht gemaakt – niet voor de duisternis van het depot. Het is een kwestie die meerdere malen op het bordje bij Swagemakers terecht komt: “Vind je het niet jammer dat niemand anders het door jou gekochte werk nog te zien krijgt?” Maar hij dient van repliek door te stellen dat musea per jaar 4 procent van hun bezit tonen. Het kan zelfs zo zijn dat sommige stukken nooit meer worden geselecteerd om publiekelijk te laten zien, omdat deze in geen enkele opstelling passen. Swagemakers vindt het overigens een vreemde vraag, die nooit gesteld wordt aan een rekeninghouder met een groot financieel bezit: “Vind je het niet jammer dat je zo veel geld hebt waar je niets mee doet?” Geld hoeft niet gedeeld te worden met derden, kunst kennelijk wel.

    Voor oud-advocaat Henri Swagemakers is kunstbeleving in de eerste plaats een visueel gebeuren. Het zien optimaliseert de beleving, het hebben maakt die ervaring mogelijk. Hij is een liefhebber die zich graag omgeeft met kunst en daar de financiële middelen voor heeft. Hij koopt voornamelijk werk van jonge kunstenaars die nog niet in de belangstelling staan, nog niet bekend zijn als zodanig. Het voordeel daarvan is dat deze nog niet aan de prijs zijn, en hij helpt door de aankoop de kunstenaars op weg. Veelal blijkt later dat zijn aanschaf een goede keuze was, omdat het werk in waarde is vermeerderd en de kunstenaar naam heeft gemaakt. Echter van een belegging is bij Swagemakers geen sprake, hij koopt kunst omdat hij een liefhebber is. Wat in zijn collectie komt blijft daar, hij verkoopt nauwelijks door. “Het verwerven van kunst is vooral emotie”, vindt hij. “De beslissing iets te kopen maakt het spannend. Het werk moet me iets doen, het mag mooi of bizar zijn of wat dan ook. Het werk moet een gevoel oproepen, daar gaat het om.

    Swagemakers Collection

    De werken in ‘Soulmates’ roepen een gevoel op, niet enkel bij Swagemakers als bezitter maar ook bij mij als toeschouwer. De fotografie in de Swagemakers Collection heeft voornamelijk het menselijk figuur als onderwerp. De verschijning van de mens op de gevoelige plaat is daarin een rode draad. De scenes zijn samengesteld in de studio of op een plek in de buitenruimte waar het kunstfoto’s betreft. Maar ook zijn er gedocumenteerde platen bij die onderweg zijn geschoten in binnen- en buitenland, waarbij het toeval door de lens is gestuurd. In het analoge tijdperk kunnen afdrukken tijdens het proces of achteraf geretoucheerd worden, dit betreft dus het klassieke handwerk. Bij de digitale fotografie worden foto’s bewerkt op de computer en daarna geprint, tot op de pixel precies kan gewerkt en aangepast worden. Als het ware wordt de fotograaf een schilder en is de werkelijkheid getransformeerd tot fantasie. Hoe de uitwerking van AI ofwel kunstmatige intelligentie op de kunstfotografie zal zijn valt af te wachten. De kunstenaar vindt wel weer een weg daarin en zal het naar zijn of haar hand kunnen zetten, hoewel het computersysteem menselijke vaardigheden nabootst: aanleren, redeneren, anticiperen en plannen om zichzelf automatisch bij te sturen.

    Conservator Marjolein van de Ven is trots een selectie van de bijzondere fotoverzameling in Stedelijk Museum Breda te kunnen tonen. Zij verhaalt in haar voorwoord in het boek over haar bezoek aan Swagemakers en op welke manier de verzameling van schilderijen en tekeningen tot stand is gekomen. De nadruk kwam pas later op de fotografie te liggen, wanneer kunstenaars dit medium steeds vaker in hun werk gebruiken. Daarnaar gaat in eerste instantie de interesse van Swagemakers uit, maar al snel komen ook de traditionele fotografen bij hem in beeld. “Intussen is het medium niet meer weg te denken en omvat zijn collectie fotografisch werk in uiteenlopende stijlen en technieken van circa zeventig kunstenaars”. De grenzen vervagen tussen genres. Met name eigent de mode-industrie zich steeds meer de beelden van de kunst en de kunstfotografie toe.

    Bijzondere fotoverzameling

    In het boek bladerend maak ik een reis door de collectie van Henri Swagemakers. Ben ik onderweg langs de weg van de werkelijkheid die zich aldus voordoet en zoals gezegd kunstzinnig is gecomponeerd. Door een eigenzinnig standpunt in die realiteit te kiezen kan dat zijn worden vervormd tot een beeld dat boven de waarheid zweeft. Dat ik mijn fantasie moet focussen om de voorstelling te begrijpen. Achter de zichtbare echtheid schuilt dikwijls een verborgen verbeelding. De werkelijkheid speelt een spel op het wereldtoneel, het theater van de inbeelding. De fotograaf stelt scherp op het visioen in de coulissen om daar zijn of haar verhaal mee te doen. Wat ik zie is niet het oogmerk, maar wat ik voel is het objectief. De fotograaf probeert mijn emotie te kietelen om wat ik ervaar anders te beleven, mijn hongerende ogen de kost te geven en mijn dorstige blik te laven.

    Kunstwerken zijn als soulmates

    Ook de opkomst van digitale media en de kneedbaarheid van de fotografie door de snelle technologische ontwikkelingen gaat niet aan Swagemakers voorbij”, schrijft Van de Ven en  noemt enkele voorbeelden daarvan op. Deze maken zichtbaar dat de verzamelaar “volgt wat er in de kunstscene gebeurt en met zijn aankopen inspeelt op de ontwikkelingen waar hij affiniteit bij voelt. (…) Tijdens het maken van keuzes vertrouwt hij sterk op zijn intuïtie.” Met elk werk voelt Swagemakers een sterke verwantschap of aantrekkingskracht en in elk werk herkent hij iets van zichzelf. De kunstwerken zijn als soulmates, het voelt voor de verzamelaar als thuiskomen, samenkomen in de ziel. “De werken uit mijn collectie zijn in de loop der jaren door mij als het ware ontdekt en daarna uitgekozen”, voegt Swagemakers toe. “Zo heb ik (…) bereikt dat ik me kan omgeven met kunstwerken die ik fantastisch vind.

    Het boek toont naast enkele zaaloverzichten van de tentoonstelling op een aantal bladzijden nog thumbnails van andere werken uit de collectie, waar onder meer het Schuilnest van M.C. Escher en het Zelfportret van Jan Mankes het meest opvallend zijn. En nog een aanbeveling tot slot: “Ik hoop dat elke lezer van deze publicatie, maar vooral ook elke bezoeker van de tentoonstelling zich de ogen uitkijkt en geniet zoals ik geniet van het resultaat van mijn gesprokkel!” Want kunst hoort niet in mappen opgeborgen en achter gesloten deuren in depots te schuilen, kunst moet gezien en beleefd worden. Met “Soulmates” doet Stedelijk Museum Breda een verwoede poging en draagt Swagemakers daartoe een steen bij. Kijken dus! En genieten!

    Soulmates – Swagemakers Collection. Tekst Marjolein van de Ven, Henri Swagemakers. Catalogus bij tentoonstelling fotografie in Stedelijk Museum Breda (t/m 16 maart 2025). Uitgave VanSpijk [photo] Artbooks, 2024.

  • Reisgids door het leven van een vergeten filosoof

    Zoals in de zweterige zomerzon een gekoeld biertje van de tap op een beschaduwd terras wonderen doet, zo leest de proza en poëzie, ja bekijkt de kunst van Adrie Krijgsman zich. Het is een verademing, en dat zeg en schrijf ik niet om bij hem in een goed blaadje te komen om weer eens een vermelding op het omslag van een door hem in eigen beheer uitgegeven boekwerk te krijgen. Krijgsman behandelt kunst en literatuur op een luchtige wijze, maakt van filosofie een jip-en-janneke wijsheid. Laagdrempelig en vermakelijk, maar voortdurend met een serieuze ondertoon. Somtijds is hij een cynicus om daarna te worden tot scepticus. Een sarcast, ironisch knipogend naar de samenleving die hij op reis achterlaat.

    Poëtisch tuurt hij naar de einder

    Het is voor mij kortom een verademing om tussen al de boeken die ik lees door een uitgave van Krijgsman ter hand te nemen. Tussen al die catalogussen over deze en gene tentoonstelling, levensbeschrijvingen van kunstenaars, light verse en axiomatische poëzie. Hoogst interessant, maar het vergt aandacht en concentratie. Dat is in mindere mate het geval met en bij het werk van Adrie Krijgsman. Natuurlijk houdt hij me bij de les. Ik kan, hoewel de tekst filosofisch is en soms een minder realistische kijk op de werkelijkheid geeft, in zijn beeldende verhalen verlicht op adem komen. Of bij zijn verhalende beelden mijn blik op oneindig bepalen en het verstand uitschakelen. Dan neemt de kunstzinnige filosoof mij aan de hand mee zijn wereld in. Poëtisch tuurt hij naar de einder en dichterlijk is de omgeving beschreven. Qua taal en beeld is hij van veel markten thuis, zoals dat heet, hoewel hij altijd op reis is en zelden thuis – in gedachten en lijfelijk. Om maar niet als kikker van de lage landen in de snavel van de ooievaar te belanden, maar de politiek van de koude grond te ontvluchten en van een afstand tot de aanval over te gaan. Maar telkens keert hij terug naar het land waar hij eigenlijk weg wil.

    In één ruk uitlezen

    Om de uitgave andermaal, of op de letter voor een derde keer, aan te prijzen nog dit. Las ik op de achterflap van een roman die bij ons op de leestafel ligt, in dit geval ‘Het Wilde Eiland’ van Karen Swan: “Dit is een boek waar je zolang mogelijk van wilt genieten, maar dat je ook in één ruk wilt uitlezen”. En precies zo vergaat mij dat met ‘De Vergeten Filosoof’. Ik wil zo lang mogelijk genieten van die gedetailleerde beschrijvingen van de omgeving, waar Adrie Krijgsman een patent op schijnt te hebben. Zijn kunstzinnige geest neemt waar om die waarneming en ervaring in een filosofische beleving uit te schrijven. Er ontvouwt zich voor mijn ogen en in gedachten een Krijgsman-landschap. Maar lekker is maar één vinger lang, deze nieuwe uitgave maar 125 pagina’s dik. En ik wil het boek in één ruk uitlezen, omdat ik het resultaat van de zoektocht naar de vergeten filosoof wil weten. Dat houdt de schrijver tot het laatst toe namelijk onder de pet.

    De meest effectieve speurhond

    Zijn reis voert naar Frankrijk, op zoek. Een reis in het spoor; de mens wil een doel. Een prettige en nuttige invulling naar het zuiden. Een voor Krijgsman interessant samenspel van reizen, schrijven en filosoferen. Dus via Google, “de meest effectieve speurhond”, bij de zoekwoorden filosoof en Carcassonne op Pierre Bayle gestuit. Toeval? Hoewel deze denker wordt betiteld als wereldberoemd, moet Krijgsman met het schaamrood bekennen hem over het hoofd te hebben gezien, als culturele allesvreter vaag wetend van zijn bestaan en als onwetende nitwit dus vergeten.

    Ook niet zo verwonderlijk, hoewel er digitaal talloze verwijzingen naar de filosoof zijn, er een prijs naar hem vernoemd is, hij in de Nederlandse canon is opgenomen en er een monument in Rotterdam staat; Bayle, een kluizenaar die afgezonderd voor zijn tijd tot verrijkende dan wel in onze tijd verreikende gedachten is gekomen. Van de Gouden Eeuw stammend en daarvan op latere leeftijd in Rotterdam een graantje meepikkend. De van oorsprong Franse wetenschapper heeft een groot en veelzijdig oeuvre op zijn naam staan. Dus voor Krijgsman reden zijn kennis op te poetsen en op zoek te gaan naar verblijfplaatsen en het reilen en zeilen van in de loop der tijd enigszins op de achtergrond geraakte filosoof. Een vakantiereis met een missie. Niet alleen het doel Bayle beter te leren kennen, maar ook stad en land waarin hij vertoeft te onderzoeken op heden en verleden. Tijdens de reis doet hij de ene ontdekking na de andere, komt hij nader tot Pierre Bayle. En hij maakt mij daarvan breedvoerig deelgenoot met zijn uitgave “De vergeten filosoof”.

    Zijn liefde voor de natuur

    Wie denkt dat Krijgsman enkel zijn zoektocht beschrijft heeft het mis. Telkens is het eigenlijke onderwerp in zijn boeken de kapstok waaraan het verhaal is opgehangen. Maar spuit hij zijn afkeer en goodwill in meest filosofische benadering uit over mens en maatschappij, en beschrijft meer dan terloops zijn liefde voor de natuur. Net als Bayle dat in zijn geschriften deed zaait ook Krijgsman verwarring in zijn bedenkingen, controversieel, uitdagend. Krijgsman wil zich niet al te veel vereenzelvigen met die vergeten filosoof, maar toch telkens strooit hij de overeenkomsten door de tekst. Zij delen onder meer en boven alles het altijd kritisch doorvragen, voorbij de eigen identiteit.

    Op goed geluk reist Krijgsman stad, dorp en land af in de veronderstelling een spoor op te kunnen pakken van de mens die hem in doen en laten inspireert om een vinger achter zijn leven te kunnen krijgen. Een zijn dat als een jas om zijn wezen past, zijn boek daarover geschreven is het carbonpapier tussen beide levens. Hij ontdekt stukje bij beetje, letter voor alinea, de levensloop van Bayle, zodat hij mij een biografie van deze mens kan uitschrijven. Na de poëtische omhaal van woorden over streek en omgeving gaat hij dieper in op de zoektocht en de vindplaatsen. Laat Krijgsman mij weten wat hij was vergeten.

    Pierre Bayle, zo ontdekt Krijgsman, heeft als filosoof geen gidsfunctie. Hij brengt ons, zijn onwetende opvolgers in de tijd, aan het twijfelen over de zin, van het bestaan? Want een juiste filosoof, in gedachten van Krijgsman, stelt vragen, de consumptiemaatschappij geeft antwoorden en de kunstenaar laat ze vonkend langs elkaar schuren. “Laat mij daarnaast dan maar reizen door leerzame teksten en veelzijdige texturen van het landschap.” Bayle twijfelt aan zichzelf, want is dan in staat zijn eigen zelf te relativeren om zich beter in te leven in het standpunt van de ander. En dat is, lees ik tussen de regels door, tevens het geval bij Krijgsman zelf. De twijfelaars bezitten de halve wereld, omdat zij oog en oor hebben voor de andere helft.

    De vergeten filosoof. Een reis in het spoor van Pierre Bayle. Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2024.