“Er was eens een land niet ver hier vandaan. In een tijd, maar net voorbij.” Waarschijnlijk dacht de kleine Herman toen al verder dan zijn neus lang is, op schoot bij vader Jan gezeten en met rode oortjes luisterend naar het verhaal dat deze voorlas. Dat hij veronderstelde dat er uit Repelsteeltje meer te halen viel dan de gebroeders Grimm hadden gedaan. En Herman deed het later zeker niet dunnetjes over: hij dikte het verhaal aan zodat het staat als een huis in het land waar de werkelijkheid haar grenzen vergeet. De verbeelder Van Veen weet hoe ver hij de verbeelding kan oprekken. Hij dwaalt door een achter de woorden van de gebroeders Grimm schuilgaande wereld. Daar ontdekt hij dat niets menselijks sprookjesfiguren vreemd is.
Een sprookje krijgt vleugels
Aangevuld met vrolijke liedteksten en speelse muziek, met maatvast koor en ritmische dans daarbij, kon de als musical omgewerkte vertelling zo de planken op. En op het podium stond dat spektakel deze zomer ook bij het Herman van Veen Arts Center op Landgoed de Paltz in Soest. Een familievoorstelling rond een tijdloos sprookje dat in een eigentijdse jas gestoken is. Het verhaal verscheen onlangs als boek bij de voorstelling, met illustraties van Rozemarijn van den Berg.

Kwam Repelsteeltje in het theater al tot leven, in het boek krijgt de hervertelling welhaast vleugels door de tekeningen van de studente Fine Arts aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Met haar werk krijg ik een kijkje in het kamertje achter haar ogen, dwaal ik door haar wereld. Fantasierijk en creatief zet Rozemarijn de woorden van Herman kracht bij. Het geeft het verhaal, dat toch al sterk tot de verbeelding spreekt, een extra speelse laag mee. Met haar illustraties krijgt de jonge Rozemarijn van den Berg niet alleen de gelegenheid haar verbeelding naast die van Herman van Veen te leggen, maar ook de ruimte om zich als beeldend kunstenaar te laten zien. Van Veen geeft haar een podium, zoals hij vaker jonge mensen de kans heeft geboden hun talent te ontplooien.
De gebroeders Grimm zullen zich genoeglijk glimlachend omdraaien in hun graf, want de schrijfstijl van het herschreven sprookje is cabaretesk en kleinkunstig. Wie het sprookje kent zal in de hervertelling herkenbare passages teruglezen. Veel delen zijn er echter bij gefantaseerd, die het verzinsel meer sfeervol maken. Herman van Veen heeft het sprookje een eigen voor hem herkenbare draai gegeven. Hij verstaat de kunst om een bekend verhaal opnieuw te vertellen en er iets van zichzelf aan toe te voegen. Zijn repertoire, ofwel zijn oeuvre, zit daar vol mee.
Het verhaal openvouwen
Het plot van Grimms Repelsteeltje is in de kern een verhaal over een onmogelijke belofte, een noodlottige overeenkomst en de macht van een naam. Het sprookje begint met een opschepperij, groeit uit tot een onmogelijke opdracht en eindigt met een naam die alles verandert. Maar wat als een verhaal meer mogelijkheden in zich draagt dan de verteller ooit heeft kunnen vermoeden? Misschien is het die gedachte die de kleine Herman, luisterend naar zijn vader, al op het spoor komt. Om er jaren later een eigen vorm aan te geven.
Bijna profetisch lijken de gebroeders Grimm een uittreksel te hebben geschreven van het verhaal dat Herman van Veen veel later zou uitwerken. Grimms sprookje is dun en kort – een simpele vertelling bijna; Van Veens vertelling is dik en lang – een groots opgezet relaas. Herman maakt er eerder een volwassen verhaal van, met dubbele bodem en gelaagde inhoud, dan een verhaaltje voor het slapen gaan.

Diverse menselijke onhebbelijkheden en duivelse plagerijen zijn in de verhaallijn verwerkt. Andere personages en figuranten krijgen een opvallende plek. Dat is ook wel nodig wanneer het sprookje als musical op de planken komt, lijkt me. Om het enigszins magere oorspronkelijke verhaal theatraal aantrekkelijk te maken is de vertelling opgeblazen door eigentijdse facetten toe te voegen. Het plot is aangescherpt en de moraal wat nadrukkelijker aangezet. Dat opgeheven vingertje is omfloerst ten tonele gevoerd, verdekt opgesteld in het verhaal, tussen de regels door voor het voetlicht gekomen. Zong de minstreel toch: “Oude mensen verdwijnen in hun dromen, terwijl de jonge mensen nieuwe mensen maken.” Ook de gebroeders Grimm bewerkten en herschreven later hun sprookje. De Grimms namen het op in zeven opeenvolgende edities van hun verzameling en bewerkten de tekst tussentijds. Uit het bestaande verhaal haalden ze meer dan er aanvankelijk in zat, waarna Herman van Veen nog dieper graaft en meer lagen aanbrengt. Hij gaat met zijn Repelsteeltje verder waar de gebroeders Grimm ophielden.
Een spiegel van verbeelding
Het is een verhaal vol fantasie, want dat was de oorspronkelijke vertelling ook al. Nu overgoten met toverij en onvermoede wendingen. Er leefde een tovenaar, zo begint het. Alles speelt zich immers af in een duister en mysterieus verleden, in een land aan de rand van wat we weten. Ons weten reikt niet verder dan wat wij kunnen geloven, maar dat kennen wordt opgerekt door sprookjes en gelijkenissen, parabels en fabels, sagen en legenden. De krachten in een dergelijke vertelling kunnen niet bestaan maar gebeuren binnen de grenzen van het verhaal toch. Door deze droomachtige sfeer komen de luisteraars op het puntje van de stoel te zitten, hangen ze aan de lippen van de verteller. Want hoewel wij weten hoe het loopt en afloopt, worden we toch telkens weer verrast door het verhaal. Alsof bij het steeds opnieuw kijken naar een film andere wendingen en handelingen worden ontdekt.


Herman van Veen rekt de waarheid op, verlengt de fantasie. Waar Grimm het verhaal in zijn tijd heeft samengevouwen, vouwt Van Veen het in onze tijd open. Hij bouwt het uit en heeft de context met de tekeningen van Van den Berg verbreed. De grondtoon is dezelfde gebleven, maar er zijn andere klanken aan toegevoegd. Het draait om hebzucht, rijkdom die onbereikbaar is, misleiding, goedheid en verlangen. Al deze eigenaardigheden wisselen elkaar af, iedere deur in het blijspel gaat open en weer dicht, spelers komen van iedere kant het toneel op en verdwijnen langs een andere weg. Het is een komen en gaan van voorspoed en tegenslag. In Repelsteeltje herkennen wij onszelf, ieder personage zou een rol kunnen spelen in mijn eigen leven. De fantasie staat niet ver van de waarheid, de verbeelding schuurt tegen de werkelijkheid. Het is niet echt, maar het had waar kunnen zijn. Eigenlijk houdt Van Veen mij een kraakheldere spiegel voor, waar deze bij Grimm nog beslagen is.
“En toen… leefden ze nog lang en gelukkig. Zo eindigt elk sprookje want anders is het niet waar.”
Repelsteeltje. Een hervertelling van Herman van Veen, met illustraties van Rozemarijn van den Berg. Uitgeverij Harlekijn Soest, 2026.



























































