Tag: bespreking

  • Lobi da Basi, liefde is de baas

    Het is een eerlijk boek. Het is een heerlijk boek. Een oprecht levensverhaal. Zonder een blad voor de mond te nemen, neemt Glenn de Randamie zichzelf op de korrel. Lang leefde hij als Typhoon het artiestenbestaan ten voeten uit. Tot het gaatje is hij gegaan en keek hij over de rand de afgrond in. Het laatste zetje om vrijwillig uit de tijd te gaan heeft hij zichzelf niet gegeven. Op tijd zag hij het licht aan het eind van de tunnel. Letterlijk. God was altijd wel op de achtergrond heimelijk aanwezig, maar toen, op die berg in Zwitserland, stapte Hij voor het voetlicht en bewaarde Glenn voor het leven. Gelukkig maar, want Glenn, aka Typhoon, heeft nog zoveel noten op de zang en een legio aan goede gedachten om de wereld in te sturen.

    In één adem uitlezen

    Door zijn boek “Liefde is de baas” gaat de lezer met Typhoon op reis. Ik zit op het puntje van de stoel voor in de bus en heb ruim zicht. Voor de streep geen staanplaats en spreken met de chauffeur is niet toegestaan. Maar ik ben stil, want hij praat honderduit. Daar kan ik geen woord tussen krijgen, zelfs mijn gedachten hebben geen plek. Typhoon schrijft zo beeldend dat hij mijn denken overneemt, dat ik mij kan verplaatsen in zijn wezen.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    Hij heeft zo’n boek geschreven dat zich bijkans in één adem uitleest. Een boek dat de lezer zo bij de les houdt en zo boeiend is dat het nauwelijks weg te leggen is om morgen verder te lezen. Iedere cliffhanger nodigt uit naadloos het volgende hoofdstuk in te gaan. Dat komt vooral omdat de artiest zijn bestaan in het wereldje frank en vrij beschrijft. Onverbloemd en onomwonden, zonder dramatiek, want drama heeft die handel en wandel van zichzelf al voldoende. Het hoeft niet te worden aangedikt, want het is al vet en doorregen met onheil en tragedie.

    Glenn beschrijft zijn levensrit van begin tot het actuele moment dat hij een punt achter de laatste zin in het boek zet. Het zijn is dan nog niet gedaan. Het bestaan nog niet afgerond. Maar hij heeft zijn doen en laten, zijn toppen en dalen, de onstuimige opkomst en de dreigende afgang, de duisternis en het licht van zich af geschreven. Nu kan hij verder met waarmee hij het liefst bezig is. Zoals hij het zelf wil en niet zoals mensen het van hem verwachten. Uiteindelijk is hij een autonoom kunstenaar, die zich alleen laat leiden door de hogere macht die hij ten langen leste tot zijn bestaan heeft toegelaten. En de liefde is een leidraad.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    De mantra “lobi da basi” deed hij op tijdens een rootsreis in Suriname. Local Mandje gaf het hem mee om naar te leven en uit te dragen. Lange tijd was echter muziek de baas van Typhoon. Het bracht hem geld en roem, maar ook stress en depressie. Pas nadat hij 20 jaar in het vak zit en de wereld zijn noodzaak niet meer zo nodig onderkent, wordt de liefde de baas en komt de wervelstorm in rustiger vaarwater terecht.

    Met gevoel aangetekend en opgeschreven

    Het boek is een autobiografie, een schets voor de kunst van moedig leven. Want ondanks hoge toppen en diepe dalen heeft Glenn de moed om het licht in het duister te zoeken en te vinden. Het is een stoutmoedig verhaal van een heldhaftig bestaan. De lezer volgt de artiest op de voet. Van de kinderschoenen tot zevenmijlslaarzen, want eenmaal is zijn naam gevestigd, verliest hij weleens het zicht op de werkelijkheid. De lusten en lasten worden zonder omhaal van woorden beschreven. Zoals het op schrift is gekomen, zo is het; er staat niets tussen de regels door te lezen.

    Er zitten geen addertjes onder het gras, het is zoals het er staat. Het bloed, het zweet en de tranen die voor het maken van songs voor weer een nieuw album rijkelijk vloeien. De moeite die getroost wordt om het mensen, aka het publiek, naar de zin te maken. Het is met gevoel aangetekend en opgeschreven. De brede glimlach klinkt overal door in het boek. De pretogen die vanaf het omslag wegkijken maken de beschreven ups en downs behapbaar. Want ondanks dat de schaduwkanten hem de zonnige blik vaak ontnemen, zet zijn vrolijke grimas de wereld op het verkeerde been. Op het podium, voor het voetlicht, is hij Typhoon, de opgeruimde rapper met veelzeggende teksten, de allround muzikant die zich ook in jazz als een vis in het water voelt. Maar achter de schermen, bij zichzelf en in zichzelf, is hij Glenn: kwetsbaar en vol twijfel. Echter helpt de muziek hem daarbovenop. Muziek is zijn vangnet, maar ook de trapeze die hem tot in de nok van de circustent zwaait.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    In dit boek doet hij een boekje open over de scene en de artiest die daarin het middelpunt is. Zijn talent heeft hij mee, put dit tot op de bodem uit, het leven inspireert hem. Maar buiten het podium zit zijn huidskleur hem tegen. Hoewel de Nederlanders denken tolerant te zijn, beschrijft Glenn voorvallen waarin hij als lijdend voorwerp het tegendeel ervaart. Bij het lezen krijg ik plaatsvervangende schaamte dat discriminatie in ons kikkerland ook nog schering en inslag is. Net als bij het slavernijverleden kijken wij liever een andere kant op en steken we de kop in het zand. Wij zijn echter bepaald niet het braafste jongetje van de klas. Typhoon maakt dat duidelijk. Het is een smet op ons blazoen en nog steeds besmeuren wij onze eer.

    De kunst en de keuze

    In “De kunst van moedig leven” stap ik achter Typhoon aan in de helikopter en vlieg over het land en zijn leven. Als op een rondvlucht tijdens het Bevrijdingsfestival. Want met het boek bevrijdt de artiest zichzelf van het tot nu toe met moeite geleefde leven. Leek het appeltje-eitje, achteraf gezien moest hij vaker door de zure appel heen bijten. Bekendheid kan een zegen zijn, maar het is eenzaam aan de top. Boven de wolken kijk ik dan samen met de schrijver op het leven dat geleefd is. In drie delen, over drie landen, scheert de vlucht naar de einder: de zoektocht, de kunst en de keuze. En tussen de hoofdstukken in de delen door heeft Typhoon teksten van raps laten afdrukken. Deze verduidelijken zijn gevoel. Ze drukken zijn emoties uit in indrukken. Eigenlijk is dat al genoeg ter illustratie van het verhaal.

    Na de vlucht in de heli landt Glenn in veilige haven. Het landingsplatform is God en is Marie. Hij is thuis.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

    Van succesvol rapper werd hij zingevend prediker. Niet dat hij van djoeka een heilig boontje is geworden, maar met zijn getekende leven wil hij wel een voorbeeld voor de ander zijn: doe het niet zo, doe het anders, doe het met God. “Liefde is de baas” is ook wel zijn evangelie. Door diepe dalen heeft Typhoon de waarheid ontdekt. In de goot is hij God tegengekomen. “God SOS” stuurde hij vertwijfeld de ether in en God zag die kleine stotterende jongen en liet hem zijn angsten en zorgen overwinnen. Hij wil met zijn boek geen zieltjes winnen voor de goede zaak, maar stelt zichzelf als voorbeeld hoe het in dit wereldje ook anders kan, samen beter kan.

    Terug naar de basis

    Zijn bekendheid vergelijkt hij met surfen in de branding van de zee. Een sport die hij graag beoefent en die hem af doet leiden van de sleur van alledag. “Populariteit is een verraderlijke golf. Ze tilt je op, draagt je en streelt je ego met applaus. Maar wie te lang blijft staan, wordt meegesleurd, de diepte in. De kunst is om het moment te herkennen en dan te vertrekken met waardigheid, nog voordat je kopje-onder gaat.” (…) “Ik wil niet meer tégen iets vechten, ik wil vóór iets strijden. Met liefde als leidraad. En ik wil het doen met mijn muziek. Met mijn teksten.”

    Hij neemt zichzelf met een korrel zout, relativeert de top en vleit zich in het dal. “Ik wil terug naar mijn basis, als kunstenaar. Elke keer dat ik op het podium sta of met muziek bezig ben, ben ik dankbaar dat ik muziek ken en dat muziek mij ook wil kennen. (…) Voor mij is creativiteit een oefening in dankbaarheid. Nergens voel ik me zo thuis als in creativiteit.”

    Glenn de Randamie heeft last van de negatieve kanten van de roem: de bedreigingen aan zijn adres, de haatmails, de coronapandemie. Maar de liefde trekt hem overal doorheen. Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Liefde is de baas en daardoor kan Typhoon, kan Glenn de Randamie het leven weer aan. “Liefde is de baas. Niet als commandant. Maar als kompas. Niet als oplossing. Maar als levenshouding. Een manier van kijken, van luisteren en zijn.

    Aan het slot vraagt hij zich af wie Glenn is om de boodschap van een moedig leven te verkondigen. Hij stond tijdens het schrijven vaak stil bij die hemzelf aangepraatte opdracht. Ik stel hem me dan voor, kauwend op de achterkant van de pen, turend uit het raam naar de einder. Echter ademt het boek nergens een writer’s block; de woorden schijnen makkelijk uit te spreken. Zijn emotie kan eenvoudig omschreven worden. Het boek is zijn manier om te zeggen het samen te doen. “Ik hoop dat je in mijn verhaal iets van jezelf herkent. Dat het aanzet tot gesprekken. En dat je de ruimte voelt om even stil te staan om jouw route te bepalen. Om thuis te komen.

    TYPHOON liefde is de baas | de kunst van moedig leven. Uitgeverij Atlas Contact, 2025.

    Typhoon, Glenn de Randamie, Atlas Contact

  • De Bijbelse belofte van een geestelijk koninkrijk

    Wanneer met evangelische en christen-zionistische kerkgangers wordt gesproken over het Heilige Land, dienen de woorden zorgvuldig te worden gekozen. Al snel valt het begrip antisemitisme zodra medeleven wordt getoond met de Palestijnen die door de Joden worden afgeslacht. God heeft een belofte gedaan aan het uitverkoren volk, zo meent men. De Joden krijgen een land toegewezen: een aards koninkrijk. En dat gebied mag met hand en tand worden verdedigd, zo is de overtuiging.

    Niet alleen christenen die streng in de leer zijn en de Bijbel van kaft tot kaft menen te kennen, geloven in de heilsboodschap waardoor de staat Israël lijkt te zijn ontstaan. Het is een lastige kwestie. Want moet je als christen voor Israël als joods grondgebied zijn? En mag je daar dan geen kanttekeningen bij zetten? Is het waar dat God dit volk dat heeft beloofd? En mogen de leiders van dat volk dan oorlogsmisdaden begaan om de belofte in te lossen? ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’.

    Wetenschappelijk gefundeerd

    In het boek “Israël?” probeert Hans van Oort een antwoord te geven op de vraag of de staat Israël dat beloofde land is. Als hoogleraar spit hij de Bijbelboeken door en diept daaruit op wat Jezus, apostelen en evangelieschrijvers werkelijk zeggen. Natuurlijk heeft hij zich een mening gevormd: dat hedendaagse christenen en joden een militaristische en verdrukkende staat Israël moeten afwijzen. Die mening onderbouwt hij echter met wat er geschreven staat.

    Hans van Oort, Israël

    Hans van Oort levert daarmee een wetenschappelijk gefundeerde bijdrage aan het debat. Dat debat mondt vaak snel uit in haat en nijd, twist en ruzie. De rode draad in het boek is dat God volgens apostelen en evangelieschrijvers niet spreekt over een bepaald gebied op aarde. Het gaat om een geestelijk koninkrijk dat al bestaat en wordt bevolkt door gelovigen: mensen die zich houden aan Zijn wetten en geboden. Dat betreft dus niet enkel joden, maar alle mensen op aarde. Het gaat om een universele heilsgeschiedenis. De belofte van ‘het land’ is geworden tot de erfenis van ‘de hele wereld’.

    Door diverse Bijbelboeken tegen het licht te houden, toont Van Oort aan dat er geen Bijbelse basis is voor de vorming van de staat Israël. Hij maakt duidelijk wat in de testamenten wordt bedoeld met het koninkrijk van God. In eigen woorden vertaalt hij de Bijbelse taal naar een begrijpelijk standpunt. Hij geeft niet zozeer zijn mening, maar laat zien wat de Bijbel volgens hem zegt over deze kwestie. Overigens is het vraagstuk voor de Bijbelschrijvers zelf geen punt van discussie.

    Hans van Oort, Israël

    Van Oort gaat niet enkel uit van de Statenvertaling, maar beroept zich vooral op de oorspronkelijke talen waarin de boeken zijn overgeleverd. Daaruit leidt hij zorgvuldig de stelling af dat niet de staat Israël het beloofde land is, maar dat de hele aarde aan gelovigen is toegewezen. De nadruk ligt volgens hem veel meer op het geestelijke koninkrijk dan op een gebied met grenzen die verdedigd moeten worden.

    Grondige en spannende lezing

    Bijbelgetrouwe christenen strooien rijkelijk met teksten wanneer het over de rechtmatigheid van de staat Israël gaat. Hans van Oort stelt echter dat zij niet werkelijk luisteren naar wat deze teksten zeggen. “Deze studie is een verademing, een grondige en spannende lezing van het Nieuwe Testament”, beveelt hoogleraar kerk en theologie Bernhard Reitsma de uitgave aan. “Wie niet wil blijven steken in kretologie of sentimentele theologie, maar echt wil luisteren, kan niet om dit boek heen”.

    Van Oort heeft zijn oor te luisteren gelegd bij de vier evangeliën, de brieven van onder meer Paulus en de openbaring van God aan Johannes. En nergens hoort hij dat er een aardse staat wordt voorzegd. Ook vindt hij geen belofte dat het Joodse volk een begrensd gebied in het Midden-Oosten toegewezen krijgt.

    De auteur, die een vraagteken achter Israël zet, eindigt zijn zoektocht met een uitroepteken. Het is niet de vraag of Palestina de plek is voor de Joden; het antwoord is dat alle landen van de wereld plaats bieden aan het volk van God. Dat volk bestaat niet enkel uit mensen die zich Jood noemen, maar uit allen die het karakter van gelovige dragen.

    Hans van Oort, Israël

    Zij die handelen naar de leefregels van God vormen het uitverkoren volk. Aan hen is een koninkrijk beloofd. Dat koninkrijk is niet tastbaar, maar wel voelbaar: een geestelijke werkelijkheid. Het is geen toekomstbeeld, maar een toestand die nu al bestaat.

    Authentieke bronnen

    Met “Israël?” stelt Hans van Oort dat er geen verwachting van een aards rijk wordt gepredikt. Er is geen aardse Messias, geen heilige stad en geen heilig land als ‘eeuwig’ erfdeel. Als Bijbelvorser voert hij tal van bewijsstukken aan om deze stelling te onderbouwen. Natuurlijk blijft het zijn interpretatie van de teksten. Maar volgens hem is wat er staat geschreven helder en duidelijk.

    Van Oort vindt de tijd rijp om een tegengeluid te laten horen tegenover bepaalde ‘theologische’ opvattingen over Israël. Hij richt zich op mensen die de staat Israël in ‘het Heilige Land’ onkritisch bejubelen. “Ze is naar mijn inzicht onterecht en niet te staven uit de authentieke bronnen”, schrijft hij in de inleiding. Volgens hem laten de oudste christelijke geschriften geen ruimte voor een nieuwe staat Israël. Nergens in de Bijbel vindt hij een positieve visie op een Joodse staat; volgens hem wordt die zelfs afgewezen.

    Hans van Oort, Israël

    De ontkenning van de staat Israël betekent volgens Van Oort echter niet de ontkenning van het Joodse volk. De Joden behouden een unieke en blijvende plaats tussen de volkeren. “Het heil is uit de joden”, klinkt het bij een van de evangelieschrijvers. In het Nieuwe Testament, zo betoogt hij, slaat Jezus een universele heilsweg in. Die geldt voor voormalige heidenen én voor de Joden die ooit te midden van de volken waren uitverkoren.

    Aanzet tot verdere studie

    Het boek “Israël?” onderbouwt het concept van het ‘koninkrijk Gods’ als een heilig land waarin alle gelovigen leven. Het bestaat nu al en zal ook blijven bestaan. Daarmee is het boek tevens een studieboek. De auteur analyseert de materie gedetailleerd en behandelt meer dan alleen de aardse staat Israël. Ook de religieuze geschiedenis die in de Bijbel aan bod komt, krijgt ruime aandacht.

    In het slothoofdstuk concludeert Van Oort dat christenen onmogelijk achter een staat Israël kunnen staan. Niet in algemene zin en zeker niet in haar huidige vorm. Laat ik de hoogleraar zelf aan het woord, die een goed leesbaar boek heeft geschreven zonder onbegrijpelijke vaktaal. Het is bovendien een naslagwerk dat uitnodigt om de aangehaalde Bijbelverzen nader te onderzoeken. Zo kan het dienen als aanzet tot verdere studie naar deze staat in het Midden-Oosten, die zoveel ophef en verdeeldheid veroorzaakt onder mensen die volgens de Schrift juist eensgezind zouden moeten zijn.

    Hans van Oort, Israël

    Hans van Oort: “Wat ten slotte te zeggen over die moderne en officieel seculiere staat Israël, al decennialang meedogenloos en vaak ook rechteloos opererend? Mij komt een woord van Augustinus in gedachten, in onze westerse wereld lange tijd een van de invloedrijkste theologen en filosofen: ‘zonder gerechtigheid is de staat een roversbende’. En een woord van zijn joodse leermeester, dat erop wijst dat bruut geweld nooit iets oplost: ‘Wie het zwaard opneemt, komt door het zwaard om’.”

    Israël? Wat Jezus, apostelen en evangelieschrijvers werkelijk zeggen. Hans van Oort. Uitgave Amsterdam University Press, 2025.

    Hans van Oort, Israël
  • HARTEKLOP: gedacht en geleefd, bedacht en beleefd

    Heeft stilte kleur? Is het warm, is het koud? Heeft stilte vorm? Hoewel stilte fluïde is, is het tastbaar. Niet dat je het kunt aanraken of bevingeren. Voelbaar is een beter begrip voor stilte. Stilte is te ervaren, in te voelen en aan te voelen. Voor eenieder heeft stilte kleur en vorm. Geeft stilte kleur aan het leven? Kan stilte warm aanvoelen, maar kan stilte tevens om te snijden zo koud zijn? Stilte kan een warm bad zijn, dat na drukte en rumoer het leven kalm beleefd kan worden. Stilte kan kil en hartje winter zijn, dat gezwegen wordt omdat er geen liefde meer in de lucht hangt. Stilte lijkt het graf voor de mens die spanning en leven om zich heen wenst om te overleven. Maar stilte is ook niets. Geen geluid, geen afleiding, wel aandacht, concentratie, contemplatie. Het heeft alles in zich, zoals wit dat heeft. Stilte is wit licht, waar rumoer achromatisch zwart is.

    Guus Koenraads

    Voor Guus Koenraads is stilte een geometrische vorm. Een vierkant, een rechthoek. Gelijke zijden en rechte hoeken. Stilte is hoekig, stilte is niet rond. Stil in een hoekje zitten en tot jezelf, in jezelf, bij jezelf komen. Het heeft een egale kleur in de afzonderlijke vorm. De stilte van Koenraads straalt rust uit. Warme rust die nergens kil wordt. In de traditie van constructieve geometrie kent de oppervlakte diepgang, is het schilderij gelaagd. De lagen zijn fysiek niet aanwezig; de suggestie zit in kleurgebruik en vormgeving.

    Vlees in de kuip

    Volgens Kitty Zijlmans zijn de werken van Koenraads driedimensionale schilderwerken. Objecten met inhoud, niet enkel een platte figuratie. Het door hem gemaakte vlak, met acrylverf op doek, wordt gevouwen om een paneel, zodat de dimensie zich schijnt door te zetten van oppervlak tot ruimte. In de schaduwen lijken de kleuren zich te mengen met de wand als drager. De objecten spelen een rol binnen de kosmos waarin deze zich voor de uitstalling hebben begeven. Zijlmans opende de expositie bij Pulchri Studio in Den Haag, waarvan mij de catalogus door de kunstenaar is gestuurd. Voor dat in eigen beheer uitgebrachte boekje schreef zij als hoogleraar hedendaagse kunstgeschiedenis het voorwoord. De twee kennen elkaar al dertig jaar en weten dus wat voor vlees ze in de kuip hebben, hoe het smaakt en of het naar smaak is. Dat kan een bevooroordeling van het getoonde werk inhouden.

    Guus Koenraads, Pulchri Studio, Harteklop

    Mijn oordeel heeft geen geschiedenis, anders dan dat ik eerder werk van Koenraads zag bij Kunstlokaal No. 8 in Jubbega. Destijds schreef ik er onder meer het volgende over: “Hij ziet kleuren – vlakken en lijnen, velden en grenzen – gebruikt voor gangbare uitzichten, die nieuwe indrukken maken door zijn schilderijen. Deze composities benoemen de omgeving in een hogere wereld. Uitgemeten werken die op doek op paneel geschilderde lagen dragen. Elke laag met een eigen geest en betekenis.” Dat was in het najaar van 2022.

    Into great silence

    In het boekje dat de naam Harteklop draagt, sla ik aan op het werk met de titel “Into the Great Silence”. Het brengt mij de arthousefilm met vrijwel dezelfde titel in herinnering. Ik zag deze vier uur durende documentaire in een alternatief filmhuis en later als nachtfilm op de televisie. In de film, die een reportage is van het leven in het kartuizerklooster Grande Chartreuse hoog in de Franse Alpen, wordt hoegenaamd geen woord gesproken, behalve wanneer een kloosterling wordt ingewijd of de monniken plezier hebben in de sneeuw. Er is geen muziek, anders dan de religieuze gezangen van de monniken. Met “Into Great Silence” ga je werkelijk de grote stilte binnen. Die große Stille, zoals de film oorspronkelijk heet. Het is als een schier oneindige vesper waarin je tijdens het gebed wordt teruggeworpen op jezelf, doordat je in je eigen ik gekeerd bent. Datzelfde effect heeft de kunst van Koenraads. Om bij zijn idee te komen, moet ik bij mezelf te rade gaan. Vraag ik mij af wat ik zie, tast ik de duistere kracht af. De stilte kleurt naar de tint die Koenraads eraan heeft gegeven. Zijn werk verbreedt mijn horizon, verdiept het perspectief. Terwijl de verdieping niet verder reikt dan vijf centimeter, lijkt de derde dimensie eindeloos ver door te lopen.

    De abstracte werken hebben ieder een titel, waardoor mijn gedachten in een bepaalde richting worden gedreven. Objectief kan ik niet naar het ritmische evenwicht kijken. Ergens moet de verklaring van de compositie aanwezig zijn, want het heeft een naam, dus luistert het nauw. Ergens zoek ik de maan en de aarde, de zon en de aarde en de omgeving achter het landschap. De vlakken gaan figureren zonder dat er sprake is van figuratie. Bij “aarde” zoek ik een lichaam, iets van een portret. Echter, wanneer de titel “Quiet and Peace” zich aandient, word ik warm van binnen. Want dat is wat het werk van Koenraads uitstraalt: rust en vrede. Ruimte in tijd. De wijzers van de klok houden even de pas in. Dit moment, samen met de compositie, is van mij; dat ene ogenblik is onze space. En dan hoeft mijn gedachte niet in een bepaalde richting gestuurd te worden. Het is er. De richting is eindeloos onbepaald.

    In gedachten schuiven

    Het zijn niet de vlakken die de hartslag bepalen, het is de kleur die emotionele waarde geeft. De harteklop van Guus Koenraads, de abstracte vormgeving, prikkelt mij intens. In stilte is een groot rumoer. Is er eerst een statische beleving, naarmate ik langer naar het werk kijk – mij de tijd geef er aandacht aan te besteden – gaat het beeld leven. Komt er beweging in de stilstand, schuiven de vlakken langs elkaar en wordt de opwinding een dynamisch kijkgenot.

    De kunstenaar heeft de tinten zorgvuldig gekozen en strak tegen elkaar gezet. Het is een stap in de evolutie van de geometrisch-abstracte kunst. Het heeft een strengere vormgeving dan De Stijl had. Er is, met meer aandacht voor de klare lijnvoering, een minder schilderachtig kunstwerk ontstaan. De vlakken zijn onderling te beschouwen, in gedachten te schuiven. Waar het wordt onderbroken, zet mijn blik automatisch de vorm door. Meer gedetailleerd kan ik tevens de lijnen volgen. Dan verlaat ik het grote geheel en graaf me in op de vierkante centimeter. Dat brengt rust, dat geeft vrede. Stilte heeft kleur. Stilte heeft sfeer. De beleving geeft een warm gevoel. Het is de polsslag van Koenraads’ kunst. Gedacht en geleefd, bedacht en beleefd.

    HARTEKLOP. De variatie van eenvoud. Guus Koenraads. Uitgave in eigen beheer, 2025.

    Guus Koenraads, Pulchri Studio, Harteklop
  • Pier Feddema schetste de spontaniteit van het moment

    Feitelijk is het de meest basale manier van het bedrijven van beeldende kunst: het schetsen. Het tekenen met potlood of krijt. Een snelle indruk maken van wat je ziet. Een rappe afdruk neerzetten, een beeltenis waarop je later kunt doorwerken en waarmee je in een andere techniek een resultaat kunt scheppen. Het is de kraamkamer van het oeuvre van de kunstenaar, de broedplaats waar iets nieuws ontstaat of wordt ontwikkeld. Het gevoel bij een moment, de gewaarwording van de omgeving, het in de vingers krijgen van een situatie. De ogen merken op, de hersenen verwerken en de handen voeren uit. Die actie volgt direct op wat is waargenomen.

    Bij een statisch beeld, zoals een schip of een boerderij, kan een schets meteen concreet worden. Bij beweging van voorbijgangers of dieren moet het beeld sneller op papier; de ervaring moet direct een indruk zijn. Ook een min of meer passief beeld, als een landschap of portret, kan een impressief beeld opleveren: een middel om sfeer en essentie van de gewaarwording weer te geven. Juist die eerste indruk verbeeldt het gevoel bij de gebeurtenis.

    Enkele lijnen en handgebaren

    Aan de manier waarop iets op papier is gezet, tekent zich de emotie af. Niet altijd heeft de kunstenaar sympathie voor het onderwerp; dat valt af te lezen uit de beeldende beschrijving. Op zo’n moment past de tekening niet, werkt het gemoed tegen en wordt de schets een ongeïnteresseerde droedel. Vaak belandt zo’n tekening in de prullenmand, omdat deze niet voldoet aan wat voor ogen staat. Maar wanneer de sensatie er is, kan in enkele lijnen en handgebaren het voorval worden vastgelegd.

    Zo blader ik de schetsen van Pier Feddema door. Voor Utjouwerij DeRyp stelde Elske Schotanus een representatieve dwarsdoorsnede samen uit zijn schetsboeken. De kunstenaar uit Anjum vormde met anderen de kunstenaarsgroep Yn ‘e line: kunstenaars die de kunst in de lijn wilden houden, zoals de man die het turfschip lopend langs het kanaal op koers hield. Met een heldere, strakke lijn weerspiegelde de groep natuur en omgeving in een expressionistische stijl. Dat zorgde in de jaren 50 van de vorige eeuw voor nieuw elan in de Friese kunstwereld.

    Typische indrukken uit het leven zijn zichtbaar in Feddema’s schetsen. Niet alle onderwerpen hebben dezelfde zeggingskracht; sommige maakten minder indruk. Toch passen ze in het geheel, omdat ook deze het beeld van de kunstenaar completeren. Ze zijn niet uitgescheurd of weggegooid. Integendeel, Feddema achtte ze van belang om te bewaren. Het is goed dat de bloemlezer deze verwelkte exemplaren toch heeft opgenomen. Het zijn er slechts enkele, want Feddema is een begenadigd beschouwer, een geoefend kijker die vrijwel ieder moment interessant vindt. Maar de ene dag tekent beter dan de andere.

    Aandacht voor detail en essentie

    Feddema had zijn schetsboek altijd bij zich. Raakte zijn blik iets opmerkelijks, dan pakte hij boek en potlood en zette hij de observatie in trefzekere lijnen op papier. Aan de schets is af te lezen hoeveel gevoel hij bij het voorval had. Soms is het een slordige tekening, bedoeld om iets vast te houden dat weinig indruk maakte. Maar een snelle schets kan juist de emotie scherp weergeven, terwijl de gebeurtenis al voorbij is voordat er iets op papier staat. De momenten volgen elkaar op; snelheid is geboden om de sfeer vast te houden. Toch blijft er aandacht voor detail en essentie. Is er meer tijd, dan nog werkt Feddema in rappe lijnen en vegen. Het voorval, de plaats en de tijd moeten worden vastgelegd.

    Met plezier legde Feddema zijn omgeving vast. Dat laten zijn schetsen zien. Met een open blik keek hij de wereld in. Door zijn tekeningen maakte hij die tot de zijne. Dit werk laat duidelijker zien wie hij als kunstenaar was dan zijn schilderijen doen. Geldt dat niet vaker? Dat de weg naar het resultaat meer blootlegt dan de uitkomst zelf. Een blik in het atelier, tijdens het maakproces, geeft inzicht in de lusten en lasten van de kunstenaar. De moeite om van niets iets te maken. Het vuur van de schepping dat daar ontvlamt. Daarvan getuige zijn is een gotspe, maar ook waardevol.

    Wanneer de kunstenaar er niet meer is, vervalt het directe contact. Er kan niet meer worden meegekeken. De achtergelaten schetsboeken en ontwerpen nemen die plaats in. Ze bieden zicht op de geest van de kunstenaar. Elske Schotanus noemt het “een klein feestje om, bijvoorbeeld tijdens een kunstenaarsbezoek of soms in een galerie, schetsboeken in hun geheel door te bladeren”. Het zal een bijzonder moment zijn geweest om de nagelaten schetsboeken van de in 1983 overleden Feddema te mogen inzien. Ze openen een wereld, gezien door zijn ogen.

    Talent en vaardigheid

    De ontwikkeling die zijn werk ongetwijfeld heeft doorgemaakt is in het boek niet goed te analyseren. Blijkbaar is alles in willekeurige volgorde afgedrukt. Dat is op zich geen probleem want Pier Feddema kon gewoon goed tekenen. Maar hij ging weglaten, naar voren halen, meldt de Pier Feddema Stichting op de website over het ontstaan van  een eigen stijl. De Stichting is in het bezit van de originele schetsboeken die in langdurig bruikleen zijn gegeven aan Museum Dr8888.

    De schets is allang niet meer slechts een voorbewerking. Zoals tekenen niet enkel een voorstudie is voor een eindresultaat. Volgens Schotanus is het het meest eerlijke en directe genre binnen de beeldende kunst. “Meer dan bij andere technieken verraden schetsen aanleg, talent en vaardigheid van de maker.” Zij beschrijft hoe Feddema en plein air zijn onderwerp vastlegde: de hand ‘fladderend’ over het papier, de werkelijkheid in snelle krabbels gevat. Soms blijft het steken in een abstract beeld, een gedachte bij de realiteit. Het aanvoelen van een actie, het gevoel bij een gebeurtenis, kenmerken zijn werk. De snelle schets was zijn handelsmerk. Met meer tijd werkte hij tekeningen uit en voegde kleur toe, maar de spontaniteit van het eerste moment bleef.

    Feddema gebruikte het schetsen om de werkelijkheid te doorgronden. Zijn observaties waren oefeningen om de wereld te leren kennen en voor ons begrijpelijk te maken. Het zijn niet alleen voorstudies, maar studies naar het leven. Veel tekeningen zijn op zichzelf staande eindproducten, met voldoende kwaliteit en zeggingskracht. Zelfs wanneer ze de uitstraling hebben van een ontwerp, functioneren ze als zelfstandig werk. Juist in hun spontaniteit, in enkele lijnen neergezet, ligt hun kracht.

    út de sketsboeken fan Pier Feddema. Samenstelling en tekst Elske Schotanus. Uitgave Pier Feddema Stichting & Utjouwerij DeRyp, 2026.

    Pier Feddema, schetsboeken, utjouwerij DeRyp
  • Annet Kossen is zichzelf in De Vogelvrouw

    Het is geen sprookje. Al leest het wel zo. Het lijkt een verzonnen vertelling. Het kan een mondeling overgeleverd volksverhaal zijn. Zo klinkt het me in de oren. Het doet een beroep op mijn fantasie en mijn inlevingsvermogen, maar vergt ook werkelijk inzicht en een gevoel voor realiteit. Het is niet waar, maar het had wel waar kunnen zijn. Of beter: het is waar, maar het had ook verzonnen kunnen zijn.

    In het voorwoord en het naschrift bij het verhaal “De Vogelvrouw” beschrijft Rob Chrispijn hoe Annet Kossen tot het schrijven ervan is gekomen. Het had een script voor een toneelstuk door kinderen kunnen zijn en het is stellig eens op de planken gekomen. Het bleef echter onaangeroerd op de kastplank liggen, totdat de tijd rijp bleek om het terug op de schrijftafel te leggen. Naarmate de tijd verstreek en Annet het leven leerde kennen, bleek dat het verhaal persoonlijker was. Meer haarzelf dan ze aanvankelijk dacht. Onbewust schreef ze haar eigen zijn in het verhaal; de realiteit werd onderdeel van de fantasie.

    Langs de woorden wandelen

    Een sprookje werd het niet, al doen de toonzetting en de uitweiding dat wel vermoeden. Het is niet “er was eens”, maar “er leefden eens” – een flagrante aanpassing. Het opent de poort naar de zevende tuin: de harde werkelijkheid. Maar eerst moet het leven geleefd, het zijn beleefd. Tijdens het aanwezig zijn in het verhaal klinkt van ver een zacht zingende stem:
    De zevende tuin in het land van de tijd
    Ik kan er wel heen, maar mijn angst is te groot
    Want achter die muur wacht de tuin van de dood.

    Opeens sta ik in Vledderveen, een kunstenaarskolonie met tekstschrijvers en muzikanten. Op de koffie bij Elly en Rikkert. Een stuk appeltaart van Jolien. Een goed gesprek met Rob, terwijl Jan aan de telefoon hangt. De Firma Ziel en Zaligheid, spreek een boodschap in na de toon.

    Voordat ik met Kossen langs de woorden wandel, een donkere grot doorga en over een kleine houten brug bij een glashelder beekje loop – want achter de wolken schijnt altijd de zon en aan het eind van de tunnel is altijd licht – hoor ik de slotzinnen nu al zuiver klinken:
    En kijk, daar gaan ze… de drie zusjes.
    Over de boomtoppen, over de velden, terug naar huis…
    terug naar waar ze thuishoren
    .”

    Beginnen met het eind, doorbladeren naar de laatste bladzij: de nieuwsgierigheid naar hoe het afloopt, de apotheose en de slotscène, is niet te bedwingen.

    Een verholen levensverhaal

    En leefden ze nog lang en gelukkig? Dat zullen we nooit weten. Dat gesloten einde is bij Kossen open. Het kan een cliffhanger zijn, er kan een vervolg komen. Dat gebeurt niet, want met deze woorden heeft de schrijver afscheid genomen van het verhaal en is uit de tijd gegaan. Het verhaal is geen autobiografie, maar vertelt verholen een levensverhaal. De karakters van de ten tonele gevoerde siblings komen overeen met de aard van de schrijver: drie verweesde meisjes, door de dood van hun moeder achtergelaten in het leven. En waar is vader? Hij is op handelsreis gegaan en nooit teruggekeerd. De voedingsbodem voor een mistroostige belevenis. Een jammerklacht, een klaaglied. Dat lijkt het eerst te zijn.

    De drie zusjes in het verhaal zijn tegen wil en dank op elkaar aangewezen. Ze zitten elkaar op de lip en krijgen woorden. Zoals iemand met zichzelf in tweestrijd kan zijn over keuzes in het leven, zo acteren deze zusjes. Een drie-eenheid. Het is geen pais en vree; het is verre van voorspoed en geluk. Ze hebben elkaar en ze hebben de dieren. Maar het gaat minder goed, zelfs erger slecht. Ze besluiten te vertrekken van de plek waar ze zijn, naar een land van melk en honing. Dat is geen belofte, dat is de hoop.

    De verteller in het spel schrijft een droedel in de kantlijn:
    Er is iets aan de hand, dat duurt nu al weken (…)
    De bloemen in de tuin verdorren,
    het geitje geeft haast geen melk meer,
    de kippen zijn van de leg,
    de hond begint te grommen als je te dichtbij komt,
    en de voorraadkast is bijna leeg
    .”

    Verweesde zussen

    De zussen gaan op weg. Naar Bedeldijk en Twijfelveld, langs dalen en over bergen. Daar duiken ze weg en sneeuwen ze in. Het bergje wit de volgende dag was de tijd vergeten, als een blauwe vogel geen scherp arendsoog had gehad. De gevederde vriend blijkt de gevleugelde metgezel van de Vogelvrouw. Wanneer deze in het bestaan van de zusjes is gekomen, breekt de zon door en is het plots lente. De Vogelvrouw kent tot verbazing hun geschiedenis. Is het een heks? Ze helpt hen overeind, zoals ze geknakte vogels weer op de wieken zet.

    Het verhaal van Kossen is doorregen met kommer en kwel, tranen met tuiten, in eerste aanvang met weinig zicht op het goede. Verweesde meisjes, van wie de jongste geen woord zegt. Maar nadat ze zijn vertrokken en gevonden, klaart de lucht op en drogen de tranen. De Vogelvrouw bakt zoete broodjes; de zon zoekt de schaduwzijde. Het is vreugde en geluk. Muisje zegt Mama. Het leed is geleden, maar de waarheid moet onder ogen worden gezien. Het verleden mag niet vergeten worden; daarvan moet je leren.

    Het enige voordeel van oud zeer is dat het je als mens een extra kans biedt om compassie te voelen voor je medemensen,” citeer ik Rob Chrispijn. Hij was levensgezel van Annet Kossen en maakte haar moeiten van nabij mee. “De Vogelvrouw is een werk in uitvoering dat zijn voltooiing had gevonden als Annet Kossen een paar maanden langer had mogen leven.”

    Symbool voor haar leven

    Er lagen nog ideeën om uitgewerkt te worden. Toch lees ik een afgerond geheel, want de tekst heeft Kossen nog op de dag van haar onverwachte overlijden kunnen afmaken. Over illustraties dacht ze nog na, zodat de schetsen voor het voltooide werk in het boekje zijn afgedrukt. Hoewel De Vogelvrouw opgeruimd tot een einde komt en een gelukkig slot kent, blijft er een bittere nasmaak.

    Wat overblijft is een sprookje dat,” citeer ik Chrispijn opnieuw, “geënt op haar leven, de weg beschrijft die een mens moet gaan op zoek naar verlossing van opgelopen kleerscheuren en oude trauma’s.” Het is geen sprookje, maar een gelijkenis om een lastige boodschap te duiden, om de waarheid in een begrijpelijke vorm te presenteren. De personages zijn een metafoor voor de schrijver; het verhaal staat symbool voor haar leven.

    En… ik hoor haar stem nog als naklank tussen de regels door: “Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk was ik nooit.” Want was het toch Annet die Alfred op de wereld zette. Met De Vogelvrouw rekent ze daarmee af. De essentie van leven en dood weet ze te vangen. In het gras, vredig op de zij, zo vindt Rob haar; het is zondag 20 oktober 2024.

    En kijk, daar gaat ze… Annet Kossen.
    Over de boomtoppen, over de velden, terug naar huis…
    terug naar waar ze thuishoort
    .”

    De Vogelvrouw is het slottafereel van een toneelstuk dat leven heet. Het theater van het zijn, met een lach en een traan. Daarmee neemt ze afscheid; een staande ovatie volgt wanneer het doek sluit.

    De Vogelvrouw. Annet Kossen. Een uitgave van Land van Elk, 2024.

    Annet Kossen, de Vogelvrouw
  • De poëet en de pictieet hebben een persoonlijk perspectief

    Monaden. Dacht ik een opzettelijke verschrijving op het kaft te lezen. Het zal nomaden zijn! De twee, Geven en Van Doveren, zonder vaste woon- of verblijfplaats in de kunst. Rondtrekkend door woorden en beelden, dwalend langs zinnen en houtblokken. Het blijkt echter geen retorische verspreking te zijn. Monade is een begrip dat door de Duitse filosoof Leibniz in het zijn is geroepen. Ik keek ernaar, zette een vraagteken. En zoals men dat doet bij de kennisquiz Twee voor Twaalf wanneer het antwoord uitblijft: “dat zoeken we op” — en de tijd loopt.

    Blijft onverkort dat de dichter en de kunstenaar zwervend beelden oppikken en er andere perspectieven aan geven. Maar die monaden? Met het begrip ‘monade’ wordt geen tastbaar deeltje bedoeld, leggen de boeken mij woorden in de mond. Het is een innerlijk perspectief op de werkelijkheid. Alles wat bestaat, is opgebouwd uit zulke monaden: kleine, ondeelbare ‘kijkpunten’ die elk de wereld op hun eigen manier weerspiegelen. Ze hebben geen direct contact met elkaar en lijken toch samen te hangen in een wonderlijke orde. Wat wij als één object ervaren, is eerder een samenval van perspectieven dan een op zichzelf staand ding.

    Opnieuw gestalte

    De titel Monaden suggereert dus een werkelijkheid die niet uit vaste vormen bestaat, maar uit afzonderlijke, innerlijke perspectieven. In deze samenwerking tussen dichter en beeldend kunstenaar ontvouwt zich geen eenduidig beeld, maar een veelheid aan benaderingen die naast elkaar bestaan. Tekst en beeld raken elkaar niet direct, maar bewegen in een subtiele samenhang, alsof zij elk vanuit een eigen binnenwereld hetzelfde proberen te benaderen. Wat ontstaat, is geen afgerond geheel, maar een samenspel van blikken waarin betekenis zich steeds opnieuw vormt.

    De monade verschijnt hier niet als abstract begrip, maar als iets dat opnieuw gestalte krijgt. In de objecten van hergebruikt hout lijkt het materiaal een tweede leven te leiden — alsof wat ooit was, zich in een andere vorm herneemt. Het materiaal herinnert zich wat het geweest is, zonder dat nog te zijn. Dat geeft de objecten iets van een stille reïncarnatie: geen herhaling, maar een verschuiving van bestaan. En de tekst, die zich haast terloops als gedicht aandient — alsof betekenis zich bij toeval ordent — laat eenzelfde beweging zien. Tussen de regels door schemert een nostalgie: een herinneren dat geen terugkeer is, maar een opnieuw beleven. Een her(be)leving waarin wat was zich anders voortzet.

    Door mij verzonnen woord

    Maar nu ter zake. Voor mij ligt dat boekje, in bruine omslag van 300 g/m² Kraft papier. Mij gestuurd door de poëet, met goedkeuring van de pictieet. Vergezeld van een niet mis te verstane opdracht: “De wereld hoort graag wat je ervan vindt.” Dat verlangt verwachting en schept resultaat, — of is het andersom? In elk geval kan het zwaar op mijn schouders drukken. Ik zweet peentjes en stoot mijn kop tegen een writer’s block. En toch: uit het gat in mijn hoofd vloeien woorden die recht proberen te doen aan tekst en beeld in Monaden.

    Dan die pictieet. Wat is dat? Nooit van gehoord. Het is een door mij verzonnen woord, als prozaïsche tegenhanger van de poëet. De poëet — alias van de dichter — is een verouderd neologisme dat inmiddels verankerd ligt in de taal. Voor de beeldend kunstenaar ontbrak mij zo’n woord. Dus: de dichter is poëet, de kunstenaar is pictieet. Ik zie dat zo voor me. In de schemering van de studio werkt de pictieet met hout en klei, met penseel en steen. Elke vorm lijkt te ademen, alsof ze verhalen fluistert die nog niemand hoorde. Waar woorden tekortschieten, spreekt het beeld. En waar het oog slechts ziet, onthult de pictieet een innerlijke wereld. Zo wordt kunst geen object, maar een gesproken poëzie van vormen.

    Taal doet afdwalen

    De woorden van Harry van Doveren passen bij de beelden van Fred Geven — als het deksel op de pot, als twee handen op één buik. In de teksten, die bij toeval gedichten blijken te zijn, lees ik tussen de regels een herinneren. Alsof de dichter over zijn schouder kijkt, terug in de tijd. De tijd die hem lijkt in te halen. Maar hoe kan dat? Het zijn is hier en nu en speelt zich af in dit ogenblik. Haalt de tijd het zijn in, dan zou het wezen stilstaan en was de tijd achterop geraakt. Denkend hierover kom ik uit op een onmogelijkheid: een Penrose-driehoek, een Sisyfusarbeid.

    Maar ik dwaal af. Dat is wat taal doet. Woorden roepen woorden op, betekenissen laten gedachten zwalken. Blijf bij de les, sprak de meester streng doch rechtvaardig. Want de woorden en de beelden — al deze elementen moet ik, als de Bijbelse Maria, overwegen in mijn hart. En de wereld wacht.

    In het moment

    Voor de bundel Monaden heeft Fred Geven bewaarkisten geopend: gymnastiektoestellen voor de zintuigen. Mijn zien fitnest door de bundel. Mijn ogen bewegen over de pagina’s, mijn blik traint betekenissen. En Harry van Doveren heeft zijn zinnen gezet op het verwoorden. Zoals in experimentele poëzie de lezing niet meteen vastligt, zo lijken de blokken los van de woorden te staan, de beelden buiten de tekst te vallen. En toch steunen ze op elkaar. Ze passen, ze dragen. Het opent de ogen en ontgrendelt de geest.

    Beide makers plaatsen hun constructies in het moment: het hier en nu. Na jaren van vorming en beleven is het ogenblik van nagenieten aangebroken. Herinneringen en ervaringen laten zich tot adagium vormen. De dichter kijkt terug op een begin en een middendeel, en ziet vooruit naar een slot. De beeldend kunstenaar snijdt voorbije beelden uit hout en kleurt ze naar een actuele stemming.

    Poel van verlangen

    Beiden raken de ziel. Omdat ze woorden en beelden laten aarden. Ik woel met blote handen in die drek, bevuil mezelf met modder. De woorden verwaaien niet als stuifzand; de objecten laten een nabeeld achter op mijn netvlies. Het verlies van wat eens was voel ik, maar het stemt mij niet triest. Het past. Zoals vorm bij woord. Zoals tekst bij object. Harry’s hand op mijn schouder. Mijn reflectie in de Poel van Fred.

    De poëet en de pictieet bekijken het zijn vanuit een persoonlijk perspectief. In het brandpunt daarvan focust mijn gevoel. “handen kunnen fouten herstellen waar teveel weten in tekortschiet” De woorden raken mij, de beelden beroeren mij. “vergeten beelden bestaan niet” Een poel van verlangen. Een landschap van spijt. De apotheose lees ik in: “ik vul mijn tijd met het schrijven van brieven over het misverstand dat ik geboren ben met een belofte” Want zijn wij niet allen zo op de wereld gezet? Met de toezegging dat het door ons beter zal worden. Iedere generatie houwt zich een eigen beeld. Want zou… had het… zal het… Maar ieder bekijkt het landschap van het leven vanuit een eigen perspectief. “toen wij nog niet bestonden sleten beekjes al hun sporen uit de heide en de droge bossen en zorgden met hun vee-zand voor groei op het esdek van de akkers” De monade van de ziel beweegt zich als nomade door de bundel.

    MONADEN, bezielde elementen van de werkelijkheid. Fred Geven | beeld, tekst | Harry van Doveren. Uitgave in eigen beheer, 2026.

  • Schilders van Den Haag maken zich los van traditie

    De schilders van Den Haag. Dan komen mij het Panorama Mesdag en schildersvereniging De Haagse School in gedachten. Maar Den Haag is in schilderkunstig opzicht veel meer dan dat. Op het fundament van de Haagse School, die zich ontwikkelt tussen de jaren 1860 en 1900, is veel meer dan enkel de realistische weergave van het Nederlandse landschap en dagelijks leven ontstaan. De kenmerkende focus op licht en atmosfeer van de stroming, geïnspireerd door Barbizon in Frankrijk, is een voedingsbodem voor latere, meer abstracte en experimentele kunst. Dit alles kom ik te weten door de interessante uitgave van WBOOKS in de omvangrijke reeks “de schilders van”. Diende het boek, ter grootte en in het formaat van een kleine stoeptegel, als catalogus van de tentoonstelling “Licht, Lucht, Water – de schilders van Den Haag” in Museum Panorama Mesdag in Den Haag van 4 oktober 2025 tot en met 1 maart 2026, het kan tevens zelfstandig zijn weg vinden in de bibliotheek van de kunsthistorie.

    Het is alsof de ontwikkeling in de kunst maar geen vat kan krijgen op Den Haag en omstreken. Maar wie serieus beschouwt, ziet dat weinig minder waar is. De school, genoemd naar de plaats van herkomst, zet zich af tegen de romantische traditie in de schilderkunst. Men wil minder een romantische werkelijkheid, maar meer een realistische weergave realiseren: de natuur en het dagelijks leven zo eerlijk mogelijk vastleggen, met veel aandacht voor details en lichtval. Welhaast een één-op-één uitsnede uit de omgeving maken. De werkelijkheid evenaren bleek niet mogelijk, want altijd – net als in de verafschuwde romantische traditie – blijft het gevoel van de kunstenaar bij het onderwerp een rol spelen. De Haagse School, schilders die geïnspireerd zijn door de natuur en het eenvoudige leven van vissers en boeren, wordt gekenmerkt door een sober kleurgebruik met veel grijstinten: de sfeer van het Nederlandse weer en landschap. Gedempte kleuren, subtiele lichtinval en een serene sfeer brengen de weidse polders, de zee en de dagelijkse bezigheden van gewone mensen tot leven op het doek.

    Panorama Mesdag

    Licht, lucht en water

    Directeur Minke Schat van Museum Panorama Mesdag zegt niet te veel wanneer zij haar voorwoord tot het boek begint met: “Licht, lucht en water. Drie eenvoudige woorden. In Den Haag de dragers van een eeuwenlange traditie. Zij vormen het decor waarin generaties kunstenaars hun blik hebben gescherpt, hun penseel hebben gedoopt en de Nederlandse schilderkunst nieuwe richtingen hebben gegeven.” Nog altijd zijn deze drie elementen een inspiratiebron voor de schilders van Den Haag. Eerst zo werkelijk mogelijk verbeeld, alsof je de zon voelt opkomen, de wolken ziet drijven en de zilte zee kunt ruiken. Later met meer emotie: eerst impressief en dan expressief uitgedrukt. Vernieuwers versimpelen de realiteit, trekken rebels het duinlandschap in het absurde om de traditie te ondermijnen. Maar de tijd haalt de ironie en het sarcasme in, en de logica keert terug tussen potloodlijn en penseelstreek. Wel heeft de chaos het abstracte verbeelden mogelijk gemaakt. Het exacte detail maakt plaats voor atmosfeer en gevoel, want elke stroming mengt zich zoals de branding over het strand spoelt. In het terugtrekken blijft er altijd iets achter en is de schilder een verzamelaar die een eigen stijl bijeen jut.

    De schilders van Den Haag gaan met de tijd mee, maar de evolutie gaat langzaam, om niet te zeggen traag. Het boek toont een groot aantal voorbeelden van de traditionele Haagse schilderkunst, een stroming die zo aan de stad kleeft als het panorama aan Mesdag. Dat schilderij zonder einde krijgt bijzondere aandacht in het overzicht. Het is niet alleen een technische en artistieke meesterproef, volgens Minke Schat, maar ook een symbool van de ambitie om de ervaring van het landschap en de natuur in al haar grootsheid te vangen. Die esthetische rijkdom proberen de Haagse schilders nog steeds te vatten, maar dan in abstracte vormen om de vluchtigheid van wolken en luchten vast te leggen. “Ervaar hoe licht, lucht en water steeds opnieuw een bron van verwondering zijn – voor schilders én voor ons, hun toeschouwers”, besluit Schat haar schrijven.

    Atmosfeer en ruimtelijkheid

    Dan is het woord en het beeld aan Werner van den Belt en Bob Hardus. Zij leggen de kiem van de Haagse School niet aan de Nederlandse kust of in het atelier van Jacob van Ruisdael, maar zien de oorsprong overzee, in Engeland bij John Constable en Richard Bonington. Deze Engelse meesters bestormen in hun tijd de schilderkunst met natuurgetrouw bewolkte hemels. Dezelfde wolken die over het Kanaal naar het Scheveningse strand drijven en door de Haagse schilders worden gezien en opgepakt. In dat licht en in die lucht, zoals de Engelsen die hebben bekeken en vastgelegd, vinden de Hagenaren hun inspiratie en voorbeeld. De combinatie van atmosfeer en ruimtelijkheid van het landschap wordt daarop een sleutelbegrip bij kunstenaars van de Haagse School. En dan verwoordt het boek wat ik al vermoedde, namelijk dat “de impact van de kunstenaars van de Haagse School op het schilderen naar en in de natuur zo groot was dat er decennialang niets nieuws gebeurde”. Maar langzaam sijpelt toch het abstracte en conceptuele schilderen door in de landschappelijke traditie. De ingeburgerde gewoonte maakt langzaam plaats voor een eigentijdse manier. Niet dat er tegenwoordig in Den Haag alleen maar ongrijpbare beelden ontstaan; nog altijd is het werken naar de natuur in het landschap onderdeel van het werk van kunstenaars.

    Licht, lucht en water horen bij Den Haag en de Haagse schilders zullen die altijd blijven gebruiken. Zij leven Den Haag en Den Haag is hun leven. En het publiek krijgt er maar geen genoeg van. Het Panorama trekt vele bezoekers en het museum dat eromheen is aangelegd, houdt de traditie levend. Hoewel Mesdag ook de hedendaagse kijk op het vergezicht van Den Haag niet schuwt. In het boek is een legio aan voorbeelden afgedrukt. Tekst en beeld volgen de loop van de geschiedenis. En hoewel er voortdurend oog is voor het detail, het afbeelden van de gewone mens in het decor van een weinig geromantiseerd maar eerder gedramatiseerd landschap, blijft de ervaring van de elementen een hoofdrol spelen. Ook wanneer die vissers en arbeiders achter de horizon zijn verdwenen, blijven hun afdrukken op het strand bij wijze van spreken zichtbaar en echoot hun zijn na in de verfklanken en penseeltoetsen. De persoonlijke verbeelding krijgt meer waarde dan de algemene zichtbaarheid. De emotie van het zijn klinkt in kleur en vlak. Het gaat niet zozeer meer om een verbeelding van het landschap maar om een beleving daarvan. “Als ik een lucht schilder, is dat geen lucht, maar roept het een lucht op”, omschrijft Willem Hussem zijn intentie. En zo is het. Den Haag gaat mee in de vaart der volkeren, maar verloochent de eigen afkomst niet. Bleef de kunst van de stad een tijd lang steken in oude waarden en normen, invloeden van buitenaf gooiden het roer om en droegen geen water naar de zee.

    De schilders van Den Haag. Tekst en beeld Werner van den Belt en Bob Hardus. Uitgave WBOOKS Zwolle, 2025.

    Den Haag, de Haagse School, WBOOKS
  • Roland Sohier ontknoopt als Maria de verwarring

    …gelukkig hebben we de foto’s nog. Was het een slotscène? Waren wij toeschouwer van de apotheose, het hoogtepunt, de ontknoping van wat de kunst van Roland Sohier voor de mensheid betekent? Het resultaat van een leven lang aanschoppen tegen de menselijke toestand? Heeft de kunstenaar zich door de jaren heen met zijn werk in teveel bochten gedraaid, zodat de kunst complex, chaotisch en verwarrend is geworden, letterlijk in de knoop geraakt? Dat een laatste expositie de ingewikkelde gewaarwording moest ontwarren. “Ontknopen is geen daad van kracht, maar van aandacht: het vraagt tijd, geduld en de bereidheid om niet meteen te begrijpen,” lees ik op de website van Galerie Larik, waar de fysieke ontknoping plaatsvond.

    Die expositie daar is nu gedaan, maar gelukkig heb ik de foto’s nog. En het is fijn dat ik het schetsboekje behorend bij de tentoonstelling door de kunstenaar kreeg toegestuurd. Want het moment mag dan voorbij zijn, de essentie is met boekje en foto’s bewaard gebleven. De knoop is daar in allerlei vormen nog aanwezig. De vraag blijft of de expositie werkelijk een ontknoping was, of dat dit voorzichtig trekken aan de uiteinden een stevige ruk in de juiste richting teweeg heeft gebracht. En blijft Sohier ageren, want de knoop beseft niet meteen dat hij is ontwart; dan blijft de verwarring.

    Een knoop in het aardse bestaan

    Op zijn website schrijft kunstenaar Roland Sohier dat hij zijn licht laat schijnen over ‘de menselijke toestand’. Zonder letterlijk te willen zijn, levert dat werk op dat getuigt van dreigend ongemak en onrust in deze tijden van verwarring. Die vita activa van de mens heeft dus de voortdurende, niet aflatende aandacht van Sohier. Het maakt zijn arbeiden, werken en handelen interessant. Op een cartooneske manier neemt hij de hoogmoed op de hak. Al diverse onderwerpen passeerden bij hem de revue, een parade die de show meermaals en op diverse plekken stal. Zijn belachelijke tekeningen en absurde schilderijen leggen een knoop in het aardse bestaan. De spanning die zijn composities in gang zetten, legt een knoop in mijn maag. Wat zie ik, en wat moet ik ermee? Ondanks de weerzin die zijn werk wel oproept door de uitgesproken aversie voor de menselijke arrogantie, blijven het vette tekeningen die iets betekenen en die ik daarom gezien moet hebben.

    Een leven lang tegen de pedanterie van het zijn schoppen, knopen maken en ontwarren, en toch geen ontknoping – alleen steeds nieuwe manieren om in de knoop te raken. Sohier is een nestor in de kunst die zijn sporen heeft verdiend. Maar hij is nog lang niet opgebrand en heeft nog voldoende stof voor beelden. De situatie in de wereld noopt hem telkens met jeugdige brutaliteit het zijn dat hem minder aanstaat, pootje te lichten. Ondanks dat hij in de groei van zijn oeuvre een duidelijk eigen stijl heeft ontwikkeld, weet hij steeds weer opnieuw te verrassen. De ontknoping zet geen punt achter zijn carrière, maar opent een deur die een ander heeft dichtgedaan.

    De menselijke toestand strikken

    Het schetsboekje, dat voor mij als herinnering aan de tentoonstelling op tafel ligt, heeft een zwarte kaft zonder opdruk, zonder verwijzing of aanduiding van herkomst. Zo onpersoonlijk als een naamloze agenda. De titel, de drager van bedoeling en intentie, is van minder belang. Het schrift kan rubriekloos in mijn bibliotheek verdwijnen. Het gaat om de inhoud; het gaat over knopen. Het toont allerlei knopen, van schootsteek tot vissersknoop, van paardenknoop tot wurgsteek, en van dubbele paalsteek tot molenaarsknoop. Het geeft voorbeelden, zodat ik zelf een Gordiaanse knoop kan leggen, een Windsor-knoop in mijn stropdas kan draaien, of mijzelf kan opknopen. Het legt verbanden tussen knopen uit diverse windstreken om de wereld en de menselijke toestand te strikken en samen te vlechten, en zo strak aan te trekken alsof het een Shibari-harnas betreft.

    Ook neemt Sohier een loopje met de knoop, zoals hij het zijn niet serieus neemt. Want de knoop kent veel betekenissen in diverse hoedanigheden. Er kan iets mee worden gesloten, het kan een verbinding zijn. Het kan een triggerpoint zijn, een nodium, een vertex. Het kan een snelheid aanduiden, een punt in de goederenstroom, en het kan een achternaam zijn. Is het een metafoor en neemt het plaats in een uitdrukking, dan staat het symbool voor een toestand: in je oren knopen, de eindjes aan elkaar knopen. Sohier geeft beeld aan nietsigheden die van levensbelang zijn voor het reilen en zeilen. De knoop geeft vastigheid, legt een verband en vervlecht de wereld.

    Met kunst knopen ontwarren

    Het schetsboekje is eveneens een herinnering voor de kunstenaar zelf, om nog eens na te gaan hoe hij tot dit thema is gekomen, wat er door zijn hoofd is gegaan en waar hij door bevlogen inspiratie uitdrukking aan heeft gegeven. Het is geen catalogus bij de tentoonstelling, maar het heeft wel dezelfde zwartgallige inslag. Galerie Larik namelijk was door Sohier veranderd in een donkere grot door vellen papier zwart te bewerken en als behang aan de muren te plakken. Aan dat gegeven geeft hij verantwoording achterin het boekje, want hij zag licht aan het eind van de tunnel. De begrafenis van paus Franciscus was voor hem de trigger tot verbeelden. In die processie kwam een wonderdadig genadebeeld naar voren met als titel “Maria die de knopen ontwart”. Het symboliseert haar vermogen om tussen God en de mensen te komen, en de complexiteit en moeilijkheden van ons leven te ontknopen.

    Niet dat Roland zich Maria meent, maar hij zag in deze toewijding wel een actueel thema. In het licht van de huidige situatie in de wereld probeert hij met zijn kunst knopen te ontwarren. De Maria zie ik in de tekening terug in het schrift, en bespeur ik in schildering op foto’s van het gebeuren. Er valt veel te ontwarren, maar sommige dingen krijgen geen oplossing. De metro in Washington en in Kuala Lumpur blijft een chaotische plattegrond. En ik probeer, net als vroeger, een kop en schotel tussen mijn handen te knopen, de eagle pose voor de spiegel na het douchen aan te nemen. Ik begrijp niets van de indian rope trick, maar heb dan ook geen slangenbezweerdersfluit. Gelukkig heb ik het schetsboekje nog, dan kan ik de verschillende knopen er eens op naslaan. Knopen die gezien moeten zijn, omdat ze iets betekenen.

    De Ontknoping. Moleskine schetsboekje van Roland Sohier. Met gedicht van Astrid Lampe en titelpagina door Johan Lubbers. Uitgebracht in eigen beheer, winter 2025.

    Roland Sohier, Galerie Larik, De Ontknoping

  • Jan Jordens en de beleving van Schiermonnikoog

    Schiermonnikoog. Het had een kunstenaarskolonie kunnen zijn. Zoals Oosterbeek, Laren, Bergen, Nunspeet en Katwijk. Een plek waar kunstenaars ontsnappen aan de stedelijke drukte en inspiratie ontdekken in de natuur, in rust en eenvoud, om vernieuwing in hun kunst te vinden. Het kunstzinnige eiland is wel een inspiratiebron voor kunstenaars en voor vakantiegangers die zich te goed willen doen aan alles dat de andere eilanden missen: rust in de ongerepte natuur, ruimte op het brede zandstrand, zicht vanaf de donkerste plek. De focus ligt er op natuurbeleving, niet op massatoerisme. Een ideale plek om het landschap te koesteren in de kunst, de landelijke eenvoud te borgen in schilderen, tekenen, schrijven en fotografie.

    Hoewel Groningen, weg van de stad, voldoende aanknopingspunten heeft om creatieve geesten stof tot nadenken te bieden, blijft het eiland waar de tijd schijnt stil te staan ongedurig trekken. Op diverse plekken in Nederland vinden kunstenaars elkaar, doen het met elkaar en stuwen de kunst tot sublieme hoogte. Waarom dan Schiermonnikoog genoemd als landschap van rust en ruimte om te creëren en te recreëren? Het eiland is onderwerp van een uitgave over de Groninger Kunstkring De Ploeg. Op het hoge land vonden de leden inspiratie, maar brachten ook het stadsleven in beeld, maakten portretten en werkten naar model. Dat was voor de meesten van hen voldoende; slechts een handvol leden sloeg de vleugels uit en voer naar het eiland.

    De illusie van de werkelijkheid

    Komt in het boek “De Ploeg op Schiermonnikoog” van Peter Jordens de kunstkring genoegzaam aan de orde, de uitgave neemt het lid Jan Jordens voornamelijk op de korrel. Inderdaad: de kleinzoon schrijft met verve over zijn schilderende grootvader. Jordens heeft zijn verblijf op het Waddeneiland intenser beleefd dan alle andere schilders van De Ploeg. Daar vindt hij het wonder van stilte, het gevoel van vrijheid, in de natuur van bos en duinen. In eerste instantie legt hij de werkelijkheid van het landschap vast, maar naarmate de tijd verstrijkt geeft hij uitdrukking aan wat hij innerlijk waarneemt. De illusie van de werkelijkheid, vastgelegd in schetsen en waterverven, verdwijnt langzamerhand en de beelden gaan door spetterende kleuren op in abstractie. Het gebaar krijgt de overhand in vegen en spatten kleur. “In plaats van een opgeroepen werkelijkheid zien we scheppende fantasie”, lees ik in de uitgave. “We zien een schilder vorm geven aan zijn innerlijke beleving wanneer hij zich met de spontaniteit van de penseelstreek vrijelijk kan uiten in louter vorm en kleur.”

    Het ging Jordens op den duur minder om de impressie dan om expressie. Minder om de duinen en het bos dan om de sfeer die tussen het helmgras en onder de bomen te vinden is. In die beslotenheid ontdekt hij zichzelf en vindt hij zijn ultieme uiting. In die stilte kan hij zich vrijelijk ontplooien. Hij schildert de natuur niet om de natuur, maar om het stille leven. Als metafoor voor de abstracte werkelijkheid die je niet ziet maar kunt voelen, aanvoelen. Die je hoort in de glijvlucht van strijkende zeevogels, in zuchtende wind door het stugge gras. Het is de ziel van het eiland die Jordens aanspreekt. Het verhalende van de figuratie speelt geen rol; het is het ongrijpbare van de emotie dat zich uit in de expressie van een ultiem gevoel. In de kunst van Jordens ligt de eigenheid van Schiermonnikoog besloten. Zo voelt het eiland aan.

    De waarheid van zijn kunst, de echtheid van het eiland

    In iedere volgende compositie die Jordens aan zijn oeuvre heeft toegevoegd, zocht hij de stemming van het moment, de emotie van het ogenblik. In de waterverven, meestal en plein air geschilderd, kon hij de tijd vastleggen, de ontroering bevriezen. Terwijl de werken volop in beweging zijn en een dynamische aanblik hebben, is de gebeurtenis stilgezet. De bewogenheid krijgt uitdrukking. Jordens is zoekende naar een innige verbondenheid met de natuur. Om daar uiting aan te geven in een abstracte vorm en kleur. De vluchtigheid van sfeer en de doorzichtigheid van gevoel trekken sporen in de composities van Jordens. Het is de waarheid van zijn kunst, de echtheid van het eiland. Wie de rust van Schiermonnikoog zoekt, vindt die in het werk van Jan Jordens. De stilte kleeft aan de veelvormigheid in kleuren en verfstreken, een paradox die het werk kenmerkt.

    “Stilte en rust geven Jordens de ruimte om door middel van een vorm van abstractie uitdrukking te geven aan een ultiem gevoel van artistieke vrijheid.” Het wordt diverse keren door verschillende schrijvers en recensenten in andere bewoordingen herhaald. Het is de rode draad in het boek, waaraan De Ploeg als richtsnoer is geknoopt, maar nauwelijks als leidraad fungeert. Jordens is lid van de groep, maar gaat een eigen weg. In de abstractie, meer dan in het impressionisme, kon hij door beelden emoties oproepen en de innerlijke beleving laten figureren. Een intuïtief-emotionele natuurbeleving. Echter, niet de abstractie is het doel, maar het resultaat van de ontwikkeling die is doorgemaakt. “Hij is er niet naar op zoek geweest en ook is het niet de uitkomst van enig theoretisch inzicht of artistieke overweging.” Het moest daar gewoon op uitkomen om de beleving vorm te geven.

    Het weergeven van het wezen van de dingen

    Het boek “De Ploeg op Schiermonnikoog” is een spreekbuis voor diverse auteurs om in de voetsporen van het gevoel dat Jordens had op vooral dit Waddeneiland uitdrukking te geven. De schrijvers voelen mee in zijn beleving, hebben eenzelfde ervaring in de stilte van zijn composities. De ondervinding van het in vrijheid kunnen creëren, uiting geven aan het eigen ik zonder zich te laten leiden anders dan door een lijnenspel van glooiingen, het ritme van de golven, de opwekkende zeelucht, het aroma van het naaldbos. Het is een ode aan het eiland, een epos over de kunst.

    Natuurlijk spreekt Jordens’ kunst door de woorden, maar veeleer door de vele composities die in het boek staan afgedrukt. Daarmee is het een catalogus, een overzicht van zijn werken gemaakt op en door Schiermonnikoog. Het plezier van vormgeven straalt ervan af, druipt als het ware van de bladzijden. De werken schijnen nog nat van emotie, lijken pas zojuist geschilderd met jeugdige overmoed. Jordens wilde geen kindertekeningen maken, maar tekenen met natuurlijke expressie. Hij wilde terug naar dat aangeboren vermogen dat voor een volwassene in die vorm niet meer toegankelijk is, waarbij de natuurlijke afbeelding het aflegt tegen de innerlijke ervaring. Hij vond deze zeggingskracht in de abstractie.

    Niet alleen komt Schiermonnikoog als inspiratiebron naar voren, ook is er een korte levensbeschrijving en aandacht voor andere vormen van uitdrukking in de kunst. In zijn werk als tekenleraar kon Jordens zijn idee van kunst voor kinderen, kunst door kinderen, kwijt. “Kinderen leven in een primitieve gedachtenwereld”, vond hij. “Ik ben daarom altijd huiverig geweest om met kunst bij ze te komen. Weten zij veel van impressionisme en kubisme? De geraffineerde kijk van ons ouderen is hun vreemd. Maar… ze maken zelf kunst. (…) Aanvankelijk vertellen zij, al tekenende, van hun innerlijke ervaring eer dan van wat hun oog zintuiglijk waarneemt.” En dat is waar Jordens zelf uiteindelijk ook op is uitgekomen: op het weergeven van het wezen van de dingen. Er zijn aanknopingspunten, er blijven herkenningsmomenten, ingevingen van figuratie. Maar de echte beleving van het bepaalde moment op die specifieke plaats kan alleen in de werken ervaren worden door open te staan om in te voelen en aan te voelen. En dat kan door het boek door te bladeren, de ogen de kost te geven, de woorden te overwegen. Meer dan de andere Ploegschilders spreekt Jan Jordens tot de verbeelding, mijn verbeelding.

    De Ploeg op Schiermonnikoog. Peter Jordens. WBOOKS, 2025.

    Jan Jordens, Schiermonnikoog
  • De lotgevallen van Mozes, David, Jona, Jezus en de rest

    Het was een lang gekoesterde wens om een kinderbijbel uit te geven. Een rijk geïllustreerd, eenvoudig te lezen boek. Voor kinderen te begrijpen en voor ouders helder uit te leggen. Een soort journaal in makkelijke taal. Zelfs te verstaan voor mensen die de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt. Een boek derhalve met een lage drempel; je kunt er zo binnenstappen en luisteren naar de verhalen. Die wens had uitgeverij Buddy Books, net als het duo Bram Kasse en Michel de Boer. Kasse herschreef de tekst, of eigenlijk hertaalde hij de verhalen. De Boer maakte daarbij levendige afbeeldingen; hij verbeeldde de verhalen. En door Buddy Books ligt het boek in de winkels.

    Het is geen volledige bijbel, van kaft tot kaft, van A tot Z of, om in de sfeer te blijven, van alfa tot omega: van Genesis tot Openbaring. De schrijver heeft enkel die verhalen uit het geheel gelicht met een avontuurlijke kern. Het is daarom een min of meer spannende bijbel geworden om er zo nu en dan, op het puntje van de stoel en met rode oortjes, naar te luisteren: De Avonturenbijbel. Zo nu en dan, want niet alle verhalen zijn even spannend, hoewel Kasse er wel zijn best op heeft gedaan de spanning erin te schrijven. Vooral wanneer een verhaal over verschillende bladzijden is uitgesmeerd, moet je een dag wachten voordat het vervolg komt. Ieder hoofdstuk heeft een cliffhanger, zodat de kleine luisteraar nauwelijks kan wachten. Het zijn verhalen voor het slapengaan, iedere avond een volgende. Honderdvijftig dagen lang.

    Meest spannende avonturen

    Kasse en De Boer weten van de hoed en de rand. De schrijver heeft meer dan veertig boeken geschreven, waaronder diverse Bijbelverhalen. De illustrator heeft meer dan vijfhonderd boeken van tekeningen voorzien. Met partner Leontine Gaasenbeek is hij kinderboekenuitgeverij Buddy Books gestart. Een uitgeverij die een ruim assortiment en een kleurrijke reeks boeken in de brochure heeft. Naast religieus getinte uitgaven zijn er meerdere seculiere bundels uitgegeven. Buddy Books heeft als doel leuke, leerzame kinderboeken van Nederlandse bodem uit te geven. De Boer en Gaasenbeek doen dit door zelf te schrijven en te illustreren, maar werken ook samen met andere schrijvers, dichters en illustratoren.

    De Avonturenbijbel is een kinderbijbel die niet alleen jonge kinderen aanspreekt, maar ook wat oudere kinderen en zelfs pubers, evenals ouders en ouderen. Dat komt door de gemakkelijke taal waarin het is opgesteld; het leest eenvoudig weg. Kinderen kunnen de tekst zelf lezen en de verhalen spellen. Ouders of een ouder kind kunnen voorlezen. Voor de onderliggende, ofwel bijbehorende, teksten kan de ‘echte’ ofwel ‘grote mensen’-Bijbel worden nageslagen. Ieder verhaal heeft namelijk één of meerdere tekstverwijzingen. Het is geen droge tekst, geen kerkelijke taal. Het is een kennismaking. De volgens de samenstellers meest spannende avonturen zijn uit de Bijbel genomen en hertaald, soms ook herschreven: De verboden boom, De hoogste toren van de wereld, De ladder zonder eind, De nachtmerrie van de farao, De grote ontsnapping, Simson en Delila, David en Goliath, Jona in de walvis, In de kuil vol leeuwen. Er wordt wel van de originele tekst afgeweken om het verhaal menselijker te maken, eenvoudig te begrijpen, omdat het vaak in een huidige tijd is gezet en daarmee actueel wordt. Een cadeau voor de wereld, Dwars door het dak, Het foute antwoord, Wie is de verrader?, Wind en vuur, Alles wordt nieuw. “Kom maar snel terug, Jezus.” zijn de laatste woorden, en dat is waar de gelovige op hoopt.

    Eenvoudig leesbaar gemaakt

    Hoewel het niet zozeer een evangelisch boekwerk is om dwingend zieltjes te winnen, zogezegd, komen God en Jezus wel voortdurend om de hoek kijken. Ook De Avonturenbijbel is een religieus boek. God is de kern. De verhalen zijn misschien enigszins eenvoudig voor kerkmensen, wat al te gemakkelijk, maar al die anderen kunnen op deze manier de Bijbel leren kennen. De boodschap is duidelijk en helder, voor iedereen te begrijpen. De ‘echte’ Bijbel kan nog weleens geheimzinnig en duister zijn, tegenstrijdig soms, mysterieus en vaag, zelfs voor volwassen gelovigen. In De Avonturenbijbel, en al die andere kinderbijbels, zijn deze moeilijke verhalen eenvoudig leesbaar gemaakt. Niet dat ze daardoor aan kracht verliezen; ze winnen juist aan toegankelijkheid.

    De verhalen kunnen objectief gelezen worden, zonder afleidende gedachten over hoe het zou moeten zijn of hoe het werkelijk is. Zonder vooroordeel ziet de lezer en hoort de luisteraar het heil en de verlossing en merkt deze waar het werkelijk om draait in deze versie van de Bijbel: geloven als een kind in de woorden van een kind. Vertellingen waar zij beelden bij kunnen maken en waar zij de fantasie op kunnen loslaten. Het is echter geen fantasie, hoewel het fantastische verhalen zijn met avontuurlijke tekeningen. Het grote verhaal is klein gemaakt. De Avonturenbijbel is een menselijk boek; de lezer en luisteraar kunnen zichzelf erin herkennen, zo aansprekend is de tekst. De originele tekst is namelijk beeldender gemaakt, mede door de speelse illustraties. Er is een eenvoudige sfeer ingebracht.

    De verhalen staan dicht bij de mens; zijn onhebbelijkheden hoeven niet eens sterk te worden uitvergroot, de verhalen zijn ervan doordrongen: lusten en lasten, list en bedrog, ruzie en jaloezie, verraad. Maar ook de mooie kant, die vooral met en door God wordt beleefd, of, wanneer je daar niet in gelooft, de zonnige kant van het leven wanneer je de hand van een hogere macht erin ziet. Maar die hogere macht kan ook de goedheid van de mens zelf zijn, het sociale aspect: de liefde voor de ander – geloof, hoop en liefde. De verhalen hebben zin, ook wanneer je niet religieus bent. In ieder mens schuilt een kleine god; ieder mens weet wel wat goed is, en anders is hij van de duivel bezeten. Zo zwart-wit is het, zo simpel. Ter lering ende vermaeck.

    De Avonturenbijbel. Tekst: Bram Kasse. Illustraties: Michel de Boer. Kleuradvies: Leontine Gaasenbeek. Theologisch advies: Laurens Snoek. Uitgave: Buddy Books, 2025.

    De Avonturenbijbel, Bram Kasse, Michel de Boer
    De Avonturenbijbel, Bram Kasse, Michel de Boer
    Leontine Gaasenbeek, Bram Kasse, Michel de Boer