Tag: biografie

  • Biografie Blaupot ten Cate herinnert aan een onstuimig leven

    Museum Belvédère bezit een schilderij dat maar moeilijk in samenhang met andere werken uit de collectie getoond kan worden. Het zal overigens niet het enige kunstwerk in de collectie zijn dat meestal achterblijft in het depot en maar zelden zichtbaar is voor het publiek. Maar deze specifieke eenling krijgt toch met enige regelmaat een plek op zaal, omdat directeur-conservator Han Steenbruggen het zo mooi vindt. Het betreft een werk van Anne Marie Blaupot ten Cate en toont een dromerig geschilderd portret van twee vrouwen. Geschilderd in haar Parijse jaren, schrijft Steenbruggen in het voorwoord van een biografie over haar leven: “(…) alles zoveel zachter en subtieler op elkaar afgestemd. Die ritmische opeenvolging van ogen, monden, schouders en armen, het versluierde coloriet en de donkere accenten rond en boven de figuren. Het zijn die beeldende middelen waarmee ze de melancholie in de blik van de twee vrouwen diepere betekenis geeft.

    Dit schilderij is min of meer het vertrekpunt om een avontuurlijk verhaal over haar leven te schrijven. Hoewel deze “Twee vrouwen” een ingetogen karakter hebben, geldt dat zeker niet voor de maker ervan. Anne Marie Blaupot ten Cate, geboren in Nijehaske onder de rook van Heerenveen, dreigt een vergeten kunstenaar te worden. Althans: zij verdween mogelijk anoniem in de vergetelheid van de kunstgeschiedenis. Wijlen Susan van den Berg verdiepte zich in leven en werk van Blaupot ten Cate, maar kon deze beschouwing niet afmaken vanwege haar plotselinge overlijden in 2023. Van den Berg had al eerder in een boek aandacht gevraagd voor een onopgemerkte kunstenaar: Hanny Korevaar. Kunsthistorica en publiciste Van den Berg, nog maar net aan Museum Belvédère verbonden als conservator, stond bij leven bekend om haar nauwgezette studie van de kunst en de kunstenaars waarover zij schreef. De uitgaven van haar hand mogen kleine parels in de kunstbibliotheek heten. Van een biografie over Blaupot ten Cate is het echter niet gekomen en ook voor het samenstellen van een tentoonstelling ontbrak Steenbruggen aanvankelijk de moed. Niet meer nadat Hanneke Boonstra zich had gemeld. Boonstra wist niets van de plannen van het museum, maar werkte al aan een onderzoek dat zou uitmonden in een biografische schets en een bescheiden tentoonstelling.

    Tussen figuratie en abstractie

    In de schaduw van de kunstgeschiedenis leeft Anne Marie Blaupot ten Cate een heftig en bij tijd en wijle stormachtig bestaan. Hartstochtelijk op zoek naar erkenning, bewegend tussen grootheden die haar niet onopgemerkt voorbij lieten gaan. Tegelijkertijd ontwikkelt zij driftig een stijl die wordt omschreven als lyrisch expressionisme en later als intuïtieve abstractie. Wat haar bovendien bijzonder maakt, is dat haar werk nooit helemaal opgaat in één stroming. Ze beweegt tussen figuratie en abstractie, tussen Parijs en Noord-Afrika, tussen schilderkunst en textielkunst. Daardoor houdt haar oeuvre iets zwervends en ongrijpbaars — alsof het voortdurend onderweg is. Want zij is een wereldburger die nooit langer dan enkele jaren op één plaats verblijft en dikwijls terugkeert naar waar ze eerder was.

    Haar leven en werk vormen een zoektocht naar vrijheid — eerst in de zichtbare werkelijkheid, later steeds meer in kleur, ritme en innerlijke beweging. “Een schilderij is ritme, beweging, klank en kleur”, zegt ze daar zelf over. “Zoiets als dansen.” De kunst van Anne Marie Blaupot ten Cate lijkt zich niet te willen laten vastzetten in één stijl of richting. Haar werk beweegt. Alsof het onderweg is naar iets wat niet volledig zichtbaar wordt, maar zich slechts laat vermoeden — dat er meer schuilgaat achter de afbeelding dan wat zichtbaar is. Eerst nog herkenbaar in mensen, steden en landschappen, later steeds vrijer in kleur, ritme en gebaar. Niet de werkelijkheid zelf wordt geschilderd, maar de adem ervan.

    Door een intieme tentoonstelling achter in de westvleugel van Belvédère krijgt de museumbezoeker een glinstering te zien van het ritme, de beweging, de klank en de kleur waarvan Blaupot ten Cate zich bediende. Hoewel klein van opzet maakt de tentoonstelling groots zichtbaar waarom Van den Berg en later Boonstra haar uit de schaduw voor het voetlicht wilden brengen. De dromerige sfeer die zowel in het figuratieve werk als in de abstracties naar voren komt, zet zich af tegen de dreiging van het dagelijks bestaan. De zorgen en moeiten waarmee zij te kampen had, worden niet verwerkt in de schilderijen. Haar depressieve momenten, verloren liefdes, geldzorgen en de oorlogsdreiging krijgen geen plek in de overwegend montere verbeeldingen. Wel lijken de geportretteerde figuren in zichzelf gekeerd, melancholisch, haast hulpeloos in hun blik. Het kijken is doordringend en houdt de aandacht onwillekeurig vast. Deze fysieke openheid sluit de beschouwer als het ware op; de voorstelling magnetiseert het beschouwende oog.

    Menselijk en zintuiglijk

    Wat bij het werk van Anne Marie Blaupot ten Cate opvalt, is dat de vormen nooit hard worden. Zelfs wanneer haar werk richting abstractie schuift, blijft het menselijk en zintuiglijk. Alsof verf geen materiaal is, maar een gevoelslaag. Haar doeken hebben iets muzikaals; kleurvlakken raken elkaar zoals tonen dat doen in een compositie. Niet bedacht vanuit theorie, maar vanuit intuïtie. Je zou kunnen zeggen dat zij schilderde zoals een dichter schrijft: zoekend naar een innerlijke ruimte waarin de zichtbare wereld oplost in stemming, herinnering en beweging. Haar werk bezit daardoor iets nomadisch — alsof het nergens definitief wil aankomen. Parijs, reizen, textiel, licht, aarde en stilte vloeien er ongemerkt in samen.

    Ik kom steeds weer tot abstractie, maar is het dan geen uitvlucht? Abstracte kunst kan zo gemakkelijk zijn, dat is zeker. Met het rein abstracte kan ik nog wel wat verder komen wat ritme, kleur en compositie betreft. Maar ik geloof het toch te moeten zoeken in een combinatie van droom en werkelijkheid, van innerlijk beleefde emoties en sensaties.” De beschrijving die Hanneke Boonstra van deze kunstenaar geeft, is samengesteld uit de vele bewaard gebleven brieven. Deze memorabilia zijn voor biografieën van tal van kunstenaars een vruchtbare voedingsbodem gebleken. Hoe zou dat tegenwoordig zijn, in onze digitale tijd waarin men nauwelijks nog tot een geschreven brief komt? Blaupot ten Cate heeft vele kantjes volgeschreven om het thuisfront van haar wederwaardigheden in en door de wereld op de hoogte te brengen. Haar doen en laten, haar leven en werk.

    Het is een onstuimig leven dat zich nauwelijks laat beteugelen. Zoveel maakt de lezer op uit deze uitgave. Maar dat heftige bestaan, het leven levend tot het gaatje, vindt nauwelijks weerslag in haar schilderijen. Tussen alle drukte door lijkt het schilderen een rustpunt te zijn geweest. Een stiltemoment. En nog werkt dat zo wanneer ik in het museum langs haar werken loop. De manier waarop het zijn in beeld is gebracht, zet aan tot nadenken. Natuurlijk zijn daar de weemoedige portretten, maar ook de dansende abstracties. “Abstract schilderen is eigenlijk een combinatie van stemmingen, die al werkend tot een schilderij uitgroeien. Pas later herken je dingen die je er onbewust hebt ingebracht.” Het onderbewuste speelt een grote rol in zowel het maken als het kijken naar de kunst van Blaupot ten Cate. Zij was een componist die muziek verdichtte in schilderijen. Als een dans over een kleurig podium. Zo zal de wereld haar herinneren.

    Anne Marie Blaupot ten Cate. Een onstuimig leven. Auteur: Hanneke Boonstra. Uitgave: Waanders Uitgevers, 2026. Kamerpresentatie Museum Belvédère, 21 februari tot en met 7 juni 2026.

    Anne Marie Blaupot ten Cate, Hanneke Boonstra, biografie, Museum Belvédère, Waanders Uitgevers
  • Het evangelie naar Johannes Hendrikus: de Bijbel van Zelle

    Hij wilde preker zijn, maar kwam tot bloei als spreker. Johannes Hendrikus Zelle werd dominee, maar voelde zich thuis in de rol van evangelist en veldprediker. Geen stem uit de hoge, maar een innerlijke drang om het Woord te verkondigen. Hij stond echter maar kort voor een gemeente, want de mens Zelle paste niet in een keurslijf. Hij liet in het pastoraat waardevolle steken vallen en handelde en wandelde buiten het normale leven, waarvoor men hem negatief bekritiseerde. Dominee Zelle was een eenling, een zonderling, en werd een legende. Zijn doen en laten, maar vooral het zijn van predikant en hoe dat heeft doorgewerkt in het dagelijks leven, bleek voedingsbodem voor een theaterstuk en een lijvige biografie. Want was zijn hele leven niet één tragische komedie?

    Recalcitrant en tegendraads

    Het drama Zelle werd karikaturaal op de planken gezet door Freark Smink onder de vlag van het Friese theatergezelschap Tryater. Hij trok er in de provincie volle zalen mee, want de eigenzinnige dominee blijft nog altijd synoniem voor recalcitrant en tegendraads. Zijn donderpreken vanaf de kansel uitgesproken zijn roemrucht. Hij sprak op de man af de mens aan, persoonlijk. Bevindelijk en christocentrisch. Psalmen zong hij luidkeels boven de kerkmensen uit. Wat hij echter op zondag vanaf de preekstoel verkondigde bleek niet te stroken met hoe hij door de week zijn bestaan indeelde. Hij kon spreken als Brugman, maar was als dominee geen herder en zorgde slecht voor zijn schapen.

    Ooit was ik in de zaal van het Heerenveense Posthuis getuige van het theaterstuk Zelle. Acteur Freark Smink en muzikant Hoite Pruiksma zetten de figuur Zelle meeslepend op de planken. Het was een voorstelling in de Friese taal, want Zelle is van Leeuwarden en Tryater van Fryslân. Het stuk is na het Friese succes nog vertaald en buiten de provincie in de rest van Nederland opgevoerd. En ook daar trok het volle zalen, want ook buiten Friesland is Zelle een bekende naam. En niet alleen om zijn illustere verre nicht Mata Hari: Margaretha Geertruida Zelle. Na de voorstelling kocht ik de dvd om thuis nog eens geobsedeerd te raken van deze bijzondere persoonlijkheid. Mede daardoor was ik meer dan geïnteresseerd in de biografie geschreven door Bearn Bilker. Hoewel Zelle op de planken enigszins koppig en hardvochtig overkomt, weinig begrip lijkt te hebben voor het welzijn van moeder terwijl het zijn taak is haar te verzorgen, leer ik in het boek een andere kant van deze mens kennen. Hij is recht door zee, kent geen gulden middenweg: je wordt alleen behouden door je leven lang het goede te kiezen, de smalle weg. Maar Zelle preekte geen hel en verdoemenis. Bij Zelle was hoop.

    Een tussenweg is er niet

    Bearn Bilker werd zo geraakt door deze wonderlijke redenaar dat hij in de kerkelijke en publieke archieven dook en met talloze getuigen en familieleden sprak om een levendige levensbeschrijving op te kunnen stellen. De biografie “Een tussenweg is er niet” is de bijbel van Zelle geworden, het evangelie naar Johannes Hendrikus, daar zijn denkbeelden en persoonlijke interpretatie van en over het Woord er in staan opgetekend. Hij liet geen dagboeken of notities na. De echte motieven voor zijn doen en laten zullen we niet te weten komen, volgens Bilker. Doordat een kerkenraad gewoon was en is van de kerkelijke vergaderingen welhaast woordelijk verslag te leggen, kon de biograaf de notulen als voedingsbodem gebruiken voor zijn levensbeschrijving van Zelle. In het boek worden deze verslagen dan ook breed uitgemeten en schuift de lezer als het ware bij aan de vergadertafel in de kerkenraadszaal. Ook zijn teksten van preken werden integraal in het boek opgenomen, zodat ik Zelle bij wijze van spreken kan horen redeneren. Eerstens gaat Bilker gedetailleerd in op het debacle Rockanje, de gemeente waar Zelle werd beroepen, in een keurslijf gedwongen en uiteindelijk met vervroegd pensioen ging. Hij werd niet geschorst of afgezet, dit zou inhouden dat hij beroepbaar bleef, dus in een andere gemeente opnieuw tegen dezelfde muren aan zou lopen. Als emeritus predikant was het hem vrij overal in de lande te preken, iets wat hem na aan het hart lag.

    Donderpreken en schoensmeer

    Dominee Zelle is vooral de geschiedenis in gegaan als de man van de donderpreken, de man met het met schoensmeer zwart geverfde haar, de man die in de zee of het meer zwom, slordig gekleed ging en op zijn centen zat. Maar dit zijn alle vooroordelen, aannames en vermoedens. Een verhaal heeft altijd een kern van waarheid, waar rook is is vuur. Bearn Bilker gaat in zijn biografie dieper op de man Zelle in dan de oppervlakkige legende dat doet. Er blijkt meer mens achter het norse uiterlijk te zitten en de lezer kan makkelijk medelijden krijgen met deze tegendraadse man. Want hij zat zichzelf voortdurend in de weg, hoewel hij daar zelf geen notie van had.

    Zelle ging eigenzinnig en zelfingenomen zijn eigen gang, had zijn eigen manier van leven dat afweek van wat als normaal te boek stond. De verhalen over zijn levenswijze en zijn omgang met vrouwen, zijn manier van spreken en zijn vele politieke toespraken pasten evenwel niet bij de waardigheid van de rol van dominee. Niet geschikt voor het ambt was het zijn roeping de mensen de blijde boodschap te verkondigen. Om geld in de la te krijgen trok hij het land door voor spreekbeurten en ging alom voor in kerkdiensten. Geld, voor dominee Zelle de mammon – de afgod, was voor de mens Zelle een belangrijke voorwaarde in het leven. Hij was gierig waardoor hij na zijn overlijden een grote som geld naliet. De kachel ging niet aan thuis, de tuin werd niet onderhouden, er stond karig eten op tafel. Wel zorgde Zelle ervoor dat hij tijdens preekbeurten, wel 4 of 5 op een zondag, onderdak kreeg waar een goed maal op tafel stond.

    Zonder mitsen en maren

    Zelle was Zelle, anders dan anderen, en dat liet hij keer op keer blijken. Een gewoon gesprek kon men niet met hem voeren, hij had geen gave te communiceren. Argumenten uitwisselen was er bij hem niet bij, laat staan dat hij begrip kon opbrengen voor kritiek op zijn gedrag, houding, levensstijl of persoon. Het imponeren wat Zelle eigen was gebeurde doorgaans onbewust. De ideale profeet voor simpele zielen, wordt journalist Pieter de Groot in het boek geciteerd. De mensen accepteerden alles van hem en lieten hem zijn gang gaan, want hij trok volle kerken. Waar hij voorging daar wilden de mensen bij zijn, ze wilden dominee Zelle meemaken. Er was altijd wel wat te beleven.

    Dominee Zelle wist grote groepen aan zich te binden en te boeien. Verkondigde geen zaken waar hij zelf niet achter stond of die men graag van hem zou willen horen. Hij had een eenvoudig mens- en wereldbeeld, doorgaans zwart-wit, en had geen antwoorden op de gecompliceerde vraagstukken van zijn tijd. Hij sprak eenvoudig en duidelijk zonder nuanceringen, zonder mitsen en maren. Zelle stierf in het harnas. Niet op de kansel – zijn toneel, maar achter zijn bureau op zolder in de week na zijn laatste zondagse preek. Het fenomeen Zelle leeft voort in de beeldende biografie van Bearn Bilker. Hij zal zodoende niet snel worden vergeten, ook niet wanneer de mensen die hem hebben gezien en gehoord niet meer onder ons zijn.

    Een tussenweg is er niet. Biografie dominee J.H. Zelle (1907-1983). Bearn Bilker. Uitgeverij Noordboek, 2024.

  • De tol van de roem

    Na het lezen van het biografische portret van Hans de Booij kwam mij als vanzelf het lied van Neerlands Hoop in gedachten: ‘dat is de tol van de roem / dat is de doem van de rol / het is de vlag op een strontschuit / het is de zoen van een drol’. Het is een tekst van hun programma Interieur uit 1975. De roem van Hans de Booij is van wat jaren later, namelijk in de zomer van 1983 staat zijn naam hoog in de hitparade. Hij is dan plotsklaps beroemd met de single ‘Annabel’. De song die voorgoed aan zijn naam verboden blijft; wie Hans de Booij zegt noemt in één adem Annabel en andersom. Het lijkt een ééndagsvlieg te zijn. Een onehitwonder. Hij probeert het kunstje nog wel over te doen, maar dat wil maar niet lukken. Maar, zoals met alle artiesten in de business, steekt er een groter verhaal achter deze muzikale onenightstand.

    Diverse lekkere platen van Hans

    Schrijver Sander van Leeuwen is al op jonge leeftijd geïnteresseerd in de persoon Hans de Booij. Hoewel hij van een latere generatie is, werd hij door zijn oudere broers op het spoor van ‘Annabel’ gezet middels een thuis gebrande cd – door hen betiteld als ‘Diverse lekkere platen van Hans’. Sander was 12 en heeft de cd zorgvuldig bewaard. Dit plaatje is nu de aanleiding om met de zanger in gesprek te gaan. Hij heeft een krankzinnig leven geleid, Hans, meende Van Leeuwen. Dat had hij gepuurd uit interviews. Hij verwonderde zich erover dat er nog nooit een boek over De Booij was geschreven.

    In diverse sessies ging Sander met Hans in gesprek. Het boek is een monoloog, waarbij de schrijver de zanger voortdurend in de juiste richting stuurt. Hij heeft de leiding, maar Hans is de baas. De muzikant ziet het boek als een opstart voor het herintreden in de muziekscene. Door al het doen en laten in zijn leven is hij min of meer aan lager wal geraakt. Is werkloos met de dreiging van de bijstand. Nieuwe songs worden maar niet uitgegeven. Optreden doet hij niet meer. Het boek verschijnt op het snijvlak van roem en vergetelheid. De Booij gaat op tour door kleine zalen met een prettig programma vol oude liedjes, waarin ‘Annabel’ niet zal ontbreken. Het idee back in business te zijn vrolijkt de van nature zwartgallige man op.

    “it’s lonely at the top”

    In de door Hans bedachte titel voor de uitgave “Het wordt niets zonder jou” doet hij een boekje open over zijn leven. De grote hoogten waar hij op staat, en de diepe dalen waarin hij vervolgens valt. Hoewel iedereen vriend met je wil zijn wanneer je beroemd bent, is het eenzaam aan de top. Randy Newman zong het al in 1972: ‘I’ve been around the world / Had my pick of any girl / You’d think I’d be happy, but I’m not / Everybody knows my name / But it’s just a crazy game / Oh, it’s lonely at the top’. De Booij voelt dat jaren later aan den lijve. Daarmee geeft het boek eigenlijk een triest verhaal. Van een man die koste wat kost in de muziek wil blijven, want zingen is zijn lust en leven. Maar zoveel heerlijkheden liggen op de loer, deze kunnen maar nauwelijks de moeiten bevredigen. Het leven van een muzikant die van de roem heeft geproefd, maar er nu nauwelijks meer aan mag ruiken.

    Het biografische portret is uitgeschreven in korte hoofdstukken. Opgesplitst in een achttal delen, waardoor er chronologisch op jaren door het leven gelezen kan worden. De behapbare verhalen lezen lekker weg. Het is een communicatief boek. Dat is wat de zanger ook voorstaat. Dat hij er openhartig de wereld mee in kan gaan. Zijn wezen speelt hem parten, hij is autist en heeft daar last van maar het houdt hem ook op de been. Uit een gezin is hij enigst kind, maar was dat niet. De dood zit aan tafel, doordat kinderen voor hem te vroeg zijn overleden. Het tekent hem. En ook Hans zag in zijn jeugd de dood in de ogen, doordat hij bijna verdronk. En later nog omdat hij te veel dronk. Bij het afkicken had hij een bijna dood ervaring. En corona brengt hem dichter bij de afgrond.

    Altijd blijven lachen

    De tol van de roem’ had het boek ook kunnen heten. Want voor en door de faam van Annabel heeft Hans veel moeten prijs geven ofwel daarvoor een hoge prijs betaald. Het leven liep stuk op die bekendheid. Relaties hielden geen stand, contacten verwaterden. Het verhaal van zijn leven doet hij ongeveinsd uit de doeken. Hoewel eerst nog wat schoorvoetend en aftastend is De Booij spraakzaam. Hij wil wel geen namen en toenamen in het boek, maar om het verhaal naar waarheid te vertellen komt hij daar later op terug. Dat is maar goed ook, want zo krijgt de lezer de waarheid eerlijk voorgeschoteld.

    De tol die Hans de Booij voor zijn roem moest betalen rolt bijna van iedere pagina in het boek. Niet dat het verhaal daardoor een deprimerende indruk achterlaat, want tegen alle tegenslag in blijft De Booij altijd lachen. Hoewel het wel dikwijls een lach is als een boer die kiespijn heeft. En soms komt er een grimlach om zijn lippen, want er zijn vele ‘vrienden’ die gebruik en misbruik van hem hebben gemaakt. Maar de muzikant kijkt niet terug in wrok, het leven is gelopen zoals het is geleefd.

    Het wordt niets zonder jou. Hans de Booij, een biografisch portret. Sander van Leeuwen. BOT uitgevers, 2023.

  • Harry de Jong kijkt terug op 30 jaar De Kast

    De tiid hâldt gjin skoft’ had een terechte titel voor het nieuwe album kunnen zijn. Maar de band schaart de verzameling liedjes onder de noemer ‘Fierder’. Want zeker, de tijd heeft vleugels en geen teugels, de doortikkende klok laat zich niet afremmen. De dagen, maanden en jaren vervliegen in het leven. Maar de muzikale vrienden die in het nieuwe boek van popjournalist Harry de Jong worden beschreven willen verder. Niet van daar af waar ze ooit gebleven waren. Die vlag op de top van de berg, de roem en de uitzinnige fans, dat hebben ze allemaal wel gezien. Dat heen en weer gereis van hot naar her om hun muziek aan de mens te brengen, dat is nu wel klaar.

    image

    Ze vinden zichzelf terug na de stormachtige hectiek van het bekende Nederlander zijn. Door de druk liepen ze hard tegen de ander aan en vergaten waarvoor ze eigenlijk op de planken stonden. Na een tijd van rust waarin de storm is gaan liggen willen ze vooruit zien. Met ‘Fierder’ is het elan terug. De drang om te componeren. De lust om te spelen. Geen randverschijnselen meer. Niet spelen omdat het moet maar omdat het mag. Door ervaringen rijk is de geest van De Kast terug, de band die voor de roem nog leuk was. En natuurlijk hebben de mannen genoten van die tijd, maar ze zijn nu weer de jongens die spelen omdat ze niet anders kunnen.

    image

    Met scheermesjes achter de ellenbogen

    In de uitgave ‘Op eigen kracht’ kijkt Harry de Jong terug op de 30 jaar dat de Nederlandstalige Friese popgroep met hun muziek door het land trekt. Hij heeft de groep vanaf het eerste begin tot aan het laatste optreden en daarna gevolgd. Was getuige van de hoogtepunten, maar maakte ook de dieptepunten mee. Het verhaal in negen delen is derhalve een verslag uit de eerste hand. Het is een uitgebreide biografie van een bijzondere band, een vriendengroep, op een transparant leesbare manier geschreven. Een schrijfstijl die toevertrouwd is aan De Jong.

    Harry de Jong weet als geen ander de sfeer van het moment te pakken. En net als het boek de titel ‘Op eigen kracht’ draagt zou het schrijverschap van De Jong ook aldus bestempelt kunnen worden. Op eigen kracht en met doorzettingsvermogen is hij gekomen waar hij als popjournalist nu is. Met scheermesjes achter de ellenbogen en de voet tussen de deur gestoken heeft hij het onderste uit de kan van menig wereldburger weten te krijgen. Vooral zijn gesprekken met de groten der aarde op popmuziekgebied zetten deze selfmade schrijver op eenzame hoogte in het rijtje van popjournalisten. In Friesland is hij een autoriteit en daarom het meest geschikt om de groepsbiografie van De Kast samen te stellen.

    Sprankelende pianoklanken

    Meteen al in de proloog zet Harry de Jong zijn handtekening. Met een scherpe blik en even scherpe pen weet hij het moment te fixeren op de juist passende stemming. Deze vertelling vooraf is een karakteristiek DeJong-verhaal. Het zet de toon van het boek. “Duizenden armen zwaaien heen en weer boven evenzoveel deinende lichamen, ogen glinsteren als lichtjes in een kerstboom en omhooggestoken mobieltjes registreren onverbiddelijk elke seconde. Het publiek lijkt samen te smelten tot één groot koor dat elk woord vol overtuiging meezingt.” De Jong heeft hier de 15e december van het jaar 2019 vastgelegd. Want hij was erbij toen de zanger in een gele vonkenregen de Friese vlag boven zijn hoofd liet wapperen en de sprankelende pianoklanken van het intro van In Nije Dei over de massa woei. Het optreden is de aftrap van een jubileumtour.

    De Kast bestaat 30 jaar en wil dat niet ongehoord voorbij laten gaan. De proloog van De Jong beschrijft de sfeer voor en achter de schermen van dat memorabele optreden. Want overal kun je Harry vinden met zijn blocnote en pen in de aanslag, alles wat hem opvalt in vlugschrift noterend. Die kladblokjes zullen een schat aan kennis en informatie herbergen. De Jong heeft er een stapel vol geschreven om de pophistorie zichzelf te laten beleven. Hij laat in deze uitgave zijn eigen geschiedenis als popjournalist ook niet ongemoeid. Ieder hoofdstuk van het boek laat De Jong inleiden door een dwarsdoorsnede van het muziekveld van dat moment. Hij toont zijn kunde van de muzikale wereld door artiesten op te laten draven waarmee hij ooit een gesprek had. En ook kan hij putten uit talloze reportages die hij voor diverse kranten schreef. Ze fleuren het boek op. Zo is het niet alleen 30 jaar De Kast, maar evenzeer 30 jaar De Jong. De biografie van de eigenzinnige popgroep schuurt tegen de levensbeschrijving van deze markante schrijver.

    In Nije Dei. Dat is met voorsprong de meest bekende song van de vijf muzikale heren. Zij schreven zichzelf daarmee in op de Friese canon. De Kast: vijf mannen die al jaren in staat zijn het beste van elkaar naar boven te halen en muziek maken die tegen een stootje van de tijd kan. Ik citeer Harry de Jong, die vanaf het podium op die decemberdag in 2019 terugkijkt op 30 jaar De Kast. Vanaf het prille begin. Toen er bij lange na nog geen sprake was van De Kast, maar de groep zich in die samenstelling wel al aan het vormen was. Het succes stond in de steigers. Het doopceel van de muzikanten wordt gelicht. Voor de fans altijd fijn te weten hoe hun idolen in elkaar steken. De mannen zijn openhartig over het wel en wee, hoe en waarom, de start en finish. Harry de Jong is dan ook een vriendelijke en amicale ondervrager. Na alle jaren dat hij met de groep meeloopt is de journalist geen persmuskiet meer, maar drinkt zo nu en dan ook eens een biertje met de jongens aan de bar. Die ‘ouwe jongens krentenbrood’ sfeer leest tussen de regels door en maakt het boek goed leesbaar. Het is geen opsomming van feiten en ervaringen, maar het dient zich aan als een avontuurlijk jongensboek.

    foto © Marcel R Fotografie

    Het hek van de dam

    Iedere beginnende band, zwoegend op covers in de garage, zal graag in de schoenen staan van De Kast. Zij hebben de zelfkant van de roem geproefd. Zijn begonnen als de spreekwoordelijke krantenbezorger om op te klimmen tot miljonair. En alles hebben ze gedaan op eigen kracht. Wel hier en daar met enige hulp van een ervaringsdeskundige, maar ze hebben hun eigen identiteit altijd bewaakt en gewaarborgd. In eerste instantie dachten de jongens groots en hadden ze niets met regionale acts. Maar toen filmregisseur Steven de Jong hen vroeg de titelsong voor één van zijn rolprenten te schrijven was het hek van de dam. Het werd het meest bekende nummer van de Friezen. Daarna zouden er naast het Nederlandstalige repertoire nog vele Friese composities volgen. Het verhaal is bekend en staat nog eens dunnetjes overgeschreven in dit boek van Harry de Jong. De speelse tekst wordt nog verlevendigd door talloze foto’s van optredens en groepsportretten uit eigen archief. We zien de jongens in beeld opgroeien en in hun rol als bekende Nederlander vallen. En natuurlijk is voor de liefhebbers een uitgebreide discografie aan de biografie toegevoegd. Want daar draait het natuurlijk allemaal om: de muziek.

    Op eigen kracht, 30 jaar De Kast. Tekst Harry de Jong. Uitgeverij Louise, 2023.

  • Reizend in het leven op zoek naar de zin

    Na het lezen van de kroniek van een levensreis, de biografie van het muzikale duo Elly en Rikkert, is het alsof ik bij hen op de bank zit en me warm aan het gezellig knisperend haardvuur. Ouwe jongens krentenbrood, zoiets. Het is een fijn boek dat doen en laten van het echtpaar, dat zonder achternaam als BN’ers door het leven kan, tot in detail belicht zonder het overhoop te halen. Schrijver Herman Veenhof is kind aan huis in de Drentse woonboerderij, waardoor hij zo kan schrijven dat ik mij bij het lezen meer dan thuis en me welkom in hun leven voel. Door de lange gesprekken kan hij breedvoerige hoofdstukken opstellen en is het boek daardoor een dikke pocket geworden. De bijbel van Zuiderveld. Ter leering ende vermaeck, want Elly en Rikkert verenigen nog altijd het nuttige met het aangename. Het kan de lezer tot voorbeeld zijn. Hoewel zij zichzelf die voorbeeldfunctie niet zullen aanmatigen, bescheiden als ze zijn.

    Niet over één nacht ijs gegaan

    Journalist Veenhof laat Elly en Rikkert veel zelf aan het woord, zodat de informatie letterlijk uit de eerste hand komt. Zo is het een verhaal van henzelf, waarin ze niet enkel de grote lijnen vertellen. Ook komen anekdotes en de kleine ervaringen ruim aan bod. Zo opent Veenhof deuren die normaal gesproken gesloten blijven. Als reporter gaart hij nieuws bijeen, geeft verslag van dagelijkse dingen, maar voor dit boek is Veenhof dieper gedoken en met deze geschiedschrijving van dit illustere duo boven komen drijven. Het maakt hem dan ook tot historicus die niet over één nacht ijs is gegaan.

    Voor de buitenwereld is het bijzonder wanneer de twee zich tot het geloof bekeren. Dat wapenfeit blijft daarna altijd aan hen kleven. Het is dan alsof ze een steen in de muziekvijver gooien. Het gaf veel rimpeling en ongemak. Dat ze plots in de Heer waren gaf rumoer onder de fans. Volgelingen haakten teleurgesteld af en een nieuwe schare belangstellenden vulde de zalen. Voor Elly en Rikkert was de ware omslag wel als een donderslag, maar de smalle weg er naartoe werd al langer bewandeld. Het geloof speelt altijd al wel in de achtergrond mee. Het is eigenlijk een rode draad door hun beider levens, die midden jaren 70 van de vorige eeuw strak wordt aangetrokken en een kleine 10 jaar later weer wat losser komt te zitten.

    Elly en Rikkert, Herman Veenhof, levensreis, biografie

    Schare trouwe aanhangers

    Het is dan ook geen letterlijke bekering; ze zetten de puntjes op de i, plaatsen een uitroepteken. Hebben nog wel vragen maar weten de antwoorden te vinden. Het geloof is hun wezen en hun doel. Alles in allen. Voor die anderen hebben ze zich verkocht aan met name de EO, maar niets is minder waar. Na hun bekering worden ze wel enigszins ernstig evangeliserend, strak in de leer, is er tijdens optredens meer gesproken woord dan gezongen taal. Er moeten immers zieltjes gewonnen worden, hun omkeer moet uitgedragen. Dat past dan naadloos in de doelstelling van de omroep in die tijd. Ze krijgen een schare trouwe aanhangers, die na een aantal jaren niet goed meer weten wat ze met hen aan moeten wanneer ze zich weer meer gaan richten op de seculiere muziekomgeving. Dus eerst zijn het de demonstranten die afhaken en later de protestanten die hen min of meer afwijzen. Maar Elly en Rikkert blijven onder alle omstandigheden vooral zichzelf, de eigen dingen doen.

    Staan zij dus in de lande bekend als het christelijke duo dat grossiert in tekst en muziek, er is nog een leven voordat de bekering plaats vindt. Het boek beschrijft de familie, ouders en voorouders. De omzwerving langs school, kerk en kroeg. Ze zijn twintigers wanneer de bloemenkinderen pais en vree verkondigen. Wanneer de maatschappij in felle teksten wordt aangeklaagd. Dat hippiebloed is altijd door hun aderen blijven stromen. En ook de filosofie van de tegencultuur blijven ze aanhangen. Zelfs toen ze in de Heer raakten, want Jezus was toch de eerste meliorist. Ze stellen nog altijd hun huis open voor iedereen. Zij het dat dit wel op een minder grote schaal wordt gedaan dan vroeger, toen hun samenleven het aanzicht van een commune dreigde aan te nemen.

    Scherp van tong, lieve woorden

    Ieder hoofdstuk van de kroniek heeft een ondertitel, een puntdicht dat uit de koker van Rikkert lijkt te komen. Het slaat de spijker op de kop en omschrijft in een enkele zin de strekking van het daarop volgende verhaal. In die enkele woorden blijkt al de kracht van de teksten die uit Zuiderveld’s pen vloeien. In zijn liedteksten en gedichten is hij ook een ware woordkunstenaar, waar Elly in deze niet onder doet voor haar partner. Hoewel zij minder een poëet is en meer de tekstdichter. Is Rikkert scherp van tong, Elly zoekt lieve woorden. Zij wil vooral kinderen aanspreken om hen de blijde boodschap toe te zingen. Maar ook volwassenen spreekt ze aan, troostend, hopend. De verzen zijn eenvoudig en gemakkelijk mee te zingen, maar zetten het verhaal wel duidelijk neer.

    Elly en Rikkert, Herman Veenhof, levensreis, biografie

    Met belangstelling lees ik hoe het duo eerst solo op de bus stapt om de levensreis te beginnen. En op welke manier de lijnen dan op een gegeven moment elkaar kruisen en ze samen de trein nemen naar een ander land. Zo zijn ze nu al meer dan 50 jaar onderweg op zoek naar de zin van het leven, en niet kapot te krijgen. Zij het dat Rikkert het grote podium heeft verlaten en zich thuis fanatiek zet aan het schrijven, terwijl Elly nog vooral kinderprogramma’s maakt, kookboeken schrijft en sporadisch voor publiek optreedt. Nog altijd hebben ze een groot hart voor vrienden en omgeving, dat is hen met de paplepel in gegeven en valt er niet uit te branden.

    Zichzelf gebleven

    Om het verhaal rond te krijgen worden meerdere bij het duo betrokken mensen aan het woord gelaten. Zo spreekt Veenhof onder meer met de kinderen en met muziekcollega’s. In alle getuigenissen klinkt door dat het een prachtig stel is, ze schatten van mensen zijn die trouw bleven en blijven aan wie ze zijn en waar ze voor staan. “Ze zijn altijd zichzelf gebleven, trekken zich niets aan van wat anderen zeggen of vinden. Ze doen wat ze vinden dat ze moeten doen.” En wat ze vinden en doen wordt breed uitgemeten in de kroniek van een levensreis. Dat is de essentie van hun bestaan. Naar de letter zijn ze een voorbeeld van hoe een christenmens in het leven zou moeten staan. Gedienstig en hulpvaardig, liefdevol en vergevingsgezind. Met wijd open armen zoals hun voorbeeld Jezus is. Maar ze laten zich als blije en vrije mensen niet onder het tapijt vegen. Zijn kritisch wanneer dat in hun ogen nodig is en de tempel eens weer gereinigd dient te worden. Zo blijft Rikkert in woord en gebaar de protestzanger en spreekt Elly scherpzinnig kinderen en ouders aan.

    Elly en Rikkert, Herman Veenhof, levensreis, biografie

    We zingen over wat wij zien in de maatschappij. We spitten onderwerpen niet uit om het onderwerp, uiteindelijk blijft het evangelie onze drijfveer. Wij willen het christelijke wereldje rondom het geloof ontmaskeren.” Hoewel het altijd op de achtergrond meespeelt willen Elly en Rikkert niet altijd over het geloof praten. In de loop van hun carrière zijn de teksten en is de muziek directer geworden, meer van de tijd waarin ze op dat moment acteren. “Het moet ook amusementswaarde hebben, alleen verkondigen gaat niet.” Eeuwigheidswaarde heeft het zeker, want tekst en muziek spreekt door generaties heen een breed publiek aan, ook buiten geloofsgemeenschappen. De verzen zijn eerlijk en oprecht, maar daarin wordt wel geschreven waar het op staat. Dat blijft hangen, dat is bestendig en houdt stand.

    Geen reisgids

    Herman Veenhof volgt het spoor op deze levensreis, die nog niet het eindstation heeft bereikt. Maar hij kijkt al wel uit naar de erfenis, wat het duo nalaat aan ideologie. Zullen er mensen zijn die het stokje overnemen en de gedachten en overdenkingen verder zullen dragen. Het boek kortom heeft twee niveaus. Het eerste is een levensverhaal van twee mensen, zo verantwoordt Veenhof zijn uitgave. Een duo, maar ook los verkrijgbaar. De tweede laag kent drie trefwoorden: continuüm, raakvlak en ontschotting. De schrijver legt deze levensfilosofie uit in zijn voorlaatste hoofdstuk “de muren van Jericho”: als je graag een brug wil zijn tussen mensen, moet je eraan wennen dat er over je heen gelopen wordt.

    Het boek sluit af met het oeuvre van Elly en Rikkert, de nalatenschap. Dat betreft een groot aantal platen en cd’s, publicaties en boeken, voorstellingen en projecten. En uit de bron blijven gedachten ontspringen die een expressie krijgen in woord en klank. Zolang er leven is is er hoop, dat met enthousiasme wordt uitgedragen. Het boek is geen reisgids, maar wel een brochure over hoe het leven geleefd zou moeten worden. Als we dat allemaal eens zouden doen. Toch?

    Elly & Rikkert, kroniek van een levensreis. Herman Veenhof. Uitgeverij Ark Media, 2022.

    Elly en Rikkert, Herman Veenhof, levensreis, biografie
  • Weten dat de woorden op zijn mooist klinken wanneer Freek ze zelf leest

    Memoires, ironisch bedoelt zonder een grap te willen zijn. De herinneringen in het boek “Kom verder!” zijn feiten en verzinsels losjes gecombineerd tot een geschiedkundig onzuivere vertelling. Door overlevering verkregen en uit het geheugen opgediept. Dat er hiaten zitten en dat deze opgevuld moeten worden, daar is de schrijver zich van bewust. Maar hij kan dat naar eer en geweten doen, want hij is Freek de Jonge en mag weleens een scheve schaats rijden. Het zij hem vergeven en het maakt het geschrevene alleen maar meer lezenswaardig. Zijn schrijftrant is even levendig vaak en dubbelzinnig soms als zijn  shows op het podium.

    Kom verder!” is de biografie van een familie, een familiegeschiedenis die volgens Freek feitelijk begint bij de Hervorming – de kerkelijke omslag. In het boek vangt het verhaal zo’n beetje aan bij de wonderbaarlijke vingerwijzing Gods, een duiding welke richting het leven van Freeks grootvader Willem op zou moeten gaan. Hij wordt door de grote baas zelf geroepen, op een onbeduidend hek in het veld waar hij de koeien hoedt. Hoe symbolisch, de brandende braamstruik is ingeruild voor een zonnesteek op een onbedekt hoofd.

    Bloed, zweet en tranen

    Wie denkt dat “Kom verder!” een boek is vol cynisme, zoals de schrijver overladen is met humor en dit zijn leven lang op de planken brengt, komt van een koude kermis thuis. De Jonge rekent niet af met het verleden voor zijn geboorte. Zet zich niet af van zijn familie, maar verheft zijn vader tot held van het verhaal. Willem is voor het heil geroepen en Andries zal dit ten uitvoer brengen. De familie is in mannelijke lijn en door de geslachten heen een familie van evangelisten en predikanten. Andries, de vader van Freek, is voorbestemd het woord vanaf de kansel te verkondigen. Hoe hij van kleine jongen tot grote man zover komt, met alle vreugde en smart – het vele bloed, zweet en tranen – daarover gaat het verhaal.

    Het verhaal van vader. Een vertelling vol religieuze invallen die de kerkgeschiedenis aanstippen. Ook de historie van de Nederlanders als natie hebben een aandeel. Maar het is vooral de geschiedschrijving van een familie, die midden in het leven staat en een levenslot met God heeft. De roeping, de opdracht het verhaal van barmhartigheid te verspreiden. De goede zaak onder de mensen kenbaar te maken. Het zijn geen heiligen, hoewel Freek gaandeweg het boek zijn vader wel op een voetstuk zet waar hij meerdere keren dreigt vanaf te vallen.

    Freek de Jonge

    Het zijn gewone mensen, die met vallen en opstaan het leven trotseren. Niets menselijks is hen vreemd. De twijfel slaat regelmatig toe, omdat theoretische en praktische verleidingen op de loer liggen om hen af te leiden van het smalle pad naar de brede weg. De duivel als guerrillastrijder kan zo uit de bosjes springen en in de aanval gaan. Maar het geloof houdt stand. De kudde van dorpse gelovigen reageert niet meewarig wanneer de vrouw van de dominee al maanden zwanger blijkt te zijn bij het ja-woord aan het altaar. Vader gaat bij de deuren langs om daarvoor zijn schuld te betuigen, maar de plattelanders reageren gelaten. Niets menselijks schijnt hem vreemd.

    Dagboeken

    Het verhaal start dus met die roeping. Daarna lees ik de gangen van de jongen en later de man die in het boek vader wordt genoemd. In het eerste hoofdstuk schept dat nog verwarring, want de vader van de vader is ook vader. Wie is nu wie. Gaandeweg wordt dit duidelijk en ook na nog eens opnieuw het begin begonnen te zijn. Bij de eerste lezing scheen ik nog niet klaar voor dit verhaal, ik was er nog niet aan toe en verzandde in dat eerste deel. Zojuist had ik namelijk de dagboeken van Bram Vermeulen gelezen en beschreven. De twee cabaretiers gaan toch de toekomst in als een duo. Wie Bram zegt neemt Freek in één adem mee. En Freek duikt meerdere malen als negatieve zender maar zeker ook als positieve kracht op in die dagboeken. Dat gevoel hing en die smaak bleef na, dus liep ik vooralsnog vast in de memoires van Freek en legde het boek een aantal maanden ter zijde. Maar toen de geest er dan was, ik me door het boek geroepen wist openbaarde zich het mysterie van Freek de Jonge.

    Bram Vermeulen

    Andries de Jonge is een denker, op het filosofische af bijna. De lezer, ik, ga mee in de dagdromen, overpeinzingen en mijmeringen. Als jongen de zaken die een jeugdig persoon zoal bezig houden. Als man de gedachten over, in het geval van deze dominee, het ambt, het geloof en de religie, God. “Zijn gepieker neigde naar het obsessieve. (…) Naar hoe Gods ogen alles zagen bleef het gissen. Had Hij wel ogen? Als je alles ziet schieten ogen vermoedelijk tekort.” En hoe zal hij de Waarheid verkondigen. “Wat verwachten de mensen van mij? Wat wil ik van die mensen? Wat verwacht ik van God? Wat wil ik van het leven? Wat heb ik te bieden?” Vragen die in het boek een zeker antwoord krijgen, door de aandachtige lezer op te merken.

    Mythologisering van een leven

    Het is een handig format, een toegepaste opzet voor een fantast als deze Freek. Gedachten die op zijn gegaan in de nevel van het verleden, kunnen naar believen met eigen mijmeringen worden ingevuld. De leemtes in het verhaal worden aldus fantastisch opgevuld. De gedachten van de schrijver worden de overpeinzingen van zijn hoofdpersoon. Hij legt het hem in de mond. Want wie zal de waarheid achterhalen. Wie zal weten wat echt is en wat niet. Welke de gedachten van de vader zijn of dat het de filosofie is van de zoon. Maar wat geeft het. Want het gen van de verbeelding ging natuurlijk over van vader op zoon. Wat de zoon denkt zou heel goed uit de gedachten van de vader kunnen zijn gekomen. De non-fictie wordt ingevuld met fictie. De werkelijkheid met fantasie. Want wie denkt dat Columbus Amerika ontdekt heeft? “Amerika hoefde niet ontdekt te worden. Het lag er allang en had ook al een naam.” Dat is dan de mijmering van de aardrijkskundeleraar. Zo draaien de herinneringen om elkaar in kruissteek zodat er uiteindelijk een lappendeken ontstaat, een souvenir van waarheid en fantasie. Van zus was het en zo had het gebeurd kunnen zijn. De mythologisering van een leven.

    Freek de Jonge, Heidenskip

    Ook kan ik als lezend schrijver meegaan in de gedachten, want “wanneer worden letters woorden? Wanneer woorden zinnen? Hoe ontstaat uit een paar zinnen een verhaal? Wat geeft het een betekenis waardoor het verteld blijft worden? Na hoeveel keer vertellen wordt een betekenis de moraal?” Mijmeringen die ik één-op-één kan overnemen, kan nazeggen. Dus naast dat het een geanimeerde vertelling is, legt het ook vingers op wonden bij wijze van spreken. Vooral de religieus onderlegde mens wordt er in aangesproken. Al de anderen krijgen een goede inkijk in het leven met de Bijbel in de hand. Freek blijkt evenzeer de predikant die zijn vader was. Het zit in het DNA.

    Diepen dalen en pure wanhoop

    Het is geen luchtig boek, hoewel het ook niet zwaar op de hand is. Freek gaat niet vluchtig over de zaak heen, hij beschrijft het avontuur van zijn vader niet met een korrel zout. Wel is zijn schrijftrant kruidig en beschrijvend. Het zal zo een script zijn voor een dramatische film. Het is niet enkel zijn geschiedenis, maar veel meer het verhaal voordat Freek als Freetje (Frederik Jan Georg) in 1944 het levenslicht ziet. De roeping van grootvader, het dilemma van vader om wel of geen dominee te worden. Het wordt allemaal diepzinnig en gedetailleerd uit de doeken gedaan en voor het voetlicht gebracht. Als het ware zit ik op de voorste rij en kan zomaar mikpunt worden van schrijvers’ zelfspot. Diepe dalen en pure wanhoop treffen het gezin, naast hoge toppen en vrolijke momenten. “Hem overkwam het diepste verdriet dat een man kan treffen, machteloos toezien dat de vrouw die hij liefheeft haar pas gebaarde kinderen verliest.

    Freek de Jonge

    De geschiedenis herhaalt zich, keer op keer. Het klinkt door in “Kom verder!”, het eerste deel van het kwartet memoires van Freek de Jonge. Een verteller pur sang. Een memoralist van het zuiverste water. Een moralist? Dat maakt de lezer uit. Een geschiedschrijver die niet enkel afgaat op zijn eigen herinneringen en die van zijn naasten, maar zeker ook de literatuur die de teruggehaalde tijd beschrijft openslaat en nagaat. Zijn vingers glijden langs de woorden en zetten zinnen vast in zijn hoofd, om er dit verhaal van te maken. Op zijn website zijn deze bronnen aangegeven. Op die freekdejonge.nl staan meerdere wetenswaardigheden die het boek tot standaardwerk maken. Op de site leest hij zijn boek zelf voor. De woorden klinken niet als holle vaten, want Freek weet en beseft waar hij het over heeft. “Kom verder!” eindigt dan in de liedtekst van het emotionele ‘de stem van vader’. Een lied, psalm welhaast – voor de koorleider, waarin hij zijn vader bezingt als dat jongetje op zondagmiddag die verliefd is op de stem van vader. “Kom verder!” is ook een boek om verliefd op te worden. In de ban van de ernstige en vrolijke toon. De verhalen stemmen tot nadenken, maar lezen als een avonturenroman.

    Kom verder! Memoires 1. Freek de Jonge. De Roje Hel bv. / Atlas Contact, 2021.

    Freek de Jonge, Atlas Contact, biografie
  • De adem van Jeanne Bieruma Oosting

    Heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is geen bezigheid, geen bedrevenheid – het is een bezetenheid. Je bent er altijd mee bezig, verveelt je nooit, het is mijn adem.” Met deze uitspraak in een interview omschrijft kunstenaar Jeanne Bieruma Oosting haar wezen, haar zijn, de bedoeling vaan haar leven. Biertje, voor intimi, was een heel leven lang verliefd op de kunst en vooral verzot op het maken daarvan. Ze was er bij wijze van spreken mee getrouwd. Want in haar denken was het niet mogelijk in het leven twee heren te dienen. Niet dat ze nooit een liefdesleven heeft gehad, maar de kunst kwam altijd op de eerste plaats. Ze heeft diverse relaties doorlopen, met zowel mannen als met vrouwen. Of dat romances waren of enkel een innige vriendschap betrof is niet helemaal duidelijk.

    Jeanne hield van contacten met mensen. Werken in en met de kunst maakt je eenzaam, zo alleen onderweg om inspiratie op te doen en het uitwerken in het atelier, dus het groepsgevoel – het zijn met anderen om het erover te hebben – blijft dierbaar. Gedurende negentig werkbare jaren bouwde Bieruma Oosting een immens oeuvre op aan schilderijen, tekeningen en grafiek. In de zes jonge jaren daarvoor zal zij weleens een kindertekening hebben gemaakt, maar dit terzijde.

    Vrouwelijke kunst

    Als kunstenaar en zeker ook als mens voer zij tegen de stroom in. De stroom van hoe het leven zou moeten zijn volgens de grootste gemene deler. Een vrouw hoorde namelijk in de eerste helft van de vorige eeuw niet achter een ezel, dat was de algemene gedachte toen nog. En zelfs na de tweede wereldoorlog kreeg haar werk maar al te vaak het stempel van ‘vrouwelijke kunst’. Ze werd in het begin van meerdere kanten tegen gewerkt, maar zette onverwijld door en breidde haar oeuvre allengs uit. Ze was tenslotte geboren met dit talent en wilde daar koste wat kost gestalte aan geven. Vooral haar vader en in mindere mate haar moeder gaven haar weinig steun. Haar ouders zagen een andere toekomst voor hun dochter: trouwen en kinderen krijgen.

    Jolande Withuis, Jeanne Bieruma Oosting, biografie

    Jeanne was kind van een voorname familie, waarbij de dagelijkse arbeid uit handen werd genomen door huisknechten en hofdames. Ze verbleef veel en vaak in de buitenhuizen en op de landgoederen. In Friesland was dat bijvoorbeeld Lauswolt in Beetsterzwaag en Oranjestein in Oranjewoud. Ze heeft daar veel getekend en geschilderd. Wamt ondanks dat haar bedje gespreid leek gaf ze zich over aan een in aanloop armoedige carrière in de kunst. Tot op hoge leeftijd bleef ze werken onder het motto ‘geen tijd verliezen’. Vooral in de tweede helft van haar leven kreeg ze naam als kunstenaar. Hoewel haar kunst in vergelijking met de stromingen die in deze tijd opgang deden, zoals CoBrA en de abstracte kunst, nogal oubollig en achterhaald aandeed: een stroming die zichzelf buitengesloten voelde. Desondanks bleef ze deze beweging waarin ze zich het best thuis voelde trouw. En werd vooral om haar standvastigheid en doorzettingsvermogen tijdens haar leven ruim gewaardeerd. Ook al omdat ze ondanks haar hoge leeftijd jong van geest was, waardoor zij een jongere generatie kunstenaars aansprak.

    Jolande Withuis, Jeanne Bieruma Oosting, biografie

    Tante met talent

    Het leven en werken van Jeanne Bieruma Oosting is in een biografie opgetekend door Jolande Withuis. Daarin is het alsof ik als lezer meekijk over de schouder van deze ‘tante met talent’, de latere ‘grande dame’ van de kunst. Dat ik haar op de hielen zit als een paparazzo, hongerend naar nieuwtjes en feitjes. Want ik wist voordat ik het boek las weinig van deze kunstenaar. Ooit heb ik de opening in 1998 van een tentoonstelling in de Oranjerie van het buiten in Oranjewoud beschreven. Deze was georganiseerd door de familie bij de 100e geboortedag van mevrouw Oosting. De eerste van de twee achternamen liet ze zelf meestal weg om meer gewoon over te komen. Het artikel dat ik toen voor de plaatselijke krant schreef liet ik beginnen met een uitspraak die van Jeanne had kunnen zijn: “ziezo, nu ben ik zeker een carnavalskraker geworden”. Maar verder dan wat beschreven stond in de uitgave die bij deze tentoonstelling verscheen ben ik in kennis van haar levensgeschiedenis als mens en kunstenaar niet gekomen.

    Mijn artikel lees ik er nog eens op na en zie dat Jeanne Bieruma Oosting toen werd omschreven als “vitale en sterke persoonlijkheid, zeer geïnteresseerd in de familie. Ze was warm en hartelijk, bij de tijd en we merkten niets van enige artistieke poeha. (…) Ze trouwde met de kunst en had zeker geen onvruchtbaar leven. Ze heeft in de kunst vele kinderen verwekt.” Deze woorden tekende ik op uit de monden van een lid van de familie en de voorzitter van de Jeanne Oosting Stichting tijdens ieders inleiding. De stichting was door de kunstenaar zelf in het leven geroepen om jonge kunstenaars in de figuratieve stijl te stimuleren.

    Jolande Withuis

    Schrijfster en sociologe Withuis is zo diepgaand in het wezen Jeanne Bieruma Oosting gedoken dat haar beschrijving wel volkomen moet zijn. Een afgerond leven in ruim 400 bladzijden. Zodat er vrijwel geen geheimen meer opduiken, geen roddels meer gezegd en gezwegen kunnen worden en er nergens nog loshangende draadjes zijn. De biografe is niet over één nacht ijs gegaan en heeft alle archieven en literatuur, die over dit onderwerp voorhanden was en kon worden gevonden, doorgenomen om mij een compleet verhaal van het leven van deze enigszins vergeten Nederlandse kunstenaar te geven. Stapels brieven en verstuurde kaarten zijn bewaard gebleven, want in een periode nog zonder computer en met minder gebruik van de telefoon is een geschreven correspondentie noodzaak om contact te houden. Jeanne was een fanatiek briefschrijver en bewaarde de epistels zorgvuldig. Daardoor kan een puzzel van haar leven uitgelegd worden, waarvan vrijwel geen enkel stukje is kwijt geraakt. Voor Jolande Withuis gingen veel kasten, dozen en boeken open. Drie jaar lang mocht ze schatgraven om het leven van deze vrijgevochten kunstenaar naar boven te halen. Van iedereen kreeg ze volledige medewerking bij haar documentatie. De vele noten, bronnen en de bilbiografie achterin de uitgave bewijzen deze grondige bestudering. Zo is er welhaast een dagboek ontstaan, zo gedetailleerd is het leven van deze Bieruma Oosting op papier gezet.

    Jolande Withuis, Jeanne Bieruma Oosting, biografie

    Door de biografie leer ik de mens achter de kunst kennen. Maar leer ik ook haar kunst beter kennen. Het hoe en waarom. Wie ze was en waardoor ze zo geworden is. Haar jonge jaren die ze in weelde doorbracht, omdat de familie vermogend was. De tegenwerking om haar leven te leiden zoals zij dat wilde. Het slechte contact met vader, die haar het leven zuur maakte. Maar ook moeder en zus. En de broer die zwak van geest en gestel was en naar de wet van de adel leefde als god in Frankrijk. Jeanne was daar wars van. Ze probeerde zich te ontworstelen aan dat milieu. Haar dierbare contacten zaten daarom in de kunstwereld, tussen schilders, beeldhouwers, dichters en schrijvers. Daarmee kon ze communiceren. Haar ‘eigen’ mensen spraken nauwelijks waardering uit en dat heeft haar een leven lang dwars gezeten. Na de zelf gekozen dood van haar vader veranderde de sfeer tussen Jeanne en haar moeder echter wel. De kinderen en kleinkinderen van haar zus hadden haar warme belangstelling, voornamelijk vanwege het feit dat ze zelf geen kinderen had.

    Gelijke rechten

    Op hoge leeftijd echode de afkomst en de weerstand in haar doen en laten door. Ze was er niet klaar mee, ondanks omzwervingen in leven en werken, de ontmoetingen met gelijkgestemden, de erkenning van kunstkenners en publiek voor haar werk. De strijd bleef knagen en scheen voor haar verloren te zijn. Maar niets bleek minder waar, want Jeanne Bieruma Oosting heeft veel en goed werk nagelaten. Dat werk komt nu weer volop in de belangstelling, nadat het decennia lang vrijwel ongezien is gebleven. Tijdens haar leven stond haar kunst en naam hoog aangeschreven, maar na haar dood ebde deze belangstelling voor haar werk echter weg. 

    Naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Jolande Withuis zal het werk van Jeanne Bieruma Oosting op diverse plekken in het land worden tentoongesteld. Onder meer in Museum Belvédère, Gemeentemuseum Maassluis en Museum Staal Almen. Met de biografische uitgave “Geen tijd verliezen” kan ik opnieuw kennis maken met de mens als kunstenaar. En in de op handen zijnde tentoonstellingen in het kader van “de zomer van Jeanne” met de kunst van deze mens. Het boek is een aanrader, doordat het een afgerond leven beschrijft. Maar ook doordat de relaties aan de zijlijn een gedegen omschrijving krijgen. Interessant is ook de inzage die gegeven wordt in het leven in de zogenoemde adelstand, althans het doen en laten van de voorname families in het begin van de twintigste eeuw. De strijd van de vrouw om gelijke rechten wordt ook aangestipt. Derhalve is de uitgave niet enkel een levensroman, maar ook een geschiedenisboek. Een echte topper, vijf sterren wat mij betreft.

    Geen tijd verliezen, Jeanne Bieruma Oosting, 1898-1994. Jolande Withuis. De Bezige Bij, 2e druk 2021.

    Jolande Withuis, Jeanne Bieruma Oosting, biografie
  • Cuby het boegbeeld van de Blizzards:

    ooit zal iemand het weten

    Drenthe. Een contemplatief stukje Nederland. Voor rustzoekers. Voor mensen die kalmte willen. Je ontmoet er het verleden, dat kan. In uitgestrekte heidevelden en donker begroeide bossen. Met hier en daar op bijzondere plekken een hoop geordende stenen. Het Drents heideschaap begraast er de velden om het geen weiland te laten worden. Het is de provincie waar de tijd lijkt stil te staan of in elk geval minder snel vooruit gaat. Een langzame provincie als in slow cinema – minimalistisch, observerend met weinig of geen verhaal. Zo schijnt het voor de snelle kijker in de auto, niet voor niets wordt de provincie doorkruist met kilometerslange fietspaden. Het is langzaam kijken, kalm overzien, want Drenthe heeft wel zeker een rijke schakering in uitzicht en veel verhalende geschiedenis. De historie kun je er als het ware bewandelen – over heuvelruggen, door bossen, langs beekdalen. In deze relatief kalme stilte kan de eenzaamheid tot nieuwe inzichten leiden. De mogelijk toch beklemmende toestand van rust gemengd met de afwezigheid van een bepaald sociaal contact zette namelijk aan tot een muziekstroming die voor de provincie Drenthe ongekend leek.

    Melancholische tonen

    In het gehucht Grolloo ontstond in de jaren 60 van de vorige eeuw het gerucht, dat blanke blues genoemd is. Geen slavenmuziek, geen gospel, maar een lied om een verdriet te bezingen. In het dorp ontstaat op de onverwarmde deel van een oude boerderij de voor Hollandse kenners bijzondere muziek. Met muzikanten in een homogene groep met eenzelfde doel: de witte blues naar een hoger peil brengen. Zich uitwerkend boven rhythm-and-blues en rock-‘n-roll. Drenthe lijkt niet de meest geschikte provincie om van daaruit de wereld te bestormen, want wat kan er komen van de hei, van tussen de hunebedden. Maar is toch de omgeving waar melancholische tonen zich zaaien, groeien en tot bloei komen. De eenvoudige muziek past bij de eenvoud van het Drentse leven.

    Cuby, Blizzards, Drenthe

    In de teksten verliest de heide evenwel de paarse kleur, de overdadige bloei. De velden worden dof, de herfst is aanstaande. De thematiek is van neerslachtige aard, ontstaan uit en door negatieve gebeurtenissen. Het zingen en spelen van de blues geeft troost voor zich opstapelende problemen. Het doet vergeten. Maar het had natuurlijk overal kunnen ontstaan. De natuurlijke provincie Drenthe staat niet karakteristiek voor de blues. Den Haag is als stad meer mistroostig. Maar de Earring en andere Haagse groepen bezongen de liefde liever in pop en rock. Cuby and the Blizzards vonden het uit voor de provincie, voor de harde werkers op het veld. Blues zal minder passen op wegen en in stegen, waar de straatmuziek de kalmte en de rust overstemt.

    Zeven vette jaren

    Het lijkt vele jaren achtereen dat C+B een stempel drukte op de Nederlandse bluesscene, als er al sprake is van zo’n subcultuur op dat moment. De band uit Drenthe die tot ieders verbeelding is gaan spreken, doordat ze de sombere muziek met de vrolijke pop wisten te mengen en zo een eigen geluid ontdekten. Maar het waren slechts enkele jaren, hoogstens zeven vette jaren dat Harry Muskee en zijn band, Cuby en zijn Blizzards, in het middelpunt van de muziek en de belangstelling stonden. Eerst vanuit bestaande teksten en songs, later door eigen repertoire met standaardwerk dat nog doorklinkt in deze tijd. Klassieke werken, tijdloze composities.

    Cuby, Blizzards, Drenthe, Desolation

    Harry en zijn maten waren geen vrienden door dik en dun. De muziek hield hen maar ternauwernood bij elkaar. De groep muzikanten staat door populariteit onder druk. De harde kern Harry Muskee en Eelco Gelling zoeken naar de beste formatie en wisselen piano, bas en slagwerk regelmatig. De Blizzards lijkt een smeltkroes, een vat waarin de muzikaliteit opborrelt. Waaruit muzikanten van naam zich klaar stomen. Of van de muziek afhaken. En Harry, die liet het zich aanleunen. De nukkige Drent ging zijn eigen pad en nam in zijn kielzog diverse mensen mee.

    Ervaringsdeskundigen

    Het boek “Somebody will know someday”, genoemd naar een evergreen van de band, gaat vooral veel om en over frontman Harry Muskee. Schrijver Koert Broersma heeft in zijn omgeving en daarbuiten rond gevraagd en gesprekken gevoerd. Vrienden, familie, mensen die met hem speelden, muzikanten die vanuit de business hem oogluikend volgden, figuren die van alles voor hem regelden zodat hij voor publiek kon spelen. Ervaringsdeskundigen en getuigenissen uit de eerste hand.

    Cuby, Blizzards, Drenthe, Grollo

    Zoals geschreven dus vooral een boek over Cuby, Harry Muskee. Welhaast een biografie wanneer alle rode draadjes die door de gesprekken lopen aan elkaar worden geknoopt. En dan zijdelings gaan de verhalen ook wel over de band en de andere groepen die daarna werden geformeerd. De wederopstanding na jaren, de theatertour en het C+B-museum. Maar Muskee is het boegbeeld met een eigen portret in brons. De ongemakkelijke houding die Muskee aannam jegens de muziek en zijn omgeving klinkt in de interviews met vooral nauw betrokkenen steeds wel door. Zonder kwaad te spreken over de Drentse muzikant zat hij regelmatig de ruime bekendheid van de Blizzards en vooral zichzelf in de weg. De haat-liefdeverhouding met gitarist Eelco Gelling heeft geleid tot prachtige composities, maar ook tot een grote verwijdering tussen beide muzikanten nadat Gelling plotsklaps naar Golden Earring overstapt. De Earring ging wel naar de VS, waar C+B door toedoen van Muskee niet kwam. Tot over zijn graf kon Harry niet meer met Eelco door dezelfde deur, de laatste mocht niet op zijn begrafenis aanwezig zijn. Er lopen meer trieste verhalen door het leven van Harry Muskee. Het is dan ook niet zo bijzonder dat hij na de jazz en de stand-up bass koos voor de blues en de zangstem. Zijn levensverhaal is blues. Zijn muziekcarrière is blues.

    Witte blues

    Maar “Somebody will know someday” is geen triest boek. Het is wel een ode aan de man die een bijzondere groep startte in de – vanuit het westen gezien – arme provincie. Een epos van de band die een bijzondere plaats innam en nog inneemt in de Nederlandse popscene. De witte blues door hen vertolkt spreekt nog steeds tot de verbeelding. Het is daarom niet zo vreemd dat er een heus museum over het bestaan en de nalatenschap van de groep, en dan met name over hun voorman, is gekomen. Harry heeft de inrichting en opening zelf nog mogen meemaken kort voor zijn dood in 2011.

    Cuby, Blizzards, Drenthe, midnight blues

    Het boek beschrijft voorgronden die alom als bekend mogen worden beschouwd. Maar tevens de vele achtergronden die meestal achter gesloten deuren verborgen blijven. Het maakt de groepsbiografie tot een standaardwerk voor de liefhebber, maar ook voor de lezer die de ins en outs van deze unieke muziekgroep wil kennen. Niet alleen door de teksten, maar zeker ook aan de hand van de vele foto’s die uit archieven en privéverzamelingen naar voren zijn gekomen. Woord en beeld maken de cirkel rond, de beschrijving beeldend.

    Enkele getuigen overleden

    Koert Broersma, verbonden aan het C+B-museum in Muskee’s woonboerderij te Grolloo, had diepgaande gesprekken met deze en gene om een compleet beeld te kunnen beschrijven. Hij vond het noodzakelijk deze geschiedschrijving vast te leggen voordat meerdere betrokkenen er niet meer zouden zijn. Nu, na een aantal jaren, zijn al enkele van de getuigen overleden. De geïnterviewden gaven veel geheimen prijs, omdat deze belangrijk genoeg zijn om in dit kader geboekstaafd te zijn. Vooral de bandleden die alles van nabij meemaakten en aan de lijve ondervonden. Maar zeker de laatste liefde, die aan het eind van zijn leven nog met hem in het huwelijk trad, kon veel over leven en werk van Muskee prijsgeven.

    Cuby, Blizzards, Drenthe, appleknockers flophouse

    De eerste druk van “Somebody will know someday” dateert van 2014. Verschillende van de mensen die voor de tekst zijn ondervraagd zijn inmiddels overleden, dit wordt in een nieuwe druk aangegeven. Zo blijft het echter wel een levend boek. Ik las de derde druk, die is uitgebreid door een interview met Johan Derksen. Hij liep een halve eeuw lang met Cuby en de verschillende Blizzards mee. Ook hij kon dus een boekje open doen en over diverse voorvallen en ervaringen vertellen. De aangehaalde persoonlijke gebeurtenissen maken de teksten tot een leesbaar boek.

    De verhalen boeien, vooral om het luchtig beschreven reilen en zeilen van een popband met de ups en downs in hun bestaan. Het geeft een interessante inkijk achter de schermen. Voor tijdgenoten in het bijzonder, maar voor latere generaties zeker. Het heeft een meerwaarde doordat Broersma zoveel ingewijden en deskundigen, autoriteiten op dit gebied, heeft uitgehoord. Zo geeft het een compleet beeld voor de liefhebber van deze muziek, de fan van de band en de lezer die geïnteresseerd is in het levensverhaal van deze bijzondere Drent. Want we kunnen het Cuby zelf niet meer vragen. Maar zijn muziek klinkt door tot in de eenentwintigste eeuw en verder. Ooit zal iedereen het weten.

    “Somebody will know someday”, herinneringen aan Cuby & the Blizzards, Koert Broersma. Uitgave Koninklijke van Gorcum, 3e druk, 2021.

    Cuby, Blizzards, Drenthe, Koninklijke van Gorcum
  • Aan tafel bij de familie Mankes, een biografie

    Jan Mankes was een zeer gevoelig en een zeer persoonlijk kunstenaar, die de dingen aanschouwde met een open klaren blik, en die bij de groote waarde die hij hechtte aan vorm, aan kleur, aan stofuitdrukking, toch een geestelijk element in zijn werk wist te leggen, waardoor het boven de uiterlijke schoonheid ons de stille ontroering gaf die slechts van een waarachtig kunstwerk kan uitgaan”, schreef beeldend kunstenaar Reinier de Vries in een essay daags na het overlijden van de schilder. Bij leven kreeg Mankes al positieve waardering voor zijn werk, maar in de dood werd hij als het ware de hemel in geprezen.

    Gedachten en gedichten

    Auteur Rémon van Gemeren maakte een gedegen levensbeschrijving, een goed onderbouwde biografie. Maar ook een vertelling in historisch perspectief, want niet alleen wordt de kunst van Jan Mankes besproken ook wordt de tijd van toen en worden de mensen en kunstenaars in zijn omgeving breedvoerig belicht. Vooral is er veel kennis door de portretten die Annie Zernike na het overlijden van haar man Jan Mankes over hem heeft geschreven. Die mijmeringen zijn wel enigszins gekleurd, maar haar liefdevolle herinneringen geven desondanks een bijzondere inkijk in leven en werk van deze bijzondere schilder en tekenaar. Ook de geraadpleegde literatuur, waarin anderen schrijven over met name Mankes’ werk, dragen veel materiaal aan voor dit boek. En dan zijn er nog de brieven die Jan Mankes schreef en de map met zijn dagboekaantekeningen, levenswijsheden en notities, gedachten en gedichten. Daarnaast de recensies van tentoonstellingen en kritieken op zijn schilderijen en grafiek, het heeft allemaal vruchtbare grond gegeven om de uitgave ”Jan Mankes, schilder van tederheid” op te zaaien en te doen groeien en bloeien.

    Van meerdere kanten krijgt de lezer inzicht in het leven en tot het werk van deze kunstenaar. Voor velen denkbaar een onbekende wetenschap, omdat de inhoud van diverse geschriften voor het grote publiek verborgen zijn gebleven. Rémon van Gemeren is niet over één nacht ijs gegaan om Jan Mankes uit de vergetelheid te houden, hoewel zijn werken ruimschoots in de belangstelling staan. Terwijl Van Gemeren de kunst van Jan Mankes pas onlangs, in 2016, heeft leren kennen en waarderen. Het heeft hem niet belet om een uitvoerige beschrijving te maken. De inleiding begint met deze ontboezeming: “Wat mij het meest aanspreekt in Jan Mankes, is de bezieling waarmee hij leefde in de luwte van de samenleving.” Met dit boek haalt hij de schilder uit deze luwte. De uitgave leest als een roman. Er is veel tekst en enkele, in mijn exemplaar slecht afgedrukte, schilderijen en tekeningen. Maar de woorden zijn dermate informatief en onderhoudend, dat het prettig lezen is. Vooral door de afwisseling van citaten van onder meer Jan Mankes zelf en Annie Zernike.

    De aangehaalde brieven geven een goed idee van de mens Jan Mankes. Met dat schrijven laat de kunstenaar veel van zichzelf, zijn gedachten en overpeinzingen zien. De mens daardoor te kennen, verbreedt de kijk op zijn kunst. Vooral nadat hij kennis heeft gemaakt met zijn latere vrouw Annie weet hij zijn levenswijsheden duidelijkheid te geven. Jan wil zich meten met haar, de eerste vrouwelijke dominee en door studie uiterst belezen en vrijzinnig modern mens, en gaat mede op haar aanwijzen opbouwende literatuur doornemen. De eendere geesten komen op eenzelfde golflengte. Het vormt zijn kijk op de wereld en op de kunsten. Maar Mankes laat zich door welhaast niets en bijna niemand van de wijs brengen, hij blijft bij zijn eigen stijl van werken, door en tegen alle stromingen in die aan het begin van de twintigste eeuw over de kunsten waaien.

    Dieper dan een leven

    De biografie volgt Jan Mankes op zijn levensweg van Meppel naar Eerbeek, via Delft, Beneden Knijpe en Den Haag. De lezer zit door de gedetailleerde beschrijving van handel en wandel bij wijze van spreken nagenoeg wekelijks aan tafel bij de familie Mankes. We leren vader, moeder, kinderen en hulpen in de huishouding zowat persoonlijk kennen. En later wordt de prille liefde tussen Jan en Annie nauwkeurig gevolgd. Eerst de afwijzing, daarna een verlegen toenadering. De verloving, niet lang daarna het huwelijk en gezinsuitbreiding. Alle acties worden scherp gevolgd en beschreven als in een dagboek. Bij deze gedeelten in het boek zal ik mij best een voyeur kunnen weten. En dat is het meest interessante aan deze biografie – het gaat verder dan de kunsten, dieper dan een leven.

    Jan Mankes is een dwarsgelovig denker. Hoewel hij geen kerkganger is, bleef God voortdurend de leidraad in zijn leven. En voelt hij Zijn nabijheid in eenzaamheid. Jan is een gevoelig en beschouwend mens met een grote liefde voor de natuur. De natuur als in dieren en planten, maar ook de menselijke natuur spreekt hem aan gezien zijn tedere portretten van de mensen die hij om zich heen en in zijn hart heeft. Hij wil geen mooie kunstwerken maken, want dat is niet zo moeilijk vindt hij, Mankes wilde bezielde kunstwerken maken.

    De kunst van Jan

    Van Gemeren bouwt zijn boek op in hoofdstukken die zich afspelen op de plekken waar Jan Mankes op dat moment woonachtig is. Zo vinden we de jonge Jan in Meppel, zijn geboortedorp. Later zal hij een Friese kunstenaar genoemd worden, maar dat is dus gezien de biografische gegevens onjuist. Daarna volgt een periode in Delft, waarna het gezin van Beint Mankes aan Het Meer in Beneden Knijpe terecht komt. Dit zijn vruchtbare jaren voor de kunst van Jan. De beschrijving van Het Meer wordt dan ook onderbroken door het intermezzo “de kunst van Jan”, waarna de lezer eerste rang zit bij de kennismaking en het samengaan van Jan en Annie. Steeds nog woont Jan bij zijn ouders in. Om zelf een onderkomen te hebben en zelfstandig te leven en te werken verhuizen Jan en Annie van het platteland naar de grote stad. Den Haag brengt hen midden in de culturele smeltkroes. Het opent zijn blik en Jan’s kunst bloeit op, hij wil geconcentreerd werken. Maar al snel wordt de stad benauwend. Gezien zijn lichamelijke gesteldheid moet de lucht fris en open zijn, na enkele omzwervingen belandt het paar in Eerbeek. Daar probeert Jan wel andere technieken uit met wisselend succes, maar valt toch steeds weer terug op het schilderen. De kritieken op zijn werk zijn wisselend, maar de positieve kijk voert toch telkens de boventoon. Terwijl Jan bedlegerig is krijgt hij nog diverse tentoonstellingen met vooral zijn grafische werk. Steeds heeft hij hoop op genezing van de tuberculose, maar moet het leven uiteindelijk menselijk gezien vroegtijdig opgeven.

    In een naschrift somt Van Gemeren nog de familieleden op en hun sterfdata. Het leven dat Annie moet leiden zonder haar Jan wordt belicht. Er wordt in het boek gesproken over een mogelijke lesbische verhouding, maar zekerheid is hier niet over. Het postscriptum eindigt dan ook veelzeggend met deze zinnen: “Zij was zijn enige liefde. In haar graf rust het geheim of hij dat ook voor haar was.”

    “Jan Mankes. Schilder van tederheid. Een biografie”, Rémon van Gemeren. Uitgave WBOOKS, 2020 (2e druk).

    Jan Mankes, Rémon van Gemeren, WBOOKS
  • Supersister: underground in de ideale wereld

    Linda Overzee, één van de dames van de band verwoordt het heel goed: “Iedereen koestert die Supersister-tijd als iets bijzonders, omdat het puur uit passie is ontstaan. Er zat geen enkel idee bij van ‘wij gaan een grote band worden’, of zoiets. Het was nul marketing, puur passie, onbevangenheid. Dat is het allermooiste wat er is. Dan ben je muziek aan het maken die je wil maken, en dan verras je jezelf de hele tijd. Je hebt geen idee wat je aan het doen bent, maar het gaat gewoon en het neemt je mee, mensen pakken het op en het overkomt je. (…) uiteraard krijgt dat een plek in je hart, je vergeet dat nooit, het is eigenlijk een beetje magisch.

    Experiment en creativiteit

    Supersister, een bijzondere Nederlandse band. Een beetje vergeten vandaag de dag, maar destijds – begin jaren 70 van de vorige eeuw – de tijd vooruit in experiment en creativiteit. Zoals het kunstenaars betaamt, twee stappen vooruit op de massa. Een voortrekkersrol. De muzikale vriendengroep werd toendertijd vergeleken met The Soft Machine of The Mothers van Frank Zappa. Gewoon om de band in een vakje te kunnen plaatsen, maar de muziek van Supersister is niet te vangen en nergens in een stroming onder te brengen. Het geluid is uniek, mede door de inbreng van keyboardspeler Robert Jan Stips. Zijn creatieve muzikaliteit heeft ook nu nog een breed bereik en is voor ieder experiment in. Maar ook de dwarsfluit van Sacha van Geest zette de toon en maakte de sfeer.

    Supersister

    Je kunt verslingerd raken aan die muziek, alles willen weten over het hoe en waarom, van makers en uitvoerders. Je bent fan, zoals dat dan heet. Je vindt het fantastisch wat op planken en plaat is gezet. Fred Baggen is zo’n fan die het naadje van iedere kous wil weten. Vooral de kous van deze mannen van Supersister. Maar om zijn boek over de Nederlandse muziekgroep te lezen hoef ik niet persé fan te zijn – het maakt het begrip voor de ins en outs echter wel handzamer. Het boek met als ondertitel “looking back, naked” laat zich niet in een enkele avond uitlezen, dat hoeft natuurlijk ook niet. De bijna 990 pagina’s tellende biografie houdt je voor wat betreft schrijftrant en uitvoering wel aandachtig bij de les. Het is alsof je meereist in hun tourbus, op de achterbank, naar weer een ander optreden, weer een volgende repetitie. Samen met Robert Jan, Sacha, Ron en Marco lacht om hun studentikoze humor. Die grappen zitten ook in hun muziek beluister ik op de bij het boek horende cd, een soort van bootleg met rariteiten uit studio en van podium, onuitgewerkte demo’s en nieuwe songideeën. Underground in de ideale wereld.

    She was naked

    Baggen is in het diepe gesprongen van wel en wee van de eerste progrock groep van Nederland. In het diepste diepe, maar hij weet zich staande te houden. Alle inside information van de band komt aan bod. Maar enkel zakelijk en professioneel, het privéleven wordt maar amper aangestipt. Het is derhalve geen boulevardboek, maar een serieuze muziekbiografie. Die bestrijkt een halve eeuw. Van voorzichtige stappen op het terrein van de muziek tot het professionele veld waar de mannen nu al dan niet in verzeild zijn geraakt. Vooral Robert Jan wordt in zijn doen en laten op muziekgebied gevolgd, omdat hij toch het brein is achter de groep en het geweten blijft van de popmuziek in Nederland. De eerste obscure bandjes in de jaren 60 van de vorige eeuw. Totdat een orkest wordt gevormd dat de voorloper is van Supersister en zich beweegt op de alternatieve en voor die tijd experimentele toer. Daaruit ontstaat dan Supersister dat vooral een uitlaatklep is voor de muzikale ideeën van de heer Stips. De groep maakt een relatief korte maar hevige tijd van aandacht in de muziekscene door, met als meest tot de verbeelding sprekende single “She was naked”. Met die kleine hit zette de band zich meteen stevig neer in het circuit. Ze bleef trouw aan de eigen ideeën, zoals Linda Overzee in het citaat hierboven al verwoordt.

    Supersister

    Voor het boek heeft Fred Baggen de bandleden gesproken, en de mensen die nauw met de band in contact stonden zoals manager, producer en roadies. Omdat de interviews pas veel later dan het zijn van de groep werden afgenomen, en er helaas twee leden van de band noodgedwongen te vroeg uit het leven moesten stappen, kreeg Baggen ook nog de vriendinnen dan wel vrouwen te spreken. Het is zodoende een compleet overzicht geworden van een bijzondere band, waarin iedere naad van de kous is omschreven. Het boek heeft een prettige opbouw en blijft tot het eind interessant en goed leesbaar. Het is een boek om in één adem uit te lezen, hoewel het dan een lange adem is. Maar de tekst bindt me aan de uiteenzetting met een indeling als van een driedubbel elpee, een album met vele nummers die goed te beluisteren zijn. Met teksten die me terugvoeren naar toen en vertellen over hoe het was. Het ontstaan van de diverse opnamen geperst op vinyl. De optredens in binnen- en buitenland. De grote podia en de kleine zalen. Informatie die onder een laag stof raakten, maar door Baggen glanzend zijn opgepoetst. De teksten worden dikwijls onderbroken door geciteerde woorden van bandleden en aanverwanten, die hun kijk op de gang van zaken uitleggen. Een groot aantal foto’s uit diverse archieven geven daarnaast een levendig beeld van voor en achter de scvhermen. De tweede druk, die ik onder ogen kreeg, is licht herzien en aangevuld.

    Supersister

    Na het opsplitsen van de band vanwege meningsverschillen over de koers in de muziek, wordt een nieuwe band onder dezelfde naam gevormd. Maar uiteindelijk houdt deze ook geen stand en ieder gaat een eigen weg in scene en circuit. Vooral Robert Jan Stips blijft aan de top en zet zijn toon in diverse samenstellingen. Voorzichtig wordt gedacht aan een reünie, maar de tijd haalt de groep in. Het boek eindigt daarom met de echo’s van Supersister en kan Fred Baggen een en ander afronden met een omvangrijke literatuur- en bronnenoverzicht, lijsten van muziekuitgaven en een woord van dank aan die mensen die enthousiast hebben meegewerkt aan het maken van deze muziekbiografie. Supersister, een groep die in gedachten een superband blijft. In het boek kijk ik terug.

    Biografie Supersister: looking back, naked. Fred Baggen. Aldus Boek Compagnie, 2021.

    Supersister, Aldus Boek Compagnie, biografie