Tag: boek

  • Sido Martens zet een punt: ZIEZO

    In de introductie adviseert hij mij de 75 liedjes op zijn album ZIEZO te doseren. Om het beluisteren uit te smeren over een aantal dagdelen verdeeld over een periode van weken, desnoods maanden. Dit om ‘oververmoeidheid van gehoor en overprikkeling van de geest te voorkomen’. Echter ben ik dwars, altijd al geweest, en neem een overdosis – gewoon omdat het zo lekker is – om in een roes te komen waarvan ik niet out ga maar juist heel high wordt. De liedjes van Sido Martens namelijk zijn uitstekend te verdragen, liggen makkelijk in het gehoor. Ik raak daar absoluut niet oververmoeid van en heb mijn cd-speler op repeat gezet zodat de 75 liedjes 150 songs worden en 225 composities.

    De lijst wordt echter geen muzak, het verlaagt zich niet tot behang of arbeidsvitaminen. De liedjes blijven sterk en houden me bij de les. Zelfs door ze vaker te horen en nog eens te beluisteren verdiepen deze zich, raken de ziel van mijn geest. De teksten schijnen eenvoudig, maar roeren de kern van het wezen. Woorden die er niet toe doen zijn weggeschreven, de essentie van het zijn is gebleven. Martens zingt waar het op staat. Hij maakt een punt en zet een punt; achter zijn carrière!?

    Geestig maar veelal stekelig

    Hij is een zingende dichter. De tonen zijn de begeleiding van de woorden. Martens declameert de teksten meer dan dat hij deze op toon zet, met enkele maten ondersteunt hij deze regels. De teksten zijn minder gezangen, doen mij denken aan de psalmen die in het klooster nauwelijks melodie hebben. Daardoor is het accent gelegd op de betekenis en minder op de versiering. Daarom garneert Martens zijn oeuvre met instrumentale verzen, liedjes zonder woorden die echter veel verhaal hebben. Als rustpunten in een gedicht, lege regels om even stil te staan, bij stil te staan. Moment van contemplatie.

    Het zijn puntige teksten, geestig maar veelal stekelig. Over het leven, het zijn, de wereld, de liefde. Spitse composities om een reden. Minimale orkestratie heeft een oorzaak. De arrangementen zijn kort en bondig, want op de ZIEZO compact disc moesten wel 75 nummers komen terwijl er in totaal maar 80 minuten muziek op past. In amper 60 seconden maakt hij zijn punt met weinig omhaal van woorden of zelfs zonder woorden. Een enkele keer heeft hij meer woorden nodig om sterk uit de hoek te komen, dat zij hem vergeven. “Geen eindeloze intro’s, herhalingen of terugkerende refreinen, of soms ook overbodige solo’s, laat staan oneindige fade outs.” Het vrije vers in handen van Sido Martens is ingedikte liedtekst, en zijn al met al misschien wel meer waardevol nog.

    Klein en fijne liedjes

    Voor dit album, dat zijn laatste zal zijn zo veronderstelt Martens zelf, schreef hij 75 nieuwe teksten en maakte 75 nieuwe composities. Vanaf november 2023 peddelde hij bijna elke middag naar zijn oude caravan op een boerencamping in de buurt van Leeuwarden, lees ik op de website van Folkforum. “Daar prutste ik met tekst en frunnikte met akkoorden op mijn oude, gebutste en half versleten Harmony Sovereign gitaar uit de jaren zeventig. Want die wilde ik per se gebruiken, dat is mijn vertrouwde vriend en aloude compagnon. Mijn streven elke middag een liedje te fabriceren en op te nemen lukte grotendeels. Een digitaal opnameapparaatje en een paar microfoons en hup opnemen maar. Kale, sobere versies. (…) Omdat het meer en meer winterde besloot ik de zaak thuis verder af te maken, op de comfortabele zolder van onze doorzonwoning. Ook daar hetzelfde recept: pielen tot het wat werd. Ook veel demootjes beluisterd van nieuwe liedjes die ik eerder dat jaar maakte. Kijken en luisteren of er bruikbare dingen tussen zaten. Al met al na veel gedub en proberen 75 liedjes, muziekjes of nummers, hoe je het maar wilt noemen, opgenomen.” In de caravan zijn de liedjes klein en fijn, op de zolder meer uitgebreid en gearrangeerd met gastmuzikanten.

    Mijlpaal van driekwart eeuw

    Hoewel de zanger ook een begenadigd instrumentalist is, geeft hij op dit album toch de voorkeur aan het vocale vertolken. De muziek is, hoewel op de meeste bewerkingen, een virtuoze ondersteuning. Een bedje klanken waarop de zang zich prettig vleit. Om het aantal van 75 liedjes op een enkele cd te passen zijn de songs bewust in een kaal arrangement gegoten. Minder is meer, zullen we maar zeggen. Met dit album wil Martens ten langen leste een eind aan mijn muzikale carrière breien. “Niet omdat ik geen muziek meer wil gaan maken, maar omdat het toch veel gedoe is”, lees ik op Folkforum. “Ik wil dat zelf, jazeker, ik haal het mezelf op de hals. Komt omdat ik het veel te mooi, te kostbaar en ook gewoon fijn vind met muziek en tekst bezig te zijn. Ook dat het hier en daar gewaardeerd wordt wat ik maak en doe. Heel veel anders kan ik ook niet.

    De cd is echter maar een part van het album. Wel belangrijk want het markeert de 75 jaren dat Martens op deze aarde vertoeft. Dit jaar heeft hij deze mijlpaal van driekwart eeuw behaald. Om dit te vieren is er ZIEZO in de betekenis van klaar en af, gedaan, volbracht, punt er achter. Maar dit laatste deel heeft een open einde, want de muzikale schrijver doet wel de deur dicht maar draait deze niet op slot. De reeks albums heeft een open einde, er kan nog een aflevering aan worden toegevoegd. Voor nu is het ziezo en tot ziens, maar volgend jaar of daarna kan het best hoezo ziezo zijn. Het is afwachten, maar ik zie hoopvol de toekomst tegemoet.

    Haren kwijt maar niet zijn streken

    En eerlijk, dit album is mijn eerste kennismaking met de muzikant Martens als solo-artiest. Al wel ken ik zijn schrijven van boeken, maar mijn muzikale kennis was niet ruimer dan zijn deelname in de band Fungus. Ziezo is voor mij dan ook een inkijk in het oeuvre en de start om meer te horen en te kennen. Pas nu in 2024 smaakt het naar meer en zal ik mijn bord volscheppen met het andere werk van Martens. Het water loopt me bij voorbaat al uit de mond, het fluistert mij in de oren. Overigens op die eerste plaat van Fungus is ook al de virtuositeit van de instrumentalist Sido Martens te horen. Tussen de actueel bewerkte volkswijzen is zijn lied zonder woorden te horen, misschien wel de beste song van de hele plaat. Maar dat was toen, hoewel de man onlangs met vrienden – een reünie van de aloude band zat er niet in – het 50 jaar geleden gelanceerde Kaap’ren Varen voor een eenmalige uitvoering onder het stof vandaan heeft gehaald. Na die mannen met baarden raakte Sido al snel zijn haren kwijt maar niet zijn streken. Hij is een periode uit de running geweest, maar telde wel serieus mee in de rensport – Martens was een gezegend hardloper. Maar bloed kruipt waar het niet kan gaan, de muziek zit hem in de genen, het is zijn DNA. Dus in eigen beheer is een ruime discografie opgebouwd en daarnaast schreef hij nog een aantal boeken vol. En nu kijkt hij dan om en overziet, en ik kijk over zijn schouder mee en leg mijn oor belangstellend te luisteren.

    Kleurenhoutdruk als inlegvel

    De cd, het schijfje met gat in het midden, is gestoken in een plastic hoesje geplakt op de binnenkant van de omslag van het boek. In dat boek verantwoordt Martens deze uitgave en zijn alle teksten van de liederen afgedrukt. Verder tonen foto’s details van de instrumenten die Martens bespeelt en stelt hij zijn medestrijders in de muziek voor. De opgebouwde serie lp-, cd-, single-, cassette- en boekuitgaven krijgen aandacht. En er wordt interesse gewekt voor de maker van de kleurenhoutdruk dat als inlegvel bij het boek meegaat, de kers op de taart. Beeldend kunstenaar Siemen Dijkstra maakte speciaal voor ZIEZO een ontwerp en drukte deze in een oplage van 75 stuks af: de onzichtbare zanger. Tot overmaat van informatie staan achterin het boek enkele QR-codes om de kennis nog uit te breiden of op te halen. Zo kunnen onder meer gemiste tv- en radio-uitzendingen nog eens worden bekeken en beluisterd.

    En terwijl een ieder in deze periode het oor te luisteren legt om deze of gene Top 1000 te horen, want ieder zichzelf respecterende radiozender heeft wel een verzameling all-time classics aangelegd, zet ik weer en nog eens de cd behorende bij ZIEZO op. Om de 75 songs van Sido Martens te beluisteren. Een muzikale staalkaart van het kunnen van deze vreemde eend in de bijt van de Nederlandse popmuziek. Vreemd, omdat hij zich niet wenste te conformeren aan de mores, zijn eigen ding wilde blijven doen. Zo heeft hij eigenwijs en onafhankelijk een persoonlijk repertoire opgebouwd, zijn eigen The Real Book.

    Nu telt hij de knopen aan de jas van zijn leven. Hij is alles behalve verzadigd en staart niet vanachter de geraniums inspiratieloos uit het raam. “Maar de tijd knaagt. Roest zit altijd op plekken die je niet ziet. Hooi broeit van binnen naar buiten. Het lekt meestal waar je niet zoekt”, aldus bespiegelt Martens het zijn in een voorwoord, het leven, zijn bestaan. “Beetje spelen blijf ik doen, af en toe optreden ook best leuk.” Een kunstenaar met pensioen is een dode kunstenaar. Het heilig moeten houdt het vuur brandend. De geest in de fles moet eruit. Hoezo ziezo?

    ZIEZO. Sido Martens. Boek, cd & houtdruk. Uitgave in eigen beheer (Ren Pen Produxies), 2024.

  • Het verhaal van kunstenaar en voddenboer Jopie

    Ik ben begonnen met schilderen, net zoals ik begonnen ben met ademhalen. Het is gewoon een drang, van binnenuit, net als eten en drinken.” Voor Jopie Huisman is beelden leven, zichzelf uitdrukken in verf of met potlood is een eerste levensbehoefte. Natuurlijk zat in de handel in vodden en oud ijzer ook een deel van zijn bestaan, maar naast eten en drinken en ademhalen was de kunst van vitaal belang. Zijn verhaal is opgetekend en neergeschreven in het boek “JOPIE HUISMAN Schilder van het mededogen”. Als samensteller van deze rijk geïllustreerde uitgave wil Eelke Lok er niet zijn naam aan verbinden, want het is het verhaal van Jopie Huisman. Wat Lok anderzijds natuurlijk wel doet door deze opmerking op het eerst blad te vermelden, onder een gekopieerde opdracht van Jopie. Ere wie ere toekomt.

    Autobiografie

    In zijn laatste fase van leven kijkt Huisman terug op zijn bestaan, maakt een korte autobiografie dat als vertelling in het boek is opgenomen. Jopie heeft het idee dat hij langzaam aan het verdwijnen is, en wil denkelijk naast zijn omvangrijke oeuvre aan kunstwerken nog kwijt wat hem heeft bewogen. Het nagelaten werk, de tekeningen en schilderijen, is zijn leven. Daarin staat zijn kijk op het eigen en ieder anders bestaan uitgetekend en afgeschilderd. Wie de figuratie bekijkt leest deze mens. En omdat Jopie Huisman in zijn werk zo dicht bij zichzelf is gebleven spreekt het aan, en blijft het appelleren aan het gevoel. Dit is wat hij is, wie hij was en zoals hij zal blijven. “Empathisch en autodidact. Zelfbewust en bescheiden”, somt Eelke Lok in het voorwoord de eigenschappen van de man op. “Rustig in gezelschap, maar spraakzaam in het gesprek. Onpeilbaar en kwetsbaar. (…) Ogenschijnlijk nonchalant, maar perfectionistisch in z’n kunst. Trots op zijn wortels, maar werelds in zijn denken.

    Verhalenverteller

    De verhalenverteller vol humor en filosofische wijsheden heeft in zijn werk een tijdloze levensvisie nagelaten. Zijn beeltenissen zijn voor wat betreft emotie en compassie van alle tijden. Deze spreken in al hun kwetsbaarheid generatie op generatie onmiskenbaar aan. Het Jopie Huisman Museum in Workum kent ieder jaar weer een grote toeloop aan kijkers en bewonderaars. De vodden van Huisman zijn geen hype gebleken, maar hebben een eeuwig leven gekregen. Op het moment dat de man achter die geschilderde oude meuk in bevlogen bewoordingen zijn bestaan omschreef, leek het alsof het werk niet zonder dit verhaal kon bestaan en weg zou kwijnen wanneer de schilder het zelf niet meer zou kunnen verhalen. Niets blijkt minder waar. De verhalen leven door in het werk. Huisman had de bijzondere gave om het woord om te zetten in beeld.

    Bij de horizon hield de wereld op

    Jopie was de jongste in het gezin. Hij kijkt met genoegen terug op zijn opvoeding. Hij had een gelukkige jeugd. Een humoristische vader met een hart van goud, een rasechte verhalenverteller, een harde werker. Een eenvoudige en nederige moeder, zeer gelovig en dankbaar voor alles wat ze bezat. “Mijn moeder was een vrome vrouw. (…) Ze zat boordevol met natuurlijke liefde. Van haar heb ik geleerd: alles wat niet de liefde als basis heeft, is niet echt.” De middelen van bestaan in het gezin Huisman waren minimaal, maar er werd nooit geklaagd. Als kind zwierf Jopie met anderen door de natuur rond Workum. Huisman beschrijft deze omgeving zoals deze toen was en wij er nu met weemoed op terugkijken. Een land vol weidevogels, slootjes waaruit je kon drinken, een rijke diversiteit aan planten en bloemen. “Ik heb het gevoel alsof ik het paradijs beschrijf en dat was het ook voor ons. Bij de horizon hield de wereld op; daarbuiten waren alleen Karl May, Jules Verne en Robinson Crusoë en de zon, de maan en de sterren.”

    “Dat ik kan schilderen is een gave”

    Hij benoemt zijn leven eveneens als opgetogen en voldaan. Hoewel hij wel tegenslagen heeft gekend. In de oorlog werd hij van straat gepikt en op transport gezet naar Duitsland. Het lot spaarde hem en hij kon ‘onder begeleiding van een engel’ vluchten. Toen zijn eerste huwelijk stuk liep viel Huisman in een zwart gat. Van de hemel kwam hij in de hel. De voorwerpen uit de vodden die hij jarenlang had bewaard getuigden van een schrijnende armoede. “Voor mij waren dat de meest waardevolle dingen die ik bezat; daar kon ik mijn gevoel bij kwijt.” In die nederige en vernederde spullen zag hij zijn eigen toestand weerspiegeld. Hij ging ze schilderen en ze hielpen hem uit het dal omhoog te krabbelen. De compassie en het mededogen waarmee Huisman zijn onderwerpen tegemoet trad geven het werk nu nog een diepzinnige inhoud. Een teneur die de boodschap van de schepper blijft verkondigen.

    Dat ik kan schilderen is een gave, een gift, iets dat ik heb gekregen. Daar kun je niet trots op zijn of het een succes noemen, want dan ontken je de betekenis van het woord ‘gave’. Ik ben er wel heel blij mee en het maakt me dankbaar.” Juist doordat Jopie Huisman in zijn werken vooral zichzelf bleef en zijn ziel en zaligheid erin heeft gelegd, spreken deze nog steeds aan. In het boek zijn de kunstwerken onderverdeeld in levensfases. Jopie-kenner en expositiesamensteller Annemieke Schors heeft het werk in chronologische volgorde gezet en van een karakteristieke tekst voorzien. Daardoor is de groei van de kunstenaar door zijn kunst nauwgezet te volgen. Naast het werk dat hem vooral bekendheid gaf, zijn er zoveel meer  andere werken die tot de verbeelding spreken en op het gevoel spelen.

    Huisman weet zich in diverse stijlen te uiten. Tekent evenzo vakkundig als dat hij schildert. Vooral fijnzinnig en gedetailleerd. Maar hij kan ook met een grote dosis humor illustratief op een cartooneske wijze zijn omgeving tegemoet treden. Dan schuurt hij tegen het werk van James Ensor. En ik zie ook gelijkenis met het werk van Bram Vermeulen. Zou Bram van Jopie geweten hebben, zoals Freek hem kende? Ondanks dat Huisman de wereld grotesk kon plaatsen wist hij deze ook met teder gevoel weer te geven. Vooral de benadering van hem na aan het hart liggende mensen, zoals zijn moeder en zijn kinderen, krijgen in zijn werk een ‘voorkeursbehandeling’. In de portretten van heit Ypke die naast elkaar zijn afgedrukt komt de scherpzinnigheid en het humoristische karakter van Jopie naar voren. In de eerste kop zijn alle rimpels en plooien te vinden, is het zware leven van de man geschreven in zijn huid. Het andere portret is meer een illustratie, als een karakterschets is zijn vader neergezet met de nadruk op de handen en het baaien hemd.

    Scherpzinnig en humoristisch karakter

    Jopie Huisman heeft een scherp oog. Hij kan om het onderwerp kijken en ziet het wezen. Het zijn van de door hem afgebeelde mens, de natuur van de omgeving en het aard van de versleten voorwerpen. Doordat hij zich sterk aangetrokken voelt tot de zelfkant van het leven, de mensen die niet gezien worden, spreekt hij in zijn werken ruimschoots tot de verbeelding. In zijn tekeningen en schilderijen geeft hij de voorwerpen, de kleding, de schoenen een tweede zin in het bestaan. De mensen krijgen een eeuwig leven toegemeten, ze zijn niet vergeten. “Je bent alles kwijt. Het enige dat je nog echt bezit, is je verdriet. Je voelt je met al je kleine zekerheden in de asla geschoven.

    Op het eind, wanneer Huisman inmiddels een bekende Nederlander is geworden en een grote schare bewonderaars heeft, bereidt hij zich voor op een verdwijnen naar een hoger elders. Zijn onderwerpkeuze verandert en hij tekent meer dan hij schildert. Hij grijpt terug op zijn begintijd en maakt een kleine mistige wereld. Vervallen en afgetakelde schuurtjes en vissershuisjes. De charme en nostalgie van het geleefde leven. De afgetrapte voetbalschoenen van Abe. “Ik maak steeds kleinere dingen, want ik ben zelf aan het verdwijnen.” In 2000, zijn sterfjaar, tekent hij een zelfportret gezeten achter de ezel. We zien Jopie op de rug, werkend aan wat op een dorpsgezicht lijkt. Hij lost als het ware op in het beeld. Zijn bestaan in de achtergrond is al verdwenen, hij gaat er zelf achteraan. Een karakteristiek beeld, zoals al zijn werken aarden naar zijn leven.

    JOPIE HUISMAN Schilder van het mededogen. Samenstelling Eelke Lok. Teksten Jopie Huisman, Annemieke Schors, Eelke Lok. Uitgeverij Noordboek in samenwerking met het Jopie Huisman Museum, 2024.