Tag: Bruno van Dijck

  • De Deelen volgens Kuitwaard en Van Dijck

    Dacht ik in het boek het silhouet van Sjoerd de Vries in een werk van Christiaan Kuitwaard te ontdekken (Zie “Natuurgebied De Deelen weergegeven in veertig schilderijen). Een schaduw mijmerend de moerasbosjes en petgaten beschouwend. In de tentoonstelling op dit moment bij Museum Belvédère waart de geest van wijlen Sjoerd inderdaad voelbaar door Christiaans schilderijen en daarbij de werken van Bruno van Dijck. Het boek was er eerder dan de tentoonstelling. Echter met het bezoeken, bezien en bewerken van de inspiratie, bron van bezieling, is het allemaal begonnen. Nadat Kuitwaard en Van Dijck elkaar tijdens een eerdere presentatie in Belvédère ontmoetten en het klikte qua leven en werken. De overeenkomst komt tot uiting op de omslag van het boek met geschilderde impressies van het natuurgebied. De werken lopen naadloos in elkaar over, dragen eenzelfde karakter en bezitten een eendere sfeer.

    Die uitgave is een handzaam in harde kaft gevat boekje, niet groter in afmeting dan de werken zelf. De inhoud besprak ik een half jaar geleden en was bijzonder benieuwd naar de latere presentatie in het museum. Om de werken in het echt te zien, de verf te kunnen ruiken, de penseeltoets en krijtstreep te kunnen aanvoelen, de sfeer te proeven, het gevoel te krijgen die de mannen in De Deelen hadden. Want ze zijn ter plaatse gegaan om de stemming te ervaren die Sjoerd dus voor hen had, en Evert en Jelle en Willem hadden. En de bron waaruit nu nog Jan Snijder put. Niet dat ik de karakteristieke rietkragen zal ontdekken, die Sjoerd bij leven en welzijn in boekomslagen heeft gekrast. Of de paling opmerk waarvan Evert het vel gebruikte om te beelden. Ik zie niet de dauw over de velden, de nevel tussen de struiken, de witte wieven van Willem. Ieder mens, en in dit geval elke kunstenaar, die het gebied in trekt heeft daarvan een andere beleving.

    Broeders in de kunst

    Voor de tekst in het boek ging Han Steenbruggen naar het natuurgebied dat hij voordien enkel kende van het werk van de Deelenschilders en het boek dat Thom Mercuur ooit samenstelde over De Deelen. Hij dompelde zich in het licht van voorjaar en najaar, dat strijklicht dat de vegetatie welhaast van onderen belicht alsof het spelers op een toneel zijn, voor het voetlicht. Vooral dat vroege en late schijnsel is in dit gebied belangrijk. Het maakt en breekt de sfeer. Meest in dageraad en schemer, lente en herfst, tekent de natuur het leven langs de rietkragen en tussen de struiken. Is het boek nog opgedeeld naar kunstenaar, in de tentoonstelling worden de werken in relatie tot elkaar getoond. Vallen de overeenkomsten en tegenstellingen in benadering van de werkelijkheid beter op. Het een kan in het ander schuiven, maar valt er niet als blauwdruk overheen.

    De broeders in de kunst Bruno en Christiaan waren daar in De Deelen in het voorjaar van 2023 voor een week, deden en plein air inspiratie op langs boorden, in velden en op plassen. Bruno nam zijn bevindingen mee naar het atelier in Zoersel bij Antwerpen, maar Christiaan ging vanuit zijn werkplek in Oldeberkoop nog vaker terug op andere tijdstippen van het jaar en momenten van de dag. Want mei bleek toch niet de geëigende maand te zijn om de stemming van gele rietkragen en diep zwart water te vatten. Daarvoor was de herfst het juiste jaargetijde. Het moment dat de natuur zichzelf afbreekt om opnieuw te kunnen beginnen. Zich te ruste legt om in winterslaap te gaan en uitgerust en lentegroen een volgend jaar aan te vangen. Het strijklicht van de lage zon door de maanden waarin de r zit geeft het waterrijke landschap een bijzondere kleur en uniek karakter. Tinten die op andere momenten nauwelijks worden gehaald, of het zal de schemer zijn, het ogenblik dat de dag door de nacht breekt en andersom.

    Vertalingen van de werkelijkheid

    Over zijn beleving op verschillende momenten in het natuurgebied schreef Han Steenbruggen een drietal essays voor het boek met schilderijen van De Deelen. De publicatie, simpelweg als “De Deelen” betiteld, bevat een veertigtal kunstwerken van Van Dijck en Kuitwaard, plus nog enkele sfeerfoto´s van het gebied en de kunstenaars aan het werk. De tentoonstelling is een ruime keuze uit deze serie. In beelden vatten de schilders de werkelijkheid samen, in teksten recapituleert de schrijver zijn bevindingen. In de tentoonstelling zijn die beeldende bewoordingen niet verwerkt, de catalogus dient als leidraad en richtsnoer. Wegwijzer om het gebied eens te bezoeken en de plekken die de kunstenaars visueel beschrijven te ontdekken.

    Het is bijzonder te ervaren hoe twee kunstenaars op dezelfde plek tot diverse vertalingen van de werkelijkheid komen. En toch zo goed op elkaar inspelen en aansluiten. In de eigen stijl en op de persoonlijke manier met enige invloed van de ander heeft het duo boeiende sfeerbeelden gemaakt. De omgeving is vooral landschappelijk en horizontaal bekeken, maar deze vlakheid verdiept zich en vindt grond in stil water. Er is geen leven nog van vogels en insecten. De kunstenaars hebben geen oog voor langstrekkende snelle bewegingen van opvliegende ganzen en zoemende bijen. De blik kleeft aan het struikgewas en het kabbelende water. De tijd is op het meest sprekende en karakteristieke moment stil gezet, bevroren en geportretteerd. De verfhuid is wel bewerkt met de achterkant van het penseel of het zwart van houtskool om beweging te suggereren. Het trekt lijnen door de sfeer, geeft contour aan het gevoel.

    Kalm in beweging

    Kuitwaard geeft dan het licht ruimte in zijn werk, waar Van Dijck zich richt op beweging. Het stille water spiegelt de tonen van het voorjaar. Leliebladeren liggen als een school vogels op dat water. Hoewel dit liquide oppervlak zich monumentaal in het portret uitspreidt, het egaal en ongerimpeld over de drager ligt, is de verfhuid kalm in beweging. Met subtiele verfvegen weten de schilders dynamiek te brengen in de stille gelatenheid. Het is niet een opvliegende gans die gakkend de stilte doorbreekt, maar de wind die het water doet golven in de vroege ochtend. Vooral dat tijdstip van de dag maakt de stemming, bouwt de sfeer. In latere uren is die magie in werkelijkheid verdwenen, maar voegen de schilders deze in abstractie aan hun werk toe.

    De mannen zijn er niet tijdens de hardvochtige en te zonlichte zomermaanden. De tijd waarin de mens tot leven komt, maar de natuur in stemming omslaat. Het hoogtepunt van de dag is ook niet het middaguur, wanneer de zon op het hoogste punt staat en elk contrast vervaagt. Een dag is als een jaar, met eenzelfde afwisseling van seizoenen. De uiterste sfeer is er in de vroege morgen en het begin van de avond, in het voorjaar en het najaar. Bij uitspruiten en afsterven. De bloei is daarentegen hoewel in schoonheid op het toppunt het minst tot de verbeelding sprekend.

    Sereen landschap

    De kunstenaars geven vooral de stilte van en in dit gebied een plek. In de schilderijen ritselen bladeren en rimpelt water. Terwijl op de achtergrond het verkeer over de snelweg raast is serene rust en welkome eenzaamheid in deze natuur ter plaatse te ervaren. Wie De Deelen bezoekt of heeft bezocht zal dit beamen. Dit vredig zwijgen van de ooit door mensenhanden gemaakte omgeving is te doorvoelen in de schilderijen van Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard. Zij portretteren een gebied waar de natuur weer bezit van heeft genomen nadat de mens het heeft verlaten. De petgaten herinneren nog vaag aan de modderige landarbeid van turfstekers. De natuur heeft teruggenomen wat het eerder is ontnomen.

    Waar Kuitwaard de rust figureert en de kalmte vorm geeft in een sereen landschap, daar vat Van Dijck het moment op detail en bemerkt het wateroppervlak een zojuist opgevlogen eend. Die beweging valt nog af te lezen in de geschilderde impressies, hoewel de sfeer alweer rust ademt. Kuitwaard is een bedaarde schilder die gelaten en beheerst de omgeving met zijn penseel beschouwt. Van Dijck heeft een wildere toets, berustend expressief. De composities zijn spontaan overdacht, immers de schetsen van ter plaatse gemaakte inbeeldingen zijn de grondslag voor de uitwerking. In de verftoets moet later de eerder ervaren sfeer opnieuw worden opgeroepen. De tijd heeft het beeld getekend, de herinnering kan andere gedachten de ruimte geven. Daarom geeft Van Dijck in zijn werk de abstracte emotie een plek, waar Kuitwaard de realiteit vorm geeft. Zo sluit het werk op elkaar aan. Is het ene complementair aan het andere. Richt de Vlaming zich op het detail, waar de Fries het grote geheel ziet. “De Deelen” is een geschilderd document van een bijzonder landschap.

    De Deelen. Christiaan Kuitwaard & Bruno van Dijck. Schilderijen van een natuurgebied. Tentoonstelling bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen – Oranjewoud. Van 28 juni tot en met 21 september 2025.

  • Natuurgebied De Deelen weergegeven in veertig schilderijen

    Om de emotie te doorvoelen die Sjoerd de Vries en Jan Snijder aan de petgaten en langs de rietkragen ervoeren, trok Han Steenbruggen natuurgebied De Deelen in. De plek kort ten noorden van de plaats Heerenveen kent de museumdirecteur tot dan van schilderijen, van een kort bezoek waarbij hij nauwelijks verder kwam dan de dijk en van een boek dat Thom Mercuur in het jaar 2000 samenstelde en uitbracht. Verder was Steenbruggen niet gekomen met het gebied, maar hij wilde toch verder kijken dan dat zijn zicht vanaf de weg kon reiken. Vooral toen Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard het voornemen hadden om een week en plein air te werken langs de boorden van De Deelen. Voor de sfeer die De Vries en Snijder opriepen in hun werk koos Steenbruggen echter het verkeerde seizoen. Hij was er in het voorjaar, net als Van Dijck en Kuitwaard er in mei 2023 waren. Om de stemming van gele rietkragen en diep zwart water te vatten bleek de herfst het juiste jaargetijde. Het moment dat de natuur zichzelf afbreekt om opnieuw te kunnen beginnen. Zich te ruste legt om in winterslaap te gaan en uitgerust en lentegroen een volgend jaar aan te vangen. Het strijklicht van de lage zon door de maanden waarin de r zit geeft het waterrijke landschap een bijzondere kleur. Tinten die op andere momenten nauwelijks worden gehaald, of het zal de schemer zijn, het ogenblik dat de dag door de nacht breekt en andersom.

    Over zijn beleving op verschillende momenten in het natuurgebied schreef Han Steenbruggen een drietal essays voor het boek met schilderijen van De Deelen. Een veertigtal kunstwerken van Van Dijck en Kuitwaard, plus nog enkele sfeerfoto´s van het gebied en de kunstenaars aan het werk. Deze foto´s in zwartwit om de kleur over te laten en aandacht te geven aan het schilderwerk. Het is bijzonder te ervaren hoe twee kunstenaars op dezelfde plek tot diverse vertalingen van de werkelijkheid komen. Op de eigen manier met enige invloed van de ander heeft het duo boeiende sfeerbeelden gemaakt. Wanneer ik in dezelfde maand van het voorjaar het gebied bezoek zoals zij deden, kan ik hun versies van het landschap zo geografisch en naadloos daarin plaatsen. In latere maanden heeft de natuur zich geïnnoveerd tot een betere versie van zichzelf of de uitvoering juist zo bewerkt dat het amper in de eigen schaduw kan staan. Maar ieder moment heeft schoonheid en stemming. ‘De eeuwigheid duurt ieder ogenblik’, citeer ik Steenbruggen die een schilder die ook dichter was aanhaalt.

    De blik kleeft aan het struikgewas

    Op de plek zelf hebben de kunstenaars in de open lucht gewerkt en geschapen. Van Dijck heeft dan thuis in het atelier nog schetsen uitgewerkt waarbij de herinnering aan het verblijf in het gebied bruikbaar was. Kuitwaard heeft later nog De Deelen op diverse momenten bezocht, maar voor Van Dijck bleek het minder waardevol om vanuit België voortdurend naar het noorden te reizen. Hij had genoeg aan tekeningen en zijn geheugen. Van Dijck heeft dus de natuur gevat vrijwel aan het begin van de cyclus van haar jaarlijkse bestaan. Het gebied schudt zich de kou van de winter af en straalt omfloerst de zomer tegemoet. Er is veel ontluikend groen dat zich fluisterend spiegelt in het water. De omgeving is vooral landschappelijk en horizontaal bekeken, maar deze vlakheid verdiept zich en vindt grond in stil water. Er is geen leven nog van vogels en insecten. De kunstenaar heeft geen oog voor langstrekkende snelle bewegingen. De blik kleeft aan het struikgewas en het kabbelende water. De verfhuid wordt wel bewerkt met de achterkant van het penseel of het zwart van houtskool. Het trekt lijnen door de sfeer, geeft contour aan het gevoel.

    Subtiele verfvegen

    Kuitwaard geeft dan het licht meer ruimte in zijn werk. Het stille water spiegelt de tonen van het voorjaar. Leliebladeren liggen als een school vogels op dat water. Hoewel dit liquide oppervlak zich monumentaal in het portret uitspreidt, het egaal en ongerimpeld over de drager ligt, is de verfhuid kalm in beweging. Kuitwaard weet met subtiele verfvegen dynamiek te brengen in de stille gelatenheid. Het is niet een opvliegende gans die gakkend de stilte doorbreekt, maar de wind die het water doet golven in de vroege ochtend. Vooral dat tijdstip van de dag maakt de stemming, bouwt de sfeer. In latere uren is die magie in werkelijkheid verdwenen, maar voegen de schilders deze in abstractie aan hun werk toe. Kuitwaard is er niet alleen in die maand mei, maar ook nog in september en november. In februari weet hij ook eenzelfde bezieling van het landschap te bereiken. Duidelijk niet in de hardvochtige en te zonlichte zomermaanden. De tijd waarin de mens tot leven komt, maar de natuur in stemming omslaat. Het hoogtepunt van de dag is ook niet het middaguur, wanneer de zon op het hoogste punt staat. Een dag is als een jaar, met eenzelfde afwisseling van seizoenen. De uiterste sfeer is er in de vroege morgen en het begin van de avond, in het voorjaar en het najaar. Bij uitspruiten en afsterven.

    De natuur heeft teruggenomen

    Han Steenbruggen weet in zijn korte verhalen de tendentie van de schilders te schetsen. “Kuitwaard blijkt gevoelig voor milde tonen van strijklicht en schaduwvelden”, schrijft hij. “Zijn atmosferische impressies zijn als dagdromen. Ze koesteren de diepere geheimen van het landschap, zijn vervuld van lichte melancholie, maar dragen nooit de sporen van een zwaar gemoed.” Van Dijck kent een onrustiger natuur vindt Steenbruggen. Hij schildert met lossere toetsen en vegen die structuur vinden dankzij lijnen of krassen. In zijn schilderijen ritselen bladeren en rimpelt water. Maar beide kunstenaars geven vooral de stilte van en in dit gebied een plek. Terwijl op de achtergrond het verkeer over de snelweg raast is serene rust en welkome eenzaamheid in deze natuur ter plaatse te ervaren. Wie De Deelen bezoekt of heeft bezocht zal dit beamen. Dit vredig zwijgen van de ooit door mensenhanden gemaakte omgeving is te doorvoelen in de schilderijen van Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard. Zij portretteren een gebied waar de natuur weer bezit van heeft genomen nadat de mens het heeft verlaten. De petgaten herinneren nog vaag aan de modderige landarbeid van turfstekers. De natuur heeft teruggenomen wat het eerder is ontnomen. De mens zorgde voor afbraak, de natuur voor herstel. Die gesteldheid is daar nu te vinden, deze toestand is realiteit en zal gewaarborgd moeten worden voor de toekomst. Dus komt de mens weer om de hoek kijken om de natuur een hand te helpen. Zo werken we samen aan een betere wereld.

    Die betere wereld weten Van Dijck en Kuitwaard, en voor hen De Vries en Snijder, nu al vast te leggen. Zij bieden een blik vooruit, behouden de sfeer en fixeren de emotie bij het gebied. Steenbruggen probeert dat in woorden te doen door te proeven van het landschap. Zich erin te begeven, de geest die de kunstenaars in hun werk legden ter plekke aan te voelen. Met een scherp mes kerfde Sjoerd de Vries rietkragen in karton, Jan Snijder veegt het vermoeden van wind en de meewarige stilte in elk schilderij. Steenbruggen spreekt met de boswachter over de toekomst van het gebied. Het boek De Deelen is zo een almanak voor wie het gebied daadwerkelijk intrekt. Een wegwijzer om deze natuur te doorgronden. En zie ik daar het silhouet van Sjoerd de Vries in Kuitwaards’ compositie 22.11.2023? Ik zal het onderzoeken wanneer Museum Belvédère de schilderijen in de zomer van 2025 zal tonen. Dan kan de echte sfeer worden gepakt die het duo in het natuurgebied heeft ervaren. Want het boek, hoewel met een uitstekende vormgeving waarin de werken goed tot uiting komen, is als catalogus best geslaagd maar blijft toch surrogaat voor het bekijken van de ‘echte’ schilderijen. Ik verheug me op de tentoonstelling.

    De Deelen. Het natuurgebied in 40 schilderijen van Bruno van Dijck & Christiaan Kuitwaard en 3 teksten van Han Steenbruggen. Uitgeverij Wijdemeer, 2024.

  • De geest van Cornwall in beeld gebracht bij Museum Belvédère

    Beide kunstenaars laten zich inspireren door dat landschap overzee, van hieruit gezien. De ruige kusten van Engeland, waar het zeeklimaat onbarmhartig de rotsen teistert met ruisende regenstormen en wapperende windvlagen. Waar wilde waterstromen al eeuwenlang tegen stoïcijnse rotsblokken beuken, stenen die de sporen dragen van dat slijten en polijsten, die erosie. Waar de golven af en aan gaan in een eeuwige wisseling van de getijden op wat stranden hadden kunnen zijn. De natuur is er voortdurend in wording, de evolutie is er nooit af. De tijd lijkt er echter de pas in te houden en stil te staan, niet verder gekomen te zijn dan de eerste dagen van de schepping. Hier vangt het leven aan. Het lijkt er onherbergzaam, maar je kunt daar schuilen in gedachten. Mijmeren in de relatieve stilte van de ongerepte natuur daar, want ook hier is geluid – onhoorbaar gehoord geluid. Voor de één betekent dit bruisen van de zee de stilte, terwijl de ander wordt overdonderd door het geschreeuw van meeuwen in die branding. De stilte van de natuur heeft vleugels en is het schuim op de golven. Het maakt lyrisch en is inspiratie er beeld aan te geven.

    Bruno van Dijck, Christiaan Kuitwaard, Museum Belvédère

    De streek Cornwall op de zuidwestelijke punt van Engeland – doe je een paar stappen verder dan sta je op Land’s End en tuurt over het water rechts naar Ierland, in je rug blikt St.Ives en de baai Mousehole kabbelt links. Daar langs die kust vinden de Vlaming Bruno van Dijck en de Fries Christiaan Kuitwaard inspiratie, hier proeven zij de geest van de plaats. Genius loci. Zo is de aanvulling op de hoofdtentoonstelling in Museum Belvédère getiteld. Om het verhaal compleet te maken. Ze leven het landschap in de hedendaagse kunst, terwijl de kunstenaars van St.Ives tot 1975 van de vorige eeuw actief waren in dezelfde omgeving. Vrijwel niets is er veranderd, enkel de interpretatie is van een andere orde. Van Dijck en Kuitwaard zijn realisten, terwijl de meeste kunstenaars van de kolonie het landschap in abstracte zin van beeltenis voorzagen.

    Indrukken van kustlijnen

    Richt Bruno van Dijck zich op de vloedlijn, Christiaan Kuitwaard verruimt de blik en ziet de horizon. Beiden beleven de plek vanuit hun gevoel. Op het moment dat ze daar staan, soms zelfs tot de enkels in het water om de beleving maar aan de lijve te ondervinden, zetten ze deze ervaring op papier of paneel. En plein air met de neus in de wind. De fysieke maat van de kunstwerken is beperkt, maar het monumentale gevoel is des te groter. De indrukken van kustlijnen ogen groots in kleine afmeting. Juist in dat geringe formaat is de grootsheid te vangen. De vorm is welhaast die van een ansichtkaart die je stuurt vanuit de bezochte plek naar huis. Zo willen de kunstenaars de pracht die zij beleven met het thuisfront delen. Het werk beroert de zintuigen.

    Bruno van Dijck, Christiaan Kuitwaard, Museum Belvédère

    Bruno van Dijck bedwingt in rauwe kleuren en brute olieverftoetsen de oerkrachten van de natuur op kleine vierkante plankjes. Dat formaat, want deze laten zich gemakkelijk meenemen in de rugtas naast de veldezel. Het zijn vroege studies van West Portholland, de latere jaren na 2008 zag ik eerder in de groepstentoonstelling ‘On the spot’ van 2017 in Museum Belvédère. Dit latere werk vind ik nu in een schrijn, een kist voor relikwieën en kostbaarheden, die in de ruimte staat opgesteld. Het transparante deksel is gesloten, dus ik kan niet nog eens door die werken ‘bladeren’. Maar dat hoeft pok niet, mijn ogen hebben genoeg aan wat gehangen is. De eerdere hier en nu aan de wanden bevestigde schilderijtjes ogen meer spontaan en laten nog feller de kracht van de natuur zien dan tijdens de latere bezoeken van de schilder aan deze omgeving. De paneeltjes zijn in deze opstelling van licht naar donker in rij gezet. Gaandeweg treedt het duister langs de wand in en laat het landschap in de geest van Van Dijck de kleuren los om nog meer mysterie aan de dag te leggen. In die schemering herbergt de kustlijn geheimen, die de kunstenaar probeert te ontrafelen. In de ruwe welhaast abstracte composities temt hij de onstuimige branding, maar lost het raadsel van Cornwall niet op.

    Bruno van Dijck, Christiaan Kuitwaard, Museum Belvédère

    Maar ook neemt Van Dijck de kust van Wales in gedachten mee naar huis en werkt deze met olieverf en houtskool op board uit in zijn atelier. De gedachte herinnering maakt dit werk lichter met een vrijere opzet. Ter plekke noopt de grootsheid van het zichtbare tot overgave. De kunstenaar is onder de indruk en kan niet anders dan de natuur in werkelijkheid te lijf gaan. Thuis zwakt de toewijding enigszins af en kan de kunstenaar de eigen woorden toelaten in het verhaal. Het werk is open en meer toegankelijk, minder drukt de omgeving er een stempel op. Dit is niet de Engelse kust maar de handtekening van Bruno van Dijck.

    Kleurige indrukken

    Voor Christiaan Kuitwaard schijnt het weinig uit te maken waar zijn landschap op de wereldkaart is. Wat hij ziet in Schotland en welke indruk hij vastlegt in Cornwall zou even goed een zicht op het Wad boven Friesland of de zee gezien vanaf het strand van een van de Friese eilanden kunnen zijn. Met de tegelspreuk “wêr’t wy op de wrâld ek binne, oeral skynt deselde sinne” in gedachten kan de horizon en kunnen de wolkenluchten evenzo goed in de noordelijke provincies van Nederland gesitueerd zijn. Het is daarom ook dat een dergelijke tentoonstelling zo goed past binnen de muren van Museum Belvédère. De kunstenaars hier beleven het landschap als zijn ze daar. De ervaring is uitwisselbaar, de inspiratie kent geen grenzen. De omgeving is anders, maar het beleven is universeel.

    Bruno van Dijck, Christiaan Kuitwaard, Museum Belvédère

    Het zijn kleurige indrukken die Kuitwaard heeft meegenomen van zijn eerdere reis naar Schotland en dit jaar samen met en als chauffeur van gastcurator Feico Hoekstra naar Cornwall. Kuitwaard genoot daar zichtbaar van de atmosfeer, de ruimte en het licht. In heldere kleuren legt hij de ruimtelijke weidsheid van de omgeving vast. Spontane schetsen van de natuurlijke grootsheid die hij ondergaat. Studies in olieverf op paneel om deze stemming onder de knie te krijgen, dit gevoel in de vingers te hebben. Dat genieten brengt hij feilloos en vakkundig in beeld.

    Beide kunstenaars zijn er in geslaagd hun inspiratie van dat landschap overzee, van hieruit gezien, aanschouwelijk beeld te geven. Ik proef daarin de geest van die plaats. Concentreer ik me enkel op een afzonderlijk beeld in de Cornwallreeks van Kuitwaard dan sta ik daar ook en kijk uit over zee, hoor de elektriciteitsdraden ruisen in de wind en voel het zand tussen mijn tenen. De ruimte is er leeg, sereen. Kalm en ongestoord geniet ik met de kunstenaar van de kustlijn. Die beleving is er ook wanneer ik de rotsige stranden van Van Dijck als een film voor mijn blik langs zie gaan. Ik ruik het zilte nat, voel de regendruppels en hoor het water grond nemen en geven. De zee bemint het land. En ik houd van deze kunst.

    Genius Loci, Werk van Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard complementair aan de hoofdtentoonstelling Living the Landscape in Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, Heerenveen/Oranjewoud. Tot en met 25 september 2022.

    Bruno van Dijck, Christiaan Kuitwaard, Museum Belvédère