Het overkomt mij ook weleens. Dat ik mooi midden in een zalige droom zit en dan plotseling, door een achteraf verklaarbare reden, wakker schrik. De droom valt dan als een kaartenhuis in elkaar, als een ton in duigen, spat als een luchtbel uiteen – rinkeldekinkel. Van de droom herinner ik me nauwelijks iets, alleen de grote lijnen en dat het fijn was daar achter mijn oogleden. De gedachte eraan doet mij glimlachen. Vooral dat mooie gevoel wil ik daarna terug. Maar opnieuw in slaap vallen brengt die specifieke droom niet weer op het netvlies. De droom is weg, verdwenen, opgelost in de tijd.
Een fabel met een blijde boodschap
Rikkert Zuiderveld heeft vast zo’nzelfde ervaring gehad, misschien zelfs vaker dan eens. Dat hij plots uit een zoete droom ontwaakt en het liefst terug wil naar diezelfde slaaptoestand. De taalsmid van nature schrijft er een verhaal over. Kennen we hem van poëzie, gedichten en liedteksten, in proza spreekt hij eveneens een gedegen woordje mee. Meer in het bijzonder schrijft hij ditmaal een fabel, want dieren spelen in zijn vertelling de hoofdrol – er is geen mens in te zien, maar wel te herkennen. Die dieren zijn immers precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken.

In de gedaanten van Haas en Muis houdt Zuiderveld de lezer een spiegel voor. Haas wil zijn droom terug is derhalve een stichtelijk verhaal met een kern van waarheid. Rikkert is een gelovig mens en ziet het goede in de mens. Niet zijn geloof verplicht hem daartoe; hij doet dat uit overtuiging. Zijn fabel over Haas, die zijn droom terug wil, is dan ook min of meer een vertelling met een blijde boodschap. De boodschap van vriendschap en vertrouwen, van hoop en delen. Het kan zo mee als katern bij de Bijbel, een apocrief boek, welhaast een gelijkenis.
Er bestaat echter geen twijfel over de authentieke strekking van dit geschrift. Wat eerst een vergeefse onderneming lijkt, krijgt aan het slot een ruimere betekenis. De droom wordt niet teruggevonden, maar de zoektocht blijkt zelf een droom te zijn. Daarin schuilt de belofte van het verhaal: wat verloren lijkt, kan in de verbeelding blijven voortbestaan. Dromen zijn niet alleen voorwerpen die je kunt verliezen of terugvinden, maar ook een ruimte waarin je kunt verblijven. De zoektocht mislukt uiterlijk, maar slaagt innerlijk.
Kijken en lezen
Het verhaal lijkt voor kinderen geschreven om zelf te lezen of om te worden voorgelezen. Voor hen werkt het als een sprookje, bijna met het slot van: en ze leefden nog lang en gelukkig. Voor volwassenen echter is het een fabel, een verhaal met een moraal. De symbolische betekenis laat zich tussen de regels door lezen en komt bovendien tot uitdrukking in de tekeningen.

Voor de jeugdige lezer heeft Leontine Gaasenbeek namelijk kleurige en fleurige illustraties gemaakt. Kijkplaten die het verhaal vrolijk en meeslepend verbeelden. Zo kan de lezer vooral kijker zijn en hoeft hij minder de gelaagde vertelling te doorzien. De tekeningen geven de vertelling panoramisch weer, waarbij de blik op oneindig kan worden gezet, zodat de kleine beschouwer helemaal kan opgaan in het verhaal. Het als het ware kan beleven als een droom.
De zoektocht van Haas
Een fantasie waarin Haas wordt gewekt door de opkomende zon en opeens zijn droom kwijt is. Hij is klaarwakker, maar wenst liever nog wat door te soezen om die zalige gedachte niet kwijt te raken. Echter beslist de zon, en daarmee de dag, anders. Haas wil die mooie nachtelijke gedachte terug en gaat eerst krampachtig op zoek naar de overhaast verdwenen droom.
Onderweg voegt Muis zich bij hem, voorziet hem van bruikbaar materiaal, zoals een zonnehoed, eten voor onderweg en een tas om spullen te dragen. Met zijn olijke opmerkingen relativeert Muis de al te serieuze speurtocht. Hij is een vriend voor het leven.

Het tweetal komt diverse dieren tegen – zoals Vlinder, Grote Pad, Boer Beer en Moeder Kangoeroe – maar niemand weet waar de droom van Haas is. Die mooie droom. Haas deelt met hen de dingen die hij onderweg kreeg aangereikt: een boodschappenkar voor de ezel om zijn last te dragen, een paraplu voor het grijze paard dat in de regen zijn zebrastrepen kwijt werd, de hoed voor Konijn om zijn goochelkunsten te doen. Zaken waarvan Haas dacht dat hij ze nodig had, maar die uiteindelijk beter op hun plaats bleken bij anderen. Delen geeft een fijn gevoel.
Een droom die terugkeert
De tocht duurt zolang het licht is. Aan het eind van de dag gaan de twee moe en onvoldaan terug naar huis. Maar de hoop op een goede afloop is de hele dag gebleven. Thuis vallen Haas en Muis, dicht tegen elkaar aangekropen, in slaap. “Haas valt in slaap en droomt en droomt, heel diep, de hele nacht.” En de volgende morgen eindigt het verhaal zoals het is begonnen. Haas heeft zijn droom terug. De hele reis van de vorige dag blijkt een droom te zijn geweest…
Haas wil zijn droom terug. Tekst Rikkert Zuiderveld, illustraties en vormgeving Leontine Gaasenbeek. Uitgave Buddy Books, 2026.














