Tag: Caren van Herwaarden

  • Waar het lichaam betekenis wordt

    Touch is aanraken, touching is ontroeren. Een persoon aanraken kan ontroerend zijn, emotioneel. Je komt in zijn of haar comfortzone. Je nadert zo dicht dat het intiem wordt. Je treedt een wereld binnen die veilig is, een vertrouwde omgeving. Dat kan confronterend zijn, ongewenste intimiteit. Maar het is ook een welkome gemeenschap wanneer twee lichamen één zijn, willen zijn. Aanraken en ontroeren liggen dicht naast elkaar, betasten en vertederen; het streelt maar kan ook schuren. Het bevoelen kan een bepaald gevoel opwekken, zowel positief als negatief. Zo is het met kunst idem dito. Door kunst kun je worden aangeraakt, het kan je ontroeren. Wanneer het je niet aanstaat, is er geen klik en wenst het kunstwerk geen intimiteit.

    Waar verbinding faalt

    In de kunst van Caren van Herwaarden gaat het dubbel op. In de gelaagde tekeningen zowel als in haar diepzinnige beelden. Het zijn objecten van mededogen. Meelijwekkende creaties, omdat de kunstenaar de zwakke kant van het mens-zijn toont. Zij brengt het streven en mislukken van het menselijk handelen aan het licht. Daar waar de schepping faalt, namelijk bij het maken van verbinding. De gemeenschap lijkt iets gemeen te hebben, maar schijn bedriegt veelal. De gemeenschap wenst homogeen te zijn, maar is eerder heterogeen. Zij steekt als los zand in elkaar. Er is nauwelijks consensus in het grote idee van de groep. Er kan veel onderlinge strijd zijn, omdat de een de ander geen ruimte geeft en er onderling geen respect is. Er is sprake van rechts en links, zwart en wit, welles en nietes. Van Herwaarden prikt door die uiterlijke glans heen en boort tot het matte innerlijk. Zij legt de zwakheid van de mens bloot en beeldt deze zonder versiering af. Ze maakt het niet mooier dan het is en daardoor krijgt het een bepaalde schoonheid.

    Caren van Herwaarden

    Het kan aanstootgevend zijn, zelfs als het ethisch correct lijkt, omdat de kunstenaar een spiegel voorhoudt. De werken laten zien waarvoor wij in de meeste gevallen liever de ogen sluiten. Het onthult onze gebreken en mankementen. Daar willen we echter niet op worden aangesproken. Maar het spreekt voor zich dat wij daar in essentie wel aan moeten geloven. Dat afzetten schept vertedering, zoals de platen in het boek Touch, waarmee de kunstenaar zich presenteert. In tekeningen, collages en samengestelde beelden legt Caren van Herwaarden gebaren en handelingen vast. Meestal bewegingen van het menselijk lichaam, en na een artistiek verblijf in Ierland lopen paarden het werk binnen. „Maar de mens is tragischer, want paarden zijn zich niet bewust van hun sterfelijkheid, ze hangen geen religie aan en zeuren en klagen niet”, dicht Walt Whitman in Song of Myself. Meestal dus bewegingen die normaal lijken, maar ongewoon zijn omdat deze gebaren toenadering inhouden. Zij gebieden aanraking, gelasten het toucheren. Althans, zo zou het in een gemeenschap moeten zijn. Daar is geen afstand, maar juist gewenst bevoelen.

    De taal van gebaren

    Getekende en gepenseelde lichamen, maar ook afbeeldingen van driedimensionale figuren tref ik aan in het boek. Voortdurend is daar dus de interactie met de ander, de anderen als in een gemeenschap. Groepsgewijs staat de boodschap. Soms zelfs als een samengeklonterde troep lijven. De lijnen en vlakken maken vormen die herinneren aan de glooiingen van het lichaam. Het vel dat fysiek inhoud heeft, als een zak met botten en vlees. Maar dat is niet waar het in het werk van Caren van Herwaarden om gaat. Het is de inhoud die geestelijk aanwezig is. Waarmee mentaal wordt gecommuniceerd, waarlangs het contact met de ander verloopt. De gebaren zijn belangrijker. De mimische driften. Van betekenis in het gebaar zijn de handen; deze krijgen uitgewerkte aandacht. Daarin ligt de taal van het lichaam, zoals in gebarentaal voor een doof persoon.

    Caren van Herwaarden

    „Sommige kunstwerken zie je niet zozeer, die voel je”, stelt journalist Merel Bem in haar bijdrage aan de uitgave. „(…) natuurlijk zie ik dit werk, het is immers ook gemaakt om naar te kijken. (…) Maar dat kijken gaat gelijk op met voelen.” Het werk van Caren van Herwaarden roept bij Merel Bem dikwijls een lichamelijke reactie op. Ze weet haar steeds weer te raken met de intieme, ontroerende momenten die ze kiest. Dat zie ik ook, dat voel ik aan. Dat is een geestelijke spanning, een mentale geladenheid. Het beeld kruist fysiek mijn blik, terwijl ik er emotioneel door geraakt word.

    Kijken met de handen

    Voor de tekeningen en objecten is licht een element van belang. Zonder licht kan de kunst niet worden gezien. Maar de ruimtelijke beelden van Caren van Herwaarden zouden betast moeten worden om er de geestelijke essentie van te kunnen waarnemen. Kijken met de ogen, zien met de handen. In het essay ‘”zandengel” schrijft filosoof en muzikant Gustan Asselbergs dat hij gelooft in het wezen dat op de tast leeft, over de ander struikelt, zich smerig maakt met de klei onder zijn voeten en niet schrikt van het zweet dat via holtes en huidslabben zijn weg naar buiten vindt. „Wanneer zijn wij ermee begonnen onszelf te maskeren? (…) We zijn gecrasht op de buitenkant der dingen, dat is het hele probleem, en nu durft niemand meer.” Dit kwetsbare lichaam, dat gebaren vergeten is, spreekt de kunstenaar aan. Een beeld dat geworteld is in haar zijn door een voorstelling uit haar jeugd: een halfnaakte, gemartelde dode man hing vroeger bij hen thuis boven de deur van de woonkamer. Dat heeft bewust dan wel onbewust haar kunst gekleurd.

    Caren van Herwaarden, Jap Sam Books

    In de weerslag van het gesprek dat kunsthistoricus en conservator Ludo van Halem met Caren van Herwaarden had, omschrijft de kunstenaar wat haar tot het maken van kunst aanzet. Welke condities daarvoor van belang zijn. Met „de werkplaats” toont zij zichzelf naast haar kunst. Met haar idee in gedachten blader ik nog eens het boek door, herken gevoelens en haak aan bij gebaren. „Wat ik zo bijzonder vind aan tekenen is dat je ook iemand ‘betekent’”, laat ze weten. „Dat je niet zozeer iemands gezicht of lichaam beschrijft, maar vooral betekenis geeft. (…) Je bezielt dan.”

    Het lichaam kortom is inspiratie. Het wezen dat is, het onzichtbare lijf. Onpersoonlijk evenwel, want het beeld moet universeel zijn. Eenieder moet zich erin kunnen herkennen. Daarom is er wel een kop, maar geen gelaat. De houding van het lijf is belangrijk, niet het optreden van de persoon. Het lijf is drager van de boodschap, zoals het canvas de verf kan dragen waarin het beeld zich zal vormen. Niet het lichaam als lijf is het beeld, het is de houding die de taal maakt. De gebaren zijn het gereedschap om tot uitdrukking te komen en vormen de indruk. Caren van Herwaarden omarmt haar impressies van het leven. Een onpersoonlijk zijn dat zo universeel is dat het voor iedereen persoonlijk kan worden. Ze kijkt door de kleren en de huid heen, kleedt een persoon tot op het bot uit. Wat overblijft is het gevoel, de emotie. De kern wanneer de verpakking is afgedaan. Om dat te verbeelden heeft ze wel een lichaam nodig, want een gemoed laat zich niet uitdrukken.

    Touch. Caren van Herwaarden. Jap Sam Books, 2023.

    Caren van Herwaarden, Jap Sam Books
  • Tekeningen van adem en geest in Groningen en Heerenveen

    Een leeg vel papier. Maagdelijk wit. Het ligt op de tekentafel. Of hangt, geklemd, aan de ezel. Het nodigt uit om bevlekt te worden. Schreeuwt bijna van genot bij een eerste aanraking. Een handgebaar. Een eerste lijn. Een geveegd vlak. De inspiratie overvalt de tekenaar. Intuïtief volgt de hand de geest. Een gedachte krijgt vorm. Niet zomaar wordt de kunstenaar schepper genoemd. Van niets iets maken. Want de Schepper zal eenzelfde gevoel hebben gehad. Een lege ruimte, zwart als de nacht, waarin Hij een bolvorm hangt om er Zijn inspiratie op los te laten. De aarde was woest en ledig, maar Hij maakte er een vredig en beschaafd paradijs van. En Hij zag dat het goed was. Was, want we weten wat ervan is geworden.

    Diezelfde euforie kent de kunstenaar wanneer de eerste stip, de volgende lijn en het nieuwe vlak op papier zijn gezet. Wanneer de afbeelding is geplaatst, de figuratie betekenis heeft gekregen. Dan ziet hij of zij dat het goed is. Is, want de handeling geeft aan wat het moet worden. Niet altijd is de tekenaar tevreden met het resultaat. In een tekening kan immers amper worden geretoucheerd zonder dat het zichtbaar is. De uiting moet meteen staan, dient onmiddellijk de indruk te omvatten; anders wacht de prullenbak.

    Wat het tekenen in de kunstgeschiedenis aan betekenis heeft gewonnen, is algemeen bekend. Het is van schets en ontwerp voor een schilderij uitgegroeid tot een kunstwerk op zichzelf. De tekening is niet langer het ondergeschoven kind van de kunst. Het tekenen is volwassen geworden en kent evenzovele uitwassen als het schilderen.

    Gelaagde betekenis

    Gezien de vergelijking tussen het scheppen van kunst en de schepping van de aarde, is de tentoonstelling Ruach op haar plaats in de Akerk in Groningen. Het is als het ware een thuiswedstrijd. De over het algemeen menshoge tekeningen, gehangen langs de wanden, passen in deze sfeer van geloof en hoop, kerkleer en eredienst. Ruach is adem, wind en geest. Het is ongeduld, woede en hartstocht. Allemaal woorden die passen bij de handeling van het tekenen.

    “De thematiek van Ruach sluit aan bij de gelaagde betekenis van de Akerk; historisch, spiritueel en alledaags. Allemaal even menselijk. De kunstwerken nodigen uit tot aandachtig kijken, voelen en misschien zelfs eenvoudigweg: even ademhalen”, lees ik op de website van de Akerk. En dat is het: de composities verdienen aandacht. In de devote ruimte van wat eens een godshuis was, kan de bezoeker zich concentreren op het eigen ademhalen om de oerkracht van de werken te ervaren. Want tekenen is de oervorm van kunst. Die energie is te voelen in de werken die op dit moment in de Akerk in Groningen hangen.

    Galerie Getekend in Heerenveen is op dit moment een satelliet van de tentoonstelling in Groningen. Toont het drietal kunstenaars daar grote werken, omdat de ruimte dit meer dan toelaat, in Heerenveen is werk op klein formaat te beschouwen, aangezien de galerie zich beperkt tot een aantal vierkante meters. De sfeer is echter van gelijke maat. De tekenaars zijn namelijk zowel op groot als op klein formaat in staat te overtuigen. De kracht van tekenen als ritueel is voor hen vanzelfsprekend. De bezoeker kan zich op beide locaties oefenen in aandacht.

    Ruimte boven de werkelijkheid

    Tekenen is misschien wel de intiemste kunstvorm. In een tekening komt de beschouwer het dichtst bij de hand en het gebaar van de kunstenaar. “Het is een vorm van expressie die al eeuwenlang een centrale rol speelt in de menselijke communicatie en creativiteit”, citeer ik AI. Niet altijd ben ik het met het kunstmatige intellect eens, maar bij deze stelling kan ik mij zonder meer aansluiten. De tekenaars Arno Kramer, Caren van Herwaarden en Marisa Rappard staan op de schouders van hun voorgangers. In hun eigen stijl laten zij deze kunstvorm doorgroeien.

    Het hoeft niet altijd een punt van herkenning te hebben. Het kan een herkenbare figuratie zijn die schuurt aan identificatie. Het is niet altijd waar wat je ziet. De werkelijkheid steekt soms anders in elkaar dan verwacht. In hun tekeningen probeert het drietal een wereld zichtbaar te maken die gelaagd is, die zich beweegt in een ruimte boven de werkelijkheid. Met de tekening probeert men de waarheid te begrijpen en te beïnvloeden. Om deze te begrijpen is concentratie nodig, toewijding aan wat zichtbaar is. Het wekt weerstand op, omdat elementen die niet passen passend zijn gemaakt. Er is verwondering over abstract werk dat vragen stelt aan de huidige tijd. En de mens in die tijd smeekt om erbarmen.

    De geest vormgeven

    De drie tekenaars hebben eenzelfde fundament waarop zij hun kunstwerken bouwen. Het is een oefening in openstaan, luisteren – proberen af te stemmen op wat nog niet zichtbaar is. Van niets iets maken. De geest vormgeven. Tot uitdrukking brengen wat geen uiterlijkheid heeft. Door de vorm geweld aan te doen wil de tekenaar de aandacht vasthouden. De beschouwing verdiepen, het vluchtige bevriezen. Op die vaste grond ontstaat een variabele stijl. Iedere kunstenaar neemt zichzelf mee in het kunstwerk. Elke benadering biedt een ander perspectief op de methode om de wereld en de werkelijkheid te duiden.

    Meent de een dat verlies een eigen draagbaar beeld verdient, de ander gaat uit van de betekenis van een ervaring, de derde duidt de techniek van de wolkenlucht. Ze hebben gemeen dat de tekenkunst schuurt aan religie, aan een christelijk jargon: de piëta en stabat mater, God zwevend op een wolk, het onderzoek van de leegte. De Akerk is een thuiskomen, Galerie Getekend een veilig nest. “Door te tekenen scherpen we onze waarneming en onze geest”, liet Arno Kramer in de uitgave behorende bij de tentoonstelling in Groningen afdrukken, “en roepen we dingen bij onszelf op die we op geen enkele andere manier dan via de ontstane kunst kunnen oproepen.”

    Ruach. Drawings of breath and spirit. Arno Kramer, Caren van Herwaarden, Marisa Rappard. Publicatie bij tentoonstelling RUACH in Akerk Groningen van 17 januari tot en met 31 mei 2026. En “Van tijd naar tijd” in Galerie Getekend, Stationsstraat 6, Heerenveen. Van 13 maart tot en met 10 mei 2026. Uitgave Groninger Kerken, 2026.