Tag: Chabot Museum

  • Voor Werner Berg is het leven kunst, kunst het leven

    Lezende het boek “Werner Berg, een leven als kunst” dringt mij de naam Leon Adriaans op. Niet dat het werk van beide kunstenaars met elkaar overeenkomt. Maar wel de manier waarop het is ontstaan. Beide zijn boer en hebben een hard bestaan waarin de kunst een prominente plaats inneemt. Het leven is kunst, kunst is het leven. De dagelijkse bezigheden zijn bijzaak, hobby. Door het solitaire leven op het platteland en de werkzaamheden in het boerenbedrijf kan die kunst een eigen leven leiden. Nauwelijks beïnvloedt van buitenaf kan de kunstenaar zichzelf in de kunst ontwikkelen. Bij beide kunstenaars merk ik die liefde voor de omgeving waarin zij verkeren. 

    Adriaans schilderde in een weerbarstig boers dialect, zoals zijn leven getekend werd door akkers, modder en stevige paardenlijven. De Brabantse kunstenaar werkte in een naïeve stijl die rauw en robuust oogt zoals zijn landleven dat is. De kunst van Berg heeft net zo die simpele aanpak, daarin klinkt echter een poëtische beeldtaal. Daarmee drukte hij het ontzagwekkende van het menselijke bestaan, de verpletterende krachten van de innerlijke en uiterlijke natuur, het mythische, de menselijke oerangst uit. De emotie van de mens in zijn eenvoudige bestaan. Werner Berg was verliefd op zijn Rutarhof in de Oostenrijkse bergen, ver van de drukte en het lawaai die de dan moderne mens bij zich draagt, en liet dat ronduit meespreken in zijn werk. “Het waren helemaal geen romantische ideeën die mij ertoe hebben verleid mij op die berg te vestigen, ik wilde alleen maar onafhankelijk kunnen leven en werken.” Met deze opmerking uit 1934 start het boek waarin ik diezelfde hang naar zelfstandigheid teruglees als die de kunst van Adriaans kenmerkt.

    In een expressionistische stijl gaf Werner Berg blijk van de inspiratie die hij in zijn omgeving vond. Vanuit zijn atelierraam keek hij op de oprijzende Hochober en de keten van Karawanken, over het bos en achter het dal met verspreide dorpen de bergen van Karinthië en Stiermarken. “De schoonheid en vooral de veelvormigheid van het landschap vlak om ons heen is onbeschrijfelijk.” Er zijn vast meer verbanden te maken met andere kunstenaars, die eveneens in een min of meer afgezonderde positie hun werk tot stand laten komen. Maar het landleven van Berg echoot voor mij in dat van Adriaans. Ze zijn geen generatiegenoten, hun leven overlapt zich enigszins. Maar de ervaring en het beleven komt mijns inziens overeen en sluit op elkaar aan.

    Vastleggen van een gevoel

    Het werk van Werner Berg is voor het eerst te zien in Nederland. Buiten zijn zo geliefde Oostenrijk, waar hij hoog op een berg bij leven aan zijn oeuvre heeft gewerkt. Naast het zware en uitputtende werk op het land, was er altijd en maakte hij aldoor tijd om te tekenen en te schilderen. Het Chabot Museum in Rotterdam is plaats van handeling om de kunst van Berg te tonen. De naamgever van dit museum, Henk Chabot, wordt zowel fysiek als in een bij de tentoonstelling uitgegeven catalogus in relatie gebracht met het werk van Werner Berg. Er worden overeenkomsten bloot gelegd, verbindingslijnen uitgezet en verbanden gemaakt. Volgend jaar zal dat andersom gebeuren wanneer werken van Chabot getoond zullen worden in het Werner Berg Museum in het Oostenrijkse Bleiburg.

    Ook de kunst van Ossip Zadkine krijgt een plek in Rotterdam. Het was in 2023 namelijk 70 jaar geleden dat het bekende beeld ter herinnering van het bombardement werd onthuld. Werner Berg heeft dat werk “de verwoeste stad” ooit gezien tijdens een kunstreis naar Nederland. Hij beschreef het beeld als ‘misschien wel het enige geldige monument van onze tijd’. Daarmee schept het een band en kunnen beide kunstenaars optrekken in tentoonstelling en catalogus. Maar meer nog is Henk Chabot hier op de plek. Hoewel de geïnspireerde uitbeelding van landschap en stadsgezicht verschilt bij de kunstenaars, is er een overeenkomst te bespeuren in het vastleggen van een gevoel. In de expressie schuilt de emotie, de liefde voor de omgeving. Werner Berg is dan wel doende op de hoogten van Oostenrijk waar Henk Chabot zich in de delta van het laagland uitleeft, maar het een is toch een blauwdruk voor het andere.

    Henk Chabot, boer tussen de boeren

    De naam van Henk Chabot vind ik terug in de onlangs door mij besproken uitgave “De Vuurvogelgeneratie” van Sandra Smets. Dit boek is het resultaat van een onderzoek naar kunst en kunstenaars in de verwoeste stad Rotterdam, tijdens en na de oorlog. Chabot bewoont even buiten de stad een klein huis met atelier aan de rivier de Rotte. Daar is hij boer tussen de boeren. Legt die hardwerkende landarbeiders met hun bonkig karakter indrukwekkend vast. Exemplarisch voor een eenvoudig en tijdloos leven. Hij beoogt daarmee zowel een romantisering van het platteland als een erkenning van het zware boerenbestaan. Minder poëtisch in vergelijking met Berg, maar met eenzelfde realistische expressie.

    Vanuit zijn huis aan de dijk heeft Chabot een ruime blik op stad en haven. Hij heeft het bombardement als het ware in zijn achtertuin zien voltrekken en heeft daar niet veel later getuigenis van afgelegd in het woeste schilderij ‘Brand van Rotterdam’. Zijn jongere broer Wim, op aanraden van Henk eveneens kunstenaar, is al zijn kunstwerken en schildersmateriaal in het inferno kwijtgeraakt. En ook een groot deel van Henks’ schilderijen, die hij in het atelier van Wim had opgeslagen, ging verloren. Dat leek hem vanwege de oorlogsdreiging en de naderende mobilisatie een veiliger plek dan het atelier in zijn dijkhuis. 

    Terwijl kunstenaars tussen de puinhopen na het bombardement de ravage op papier documenteerden, liet Chabot zich inspireren juist door de mensen in hun armoede en ongeluk. Dat scherpe oog en die nauwlettende opmerkzaamheid voor de expressieve emotie van de mens komt dramatisch tot uiting in een serie schilderijen met vluchtelingen, vervolgden en illegalen als modellen. De angst en ontreddering is van de ingevallen hongerig ogende gezichten af te lezen. Chabot weet de verontrustende mimiek van verschoppelingen tastbaar en invoelbaar vast te leggen. Zijn kunst drukt het ware gevoel uit, de essentie van een pijnlijke tijd. Juist door die emotioneel doorwrochte kunst maakt het oorlogsoeuvre van Henk Chabot naderhand veel los. 

    Mens centraal in het werk

    De belangstelling voor het land, de polder en de natuur deelt Chabot met Berg. Op zijn beurt, die van Berg, uit zich dat in de bergen en de dalen. Maar vooral de mensen die leven en werken in dat landschap hebben plek in expressionistisch geschilderde impressies. Ook die inspiratie delen beide kunstenaars wiens werk voor het eerst in Nederland aan elkaar wordt voorgesteld. Chabot zet de mens in het landschap neer met een zware contour om die figuur in de wereld extra te benadrukken. Waar Berg in een meer naïef versimpelde stijl de mens en zijn omgeving vastlegt. Wel spreekt er eenzelfde empathie bij de mens en aan de natuur uit. “Hoeveel het landschap ook voor mij betekent en hoeveel vreugde ik ook aan bloemen beleef, toch staat de mens centraal in mijn werk – is eigenlijk het thema van mijn schilderkunst.

    Het boek “Het leven als kunst” neemt mij in teksten en beelden mee door het kunstenaarsleven van Werner Berg. Zijn levensverhaal laat zich lezen als een roman, aldus wordt boek en tentoonstelling in een folder aangeprezen. Alle ingrediënten zijn aanwezig: een getalenteerde hoofdpersoon met diepe zielenroerselen die het bruisende leven van de grote steden achter zich laat, een grote liefde én een onmogelijke liefde, twee wereldoorlogen en een schilderachtig decor van het afgelegen gebergte in Karinthië. De uitgave zou een autobiografie kunnen zijn, want veel uitspraken van Berg zelf krijgen plaats tussen de getoonde schilderijen, tekeningen, aquarellen en houtdrukken. Een voorwoord van Jisca Bijlsma, directeur Chabot Museum, geeft het boek de status van catalogus bij een tentoonstelling. Ria van Hengel belicht de dichter Christine Lavant, die met haar poëzie de belevingswereld van Werner Berg binnenkwam. Hij was meteen diep onder de indruk van haar gedichten en van haar persoon. De dichter werd muze van de schilder. Er ontstond zelfs een liefdesrelatie, maar deze hield geen stand omdat Berg al getrouwd was. Hij dacht dat beide liefdes wel samen konden gaan in zijn leven, want hij aanbad ook zijn vrouw. Maar voor de twee vrouwen was dat onleefbaar, dus Lavant vertrok. Verder in het boek laat de samensteller Berg de tussenbalans van een schilderbestaan opmaken. “Een leven in grote eenvoud leiden, daarmee bijvoorbeeld kun je veel bereiken.”

    Werner Berg. Het leven als kunst. Teksten: Werner Berg, Jisca Bijlsma, Ria van Hengel. Uitgave: Chabot Museum Rotterdam, 2023. 

  • Langs lijnen volg ik de realistische fantasie van Westerink

    Het figuurlijk gebroken beeld tegen het vergeten is de aanleiding, niet de inspiratie. Het beeld duidt het bombardement van de binnenstad van Rotterdam, omdat de inname van ‘Vesting Holland’ door de Duitsers was mislukt. Na die zwarte 14e mei 1940 gaf de vesting zich beschadigt over. Met de expressieve bronzen sculptuur in een geometrische stijl afgeleid van het kubisme herinnert aan het door oorlogsgeweld gehavende Rotterdam. ‘Een kreet van afschuw tegen de onmenselijke wreedheid van deze beulsdaad’, zei beeldhouwer Ossip Zadkine over zijn ‘verwoeste stad’. De ontredderde figuur heft hoofd en armen ten hemel hopend op een bevrijdende kracht. Armen, benen en handen wijzen in verschillende richtingen, in die dynamiek schreeuwt het beeld de hemel ter verantwoording: ‘waarom?!’. In verwardheid heeft het lichaam steun nodig van een van een boomstronk. Een wankel evenwicht.

    Het beeld van Zadkine op het Plein 1940 in Rotterdam is het emotionele logo van verzet in onmacht. Een manier van kunst die na de oorlog een ontworsteling is uit de klauw van de bezetter. Deze had het onmiskenbaar als entartet aangemerkt. Want jazeker, het is ontaard, het figuurlijk silhouet stijgt imposant op boven verschroeide aarde. Het robuust plompe beeld voelt zich het ranke lichaam van de vuurvogel die uit de as verrijst. Dat kunstwerk laat de tijd van het bombardement van Rotterdam herinneren. Het bewaart de menselijke pijn, naar de woorden van de kunstenaar. De pijn die veroorzaakt werd aan een stad die alleen maar het verlangen had te leven en zicht uit te breiden als een woud. ‘Een les voor de toekomst, voor de dageraden van diegenen die jonger zijn dan wij.’ 

    Indirect komen door de contouren van het bewust beschadigde beeld de verschrikkingen en angsten van dat moment in 1940 naar voren. En naar boven voor hen die het hebben meegemaakt. Het zijn er steeds minder. Maar niet deze zwarte dag is letterlijk in het beeld vastgelegd, maar de dagen daarna waarin nieuwe ideeën de stad hebben doen herleven. Het hart en de ingewanden waren bruut uit het lichaam geschoten, het centrum van de stad lag in puin. Het verzet leek gebroken, maar de mens kwam meer slagvaardig uit de strijd en uit hun platgebrande huizen. Dat is wat het beeld is en wil blijven, een opstanding en meteen een vingerwijzing.

    Open call beeldend kunstenaars

    Het feit dat het beeld “de verwoeste stad” 70 jaar geleden is onthuld, is grond voor het Atelier Néerlandais en het Musée Zadkine in Parijs een open call voor beeldend kunstenaars in Nederland uit te schrijven. Een oproep een blijvende herinnering te ontwerpen, zoals Zadkine dat destijds heeft gedaan. De generatie kunstenaars van na dat Europese slagveld ging met die geschiedenis aan de slag. Ze kunnen niet zoals Zadkine deed putten uit ervaring, maar laten hun eigen gevoel over de kwestie gaan en tonen emotioneel hun bevindingen in de kunst. Een gedegen jury plukte uit de inzendingen het meest tot de verbeelding sprekende ontwerp. Dit kwam van Rozemarijn Westerink. Zij liet zich inspireren door de verwoeste stad en door andere beelden van Zadkine. Westerink is een tekenaar die met korte arceringen haar fragiele werelden opbouwt. Maar ook kan zij doortastend in enkele lijnen een ingeving uitwerken. Waar Zadkine niet enkel ruimtelijk werk maakt maar ook in het platte vlak uit de voeten kan, zo is het oeuvre van Westerink tweeledig. 

    Juryrapport

    De jury is onder de indruk van de zeggingskracht van het werk van Westerink. Ziet in haar manier van tekenen en door het kijken naar landschappen een evidente verwantschap met Zadkine. Net als de beroemde beeldhouwer put ook zij uit persoonlijke herinneringen om een beeld te scheppen. Een beeld waarbij het menselijk lichaam betekenis krijgt tegen de achtergrond van een veranderende omgeving. Vooral spreekt aan de manier waarop de ontzetting van het beeld aanleiding is voor een korte film waarin planten in de Parijse museumtuin acteren. De animatie plaatst een teken van hoop en heling tegenover moedeloosheid en verwoesting. Volgens het Chabot Museum, waar tekeningen en animatiefilm vervolgens na uitwerking getoond worden tot 3 maart 2024, verbindt dit internationale project verleden en heden en toont de tegenstelling van verscheuring en genezing in een artistieke context.

    Dromen en lijn

    Naast tekeningen maakt Westerink animatiefilms. De tekeningen zet ze in beweging aan de hand van de stop-motion techniek. De platte afbeelding wordt ruimtelijk begaanbaar. De vlakte komt in actie en geeft toegang aan de fantasie. De kunstenaar laat zich in dit project inspireren door de flora in de tuin van het Parijse museum. Voor Zadkine was zijn tuin heilige grond, een geliefde plek om te verkeren. Hij zocht in zijn werk dikwijls ook een relatie met de natuur. Dat gegeven was voor Westerink vruchtbare grond haar werk te laten groeien. “Rêves en Ligne”, dromen en lijn, noemde ze de beweging. En inderdaad droomt zij daarin langs de lijnen van de tuin, en kan ik mee in haar fantasie bij de werkelijkheid. 

    In een ruim 10 minuten durende animatie dwaalt Westerink figuurlijk door de tuin, waar ze tijdens haar verblijf eerst letterlijk aanwezig kon zijn. Armen met grijpende handen drommen samen. Het geeft een dreigende sfeer van het in bezit nemen, maar kan tevens een teken van het vragen om hulp zijn. Handen die reiken en willen aanraken. Zwarte lijnen die rasteren en dichte vlakken vormen verhogen een naargeestige sfeer onderstreept door de onheilspellend meeslepende muziek. Maar er ontstaan witte lijnen van hoop in het ongeluk en het verdriet. Het zijn enkele seconden uit de film, die ook nog tonen dat gebroken lichamen weer handen en voeten krijgen. Dan kunnen verpozen en zich verkwikken in de golven van een meer. Terwijl het project naar aanleiding van “de Verwoeste Stad” zich afzet tegen de verschrikking van de verwoesting, spreekt uit die versteende ontzetting van het beeld ook een mate van hoop en heling. De hoop op een betere wereld waarin de mens leert van zijn verleden; dit nooit meer. En heling, een hersteld stadscentrum. 

    Compositie op papier

    De animatiefilm gaf Rozemarijn Westerink inspiratie om met dat materiaal een nieuwe compositie op papier te maken. Als een collage van bestaande in de film eerder gebruikte achtergronden en figuraties. Deze vormen het decor voor andere uit de animatie losgetrokken onderdelen of nieuwe uitgezette inspiraties. De figuren staan ook wel solitair in het beeld, maar creëeren over het algemeen een nieuwe voorstelling. Het zijn bewegingloze beelden, lijken op stills uit de film – een stilgezet fragment uit de reeks. Maar het zijn op zichzelf staande tekeningen, illustraties bij een vertelling die zonder tekst in een met de hand gebonden uitgave zich ontvouwt. Blader ik het boekje door dan zie ik toch als het ware een dynamische voorstelling langs mijn blik trekken. Westerink weet de beweging in het statische beeld te krijgen. De figuratie en de figuren dansen bij wijze van spreken over de pagina’s. Staan een moment stil om te genieten van de bloemen en planten in de museumtuin. Bewonderen de beeldhouwwerken van Zadkine in die boomgaard, dat eens zijn tuin was. In het hart van het boekje begeef ik me tussen het struikgewas, de bomen kijken knoestig terug en tussen de bladeren word ik versteende blikken waar. Westerink neemt mij mee langs haar lijn, ik ben opgenomen in haar fantasie. 

    Rêves en Ligne. Riso geprinte publicatie in beperkte oplage. Rozemarijn Westerink, tekeningen. Onderdeel van project over ‘de verwoeste stad’ van Ossip Zadkine. Tekeningen en animatiefilm te zien in Chabot Museum Rotterdam tot 3 maart 2024.