Tag: De Drentsche Aa

  • Kunstenaars in weer en wind voor beek in beeld

    Het landschap, dat vormt door de eeuwen een inspiratiebron voor kunstenaars. En uit die bron, die maar nooit lijkt op te drogen, worden eindeloos veel composities geput. Het is het land waarin we leven, het schap dat ons bestaan schept. Het is onze omgeving, het is ons zijn. Niet zo vreemd dat dit thema in veel variaties opduikt in de beeldende kunst. Het landschap is veelvormig en kan vanuit legio standpunten worden bekeken. Over dat landschap is de mens niet altijd een beste hoeder. We vergeten vaak dat wij de aarde niet van onze ouders hebben geërfd, maar het van onze kinderen lenen. Deze uitspraak van de Haida-indianen lees ik in de uitgave “Beek in Beeld”. Een boek dat het beschermde gebied waar onder meer de Drentse Aa de stroom vindt als onderwerp heeft. Negentien kunstenaars zijn langs de beek op pad gegaan om het terrein in de eigen stijl en techniek in kaart en in beeld te brengen. Het boek documenteert deze smalle rivier, stromend door de provincies Drenthe en Groningen. Het stroomgebied is in vakken opgedeeld waarmee de kunstenaars die zich voor het project hebben ingeschreven aan het werk konden met  natuur en omgeving. In het boek worden die delen apart besproken en tonen de illustraties hoe het terrein de afzonderlijke kunstenaars heeft geïnspireerd.

    Verslag project

    Wanneer gesproken wordt over het landschap in de kunst, dan is vrijwel meteen de gedachte ‘huisje, boompje, beestje’. Een realistische verwerking van de zichtbare werkelijkheid. Maar daarover gaat het in de hedendaagse kunst allang niet meer. En ook eertijds bracht de kunstenaar wel wezensvreemde elementen in om daarmee een verhaal te verduidelijken. De kunstenaars van “Beek in Beeld” zijn langs het water aan het werk gegaan met dat wat ze zagen. Dat is het uitgangspunt, zichtbaarheid. Dan volgt de emotie, het gevoel welke dit landschap geeft. Ergens in het boek lees ik dat een kunstenaar het landschap uitkleedt, het ontbloot van overbodige elementen zodat de naakte waarheid resteert. De essentie van dat landschap voor die kunstenaar. De kunstenaar, meestal schilder of tekenaar, trekt het veld in om inspiratie op te doen. Werkt en plein air aan het schilderij of de tekening. Of schetst zichzelf de sfeer, maakt foto’s rondom, neemt als het ware her landschap mee het atelier in om daar uit te werken. De schetsen en de herinnering maken dan het uiteindelijke beeld.

    Het boek is een verslag van het project. Het is niet alleen een kunstboek waarin het resultaat van noeste arbeid langs de beek is opgenomen, maar dat ook in teksten aandacht besteedt aan verleden, heden en toekomst van de streek. Een historische beschrijving van het gebied documenteert het ontstaan en geeft het bestaan een gelaagde inhoud. De provincie Drenthe kent dierbare hoogtepunten in het landschap en trekt daarmee rustzoekers en natuurliefhebbers naar zich toe. Het is van oudsher een stille provincie, een arme streek. De stilte is echter wreed doorbroken en de armoede is allang verleden tijd. Maar de sporen daarvan zijn in het landschap nog altijd te vinden. Echter zijn de keuters herenboeren geworden, de kleine arbeidershuizen zijn verbouwd tot luxe koopwoningen, de kronkelende landwegen zijn tot snelwegen recht getrokken, beken werden kanalen.

    Resultaat project tentoonstellen

    De stilte wordt echter allengs teruggewonnen, het eenvoudige gaandeweg gekoesterd. Niet langer wordt het landschap waardoor de beek stroomt ingezet voor eigen gewin, maar komt de winst van het behoud ervan op het conto van het algemene nut. Het gekanaliseerde water wordt terug gemeanderd, polders worden weer natte veengebieden. De klok wordt voor flora en fauna teruggezet. En dat is het sterkst zichtbaar langs dat beek dal van Amen tot Haren. De kunstenaars registreerden en documenteerden het gebied, niet enkel zoals het zich in werkelijkheid voordoet maar meer hoe het aanvoelt, hoe het ruikt en welke geluiden er te horen zijn. Die ervaring hebben zij verbeeld in de kunstwerken. Maar nadat het water van de bron via het stroomgebied uiteindelijk in het Noord-Willemskanaal uitmondt om via het Reitdiep en het Lauwersmeer in de Waddenzee terecht te komen, is het boek nog niet uit.

    De samenstellers wilden de werken als resultaat van het project tentoonstellen op een plek in Drenthe tot relatie met de beek. Deze was om verschillende redenen niet voorhanden zodat werd uitgeweken naar het Groninger land. Landgoed Nienoord in Leek kwam in beeld en wilde de tentoonstellingsruimte wel beschikbaar stellen, mits een deel van het project ook over Groningen zou gaan. Daarom togen de kunstenaars na afronding van de beek het natuur- en waterbergingsgebied de Onlanden in, grotendeels gelegen in Groningen en via een kunstmatige weg aan de beek verbonden. Daar werden opnieuw de veldezels uitgeklapt en de omgeving vastgelegd, hoewel de kunstenaars er eigenlijk al klaar mee waren. Het heeft nog mooie platen opgeleverd als aanvulling op het project. En aldus kon Nienoord de gestelde voorwaarde in hun statuten waarborgen, dat ze aan de provincie Groningen gerelateerd werk laten zien. Tot slot is dan ook een essay over de historie van het landgoed opgenomen. Een kers op de taart zou je kunnen zeggen. Hoewel het gebak er zelf ook al smakelijk uitzag.

    Informatieve teksten

    De beek, voortkabbelend met diverse namen van Amerdiep en Oudemolense Diep, van Looner Diep en Oude Aa – pas in het Groninger land stroomt het water als Drentsche Aa, is een goed bewaarde biotoop, waarin de mens voordat het beschermd gebied werd veel kapot heeft gemaakt. Het beekdal is nu een belangrijke proeftuin voor verantwoordelijk menselijk handelen. “Anno 2025 zijn mens, klimaat en water bepalend voor de huidige staat van het landschap en voor de toekomst ervan”, lees ik in het boek. Het is een van de informatieve teksten die Egbert Meijers, ambassadeur van de Drentsche Aa, bij elk hoofdstuk heeft geplaatst. “Het stroomdal (…) biedt als laatste natuurlijke reservaat nog enige bescherming en een alternatieve habitat voor zangvogels. Recentelijk voelen otter, nijlgans en bever zich thuis in het stroomdal. Ook de wasbeer leeft inmiddels in het gebied. En de zwarte ooievaar is er waargenomen.

    Net als de kunstenaars in weer en wind verbinding hebben gezocht met dat wat hen inspireert, beweegt Meijers de lezer met zijn schrijven oog te krijgen voor één van de mooiste en best bewaarde beken die ons land nog rijk is. Enthousiast somt hij de rijke variatie aan planten-, struiken- en bomensoorten in het gebied op. Het zijn er meer dan ik voor mogelijk had gehouden. Een verstild paradijs in het te drukke en overvolle Nederland. Een gebied waar we trots op moeten zijn en dat in het boek “Beek in Beeld” aantrekkelijk is gevisualiseerd.

    Beek in Beeld. De Drentsche Aa verbeeld door hedendaagse kunstenaars. Met voorwoord van Jetta Klijnsma, commissaris van de Koning in Drenthe. Tekst Egbert Meijers, Erik van Ommen, Geert Pruiksma. Uitgave Noordboek i.s.m. Beeldende Kunstenaars Vereniging Drenthe, 2025.