Hij is het prototype van of de blauwdruk voor de zich ontwikkelende kunstenaar. Misschien was hij niet de eerste en enige kunstenaar die door zijn oeuvre duidelijk liet zien dat voortgang in leven en werk noodzakelijk is om tot een ander of vernieuwend inzicht te komen. De stijlwisseling lijkt een rigoureuze stap, een draai van honderdtachtig graden. Echter is het een geleidelijke groei, een langzame rijping, die de kunstkenner stapvoets kan volgen achteraf gezien. Natuurlijk zullen andere schilders net zo’n verloop in creëren hebben doorgemaakt, echter is Mondriaan daarvan een karakteristiek voorbeeld. In zijn groei en voeling van de kunst het meest herkenbaar.

Piet Mondriaan had zijn tijd mee om vernieuwend te werken, om een andere tot dan toe ongeziene weg in te slaan. De schone kunsten gingen voor wat betreft stijlen en technieken danig op de schop. Kunstenaars hadden bij wijze van spreken schoon genoeg van de klassieke opvattingen. Gaf men tot dan vooral vorm aan de gemaakte realiteit, de samengestelde werkelijkheid. Dat werd aan de academie dan ook gedoceerd. En waardoor het komt dat kunstenaars daar op uitgekeken raken heeft ook mede te maken met een verandering in de maatschappij, de evolutie van het zijn. Men wil meer vanuit het gevoel beelden, dan slechts zakelijk de dingen vakkundig op doek zetten.
Vastleggen wat men zag, niet mooier maken dan het is
Een deel van de kunstenaars trok daarom naar buiten om de mens in het landschap te zoeken. Interieurstukken, stillevens en portretten werden tot dan veilig volgens voorschrift en gulden snede opgezet. Maar bleven altijd theater, samengesteld, gecomponeerd – niet naar de waarheid hoewel de werkelijkheid gedetailleerd werd nagevolgd. Men trok het veld in en schetste een realiteit zonder vooropgezet plan, en plein air. Vastleggen wat men zag, niet mooier maken dan het is. In het atelier werden deze opzetten dan tot een volwaardig kunstwerk uitgewerkt. Voor hen begon de kunst zo meer te leven, omdat het landschap een voelbaar en emotioneel onderwerp werd.

Voor de grote massa die minder diep graaft in de kunstgeschiedenis, van wat ze krijgen voorgeschoteld gewoon geniet of niet, lijkt de modernist Mondriaan niets anders te doen en te kunnen dan recht toe recht aan in primaire kleuren te schilderen. De stijl kleeft aan Mondriaan zoals een hedendaagse milieuactivist zich vastlijmt aan een kunstwerk. Maar Mondriaan is meer dan dat, er is een voorgeschiedenis om zover te komen. Voordat de essentie gevat kan worden moet eerst het wezen gekend worden. Voor een schilder abstract kan werken, de realiteit tastbaar kan verlaten, moet eerst die werkelijkheid van haver tot gort gekend worden. Maar in die realiteit blijft Mondriaan niet hangen. Hij wil meer, zegt hij, “de kunst is nooit een kopie geweest van de natuur, want zulk een kopie zou niet sterk genoeg geweest zijn om menselijke emotie op te wekken” en “mijn werk begon zich los te maken van de natuurlijke verschijning van de werkelijkheid, ervaring werd mijn leermeester”.

Hij was een belezen man, Piet Mondriaan, en werd door onder meer religie en filosofie beïnvloedt. Met anderen zocht hij naar een stijl om de realiteit terug te brengen tot de essentie. Maar eerst werkte hij onder meer naar de natuur en deed dat onbewust in de aanpak van de Haagse School. In die manier van beelden vond hij aansluiting, in die wijze van vormen kon hij zichzelf vinden. De Haagse School echter is geen school op zich, geen opleiding waarin leerlingen naar de meester werken. Het is een manier van schilderen waarin kunstenaars qua stijl en techniek een groep vormen. De vroege schilderijen van Mondriaan vinden daar een thuis: “Kunst is het bewijs dat het gewone buitengewoon is”.
Hij portretteert het gebouw suggestief
In het jaar dat Piet Mondriaan 150 jaar geleden in Amersfoort werd geboren schenkt Museum Flehite aandacht aan zijn werk met het landschap als onderwerp. Bij de tentoonstelling “Naar de natuur – Mondriaan en de Haagse School” is een bondig en overzichtelijk boekwerk verschenen. Directeur-conservator Onno Maurer belicht in een introductie en een essay de periode dat van de latere modernist nog nauwelijks sprake was. Met andere voor die tijd vrijdenkers hernieuwde hij wel de schilderkunst inzake het vastleggen van het landschap. Maar van een werkelijke hervorming in zijn eigen kunnen is nog nauwelijks sprake. Tot op een moment dat hij een boerderij op doek zet waar zijn latere ‘hokjesgeest’ in doorklinkt. Hij portretteert het gebouw suggestief, “verscholen tussen het groen en hooguit waarneembaar als aanduiding van een bouwwerk tussen boomstammen of weelderig gebladerte”. In het schilderij, dat in zijn oeuvre een sleutelrol vervult, is de boerderij gereduceerd tot twee korte horizontale grijze verfstreken. Het onderwerp, eerder naar de natuur verbeeldt, is een sterk geabstraheerde voorstelling van de wekelijkheid.

De catalogus illustreert in een groot aantal reproducties het kunnen van de realist Mondriaan. Tevens wordt, door tijdgenoten van hem daarbij te laten zien, de fictieve school waarin hij zijn ‘opleiding’ geniet vormgegeven. In deze periode heeft de schilder nog niet een duidelijk eigen handschrift ontwikkelt, dat zal pas later onmiskenbaar tot uiting komen. Wel zorgt het schilderen naar de natuur voor een vruchtbare voedingsbodem om zijn latere persoonlijke stijl op te laten bloeien. Die groei wordt op het laatst summier in het boek belicht, want dat is niet het thema van de tentoonstelling. Het laat de naar de natuur werkende Mondriaan zien. De school waarin hij de werkelijkheid kan bestuderen om tot de essentie door te dringen.

De bijdrage van kunsthistoricus Katjuscha Otte aan de uitgave gaat in op het jaar van rust en verandering, de periode dat Mondriaan in Brabant verblijft. De auteur Otte heeft al meerdere uitgaven over Mondriaan op haar naam staan en kan zich een autoriteit op het gebied van deze kunstenaar noemen. Voor zijn eigen vorming was dit jaar voor Mondriaan van levensbelang. In deze maanden zet hij de eerste voorzichtige stappen op weg naar de composities met zwarte lijnen en vlakken in wit en primaire kleuren. De architectuur van de boerderijen met rieten daken is voor hem de inspiratie om deze ontwikkeling aan te vangen. Dat sluipt er zo ongemerkt in, en is achteraf gezien het moment geweest dat zijn gedachten over een nieuwe beelding gaan. De door Otte bij haar essay aangehaalde werken zijn echter daarbij niet afgedrukt. De lezer kan dus niet voor ogen krijgen waarover de auteur schrijft. De tijd in Brabant wordt in beeld summier belicht.
Naar de Natuur – Mondriaan en de Haagse School. Onno Maurer, Katjuscha Otte. Uitgeverij Boiten boekprojecten, Museum Flehite Amersfoort, 2022. Tentoonstelling tot en met 29 januari 2023.
