Tag: Drenthe

  • De maon mit de handen willen griepen

    Wanneer Drenthe het Siberië van Nederland was, zoals Rolf Mulder van horen zeggen stelt, bestaat dan de echte authentieke Drent eigenlijk wel. Al het gespuis en uitschot werd de grote stille heide op gestuurd met de opdracht red je kont maar. Later werden ze onder de hoede van generaal Van den Bosch afgezonderd van de wereld heropgevoed. Die mensen zullen zich als allochtonen gemengd en vermengd hebben met de autochtone Drent. Dus na het Siberië is Drenthe het Amerika van Nederland geworden. Het beloofde land voor de indianen, maar na Old Shatterhand en Winnetou hoor je daar niemand meer over. Heeft Dagobert Trump, badend in zijn geldpakhuis, de touwtjes in handen genomen. En waar is de oorspronkelijke Drent? Als de indianen teruggedrongen in het reservaat? Wie is de Drent? Voor antwoorden op die vragen en om mijn stelling te verifiëren kan ik mij het best richten tot de Drent bij uitstek, om niet te spreken van de Drent der Drenten, Rolf Mulder. In zijn boek “Drenten voor beginners” legt hij mij uit hoe om te gaan met dit eigenzinnige volk. Maar hoe dat zit met de oorsprong en de vermenging wordt mij door zijn uitgave niet duidelijk. Misschien dat ik daarvoor maar eens een persoonlijk onderhoud met hem moet hebben, als oprjochte Fries en egte Drent onder elkaar.

    Maar waar gaat het nu om. Weet ik na het lezen van het boek om te gaan met de Drent, mocht ik deze treffen tijdens een fiets- of wandeltocht over en langs de paden de uitgestrekte heidevelden en donkere bossen doorkruisend. Groet ik hem of haar vriendelijk en knoop ik een praatje aan, of laat ik hem of haar in het wild links liggen en rustig langs fietsen of gemoedelijk doorwandelen omdat ik mijn verlegenheid niet de baas kan. Of zal ik met Mulders tekst in gedachten op de Drent toestappen, hem of haar vriendelijk de hand schudden – want we zijn tenslotte Nederlanders onder elkaar. Mulder doet genoeg handreikingen om de Drent tegemoet te treden, dus dat wordt veel high fiven deze zomer.

    Hij onderbouwt zijn kennis van de eigen oorsprong met historische feiten. En zoals Mulder zichzelf al eerstens verantwoordt door te schrijven dat hij verhalen nog weleens aandikt blijft de waarheid in het midden. “Mysteries zijn op zich al lastig te verteren dingen, maar een mysterie waarbij ernstig getwijfeld wordt of het wel een mysterie is, is toch wel de moeder aller mysteries.” Rolf Mulder speculeert er op los en komt tot smeuïge theorieën, alles met de nodige humor en lichte ironie. Hij beschrijft veldslagen die hem door kronieken zijn overgeleverd, hoe Drenthe als landstreek en gebiedsterrein door de tijd heen in diverse bestuurlijke handen kwam, alsof de latere provincie niet heel best zelfstandig eigenwijs kon zijn.

    Zoals de Schepper het bedoeld heeft

    Drenten voor beginners. Maar wanneer ben je een beginner. Bezoek je regelmatig de provincie op zondagse tripjes door de natuur, op de fiets of in de auto of wandel je kilometers over het Ellertsveld. Zit je regelmatig op een terrasje in Rolde of Dwingeloo of Odoorn. Neem je een kijkje bij de wilde dieren in Emmen of bezoek je het gevangenismuseum in Veenhuizen. Dan ben je toerist, bezoeker en dagjesmens. Kijk je vanachter de autoruit naar mens en dier, flora en fauna, in het ‘wild’ als maak je een safari door grillige streken. Dan ben je geen beginner, dat vergt meer aandacht en beschouwing. Dat vereist een meer grondig onderzoek en dan is het boek van Rolf Mulder daarbij de ultieme handleiding. Hij keert het wezen van de Drent binnenstebuiten, fileert het karakter, maakt de inwoner van dat openbaar minder bekende landsdeel tot handzaam mens in de totale samenleving van Nederland.

    Drenthe is het domein van de stilte, daar waart rust over de velden als een dauwdeken in de schemering. Daar is men eerlijk en oprecht, maar zeker ook kort voor de kop. De Drent maakt weinig woorden vuil en slikt letters makkelijk in. Ze hebben aan een half woord genoeg. En niet alleen de mannen staan hun mannetje, ook de vrouwen weten er van wanten. Ze zijn toppers in het blokken van oeverloos gepraat en het stoppen van verbale diarree, schrijft Mulder. En hij kan het weten. De Drent is eigenlijk de Nederlander zoals deze had moeten zijn, zoals de Schepper het bedoeld heeft. De Drent heeft die opdracht goed in de oren geknoopt en ondanks de vermenging van buitenaf, van immers het gespuis dat daar werd ondergebracht, de oorsprong in de kern behouden.

    Stel, je wilt integreren

    En natuurlijk is Drenthe beroemd om de hunebedden, berucht om zijn blues en geliefd door de kalmte waarmee de schapen de velden begrazen. De TT-races zijn ook buiten de landsgrenzen een groots evenement, het doorbreekt voor een weekend de stilte. Wanneer de uitlaatgassen weer zijn verwaaid en de motoren vertrokken, keert de rust terug en is Drenthe weer van de Drenten. Mulder diept nog enkele andere kernmerken van de provincie op, die volgens hem karakteristiek zijn voor dit landsdeel dat als bijzonderheid op de kaart is gezet. Veenlijken komen voorbij, en wolven, de Drentsche patrijshond, volksgerichten en het stookhok, twee pagina’s vol bekende Drenten waarvan Lodewijk van Heiden aka Berend Botje het minst bekend is en daarom door de schrijver uit de schaduw in de zon wordt gezet. Aan de eigenaardigheden, die elk volk karakter geeft, voegt Mulder nog de Drentse keuken toe. Somt typische gerechten op als bonenbrij, kruudmoes, proemenkreuze, poffert en stip-in-‘t-gat onder andere. Voegt daaraan ook nog een recept van bruine bonen met spek toe, waarvoor Bartje zeker niet zal bidden. Zo is zijn boek over de Drenten niet alleen historisch interessant, maar ook nog smakelijk leesbaar. Tevens opstandig waar hij aan de volksaard onder meer een nieuw volkslied en een aangepaste vlag toedicht.

    Het meest fascinerend is het hoofdstuk “Stel, je wilt integreren…”. Na alle merkwaardigheden, typeringen en oorspronkelijkheid is deze slotscene een bovenste beste handleiding voor de beginner. Hoewel het echte sluitstuk de typische Drent uit de coulissen laat komen. “Drenten zijn tot in de botten egalitair. Iedereen is gelijk en zo werden en worden ze ook opgevoed. Ze hebben de pest aan rangen en standen, bemoeizucht van boven, hiërarchie en snakkerds en beterweters en iedereen die het domme lef heeft om de kop boven het maaiveld uit te steken. (…) Drenten willen baas op eigen erf zijn en gewoon hun eigen boontjes doppen en daar zijn ze ‘goed’ in.” Dus. “Gedraag je niet als ontwikkelingswerker, maar simpelweg als gast.” Zorg ervoor, is Mulders raad duur, dat je een welkome gast wordt. “En dat is goed mogelijk: de Drenten zijn een bijzonder gastvrij volkje.” Dit herkauw ik dan nog voor een moment nadat ik het boek heb dicht gedaan: “Aj onbespreuken wilt blieven moej niet geboren worden”. Een waarheid als een koe.

    DRENTEN voor beginners. Omgaan met een eigenzinnig volk. Rolf Mulder. Uitgeverij Noordboek-Van Gorcum, 2025.

  • Het Drenthe van Karin Broekhuijsen andermaal op de plaat gezet

    Het is vandaag de dag amper voor te stellen. Dat de provincie Drenthe vroeger meer water was dan land. Voordat er bewoning was waren de uitgestrekte velden zompig moeras. Een enkele in de ijstijd door opstuwing ontstane heuvelrug, ontstaan in de ijstijd bleek maar bewoonbaar. Het was de verbinding tussen zuid en noord, de enige toegangsweg door de woestenij. Nu ligt de provincie er droog bij en lijkt minder waterrijk dan Friesland of als het Land van Maas en Waal dat zijn. Maar schijn bedriegt. Nadat de moerassen werden verveend en afgegraven, zijn er tal sloten, vaarten en kanalen aangelegd. Enkel tot doel het overtollige water weg te laten stromen en de gewonnen turf vandaar af te kunnen voeren. Drenthe had destijds zelfs een zeehaven, de vierde van Nederland in grootte en betekenis. Door de verandering in het klimaat wil men echter maar graag het water in de provincie houden en wordt er aan gerichte beheersing gedaan. Dat is in een notendop waar het in de uitgave “Drenthe Waterland” om gaat. Duidelijk te maken dat Drenthe wel degelijk een waterrijke provincie was en nu ook weer wil worden.

    De uitgave van Koninklijke van Gorcum is in de eerste plaats een fotoboek. Het zoveelste in de reeks van fotograaf Karin Broekhuijsen over ‘haar’ provincie. Daarmee bewijst ze eens te meer een scherp oog te hebben voor romantiek en werkelijkheid, beleving en gevoel. Ze weet de mooiste plekjes in de natuur te vinden. Locaties die over het algemeen verborgen blijven, omdat ze afgelegen en nauwelijks bereikbaar zijn. Niet om een toeristische almanak te hebben, een VVV folder om de provincie te promoten. Hoewel het boek niet zal misstaan in het schap van de ANWB winkel, is het doel de schoonheid van Drenthe onder de aandacht te brengen. Zonder de mensen in grote stromen over de heide te laten banjeren, maar om thuis op de bank te genieten van flora en fauna. De nevel over de velden en de sloten in de vroege winterochtend, de stralen van de ondergaande zon langs het hunebed in de late zomeravond.

    Provincie heeft uitstraling van woest en ledig

    Vincent van Gogh was in zijn tijd, we noteren 1883,  al helemaal lyrisch van Drenthe. “Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien ik niet voor altijd hier kon zijn, ik liever ’t maar niet gezien had. Het is onbeschrijfelijk schoon.” En omdat het zo onbeschrijfelijk schoon is zet Karin Broekhuijsen het op de gevoelige plaat en maakt de lezers van haar boeken deelgenoot van wat Vincent ooit zag. Er is in die eeuw veel veranderd en niet altijd ten voordele van de provincie. Maar het provinciebestuur, de waterschappen, Staatsbosbeheer en het drinkwaterbedrijf proberen de oude waarden in een nieuwe schoonheid om te vormen. Drenthe bleef in de volksmond achtergebleven gebied, waar het goed toeven en verpozen is bij het hunebed in het bos en bij de schaapskudde op de heide. Juist doordat Drenthe voor bewoning minder in trek was, heeft de natuur zich daar weten te handhaven. Is er van de oorspronkelijke grond en begroeiing weinig overgebleven, de provincie heeft toch de uitstraling van woest en ledig behouden.

    Prachtige foto’s worden afgewisseld met informatieve teksten over het ontstaan van Drenthe, het watersysteem, de kansen en bedreigingen. Aan de hand van de foto’s zou je willen dat de schoonheid eeuwigdurend is. Dat de dadendrang van de mens niet meer kapot zal maken dan dat het al heeft gedaan. Dat de natuur de kans krijgt zichzelf te herstellen. Dat de mens niet langer de wil heeft alles naar zijn hand te zetten, maar in de natuur de ware meester ziet. Meteorologen Reinout van den Born en Grieta Spannenburg, de vaste auteurs in de boeken van Broekhuijsen, weten duidelijk uit te leggen hoe het zat en verder moet met Drenthe als Waterland. Door wetenschappers en ter zake kundige mensen aan het woord te laten wordt mij duidelijk hoe de provincie ervoor lag, hoe de mens erin heeft gewerkt en op welke manier de oude waarden terug in de streek gebracht kunnen worden. Niet omdat vroeger alles beter was, dat natuurlijk ook, maar om de waterbeheersing in en voor de toekomst te waarborgen.

    Voor dag en dauw

    Al het water in Drenthe komt van boven. Er komen geen grote rivieren in uit die water van elders aanvoeren. Er zijn geen grote meren waarin water zich vermeerdert. Alles wat er is komt door neerslag – regen, hagel en sneeuw. In het verleden is er water van onder gekomen. Opgestuwd door de krachten van de aarde. De pingoruïnes zijn daar nog de stille getuigen van. Door beregening raakte de heuvelrug als een spons verzadigd en werd het water op natuurlijke wijze afgevoerd door kleine rivieren naar plekken elders, buiten de provincie. In de tijd van de vervening werden deze meanderende stromen recht getrokken en nieuwe kanalen gegraven. Nog steeds werd dus het water niet behouden voor de provincie zelf. Pas in de tegenwoordige tijd beseft men dat het water in de provincie moet blijven als voorraad voor minder waterrijke jaren.

    Voor dag en dauw is Karin Broekhuijsen in het Drenthse veld te vinden om er de meest prachtige platen te kunnen schieten. En is op die ene dag het perfecte plaatje niet voorhanden, dan komt ze op een andere dag terug om de juiste sfeer wèl te kunnen pakken. Broekhuijsen is zo’n fotograaf die urenlang kan zitten wachten om het juiste en meest tot de verbeelding sprekende moment vast te leggen. Ze is een perfectionist en neemt geen genoegen met enkel documentatie van de provinciale luister. “Met haar boek helpt Karin de bewustwording rondom water te vergroten”, schrijft woordvoerder WMD Drinkwater Andries Ophof in zijn voorwoord. “Door de lens van haar camera ziet ze details die je normaal niet ziet. En dat alles legt ze vast.” En ik kan er van genieten.

    Werkelijkheid zo waar in beeld

    Met scherp oog voor schoonheid heeft Karin Broekhuijsen het water, de waters, van Drenthe opgezocht. Vooral om in het boek duidelijk te maken dat water belangrijk was en is voor de provincie. Belangrijk was en is voor het land. Niet enkel voor Drenthe kan zo een uniek boek worden samen gesteld. Iedere provincie kent de rijkdom in en om het water. Maar Drenthe heeft Karin Broekhuijsen die deze pracht en praal weet te ontdekken en vast te leggen. En niet alleen de zonnestralen in de bossen, de mist boven de sloten, de spiegeling en schittering in het water, de wolkenpartijen in de lucht maken de sfeer. Ook gaat de fotograaf door de knieën en ziet de kleine wonderen op de grond, slangen, kikkers, padden, bovisten. Ze richt haar lens weer omhoog en pikt de buizerd, de ransuil, de kiekendief en de vlinder uit de lucht. Het is alom leven en vertier in de natuur van Drenthe. Voor wie er oog voor heeft. Bij de foto’s van de wilde narcis, de dotterbloem, het blaasjeskruid, de bosanemoon en klokjesgentiaan komt de wilde geur van het land me bijna in de neus. Terwijl de vogels kwinkeleren, de koeien loeien en de bijen zoemen.

    De platen van Broekhuijsen brengen de werkelijkheid zo waar in beeld dat, wanneer ik mijn ogen sluit, ik dagdroom dat ik langs de rietkragen struin, over de slootjes spring en een zachte motregen op mijn gelaat voel. De geur van het bos en het veld hangt tussen de bladzijden. Maar niet alleen de realiteit zet de fotograaf vast, ook registreert zij het gevoel op die plek. De emotie gevoeld in deze natuur. Het is haar leefomgeving, haar beleving van deze provincie die ze haarscherp op mij overbrengt. En ook ziet zij dat die natuur in elke schoonheid abstract kan zijn. Het is met geen pen te beschrijven, hoewel ik er nu dus toch een groot aantal regels en zinnen aan gewijd heb. Maar het zijn er teveel, de schoonheid moet gezien worden en niet beschreven. Daarom zijn er de fotoboeken van Karin Broekhuijsen om die natuurlijke rijkdom verder te brengen dan de grenzen van de provincie Drenthe.

    Drenthe Waterland. Fotografie Karin Broekhuijsen. Teksten Reinout van den Born en Grieta Spannenburg. Voorwoord Andries Ophof. Drentse bijdrage Renate Snoeiing. Loflied op Drenthe: Martijje. Uitgave Koninklijke van Gorcum, 2023.

  • De Hondsrug, een machtig stukje Nederland

    Het kan bijzonder lopen met en in de geschiedenis. Zo meanderent als de Drentsche Aa. De historie zoekt een eigen weg in de bedding van de tijd. Is de landstreek eerst glooiend gevormd door het ijs, het water en de wind. Dan is het terrein naar behoefte aangepast en onderhouden door jagers en verzamelaars die daar als boeren hun tenten opzetten en later hoeves stichten. Vee hielden en graan verbouwden. Voor hun doden rolden ze grote stenen tot grafkelders. Het zijn de oudste bewoners van Nederland. De hunebedden de stille getuigen van deze in die tijd welvarende trechterbekercultuur.

    In de middeleeuwen was de provincie Drenthe een buffer tegen de vijand om het noorden (niet) te bereiken. Vooral de zuidgrens was een vrijwel ontoegankelijk veengebied, waar de soldaten makkelijk in moerassen wegzakten en voorgoed uit het zicht verdwenen. Coevorden kreeg een beruchte naam als onneembare vesting, daar liep de enige begaanbare weg om noordelijk te komen. Er is zwaar gevochten en felle strijd gevoerd. Viel de stad dan was de Hondsrug het haasje. Mannen van de bisschop van Munster in 1672 en aan het eind van de Franse tijd Russische kozakken plunderden de regio en namen alles mee wat ze nodig dachten te hebben.

    Verhaal van Drenthe slingert door de tijd

    Het is er wel stil en voor rustzoekers de geëigende plek de juiste sfeer te vinden, maar de tijd blijft er rumoerig en laat veelal diepe sporen na. Drenthe wordt gezien als een armoedige provincie. Maar deze mythe is door de geschiedenis zelf gecreëerd. De bewoners kleedden zich eenvoudig en ze leefden een sober leven. En nog genieten ze simpelweg van hun beekies en bossen, dörpies en akkers. “De stilte vol  met kleuren en oetzicht waoroj kiekt / Dit laand is zo biezunder, zo robuust en authentiek”, zingt Martijje Lubbers mij toe.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    De Tweede Wereldoorlog zette dan een stevige laarsafdruk in de grond. Letterlijk werden er sporen getrokken. De rails naar Westerbork, loopgraven en tankgrachten in een verwoede poging de geallieerde opmars te bemoeilijken. Deze diepe lijnen in het veld zijn nog voortdurend zichtbaar. Zoals ook de aardlagen de sporen dragen van het verleden, het bodemprofiel de ijstijden tonen. Drenthe is het land van de keien, de zwerfstenen die door het ijs meegevoerd van Noordelijke streken hier een nieuw thuis vonden.

    En zo slingert het verhaal van Drenthe zich door de tijd. De provincie die in het landschap haar lotgevallen kenbaar maakt. De streek die ongerept oogt, maar ontstaan is door samenspel van natuur en mens. Duizenden jaren lang gaven mensen vorm aan een landschap dat zo van alle tijden geworden is. Op diverse manieren en gezette tijden greep de mens op de natuur in, maar deze pakte op haar beurt ook weer grond terug. Of de mens gaf weer aan de natuur wat ze eerder afnamen. Zo hebben zich een diversiteit aan vergezichten ontwikkelt. En op detail een schat aan verschillende planten en dieren, vogels en insecten.

    Natuur in Drenthe is prachtig

    Niet voor niets heeft het nieuwe boek van Karin Broekhuijsen “De Hondsrug” als ondertitel “Een machtig gebied”. Door de eeuwen heeft het gebied deze autoriteit meer dan bewezen. Doordat de sporen zijn bewaard gebleven kan Drenthe zelf zijn eigen verhaal vertellen. In dit geval gaat het om het gebied dat bekend staat als De Hondsrug, het landschap in rechte lijn lopend tussen de stad Groningen en de plaats Emmen. Het is uniek in zijn soort en daarom gelabeld als UNESCO Global Geopark. Dat betekent dat het een beschermde status heeft, de natuur mag er blijven zoals het er is.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    Die natuur in Drenthe is prachtig. Het ligt er als fotografisch model weelderig bij. Wie met een fotocamera over het heideveld loopt of door de bossen gaat kan er fantastische plaatjes schieten. Drenthe heeft dat fotogenieke van nature. Maar de foto’s zoals Karin Broekhuijsen ze maakt zijn van een andere orde. Zij is op tijden in het landschap te vinden wanneer anderen zich nog eens in bed omdraaien. Broekhuijsen is één met de natuur, gaat er in op, verdwijnt er in, zo zodat haar aanwezigheid er nauwelijks wordt bemerkt. Zo kan ze dichtbij haar onderwerp komen. Maar pakt ook het ontwaken van de dag, die zich langzaam ontdoet van de nevel. Het geeft de platen een extra dimensie, een hogere sfeer. Ook in de schemer, wanneer de dag zich opmaakt voor de nacht, pakt de wereld zich in een overtreffende schoonheid in. Karin is erbij, neemt waar en legt vast.

    Achtergronden en wetenswaardigheden

    Het boek is een visitekaart voor het gebied De Hondsrug. Niet alleen stelt Broekhuijsen de natuur centraal in weidse blikken en gezichten op korte afstand, ook laat ze in sfeervolle fotografie het menselijk en dierlijk leven in en rond de dorpen, bossen, heidevelden en veengebieden zien. Ze kan zo het lied van Martijje meezingen: “Kom en kiek met mij, ‘k loat je ’t zien deur mien ogen / Kom en kiek met mij, ik vertel je wat ik zie / Drenthe op zien mooist, veur gienien meer verbörgen / Aj deur mien ogen kiekt, dan vuul jij ok de magie”.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    Door de teksten van Bertus Boivin kom ik veel te weten over de geschiedenis van dit machtig gebied. Hij weet op boeiende wijze mij bij de geschiedenisles te houden. Achtergronden en wetenswaardigheden over het ontstaan van het gebied, de bewoners en de natuur. In diverse hoofdstukken met een niet al te lange tekst, want het gaat tenslotte eens en vooral om het beeld – de schoonheid die de bossen en velden in ieder jaargetijde laten zien.

    De uitgave is een uitnodiging om het landschap te bezoeken en mijn eigen ogen de kost te geven aan natuurschoon in deze wondere wereld. Zo Nederlands, maar ook weer niet. In Drenthe kan ik me zomaar in het buitenland wanen. Het is een landschap van alle tijden met een wereldwijd karakter. Het boek is een reisgids – voor de toerist van ver vertaald de tekst zich in de Duitse taal en het Engels. Het is een handboek om het gebied te verkennen en te herkennen. Tekst en beeld bevelen De Hondsrug bijzonder aan, en ik ben er van harte welkom.

    De Hondsrug, een machtig gebied. Fotografie Karin Broekhuijsen. Teksten Bertus Boivin. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2022.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur
  • Beroemdste monumenten van Drenthe in divers perspectief gezet

    Nederland is feitelijk begonnen in Drenthe, lees ik in een tekstbijdrage van het fotoboek “Ode aan het hunebed”. Fotograaf Karin Broekhuijsen is voor deze uitgave langs de Hunebed Highway getrokken en heeft sfeervolle platen geschoten van de toch nog vele kunstmatige rotsformaties die Nederland rijk is. De door mensenhand gestapelde keien liggen daar al eeuwenlang in de van oorsprong armste provincie van Nederland. Maar juist door deze megalithische bouwwerken en de weelderige natuur, het heide landschap en de zandruggen, heeft Drenthe een natuurlijke rijkdom. Hunebedden horen onlosmakelijk bij Drenthe. Voor de Drent de gewoonste zaak van de wereld, maar voor de recreant hebben de hunebedden een speciale aantrekkingskracht. Door hun ouderdom, door hun in nevelen gehulde geschiedenis en het feit dat dit deel van ons land er vol mee ligt.

    Eeuwenoude bouwwerken

    Veel weten we niet van de hunebedden. Je kunt erover filosoferen, maar niet alles met zekerheid weten en ontdekken. De keienconstructies houden zelf deze mystieke uitstraling in leven. Ze roepen veel vragen op en zijn een bron van verbeeldingskracht. De uitgave “Ode aan het hunebed” verhaalt over deze eeuwenoude bouwwerken, ooit gebruikt om de doden in ter ruste te leggen. Natuurlijk zagen ze er in de tijd van het Trechterbekervolk, de hunebedbouwers, heel anders uit. Wat ons rest is het imposante geraamte van de grafkelder, maar destijds werd het opgetrokken als een heuvelconstructie. Deze informatie en meer lees ik in het boek. Het licht een tip van de sluier op, maar veel blijft toch verborgen. Dat wat in de geschiedenis is weggezakt over het hoe en waarom van deze prehistorische bouwwerken houdt juist het mysterie in stand.

    Interessant zijn de tekstbijdragen van Grieta Spannenburg en Reinout van den Born aan het boek. De weermensen, lange tijd verbonden aan Meteo Consult, schrijven op een luchtige manier over dit zware onderwerp. Maar het meest belangrijke onderdeel van het boek zijn uiteraard de foto’s van Karin Broekhuijsen. Voor dag en dauw trekt zij de velden in om het hunebed in een ontwaken te betrappen. De werkelijk prachtige platen brengen de steenhopen ongedwongen in beeld. Van afstand beheersen ze het landschap. Dichterbij komt het imposante karakter tot uiting. En op de hurken zittend voor een steen komen de korstmossen tot leven. Karin houdt van het licht – de dageraad en de schemering. Maar ook de nevel rond de bouwwerken en de lichtval van de zon door de takken van omringende bomen. Indrukwekkend zijn de platen wanneer de fotograaf door de knieën gaat en zware bewolking of oude eiken in het decor zet. Het geluid van het verleden echoot erin door. 

    Realiteit in beeld

    In ieder seizoen is Broekhuijsen te vinden in het Drentse landschap. Daarom staan in het boek de hunebedden in de sneeuw, in het felle zonlicht, tussen afgevallen blad en in het bloeiende gras. Karin brengt de realiteit in beeld, ik herken wat ik zie. Maar meer nog legt ze haar gevoel vast, mijn emotie bij de werkelijkheid. Wat zij voor mij heeft gezien, ervaar ik in de foto’s van het boek. Het zonlicht zoekt de tijd, het verleden heeft hier eeuwigheid.

    Karin Broekhuijsen, hunebed, Drenthe

    Alle hunebedden zijn genummerd. Op een landkaart achter in het boek zijn die nummers terug te vinden en zo kan ik, als bezitter van de uitgave het gebruiken als handboek om de grafmonumenten op te zoeken en te bezoeken. Op een trip over de Hunebed Highway. Eigenlijk is “Ode aan het hunebed” een catalogus bij de tentoonstelling die geen einddatum kent. Een schier eeuwigdurende expositie van kunstige bouwwerken. Hoewel de foto’s al veelzeggend zijn worden de hunebedden in het boek per exemplaar en standplaats beschreven. En bij iedere beschrijving staat een quote van Karin wat haar het meest heeft aangetrokken of aangesproken. En voor mij springt het tweetal in Rolde er het meest uit. Ik bewaar daar jeugdige herinneringen aan. D17 en D18 liggen naast de begraafplaats. En dan is de combinatie snel gelegd: twee beelden van begraven, in twee verschillende tijdperken.

    Gerestaureerd en geconserveerd

    Het hunebed is de poort naar dat verre verleden. Het toont iets van de voorvaderen, maar deze geven hun geheimen daarmee niet prijs. Er is onderzoek naar gedaan om het ontstaan en het bestaan van de ordelijk gestapelde keien op te helderen. Architectonisch ordelijk, dat zijn de meeste overigens allang niet meer, want scheefgezakt in de tijd of door menselijk toedoen. Pas in de vorige eeuw werd de historische waarde van het hunebed ingezien. Daarvoor zijn er vele gesneuveld omdat de mens het natuursteen voor andere doeleinden kon gebruiken, zoals kerkbouw en dijkverzwaring. Wat er nu nog rest wordt zorgvuldig beschermd en bewaard. Gerestaureerd en geconserveerd.

    Karin Broekhuijsen, hunebed, Drenthe

    Het hunebed is een publiekstrekker, maar soms is dat publiek wel al te brutaal. Bordjes bij de steenhopen vertellen historie en waarde, en vragen de toerist er voorzichtig mee om te springen door er vooral niet overheen te lopen. Want het hunebed heeft veel eeuwen weten te doorstaan, dat mag als bijzonder worden gekenschetst. Hoewel de bouwwerken nauwelijks in de schaduw kunnen staan van wat ze ooit geweest moeten zijn, kleuren ze het landschap en geven ze kracht en uitstraling aan de provincie Drenthe. Dwalend door dat landschap doemen de hunebedden vaak uit het niets op. In de schaduw van bomen of vrij in het veld, groen van het mos of wit van de sneeuw. Al eeuwenlang, duizenden jaren onderdeel van deze omgeving. Speelbal van de tijd, die onverstoorbaar doortikt en alsmaar meer zijn sporen nalaat. Oh, als de hunebeddden eens konden verhalen wat er rond hun historische herkenningspunt allemaal is gebeurd en heeft plaats gevonden. Ik zou in stilte en ademloos aan de voet zitten luisteren. Maar bezoek ik nu één van de vele keihopen, dan hoor ik het verleden er fluisteren, dan voel ik de kracht van toen. Die ervaring lees en zie ik terug door tekst en fotografie in “Ode aan het hunebed”. Niet alleen een lofzang op het verleden, maar zeker aan het heden – het natuurlijke Drenthe van nu. Zoals Martijje het op het schutblad dicht: “Kom maor hier en wees vort van de wereld / Kom maor hier, raok de draod maor evenpies kwiet / Kom maor hier en kiek wieder as daj kieken kunt / Verlies jezölf maor evenpies in de tied.

    “Ode aan het hunebed”, fotografie Karin Broekhuijsen. Tekstbijdragen Grieta Spannenburg en Reinout van den Born. Voorwoord Hein Klompmaker, voorzitter Hunebed Highway Business Club. Nawoord Harrie Wolters, directeur Hunebedcentrum. Uitgave Koninklijke Van Gorcum, 2019.