Tag: Edwin Smet

  • Hoe compleet te verdwijnen in de kunst van Edwin Smet

    De kunst van Edwin Smet duiden is een hachelijke zaak. De abstracte composities geven niet meteen oorzaak en gevolg prijs. Het blijft vaag wat de reden is dat het er is. Toch doe ik een poging. Ik neem de moeite om de beelden in de zorgvuldig afgewerkte uitgave tot me te nemen en er iets in te zoeken, van te vinden. Het boekje is handmatig gebonden in een oplage van slechts 60 genummerde exemplaren. Het touwtje dat de bladen bijeen houdt is met aandacht geknoopt. Met net zoveel concentratie gevlochten als dat het werk erin opgenomen is vervaardigd. Het boekje geeft een klein inzicht in de portfolio van de kunstenaar. Dat inzicht verhaalt in beeld over de thema’s precariteit en solidariteit. Onzekerheid en saamhorigheid.

    Uitzonderingen op de regel

    Schildertape is het handelsmerk van Edwin Smet. Niet als grossier in verfmaterialen, maar in de hoedanigheid van kunstenaar. Hij gebruikt het plakband gemaakt van houtpulp en kleefstof niet waar deze oorspronkelijk voor bedoeld is. Hij plakt het niet langs de rand van een venster om het glas te behoeden voor spatten en streken wanneer het kozijn geverfd wordt. Smet is geen huisschilder, hij is kunstschilder. Met de tape beplakt hij zijn werk om het in principe waardeloze materiaal onderdeel te laten zijn van de compositie, het waardevol te maken. In zijn visie heeft het onbelangrijke materiaal betekenis. Voor de huis-, tuin- en keukenschilder is de tape afgerold enkel van waarde bij het verven, zolang maar daarna niet meer en wordt het onbruikbaar weggegooid. Zo niet bij Smet. Het overleeft de kliko nadat het geplakt is, het behoudt een functie. In onder meer het mij voorliggende boekje laat Smet zien hoe de tape door zijn handen geconserveerd is.

    In coronatijd bleek het volk solidair. Stond men als homogene groep massaal op tegen het virus. Een klein aantal evenwel sloten zich heterogeen daarvoor uit en af. Want blijken er niet altijd uitzonderingen op de regel te zijn? Terwijl veel deuren gesloten bleven en er weinige nog opengingen, trok men zich schijnbaar gehoorzaam en gedwee terug in de huizen. Op enkele dwarsliggers na. Maar zonder dwarsliggers ontspoort een samenleving, zij houden de maatschappij bij de les ondanks dat ze meestal uit hun nek kletsen. Zonder bielzen onder de rails ontspoort de trein. 

    De tafel is inspiratie

    Het is niet die solidariteit welke Smet voor ogen heeft in zijn werk, veronderstel ik. Hij werd geïnspireerd door gestapelde tafels en stoelen in het café om de hoek. Werkloos werden deze in de pandemie aan de kant gezet, wachtend op betere openingstijden. Niemand kon er aanschuiven, niets mocht er zijn, geen activiteit, geen plezier. Niets, deuren op slot en lichten uit. Die metafoor van saamhorigheid in de gestapelde meubelstukken was voor Smet reden deze in min of meer abstracte composities te verwerken. De tafel is inspiratie, in het beeld van Smet heeft het nog de functie van dragen en schragen. Evengoed kan ik langs de poten kijken, en als door een poort ziende ontvouwt zich het landschap daar achterliggend. Geen landschap zoals dat zich normaal gesproken voor mijn ogen uitstrekt, maar een onherbergzame omgeving waarin een onheilspellende toekomst opdoemt. Helemaal in stijl van de huidige toestand in de wereld. 

    Het is zo, zoals het is. De kunstenaar schouwt zijn wereld. Overziet en overdenkt. Geeft commentaar in beelden. Niet meteen wordt het zo opgevat als dat het zich openbaart, maar wie anders kijkt en doorziet zal de boodschap ofwel het verhaal herkennen. In de achterliggende periode van covid bleek de bevolking opeens het Nederlandse volk. Kende de Nederlander geen verschil meer onderling en werden hindernissen geslecht, want het virus overkwam ons allemaal. Maar na die crisis viel alles weer weg en trokken de muren opnieuw op. Werden de oude gewoonten en manieren haastig opgepakt en nagelopen. Edwin Smet zag dit allemaal aan, bezag zijn omgeving en zette daarbij kanttekeningen en voetnoten. Verbeelden zijn schilderijen eerst het samenwerken, het ondersteunen van zwakkeren, dat hij inspireerde op dus de gestapelde tafels in de horeca. Verticale poten die een horizontale dwarsligger ondersteunen. Daarna beeldt hij de onzekere toekomst uit. Een zwart gat zuigt de omgeving naar zich toe. Want de toekomst is onzeker.

    Wirwar aan laag houtgewas

    De kunstenaar heeft een voorkeur voor de boom als onderwerp in zijn schilderijen. Nadat de tafel uitgebreid is doorgezaagd, zet Smet gedreven een boom op. De tape in het beeld vormt het bos, zetten de stammen en maken de takken. Het is een lawaaiig woud, het hout staat niet netjes in het gelid. Op rijen zoals de Nederlandse bossen zijn aangeplant. Het is in de geest van Smet een wirwar aan laag houtgewas, een sprokkelbos. En veelal verzamelen de dunne stammen zich rond een open plek of een kleine plas. Zag ik tussen de tafelpoten in schemer de morgen gloren, de komende tijd opdoemen, in het bos is de dageraad ongewis. Er ligt een onheilspellende sfeer op de loer tussen de bomen. Spiegelt het hout zich in water, op andere plekken ligt het voor dood aan de voeten van stammen. Hoewel het beeld klaar en helder is, is de sfeer duister en dreigend. 

    Smet weet die onzekere toekomst, het wankele kompas waarop de wereld koerst, in schimmige composities te duiden. In het acryl en de vernis op doek vergeet ik dat tape is gebruikt voor de afbeelding. Het is de zetting van de schildering, het gebruik van kleurcombinaties, die de sfeer bepalen. Daarover strekken rechte lijnen zich uit. Krommen inkt en houtskool zich in speelse strepen. In het essentiële surrealisme is een werkelijk gevoel weergegeven. De sfeerbeelden drukken onmiskenbaar de actualiteit af en uit. Het is minder een abstracte vormgeving, en meer een gelaagd opgebouwde en schematisch beschouwde realiteit. Waarin een kwetsbaar wegwerpproduct een belangrijk element is geworden. Ik kan beschutting zoeken onder de tafel, veilig beschermd door het blad wanneer de hemel naar beneden komt. Of ik kan me terugtrekken tussen het hout en me concentreren in stilte. Mij beraden op de neergang van de aarde. Filosoferen over opbouw en afbraak, over de afgrond waarnaar wij met zijn allen onderweg zijn. De kunst van Edwin Smet houdt mij dan nog even op de been. In zijn composities kan ik mentaal beschutting vinden. Het werpt een nieuw licht op de zaak wanneer hij voor mij een wereld inricht: een plek om te landen en naar de hemel te reiken. “How to disappear completely”, voor het moment van de beschouwing verdwenen in de tijd van Edwin Smet. Volkomen volledig. Dat is mijn duidng.

    Precariteit / Solidariteit. Recent werk 2022-2024. Edwin Smet. Publicatie in eigen beheer uitgegeven. Gelimiteerde editie bij solo-expositie in CaroArtGallery Deventer, februari-maart 2024.

  • Werk Edwin Smet inspireert, intrigeert, trekt aan en laat niet meer los

    Na beschouwing en bespreking van de eigen uitgave “Solidariteit / Solidarity”, door Edwin Smet in beperkte oplage van 50 exemplaren gedrukt – ik bezit nummer 16, is mijn interesse voor zijn werk gewekt. Dat hij met eenvoudige middelen, de schildertape en de tafel als basisvorm, meervoudige uitdrukkingen weet te maken. Prettig is het daarom dat de uitgever Van Spijk ArtBooks mij het boek “For the Longest Time” wilde sturen om meer werk van de hand van Edwin Smet te kunnen beleven. In dit boek vind ik echter geen tafels zoals in het genoemde vlugschrift. Tafels die met hun poten en blad symbool staan voor samenwerking in samenzijn. In de gebonden uitgave tref ik vooral boomvormen aan die een boslandschap vormen. Mogelijk als vingerwijzing hoe de mens met de natuur in negatieve zin kan omgaan. Smet probeert met zijn kunst dat idee van onnadenkend misbruik om te buigen naar verantwoord gebruik van de middelen die ons op deze aarde ten dienste staan. Een druppel op een gloeiende plaat? De tijd wijst het uit.

    Edwin Smet

    Achter elke boom een vraagteken

    Met schildertape en het gieten van acrylverf in lagen bouwt Smet zijn werken gevoelsmatig op, althans bouwt de compositie zichzelf intuïtief op. De schilder heeft wel de leiding door de manier waarop de tape wordt geplakt, maar de verf neemt het over wanneer het wordt gegoten. Er ontstaan onverwachte mogelijkheden doordat de lagen zich gaan mengen. “Soms verbinden de kleuren zich met elkaar tot een nieuwe, soms geven ze elkaar vriendelijk voorrang, andere keren trekken ze samen op”. In dat proces kan Smet nog enigszins sturen, tempert felle kleuren met houtskool, maar laat het resultaat liever over aan het  materiaal. Het moet een verrassing blijven. De vormgeving is een constructie die herinnert aan een bestaande wereld. Het laat de kunstenaar denken aan de bossen van zijn jeugd. Bomen inspireren hem, intrigeren, trekken aan en laten niet meer los. Want zit, citeer ik uit de begeleidende tekst van Kees Verbeek in het boek, “achter elke boom een vraagteken, een verhaal, een veelheid aan voorbije seizoenen”. En in de boom, de stam, staat meen ik een uitroepteken waarin de geschiedenis in jaarringen is vastgelegd. Zo vertelt de boom, iedere boom, een eigen persoonlijk verhaal. Elke boom reageert anders en op een eigen manier op de omstandigheden van binnenuit maar vooral van buitenaf. Bomen, het zijn net mensen.

    Edwin Smet

    Wat Smet evenwel het meest aangrijpt en wat hij maar niet kwijtraakt in het thema bos is het beroemde veld nabij het Belgische Ieper, dat leed onder de druk van de wereldoorlog, de eerste. In dat beeld, daarvan heeft Smet een oude foto, in dat krachtige beeld van verwoesting zijn de bomen verworden tot zwarte stakige sculpturen. Gereduceerd tot objecten. “Op een verwarrende manier is het prachtig. Het is dit bos, vol boomachtigen in wanorde, dit landschap van menselijk falen, dat een basis vormt voor zijn vormentaal”. Want ja, die staketselvormige bomen zie ik terug in het werk van Smet. Ik bekijk in het boek geen sublieme landschappen waarin bomen luisterrijke kronen dragen en vogels zich welhaast verstaanbaar laten horen. Het werk van Smet verbeeldt geen paradijs, maar meer een Hof van Heden. Een tuin waarin niet de boom van goed en kwaad de mens op het verkeerde pad brengt maar waarvoor dit creatuur zelf een bedreiging vormt voor boom, dier en plant. Om met Smet te spreken: “We planten zielloze loodsen langs snelwegen, we vervuilen ons milieu, we tasten ons leefklimaat aan en in de binnensteden woekert eenvormigheid”.

    Zijn kunst heeft tijd nodig te botten

    Lang heeft Edwin Smet zijn werk voor zichzelf gehouden. Nadat hij in de kunsten academisch geschoold is valt zijn oog op andere vormen en is vrij werk eerst nog bijzaak. Maar woord en beeld blijven hoog in het vaandel staan, toch. Voordat zijn werk echter onder ogen van anderen dan enkel intimi kon komen moest hij eerst klaar zijn met de beeldtaal en de kleurstellingen. Het is een jarenlang ploeteren om de juiste vormen te vinden in de meest bij hem passende techniek. Voor hemzelf is het werk de moeite waard, maar of het voor anderen sterk genoeg is om er naar te kijken blijft voor hem de vraag. Pas een acht jaren geleden vond hij de tijd rijp en het werk zover gekristalliseerd dat het volgens hem de wereld in kon. De inspiratie heeft voldoende voedingsbodem, het talent genoeg reden te groeien en het werk grond om te bloeien en te boeien. Smet is geen laatbloeier, zijn kunst heeft tijd nodig te botten voordat het tot bloei komt en vrucht gaat dragen. Verbeek besluit zijn introducerende bijdrage dan ook als volgt: “Bomen komen traag tot wasdom en bereiken pas na jaren hun volle schoonheid. Edwin Smet had geen haast en heeft geen haast. Althans, dat vertelt hij zichzelf. Zijn werk, dat heeft de tijd”.

    Edwin Smet

    For the Longest Time’ is het boek getiteld. Want Edwin Smet heeft zijn werk gemaakt voor de langste tijd. Het heeft een lange voorbereidingstijd gehad en zal daardoor voor langere tijd uitwerking hebben. Vooral in het actuele thema waarin het is gezet. Eerst bouwt hij zichzelf een wereld. Een omgeving die niet bestaat, maar wel realiteit had kunnen zijn. Het is het bos in zijn gedachten. De herinnering aan plekken waar hij ooit was of in een foto of boek heeft gezien. Het bekeken beeld vertaald in zijn hoofd, het krijgt fictieve toevoegingen passend bij de stemming van het moment of in het verhaal dat moet worden verteld.

    Meestal is een en ander goed zichtbaar in voorstelling, maar al experimenterend versplintert het beeld in een expressieve abstractie. Met de boomvorm als uitgangspunt vindt Smet veel variatie op het thema. Maar het zijn alle dode bomen. Bomen zonder blad krijgen kleur door het veelzijdige palet van de kunstenaar. Soms valt het beeld open door een schijnsel van de zon, maar meestal is de sfeer donker en in zichzelf gekeerd. Veelal lijdt het bos in het werk van Smet, roept het om hulp: kijk door de bomen en zie het bos, maar raak door de bomen te zien het bos niet uit het oog. Ondanks de minder prettige aanleiding zijn de werken goed om te zien. De opgaande lijnen breken wel af, in het bos moet dood hout terug naar de natuur – ashes to ashes, dust to dust. Het zijn hoekige en daardoor letterlijk prikkelende vormen, die bij het doordachte maar soms toevallige kleurgebruik een vriendelijk karakter krijgt. In de werken van Smet herstelt de natuur zich. Goed nieuws verpakt in een ‘slecht’ verhaal.

    Het sprookje eindigt nooit al goed

    Wel weet Edwin Smet de waterige verf en de gesnipperde tape zo naar zijn hand te zetten dat er vreemdsoortige velden ontstaan. Met de idee van een landschap, de zee, gestapelde stenen. Maar al snel komt de boom in het werk terug. De boom als zichzelf, maar ook als symbool in het verhaal, een metafoor voor de vernietigende krachten van de mens. Die mens wordt als letterlijk persoon niet gezien in het werk van Smet, maar is er wel als geest figuurlijk in aanwezig. De geest van afbraak en verval. Het bos als proces in de productie verliest de kracht om de wereld te laten leven, het is een ingeklapte long.

    Edwin Smet is een verteller van verhalen met slechts één groot verhaal met legio hoofdstukken. Steeds met die drie woorden om mee te beginnen ‘er was eens’ en telkens als afronding ‘en ze leefden nooit meer lang en gelukkig’. Het sprookje eindigt nooit al goed, er heerst een sfeer van ondergang, het verliezen van aardse waarden. Maar tussen de regels door is er hoop, vertrouwen in de toekomst dat het anders kan gaan. Wanneer dit werk maar gezien wordt zodat de boodschap overkomt, duidelijk is. But don’t shoot the messenger. Door het mistroostige karakter sijpelt toch veel plezier uit het boek. De manier waarop is geëxperimenteerd met het materiaal, is onderzocht hoe het verhaal sprekend uit te beelden. In een bijzondere om niet te zeggen unieke techniek. Het plakken van de tape en het laten vloeien van de acrylverf.

    Edwin Smet

    Dat Smet zich alleen zou interesseren voor bomen doet tekort aan zijn werken tot nu. Het vormt wel een groot deel van zijn oeuvre, maar overheerst het niet. De stammen en takken zijn voor hem een middel zich te uiten. Maar er wordt meer zichtbaar om het verhaal kracht bij te zetten. Zo hebben huisvormen inhoud, treden ruimtelijke vormen buiten dragers, is een ovaalvormig element van zwart gat tot verkwikkende bron. In alle onrust van de compositie treedt mysterieus verstilling op. Zijn werk is een punt van aandacht, iedere keer opnieuw vergt het concentratie. De uiting leidt de opmerkzaamheid, oplettend stuurt het mijn blik. Zijn werken inspireren mij, intrigeren, trekken aan en laten niet meer los.

    For the Longest Time. Selectie werken Edwin Smet 2016 tot 2021. Met een inleidende tekst van Kees Verbeek. Uitgave Van Spijk ArtBook, 2021.

  • In solidariteit op weg naar een leefbare toekomst

    Is het een brug of is het een poort. Zijn het tafels of zijn het steigers. Wanneer je iets voor het eerst ziet, het nieuw is aan je ogen, dan zoekt je blik aanknopingspunten in de beeltenis. Onwillekeurig, om het oog scherp te stellen, de gedachte te stroomlijnen. Mijn ogen moeten wennen. Ermee geconfronteerd kan ik niet meteen en direct mijn verstand op nul zetten en alleen maar het gepresenteerde ondergaan als is het een vorm zonder de betekenis te weten, te hoeven weten. Dat is jammer, want zo kun je niet direct het abstracte waarderen, de versimpelde waarheid doorgronden. In elk geval zie ik, of denk ik te zien, dat hoge staken een latei torsen, een draagconstructie die de hemel stut. Een onderdoorgang waarachter ik een nieuwe wereld denk te zien, een onbekend en ongerept landschap. Mijn aandacht maakt van het abstracte gegeven een werkelijke waarheid, in eerste instantie.

    Edwin Smet

    Met velen, in gezamenlijkheid schragen de verticalen het horizontale beleg. Beschouw ik in de schilderijen. De benen zijn lotsverbonden om in verband de last te dragen. Het abstracte werk van Edwin Smet, want dat is wat ik voor ogen heb, heeft ieder voor zich een heldere titel. Een korte omschrijving van het beeld, zodat ik houvast heb aan wat ik zie. Aan iedere titel ‘solidariteit’ is een nummer toegevoegd, maar goed beschouwd zijn het naamloze werken. Hebben de composities in principe voldoende aan een ‘zonder titel’ aanduiding. Want in realisme is het beeld flinterdun, maar in abstracte zin spreken deze emotioneel dubbel en dwars aan. Ieder werk is een variatie op het gekozen thema. Een thema dat universeel is, Smets werken zullen alom aanspreken. Solidariteit kent geen grenzen. Abstractie spreekt overal aan, want het duidt eenzelfde taal.

    De pijlers dragen het brugdek

    Het is in de composities één voor allen en allen voor één. De totale opbouw bepaalt het karakter. Dat is solidariteit. Valt er een poot weg dan wordt de last voor de anderen zwaarder en zelfs misschien wel te zwaar. Ieder element is onmisbaar, elk detail maakt het geheel. Zo is het al, het alom, in kracht groter dan de enkeling. De pijlers dragen het brugdek, de beren steunen de stadspoort, de poten onder houden het tafelblad boven, de leuningen schoren het platform. Altijd maken meerdere handen het werk licht, eensgezind gaat men aan de slag om elkaars last te dragen. Dat kan werkelijk zo zijn zoals Smet in zijn schilderijen laat zien, maar het kan ook een metafoor zijn voor de moeiten die het leven maken. De horizontale balk is de oorlog die de slachtoffers samen moeten dragen, het is de aardbeving waarna voor de wederopbouw veel mensen een financieel steentje bijdragen.

    Edwin Smet

    Op de eerste pagina van het genummerde met een paktouwtje hand gebonden boekje, in eigen beheer een beperkt gedrukte oplage van 50 stuks – mij ligt het 16e voor, is een smalle reep schildertape geplakt. Van die tape die door huisschilders en thuisschilders wordt gebruikt om bijvoorbeeld het glasraam in het kozijn te behoeden voor verfvlekken en -druipers. Het is een verwaarloosbaar massaproduct, 13 rollen voor de prijs van 10, maar kunstschilder Edwin Smet geeft het betekenis en laat in zijn werk het onooglijke materiaal de alledaagsheid overstijgen. Het heeft in de kunst opeens gewicht en inhoud, het was al bruikbaar maar is nu relevant om een verhaal te vertellen. Het tafelblad, het brugdek en het platform zijn alle een strook plakband gestut door overlangs gesneden delen tape. Een enkele keer heeft de kleefband de originele geelachtige tint behouden, maar in andere gevallen kleurt het mee met het schilderij of is het er complementair aan. Ook worden wel de randen de kaders waarbinnen de structuur van het tape verwezenlijkt. En in de achtergrond zie ik een soort van landschap, een tafereel dat door de mens is aangetast. Zo zijn de tafels toch poorten tot een dieper zijn. En ook weerklinken de bouwwerken wel achter in het schemerlicht, staan er kleinere vormen onder de grotere. Ik zie ladders die naar boven leiden langs steigers, want wij mensen willen alsmaar hoger tot we de hemel kunnen aantippen. Een toren van Babel, het onbereikbare bereikbaar maken – althans proberen het jammerlijk mislukken te boven te komen.

    Smet zet de gedachte op een sokkel

    Zo hebben de werken van Smet meerdere duidingen, meerdere lagen. Sec zijn het platformen op hoge poten die zich laten spiegelen in hun eigen achtergrond. Mijmerend en filosoferend draagt het de emotie van een actie in saamhorigheid. Het steunen en stutten van een hoger goed. Terwijl we positief solidair moeten zijn aan de verloederende wereld, de afbraak die we zelf gezamenlijk voortdurend negatief in gang zetten. Smet probeert het tij op zijn eenvoudige manier te keren, in protest het spandoek hoog te houden. Zo zijn de bouwwerken op de schilderijen ook wegversperringen, tot hier en niet verder.

    Edwin Smet

    Smet inspireerde zich op de structuur van gestapelde tafels in een vanwege de pandemie gesloten en daardoor verlaten restaurant. Het schiep voor hem een abstracte metafoor. Die tijd van ongeopende deuren testte de saamhorigheid van de mensen onderling, stelde ze op de proef. Daaruit, met dat beeld, kon de kunstenaar zijn gedachten ordenen om de instabiliteit van de omgeving als wel de mensenmassa te duiden. De manier waarop de mens zich verhoudt tot zijn naaste of in de groep. Dat gegeven probeert Smet te verbeelden in zijn kunst. De solidariteit, de eensgezindheid, die men toont in tijden van rampspoed en tegenslag. Om het streven, het bereiken van de horizon, hoog te houden. We zien allen die stip op de horizon, de uitgang van dit zijn waar we naartoe leven. De enige zekerheid die we hebben. Dat zekere voor het onzekere op een voetstuk zetten. De dood zien als hoger goed, en wat daarna komt is onzeker. Voor de een waarlijk zeker, voor een ander valse schijn. Smet zet die gedachte, dat hopen, op een sokkel, fundeert het. Een geloof dat we samen dragen. En geloven we er niet in dan torsen wij samen die last van dat er niets is achter die horizon, niks na de einder, een zwart gat. Gegoten in een ijzige stilte, een omgeving waaruit de kleur schijnt weggetrokken. Hopend op het licht aan het eind van de tunnel. Soms schemert een kleur in de eenzaamheid van het beeld. Edwin Smet laat het zijn dragen door de mensheid, de poten stutten het leven dat monumentaal lijkt maar even breekbaar is als een stuk tape. Het scheurt je zo bij de handen af.

    Solidariteit / Solidarity. Edwin Smet, schilderijen. Eigen uitgave in een gelimiteerde oplage, 2023.