Tag: Elmar Kuiper

  • Mezelf vinden in de poëzie van Elmar Kuiper

    Is het een afrekening met zijn verleden of een weemoedig terugzien. De voors en tegens in je leven tegen elkaar afstrepen, vereffenen, doe je dat als het einde nadert? Natuurlijk gezien natuurlijk, wanneer de jaren gaan tellen. Zo van, deze schuld heb ik openstaan en dit is mij de ander nog schuldig. Om met een schone lei te vertrekken, wanneer het moment daar is om uit de tijd te gaan. Terugzien is overladen met romantische denkbeelden, hoewel meestal de kwade zaken beklijven. Er is genoeg om vol melancholie aan terug te denken, voor het voetlicht te halen. Maar is dat verleden, mijn eergisteren en gisteren, wel interessant genoeg voor anderen om er kennis van te nemen.

    Wie ben ik, wie is Elmar Kuiper, om dat met de wereld te delen. Zijn terugzien evenwel overlapt mijn omkijken, omdat wij vrijwel van dezelfde leeftijd zijn en zo uit eenzelfde generatie stammen en daardoor in een eender tijdsgewricht zitten. Dan wordt het interessant. Ik herken en herleef. En daarbij heeft Kuiper de gave om in taal de belevenissen universeel te maken, zodat het een ieder zal kunnen aanspreken. Het is zijn verhaal, maar dit kan over verschillende levens gelegd worden. Zijn nieuwe bundel gedichten is wel autobiografisch, maar individueel invoelbaar voor een lezer zoals ik.

    Lânskip, mingde technyk op papier, 30 x 20 sm, 2022

    Herkenbaar en beleefbaar

    Wat was in zijn leven en de wereld van toen vat Elmar Kuiper samen, om niet te vergeten. “Ferlosboartsje” heet het boek en is gesteld in zijn moerstaal het Fries of Frysk zoals men in Friesland zegt, en dat is dan weer Fryslân. Maar genoeg daarover. Terwijl hij schrijft kijk ik over zijn schouder mee in dat verleden naar die tijd van toen. Bij wijze van spreken. Want het is al geschreven, voltooid verleden tijd. Dat wat was kan ook maar alleen uitgeschreven, anders wordt het vandaag en morgen een kwestie van koffiedik kijken.

    Ferlosboartsje, dat is tikkertje met verlos. Tikkertje met één tikker die tikker blijft. Als iemand is getikt dan gaat deze aan de kant staan. De andere spelers kunnen de getikten vrijtikken. Is er nog maar één niet-getikte over, dan wordt de volgende tikker. Dat zie ik gebeuren in het gedicht waarmee Kuiper in 2021 de Rely Jorritsmapriis won, het gedicht waarnaar de bundel is genoemd. Dat is van begin tot eind waar deze poëzie-uitgave om draait. Liefdevol terugzien op het eigen leven als de vader naar het kind. Het eigen zijn doorbladeren en uiteindelijk weten dat jij alleen jezelf kunt bevrijden.

    Niet iedereen is het gegeven om het zo te doen als Kuiper dat doet. Om het voor een ieder herkenbaar en beleefbaar te maken. Niet altijd zijn de juiste woorden te vinden voor een zeker gevoel. Maar wanneer je met de mond vol tanden staat en zijn gedichten erbij neemt en deze doorleest schept dat een band. De dichter kruipt in mijn wezen, het dichtwerk is mijn zijn. Zo zijn er raakvlakken en is de bundel welhaast een deja vu, een herbeleving. Ik was daar ook, ik maakte dat ook zo mee. Been there done that. Ik wie der, ik die dat.

    Op het moment dat ik de bundel in handen krijg, lees ik de achterkant nog voor ik de binnenkant heb open geslagen. Voor mij is het op de kaft gedrukte lichte belijdenis nummer 8 al genoeg bewijs. “ik wol net yn ‘e grûn (te kâld) of yn it fjoer (te waarm) / ik wo net yn in kiste. ik wol gjin stien. lis / / it stoflik / omskot / / ûnder de apelbeam. rop de roeken / dy’t pleisterje by it kanaal. lit se / / tsiere om it each,. om ‘e lever, om it hert. ik wol / / gjin speech, mar skrassende / / lûden, reade / snaffels.” En dan ook nog het eerst korte gedicht waarmee de bundel opent maakt voor mij de cirkel van het leven rond. Het is genoeg. Wat daarna volgt is een invulling, het kleuren binnen de lijnen, citaten uit een biografie.

    Jong selsportret, mixed media op papier, 2024

    Kuiper reist door zijn leven

    bist it feintsje dat boartet / yn it bargegers, dat broem / broem seit en wiis is mei / syn giele Tonka. bist dat / feintsje út dy oare wrâld

    Een andere wereld dat is waar Kuiper over schrijft. Een ander leven lijkt het, want er is zoveel na gekomen dat doet afzien van de bron. Doet vergeten hoe het allemaal begon. Dat jongetje dat uit de eeuwigheid glijdt en zijn longetjes schoon schreeuwt. Dat geplaagd wordt met zijn hazentanden, MichaelJacksonneus en zomersproeten all over the place. Kijkend in zijn eigen dossier schrijft Kuiper over de haarvaten van zijn leven. Over de bron van zijn bestaan. Op ernstige toon met een humoristische blik. Hij spreekt mij aan, hoewel ik weet dat de dichter het over een derde persoon heeft die ik niet ben. Toch voelt het alsof ik naast hem in de Mazda zit, dat ik zijn gesprekspartner ben en ik zwijg. Ik hoor aan en krui de mest naar de bult, voel de trappers van het rode fietsje onder mijn voeren kraken. Kuiper schrijft zo beeldend dat ik wel in zijn wereld ben of geweest moet zijn. En hij laat mij alle hoeken van zijn wezen zien. Het is dat ik hem ben wanneer ik zijn werk lees.

    Kuiper reist door zijn leven. In de bundel is een tekst van de jonge Elmar afgedrukt. Een vroeg werk dat al de kwaliteit van de latere poëzie in zich draagt. Daar zijn al de wortels in te vinden waar de boom op zal groeien en de takken zich uitspreiden naar de hemel. Het is een verhaal, een belevenis dat toewerkt naar een hoogtepunt maar als een nachtkaars dooft. De verteller in de dop heeft daarna veel bijgeleerd, kent zijn hoogtepunten als dichter en houdt de kaars brandende. In het hoofdstuk ‘dripstien’ speelt hij met taal en schrijfwijze. Experimenteert met mijn fantasie. Over een tijdspanne van vier maanden noteert hij elke dag een korte ervaring. Deze zijn achter elkaar doorlopend over de bladspiegel afgedrukt. Het leest als een logboek, een individueel journaal. Een kortschrift van die dagen, daar en toen, op de reis door een leven. In het hart van dit deel zitten zwarte bladzijden met witte letters. Zeker een afrekening, een vereffening.

    Antlit, mingde technyk op papier, 35 x 25 sm, 2022

    De dood is een vriend

    Het zijn de mensen uit de omgeving van de dichter die woorden krijgen toebedeeld in de bundel. En wonderwel schijnen het mijn mensen. Zo schrijft Kuiper de zinnen van zich af en schuift ze naar mij toe. In zijn kracht weet hij mij gesterkt. Hoewel het over oorlog gaat is de vrede altijd onder handbereik. Bij het leven is de dood nooit ver weg, maar is in zijn taal nergens om van te schrikken. De dood is een vriend, zoals het leven een kameraad is. Het is minder eenvoudig er over te schrijven. Een beschouwing laat zich ongemakkelijk uit tekenen. Om reden dat het dichtwerk mij zo nader komt, zo tegen mij aan schuurt. Het lezen gaat mij makkelijk af en ik zie meteen ingangen, maar om daaraan woorden te geven is geen sinecure. Hij doet in woorden een boekje open, geeft mij inkijk in zijn wezen. Naast dichter is Kuiper ook beeldmaker, beeldend kunstenaar. Jammer is het wel dat zijn werk in de stijl van Cobra kleurloos in de bundel is geprint als illustraties. Het mist op deze manier afgebeeld de kracht die de collages vol humor en cynisme bezitten. Maar het werk staat gelukkig kleurig gepost op zijn Facebook-account en LinkedIn.

    Voorin het boek dat Elmar Kuiper mij toestuurt staat een opdracht geschreven aan mij gericht: “Nije fersen oer it paradys, oer de leafde en de dea”. Dat zet meteen de toon. Hij had daaraan kunnen toevoegen: “Oer myn libben en dat fan dy”. Want dat is het, hoewel hij zijn jeugd en het eigen leven te lijf gaat is dat zo mijn pakkie-an. Tikkertje-met-verlos, hij tikt mij, ik mag niet terug tikken, maar op het laatst laat hij mij los en sla ik verlost de bundel dicht.

    Ferlosboartsje. Elmar Kuper. Gedichten. Uitgave met steun van de Provincie Fryslân en het Nederlands Letterenfonds. Utjouwerij Hispel, 2024.

    Each, mingde technyk op papier, 30 x 20 sm, 2022

  • Na lezing van Blauwe Hanen ben ik er één

    Het is niet eenvoudig in de geest van de dichter te komen. Ik lees de nieuwe bundel van Elmar Kuiper van voor naar achter en terug en nog een keer. Langzaam beginnen de woorden mij betekenis te geven. Het is als een surrealistisch schilderij waarvan de beelden tijd nodig hebben bij mij in te dalen. De woorden zweven boven de werkelijkheid. De gedichten zijn niet abstract, maar kunnen wel in metaforische zinnen wonderlijk normale ervaringen duiden. Want hoe kan een woord, hoe kan een combinatie van woorden abstract zijn. De haan is een mannelijke kip of staat bovenop de kerktoren. Verandert pas van betekenis en inhoud wanneer er een bijvoeglijk naamwoord aan is toegevoegd: blauwe haan. Sommige woorden hebben dan wel een dubbele betekenis, het maakt de Nederlandse taal minder eenvoudig voor de buitenlander. Die haan kan namelijk heel goed ook het slagstuk in een pistool zijn. Ik kan haantje de voorste willen zijn of de gebraden haan uithangen. In elk geval laat ik bij het lezen van onderhavige bundel poëzie Elmars haan koning kraaien.

    Elmar Kuiper, Atlas Contact

    Met de titel van het boek en de beeldende omslag zet de dichter mij meteen al op het verkeerde been, dat achteraf best wel het goede zal kunnen zijn. De woorden van realisme worden in abstracte zinnen gegoten, in de zin van andere in betekenis onverwachte woorden voor eenzelfde strekking. Ik dien me er een beeld bij te vormen wil de bedoeling tot mij komen. Maar dat beeld kan wel heel goed een andere vorm hebben dan in beginsel bedoeld is. Is de blauwe haan een geheelonthouder of ergert hij zich blauw terwijl hij rood aanloopt, zoals de letters op het omslag van de dichtbundel.

    In de geest van de dichter kruipen

    Onderwijl het lezen zie ik Elmar in gedachten, mijn gedachten, in het Friese gras liggen levend in zijn jeugd, een strootje tussen de tanden mijmerend over wat komen gaat. De verleden tijd toen alles nog op orde leek, alles vanzelfsprekend scheen. En concentreer ik mij op de woorden dan word ik deze jongen die daar in het gras ligt denkend aan toen, toen geluk heel gewoon was.

    Maar moet je dan wel in de geest van de dichter proberen te kruipen? Wil je een verhaal begrijpen dan vereenzelvig je je met de hoofdpersoon. Je maakt figuurlijk aan de lijve mee wat de schrijver heeft geschreven. Ga je zo op in het verhaal dan gaat het over jezelf, is het jouw verhaal. Dan ga je op avontuur buiten jezelf bij jezelf. Ben je letterlijk van de wereld zolang als dat je leest. Is het boek uit, het verhaal klaar, dan sta je weer met beide benen op de grond. Is het verhaal een herinnering.

    Om een gedicht tot me te nemen stel ik mij de ploeterende dichter voor, de poëet die met het zweet op het voorhoofd al nagels bijtend dat probeert te verwoorden wat zijn geest ziet. En is het daar, staat het op papier, lees ik het en zwoeg me positief door de woorden. Ik lees en ik ben die hij is. In de korte spanningsboog van dat ene gedicht. Langer hoeft mijn aandacht niet te zijn. Maar in die enkele regels ga ik diep door het denkbeeldige stof. De dichter is diep in zichzelf gegaan om in een paar zinnen een compleet verhaal te vertellen. Poëzie is ingedikte proza. Het gedicht is de essentie van het verhaal.

    Als in een abstract kunstwerk

    Zo lig ik in het hoge gras van mijn bed te filosoferen. Ondertussen de bundel “blauwe hanen” doorbladerend houd ik het boekje open op de bladzijden die me aanspreken. Die meteen na eerste lezing in mijn hoofd blijven spelen. Het zijn vluchtige bewerkingen die nog even naklinken in mijn gedachten maar al snel plaats maken voor de dagelijkse inspiraties. De gedichten die niet meteen duidelijk zijn en nadere aandacht verdienen, ik lees ze nog eens weer. Ik weeg de woorden, streep betekenissen tegen elkaar weg. Dan opeens, als een donderslag bij heldere hemel – waar komt het vandaan, het is er plotseling, doorzie ik de gedachte en doorvoel de bedoeling van de kunstenaar. Als in een abstract kunstwerk, bij toverslag zie ik er iets in en wordt het beeld de mijne – mijn blik.

    Kuiper beschrijft zijn gedachtewereld, dicht zijn herinneringsbeeld. Die is uiteraard niet universeel, maar schurkt wel tegen het algemene aan. De dichter heeft de kracht zich in de lezer in te leven, waar de lezer de macht moet hebben zich in de dichter te verplaatsen. Hij speelt met woorden, dolt met betekenissen en danst met de regels van het spel. Een kort verhaal zet hij om in dichtwerk. Het lijkt een short story maar is een long poem. Het omschrijft niet in ellenlange hoofdzinnen met slingerende bijzinnen welke weg het personage moet gaan om van proloog tot epiloog te komen. Maar heeft ook niet de kleurige uiteenzetting van het zijn en handelen op detail. In nauwelijks meer dan een halve pagina moet de toon gezet zijn en een afronding gemaakt. Het lijkt een onmogelijke stijl die nog eens weer in het ‘gewone’ gedicht is uitgewerkt. Dan vallen alle schillen weg en blijft de kern over. Sprankelend en glanzend. En dat behoeft dan niet altijd in rijm of volgens de regels van de algemene poëzie te zijn, als het maar woorden tot beelden brengt in de gedachte van de lezer. Dat het speelt met de realiteit, in betekenis zweeft boven de werkelijkheid. Ik moet mij figuurlijk uitrekken om het letterlijk te vatten.

    Tweemaal daags een gedicht

    In zijn gedichten leeft Elmar Kuiper zijn leven nog eens opnieuw. Daar ruggelings gelegen tussen de grashalmen kauwt hij op een strootje. Het zijn trekt als een film aan hem voorbij. Hij zet er de herinneringen stil en geeft het woorden. Herinneringen die aanspreken, mij roepen en de betekenis influisteren. Alsof het geheimen betreffen. De mysterieuze verzen dansen aan mij voorbij, de beeldspraak komt spelenderwijs bij mij binnen. Onberedeneerd zet Kuiper woorden op papier die intuïtief hout snijden. Hij beeldhouwt de gedachten in woorden. Kleit zijn wortels tot zinnen. Hij spit het verleden om voor vruchtbare grond waarop de toekomst kan groeien. Hij herinnert, observeert en denkt zich het zijne ervan door een achterdeurtje te vinden om uit het hersenspinsel te ontsnappen.

    En waar hij een uitweg heeft gevonden zoek ik een ingang. Is die eenmaal gevonden dan stuit ik telkens weer op een doodlopend pad om uiteindelijk het doel te bereiken: het doorzien van de metafoor blauwe hanen. Veelal zijn het notities om belevenissen te omschrijven, handleidingen om uit het geestelijke doolhof te komen. De gedichten lijken therapeutische ingevingen om het verleden af te kunnen schudden en vol goede moed de toekomst in te gaan. De bundel krijg ik als recept voorgeschoteld om met mijn verleden in het reine te komen, te genezen van de wonden uit vroeger tijd. Tweemaal daags een gedicht. En om af te wennen start ik de kuur eens opnieuw en pas het naar behoefte aan. En wanneer dan het medicijn aanslaat lees ik met plezier de hele bundel nog eens van voor tot achter. Wordt het medicijn een drug, een geestverruimend middel.

    Wanneer de gedichten blijven hangen heeft de dichter zijn doel bereikt. De blauwe hanen hebben zich geëtst in mijn gedachten. Ik blijf er aan denken, omdat eens de meest abstracte woordspelingen mij overkomen als realistische aanhalingen. De eerste haan kraait en ik verwacht de tweede onderwijl tastend in het duister naar de derde, maar er is licht aan het eind van de tunnel. “blauwe hanen / schokken licht (…) blauwe hanen / luisteren loom (…) blauwe hanen / tokken zacht / en rekken hun halzen zo uit tot ze / gemakkelijk bij de sterren kunnen” Ik ben een blauwe haan.

    Blauwe hanen. Gedichten van Elmar Kuiper. Uitgeverij Atlas Contact, 2023.

    Elmar Kuiper, Atlas Contact

  • Lenige verhalen en beeldende tekeningen voor in frjemde fûgel

    Hoorde ik dat lied van Elly en Rikkert door mijn hoofd galmen. Dat lied van voor ze nog niet het licht hadden gezien. Dat lied waaraan bloemen kleven en dat naar wierook geurt. “Zoals we slenteren langs de wegen / Met onze veren door de regen / Nat gespet / Zoals we vrolijk fluitend tegen / Alle mensen die geen snavel kregen / Zijn we net”. Een tekst die groeide en bloeide in de tijd van hippies, peis en vree. Een eenvoudig rijmende tekst op een aangename wijs. Of de song van een ander duo: “He was a most peculiar man / He live all alone within a house / Within a room, within himself”. Weer zo’n simpel vrolijk deuntje als omlijsting van een tekst die dieper gaat dan de woorden doen vermoeden. Een opgewekte melodie met een grimmige grondtoon. Dat sluit vrijwel nauwelijks aan bij het harde paars op de kaft en die vierarmige rare snuiter met doorgroefd gezicht dansend daarvoor. De bundel met korte verhalen van Elmar Kuiper met illustraties door Willie Darktrousers ligt aan mij voor. Vreemd dat daarbij die wijsjes door mijn hoofd dwarrelen. Nog even belt de Earring aan met “She flies on strange wings”, maar ik sla de deur voor de neus dicht. Eigenaardig dat ik bij het lezen van de verhalen denk aan een schrijver als Roald Dahl. Met zijn sterk visuele stijl van schrijven, waardoor de verhalen gemakkelijk te verfilmen zijn.

    Dubieuze figuren

    In het boek “In frjemde fûgel” geeft Elmar Kuiper plastisch en concreet de omgeving weer waar zijn hoofdpersoon in dat enkele verhaal zich bevindt. Waar hij aan denkt, wat hij ziet en zich mee bezig houdt. Omdat de entourage zo nauwgezet is omschreven maak ik als lezer deel uit van het verhaal. Als figurant speel ik mee in de film. Ook al omdat de vreemde vogel een rare snoeshaan is en dat karakter een bekend gevoel geeft. Want ben ik ooit ook eens een vreemde vogel geweest. Met de nek aan gekeken, met de vinger na gewezen. Over dat soort kleine narigheden gaan de verhalen van Kuiper echter niet. Het zijn de vreemde eenden in de bijt. Levend aan de rand van de maatschappij. Worden voor gek versleten, zijn maniakaal, obsessief, verlegen, monomaan of autistisch, lees ik op de achterkant van het boekje. Over die mensen gaat het. Met name op het gebied van intimiteit en relaties leeft het bij hen erg stroef. De dubieuze figuren die de revue passeren geven het leven echter kleur. Zonder deze vreemde vogels zou de wereld grauw en grijs rond de zon cirkelen. De schrijver laat mij als het ware als een gevederde vriend ronddolen in zijn geest, de geest van de vreemde vogel. Welhaast word ik dat rare mens, die eigenaardige persoon. Niet sta ik erbij en kijk ernaar, zoals bij die beren die smeren konden.

    Spanning op het eind

    Elmar Kuiper heeft een leesbare stijl van schrijven. Schrijvend in de Friese taal buit hij daarvan de mogelijkheden uit. De taal heeft ballen, kan de vertelling krachtig uitdrukken. Is een visuele taal, beschrijft lyrisch de gebeurtenis. Kuiper formuleert de woorden soepel, speels en beeldend plaatst hij de bedachte personages in zijn relaas. Hij houdt mijn aandacht vanaf de eerste zin vast. Ik ga op de punt van de stoel zitten. En niet af en toe bijt ik bijna het puntje van de tong af, omdat Kuiper de spanning concentreert tot op het eind. Het plot steekt vernuftig in elkaar en ik zie de ontknoping zelden aankomen. Daarom schieten mij teksten van Poe en Dahl in gedachten. Het heeft eenzelfde soort wereldvreemde verhaallijn, een bovenaardse vertelling. Zo leest het, maar de waarheid achter de woorden ligt dieper. Het beschrijft momenten van alledag, mensen als jij en ik zoals we hadden kunnen zijn. De gedachte figuren dwalen niet ver van de bewoonde wereld af. Het kan de buurman zijn of die man in de rij achter de kassa. Maar er is een steekje los, zoals ieder leven een open eindje heeft.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel
    Elmar Kuiper

    Beeldend taalgebruik

    De verhalen van Elmar Kuiper lopen bijna nooit zoals ik al lezend denk dat ze zullen gaan. Het leidt telkens ergens anders heen dan zoals ik verwacht dat het zal eindigen. Dat rekt de spanningsboog op, zover dat deze strak staat tot na het laatste woord. Dan denk ik nog na en doorzie pas de essentie. Niet omdat ik de Friese taal niet machtig ben en spreektaal niet van boekentaal kan onderscheiden. De schrijfstijl en verhaaltrant van Kuiper nodigt uit een enkel verhaal meermalen te lezen. Daarmee doorgrond ik beter de levens van de vogels, vreemd maar wel vertrouwd. De duidingen zijn expressief en suggestief. Een beeldend taalgebruik zoals mijn inziens alleen het Fries dat kent. Uitdrukkingen die meer poëtisch klinken dan als proza geschreven. Vandaar ook dat Kuiper er zo flexibel mee weet om te gaan. Als geboren dichter trekt hij de jas van tekstschrijver aan. Dit is zijn eerste verhalenbundel naast de rij eerder gepubliceerde gedichtenbundels. Voor diverse gedichten en enkele verhalen ontving de psychiatrisch verpleegkundige, beeldend kunstenaar, videofilmer, performer/zanger van de Tigers fan Greonterp, en dichter de Rely Jorritsmapriis. Voor het titelverhaal van de bundel ‘In frjemde fûgel’ ontving hij vorig jaar nog deze pretentieuze Fryske literatuurprijs. Dit verhaal lijkt over hemzelf te gaan, want geschreven in de ik-vorm. Maar daarmee houdt hij het persoonlijk, de lezer kan zelf in die ik kruipen en zich hoofdpersoon van het verhaal voelen. Op andere bladzijden gaat het over Marten, Hindrik, Bernard, Gysbert en Jelmer. Maar ook in een ander verhaal zie ik mezelf terug. Dat verhaal heeft een open einde met een dubbele punt, als hoort er nog wat achteraan te komen. Een interactieve vertelling. Want dat iets mag ik zelf invullen door terug te grijpen op alinea’s eerder in het relaas: ‘us rit sit derop’.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel, Willie Darktrousers
    Willie Darktrousers

    De tekeningen van Willie Darktrousers bij de verhalen, de illustraties die de beschreven figuren uittekenen, zijn even vreemde schetsen als de sketches dat zelf zijn. In een onbeholpen stijl van werken zet de tekenaar de karakters neer. Maar die harkerige opzet is het handelsmerk van Darktrousers, daarmee steekt hij boven het maaiveld uit, valt hij op in de grauwe massa van tekenaars en illustratoren. Voor “In Frjemde Fûgel” blijft hij daarmee helemaal bij de les. De nuvere yllustraasjes geven onomwonden en nadrukkelijk weer hoe de hoofdpersoon niet is maar zich wel voelt. Waar Elmar in de huid kruipt van de buitenbeentjes zit Willie in hun hoofd. Lenig en beeldend.

    In Frjemde Fûgel. Verhalen van Elmar Kuiper. Tekeningen Willie Darktrousers. Uitgeverij Hispel, 2022.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel