Tag: Elske Schotanus

  • Pier Feddema schetste de spontaniteit van het moment

    Feitelijk is het de meest basale manier van het bedrijven van beeldende kunst: het schetsen. Het tekenen met potlood of krijt. Een snelle indruk maken van wat je ziet. Een rappe afdruk neerzetten, een beeltenis waarop je later kunt doorwerken en waarmee je in een andere techniek een resultaat kunt scheppen. Het is de kraamkamer van het oeuvre van de kunstenaar, de broedplaats waar iets nieuws ontstaat of wordt ontwikkeld. Het gevoel bij een moment, de gewaarwording van de omgeving, het in de vingers krijgen van een situatie. De ogen merken op, de hersenen verwerken en de handen voeren uit. Die actie volgt direct op wat is waargenomen.

    Bij een statisch beeld, zoals een schip of een boerderij, kan een schets meteen concreet worden. Bij beweging van voorbijgangers of dieren moet het beeld sneller op papier; de ervaring moet direct een indruk zijn. Ook een min of meer passief beeld, als een landschap of portret, kan een impressief beeld opleveren: een middel om sfeer en essentie van de gewaarwording weer te geven. Juist die eerste indruk verbeeldt het gevoel bij de gebeurtenis.

    Enkele lijnen en handgebaren

    Aan de manier waarop iets op papier is gezet, tekent zich de emotie af. Niet altijd heeft de kunstenaar sympathie voor het onderwerp; dat valt af te lezen uit de beeldende beschrijving. Op zo’n moment past de tekening niet, werkt het gemoed tegen en wordt de schets een ongeïnteresseerde droedel. Vaak belandt zo’n tekening in de prullenmand, omdat deze niet voldoet aan wat voor ogen staat. Maar wanneer de sensatie er is, kan in enkele lijnen en handgebaren het voorval worden vastgelegd.

    Zo blader ik de schetsen van Pier Feddema door. Voor Utjouwerij DeRyp stelde Elske Schotanus een representatieve dwarsdoorsnede samen uit zijn schetsboeken. De kunstenaar uit Anjum vormde met anderen de kunstenaarsgroep Yn ‘e line: kunstenaars die de kunst in de lijn wilden houden, zoals de man die het turfschip lopend langs het kanaal op koers hield. Met een heldere, strakke lijn weerspiegelde de groep natuur en omgeving in een expressionistische stijl. Dat zorgde in de jaren 50 van de vorige eeuw voor nieuw elan in de Friese kunstwereld.

    Typische indrukken uit het leven zijn zichtbaar in Feddema’s schetsen. Niet alle onderwerpen hebben dezelfde zeggingskracht; sommige maakten minder indruk. Toch passen ze in het geheel, omdat ook deze het beeld van de kunstenaar completeren. Ze zijn niet uitgescheurd of weggegooid. Integendeel, Feddema achtte ze van belang om te bewaren. Het is goed dat de bloemlezer deze verwelkte exemplaren toch heeft opgenomen. Het zijn er slechts enkele, want Feddema is een begenadigd beschouwer, een geoefend kijker die vrijwel ieder moment interessant vindt. Maar de ene dag tekent beter dan de andere.

    Aandacht voor detail en essentie

    Feddema had zijn schetsboek altijd bij zich. Raakte zijn blik iets opmerkelijks, dan pakte hij boek en potlood en zette hij de observatie in trefzekere lijnen op papier. Aan de schets is af te lezen hoeveel gevoel hij bij het voorval had. Soms is het een slordige tekening, bedoeld om iets vast te houden dat weinig indruk maakte. Maar een snelle schets kan juist de emotie scherp weergeven, terwijl de gebeurtenis al voorbij is voordat er iets op papier staat. De momenten volgen elkaar op; snelheid is geboden om de sfeer vast te houden. Toch blijft er aandacht voor detail en essentie. Is er meer tijd, dan nog werkt Feddema in rappe lijnen en vegen. Het voorval, de plaats en de tijd moeten worden vastgelegd.

    Met plezier legde Feddema zijn omgeving vast. Dat laten zijn schetsen zien. Met een open blik keek hij de wereld in. Door zijn tekeningen maakte hij die tot de zijne. Dit werk laat duidelijker zien wie hij als kunstenaar was dan zijn schilderijen doen. Geldt dat niet vaker? Dat de weg naar het resultaat meer blootlegt dan de uitkomst zelf. Een blik in het atelier, tijdens het maakproces, geeft inzicht in de lusten en lasten van de kunstenaar. De moeite om van niets iets te maken. Het vuur van de schepping dat daar ontvlamt. Daarvan getuige zijn is een gotspe, maar ook waardevol.

    Wanneer de kunstenaar er niet meer is, vervalt het directe contact. Er kan niet meer worden meegekeken. De achtergelaten schetsboeken en ontwerpen nemen die plaats in. Ze bieden zicht op de geest van de kunstenaar. Elske Schotanus noemt het “een klein feestje om, bijvoorbeeld tijdens een kunstenaarsbezoek of soms in een galerie, schetsboeken in hun geheel door te bladeren”. Het zal een bijzonder moment zijn geweest om de nagelaten schetsboeken van de in 1983 overleden Feddema te mogen inzien. Ze openen een wereld, gezien door zijn ogen.

    Talent en vaardigheid

    De ontwikkeling die zijn werk ongetwijfeld heeft doorgemaakt is in het boek niet goed te analyseren. Blijkbaar is alles in willekeurige volgorde afgedrukt. Dat is op zich geen probleem want Pier Feddema kon gewoon goed tekenen. Maar hij ging weglaten, naar voren halen, meldt de Pier Feddema Stichting op de website over het ontstaan van  een eigen stijl. De Stichting is in het bezit van de originele schetsboeken die in langdurig bruikleen zijn gegeven aan Museum Dr8888.

    De schets is allang niet meer slechts een voorbewerking. Zoals tekenen niet enkel een voorstudie is voor een eindresultaat. Volgens Schotanus is het het meest eerlijke en directe genre binnen de beeldende kunst. “Meer dan bij andere technieken verraden schetsen aanleg, talent en vaardigheid van de maker.” Zij beschrijft hoe Feddema en plein air zijn onderwerp vastlegde: de hand ‘fladderend’ over het papier, de werkelijkheid in snelle krabbels gevat. Soms blijft het steken in een abstract beeld, een gedachte bij de realiteit. Het aanvoelen van een actie, het gevoel bij een gebeurtenis, kenmerken zijn werk. De snelle schets was zijn handelsmerk. Met meer tijd werkte hij tekeningen uit en voegde kleur toe, maar de spontaniteit van het eerste moment bleef.

    Feddema gebruikte het schetsen om de werkelijkheid te doorgronden. Zijn observaties waren oefeningen om de wereld te leren kennen en voor ons begrijpelijk te maken. Het zijn niet alleen voorstudies, maar studies naar het leven. Veel tekeningen zijn op zichzelf staande eindproducten, met voldoende kwaliteit en zeggingskracht. Zelfs wanneer ze de uitstraling hebben van een ontwerp, functioneren ze als zelfstandig werk. Juist in hun spontaniteit, in enkele lijnen neergezet, ligt hun kracht.

    út de sketsboeken fan Pier Feddema. Samenstelling en tekst Elske Schotanus. Uitgave Pier Feddema Stichting & Utjouwerij DeRyp, 2026.

    Pier Feddema, schetsboeken, utjouwerij DeRyp
  • De onbeduidende handreikingen van Peter van Lier verklaren

    Peter van Lier is een Fries van buiten. Hij is import, maar voelt zich daar al bijna 18 jaar thuis, in dat Friesland. Wonend tegen de zeedijk, in het meest noordelijke deel van de provincie, inspireert het weidse uitzicht over de Wadden hem in zijn poëzie. Tijdens lange voettochten door het Noorderleech dwalen zijn gedachten af naar verre einders en lege velden. Al filosoferend  over dit en dat, zus en zo, deze en gene komen de lyrische regels als vanzelf in hem op en naar boven. Hij beschrijft zijn denken in de moedertaal, het Nederlands. Doet dit reeds jaren lang, dus is het tijd voor een overzicht van dat alles, een bloemlezing over en uit zijn kunnen. Zelf heeft hij dus de mooiste bloemen geplukt uit zijn aangelegde tuin. Van planten die dit vroege voorjaar of dat late najaar werden gezaaid. Een boeket dat geurt en kleurt.

    Peter van Lier voelt zich een Friese dichter, hoewel hij zich een Fries fan utens weet. Een buitenlander, dus. Het karakter van zijn poëzie maakt hem echter tot Fries poëet. Het is weids en landelijk zonder belemmering op uitzicht en blikveld. Want dat landschap beïnvloedt zijn gedachten in het dichten. Hij neemt geen blad voor de mond, want zijn taal moet open zijn zoals de omgeving overzichtelijk is. Alles kan gezien, alles is geschreven. Maar de dichter kijkt niet over het veld, ziet niet de hoge luchten en de verre einder. Hij vleit zich in het gras, kruipt tussen het riet en waadt over het wad. Daardoor valt hem het detail in het grote geheel op. Ziet hij het kleinste klein en schrijft daar het liefste lief over. Zo is zijn ruimte afgemeten, maar hij ontloopt de onmetelijkheid niet. Zijn poëzie is handzaam, omdat het over gewone zaken gaat. Het zijn de kleine dingen die het hem doen.

    Kleine dingen langs het leven

    In de uitgave “Minieme gebaren” is de groei in inhoud en vorm naar de genoemde Friese stijl goed te volgen. In de bundel vind ik geselecteerde gedichten van de jaren 1995 tot 2020. De eerste series nog als Nederlander in het westen. Met zinnen die beschrijvend door de regels lopen. Filosoferend over de meest kleine dingen langs het leven. Datgene wat in een druk bestaan nauwelijks nog wordt opgemerkt zet Van Lier te kijk in zijn beeldende gedichten. Het is kijken en observeren, dàt waarnemen wat gewoon lijkt dus ongewoon is beschreven om het op te laten merken.

    Peter van Lier, dichtbundel, Meulenhoff

    Peter van Lier leert mij door zijn woorden anders te kijken, beter te zien. Van Lier is filosoof en dat valt op te merken in de manier waarop hij zijn omgeving beschrijft. Diepe gedachten, dubbele bodems, meerdere lagen. Maar ook wel recht door zee, pal op het doel af. Onomwonden, geen filosofie maar een duidelijke mening. Maar meestentijds mijmert hij en peinst, beschouwd en bespiegeld met als uitkomst abstracte verzen waarin de wereld wijsgerig is beredeneerd. Mijn zijn kan ik daar op reflecteren om een levensbeschouwing teruggekaatst te krijgen.

    Op het detail letten

    Gaandeweg de bundel wordt de blik meer landelijk. Zit de dichter niet meer op de knieën onder het struikgebladerte te turen, maar kijkt uit over het weidse landschap om daarin het detail te bemerken. Hij maakt zich op noordwaarts te vertrekken. Een leeg en onherbergzaam landschap op te zoeken, de uitgestrekte openheid die zijn zinnen zullen prikkelen. Hij, en ik, ziet dat “vooral terug in de vorm van mijn gedichten: regelafbrekingen en witregels maken het geheel meer open; en de soms geïsoleerde positie van de woorden daarin komt overeen met de afzonderlijke vormen in het land om mij heen.” Peter van Lier ademt de Friese sfeer; hij snuift de geur, beziet het veld en hoort de stilte. Nog telkens let hij op het detail, wordt hij gewaar de minieme bewegingen van het leven. Dat maakt hij groots in zijn gedichten, zodat ik mijn Friesland (jaja, ik ben er zo één) voortaan beter waardeer en anders bekijk.

    Peter van Lier, dichtbundel

    Natuurlijk is deze poëzie op elk mogelijke plek, waar dan ook, te situeren. Het is niet gebonden aan hier, maar kan ook aan elders worden gerelateerd. De dichter heeft lijfelijk onderdak in het Friese gevonden en gaandeweg hebben zijn gedachten zich ook in de provincie gevestigd. Maar zijn besef blijft werelds. In zijn gedichten kijkt hij over landsgrenzen heen. Beziet de aarde verder dan voorbij de horizon. Zijn gedachten kunnen van elke plaats en alle tijd zijn. Lees ik de bundel door dan merk ik de groei, voel ik de wind, ervaar ik het landschap. Het land en de zee die over de dijk zich voor zijn ogen uitspreiden. Dat uitzicht moet voor Peter van Lier een openbaring zijn geweest, een inzicht dat er meer is dan de grote stad waar de blik zijn beperkingen kent. Er moet een wereld voor hem zijn  open gegaan toen hij die oude melkfabriek in Marrum als onderkomen vond. Daar staat hij bij wijze van spreken op het dak van de wereld en heeft op heldere dagen uitzicht tot voorbij Ameland.

    Nieuw dichtwerk op oude woorden

    De bundel “Minieme gebaren” is tweetalig. Een experiment hoe de poëtische kracht van de woorden in de Friese taal nog overeind blijft. Elske Schotanus heeft daar goed werk gedaan in haar vertalingen. Maar het zijn toch minder de gedachten van Peter van Lier gebleven. De Fries van buiten verstaat de taal, maar leest en schrijft het niet en zal het ook niet denken. Het is niet eenvoudig om dan de bestaande woorden in een andere taal evenveel kracht mee te geven. Eigenlijk heeft Schotanus nieuw dichtwerk gemaakt op de woorden van Van Lier. Een hertaling dus, maar nauw schurend aan de bestaande woorden. De uitspraken in het Fries zijn veelal meer poëtisch dan het van oorsprong Nederlands. Op andere momenten heeft het Fries kracht en staat het Nederlands erbij in de schaduw. Somtijds liggen de vertalingen daarom smakelijker in de mond dan het oorspronkelijke gedicht. Maar dan dien je de Friese taal wel machtig te zijn, want anders is dat gevoel er niet.

    Peter van Lier, dichtbundel, Wereldbibliotheek

    De bundel lezende vallen mij dingen op, schuif ik opmerkingen tussen de bladzijden. Word ik geprikkeld, het zet mij aan tot onderzoek. Bijvoorbeeld door “Psalm 68”. Eerst al omdat ik een afgebroken zin lees en nog eens lees, het klopt niet maar toch klopt het. Dat is op diverse plekken het geval in de poëzie van Van Lier, het deugt niet maar toch is het juist. Maar die psalm, als mens met een achtergrond wil ik dat inspecteren en analyseren. Het citaat “Bedreig het gedierte in het riet” (vers 31) is gehaald uit de vertaling die het Nederlands Bijbel Genootschap in 1951 maakte. De Statenvertaling van 1773 spreekt van “Scheld het wild gedierte des riets” en de Basisbijbel schrijft “Bedreig Egypte, dat land tussen het riet van de Nijl”. Want dat laatste is waar die wilde dieren langs de oever symbool voor staan. Ofwel de koning van Egypte die een hof heeft aan de rivier. Tot zover deze Bijbelse les. Van Lier interpreteert de quote als een bedreiging van de natuur door de mens. Door geen acht te slaan op het advies, aanhaling plus het woord ‘niet’ op de volgende regel, haalt hij zich het stilzwijgen van de rietbewoners op de hals.

    Representatieve dwarsdoorsnede

    Na de “Dierepsalmen” waaieren de zinnen over de bladspiegel. En in 2020 bij “Af, op, in” dansen de woorden letterlijk over het papier. De verzen worden uit elkaar getrokken om bepaalde zinsneden extra aandacht te geven. Verduidelijkingen op de tekst worden tussen haken bijgeschreven, maar soms zetten deze mij ook op een verkeerd been. Ze stemmen in ieder geval tot nadenken. Sociale recepten wisselen af met praatjes van de leugenbank. Emotionele gedichten die de mens tonen achter deze bundel. “Hoe je moeder bij te staan in het ziekenhuis” komt dichtbij. “Hoe help je een vriend die sterven gaat” beschrijft wel heel herkenbaar de vriend, omdat ik weet over wie het gaat.

    Peter van Lier
    Peter van Lier

    Peter van Lier laat in de bundel “Minieme gebaren” zich als dichter van diverse kanten zien. Het is een representatieve dwarsdoorsnede van de dichter/filosoof. Met een kwinkslag, maar ook door het tonen van zijn gevoel. Hij doet dat niet op de orthodoxe manier van dichten, maar laat de regels in verzen vrijelijk over de dichtstukken bewegen. Zijn poëzie neigt naar abstractie, maar de zinnen zijn niet onsamenhangend – de emotie is geen object. Ik wil de gedichten wel weer lezen en nog eens, niet om de kern helder te krijgen maar omdat ze zo prettig poëtisch op papier staan.

    Minieme gebaren / Minym ferweech. Gedichten Peter van Lier. Friese vertaling Elske Schotanus. Uitgave Afûk Leeuwarden, 2022.

    Peter van Lier, dichtbundel, Afûk