Tag: Emmy Bergsma

  • Houtskool. Hoe simpel wil je het hebben

    Het gebonden boek “Houtskool Holzkohle Charcoal” krijg ik in een pakketje waarin een verkoold takje hulst bijgesloten is. Althans dat het hulst is staat op het papiertje waarin het is gewikkeld. Wanneer ik het stokje uit het papiertje rol en het tussen de vingers neem, er een lijn mee zet, heb ik meteen het gevoel dat de kunstenaars ervaren tijdens het project waar het boek de catalogus van is. Meteen denk ik verbonden te zijn met de natuur. Dat ik de spreekbuis ben van die natuur. Een brokkelige lijn is de aanzet tot een boom, het bos, een landschap – toch altijd iets van vegetatie, zij het werkelijk of abstract. Dit houtskoolstokje staat symbool voor mijn exemplaar van het boek dat mij wordt toegestuurd door Emmy Bergsma. Zij is, samen met collega-kunstenaar Lisanne Sloots, initiatiefnemer van een artists-in-residence project van een groep tekenaars in Kloster Bentlage. Zij zijn ook de curatoren van de daaraan verbonden tentoonstellingen in Rheine en in Rijksmuseum Twenthe. De periode draait om het werken met houtskool, zoals de titel van het boek niet mis te vatten aangeeft. De uitgave is de catalogus van de tentoonstelling en de documentatie van het gehele project.

    Verkoold hout

    Een negental kunstenaars gaan de uitdaging aan om zelf houtskool te stoken en daarmee tekeningen te maken geïnspireerd door de omgeving en door elkaar. Er ontstaan samenwerkingen en gezamenlijk vervaardigde kunstwerken. De kunstenaars dagen elkaar uit en trekken met elkaar op in een gezamenlijke opbouwende creativiteit. Eerst worden verschillende soorten hout gestookt tot houtskool, zodat de kunstenaars daarmee aan het werk kunnen. In het boek worden drie stookmethoden omschreven. En wordt de geschiedenis van het tekenmateriaal houtskool toegelicht.

    Tekenhoutskool is niets anders dan verkoold hout dat wordt gestookt van takken en twijgen’, lees ik in het boek, ‘volgens een proces waarbij geen of weinig zuurstof wordt gebruikt’. Houtskool is vrijwel het eerste materiaal waarmee de prehistorische mens zijn leefwereld op harde rotswand vastlegt. Houtskool is een oermateriaal en raakt heel erg aan de kern of basis van het bestaan. Het is eenvoudig te winnen uit de natuurlijke omgeving. Misschien dat men er in die vroegste tijd bij toeval tegenaan gelopen is. Bij het vuurtje stoken om voedsel te verhitten of zichzelf te warmen zal het een restverschijnsel geweest zijn. Iemand pakt een verkoold stokje op en ontdekt dat er lijnen mee getekend kunnen worden, vlakken gezet. Door harder of zachter te drukken komt structuur, verschil in zwartsel en verschijnt een tekening. In die eerste tijd zijn de diverse uitdrukkingen met houtskool te maken uitgevonden en onderscheiden. Door de tijd heen naar nu is daarin eigenlijk weinig veranderd.

    De oudste mens

    Van een verscheidenheid aan takken en twijgen kan houtskool worden gestookt, De een heeft een open structuur dat een grijzig zwart geeft, een andere houtsoort is dan weer dichter en compacter wat een betere kwaliteit van het zwart geeft. Belangrijk is dat het hout grondig wordt gebrand, lees ik in het boek dat naast catalogus als handleiding opgevat kan worden, anders krijgt het resultaat een niet gewenste bruinige kleur. Hoewel de oudste mens met het houtskool al vrije op zichzelf staande tekeningen maakt, is het materiaal in de eeuwen daarna gezien als te gebruiken voor schetsen en de opmaat tot autonome kunstwerken. Pas later en tot voor kort heeft het tekenen zich een gelijkwaardige status binnen de andere kunstvormen verworven.

    Het delen van ateliergeheimen en het geloof dat het delen van kennis niet leidt tot het verlies van uniciteit, maar juist verrijking brengt, is een belangrijk onderdeel van dit houtskoolproject’, lees ik verderop in het boek. Juist het bekijken van elkaars specifieke techniek of werkwijze, het uitwisselen van kennis over de gebruikte papier- en houtskoolsoorten en het samenwerken aan eenzelfde tekening zijn een opwaardering voor de werkperiode. Met het onderling delen van ervaring en bekwaamheid heeft de individuele kunstenaar baat bij het eigen werk en voor de ontwikkeling. In de twee werkweken hebben de kunstenaars hun grenzen verlegd door zich open te stellen voor de mogelijkheden van het materiaal en voor elkaar. Een winwin-situatie dus.

    Kracht én kwetsbaarheid

    De negen gerenommeerde kunstenaars, die zorgvuldig zijn geselecteerd uit drie landen, krijgen een eigen gezicht in het boek. Ze worden bevraagd door Josien Beltman van Rijksmuseum Twenthe. Delen hun ervaring met het materiaal houtskool, geven uitleg over de eigen werkwijze en omschrijven hun verwachting en ondervinding van de werkperiode. Naast de teksten toont de catalogus een keur aan voorbeelden van werken. Niet enkel de individuele tekeningen, maar ook de werkstukken die in het groepsproces zijn gemaakt. Uit de gesprekken blijkt dat de kunstenaars het fijne van houtskool vinden dat je direct contact hebt met je werk, er zit niets tussen, niet anders dan het stukje verkoold hout. Mijn ervaring dus ook met dat stukje hulst. Het is een techniek die het handgebaar laat zien. Vanwege de kracht én kwetsbaarheid zijn er veel nuances aan te brengen in de tekening. In één beweging staat het zwart op papier, maar is er tevens de mogelijkheid om in heel lichtgrijs te werken aan details. Men vraagt zich af hoe kleurverschillen te tonen met houtskool, wel zo dus. De kunstenaars leren van elkaar welke uitdrukking past bij het materiaal. Ze zijn in hun werk op zoek naar het zwartste zwart, naar zwart dat diepte suggereert zodat je er als het ware in kan verdwijnen.

    Opmerkelijk is dat het houtskool aansluit bij de omgeving waarin de tak of twijg is gevonden. Die omgeving, dat landschap, probeert de kunstenaar vast te leggen. Meestal gebeurd dit in een realistische stijl of althans een aanpak waarin de werkelijkheid niet ver weg is. Anderen drukken hun gevoel bij en de ervaring aan de betreffende omgeving uit. Dit gebeurt in minder ware beelden en heeft een meer abstracte vormgeving. De tekening is een reflectie van wat men ervaart op een bepaalde plek en doet dit met het materiaal specifiek eigen aan die plek. Meer natuurlijk aan de basis kun je niet komen.

    Informatieve teksten

    Tekenen kun je altijd en overal doen vindt Marcel van Eeden in zijn bijdrage aan het boek. “Ook als je arm en dakloos bent. Het materiaal kun je altijd wel vinden en het is makkelijk mee te nemen. Je bent niet afhankelijk van een atelier of dure spullen. Een stompje potlood, een paar enveloppen en een oude regenjas voldoen. Het bankje in het park als studio. Heel romantisch allemaal. (…) Het is nog steeds alleen maar zwart krijt op een lichte ondergrond. Geen gemeng met kleuren en andere toestanden. Hoe simpel wil je het hebben (…) Met minimale middelen een maximaal resultaat.

    En die resultaten zijn rondom gestrooid in de catalogus tussen de informatieve teksten. De lezer leert niet alleen over het materiaal houtskool, wat daarvan de geschiedenis is en hoe het gestookt wordt, maar doet ook kennis op van het werken met de zwarte materie. Hoe basaal het is en welke sublieme effecten ermee kunnen worden bereikt. Doordat de kunstenaars zo aan elkaar verschillende stijl en techniek gebruiken is het interessant te zien wat daarvan de uitkomsten zijn bij het werken met houtskool. En daarbij bijzonder wat ze in gezamenlijkheid tot uiting brengen. De catalogus is speciaal omdat het de weerslag is van een uniek experiment, een uitzonderijk project. Het brengt belevingswerelden samen om ervaringen op te doen met het meest oude materiaal dat gebruikt wordt bij het maken van kunstwerken.

    Houtskool Holzkohle Charcoal. Werken met tekenhoutskool door Daniela Baumann, Emmy Bergsma, Benjamin Nachtwey, Gerben Dirven, Fabrice Cazenave, Lisanne Sloots, Agatha van Amée, Susanne van Bülow, Jitske Bakker. Catalogus van een project. Uitgave Kloster Bentlage & Rijksmuseum Twenthe, 2024.

  • Bomen bewaren verhalen om te verbeelden

    I want to be a tree, / as naturally branched as the body’s posture in sleep. / To woo birds – they avoid men and motion to sit on trees.” Zo droom ik de dag ook wel door. De zinnen spelen door mijn hoofd: ‘Ik wil een boom zijn, zo natuurlijk getakt als de houding van een lichaam in slaap. Ik wil vogels het hof maken – zij mijden mensen en beweging om in bomen te zitten.’ Een boom zijn, want bomen spreken tot de verbeelding. Staan rustig en stil in zichzelf te zijn, waaien positief met alle winden mee, nemen alles en iedereen van top tot teen op maar houden zich wijselijk afzijdig.

    Wanneer bomen spreken

    Volgens een Siberische sage was er aan het begin van de wereld één enkele boom die geen takken bezat. Toen sprak God: ‘Een boom zonder takken is niet om aan te zien! Ik wil dat er negen takken groeien’. En zo gebeurde het. ’ Aan de voet van de boom met negen takken mogen negen mensen zijn, en uit deze mogen negen volkeren ontstaan’. En zo gebeurde het. De boom des levens in de Bijbel, de Sprookjesboom in de Efteling. De enten van Tolkien, de bodhiboom van Boeddha. Op de 3e scheppingsdag ontkiemde de boom, nog voor er sprake was van zon, maan en sterren aan de hemel en dierlijk en menselijk leven op aarde. De boom slaat een brug tussen hemel en aarde. Wanneer bomen zouden kunnen spreken waren ze geboren verhalenvertellers. Dat speelt er allemaal door mijn hoofd, wanneer ik het boek “Among the Trees – a Field Trip” bekijk en lees.

    Een fictieve plek

    Drie kunstenaars, dat zijn twee tekenaars en één schilder met woorden, laten zich inspireren door wortels, stammen en kruinen. Het onderzoek levert een tentoonstelling op bij KunstVerein Ahlen in Duitsland. Daarbij een drietalige catalogus. De kunstenaars leven zich uit in het leven van de boom. Emmy Bergsma met wortelende tekeningen, Susanne von Bülow via onder meer computerkunst en Sumana Roy in proza en poëzie. Ze bezoeken bijzondere bomen rondom in hun geboorteland – Nederland, Duitsland en India – om het DNA van het paradijs te vinden. Met “Mapping Paradise”, dat voorloper is van de veldreis, willen de kunstenaars door de oudste bomen te leren kennen en ze leren te verstaan een mogelijkheid hebben n het paradijs te naderen. Een fictieve plek, te zoeken maar nooit te vinden. Soms is het andersom, terwijl we onder een dicht bladerdak van een boom rusten, dan vindt het Paradijs óns.

    Emmy Bergsma

    Vegetatief universum

    Binnen het project is niet enkel de boom onderwerp om over te bomen of deze te portretteren, ook is de grond – bodem van vruchtbaarheid, onderzocht en bekeken. Het mos bijvoorbeeld, een klein organisme met grote levensvatbaarheid. “…de kleinste bewoners van het bos, je kijkt er snel overheen”, schrijft Emmy Bergsma. Ze gaat op de knieën om dit plantje te beschouwen, dat in het begin als eerste groen de weg vrijmaakte voor al het aardse leven. En ontdekt een heel vegetatief universum in een enkel bolletje. Van daaruit ontkiemt de boom, rijst op naar de hemel. Bergsma is in haar werk vooral gefascineerd door stam en takken, de grilligheid en het veelvormige daarin. Haar tekeningen zijn suggestief zonder nauwelijks van het werkelijke pad af te wijken. Het werk is een opbouw van fijne lijnen tot veelvoudige vlakken. Zo nietig als de boom de groei start, waaruit een eeuwenoude woudreus ontstaat. Iedere nerf, alle schors, elke tak heeft bij Bergsma een gedetailleerd uitgewerkte plek in inkt op papier, de drager die herinnert aan de boom.

    Bergsma kijkt naar de bomen in de kunstgeschiedenis en bestudeert in het bijzonder die van Jacob van Ruisdael, omdat daarvan vorm en weergave haar het meest aanspreekt. Gebruikt deze afbeeldingen om voorstellingen met een nieuwe lading te maken. Boomhout verzamelt ze om te branden en ontdekt dat iedere boom een andere gradatie zwart in houtskool heeft.

    Susanne van Bülow

    Logboek van een kunstwerk

    Een andere betekenis krijgt de boom in het werk van Susanne von Bülow, althans de boom is wel dat wilde hout maar gezien in de tijd. Ieder moment van haar beschouwing is opgetekend, als de verschillende drukstadia van een grafisch kunstwerk. Von Bülow schildert met een tablet waarop intelligente software iedere toevoeging vastlegt en opslaat. Zo kan ze stappen terug doen en is te zien hoe ze kijkt, wat haar opvalt en welke details ze registreert. Het logboek van een kunstwerk, waarbij het resultaat minder van belang maar juist de weg er naartoe interessant is. Haar experimenten tonen getekend licht in een performance op de witte stam van een rode beuk. En dat is het aardige van deze uitgave. Door de bladzijden heen staan QR-codes afgedrukt. Deze inscannen met de mobiele telefoon geeft extra informatie op de gegevens in het boek. Dus de kleurige computertekening op de boom zie ik in een filmpje terug. In de techniek als hierboven omschreven heeft Von Bülow diverse films gemaakt, die als code in het boek zijn geplaatst. Zo is haar zien en doen in de tijd onderhoudend te volgen. Maar haar observatie en research voert verder, de proef op de som nemende wordt Susanne als een boom. Plant haar hoofd in de aarde en heft haar naakte lichaam met de voeten naar de hemel. Lyrisch omschreven als: “She plunges in – returning her head tot he soil, from where it all began, to begin from there, from the root, from where the rest of her tree will now grow.

    De woorden zijn van Sumana Roy, die letters gebruikt om bast en bladeren te verbeelden. Haar omschrijvingen zijn rake beeltenissen. Door de QR-code hoor ik haar oorsprong in het Engels waarin ze de teksten voorleest. Ze spreekt het gedicht uit dat  ik lees, het wint daarmee aan kracht. Ik mijmer de woorden, zij geeft de weegschaal aan. Niet meteen treft haar geschoten pijl doel en moet ik nog eens weer wegen. “Flesh is time’s fast food. It is easy to chew. Bones resist, they take longer.” – ‘Fleisch ist das Fast-Food der Zeit. Es ist leicht zu kauen.’ – Vlees is het fastfood van de Tijd. Het kwartje valt.

    Sumana Roy

    De inhoud van “Among the Trees” spreekt in verbeelding. Het is een doelmatig project, een degelijk experiment. In beelden uit te drukken, maar woorden zijn hier zeker toepasbaar. En dan vind ik ergens op pagina 55 het verhaal over ‘die Orangenbäume auf Schloss Twickel’. Het blijkt dat deze 20 sinaasappelbomen als vluchtelingen van de Franse Revolutie in 1798 per boot bij het kasteel aankwamen. Daarvoor stonden ze jarenlang in ze zomerresidentie van de Friese adel in Oranjewoud. Winters stonden ze in de Oranjerie om na IJsheiligen naar buiten te gaan. De Oranjerie waar ik als kleine jongen vaak speelde. Dat schept een band, met dit boek, met het project. Bij wijze van spreken.

    Among The Trees – A Field Trip, catalogus bij tentoonstelling van Emmy Bergsma, Susanne von Bülow en Sumana Roy. Uitgave Daedalus Verlag, 2021.

    Emmy Bergsma, Susanne van Bülow, Samana Roy, bomen, Daedalus Verlag
  • Luisterrijke oorsprong, de glorie van verval

    Im Anfang war die Tat”. In de tragedie van Goethe wil de held Faust de beginregel van het Johannes evangelie krachtiger tot uitdrukking brengen dan het slappe ‘in den beginne was het woord’. Want voordat het woord gesproken kan worden zal er een handeling gedaan zijn. Een verrichting om het wezen te vormen, dat het woord kan spreken. Hoewel Johannes natuurlijk in zijn woord de godheid zag die voor alle daden zijn daad stelde om de wereld te vormen. De mens komt eerst tot daad om een voortbestaan van zijn wezen te garanderen. Voor beeldmaker Willem Speekenbrink is de korte stelling uit Faust van Goethe aanleiding tot de vorming van zijn kunstwerken, zoals deze tentoongesteld worden bij Kunstlokaal No.8. Het is zijn oorsprong van het leven in zijn atelier.

    Kunstlokaal No.8, Willem Speekenbrink

    Vruchtbeginsel voor creatie

    De daad is het begin van leven, de oorsprong en voortgang van het geslacht. Eerst is er de paring, een liefdevolle erotiek, om in het indringende samenzijn een zaadje te planten waaruit een organisme tot bloei kan komen. Dat eerste huis van een schepsel is beeld in de kunst van Speekenbrink. Het gips ontaardt tot witbenig bot, een kleurloze pot die een bonte inhoud vermoedt. Wat vergankelijk is bloeit op in de volgende generatie. De eigenaardige maar zeer plantaardige en dierlijke schepsels vormen een opzichtige groep. Een gepleisterde stoet tegen een stemmig beige wand in dit lokaal. In de vormen komt de daad tot uiting, althans het gebaar van oorsprong. De figuur is wel de schede, waardoor het leven een uitweg vindt. Maar de gedaante is ook een zaaddoos, een vruchtbeginsel voor creatie. Een gladde baarmoeder, een rotsig omhulsel. Een zaadcel, een stuifmeelkorrel, het kleinste begin voor een groots resultaat. Elk detail dat onderdeel is van de daad om de mens in dat ene moment zich onsterfelijk te vermoeden, opent voor Speekenbrink de gedachte tot scheppen.

    Kunstlokaal No.8, Emmy Bergsma, Willem Speekenbrink

    Het plantenleven heeft een weelderig voorkomen. Zoals het tegen de stroom in en met alle winden mee kan acteren, dat is ten voorbeeld van een mensenleven. Ondanks dat het groen vakkundig wordt uitgeroeid steekt het toch telkens weer de kop boven het maaiveld uit. Kijk maar eens door de straten en over de pleinen van een gedetailleerd geplaveide woongemeenschap. Tussen de tegels door, in de naden van het asfalt en de spleten van het beton weet het groen zich te handhaven. Het is voortdurend in gevecht met het voortbestaan. Hoewel de mens daar meermaals een stokje voor probeert te steken.

    Stillevens van plantendelen

    Vanuit die wetenschap schept Emmy Bergsma haar composities. De overlevingsdrang van de natuur is haar inspiratie om tot wellustige tekeningen, aquarellen en assemblages te komen. Glorieus bloeiende planten en roemloos verlepte bloemen. In haar kunst herschept de natuur zichzelf, zoals het in mijn tuin zich aanpast en hervormd om te overleven.

    Kunstlokaal No.8, Emmy Bergsma

    Roei ik de hanepoten, brandnetels en distels niet met wortel en al uit dan komen ze meervoudig terug. Slechts een enkele oorsprong vormt de basis voor een nieuwe rijke groei. Die overvloed legt Bergsma vast in stillevens van plantendelen. In een schetsmatige opzet, elementair zodat het werk wel een abstract spel met kleur en vlak is. Maar ook werkt zij stengel en blad op de nerf uit, en zet er dan een explosie aan diverse tinten overheen. De tekening wordt daarin welhaast weggekwast, maar verdwijnt nooit.

    De voortdurende cyclus van groei naar bloei en verslappen tot verwelken wakkert bij Emmy de geestdrift aan om met toewijding haar kunst te vormen. Talloze variaties op het thema, want de natuur is zo veelvormig dat het onderwerp van alle kanten kan worden bekeken zonder in herhaling te vervallen. Bergsma is bijzonder gefascineerd door het voortdurende verloop in de ontwikkeling van zaad naar plant, van de groei naar het verdorren zodat er aarde is voor nieuw begin. Vooral is die fase van herfstblad en najaarstint in beeld gebracht. Als een herbarium waarbij plantendelen drogen tussen de bladen van dikke boeken. Zo geplet zijn de tekeningen van Bergsma. Het vocht in de nerf vloeit uit over en kleurt het papier.

    Kunstlokaal No.8, Emmy Bergsma

    Op de vellen zet zij wel haar glazen met te tekenen bloeisels, zodat de natte bodem achterblijft als gekleurde kring op het papier. Het geeft dat werk een speels schetsmatig karakter, alsof het klad uit het schrift is gescheurd en niet in de prullenbak belandt maar tot kunststuk wordt. In qua afmeting grotere werken gaat Bergsma het landschap in en zoekt de werkelijkheid op. Een kleurig grasveld ontspruit zwarte aarde, voor een schemerig bouwsel. Uit het duistere moeras waar de bezieling ligt hangen takken zich te vervelen boven rimpelend water. De assemblages die Bergsma van bewerkt en uitgeknipt papier maakt zweven als collages tegen de muren van het kunstlokaal. De objecten hebben de structuur van stof. Een onderjurk voor de natuur.

    Tentoonstelling “Leven – Oorsprong”, tekeningen en aquarellen van Emmy Bergsma, objecten van Willem Speekenbrink. Bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 24 mei 2021.

    Kunstlokaal No.8, Emmy Bergsma, Willem Speekenbrink
  • Wegzakken in het krijtmoeras

    De bomen zijn, het bos is, de inspiratiebron. Of eigenlijk raakt Emmy Bergsma bevlogen van de natuur in meer algemene zin. Maar in die smeltkroes van vormen en kleuren heeft zij zich gespecialiseerd tot bomen en struiken. De chaos van stammen en takken in vlak en restvorm geeft zij afbeelding in expressieve tekeningen. Composities waarin ze orde probeert te scheppen, houvast te geven voor mijn zichtbaarheid. Maar ik wil niet nadenken bij dit werk in Galerie Getekend. Ik wens geen orde in de wildernis. Ik zet mijn verstand op nul en mijn blik welhaast op oneindig. Want ik wil verdrinken in het netwerk, de schijnbare wirwar, van lijnen en vlakken in de gedachte uitingen.

    Galerie Getekend, Emmy Bergsma

    De bestaande wereld

    De natuur heeft bezit genomen van de composities, zoals de stapelingen van een ecokathedraal in positieve zin wordt overwoekerd door planten en mossen. De natuur is architect en uitvoerder meteen, in dat bouwwerk probeert de mens een hand te krijgen maar dat lukt zelden. Bergsma ziet het gebeuren voor haar ogen terwijl het krijt tussen de vingers automatisch aan het werk gaat en is. Het bedachte beeld valt niet te sturen, intuïtief volgen de lijnen elkaar op. Een spel van de zichtbare werkelijkheid waarboven de abstractie tastbaar zweeft. Zo bezie ik de tekeningen en kijk naar bekende zaken en thema’s, herken niet bestaande omgevingen; de wereld van Emmy Bergsma lijkt de mijne te zijn. Zo tekenend is het werk, dat het terug te leiden is naar de bestaande wereld. Maar niets is wat het lijkt of juist alles lijkt wat het is.

    Twee wanden zijn bewolkt met gegroepeerde schetsen. Een jungle van gedachten die niet ondoordringbaar is. Geenszins, het kapmes hoeft niet uit de schede. Deze tekeningen zijn meer tastbare ingevingen, die grond bieden aan het grotere mysterieuze werk. De werkelijkheid maakt het mogelijk deze uitingen te maken. Experimenten die een relatie hebben met de realiteit, maar niet in die werkelijkheid staan. Veelal doordrenkt met humor, maar daarna ook weer uiterst serieus. Want de natuur kent zijn grappen en zet ons daarmee op het verkeerde been.

    Galerie Getekend, Emmy Bergsma

    Veelvormige biotoop

    De boom als object is veelvormig. Bovengronds, maar zeker daaronder. De tekeningen van Bergsma kunnen daardoor heerlijk suggestief zijn zonder nauwelijks van het werkelijke pad af te wijken. Takken die grijpen, wortels draaien om elkaar, stammen ontworteld. Het beeld is een feest, het is er dolle pret binnen de kaders. Niet dat dit zo is, maar er is een opgeruimde sfeer. Zoals ik zei, verstand op nul en blik op oneindig. Gewoon simpel genieten. Ik geef mijn ogen de kost zoals de kunstenaar dat voor mij gedaan heeft. Een veelvormige biotoop, waarin de planten het voor het zeggen hebben en er verder geen levend wezen te bespeuren valt. Maar ik treed binnen in deze wereld en zie achter iedere stam en elke stronk nieuw leven. Daarmee ben ik dat levende wezen die deze tekeningen met genoegen mist.

    Vegetatie is een weelderig woord. De composities van Emmy Bergsma zijn daarom uitbundig en overdadig zo zoals de natuur is. Je kunt er wegzakken in het krijtmoeras, zwemmen door de houtskoolplassen, verdwalen tussen het conté en de inkt. Het zijn kijkplaten. Geen zoekplaatjes, want ik hoef niets te vinden. Het is enkel een zien en dromen. Mijn blik glijdt langs de lijnen en vindt rust in de vlakken. Ik hoor nog slechts denkbeeldig een koor van krekels.

    “Ask the trees”, tekeningen van Emmy Bergsma bij Galerie Getekend – hedendaagse tekenkunst, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 5 januari 2020.

    Galerie Getekend, Emmy Bergsma
  • De opwaardering van de kunstvorm tekenen

    Tekenen, daar begint het allemaal mee. Met krijt of stift op bord of papier als kind de eerste streken van je oeuvre zetten. Koppoters maken, voordat je weet hoe het hoort. Onbevangen zonder ballast het geziene verbeelden. Later met potlood strepen zetten, huisje-boompje-beestje. Want iedereen kan tekenen, toch? Tekenen, het is de meest basale kunstvorm. Net als in de muziek de basis ligt in het leren spelen op de blokfluit. Die blokfluit is dan later ondergewaardeerd, maar toch best een moeilijk instrument om er goed op te spelen. Zo wordt tekenen als vorm van kunst bedrijven onderschat. Het is niet gemakkelijk jezelf goed uit te drukken met slechts een potlood en een stuk papier.

    Nieuwe galerie

    Getekend” is de openingstentoonstelling van de voor Heerenveen nieuwe Galerie Getekend. Een groepstentoonstelling waar werk van vier tekenaars wordt getoond. Alle zijn ze onder de indruk van de natuur, laten zich inspireren door planten. Ieder op een eigen manier, uiteraard.

    Christiaan Kuitwaard

    Zo bouwt Christiaan Kuitwaard zijn werk op langs een zelf uitgezet raamwerk. Uiterst gespannen worden de vakjes op papier ingekleurd met zwart grafiet en inkt. In deze structuurtekeningen zoekt Kuitwaard orde in de wispelturige omgeving. Het meervoudige decor van het landschap is weergegeven met de meest essentiële vormen. Kaarsrechte boomstammen opwaarts en daar dwars op de horizon. Een ordelijke structuur van zwart en grijs in voorkomende variaties om het beeld tastbaar op te bouwen. Een monnikenwerk waaraan met uiterste concentratie is gewerkt om de abstractie op afstand te houden. In de hal hangt nog een tuin in drie intervallen, waarin verschillende momenten van lichtval zijn vastgelegd. Zo is Kuitwaard altijd opzichtig bezig met licht en donker, schaduwwerking in de tijd.

    Sandra Kruisbrink

    De stilte vindt Sandra Kruisbrink in de natuur. En die rust zet ze om in fijne beelden waar ik stilzwijgend van kan genieten. Tere silhouetten van bomen opgebouwd uit ragfijne gekleurde lijntjes. Soms lijkt het of er gebruik gemaakt is van de zeefdruktechniek, omdat lagen ten opzichte van elkaar verschoven schijnen te zijn. Daar overheen zijn scherpe takken en stammen afgetekend. Zo ontstaat een diepte in beleving. Een verstilde sfeer die enkel dichterlijk kan worden omschreven. De “wandeling”, potlood zet korte streepjes tot punten, is een beeld van onderweg wanneer de ogen worden toegeknepen. Slechts contouren blijven zichtbaar, zwarte voetstappen op een witte ondergrond.

    Grafische elementen

    Deze laatste compositie is een mooie opstap naar het potlood op papier van Harm van den Berg. Met aandacht vormen kleine grafische elementen een natuurlijk spel. De uiteindelijke vorm verwijst nergens naar, maar doet aan van alles denken. In herhaling lijken de kleine vormen samen wel de huid van een blad, de bast van een boom, of gewoon een abstract onpersoonlijk gegeven. Er ontstaat een netwerk aan kleine driehoeken, cirkels en vierkanten. Een stroomschema van lijntjes die verbinding maken. De tekening is niets, maar tegelijk is het alles. Het gaat aan vorm en inhoud voorbij.

    Emmy Bergsma

    Emmy Bergsma laat donker monumentaal werk in bescheiden formaat zien. Zij tekent zoals ik me nog inbeeld hoe een tekening is. In grote gebaren met krijt of houtskool. Sterker aanzetten wanneer dat effect nodig is om het beeld te laten aanspreken. Spontane figuren van natuurlijke vormen. Plant en boom is inspiratie, zich verwonderend over de weg die de flora gaat tijdens de groei. Dat woekeren brengt Bergsma in beeld, ik zie het protest van de plant tegen de poging tot ordenen van de mens. In een witte dwarreling van inktlijnen op zwart hout wordt de tastbare natuur tot abstracte fantasie.

    Kunst aan de wand

    Galerie Getekend liet zich vestigen in een monumentale villa aan de eens gezellig drukke Stationsstraat in Heerenveen. De voormalige praktijkruimte van het pand is nu expositieruimte, gelegen aan een stille straat verscholen achter bomen. Met een paar ingrepen kan daar nu kunst langs de wand hangen. Een tweetal wanddelen staan los in de kamer en breken het vertrek. Langs zwart geverfde muren kunnen tekeningen goed uitgelicht worden. De zwart marmeren schoorsteenmantel weet nog van vroeger. De visgraat houten vloer draagt de sporen van de tijd, het kraakt vriendelijk.

    “Getekend”, tentoonstelling van werk van Christiaan Kuitwaard, Sandra Kruisbrink, Harm van den Berg en Emmy Bergsma bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 1 september 2019.

    Galerie Getekend