Tag: Erik van Ommen

  • Kunstenaars in weer en wind voor beek in beeld

    Het landschap, dat vormt door de eeuwen een inspiratiebron voor kunstenaars. En uit die bron, die maar nooit lijkt op te drogen, worden eindeloos veel composities geput. Het is het land waarin we leven, het schap dat ons bestaan schept. Het is onze omgeving, het is ons zijn. Niet zo vreemd dat dit thema in veel variaties opduikt in de beeldende kunst. Het landschap is veelvormig en kan vanuit legio standpunten worden bekeken. Over dat landschap is de mens niet altijd een beste hoeder. We vergeten vaak dat wij de aarde niet van onze ouders hebben geërfd, maar het van onze kinderen lenen. Deze uitspraak van de Haida-indianen lees ik in de uitgave “Beek in Beeld”. Een boek dat het beschermde gebied waar onder meer de Drentse Aa de stroom vindt als onderwerp heeft. Negentien kunstenaars zijn langs de beek op pad gegaan om het terrein in de eigen stijl en techniek in kaart en in beeld te brengen. Het boek documenteert deze smalle rivier, stromend door de provincies Drenthe en Groningen. Het stroomgebied is in vakken opgedeeld waarmee de kunstenaars die zich voor het project hebben ingeschreven aan het werk konden met  natuur en omgeving. In het boek worden die delen apart besproken en tonen de illustraties hoe het terrein de afzonderlijke kunstenaars heeft geïnspireerd.

    Verslag project

    Wanneer gesproken wordt over het landschap in de kunst, dan is vrijwel meteen de gedachte ‘huisje, boompje, beestje’. Een realistische verwerking van de zichtbare werkelijkheid. Maar daarover gaat het in de hedendaagse kunst allang niet meer. En ook eertijds bracht de kunstenaar wel wezensvreemde elementen in om daarmee een verhaal te verduidelijken. De kunstenaars van “Beek in Beeld” zijn langs het water aan het werk gegaan met dat wat ze zagen. Dat is het uitgangspunt, zichtbaarheid. Dan volgt de emotie, het gevoel welke dit landschap geeft. Ergens in het boek lees ik dat een kunstenaar het landschap uitkleedt, het ontbloot van overbodige elementen zodat de naakte waarheid resteert. De essentie van dat landschap voor die kunstenaar. De kunstenaar, meestal schilder of tekenaar, trekt het veld in om inspiratie op te doen. Werkt en plein air aan het schilderij of de tekening. Of schetst zichzelf de sfeer, maakt foto’s rondom, neemt als het ware her landschap mee het atelier in om daar uit te werken. De schetsen en de herinnering maken dan het uiteindelijke beeld.

    Het boek is een verslag van het project. Het is niet alleen een kunstboek waarin het resultaat van noeste arbeid langs de beek is opgenomen, maar dat ook in teksten aandacht besteedt aan verleden, heden en toekomst van de streek. Een historische beschrijving van het gebied documenteert het ontstaan en geeft het bestaan een gelaagde inhoud. De provincie Drenthe kent dierbare hoogtepunten in het landschap en trekt daarmee rustzoekers en natuurliefhebbers naar zich toe. Het is van oudsher een stille provincie, een arme streek. De stilte is echter wreed doorbroken en de armoede is allang verleden tijd. Maar de sporen daarvan zijn in het landschap nog altijd te vinden. Echter zijn de keuters herenboeren geworden, de kleine arbeidershuizen zijn verbouwd tot luxe koopwoningen, de kronkelende landwegen zijn tot snelwegen recht getrokken, beken werden kanalen.

    Resultaat project tentoonstellen

    De stilte wordt echter allengs teruggewonnen, het eenvoudige gaandeweg gekoesterd. Niet langer wordt het landschap waardoor de beek stroomt ingezet voor eigen gewin, maar komt de winst van het behoud ervan op het conto van het algemene nut. Het gekanaliseerde water wordt terug gemeanderd, polders worden weer natte veengebieden. De klok wordt voor flora en fauna teruggezet. En dat is het sterkst zichtbaar langs dat beek dal van Amen tot Haren. De kunstenaars registreerden en documenteerden het gebied, niet enkel zoals het zich in werkelijkheid voordoet maar meer hoe het aanvoelt, hoe het ruikt en welke geluiden er te horen zijn. Die ervaring hebben zij verbeeld in de kunstwerken. Maar nadat het water van de bron via het stroomgebied uiteindelijk in het Noord-Willemskanaal uitmondt om via het Reitdiep en het Lauwersmeer in de Waddenzee terecht te komen, is het boek nog niet uit.

    De samenstellers wilden de werken als resultaat van het project tentoonstellen op een plek in Drenthe tot relatie met de beek. Deze was om verschillende redenen niet voorhanden zodat werd uitgeweken naar het Groninger land. Landgoed Nienoord in Leek kwam in beeld en wilde de tentoonstellingsruimte wel beschikbaar stellen, mits een deel van het project ook over Groningen zou gaan. Daarom togen de kunstenaars na afronding van de beek het natuur- en waterbergingsgebied de Onlanden in, grotendeels gelegen in Groningen en via een kunstmatige weg aan de beek verbonden. Daar werden opnieuw de veldezels uitgeklapt en de omgeving vastgelegd, hoewel de kunstenaars er eigenlijk al klaar mee waren. Het heeft nog mooie platen opgeleverd als aanvulling op het project. En aldus kon Nienoord de gestelde voorwaarde in hun statuten waarborgen, dat ze aan de provincie Groningen gerelateerd werk laten zien. Tot slot is dan ook een essay over de historie van het landgoed opgenomen. Een kers op de taart zou je kunnen zeggen. Hoewel het gebak er zelf ook al smakelijk uitzag.

    Informatieve teksten

    De beek, voortkabbelend met diverse namen van Amerdiep en Oudemolense Diep, van Looner Diep en Oude Aa – pas in het Groninger land stroomt het water als Drentsche Aa, is een goed bewaarde biotoop, waarin de mens voordat het beschermd gebied werd veel kapot heeft gemaakt. Het beekdal is nu een belangrijke proeftuin voor verantwoordelijk menselijk handelen. “Anno 2025 zijn mens, klimaat en water bepalend voor de huidige staat van het landschap en voor de toekomst ervan”, lees ik in het boek. Het is een van de informatieve teksten die Egbert Meijers, ambassadeur van de Drentsche Aa, bij elk hoofdstuk heeft geplaatst. “Het stroomdal (…) biedt als laatste natuurlijke reservaat nog enige bescherming en een alternatieve habitat voor zangvogels. Recentelijk voelen otter, nijlgans en bever zich thuis in het stroomdal. Ook de wasbeer leeft inmiddels in het gebied. En de zwarte ooievaar is er waargenomen.

    Net als de kunstenaars in weer en wind verbinding hebben gezocht met dat wat hen inspireert, beweegt Meijers de lezer met zijn schrijven oog te krijgen voor één van de mooiste en best bewaarde beken die ons land nog rijk is. Enthousiast somt hij de rijke variatie aan planten-, struiken- en bomensoorten in het gebied op. Het zijn er meer dan ik voor mogelijk had gehouden. Een verstild paradijs in het te drukke en overvolle Nederland. Een gebied waar we trots op moeten zijn en dat in het boek “Beek in Beeld” aantrekkelijk is gevisualiseerd.

    Beek in Beeld. De Drentsche Aa verbeeld door hedendaagse kunstenaars. Met voorwoord van Jetta Klijnsma, commissaris van de Koning in Drenthe. Tekst Egbert Meijers, Erik van Ommen, Geert Pruiksma. Uitgave Noordboek i.s.m. Beeldende Kunstenaars Vereniging Drenthe, 2025.

  • Vogelspotten met kunstenaar Erik van Ommen

    In het boek “De wereld is mijn atelier” ga ik op reis met kunstenaar Erik van Ommen. Hij is mijn reisleider, hij trekt voor mij de wereld in om dieren van divers pluimage in verschillende technieken op papier en linnen vast te leggen. Zodat ik er daarna van kan genieten. Van al die pracht en praal van Moeder Natuur. Het kijkt als amateur vogelaar vooral naar de gevederde vrienden, maar schuwt ook niet om Afrikaanse viervoeters of een ijsbeer langs de Noordpool te portretteren. Maar het boek is vooral een vogelgids, en voor mij een handboek op een virtuele reis. Met het boek opengeslagen voor mij op tafel maak ik namelijk een papieren trip en kan ik de beschreven dieren determineren en de afgebeelde vogels onderscheiden.

    Van Ommen heeft deze daadwerkelijk opgezocht en vastgelegd, want de wereld is zijn werkruimte. Zo hoef ik in principe de deur niet uit om de verre reis te maken. De kunstenaar heeft voor mij gekeken en met een fotografische manier van werken opgetekend. Met vaste hand schets hij de beweeglijke vogels, terwijl op zijn olieverven iedere veer in de compositie is gefixeerd. Daardoor lijkt de vogel zo van het papier weg te kunnen vliegen. In andere technieken is het resultaat meer speels, hoewel Van Ommen de werkelijkheid nooit uit het oog verliest.

    Erik van Ommen

    Niet voor niets is het boek uitgebracht bij KNNV Uitgeverij. De uitgever van informatieve en inspirerende boeken over onder meer natuur en duurzaamheid. De uitgeverij geeft waardevolle kennis door aan een breed publiek en draagt zo bij aan de bescherming van de Nederlandse natuur en aan het plezier dat je eraan beleeft. Hoewel Van Ommen zich niet enkel richt op de binnenlandse leefomgeving, maar ook zijn blik richt ver over onze grenzen.

    Lijfelijk aanwezig, geuren ruik, geluiden hoor

    Met hem ga ik op safari en ontdek dieren waarvan ik het bestaan eerder niet wist. Niet alleen komen olifanten, neushoorns en gemsbokken naar de drinkplaats, ook secretarisvogels en kroonkraanvogels vliegen over, staren geelsnaveltokken en krokodillen me grimmig aan. Ik schouw in gedachten zebra’s, buffels, wrattenzwijnen en een nijlpaard. Niet allemaal op hetzelfde moment op dezelfde plek, maar al bladerend gaandeweg door het boek. Door de gedetailleerde beschrijvingen is het alsof ik lijfelijk aanwezig ben, de geuren ruik, de geluiden hoor.

    Wanneer ik ooit de Zambezi met een kano zal bevaren herken ik de dieren langs de oevers en de vogels in de lucht, omdat ik ze eerder zag op mijn trip thuis met gids Erik van Ommen. Ik ontdek de driekleurige glansspreeuw en de ornaathoningzuiger, herken het mannetje van de paradijsvliegenvanger aan zijn verlengde middelste staartveren en vergaap me aan de prachtige kleuren van de vorkstaartscharrelaar. Het is een vogelparadijs waar de kunstenaar mij mee naar toeneemt. In diverse technieken legt hij de levendige natuurlijke schoonheid vast.

    Eigenlijk is het daarmee ook een document, want helaas zullen vooral vele van de door hem vastgelegde vogels er over een aantal jaren niet meer zijn. Door de door de mens over zichzelf afgeroepen klimaatverandering en opwarming van de aarde zullen populaties minderen en uiteindelijk uitsterven. Zo eindigt althans het boek, wanneer Van Ommen afscheid neemt van poolijs en ijsbeer. Maar eerder in het boek is het zover nog niet en kan ik me voorstellen hoe Adam zich in het paradijs voelde toen hij iedere vogel een eigen naam mocht geven.

    Erik van Ommen

    Beter kijken naar wat vliegt, trippelt en hipt

    Wat een diversiteit aan schoonheid, waar ik hier met mussen, mezen en vinken in eigen tuin geen weet van had. Ik was al blij met de overvliegende Vlaamse gaai en een kort bezoek van de bonte specht. Van Ommen bleef op een kwaad moment ook thuis om zijn tuinpopulatie noodgedwongen vast te leggen. Het coronavirus hield hem in eigen land. Maar daar valt ook genoeg te beleven getuige zijn waarnemingen. Het houdt hem dichtbij huis. Eigen tuin, de regio niet ver van huis, de streken in de omgeving. Bos en veld die ik op zondagse ommetjes ook weleens doorkruis. De vogels komen mij bekend voor, zelf spot ik ze ook bij tijd en wijle of merk ze op wanneer deze overvliegen. Echter door de registratie van Erik van Ommen ga ik beter kijken naar wat er zoal vliegt, trippelt en hipt. Want dat is ook een taak van de kunstenaar, de beschouwer beter te laten kijken. Oplettend de wereld in turen, anders leren kijken.

    Hij is geen vogelschilder, geen vogelaar of wetenschapper schrijft Van Ommen over zichzelf in het boek. De bioloog vergaart informatie door te observeren en te noteren, de kunstenaar verzamelt ideeën door te kijken. Wat hem boeit legt hij vast in een schetsboek. “Daarna komt het aan op creativiteit, doorzettingsvermogen en soms een ingeving.” Hij maakt geen foto’s om later na te tekenen, zijn ervaring is dat je dan slechter kijkt en minder goed het geziene onthoudt.

    Hij uit zich in verschillende technieken, waarvan hij de werkwijze in het boek en aan de hand van korte films uit de doeken doet. Deze video’s zijn door een afgedrukte QR-code in te scannen af te spelen. Dus heeft het boek naast gids te zijn en handleiding om vogels te herkennen nog een functie, namelijk een educatief karakter in technieken om op kunstzinnige manier de wereld vast te leggen. “Vanwege de tijdsdruk en het feit dat vogels beweeglijk zijn, gebruik ik geen potlood, dat duurt te lang, maar penseel en zwarte aquarelverf”, beschrijft hij zijn aanpak en plein air. “Daarmee zet ik in een paar streken een vogel op papier, dat is dus het werk niet. De meeste tijd gaat op aan kijken, concentreren en wachten op een boeiende pose. Wat ik noteer zijn slechts vlekken en lijnen die een suggestie van een vogel weergeven.

    Erik van Ommen

    Van die schetsen in potlood en met inkt zijn, naast de uitgewerkte resultaten in waterverf en met olie- of acrylverf, gesneden in hout of geëtst op koper, veel voorbeelden in het boek afgedrukt. Zo krijg ik inzage in de opzet en het ontstaan van de schilderingen en de grafiek. Een kijkje in de keuken zo gezegd, een blik in het atelier.

    Andere technieken dan tekenen schilderen

    Erik van Ommen heeft een gedegen klassieke opleiding, hoewel hij op de kunstacademie geen vogels schilderde maar portret, model en stilleven. Dit heeft een basis gelegd, een voedingsbodem om zijn oeuvre op te laten groeien en bloeien. “Ik stak veel op over het gebruik van lijnen, vlakken, kleuren en het maken van een compositie. Ik leerde er tekenen, schilderen en etsen en ervoer het als een inspirerende tijd die mijn behoefte om nieuwe dingen te onderzoeken stimuleerde.”

    In het verwerken van zijn inspiraties onderzoekt Van Ommen andersoortige technieken dan het tekenen en schilderen. Hij legt de natuur vast in grafische technieken als het etsen en de houtdruk. Maar bijvoorbeeld ook in de Japanse sumi-e techniek, het schilderen met inkt. Dat is een meditatieve bezigheid – voordat er ook maar een streek op het rijstpapier staat moet de afbeelding in zijn hoofd gevormd zijn.

    Net als de trek de vogels op de wind welhaast rond de wereld voeren, zo brengt de liefde voor de gevederde en gevleugelde dieren Erik van Ommen over de aardbol. Voor het boek trok hij door verschillende landen op het Afrikaanse continent en langs kusten en over eilanden in Europa. Hij is wadwachter op Richel en cursusleider in Helgoland. Hij doet een vogelrondreis over IJsland en is artist in residence op Spitsbergen. En overal merkt hij het gedrag op en legt de vogel in de eigen habitat vast.

    Hij is geen indringer, want oogt van een afstand door zijn kijker het natuurlijke schouwspel. Zijn zuivere blik voor de schoonheid maakt dat het werk indringend aanvoelt. Het boek is een must voor de vogelaar, de vogelspotter en de natuurliefhebber, maar zeker ook voor alle anderen die ieder jaar meedoen aan de nationale vogeltelling, gewoon genieten van vogels gelokt door de winterse voedertafel. Feitelijk is het boek voor iedereen die op ontdekkingsreis in de vogelwereld wil gaan.

    De wereld is mijn atelier. Erik van Ommen, kunstenaar op reis. KNNV Uitgeverij, 2022.

    Erik van Ommen. KNNV Uitgeverij
    Erik van Ommen
    Erik van Ommen
    Erik van Ommen
    Erik van Ommen