Tag: expositie

  • Een duik in de onderwaterwereld bij Galerie Getekend

    Waar meestal als drager voor kunststukken is gekozen voor wit of een variatie daarop, hoewel tegenwoordig een aanpassende kleur als steun wordt gebruikt, besloot Galerie Getekend bij eerste inrichting de wanden zwart te maken. En dat is tot nu altijd een terecht stijlvolle keuze gebleken. De kunst op papier aldaar gehangen komt tegen de donkere achtergrond best tot uiting. Het zwart leidt niet af, geeft de kunst juist een eigenzinnig karakter. De werken springen er als het ware uit, komen naar voren, bieden zich aan. Met name bij de huidige expositie is dit zwart een uitkomst. In de uitstalling “Waar Water Leeft” krijgt de geheimzinnige wereld onder het wateroppervlak de aandacht. Het is alsof de bezoeker een frisse duik in de kunst kan nemen, afdalen in de donkerte van de galerie. Figuurlijk de duikbril op, de flippers aan en een zuurstoffles op de rug gebonden. Want enkele momenten snorkelen is niet genoeg. Langer onderduiken is zaak bij deze kunst om het te determineren, ontdekken en onderzoeken.

    Die onderwaterwereld is een verborgen stuk aarde, een immens groot deel van de aardbol dat ongezien levend is. Want de aarde bestaat voor het grootste deel uit water, 70%. Wat er zich onder die waterspiegel afspeelt blijft over het algemeen verborgen voor het blote oog. Is het water helder dan geeft die wereld iets van de geheimen prijs, maar alleen wanneer de bodem in het blikveld valt. Maar meestal is het water troebel en is die bodem amper zichtbaar diep. Dan is enkel het deinende oppervlak te beschouwen en blijft de inhoud ongezien. Dan wanneer wij door dat grensvlak tussen water en lucht breken, het vocht opspat en ons doorlaat, valt wat zich daaronder zoal afspeelt te zien wanneer de waterspiegel weer rustig is. Te bewonderen, want er ligt zodoende een wereld voor ons open.

    Niet de vraag waar maar of water leeft

    Galerie Getekend is met de huidige expositie in dat diepe gesprongen en maakt voor de bezoeker het ongeziene zichtbaar. Sowieso werd dat gedaan in al die tentoonstellingen voor deze, want immers “kunstenaars maken het ongeziene zichtbaar door gevoelens, ideeën, innerlijke werelden en concepten die moeilijk in woorden te vatten zijn om te zetten in tastbare vormen zoals kleuren, lijnen, vormen, geluiden of verhalen, waardoor we de wereld anders gaan zien en ons inleven in andere perspectieven en realiteiten“.

    Die andere perspectieven en realiteiten komen tot leven door de vingers van de tekenaars in “Waar Water Leeft“. Het is echter niet de vraag waar, maar tegenwoordig of water leeft. Door de actuele problemen waarmee de aarde door toedoen van haar bewoners te kampen heeft dreigt er steeds minder levend water te ontstaan. Maar wat er dan nog te zien valt maken Lolkje van der Kooi, Susana Mulas Lastra en Sin-ming Sit zichtbaar. Elk uiteraard op de eigen manier en vanuit een persoonlijk perspectief. Want gaat onder water de een voor kleine dieren, richt de ander zich naar planten en beschouwt een derde micro-organismen.

    Waterlandschappelijke tekeningen

    Het meest in het oog springen bij binnenkomst van de galerie de uitklapboeken van Sin-ming Sit. Collapsible Seascape noemt zij ze. Het ontvouwt kleurig koraal, zeeanemoon en wuivende waterplanten die zich in platte vormen oprichten in de ruimte. Opvouwbare zeegezichten als een pop-up boek. De afbeeldingen springen letterlijk van de pagina op en laten ruimtelijk een verrassend stukje van die wonderlijke wereld zien. Precies dat, waar water leeft.

    Maar het lijkt dat dit water welhaast op sterven na dood is, zo triest en somber geeft Sit deze in waterlandschappelijke tekeningen weer. Wel zoals ze het tegenkomt op haar duiktochten, want ieder jaar en welhaast bij elke duik is zichtbaar dat meer en zee neerwaarts evolueren. Er blijkt uit dat het niet zo best gesteld is met ons ecosysteem onder water. Dat we dat systeem zelf in de war hebben geschopt. Is het een waarschuwing, laat Sit afgetekend zien wat er over is of over blijft wanneer wij niet meer zorgvuldig omgaan met wat we bezitten. Zijn deze door haar geziene en verbeelde onderwaterlandschappen het laatste wat rest voordat er zich een woestijn onder de zeespiegel zal uitstrekken. Er valt weinig waarneembaar licht door het oppervlak, het is er koud en kil.

    In pasteltinten kleurt het water

    Hoe anders is dat bij Susana Mulas Lastra, want waar Sit de omgeving indringend somber weergeeft kleurt Lastra deze juist vrolijk. Haar micro-organismen zijn onwerelds kleurrijk, een hof van eden onder water. Zo zoals de koraalriffen er in betere tijden uit hebben moeten zien. Onder de microscoop ontvouwt zich namelijk een ongekende schoonheid, die pracht lijkt een surrealistische rijkdom. Een te zoete voorstelling van de waarheid beschouwt naast de werkelijkheid van de aquatische wereld gezien door de duikbril van Sit. En dat is geen roze bril in tegenstelling met die van Lastra. In pastel tinten kleurt de sloot, het meer en de diepzee op minuscuul niveau opeens paradijselijk. Te mooi om waar te zijn. Diepzee wormen in levend zand langs een speeltuin voor het koraal.

    Susana Mulas Lastra is de Jentsje Popma van de onderwateromgeving. Wilde Popma het Friese landschap vastleggen zoals het was en nooit meer zou worden, Lastra wil dit doen met de frisse wereld onder water. Maar gezien door de ogen van Sit is daar weinig meer van over, dus richt Lastra zich op de kleine organismen. Zij legt deze welhaast verborgen schoonheid feestelijk vast om het zichtbaar in de toekomst te behouden. Want wanneer de klimaatcrisis nog meer kritiek wordt zullen deze wezens van schaamte verbleken.

    Scherpzinnig gedetailleerd

    Lolkje van der Kooi portretteert kleine zeedieren, die evenwel reusachtig groot zijn in vergelijking met de organismen van Lastra. En naast die kleurenpracht ogen deze stijlvol grijs. Van der Kooi zet deze schepsels op een voetstuk door zeepaardjes, kwallen, slakken, wormen en andere weekdieren en ongewervelden voornaam in te lijsten. In fijne potloodlijnen zet zij de lichamen op en kleurt ze in met pastelkrijt. Zo scherpzinnig gedetailleerd dat deze niet zouden misstaan in een zoölogisch boek, een onderzees herbarium.

    Vooral in een wolk gezet of gehangen krijgt het de idee van een verzameling. Uit de biotoop gevangen en teruggeplaatst in een eigen intieme omgeving. Figuurlijk opgeprikt zoals een collectioneur dat met vlinders en insecten doet. Een installatie van gekaderd leven. Voornamelijk die vorm van presenteren maakt de tekening tot een kunstwerk, omdat deze daarmee een niveau meer krijgt, een dubbele laag. Van der Kooi voegt niets van haarzelf toe aan de plaat, zij respecteert de wezens zoals ze zijn en zich voordoen. De kleine zeedieren zijn in figuratie al kunstig genoeg van en uit zichzelf. Daar kan alleen nog wat lichtval op, over of onder, om de persoonlijkheid te benadrukken.

    Het verborgene komt boven water

    Wat Van der Kooi doet is een natuurkundig verantwoorde tekening maken van de waterwezens. De Schepper heeft daar al voldoende mee geëxperimenteerd, daar hoeft de kunstenaar geen schepje bovenop te doen. Wel is het kader waarin de doordachte schepping is opgesloten met zorg gekozen. De wezens zijn al eeuwen bestaande zeedieren, die meteen bij de eerste gedachte al vrijwel af bleken en nauwelijks behoefden te evolueren.

    Met “Waar Water Leeft” kan de bezoeker tot kort in het nieuwe jaar de gedachte wereld onder water beleven. Niet fysiek duik je daar onder de diepzee in of waad je snorkelend door sloot en plas, maar wordt wel een tip van de waterspiegel opgelicht om een blik te werpen naar wat zich daar in die wonderlijke wereld voordoet. Het verborgene komt er boven water, de duisternis wordt uitgelicht.

    Waar Water Leeft. Werken van Sin-ming Sit, Susana Mulas Lastra en Lolkje van der Kooi bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 9 november 2025 tot en met 4 januari 2026.

  • Het gouden uur in blauwen en beige

    Het lijkt de blauwe periode van Ingrid Simons. Vrijwel alle composities die bij Galerie MUGA getoond worden hebben deze kleur als hoofdmotief. Het mengt zich met beige, een tussentint van pakweg wit en geel ofwel bruin. Hoewel van menging geen sprake is, blauw en beige vormen niet samen een nieuwe kleur. Naast elkaar gebruikt vormen deze samen een dynamisch bruisende compositie. Alsof de schepper met de hand het gladde oppervlak beroert. Het water komt van schrik in beweging en spiegelt het wezen van degene die het aanraakt. Dat is zoals ik het bekijk, maar zo heeft de kunstenaar het niet bedoelt. Zij beeldt haar emotie van de schemering. De twilight zoals de Engelsen dat zo treffend uitdrukken. Want dat is het, tweelicht, het moment tussen dag naar nacht, licht en donker, het licht wordt opgeslokt door de duisternis.

    Simons echter richt zich niet op het ogenblik waarop de dag zich te ruste legt, maar het moment dat de dag ontwaakt en zichzelf opnieuw uitvindt. Het eerste licht van de dag, madrugada – morgenstond in het Spaans. Dat is dawn, het ochtendgloren wat feitelijk ook een menging is van donker naar licht. Lady of the Dawn van Mike Batt klinkt in mijn gedachte wanneer ik de expositie in MUGA bekijk. Want de wisseling van nacht naar dag en van dag naar nacht zijn de meest mysterieuze dagdelen. Uit de duisternis van de nacht licht de dag op, de vlakken krijgen weer contour. De bomen komen uit het bos naar voren, koeien zichtbaar in de weide, witte wieven dwalen in dauwende nevel over de velden. En kunstlicht dooft. Kunstlicht om de nacht niet aardedonker te laten zijn, want de mens is bang voor het donker. Wanneer er geen hand voor ogen te zien is wil de mens zich omringen met licht in de duisternis.

    Een heftig gebeuren

    Om waarlijk in het donker te zitten moeten grenzen overgestoken worden, dient de stilte gezocht te worden. Waar vind ik deze nog? In Nederland is het alleen donker op Terschelling of in het Lauwersmeer. Want ons land is een van de meest lichtvervuilende landen. Misschien nog op de Marker Wadden en Kootwijkerzand. Maar de duisternis moet je in ons deltaland met een lampje zoeken. Dus die natuurlijke overgang van nacht naar dag is minder helder te beleven, minder dramatisch, minder theatraal. Daarvoor is Simons afgereisd naar Portugal in dit geval. Daar is het licht mediterraan, warmer. Dat vertaalt zich in haar werk met het effect als hierboven omschreven. De koelte van de nacht mengt zich met de warmte van de dag. Dat is in haar beeldtaal een heftig gebeuren. De nacht wordt niet zonder slag of stoot overwonnen, maar de natuur moet zijn beloop hebben. Het is een voortgaande cyclus, synchroon lopend met het grote geheel van het leven.

    Eerder schreef ik over het werk van Simons, dat ‘door de structuur de kijker veronderstelt dat de maker een landschap in beeld heeft gebracht. De inspiratie is ruw op doek gesmeten. In wilde vlagen en brede handgebaren beweegt de verf over het doek van links naar rechts, heen en weer (…). Op deze manier moet de schepper ook die eerste dag gezien hebben. Een abstractie die langzaam een werkelijkheid werd. Woest en ledig kreeg vorm en sfeer.’ En dat is nog steeds de gewaarwording bij de kunst van Ingrid Simons. De sensatie van dat eerste licht, de schepping van een nieuwe wereld. Een gebaar van driftig onstuimige uitdrukking van de emotie opgedaan in het landschap bij dageraad. Het ontwaken van de dag. De nacht verzet zich hevig, maar uiteindelijk overwint de dag. Het gaat er heftig aan toe in die vroege morgenuren.

    Lange banderollen

    Koud vlammende beelden in eenzelfde toonzetting en kleurbeweging zijn op de huid van vazen gebrand. In de bolling van dit keramiek blijft de duisternis bewaard. De donkerte zit in de ziel van het voorwerp als een druppel vocht in droogte. Het is een gebruiksvriendelijke manier om de morgenstond te laten vlammen, het gouden uur te concretiseren. Want denken de schilderijen zich dikwijls nog een landschap, de vazen stoken het vuur van de dag op en veroorlooft de vorm zich geen vergezicht. Echt los gaat Simons op lange banderollen, die zich uitstrekken van de vloer tot het plafond van deze kunstruimte. Zwarte inktstrepen en -vlekken op een witte drager verwezenlijken de sferische stemming. Neergezet tijdens een performance midden tussen de natuur in het gras. Het papier neemt de structuur van de bodem, de grond en het steen aan. De schildering wordt onderdeel van de omgeving en is er uitgenomen. Het is een kopie van de plek, een beschrijving van deze bepaaldelijke plaats.

    Even stil staan

    De emotie vertaalt zich in een rumoerig beeld, alsof de kunstenaar uit de geruisloze stilte wil breken en zich verre houdt van contemplatie en bezinning. De abstractie zindert expressief, de energie krijgt de vrije hand. Het beeld verbergt een diepere laag van ervaren. In een huiveringwekkende atmosfeer ontmoet de dag in deze de nacht. Vooral door het formaat en de meest basale manier van uiten maken deze werken de meeste indruk in deze opstelling. Een drietal kleine werken op de gang luiden het heftige karakter van de tentoonstelling in. De zwarte vegen op papier, besmeurt met witte lijnen, lichten nog geen tip van de sluier op wat de bezoeker in de ruimte daarachter te wachten staat. In deze kleurloze verbeelding is de inspiratie van de schemering ver te zoeken. Het abstraheert een gevoel, concretiseert de gedachte wanneer de ogen gesloten zijn.

    Het wek van Ingrid Simons zou uitnodigen om even stil te staan, om de wind, de stilte en het licht opnieuw te voelen. Te ervaren alsof je dit voor het eerst meemaakt, voeg ik daaraan toe. Als een pas geboren kind de dag proeven, het leven aangaan. Want zo open moet je zijn bij dit werk, zo transparant voedt deze kunst mijn gedachte. Het is een oorspronkelijke emotie. De ontroering van de eerste dag, het eerste uur. De kunstenaar reist de wereld over om deze eerste beleving opnieuw te ervaren, telkens weer. Ze treft ruige en verlaten landschappen om er in schutkleur deel van uit te maken. Uit deze natuurlijke grondslag laat zij haar kunst ontstaan in diverse technieken. Hoe dat werkt daarover heeft ze in eigen beheer een papieren uitleg laten drukken, een handleiding voor haar manier van werken. Daarover zal ik in volgend artikel meer schrijven.

    Madrugada. Schilderijen, tekeningen en keramiek van Ingrid Simons bij Museum Galerie Heerenveen (galerie MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 19 oktober tot en met 30 november 2025.

  • De beleving van geschept papier

    De beleving. Natuur ervaren. Een gevoel nauwelijks te beschrijven. In poëtische volzinnen beschreven. Beter in artistieke beelden gevat. Het woord zet aan tot gedacht beeld. Het beeld geeft fantastische voorstelling. Best is het de natuur zelf. Hoewel woord en beeld geen uittreksel zijn of slechter aftreksel is, maar indruk en uitdrukking geven aan. De ervaring van de beleving. Het gevoel bij de waarneming.

    Kunst heeft een natuurlijke kant. In de natuur van de mens, de aard van het beestje, is het ingebakken. Zit het verborgen ergens diep weg in de lobi temoporales. Niet iedereen boort het aan, werkt het uit en stimuleert het. Maar iedereen heeft de gave, zonder er deel aan te nemen, ervan te genieten. Positief dan wel negatief. Het is een kwestie van smaak, het activeren van de nucleus solitarius. Bitter en zoet, zuur en hartig, mooi en lelijk.

    Kunst op papier brengt de voorstelling onder handbereik. De kunstenaar kan het beeld voelen. Er zit weinig tussen de realiteit en de indruk daarvan. Tekenen is de meest basale kunstvorm. Met een verkoold takje werden al lijnen gezet. Nu is dat verfijnd in het potlood als houder van grafiet. Dat schept al afstand, want houtskool verwerkt zich als de tuinman met de handen in de modder. De kool laat sporen na bij het tekenen, en niet alleen op papier.

    Wezen van de kunstenaar

    De beleving van kunst start bij de maker ervan. Deze vormt de waarneming om tot uitdrukking. In de ontroering kan de zichtbare werkelijkheid zich transformeren tot een abstract beeld, of herstructureren in een kunstzinnige waarheid. Dat neerzetten is de kracht van de kunstenaar, dat oppikken is het vermogen van de beschouwer. De natuur laat zich beelden, verbeelden in een landschap, een stilleven, een interieur of een portret. Zowel in het platte vlak als ruimtelijk. De natuur is niet alleen huisje, boompje, beestje. De mens heeft eveneens een natuur, ofwel is onderdeel daarvan.

    Het wezen van de kunstenaar beleeft de natuur in het algemeen. Maar verschillend van al die andere normale mensen. In het brein krijgt de natuur een gewijzigde vorm, wordt het zichtbare anders beleefd. Het huisje kan aanleiding zijn voor een abstracte vorm. Het boompje heeft kracht in een expressieve kleur. Het beestje is aaibaar realistisch in weergave. Stijgt uit boven het huis-tuin-en-keuken plaatje boven de bank. Kunst is geen reproductie van de werkelijkheid, hoort dat niet te zijn. Geen afgietsel. Een uitdrukking van een indruk. De expressie van gevoel.

    Deze gedachten komen bij me op zittend op de harde, weinig comfortabele, gymnastiekbank van Kunstlokaal No.8. Naar aanleiding van wat ik zie kom ik tot deze denkbeelden en inzichten. Maar ze raken kant noch wal en de wal keert het schip. Het houdt geen steek en het brengt me niet tot de kern. De deur van de ruimte zwaait open, er wacht een espresso in de huiskamer ernaast. Een koekje bij de koffie brengt me terug in de werkelijkheid. “Wat vind je ervan” is een retorische vraag. Men verwacht aan de koffietafel geen duidelijk antwoord. Dat heb ik ook niet pasklaar, want ik ben vergeten waarvoor ik hier kwam. Om te schouwen en te beschouwen, oordelen en te beoordelen, schrijven en te beschrijven.

    Geschept papier

    Dus teruggekeerd op mijn schreden. Verdiepend in het aangeboden werk, dat evenals de andere inrichtingen voor deze andermaal esthetisch in orde is. Gehangen is kunst op papier, en zelfs grafiek op blad gedrukt. En daar komt mijn gedachte aan natuur terug, want dat papier is niet gekocht in de winkel maar door de kunstenaars zelf gemaakt. Zij hebben de natuur van vezels gebruikt om papier te scheppen. En werken op een drager die eigenhandig is gemaakt zet de beeltenis extra kracht bij. De aard van het vel vormt de tekening die er is opgezet. Geschept papier geeft nooit een gladde ondergrond, dus de lijnen en vlakken daarop verhouden zich daarnaar en kunnen een eigen weg gaan – gewezen door de drager.

    Mark de Weijer nodigde vijf kunstenaars uit om in zijn atelier een week lang te proeven aan het maken van papier. Als een soort van project is het handmatige proces in een pilot opgestart. De resultaten worden getoond in Kunstlokaal No.8 onder de naam “Be my guest”, waarbij De Weijer de gastheer is en de vijf kunstenaars de gasten zijn. Het maken van papier is een intensieve arbeid. Maar bepaalt de maker wel tot de drager van de tekening die er naderhand op zal worden gezet. Men is dus van begin tot eind bezig met het product. De beleving is groots, de ervaring optimaal. Dat blijkt uit de ondervinding die in een publicatie is verwerkt als neerslag van het project.

    Eigen wijze binnen persoonlijk idioom

    De kunstenaars hebben ieder op een eigen wijze en binnen het persoonlijke idioom geëxperimenteerd. Lekker op dreef leerden ze de techniek van de gastheer of diepten hun kundigheid uit. Het handgemaakte papier heeft een eigen karakter die de aard van het kunstwerk bepalen. In de natuur van Overijssel werkend was deze omgeving een inspiratiebron. Dat blijkt uit de seriematige werken die in Jubbega hangen. In de expositie is het een genoegen dat de kunstwerken onpersoonlijk zijn. Dat enkel op een blad bij de tentoonstelling naam en toenaam staan aangegeven. Zonder dit blad erbij te pakken kan de bezoeker dus objectief de kunst bekijken.

    De kunstwerken zijn met elkaar in gesprek, zoals in het kunstlokaal het gehangen of geplaatste werk in dialoog is. Het vult elkaar aan en kan zelfs overlappen. Door diverse mensen gemaakt, maar kan zo uit hetzelfde atelier komen. En dat is in dit geval letterlijk ook zo, zij het dat vooral het medium in eenzelfde omgeving is gemaakt waar ook de informatie daarop de oorsprong in dit atelier heeft. De natuur, waarmee ik dit verhaal begon, is inspiratie. Tijdens het project zitten de kunstenaars daar midden in. De omgeving die verandert bij de dag. Het landschap spreekt in en door de kunst. De beleving is dus dezelfde. De uitdrukking daarvan divers. De realiteit kent een eigen taal, ook in de abstracte werken is deze te lezen. De kijker bemerkt dat de verschillende manieren van beleving prettig in en bij elkaar passen.

    Project naar idee Mark de Weijer

    Het is de sfeer van de natuur die de kunstenaars aantonen. Met en door natuurlijke materialen worden de voorstellingen op papier gezet. Het papier dat op een natuurlijke manier is gemaakt. Het zijn daarom helemaal biologisch verantwoorde producten. En ook het boek bij de tentoonstelling is gekaft in een ongerept geschepte omslag. Het is het aandeel van de gastheer in het project, die normaal gesproken niet grafisch bezig is. “Het woord omslag nam ik letterlijk: ik maakte een blinddruk van de bast van een iep in mijn tuin.” Het dekt de lading die een nieuwe kijk geeft op het werken op en met zelf geschept papier.

    Het project is een idee van Mark de Weijer. De stichting Grafein kon het mooi inpassen in de grafiektriënnale Grafiek25. De gastheer en begeleider wil de pilot met Ardi Brouwer, Jurjen Ravenhorst, Monique Kwist, Inez Odijk en Jadrankja Njegovan een vervolg geven in een jaarlijks kunstproject. Hij wil zijn atelier graag openstellen voor meerdere kunstenaars die de grafiek- en tekenkunst beoefenen, om zelf hun eigen dragers te maken. Om zodoende een kunstproces van begin tot eind te ervaren. Een belevenis!

    Be my guest. Papierproject. Tentoonstelling Kunstlokaal no.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 30 november 2025. Behorende bij uitgave met tekst van Marie Jeanne de Rooij en ervaringen van deelnemende kunstenaars. Oplage 100 exemplaren. Stichting Grafein, 2025.

  • Gedachten bij een versplinterde ruimte

    De ruimte onderzoeken in het platte vlak. Zonder hoogte, lengte en breedte toch de verdieping in. Niet alleen de zichtbare ruimte, dus de sfeer om ons heen. De marge die ons als persoon is gegeven, de bewegingsvrijheid die we hebben, de derde dimensie. Echter ook het platte vlak op zich, de lengte en de breedte, een vlak gebied, de tweede dimensie. In de oppervlakte ben je niet gebonden aan perspectief of volume, je vertaalt de ruimte naar een effen inhoud. De kunst geeft de mogelijkheid om op het platte vlak de ruimte te suggereren. Zo zodat de kijker meent diepte te zien, terwijl deze flinterdun is – niet dikker dan een vel papier of een stuk doek. Hoe kan hooguit een halve centimeter dikte een diepte zijn. Het is suggestie, schijn, illusie.

    In dat horizontale gebied, waar geen verticaal het vlak doorsnijdt, kan de kunstenaar allerlei thema’s onderzoeken. Kan de beeldend schepper experimenteren met algemene vraagstukken, gegevens en kerngedachten. Het platte vlak kan onderdeel worden van onderwerpen die oplossingen duiden. Niet meteen zichtbaar of tastbaar, maar wel voelbaar. De kunst beweegt zich op het gebied van de emotie. Je voelt een schepping aan of niet. Het neemt je op of je loopt er aan voorbij. Het pakt je bij de strot of je laat het links liggen. Maar ook de afwijzing van een creatie is een gevoel. Kunst ontroert, positief of negatief. Het doet iets met je ook al meen je van niet.

    Compositie en waarneming

    Terug naar de thematiek die volgens de artiest moet worden onderzocht. Dat heeft verschillende ingangen en diverse uitvoeringen. Elke kunstenaar laat zich op de eigen manier inspireren, pakt een persoonlijk subject om er een afzonderlijk object van te creëren. Het beeld is een vertaling van het zichtbare, geen kopie van de werkelijkheid. Het heeft een aparte realiteit. Er kan een waarheid in worden herkent, een echtheid aan worden toegekend. Het is de ruimte die de maker aan de gedachte geeft. Daartegen kan de kijker een eigen denkwijze aan zetten. Wanneer compositie en waarneming op dezelfde lijn zitten heeft de maker de juiste golflengte gevonden. Dat luistert nauw, want de antenne staat niet altijd goed afgestemd. Soms heeft het werk meerdere momenten van kijken nodig om op te vallen. Ook kan de kijker het (in)zicht trainen door regelmatig meerdere werken in dit thema te beschouwen.

    Waar wil ik naartoe? Ik stap de fysieke ruimte van Afslag BLV binnen om er het geestelijke werk van Victor van Loon te ondergaan. Bij dat ervaren van de kunstwerken vallen mij de gedachten in zoals ik hierboven in tekst heb gegoten. De tentoonstelling is een selectie uit verschillende periodes en series. Zo gepresenteerd dat de opbouw van en de groei in onderzoek naar thema’s als aantasting en transformatie beeld krijgen. Het experiment om tot een subliem kunstwerk te komen is te schaduwen. De moeiten die getroost worden zijn tussen de werken door te onderscheiden, hoewel mislukkingen in deze context niet worden getoond. De ontwikkeling in denken, het evolueren van de gedachte, om genoemde thema’s in beelden te vatten ontvouwt zich binnen de ruimte van de galerie.

    Eenzaam en alleen

    Van Loon maakt gelaagd ruimtelijke modellen van uitgesneden en verknipt papier of karton, voegt daar eventueel enkele stoffelijke resten aan toe, om dit vervolgens in een plat vlak om te zetten. Hij converteert de objecten fotografisch tot een tweedimensionale afbeelding. Het is denkbeeldig ruimtelijk. Het beeld denkt zich in de derde dimensie te bevinden en de kijker wordt op het verkeerde been gezet. In de werken onderzoekt de kunstenaar letsel en verval. Verkent verandering, maar vooral vervorming en herschepping. In zijn werk wordt de gedachte hergebruikt om anders te kijken. Mijn gedachte om zijn idee te doorgronden.

    De fotografische composities hebben het beeld van een stukgeslagen raam of een geëxplodeerde ruimte waarbij de scherven in het rond vliegen. Een dynamisch geheel waarbij de indruk tot uitdrukking is getransformeerd. Dat is wat het nu is. Eerder gaf de gemengde techniek op papier het effect van grafiek. Een bestorven kalme omgeving als stilte voor de storm. Een wereld waarin de gedachten tot bedaren kunnen komen voordat de hel losbreekt. En dan trekt Van Loon het bos in. Eenzaam en alleen tussen stammen naaldhout.

    Hij wordt zijn eigen model en portretteert zijn lichaam tussen het groen. Dat is de speurtocht om deze ingeving te observeren. Twee pagina’s uit een dagboek beschrijven de merkwaardige gebeurtenissen, de wonderlijke inspiratie die de natuurlijke omgeving geeft. “I remember the sounds of screaming birds & the rushing of wind in the tops of the trees.” Hij legt zich in het natte gras terwijl mieren rond zijn ontblote lijf krioelen. In Afslag BLV zie ik deze ervaring terug in de stills van wat een korte film kan zijn. Langzaam wordt Van Loon opgenomen door de natuur. Bij nadere beschouwing blijkt dit een voortgaande compositie in de studio te zijn, waar een bovenlichaam fotografisch wordt opgeslokt door uitgesneden fragmenten materie. Maar de idee is duidelijk. En de uitleg bij de expositie meldt het: “(…) deze beelden als gelaagde en verzonken ‘innerscapes’: reservoirs vol tekens en sporen, waarin het onder het oppervlak sluimert en woekert.” Want daar gebeurt het, onder het zichtbare beeld als een addertje onder het gras.

    Nightshades. Victor van Loon. Afslag BLV, Minckelersstraat 11 te Heerenveen. Van 7 september tot en met 16 november 2025.

  • Joost Bakkers tegenpool van de werkelijkheid

    Het is opmerkelijk merkwaardig, om niet te zeggen een aparte gewaarwording, jezelf te ontmoeten in een tentoonstelling. Figuurlijk gesproken dan wel te verstaan. De eigen idee van beleven bij het vormgeven terug te vinden in het werk dat je ziet. In de tekeningen van Joost Bakker, bij Galerie Getekend eerst gezien, zag ik dat nog niet meteen. Vond ik mezelf nog niet direct, hoewel het werk mij al wel vertrouwd overkwam. Maar toen ik later ander soortgelijke tekeningen van Bakker onderging, tijdens de kunstbeurs Art Noord VII in Museum Belvédère, merkte ik het plots op. Bemerkte opeens dat mijn denkbeeld samenvalt met zijn indruk. Dat de uitdrukking denkelijk eenzelfde oorsprong heeft. Ik erkende dat ik mezelf erin herkende.

    Hoe omschrijf ik een vorm die getekend moet zijn omdat een beschrijving geen recht doet aan het wezen. Vraag ik mij onderwijl af. Toch voel ik mij genoodzaakt dit beeld woorden te geven om het te duiden voor de lezer, die ik daarmee animeer kijker te worden en de weg te zoeken naar de Stationsstraat in Heerenveen om Galerie Getekend te bezoeken. Aldaar is het zijn in het platte vlak waar te nemen, de kunst op papier voor waarheid aan te nemen. Want exposant Joost Bakker rollebolt in de tijd met de waarheid. Hij beleeft er plezier aan de realiteit naar zijn hand te zetten en de werkelijkheid te kantelen. In zijn idee kan de zichtbaarheid ook van achteren naar voren gezien worden, van rechts naar links, binnenstebuiten gekeerd.

    Onnatuurlijk standpunt

    Joost Bakker is een tekenaar die het experiment opzoekt, daar plezier aan beleeft. Hij test de lijn op het vlak, onderzoekt de sfeer en ondergaat de werking van licht in donker. Het potlood ofwel het houtskoolkrijt is zijn wapen om het papier figuurlijk te lijf te gaan. Het is naast de pen om te schrijven ook mijn materiaal de wereld te duiden. Niet op een eendere en zuivere manier als dat Bakker het doet. Mijn scheppen was meer illustratief, maar waar ik mezelf zie in zijn werk is de behandeling van licht tegenover donker, dag versus nacht, polen die elkaar versterken door tegenwerking. Licht dat van meerdere kanten komt kan alleen op papier en onder kunstlicht bestaan. Het vanuit onnatuurlijk standpunt komend licht om schaduw tegenover glans in het donker te brengen. Waar dat licht vandaan komt is onduidelijk, maar het is er. Hoewel het er niet kan zijn, lijkt het toch een werkelijk gegeven. Het doet niet vreemd aan. De manier waarop Bakker het in de tekening verwerkt zo veronderstel ik dat het waar kan zijn. Dat experiment ging ik destijds ook aan, Joost heeft het verder voor mij uitgewerkt. Hij kan het weten.

    Niet alleen de tegenstelling licht en donker trekt hem aan, ook onderzoekt hij volumes in zijn werk en dus tegenstellingen. Met het licht dat schaduwen werpt is het soms dat groottes gescheurd lijken en wijdtes uiteen vallen. De schaduw tilt het beeld als het ware in de derde dimensie, hoewel ik nog steeds naar een plat vlak kijk. Een vierkant In perspectief, waarvan een hoek is afgesneden, geeft de indruk van een toegankelijke omheining. Terwijl het toch maar enkele lijnen op papier zijn. Niet meer in de realiteit en niet minder in de abstractie. Het volume is kortom magisch. Er schijnt hoogte, breedte en diepte te zijn hoewel deze er helemaal niet is. Kunst is een betoverend mysterie. Want natuurlijk bestaat licht en donker ook niet op papier, is het slechts wit en zwart – de tinten waarin alle kleuren completeren. Daarmee te spelen is voor Joost Bakker een uitdaging, zoals dat voor elke andere kunstenaar zo zou moeten zijn. Het plat wordt ruimtelijk, het zicht van de kijker is voor de gek gehouden, de ogen bedrogen.

    Handgetekende animaties

    Meest simpele vormen krijgen een meervoudige uitdrukking door met de natuurlijke wetmatigheid een loopje te nemen. De aard van dingen zoals Bakker deze portretteert is niet oorspronkelijk, omdat het niet kan bestaan. Hij stoeit met de waarheid en wint het van de vaste regel. Zijn regelmaat past niet in de norm, kan echter wel als normaal worden beschouwd. Joost Bakker dolt met de lijn in het vlak. Het is geen klare lijn, maar wel zo duidelijk dat deze het vlak schijnbaar van het papier optilt de ruimte in. De tekening komt blijkbaar los van de drager en zweeft voor het ogenblik.

    Niet enkel statisch verwerkt de kunstenaar de lijn in de tekening, maar gebruikt het tevens dynamisch in handgetekende animaties. Deze letterlijk levende tekeningen tonen bijvoorbeeld een bewegende lijn die figuurlijk vormen maakt in het voorbijgaan, of cirkels spuwt vanuit een middenstip, of twee stippen zijn die elkaar ontmoeten. Nuveraerdich is de vlek die zich in de vorm meest gelijkend op een vis in projectie voortbeweegt. Tot stand gekomen door de kop steeds opnieuw te tekenen en de staart uit te gummen. Dit uitschrijvend doorbreek ik als het ware de betovering, maak ik echter de intensief tijdrovende werkwijze enigszins duidelijk. In een vierkant namelijk zwemt de visvorm zich een weg, stuitert tegen de rand en vliegt er weleens overheen om vanuit de binnenwereld in een buitenaardse ruimte te belanden. Maar telkens ook weer terugschiet naar de veilige plek binnen het kader. Het is een loslaten en terug pakken. Afstand nemen en toenadering zoeken. De vorm voelt zich als een vis in het water, maar wil ook weleens buiten de lijntjes kleuren om dan toch weer op de schreden terug te keren. Joost Bakker voelt zich fijn in en bij dit thema. Kan daarmee niet enkel in de statische tekening uit de voeten, dus onderzoekt het gegeven in een zogenoemde stopmotion film. Het blijft onder de aandacht van de beschouwer omdat het in onverwachte beweging is.

    Om in de niet zo ervaren blik van sommige bezoekers tegemoet te komen heeft Bakker naast de enigszins minimalistische en abstracte tekeningen een realistisch beeld gehangen. Ik vroeg hem bij de opening van de tentoonstelling waarom hij een doosje Zwaluwlucifers heeft geportretteerd, exact volgens het model in de keukenlade maar dan sterk uitvergroot. Om dus het in de kunst ongeoefende zicht te vriend te houden voor zijn meer tot de verbeelding sprekende werk vormde zijn antwoord. Als complementaire tegenstelling. De Säkerhets Tandstickor beslaat met een aan gene zijde afgebrande lucifer, other each, een tweeluik. Niet de rode zwavelkop is ontstoken, maar het houtje is zwart geblakerd. In eenvoud elkaars tegenpool als de aard van een magneet. Joost mag het weten, hij is een duiveltje in het doosje en heeft me met zijn werk te pakken waar ik bij sta. Ik onderga het lijdzaam, want het werk heeft een magnetische aantrekkingskracht. En …, vind ik mezelf erin. Dat schept een band.

    Resolution. Tentoonstelling werken op papier en levende tekeningen van Joost Bakker bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 7 september tot en met 2 november 2025.

  • Het addertje onder het maaiveld van Monique Koning

    Las ik ergens dat Jeanne Bieruma Oostings mantra was “Je kunt geen twee heren dienen”? Jeanne Bieruma Oosting, de vrouwelijke kunstenaar die koos voor de kunst als relatie. Maar dat was een eeuw geleden. In 100 jaar is er veel veranderd, maar niet het feit dat je lastig op twee paarden kunt wedden. Om helemaal voor de kunst te gaan koos Oosting voor een leven zonder echtgenoot, zonder kinderen, zonder huishouding. In haar tijd had de vrouw geen rechten en stond zij onder curatele van de man. Gehuwde vrouwen hadden voor de Nederlandse wet evenveel rechten als misdadigers en ‘onnozelen’, lees ik in de biografie van Oosting door Jolande Withuis geschreven. In die maritale macht van de echtverenging paste het niet dat de vrouw de kunst zou dienen. In haar tijd waren echter meerdere vrouwen die niet onder een juk wilden werken, waarvoor het uitoefenen van een vak geen vanzelfsprekend recht was maar wel een wezenlijke behoefte. Hun werk was hun biotoop.

    Het bestaan van alleenstaande vrouwen toen was niet eenvoudig, maar de kunst betekende levensgeluk. Dus koos Oosting niet voor het geluk van een gezin en kinderen, want “heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem.” Was zij getrouwd met haar kunst? Is daar niet een parallel te trekken met de vrouw die als kloosterlinge wil leven. Het geluk bij God zoekt en kiest voor een celibatair bestaan. Is zij getrouwd met haar geloof? Het zijn zo gedachten die ik krijg bij de werken van Monique Koning. Maar het heeft natuurlijk helemaal geen overeenkomst, het slaat de plank behoorlijk mis. Want hoe anders is het nu, de vrouw heeft zich in 100 jaar los van de man gevochten. Hoewel in gedachten van het gros van de mannen de vrouw nog steeds een bezit is.

    Talentvol

    Monique Koning kan desalniettemin dienen als het voorbeeld van vrouwelijke kunstenaars die twee werelden niet samen en tegelijkertijd kunnen bestieren. Er moeten keuzes gemaakt worden of het is afzien om er voor 1O0% voor te gaan. Je kunt jezelf in tweeën delen en voor het een en het andere gaan. Dan komt het talent nauwelijks boven het maaiveld uit en verliest de gave aan zeggingskracht. Het is daarom niet bijzonder dat vrouwelijke kunstenaars besluiten zich niet aan een relatie te binden en geen gezin te stichten, hoe moeilijk die beslissing dan ook is. Een huwelijk waaraan over het algemeen het verwekken van kinderen verbonden is leidt af van het heilig moeten en het creëren van iets uit niets. Maar het bloed kruipt dikwijls waar het niet gaan kan en de natuur roept herhaaldelijk.

    De talentvolle Monique Koning laat haar gave bijschaven aan de kunstacademie waar ze technieken uitdiept en voor haarzelf kansen schept. Na de studie ontwikkelt zij zichzelf en komt met verrassend gemanipuleerde beelden voor het voetlicht. Ze zet grote levensvraagstukken te kijk, maar kan ook teder een dode vogel tegemoet treden. In die kwetsbaarheid zit ze graag in de schaduw van ene Jan Mankes. Nog voor AI zich gaat bemoeien met het vervormen van beelden, stort Koning zich analoog en digitaal op het aanpassen en bewerken van beelden. Binnen de haar zelf getrokken kaders zet ze de wereld naar haar hand. De realiteit wordt een bovenaardse waarneming. Surrealistisch leert ze het bestaan te herschikken en in metaforen te doorgronden. Dat werk toonde ze al diverse malen aan de buitenwereld. En ze leek te groeien in die beeldtaal. Maar telkens opnieuw wanneer ze mij wees op weer een andere vertoning van haar werken op een diverse plaats, keek ik naar dezelfde fotografische afbeeldingen en fijnzinnige tekeningen. Ze scheen stil te staan in ontwikkeling, want er kwamen geen nieuwe experimenten bij.

    Zelfstandige vrouw

    Stilstand is achteruitgang, maar het talent van Koning is dusdanig groot dat de oude werken zich in een andere omgeving telkens lijken te vernieuwen. De vondsten hebben eeuwigheidswaarde en kunnen nog lang mee. Gelukkig maar, want Monique Koning heeft nu eerst voor het gezin gekozen, en voor de opvoeding van twee blozende knullen tot gezonde jongemannen. En dat vergt veel van haar tijd en creativiteit, zodat ze kunstzinnig niet verder komt dan kleine opdrachten voor het ontwerp van geboortekaarten. Ze houdt deze kunst klein, kleinkunst om bezig te blijven, om grip te houden. Die ontwerpen doen er toe en vallen in de smaak. Maar voor uitwerking van gedachten op groot formaat komt ze niet toe. Deze inspiraties slaat ze op haar harde schijf op, legt ze in gedachten vast voor later. Maakt hier en daar eens een schets om de feeling met de ingeving niet kwijt te raken. Maar verder bewijst zij dat je keuzes moet maken.

    Schaamteloos bloot

    Voor het gezin wordt de kunst even afgeremd en komt tot stilstand. Maar de motor blijft draaien. Later wanneer dat kroost op uitvliegen staat kan de creativiteit alsnog botvieren. Monique Koning dient geen twee heren, of het moeten haar zonen zijn. Ze is een zelfstandige vrouw die mag kiezen. En dat doet ze ook. Ze geeft de voorkeur aan het gezin en de kunst schuift op de achtergrond, maar raakt niet buiten beeld.

    Nu zie ik haar werk weer in Ferron aan de Lindegracht in Heerenveen en maak opnieuw kennis met oude vrienden. Ik probeer met andere ogen door te kijken, te doorzien wat ik eerder niet zag. Het is opmerkelijke kunst die best op herhaling kan. Het werk kan ertegen en misschien boort het in deze omgeving een ander en nieuw publiek aan. Wat ze toont in de gezellige eetzaal zou gezien kunnen zijn als een overzicht van haar oeuvre. Een bloemlezing van het kunnen tot nu. Te bekijken valt werk van in en net na de opleiding. Examenwerk waarin ze zich schaamteloos bloot geeft. Zelfportretten die nauwelijks iets verhullen en waarbij ze speelt met haar lichaam zonder erotisch te verleiden. Zonder kleur, dus in een zwart-witte afdruk op een glinsterende drager, is het een ode aan het lichaam, een poëtische indruk van het lijf, de schoonheid van de mens zonder meer.

    Echter bij Monique Koning schuilt altijd een addertje onder het gras, terwijl ze haar kop boven het maaiveld uitsteekt. De beeltenis geeft een extra dimensie, een dubbele laag. Er gebeurt meer dan op het eerste gezicht merkbaar is. Er moet door gekeken worden om het beeld te doorzien. Wel is het meteen tastbaar, maar ook is een nadere beschouwing op de plaats. Het interieur met de immense boekenwand lijkt een doodnormale plaat, maar er vindt in die bibliotheek van alles plaats. Het is een zoekplaat met onverwachte gebeurtenissen. Daar blijf je naar kijken terwijl je aan een espresso martini nipt of de Pinsa di Ferron aansnijdt. Zo heeft de kunst van Koning meerdere surrealistische twists. Het heeft een verhaal zonder uitleg. Een vertelling zonder woorden. Een vertekende waarheid waarbij de kijker zelf de inhoud dient te formuleren. Zo houdt het werk ons bezig, heeft het een geheimzinnige laag. Ook wanneer we denken te weten wat we zien. Monique geeft er een draai aan die teder is en broos, een warm gevoel geeft van binnen – net als de Marco Porello Langhe.

    Tentoonstelling werken van Monique Koning bij Podium Ferron, Lindegracht 21 in Heerenveen. Te zien tot 28 september 2025.

  • De stilte valt me in bij Yves Beaumont

    In december vorig jaar stuurde Yves Beaumont mij zijn toen onlangs verschenen boek “Anthology” als recensie-exemplaar. Kort daarop nog in diezelfde maand schreef ik er een artikel over. Nu in juli dit jaar hangt werk van Beaumont in Galerie MUGA onder dezelfde titel: Anthology. Het boek is een bloemlezing van zijn werk door de jaren 2017 tot 2024. De tentoonstelling is dan een keuze uit deze jaren. Een dwarsdoorsnede van de collectie dus, zodat mijn boekbespreking de lading van het overzicht in Museum Heerenveen met gemak zal dekken. Maar het is te makkelijk mijn bespreking hier als kunstrecensie opnieuw te plaatsen. Voor mijn gevoel maak ik me er dan als een jantje van leiden van af. Om er dus niet met de pet naar te gooien bezocht ik na de vernissage van de expositie de tentoonstelling opnieuw, om er stil bij te vallen en de beeltenissen kalm op me in te laten werken.

    Yves Beaumont woont in het pittoreske Oostende aan zee, maar wendt zich daar wel vanaf en laat de blik in zijn werk meest dwalen over het weidse Vlaamse land. De schilder kan mij in Friesland, tussen meren en bossen, middels schilderijen deelgenoot maken van de ervaring zoals dat met licht schijnt te zijn. En die beleving binnen is imponerend, om niet te zeggen overdonderend anders dan mijn ondervinding buiten. Daarnaast bezoekt hij wel het noordland en laat het licht schijnen over wadden en deelen. Ik val daarbij stil in de galerie. De werkelijkheid van Beaumont neemt mijn gedachten in bezit. De sfeer vervliegt er niet, de stemming blijft zwaar hangen. Het is near zoals de Friezen zeggen, broeierig. Als op een tropisch warme dag. De hitte zindert tussen de verftoetsen. Kan geen kant op. Bliksem en donder zal de lucht klaren. Zoals op de eerste scheppingsdag. Tohoe wa bohoe. Woest en ledig, onherbergzaam en verlaten. Maar niet zo godvergeten en grimmig als op die eerste scheppingsdag. Een weidse stilte als in een gedicht van Willem Barnard. Niets denken, enkel overdenken. Mijmeren. Maar nu nog kan het er drukkend zijn, tempert emotie positief het blikveld. Heldert de gedachte dan het bevroren moment op wanneer ik inkijk en doorzie.

    Lichtwaarneming

    Deze Vlaamse kunstenaar schaart zich in de reeks landschapschilders. Maar niet op de klassieke manier is hij schilder van het landschap. Zijn velden zijn geen realiteit, hij laat niet zien wat is maar zoals de waarheid aanvoelt, zoals hij deze ervaart. In zijn welhaast abstract gepenseelde omgeving herken ik bossen, de wouden van de Ardennen. Bij hem naast de deur, terwijl ik het moet doen met het minder weelderige Oranjewoud of het meer tot de verbeelding sprekende Drents-Friese Woud. Met hem deel ik de liefde voor bossen, waar tussen de boomtoppen door het licht de vormen maakt.

    Zijn lichtwaarneming piekt echter niet helder tussen boomkruinen door. Het is een nevelig schijnsel, een mistig besef. Het is de ziel van het licht dat in zijn werken schijnt. De essentie van straling, schijnsel zonder overbodige helderheid. Het werk stemt daardoor zachtmoedig triest. Dat lijkt een paradox, een schijnbaar lichtelijke tegenstrijdigheid. Het omschrijft echter de emotie die mij overkomt bij het zien van de schilderijen zoals gepresenteerd in Museum Galerie Heerenveen. Met een minimum aan motieven weet Beaumont een maximum aan sfeer te scheppen op de onbevlekte huid van het doek. Het vlak is uitgestorven; de schilder maakt het ongevulde veld bewoonbaar voor de geest door met wat modder aan een kwastje een figuratie te scheppen.

    De inspiratie is het landschap

    Het gaat Beaumont echter niet om de figuratie, maar in zijn werk is het licht van belang. Ik zie wel sparren in composities, maar het is het warme licht dat straalt langs takken en naalden. Het licht maakt de vorm, de bomen zijn de restvormen waarin ik de figuur herken. De onderschildering geeft de compositie kleur. Werkend van donker naar licht blijft de huid levendig en vol van kleur. De onderschildering zet de toon, toont de gelaagdheid van het werk. Want onderhuids speelt het zich af, zoals de diepzee de kern maar nauwelijks aan de oppervlakte prijsgeeft. Het is een idee, een gevoel dat er meer is dan het zichtbare. De beschouwer moet door de laag heen kijken om de kracht te ervaren. Onder het uiterlijk van de schildering ligt de essentie van het landschap besloten. Het landschap op die plek, daar. Maar niet eenduidig, het is inwisselbaar. Of herkenbaar als de verten van Vlaanderen en tegelijkertijd de vergezichten in Friesland. Het kan van daar zijn en schijnt van hier, en andersom.

    De inspiratie is het landschap. De vlakten in Vlaanderen en de velden in Friesland. Het heeft voor hem eenzelfde uitstraling, een eendere beleving. De emotie steekt voor hem in de atmosfeer, de lucht boven de horizon. De aarde daaronder is slechts de kapstok voor dat gevoel, om het beeld tastbaar te maken en grijpbaar te houden. Het is niet de werkelijke wereld die hij uitdrukking geeft, maar dit is wel de ingeving, de bezieling. De bron waaruit hij put. Zijn landschap is een afgeleide van de werkelijkheid. Het is de beleving die hij een vorm geeft. Als voorbeeld geef ik zijn vertaling van de Wadden hierbij. Dat onderdeel van een drieluik is, een drietal beelden zoals ik mij Friesland voorstel: vlak maar kleurrijk onder de oppervlakte. Een eenvoudig landschap met een meervoudige uitdrukking. Dit is het nabeeld op het netvlies wanneer de ogen worden gesloten. Het oog ziet het landschap, de geest slaat een beeld op en de gedachte herinnert zich een vorm. Die herinnering geeft Beaumont opnieuw een beeld, een vorm die dus herinnert aan de werkelijkheid.

    Anthology. Tentoonstelling schilderijen van Yves Beaumont bij Museum Galerie Heerenveen (Galerie MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 29 juni tot en met 17 augustus 2025.

  • Life Line meer dan het lezen van de levenslijn

    Zet je een lijn op papier, dan is er een tekening. Wonderlijk. De lijn maakt de drager tot een levend gegeven. Ineens is dat papier iets, opeens stelt het wat voor. De lijn is voor dat stuk papier een levenslijn, daarmee komt het dode vel tot leven. Is er een landschap geschapen, of in elk geval een ruimte. Zet de lijn zich door tot een vorm, dan is er beeld, beeltenis. Dat kan figuratief zijn, een werkelijkheid, maar ook een abstractie. Uitgangspunt is een zichtbaar feit, een tastbare inspiratie. Door de hand gecreëerd, de manoeuvre die de lijn dirigeert en zorgt voor een compositie. “Beweegt, stuurt, geeft richting of vliegt alle kant op”, dicht beeldend kunstenaar Arno Kramer over het wezen lijn; zijn stokpaard als invloedrijk Nederlands tekenaar.

    Die hand dus geeft de lijn het gevoel waarop de tekenaar de waarheid beleeft. Maar de lijn is eigenwijs en gaat soms stuurloos een eigen weg. De lijn geeft die hand een nieuwe ervaring. Het ervaren van de werkelijkheid is voor iedere kunstenaar anders, en komt op elke beschouwer op een verschillende manier over. Wanneer echter tekenaar en kijker op één lijn zitten is de tekening naar tevredenheid. “Dan is er een diepe zucht, dan schreeuw ik het uit”, leeft Kramer zich in de lijn in, “Op papier weliswaar maar dan is het geluk aan mijn kant.” En wanneer de losse eindjes aan elkaar geknoopt zijn en er een beeltenis zichtbaar is, wanneer de beschouwer door de vorm heen kijkt en in gedachten een figuratie samenstelt, dan is de lijn opgetogen en de tekening helemaal happy.

    Uitgeplozen lichaam

    Zo een levenslijn is voor Terry Thompson het begin van een werkstuk, gereedschap om een uiting te construeren. Het is de ruggengraat van zijn tekening, de spirit van de compositie. Het begint allemaal met de lijn en daaruit ontstaat meer gevoelsmatig dan beredeneerd een vorm om de tekening te maken. Rationeel is wel de inspiratie die leidt tot een uitdrukking, maar de verwerking van de zichtbare werkelijkheid of de gedachte voorstelling is intuïtief. Thompson interesseert zich voor mythologie en literatuur, dat werkt door in zijn verbeelding. Anatomische tekeningen uit de Renaissance echoën in zijn werken. De hedendaagse wetenschap en persoonlijke ervaringen laten de tekeningen klinken als het trombone-concert in Bes van Rimski-Korsakov. Jawel, een mol, een verlaagde toon, want hoewel de tekeningen kleurig kunnen zijn is het onderwerp minder vrolijk.

    Het uitgeplozen lichaam, het ontleedde lijf is in de geest van Thompson meer dan een anatomische les. Niet dat het corpus humanum levenloos aan de balken hangt, zoals het geval was bij Vesalius – de anatoom in de 16e eeuw die Thompson sterk heeft geïnspireerd. Het analyseren van de werkelijkheid geeft Terry stof tot nadenken. Zet hem aan de tekentafel om met dode materie leven in vorm te krijgen. Het menselijk lichaam laat geen abstracte weergave toe, daar vormt de lijn zich naar de werkelijkheid. Lijkt de collage met een naakt manspersoon op een studie van Da Vinci of volgt zijn lijn die van Michelangelo. Imposant maar minder tot de verbeelding sprekend dan bijvoorbeeld de serie Dryad over een vrouwelijke geest in een boom. Een mythologisch gegeven waarin realiteit en abstractie elkaar ontmoeten. De vertelling verhaalt en vertaalt in grillige tekeningen.

    Puntige studies

    Een verhaal apart is de uitgebreide serie Cantos, waarvan bij Galerie Getekend een aantal worden tentoongesteld. De Canto Thompson is een schier oneindige reeks tekeningen, waarvan de onderwerpen al improviserend ontstaan. Het legt een lijn naar de andere professie van Terry Thompson, namelijk de muziek. Daar kan hij op de trombone als beeldend instrument tevens onvoorbereid musiceren, terwijl de partituur hem binnen de lijntjes laat blijven kleuren. In de Cantos kan de kunstenaar serieel fantaseren, a prima vista. De werkelijkheid blijft uitgangspunt, maar kan naar believen worden vervormd. In deze serie is Thompson op zijn best, omdat hij daarin de beleving en het gevoel vrij laat stromen, de ervaring laat klinken als een klok.

    Speels vult hij de composities in, versiert er zijn wereld mee waardoor mijn omgeving er een stukje meer vrolijk op wordt. De canto dramt niet, hoewel er wel steeds een zelfde motief wordt herhaald. Het is geen stuk met een verlaagde toon, het is juist een serie in fis. Scherp zoals de Engelsen zeggen, sharp. Het zijn puntige studies van de persoonlijkheid onpersoonlijk genummerd. Thompson toont daardoor zijn identiteit, zijn karakter schuilt tussen de lijnen als de eigenheid van de dichter tussen de regels door valt af te lezen. De diverse cantos hebben afzonderlijk geen titel, ook geen opvolgende uitdrukking. De enkele canto kan uit de reeks worden genomen, heeft een eigen verhaal en mist los gezien geen kop noch staart.

    De tekeningen van Thompson zijn gelaagde composities. Daarin probeert Terry Thompson de emotie te ontleden. Hij is patholoog-anatoom van de tekenkunst, onderzoekt het grafiet en de houtskool om overeenkomsten te herkennen en vormen vast te stellen. Geeft toon aan de menselijke natuur, klank aan droomvelden en ruimtelijke constellaties. De fantasie krijgt vorm en geluid. De werkelijkheid is verbeelding. In composities leiden punten de blik af en raakt het zien in beweging. Door wezensvreemde details wordt mijn oog gedwongen beter te kijken, te concentreren op wat ik zie om de zichtbaarheid te duiden. Dring ik door de lagen dan wordt het gevoel een duidelijke ervaring. Is het beeld figuurlijk abstract dan is de verbeelde realiteit niet ver weg van de getrokken lijn. Dan loopt de lijn op de grens van verbeelding en werkelijkheid. Thompson zet deze met vaste hand terwijl zijn vormen levenslustig los over het papier bewegen. Een aangename gewaarwording. De kunstenaar neemt mij figuurlijk bij de hand en leest mijn levenslijn, zien is weten. Doorkijken is herkennen.

    Life Line. Solo-expositie tekeningen Terry Thompson bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Het werk is daar te bekijken tot en met 13 juli 2025.

  • Grondwerken en boomschrift in kunstlokaal

    Uit de grond van Hein van Delft groeit het bos van PJ Roggeband als eerbetoon aan het gedachtengoed van Louis le Roy in Kunstlokaal No.8. Hoe dat zit? Ik als bespreekman ofwel klompbreker zet daarover hieronder een boom op, dat met zoveel woorden bijna een bos is op vruchtbare bodem. Ik ben namelijk geen killer en houdt mijn darlings graag levend.

    De textuur van de aarde

    Van Delft hangt zand aan de wand, aarde aan de muur, en creëert zo een landschappelijke sfeer. Want zodra de mens een horizontale lijn ziet denkt hij dan zij een horizon te zien. Met daarboven de lucht en daaronder de aarde. Maar dat is niet wat Van Delft beoogt. Hij onderzoekt de kleur van de grond, de textuur van de aarde en wat het licht tussen en met de korrels doet. Het is de wisselwerking tussen mens en natuur die hem intrigeert. Als landschapsarchitect was hij al doende met natuurlijke vormgeving. Destijds grote lijnen volgend, het overzicht houdend. Nu gaat hij op de knieën tijdens wandelingen en verzamelt aardelementen, zandkorrels, kleiplakken, veengronden, siltlagen, leembodem en kalkgruis. Van een megazicht naar een macroblik. Met het potten van grondsoorten maakt hij zijn kunst. Nadat hij deze zoden en plaggen heeft gedroogd en gezeefd om ze gerubriceerd te bewaren, kan hij er op een later moment wanneer de inspiratie dat toelaat mee aan het werk. Met messen, troffels en spatels brengt hij de materie puur en ongemengd aan op panelen.

    Stabiliteit, vruchtbaarheid, groei

    De basale en onorthodoxe grondstof voor zijn materieschilderijen schraapt Van Delft dus van de aarde, steekt ze uit de grond. Een essentieel element dat de vaste, fysieke wereld vertegenwoordigt, dat is aarde. Het vormt de grond waarop we lopen, de aarde waarop we bouwen en de basis voor alles wat groeit en bloeit. Symbolisch staat aarde voor stabiliteit, vruchtbaarheid, groei en een diepe connectie met de materiële wereld. Maar dat Van Delft verschillende soorten grond gebruikt gaat minder diep dan ik hier benoem. Hij blijft aan de oppervlakte om daarmee het terrein van de kunst te verkennen. De kunstenaar zet figuurlijk een voetafdruk in de dunne laag aarde. Die aarde lijkt van weinig waarde, maar krijgt belang en gewicht door het op deze manier te presenteren. Als bouwstof voor kunst, ingrediënt van bezieling.

    Te gruizen en te korrelen

    De werken bezitten het pigment van het bestaan, de aardkleuren die fluctueren tussen diepbruin en zandgeel. De tinten die voorkomen in de aardlagen en zich in de aardkorst naar boven werken, zodat Van Delft deze kan delven. De korsten en plakken op de panelen aangebracht zijn meest borstelig open gewerkt. Of lijken te vergruizen en te korrelen. Ze hangen echter niet als los zand aan elkaar. De opzet in landschappelijke sfeer wordt naast de horizontale lijn nog versterkt door de lagen te groeven, de aarde te ploegen, voren door de akker te trekken. Hoewel hij dus abstracte beelden maakt, schept Van Delft toch een werkelijkheid. De aarde en het zand zijn gegrond, de klei en het veen komen van een specifieke plek. Er is niet zomaar ergens in de achtertuin een spadesteek genomen. Turf uit De Deelen, klei van de Waddenzee, leem uit Italië en zand van de Veluwezoom. De grond heeft echt betekenis voor die exacte plek, waarde voor een specifieke plaats. Die locatie is dan ook genoemd in het bijschrift van de compositie.

    Boomschrift

    PJ Roggeband zet een boom op waardoor ik het bos nog maar nauwelijks zie. In zijn installatie aan de tussenwand in het kunstlokaal toont hij wat een verzameling bomen volgens hem is. Dat is geen samengeschoolde groep stammen of een collectie met bladerdek gekroonde palen. Het is meer dan dat natuurlijke beeld, het kan worden omschreven in stemmingen en sferen. Het archief dat Roggeband uit boekfragmenten, magazineplaten en persoonlijke uitspraken van derden heeft opgebouwd zijn door hem aangevuld met eigen bevindingen, tekeningen en schetsen, kleine schilderijen. Uit dat geheel aan losse elementen heeft hij een hangend bos samengesteld en Boomschrift genoemd.

    Samenraapsel van indrukken

    De installatie is een verzameling met een bosrijke sfeer, dat tevens als handleiding of beter handreiking voor de creatie van een bos 2.0 in een versteend deel van de leefomgeving kan dienen. Hij zet een boom op als een meervoudige collage. In dat samenraapsel van indrukken verantwoordt hij zichzelf, geeft uitleg aan hoe het zo is gekomen en verdedigt zijn standpunt. Naast beeldende indrukken zijn tekstuele impressies tevens van even groot belang in de uitdrukking van Roggeband. Zijn boomhoge collage heeft naast schetsen en schilderwerken een keur aan teksten die op een schilderachtige manier op papier zijn gezet. Papier, in eerste aanvang onderdeel van de boom. Houten plankjes, teruggeven aan het geheugen van de boom.

    Grondwerken

    De kunstenaar PJ Roggeband heeft een voorliefde voor woorden van elf letters. De elfchivaris brengt deze, met hulp van vrienden en volgers, samen op een Facebookpagina. Stel je jezelf daarop scherp dan blijken er honderden woorden met elf letters te zijn. VanDalewoorden, maar ook schijnbaar bedachte woorden. Veel van deze elfletterige woorden vind ik terug in de installatie in het kunstlokaal. Kunstlokaal, elf letters. Boomschrift, elf letters. Grondwerken, elf letters. LouisGleRoy, elf letters. De naam Le Roy is onlosmakelijk verbonden aan de ecokathedraal. Ooit daar zelf aan begonnen, hij legde de eerste steen, wordt het bouwwerk tijdens zijn leven en na zijn sterven verder uitgebouwd door stapelende vrijwilligers. Het is een bouwwerk van steen, waar geen dak op zal komen. Er zal nooit worden gezegd: nu is het klaar, de kathedraal is af. Er zal in de eeuwigheid worden door gestapeld met de natuur als levend dak. Het gedachtengoed van Le Roy, zijn filosofie en werken, wordt gepresenteerd in Museum Heerenveen. De expositie in Kunstlokaal No.8 is in deze uitvoering een satelliet van het museum. Niet zo verwonderlijk, want eigenaar Marcel Prins is bouwmeester van de ecokathedraal. Dat landgoed in Mildam ligt halverwege tussen de beide tentoonstellingen in, reden er op de terugweg dan wel de heenweg even langs te gaan. Warm aanbevolen!

    GRONDWERKEN en BOOMSCHRIFT. Kunst van Hein van Delft en PJ Roggeband bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 26 oktober t/m 17 november 2024.

  • Frits Klein – de kunst van het beeld

    Museum Heerenveen heeft een kleine tentoonstelling ingericht over het omvangrijke oeuvre van Frits Klein. De in 1924 geboren creatieve geest wilde kunstenaar zijn, maar werd de eerste Heerenveense reclameman. Vanwege het feit dat Klein in 2024 de eeuw zou aantikken, ware het niet dat hij in 2016 overleed, heeft het museum de tijd rijp geacht een kleine greep in zijn vele werken te doen. Men heeft een oproep gedaan particulier bezit in bruikleen te geven, zodat een kamer op de eerste verdieping van het oude gedeelte van het museum kon worden gevuld. Naar mijn idee een enigszins weggestopte uitstalling, want de tentoonstelling over het werk van Louis le Roy krijgt beneden ruimschoots aandacht: 100 jaar is niets. Le Roy is van hetzelfde bouwjaar als Klein, stierf vier jaar eerder, dus dat schept een band. Ze kenden elkaar, hadden weinig contact: de één prominent aanwezig, de ander meer bescheiden op de achtergrond. Hun werk wordt nu parallel in het museum gepresenteerd, maar het was een uitdaging geweest om deze markante Heerenveense kunstenaars te combineren in een enkele tentoonstelling.

    Hij was mijn mentor

    Met Frits Klein onderhield ik een vriendschappelijke band. Vooral in de jaren nadat zijn geliefde vrouw Immie was overleden. Ik bezocht met hem diverse musea in de regio, en dan kwam altijd zijn blauwe bolide met de uitstekende muziekinstallatie daarin voorrijden. Hij was trots op zijn sportwagen en reed daarmee met mij op de passagiersstoel graag een extra rondje voordat we op de plaats van bestemming waren. Eerder al kende ik Klein en kwam wel bij hem thuis aan de Pastorielaan en de Woudsingel. Hij was mijn mentor toen ik, warm van de kunstacademie, een muurschildering in het toen nieuwe bijgebouw van de Gereformeerde Kruiskerk moest maken. In januari 2007 had ik een kort interview met hem voor mijn rubriek Kunststukjes in de offline Heerenveense Courant.

    Vormgever en tekenaar

    Och-och-och, wat is het een hoop werk geweest!” Frits Klein komt van Oranjewoud en heeft een lang en productief leven achter zich. Niet echt in de kunst, zoals hij dacht het te kunnen maken. Een kind van voor de oorlog heeft erna geen rode cent. Dus een vakopleiding zat er niet in, maar wel een glanzende carrière in de reclame. Hij werd vormgever en tekenaar, maar nauwelijks schilder.

    Ik heb mooie tekeningen kunnen maken zo door de tijd. Veel boeken geïllustreerd en verschillende strips gemaakt. Kort werkte ik met striptekenaar Hans Kresse, ik maakte zijn achtergronden – natuur en architectuur. Wij pasten qua stijl goed bij elkaar. Hij bood mij een vaste baan aan, maar ik wilde mijn zelfstandigheid niet kwijt.”

    “De technieken, ik ken ze allemaal”

    Reclame is zijn vak en het vrije werk doet Frits ertussen door. En dat kan van alles zijn, van glas-in-lood tot muurschildering en van standbouw tot het ontwerpen van schepen.

    Ik heb eigenlijk teveel verschillende dingen gedaan. Misschien had ik me moeten specialiseren, maar in een kleine provincie als Friesland verdien je dan niets. Ik vind het fijn om te tekenen. In het voorbijgaan pak ik het wezen van de mens op. Aan de stijl zien de mensen direct dat het een tekening van mij is. (…) Ik weet hoe je een penseel moet vast houden. De technieken, ik ken ze allemaal. Maar voor de rest moet je het toch zelf doen.”

    Voor de reclame nam hij een schriftelijke cursus, maar veel moest hij zelf nog in de praktijk uitvinden. Technisch heeft Klein het hele vak doorlopen.

    “Het moet indruk maken”

    Het is een vak dat je uitoefent. Het is versierend vakwerk. De impressionisten vind ik geweldig. Die nieuwe realisten kunnen mooi schilderen. Het is de verbeelding van de werkelijkheid en dat vind ik een loffelijk streven. Het is wat het is. Ik vind abstract wel mooi, maar ik zie het niet als geweldig groots en geweldig mooi en schitterend en prachtig, het is gewoon sierkunst. Een versiering aan de wand, zo zie ik het. Kunst gaat dieper, het moet je grijpen. Je moet, of je wilt of niet, er steeds naar kijken. Je hoofd omdraaien en ernaar kijken. Het moet indruk maken, dan is het kunst. Dat gebeurt bij mij bijna nooit. Ik heb bewondering voor veel grote schilders, maar er zijn zoveel grote schilders. Het ambachtelijke zit er altijd achter. Ik heb ook wel veel versieringen gemaakt. Ik kom uit die stijl van de Jugendstil en Art Nouveau. In die stijl heb ik geleerd om versieringen te maken. Als je daar van uitgaat kom je niet gauw tot de abstractie. Pas na de oorlog begonnen ze te smijten met verf, dat kon ik niet. Dat lag me niet. Maar wat is er nu? Het is doodgelopen op dat abstracte en op dat vreselijke versieren. Sommigen vallen terug op het superrealisme. Wat is dat een monnikenwerk om zoiets te maken. Zo precies, zo zuiver! Surrealistisch zuiver, maar waar is het leven van die impressionisten? De Haagse school, dat is het! Dat is mooi. Het leeft, dat doet je iets.

    “Ik ben een kind van voor de oorlog”

    Frits Klein is van alle markten thuis maar maakt nergens een kunstje van. “Vroeger ben ik eens psychologisch onderzocht: wat is het karakter van deze mens. Dat werd aan de hand van mijn handschrift gedaan en dat had onder meer als uitslag: sterk gevoelig voor originaliteit. Hij wil toch graag altijd iets uit niets maken, wat anders maken. Dat heb je in de reclame ook, dat moet. Je moet steeds nieuwe dingen uitdenken. Vernieuwend bezig zijn. Veel geld verdienen ten koste van de kunst, dus met een eens uit gevonden en aangeslagen maniertje – dat is geen kunst.

    Kunst is een verbeelding voor de mensheid, zo dat ze het leven beter begrijpen. “Ik ben over de tachtig, maar ik heb nog nooit één keer mijn werk geëxposeerd. Ze vroegen me te gidsen in het oude Heerenveen. Want ik ben hier opgegroeid, ik ben een kind van voor de oorlog. Ik heb het hier helemaal zien groeien. Maar ze kennen me niet als kunstenaar, als iemand die iets leuks maakt. Ze weten wel dat ik van alles gedaan heb, ze kennen me wel. Maar ik denk toch dat het allemaal ligt aan het feit dat ik reclame deed en die strips gemaakt heb.

    Scherp oog en treffend handschrift

    In 2014 heeft Tresoar belangstelling voor het werk van Frits Klein. Welhaast zijn hele oeuvre, althans wat hij nog thuis heeft liggen, wordt door de schatbewaarders van het Friese verleden overgenomen. Hij krijgt een tentoonstelling in het Fries Landbouw Museum waarvan hijzelf nog de opening heeft mogen meemaken. En nu is er dan een uitstalling in Museum Heerenveen. Hoewel klein van omvang doet het enigszins recht aan waarmee Klein tijdens zijn leven zoal heeft gewerkt. Het geeft aan hoe veelzijdig hij was, maar toch worden zijn muurschilderingen daarbij node gemist. Er zijn al vele verdwenen doordat gebouwen zijn afgebroken of in handen van een andere eigenaar zijn gekomen. Ook mis ik het figuurtje waarmee Frits bekend is bij het grote publiek en dat nog iedere dag commentaar geeft in de Leeuwarder Courant. Hoewel verbannen van de voorpagina, is het nog voortdurend een vaste rubriek in de krant. Het mannetje liet zich wel zien bij Tresoar maar is afwezig in Heerenveen. Wel zijn er de onlangs aan het museum geschonken oorlogstekeningen te zien. Daaruit blijken het scherpe oog en het treffende handschrift van Frits Klein. Een opmerkelijke Heerenvener.

    Frits Klein – Eeuwig creatief. Tentoonstelling bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 28 september 2024 tot en met 19 januari 2025.