Tag: expositie

  • Frits Klein – de kunst van het beeld

    Museum Heerenveen heeft een kleine tentoonstelling ingericht over het omvangrijke oeuvre van Frits Klein. De in 1924 geboren creatieve geest wilde kunstenaar zijn, maar werd de eerste Heerenveense reclameman. Vanwege het feit dat Klein in 2024 de eeuw zou aantikken, ware het niet dat hij in 2016 overleed, heeft het museum de tijd rijp geacht een kleine greep in zijn vele werken te doen. Men heeft een oproep gedaan particulier bezit in bruikleen te geven, zodat een kamer op de eerste verdieping van het oude gedeelte van het museum kon worden gevuld. Naar mijn idee een enigszins weggestopte uitstalling, want de tentoonstelling over het werk van Louis le Roy krijgt beneden ruimschoots aandacht: 100 jaar is niets. Le Roy is van hetzelfde bouwjaar als Klein, stierf vier jaar eerder, dus dat schept een band. Ze kenden elkaar, hadden weinig contact: de één prominent aanwezig, de ander meer bescheiden op de achtergrond. Hun werk wordt nu parallel in het museum gepresenteerd, maar het was een uitdaging geweest om deze markante Heerenveense kunstenaars te combineren in een enkele tentoonstelling.

    Hij was mijn mentor

    Met Frits Klein onderhield ik een vriendschappelijke band. Vooral in de jaren nadat zijn geliefde vrouw Immie was overleden. Ik bezocht met hem diverse musea in de regio, en dan kwam altijd zijn blauwe bolide met de uitstekende muziekinstallatie daarin voorrijden. Hij was trots op zijn sportwagen en reed daarmee met mij op de passagiersstoel graag een extra rondje voordat we op de plaats van bestemming waren. Eerder al kende ik Klein en kwam wel bij hem thuis aan de Pastorielaan en de Woudsingel. Hij was mijn mentor toen ik, warm van de kunstacademie, een muurschildering in het toen nieuwe bijgebouw van de Gereformeerde Kruiskerk moest maken. In januari 2007 had ik een kort interview met hem voor mijn rubriek Kunststukjes in de offline Heerenveense Courant.

    Vormgever en tekenaar

    Och-och-och, wat is het een hoop werk geweest!” Frits Klein komt van Oranjewoud en heeft een lang en productief leven achter zich. Niet echt in de kunst, zoals hij dacht het te kunnen maken. Een kind van voor de oorlog heeft erna geen rode cent. Dus een vakopleiding zat er niet in, maar wel een glanzende carrière in de reclame. Hij werd vormgever en tekenaar, maar nauwelijks schilder.

    Ik heb mooie tekeningen kunnen maken zo door de tijd. Veel boeken geïllustreerd en verschillende strips gemaakt. Kort werkte ik met striptekenaar Hans Kresse, ik maakte zijn achtergronden – natuur en architectuur. Wij pasten qua stijl goed bij elkaar. Hij bood mij een vaste baan aan, maar ik wilde mijn zelfstandigheid niet kwijt.”

    “De technieken, ik ken ze allemaal”

    Reclame is zijn vak en het vrije werk doet Frits ertussen door. En dat kan van alles zijn, van glas-in-lood tot muurschildering en van standbouw tot het ontwerpen van schepen.

    Ik heb eigenlijk teveel verschillende dingen gedaan. Misschien had ik me moeten specialiseren, maar in een kleine provincie als Friesland verdien je dan niets. Ik vind het fijn om te tekenen. In het voorbijgaan pak ik het wezen van de mens op. Aan de stijl zien de mensen direct dat het een tekening van mij is. (…) Ik weet hoe je een penseel moet vast houden. De technieken, ik ken ze allemaal. Maar voor de rest moet je het toch zelf doen.”

    Voor de reclame nam hij een schriftelijke cursus, maar veel moest hij zelf nog in de praktijk uitvinden. Technisch heeft Klein het hele vak doorlopen.

    “Het moet indruk maken”

    Het is een vak dat je uitoefent. Het is versierend vakwerk. De impressionisten vind ik geweldig. Die nieuwe realisten kunnen mooi schilderen. Het is de verbeelding van de werkelijkheid en dat vind ik een loffelijk streven. Het is wat het is. Ik vind abstract wel mooi, maar ik zie het niet als geweldig groots en geweldig mooi en schitterend en prachtig, het is gewoon sierkunst. Een versiering aan de wand, zo zie ik het. Kunst gaat dieper, het moet je grijpen. Je moet, of je wilt of niet, er steeds naar kijken. Je hoofd omdraaien en ernaar kijken. Het moet indruk maken, dan is het kunst. Dat gebeurt bij mij bijna nooit. Ik heb bewondering voor veel grote schilders, maar er zijn zoveel grote schilders. Het ambachtelijke zit er altijd achter. Ik heb ook wel veel versieringen gemaakt. Ik kom uit die stijl van de Jugendstil en Art Nouveau. In die stijl heb ik geleerd om versieringen te maken. Als je daar van uitgaat kom je niet gauw tot de abstractie. Pas na de oorlog begonnen ze te smijten met verf, dat kon ik niet. Dat lag me niet. Maar wat is er nu? Het is doodgelopen op dat abstracte en op dat vreselijke versieren. Sommigen vallen terug op het superrealisme. Wat is dat een monnikenwerk om zoiets te maken. Zo precies, zo zuiver! Surrealistisch zuiver, maar waar is het leven van die impressionisten? De Haagse school, dat is het! Dat is mooi. Het leeft, dat doet je iets.

    “Ik ben een kind van voor de oorlog”

    Frits Klein is van alle markten thuis maar maakt nergens een kunstje van. “Vroeger ben ik eens psychologisch onderzocht: wat is het karakter van deze mens. Dat werd aan de hand van mijn handschrift gedaan en dat had onder meer als uitslag: sterk gevoelig voor originaliteit. Hij wil toch graag altijd iets uit niets maken, wat anders maken. Dat heb je in de reclame ook, dat moet. Je moet steeds nieuwe dingen uitdenken. Vernieuwend bezig zijn. Veel geld verdienen ten koste van de kunst, dus met een eens uit gevonden en aangeslagen maniertje – dat is geen kunst.

    Kunst is een verbeelding voor de mensheid, zo dat ze het leven beter begrijpen. “Ik ben over de tachtig, maar ik heb nog nooit één keer mijn werk geëxposeerd. Ze vroegen me te gidsen in het oude Heerenveen. Want ik ben hier opgegroeid, ik ben een kind van voor de oorlog. Ik heb het hier helemaal zien groeien. Maar ze kennen me niet als kunstenaar, als iemand die iets leuks maakt. Ze weten wel dat ik van alles gedaan heb, ze kennen me wel. Maar ik denk toch dat het allemaal ligt aan het feit dat ik reclame deed en die strips gemaakt heb.

    Scherp oog en treffend handschrift

    In 2014 heeft Tresoar belangstelling voor het werk van Frits Klein. Welhaast zijn hele oeuvre, althans wat hij nog thuis heeft liggen, wordt door de schatbewaarders van het Friese verleden overgenomen. Hij krijgt een tentoonstelling in het Fries Landbouw Museum waarvan hijzelf nog de opening heeft mogen meemaken. En nu is er dan een uitstalling in Museum Heerenveen. Hoewel klein van omvang doet het enigszins recht aan waarmee Klein tijdens zijn leven zoal heeft gewerkt. Het geeft aan hoe veelzijdig hij was, maar toch worden zijn muurschilderingen daarbij node gemist. Er zijn al vele verdwenen doordat gebouwen zijn afgebroken of in handen van een andere eigenaar zijn gekomen. Ook mis ik het figuurtje waarmee Frits bekend is bij het grote publiek en dat nog iedere dag commentaar geeft in de Leeuwarder Courant. Hoewel verbannen van de voorpagina, is het nog voortdurend een vaste rubriek in de krant. Het mannetje liet zich wel zien bij Tresoar maar is afwezig in Heerenveen. Wel zijn er de onlangs aan het museum geschonken oorlogstekeningen te zien. Daaruit blijken het scherpe oog en het treffende handschrift van Frits Klein. Een opmerkelijke Heerenvener.

    Frits Klein – Eeuwig creatief. Tentoonstelling bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 28 september 2024 tot en met 19 januari 2025.

  • Langs de vloedlijn van Astrid Nobel is de cirkel rond

    Een visser gooit de hengel uit, de vislijn suist, het aas plast in het water. De visser staart naar de deinende dobber in de wiegende golven. Meditatie, concentratie. Hopend op een kracht uit de diepte om een kring op het water te laten. De drijver verdwijnt, beet! Dat ben ik, die visser. De jutter op zoek naar aangespoelde spullen langs het strand. Hij komt thuis met een zak vol bijzonder afval uit de zee. Lege schelpen, door stroming afgekloven botjes, stukjes touw. Het afval van de wereld heeft hij laten liggen. Zonder reden. Dat ben ik, die jutter. Zo voel ik mij. Wanneer ik Afslag BLV binnenstap en mij in die ruimte tussen de werken van Astrid Nobel begeef. Zij exposeert daar op verzoek van curator Albert Oost.

    Oost, zelf een veelzijdig creatief kunstenaar, jut het kunstlandschap af en vist er interessant werk uit. Eerst vond dat een plaats in zijn eigen galerie melklokaal. Nu al enkele jaren krijgt het onder de vlag van Museum Belvédère aandacht. Voor de dependance richt hij zijn pijlen op jonge kunstenaars, om hen een steun in de rug te geven en een duw richting de grote podia. Ditmaal kreeg dus Astrid Nobel deze opstap aangeboden. En deze kunstenaar zet met verve hiermee een vierde stap, daar ze al eerder haar werk solo presenteerde in Groningen en Amsterdam en in 2019 al de aandacht van Oost had voor zijn melklokaal.

    Pigmenten uit fossiele botten

    In Afslag BLV nu sta ik langs de waterkant, aan de vloedlijn. Overzie de golven die eendere en overeenkomende vormen maken. Op en neer, heen en weer. Hypnotiserend. Op de stilte van de diepte maakt het oppervlak beweging. Op de stilte van het doek maakt de materie leven. Die materie waarmee Nobel haar schilderijen opbouwt bestaat uit natuurlijke materialen. Pigmenten haalt zij uit fossiele botten, aangespoeld op het strand. Met zeewater en caseïne aangelengd zet ze kleuren op de met gesso geprepareerde drager. In een ander geval maalt Nobel kleur fijn uit schelpen, walvisbot en vissenwervels. Stampt ze zeezand en ijzerpoeder. Filtert stookolie. Zij hergebruikt de verloren schatten van de zee.

    Het natuurlijke materiaal geeft de composities een vervreemdende inhoud. De schelpen worden niet ingeplakt om er een herinnering van de zonvakantie van te fröbelen, zoals te vinden in de plaatselijke souvenirwinkel op de boulevard. Met het gebruik van zee gerelateerde materie geeft Astrid Nobel aandacht aan zowel de ernst van de klimaatcrisis als de kracht en schoonheid van de levende natuur. Het herinnert haar aan hoe het kan zijn, maar lang op alle plekken niet meer is. Deze diepere bodem in het stille water valt niet meteen te doorgronden. Het verhaal achter de werken gaat mee op een begeleidend papier. De tekst opent de ogen en verruimt de blik. Geeft een nieuwe kijk op de beeltenissen. Hoewel de werken bij nadere beschouwing zelf al “een verwantschap met en aandacht voor ander leven” prijsgeven.

    Tot de horizon zweven

    Op het droge staar ik over het water daar aan de zee, het Noordzeestrand. Beschouw de bewegingen van het aankomende en aflopende water, verdwijn gefocust in het niets van de eindeloze golven, de eeuwige einder. Bij het werk van Astrid Nobel heb ik eenzelfde ervaring. Het gevoel tot de horizon te kunnen zweven en niet te weten wat daarna is. Loopt het rond door of val ik van het plat af. Van een afstand kijk ik, maar wordt in de ruimte opgenomen. Dat is de kracht van de kunstenaar. Maar ook de werking van de composities zelf. Dat het mij in zich opneemt, mijn gevoel overneemt. Dat ik verdrink in de golven. Ik moet worstelen om weer boven te komen. Hoewel ik misschien onder zou willen blijven.

    Het wateroppervlak kan ook het karakter van een sterrenhemel krijgen. In een kolkende spiraal van lichtpunten bereikt het werk neerwaarts een hoogtepunt. In de eerste ruimtes van Afslag BLV heeft de kleur van het strand de overhand, terwijl de laatste zaal het blauw van de zee geeft. De overgang van land naar water is karakteristiek “Zandhonger”. Een imposant dubbeldoek waarin golven zich spiegelen, of eigenlijk de ribbels op het strand reflecteren in de deining van de zee. Het zand lekt, het verwatert. Het water houdt huis en neemt van het land. Het is niet meteen duidelijk dat deze vormgeving betekent dat de golfslag de vijand is. Maar bij nadere intensieve beschouwing, een serieuze inleving in de beeltenis, weet je wat ik zie.

    Vloedlijn door de afslag

    Naast de golfbewegingen is de cirkel van levensbelang voor het werk van Nobel. De cirkel als bron van cultuur, waar het water de grond geeft aan voortgang en ontwikkeling. Die cirkel staat ook voor de levenwekkende zon overdag en tevens het schijnsel van de maan ´s nachts. Voor de kunstenaar is de cirkel het universum, waarin het leven rond is. De levenscyclus na het eind een nieuw begin vindt. Dat uit de dood een volgend leven opstaat. Dit indenkend is er hoop voor opwarming en afkoeling, voor verschijning en verdwijning, kortom voor de klimaatcrisis. Zal de wereld zichzelf kunnen oprichten na de aanval van haar bewoners. Ondertussen houdt Nobel de veranderingen en afwijkingen aan de vloedlijn in de gaten. Geeft daar voor ons beeld aan. Door gevonden materialen te verwerken, die in zichzelf al rijke ervaring en kennis met zich dragen. Dit gevoel en weten zet zij aan tegen geleerde conclusies, plaatselijke historie en de eigen belevingen.

    Er loopt een stukje vloedlijn door de afslag. Schelpen zijn aangespoeld. Botten geven teken van leven dat eens was. Het is een puntdicht, een poëtisch éénregelige zin, geschreven in enkele beelden. Een eenvoudige installatie passend bij het karakter van de tentoonstelling. Een vormgeving die tot nadenken stemt. Tot overdenken maant. Wanneer de volgens zijn vertrokken, weggejaagd of door ziekte gedood, heerst er stilte. Een oorverdovende stilte tekent de atmosfeer. Het water staat ons aan de lippen. Het zand glipt ons tussen de vingers.

    Stilte na de Stern. Tentoonstelling schilderijen en installatie van Astrid Nobel. Te zien van 9 juni tot en met 18 augustus 2024 in Afslag BLV, Minckelersstraat 11, Heerenveen.

  • Het toeval geeft de doorslag in Kunstlokaal No.8

    Eigenlijk berust de kunst op toeval. Maar toeval bestaat niet. Toeval is een gestuurde samenloop van omstandigheden. Een gevolg van een oorzaak die we niet zien. Een gebeurtenis die we als mens schijnbaar niet in de hand hebben. Toeval is een illusie. Dat is natuurkundig gezien. Natuurkunstig evenwel is het kunstwerk een illusie. Het is een beeld van wat we zien of voelen. Een replica van de werkelijkheid. Bij toeval gelijkend aan het kijken en het tasten, het begrijpen. Toevallig spreekt het aan, heeft het een verhaal. Zoals de realiteit kan worden overgebracht in woorden, echter beter aanspreekt in beelden. Maar ojee, onvoorzien dwaal ik af van het toeval. Dat had ik eerstens niet voorzien, toevallig.

    Niet bij toeval is het tweetal, nu te zien bij Kunstlokaal No.8, samengebracht in een duo-tentoonstelling. Maar het lot verbindt hen wel. Want zowel bij Marco Arwert als bij René Korten bestaan hun kunststukken uit toevalligheden. Zit bij de één het avontuur in blinddruk op papier, de ander laat het gebeuren met verf op doek. Maar beide kunstenaars sturen de samenloop van omstandigheden, zetten het toeval naar hun hand omdat zij de oorzaak weten en daarom het gevolg kunnen overzien. Die bijzonderheid brengt hen samen in deze omgeving en laat hen gelijktijdig het werk presenteren. Dat maakt ook dat zij in de ogen van galeriehouder Marcel Prins een twee-eenheid kunnen zijn om de 71e tentoonstelling op rij alhier te kunnen bemensen.

    Ritmisch geordende reliëfs

    Het toeval wil dat het blinddrukken zoals Marco Arwert dat hanteert gemaakt lijkt te zijn voor slechtziende mensen. Door de traditionele techniek, en één van de oudste manieren van drukken, ontstaat reliëf in het papier. Op de plekken waar gedrukt is kun je met de ogen dicht de figuratie voelen. Niet daar zit bij Arwert de ongedwongen belevenis, deze komt voor bij het drukken van de nul of de punt van de schrijfmachine. Bij een analoge typemachine, dus niet elektrisch aangedreven, kan de gebruiker bepalen welke mate van druk wordt uitgeoefend op de toetsen. Is er (te) hard aangeslagen dan kan het karakter aan de typearm door het papier slaan. In geval van de nul en de punt ontstaat er dan een gaatje in het papier. Het toeval geeft de doorslag. Een welgemikt schot kan die gebeurtenis op dat moment in die tel sturen, touché.

    Effect van smeren

    De bladspiegels, met punten in een raamwerk of rijen nullen in kolommen, lijken zo uit een boekwerk gescheurd. De taal als beeld. Een onleesbaar letterschrift om te zien, maar leesbaar door te voelen. Als kunstwerk is dat ongepast, niet doen, dan zal het papier beduimeld raken. Dus zal ik met de ogen de ritmisch geordende reliëfs betasten. En zien dat de stemming wel een landkaart vormt, een stramien waarbij de doorslag de figuratie maakt. En houdt Arwert de schrijfmachine dan voor gezien en links liggen, drukt hij een lijnenspel als beeldverhoging. Een landschap in stijl. En perst hij dan een cirkel op papier, lijkt het alsof een druppel in water valt. Toeval?

    Het zal voor René Korten een verrassing zijn dat uit zijn verfstreken bij toeval een begrijpbare vorm ontstaat. Ofwel een beeld dat houvast biedt aan de ogenblik er iets, een tastbaar begrip, van te maken, in te zien. Niet met een plan, maar intuïtief smeert en strijkt Korten eerder opgebrachte plakken verf uit met een spatel. Door te variëren in druk, duur en positie van het strijkmes ontstaan vlakken die ruimte laten voor bestaande onderschildering. Hij werkt nat in nat en schuift kleuren over elkaar in een transparant spel. De getrokken vlakken krijgen het karakter van een landschap. Naast het trekken van de verf, laat Korten de met water aangelengde materie zich ook wel driftig een eigen weg zoeken op de drager. Maar telkens blijft het effect van smeren aanwezig. De compositie lijkt telkens onderweg. In de stilstand van het gekaderde linnen of het vel papier is voortdurend beweging op te merken, een spanning aangebracht.

    De composities laten zich niet eenvoudig omschrijven. Deze schilderijen spreken in hun veelkleurigheid en vormentaal voor zich. Behoeven geen uitleg. Het zijn zelfstandige afbeeldingen, autonome vormen, die buiten de werkelijkheid staan en daardoor zo wonderlijk echt lijken. Voor René Korten is het toeval een vreemdeling en een compagnon. In zijn werk balanceert hij op het snijvlak van de realiteit en een abstracte weerslag daarvan. Het is deze smalle rand waar vanaf de kunstenaar makkelijk kan vallen. Geestdriftig houdt hij zich staande, maar niet onbesuisd of ondoordacht. René Korten beeldt niet af, maar hij beeldt uit.

    Manipuleren

    De kunstenaar kan een realistisch effect in het abstracte beeld manipuleren door over en langs de vlekken zorgvuldig geplaatste lijnen en vlakken aan te brengen, zelfs plantaardige figuraties. Want in onze simpele opvatting verlangen wij ons een voorstelling te kunnen vormen. Proberen wij een vinger te krijgen achter het ondoorgrondelijke, trachten het geheimenis begrijpelijk te maken. Voor onszelf. Het bedrieglijke, de leugen tot waarheid te laten worden. Uit de verf laat Korten een valse realiteit ontstaan. Het is er niet, want het is natuurlijk alleen maar modder op een doek. Maar het lijkt toch te bestaan, als afbeelding van een onderbewustzijn dat verbanden legt met onbestaanbare elementen en realistische details. Toevallig wel.

    Punctueel – Vloeiend. Werken van Marco Arwert en René Korten bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Te zien van 7 tot en met 30 juni 2024.

  • Marjo Postma schuilt haar werk in bestaande tekeningen

    Over het algemeen en doorgaans wil ik objectief een tentoonstelling ingaan. De werken zonder vooroordeel en kennis van zaken bekijken. Ofwel wil ik niet vooraf geïnformeerd worden over wat ik sta te gaan zien. Ik laat me verrassen, althans dat is de bedoeling. Het gaat niet altijd op, want ik kom natuurlijk ander werk van eenzelfde kunstenaar weer eens tegen. Dan ken ik het verhaal van die maker vooraf en heb misschien op voorhand al een mening klaar. Natuurlijk zijn er kunstenaars die mij met nieuw werk kunnen intrigeren. Dat er een nieuw verhaal te vertellen is of dat er een andere ingang is tot hetzelfde verhaal.

    Overwegend heb ik geen moeite met de werkelijkheid evenmin als met de abstracte wereld en veel wat daar tussenin en -door zweeft. Ieder isme en elke stijl kan me boeien en daar kan ik iets van vinden. Maar het werk dient te spreken, de compositie heeft het verhaal. Hoe het tot stand komt is van minder belang. Hoewel het wel fascinerend is. Het werk is het resultaat van het maakproces, het eindproduct. Daarin is de idee en de inspiratie van de kunstenaar samengebracht. Het verhaal ligt opgesloten in het kunstwerk en met het juiste woordenboek kan ik dat lezen. Maar een handleiding heb ik niet nodig. Spreek ik de taal niet, dan doe ik moeite deze te leren. Door te kijken kan ik ervaring op doen. Het zien geeft gevoel.

    Een schuilplaats vinden in de tekening

    Laat ik ervan uitgaan dat ik me niet tevoren heb ingelezen. Dat ik me onbevangen en vrijmoedig begeef in de wereld van Marjo Postma. Dat ik pas op een ander moment in een volgend blog inga op achtergrond en reden. Wanneer ik de catalogus bij deze tentoonstelling in Galerie Getekend bespreek. Eigenlijk is dat boek het beeldverslag van een tijdelijke werkplek, een artist in residence, in Pergola, Italië. En is de expositie daar dan een keuze uit, aangevuld met nieuw werk. Beide kunnen dus heel goed zonder elkaar gaan. Het ene heeft minder meer met het andere van doen. Het boek is een verwerking, de expositie een nawerking. Want de kunstenaar moet door.

    Dwelling in Drawing. Een schuilplaats vinden in het tekenen. De tekening is onderdak voor de idee. Postma gebruikt oude architectuurtekeningen om op te werken. Deze bestaande ondergrond is het onderkomen waar haar tekening in verblijft. Een huis om de kunst in te laten schuilen. Die bestaande tekeningen hebben gebruikssporen, zijn verkleurd en beduimeld. De kunstenaar geeft deze als het ware een nieuw leven door daar een kleurig motief op aan te brengen. Een abstracte gedachte uitgewerkt in een non-figuratieve figuratie. Een vorm die wel verbinding maakt met de werkelijkheid, maar deze daarna meteen weer loslaat en een eigen realiteit laat zien.

    Gedachten dwalen van bestaand papier

    De bestaande lijntekening, een technische uitwerking van de idee voor een bouwwerk, wordt door Postma wel gebruikt om op te reageren. Maar ook is de reactie wel tegendraads en heeft weinig van doen met wat er aan ten grondslag ligt. Toch is deze eigenzinnige tegenbeweging ook een antwoord op de retorische vraag van het gedateerde document. Het zet bestaande belijning scherp aan, vult gekadreerde vormen kleurig in. Maar laat niet wat eerder op papier werd gezet helemaal verdwijnen. Het verleden blijft doorschijnen in het heden. Zo verbindt Postma het zijn van de tijd. Legt een relatie met wat was en wat er nu is. Want zo is het, zonder verleden is er geen heden. Ze laat zich leiden door de vroegere tijd, het is de achtergrond van haar tegenwoordige tijd.

    De composities doen mij denken aan de krabbels die ik wel in de kantlijn tekende tijdens een suffe les op school of een slome vergadering. Dromerig ging mijn rede dan met me aan de haal en verliet de tijd om in een andere dimensie terecht te komen. Dan schetste ik mijn gedachte op papier. Zo lijkt Marjo Postma te werk te zijn gegaan. Haar gedachten dwalen echter van het bestaande papier af, stijgen uit boven het verdwenen moment en vormen een nieuwe tijd. In afzondering buiten het rumoer is het een toevluchtsoord voor de idee. Terug geworpen op haarzelf uit ze zich op een eigen bijzondere manier. De onderliggende tekening biedt haar houvast, het resultaat geeft mij te denken.

    De tekeningen zijn zoekplaten. Een ontdekking om te achterhalen waar de oorsprong van de uitkomst ligt. Maar eigenlijk is dat van geen belang, om zo diep in de materie te duiken. Om precies te weten wat je bekijkt. De mens zoekt altijd een houvast, een verbinding met de werkelijkheid. En wanneer deze er niet is vult de gedachte die als vanzelf in. Associatief leg ik verbindingen. Gaat mijn blik relaties aan met wat ik zie. Knoop loszittende draadjes aan elkaar. Volg ik geschetste lijnen tot mijn zicht een complete voorstelling heeft gemaakt. Verlicht is mijn geest gehelderd, heb ik antwoord op mijn vraag: wat zie ik?

    Dwelling in Drawing. Marjo Postma, tekeningen. Expositie bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. 17 maart tot en met 5 mei 2024.

  • Vormen zonder vermeend doel bij Afslag BLV

    Wanneer ik de ruimte binnenloop is het alsof ik over de drempel  van een stoffenzaak stap. In deze ruimte geurt het als in die winkel, vergeven van raam- en vloerbekleding. Het ruikt er geurig natuurlijk naar wol. Niet naar schaap, maar naar het bewerkte product van deze viervoeter. Het ruikt zoet en huiselijk. Na enige tijd is de neus er echter aan gewend en lijkt de lucht neutraal te geuren, ruik ik niets meer. Of het moet de vers gezette koffie in het naast deze kunstruimte gelegen museumcafé zijn. Ik ben de drempelloze dependance van Museum Belvédère binnen gelopen. Zonder drempel is de kunst die daar wordt getoond echter niet. In Afslag BLV, gelegen in het centrum van Heerenveen, laat het museum hedendaags werk zien om podium te zijn voor jonge talentvolle kunstenaars. Talent wordt bewezen door afgestudeerd te zijn en werkbijdragen te ontvangen. Het talent heeft een voedingsbodem gevonden, maar moet nog groeien en bloeien. Heeft nog niet altijd de vaste vorm gevonden. De kunstenaar zoekt naar een bij hem of haar passende duiding, die sluit aan de idee van de bezoeker – de kijker naar het werk.

    De voorstelling is ongrijpbaar

    Terug naar de geur die de ruimte bij eerste betreden vult. Het blijkt te komen van de getufte wol die is gebruikt door de daar op dit moment exposerende kunstenaar voor een eigentijdse wandbekleding. Uiteraard bekleedt tweedimensionale kunst altijd de wand. Dit getuft wollen werk heeft echter het karakter van een reliëf dat in elementen uiteen kan vallen. De abstracte uiting beschouw ik als losse vormen, niet als beeltenis op zich. Dat betekent niet dat het niets voorstelt, van die simpele gedachte over een abstract werk moeten we af. De voorstelling is ongrijpbaar. In de gegeven vorm is een beeltenis te zien, maar die verstandelijke vanzelfsprekendheid geeft het objectief kijken een rugzak. Een last om vrijuit van de compositie te genieten, zonder meer. Het menselijk verstand wil herkenning, wenst iets tastbaars te zien dat schakelt aan een begrip. Maar dat bevatten, dat inzicht, wordt in deze vervangen door gevoel. De presentatie is ongrijpbaar, hoewel de inspiratie grijpt aan de werkelijkheid. De realiteit is het water waaruit geput wordt, de grond waarin gewoeld wordt, de lucht waarin de bezieling zweeft. De ervaren beelden worden opgeslagen en komen als beeldend kunstwerk tevoorschijn, wanneer de tijd er rijp voor is. De abstractie heeft daarom een kern van waarheid, een werkelijkheid in zich. Dat is de waarheid van de kunstenaar. De kijker naar het werk moet een vertaalslag maken om de essentie te achterhalen, te sluiten aan de duiding om het te begrijpen.

    Geen band met de ruimte

    Om mijn verstand te vriend te houden wens ik datgene wat ik bekijk te benoemen, te identificeren. Mijn ogen zoeken onderscheid, dat is een natuurlijk proces – het valt niet tegen te houden. In eerste blik kan ik daarom niet onbevangen kijken. Het verstand tuurt naar invulling, zingeving, verklaring. Deze drang naar interpretatie moet ik uitschakelen om fris en afstandelijk te kunnen beschouwen. Verstand op nul, blik op oneindig, zoiets. Echter, geeft de maker mij wel een handvat door het werk een titel te geven. Lastig, want dan word ik een richting in gestuurd die ik misschien helemaal niet wil. Leidt de kunstenaar mij naar een besloten duiding, een afgesloten toelichting. Gaat de compositie zonder titel dan kan ik neutraal kijken. Kan ik zien wat ik wil zien. En dat is in het geval van Dieke Venema een verademing.

    Naast de zacht aanvoelende composities in getufte wol heeft Venema enkele metalen objecten en een tweetal monotypes op canvas in de ruimte gebracht. De verwerking van het wandkleed in aan elkaar gerelateerde elementen is monumentaal maar weinig indrukwekkend. Het materiaal geeft niet de degelijke fijnheid die de figuratie verlangd. De groots bedrukte canvas vormgeving heeft wel van een imposante kwaliteit. De werken met een enkele drukgang getekend toont een sferische massa kolkende non-figuratie. Daarin figureren vormen die niet getekend lijken. Ik zie ze, maar kijk ik anders dan zijn ze verdwenen. Het aluminium, brons en betonstaal heeft eenzelfde structuur als het wol. In abstracte zin dan wel te verstaan. Het zijn vormen zonder een vermeend doel, buiten een denkbeeldige betekenis. Ze vullen de ruimte maar hebben er geen band mee. De vormen staan op zichzelf, maken geen verbinding met de omgeving. Kunnen echter wel aanleiding zijn voor een reactie en een vervolg, lees ik in de bijgeleverde tekst. Maar is dit niet altijd het geval, dat de kunstenaar werk laat groeien op wat hij of zij daarvoor heeft gemaakt. Dat ieder volgende compositie een reactie is op het vorige, dat het eerdere aanleiding is om nieuw werk te maken. De expositie in Afslag BLV is te klein van omvang om die voortgang in de beleving van Venema te onderkennen.

    paper, scissors. Expositie werk van Dieke Venema bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 3 maart tot en met 19 mei 2024.

  • In stilte van de dialoog hoor ik mezelf ademen

    In de door zonnestralen aangelichte stilte van Kunstlokaal No.8 is het sereen rumoerig. De werken in die ruimte zijn zwijgzaam onderling in gesprek. Roezemoezig staan ze elkaar in beeld te woord. Als bezoeker aan de tentoonstelling voel ik mij een indringer. Echter probeer ik niet al teveel onrust te brengen. Ben ik angstvallig afzijdig. Loop op kousenvoeten zodat mijn schoenzolen niet piepen op de krakende houten vloer. Het storende geluid zal de werken opschrikken uit hun samenspraak en mij geen toegang tot hun duiding geven. Daarom ben ik contemplatief aanwezig, zoek de rust als van een kloosterling in mezelf om de kunst te kunnen beleven. Meditatief beschouw ik wat het kunstlokaal mij doet zien. Kijk ik in gedachten verzonken om het gesprek te volgen tussen de werken onderling. Dan richt het werk zich als vanzelf tot mij, word ik één met de tentoonstelling. Dan hoor ik zoals ik nog nooit gezien heb.

    Spannende ondertoon

    Ditmaal converseren de foto´s van Hans Sas met de tekeningen van Bowe Roodbergen. Bevraagt de stilte het vergezicht. Beantwoordt een tijdloos weidse horizont een zinnig diep-kijken. Hans Sas beziet met zijn cameralens objectief de natuurlijke ruimte. In de grootsheid vangt hij net het detail dat ongezien is maar hem de aandacht trekt. Met een scherp oog voor het creatieve element in de verder gewoon zakelijke omgeving. De creatie wordt recreatief ingevuld. In wat we dagelijks om ons heen zien merkt Sas de spannende ondertoon. Wij kijken wel maar zien niet, wij horen wel maar luisteren niet. De fotograaf ziet voor ons waar wij allang overheen en -langs kijken. Afgevallen blad op bewortelde grond. Bekalkt krathout. Naambordjes in bloembed zichtbaar door het glas van een antieke tuinkas. Je merkt het niet op, maar wordt er door Sas bij bepaald. Hij trekt mij in de sfeer van het landschap. Hij laat mijn blik bewegen over zijn uitzicht. In stille gewaarwording roept de bevroren stemming spanning op. De meerpaal lijkt de einder te stutten, laat zich spiegelen in het water en vormt met een dijkje een rustig perspectief.

    Het werk van Hans Sas rijmt met dat van Bowe Roodbergen. Het vormt geen kwatrijn of sonnet, heeft geen refrein of rondeel. Maar is een vrij vers waarin de beeldspraak het ritme bepaald. De gestileerde ollekebollekes en haikus zijn in balans. Er is halfrijm, volrijm en eindrijm. En, dat is het meest interessant, er is binnenrijm. In de versregels van de fotografie bijvoorbeeld rijmen twee gelieerde prenten. Dat uit zich vooral in de beelden van het landschap. Groene basaltblokken van een pier weerklinken in de groene greppel tussen geploegde aarde. Verrotte dubbele rij palen waaieren naar de einder zoals een stroompje meanderend een weg zoekt in het waddenslik. Het rijm schept rust, de stilte is niet ver weg. De werken zingen samen een woordloos lied, declameren zwijgzaam een regelloze volzin.

    De realiteit laat zich vertalen

    In zijn werk maakt Bowe Roodbergen de stilte voelbaar zoals Hans Sas het zichtbaar maakt. Vooral in de tekeningen van Roodbergen is de poëzie nooit ver weg. Ritmisch bewegen vlakken zich over de ruimte op papier. De vijftig tinten grijs worden onderbroken door zwarte lijnen of een lichte kleurtoets, welke de compositie spannend maken. Het breekt schreeuwend de fluisterende sfeer van het potlood open. Het stileert de werkelijkheid in abstracte vormgeving. De realiteit laat zich vertalen door een aandachtig opmeten van vormen, uitmeten van vlakken. Het landschap is verkaveld, de omgeving is opgedeeld in segmenten aarde. De wereld gerubriceerd. In ´BR 24-5´ geeft een rasterende ruitvorm een nieuwe kijk op een plantaardige vorm en rijmt op de gouden en zilveren ´Vierkantjes Ag´, die zich spiegelt in het papieren object ´BR 21.12´. Ook hier heeft de dichter, samensteller van de expositie, gezorgd voor een beroerende binnenrijm.

    En natuurlijk grijpen de foto´s de aandacht, waar de tekeningen een dieper inlevingsvermogen eisen. Wanneer beide kunstenaars zich spiegelen aan een voorganger wordt de poëtische inslag meer dan voelbaar. Het landschap van Willem van Althuis vertaalt zich in enkele composities van Roodbergen, terwijl Sas de visafslag van Laaxum ter hand heeft genomen. Nevel omhult het met een filter opgenomen gebouwtje. Het vervallen pand is meermalen door Van Althuis geportretteerd, gerenoveerd door olieverf in een serie stillevens. Daarop sloeg Hans Sas aan en heeft een rij foto´s bewerkt waarop de afslag letterlijk beeldend in de vergetelheid schijnt weg te zakken. Bowe Roodbergen raakte onder de indruk van het consequent reduceren van de werkelijkheid. Van Althuis liet op meerdere van zijn werken alles verdwijnen in een waas, alleen de essentie van de atmosfeer bleef over. De wereld is klein op zijn schilderijen, zoals deze beperkt is in mist met 50 meter zicht. Maar ondertussen mysterieus groot, omdat je niet weet wat er achter dat begrensde zicht zich afspeelt. Roodbergen legt over de zwarte nevel op de einder een witte lijn, daarmee tekent hij een horizon waardoor de omgeving handzaam blijft, tastbaar en begrijpelijk.

    Stilte, ademen. Expositie werken van Bowe Roodbergen en Hans Sas bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. 6 tot en met 28 april 2024.

  • Liefde op het eerste gezicht bij kunst en kunstenaar

    De kunstenaars hadden elkaar niet eerder getroffen, wisten zelfs van het bestaan van de ander niet af. Maakten kennis tijdens het ophangen van het werk. Niet alleen zij, maar ook de kunst van beider kunnen was nieuw aan elkaar. De compositie van de een ‘zag’ het werk van de ander in Kunstlokaal No.8 voor het eerst toen het uit de doos kwam. Voorzichtig en omzichtig beleefde het een het ander op het moment dat het aan de wand verscheen. De inrichters hingen het brutaalweg en ongegeneerd door elkaar aan de muur. Niet lukraak maar wel overwogen, streng afgemeten, waterpas. Maar zonder te vragen wat het werk daarvan zou vinden.

    Hoewel het echter een eerste kennismaking betreft is het liefde op het eerste gezicht. Ze wagen zich vrijmoedig aan de ander en aan elkaar. Deze werken passen en lijken voor de ander gemaakt en bestemd. Ver van elkaar ontstaan in eenzelfde emotie. Gecreëerd om tezamen een gesamtkunstwerk te vormen. Een samengestelde compositie bestaande uit diverse delen. Direct nadat het gehangen is raakt het werk gewend en kan meteen communiceren. Zo zodat het tijdens de vernissage zonder woorden aansprak. De titelkaartjes ontbreken, het verhoogt de belevenis van het enkele en het geheel. Als een onbeschreven blad oogt de ruimtelijke compositie de bezoeker tegemoet. Er is een papier waarop de verdeling staat aangegeven, maar dat schuif ik terzijde om onbevooroordeeld het geëxposeerde te benaderen.

    Overeenstemmend in gesprek

    De werken grijpen figuurlijk in elkaar. De sfeer past letterlijk naadloos. Wanneer ik zonder nadenken kijk, mijn kennis uitschakel, merk ik nauwelijks verschil tussen de stijl van Betty Simonides en dat van Frank van Ansem. De composities zijn zo overeenstemmend in gesprek, dat ik mijn stem er niet tussen wil verheffen. Ik houd bij wijze van spreken mijn mond en beleef dit kunstkabinet, dit wonderlokaal, in stilte. Het spel van vlak en lijn, het stoeien met volume en ruimte, geeft al zoveel leven dat ik nauwelijks laat merken dat ik er ben. Verborgen achter mijn beschouwend vermogen kijk ik bedachtzaam rond.

    Het werk bekijkt mij met aandacht terug, in belangstelling afwachtend wat ik ervan denk. Wat mijn bevinding is van hun bevestiging dat zij samen deze verbintenis aan kunnen en zijn gegaan. Het heeft ja gezegd en ik beaam dit volmondig. Zelden zag ik zo een eenheid in verschillend werk. Hoewel Kunstlokaal No.8 er een fijne neus voor heeft om tegenstellingen harmonieus samen te brengen. Er zijn in het twaalfjarig bestaan van de galerie al meerdere kunststukjes langs gekomen. De duo’s bleken maar al te vaak door te kunnen voor een solotentoonstelling. Het meervoud was veelal een enkelvoud. 

    Met warm doorbloede hand gemaakt

    Frank van Ansem speelt gespannen met lijnen en vlakken. Even uitgezet en afgemeten als de ruilverkaveling het land indeelt. Op het scherpst van de snede is het keurig in balans. Evenwichtig recht getrokken en stijlvol ingekleurd. De lijnen trekken de blik de compositie in. Er is experiment in die lijn en dat vlak, maar vooral in de structuur van de drager. Deze wordt niet weg geschilderd, maar blijft zichtbaar als houtnerf en doorbreekt speels de schijnbare zakelijkheid. Het is geen geprogrammeerde AI maar is met warm doorbloede hand gemaakt. Even fantasierijk als de graffiti waar Van Ansem zich voordien mee bezig hield. Beide bezigheden lijken rechtlijnig tegenover elkaar te staan, maar vormen een doorgetrokken lijn in het oeuvre van deze kunstenaar.

    Het platte vlak treedt de ruimte in bij de uitgestalde objecten. De uitgestreken lijnen richten zich op, lijken volume te krijgen in de lengte en de breedte. De uitdrukking blijft de abstracte vorm in een kubusachtige entourage. Fragile, maar niet breekbaar, toont het zich in beperkte afmeting robuust en krachtig. Stevig werk, op klein formaat groots. En zo past het zich aan op dat van Betty Simonides. Dat ook geen grootsheid nodig heeft om hoogmoedig te zijn. En geen pretentieuze inspiratie kent om enkelvoudig aan te spreken. Een reeks kleurige kleine rechthoekige panelen aan de wand en op de vloer doen denken aan een rij boeken in mijn kast. Netjes naast elkaar geplaatst op formaat, niets valt uit de toon alsof gerubriceerd op alfabet. Het daglicht vindt er een weg in om al bladerend schaduw te vinden.

    Bedachtzaam opgebouwd

    Minimal art is geen arme kunst maar heeft schijnbaar weinig aanknopingspunten nodig. Het werk dat Kunstlokaal No.8 brengt zou je ruwweg onder dat minimalisme kunnen scharen. Betty Simonides heeft hoogstens aan een enkele kleurlijn genoeg om aan te spreken. Of een meervoudige verschuiving van een enkel kleurvlak. De transparante verfstreken, met een brede kwast aangezet, zijn observaties van het materiaal en mijmeringen over de werkwijze. Het werk is bedachtzaam opgebouwd, stijlvol gearrangeerd en doet de compositie kleurrijk klinken. Het is niet alleen de gebruikte materie dat aandacht krijgt, maar meer nog hoe de uitwerking in de ruimte daarop en daarvan is. Op welke manier de kleur van het paneel een kunstwerk maakt en hoe zich dat verhoudt tot het licht dat een scherpe dan wel diffuse schaduw werpt. 

    Het lijkt op het eerste gezicht een kille tentoonstelling daar in Kunstlokaal No.8. Maar door het speelse spel met kleur, vlak en lijn dat bedachtzaam communiceert met ruimte en licht brengt het een warme sfeer binnen. Een behaaglijke stemming om te genieten van kunst in meervoudige eenvoud. De drempel lijkt hoog voor de minder geoefende kunstbeschouwer, maar is aangepast laag om de figuurlijk gehandicapte kunstliefhebber tegemoet te komen. De kunst in het voormalige schoollokaal is niet moeilijk of minder makkelijk leerbaar ernaar te kijken. De eigenaars willen onderwijzen en laten zien dat kunst vele kijkbare vormen heeft. Alles kan.

    Handeling en Ervaring. Werken van Betty Simonides en Frank van Ansem in tentoonstelling bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 24 februari 2024.

  • Wiebelende pudding en verbeterde records bij Afslag BLV

    Misschien is het wel gedaan met dat orthodoxe schilderen. Dat rechtzinnig penseel en verf hanteren. Dat klodderen op een stuk linnen. Dat modderen met materie om de realiteit te kopiëren of juist een nieuwe werkelijkheid te maken. Dat trouw vasthouden aan de klassieke gulden snede om een compositie esthetisch op te zetten.

    Worden Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan aan de kant geschoven als niet meer van deze tijd zijnde? En natuurlijk zijn deze meesters allang uit de tijd gegaan, maar hun werk wordt nog steeds alom  gewaardeerd en gerespecteerd. Misschien moeten we Appel, De Kooning en Corneille wel afschrijven als niet meer ter zake doend. Is het vakwerk van Armando en de  meesterlijke arbeid van Marlene Dumas en Maaike Schoorel klassieke actualiteit.

    Want dat gepruts met pigment en doek is zo te saai in de gestreste wereld van vandaag en morgen. Is dat zo? Zo te? Dat overdenk ik achterover leunend in de loungebank bij de solotentoonstelling van Dinnis van Dijken. Afslag BLV geeft hem de ruimte om zijn visie op en filosofie over de schilderkunst te ventileren. Het zwarte leer van het meubel omarmt me en ik beschouw de kunst om mij heen. En inderdaad merk ik geen klassiek bewerkte doeken op. Zie ik geen romantische landschappen en dromerige stillevens, geen idyllische portretten. Zelfs zie ik geen kleurrijke abstracten en veelzijdige composities zonder titels. Wat ik vanaf de gezellige bank en vanuit mijn luie houding zie doet mij bijkans van verbazing opspringen.

    Dat het anders kan

    De omhaal van woorden die ik lees op het bij de tentoonstelling horende informatieblad wordt in het opgehangen werk in eenvoud verbeeld, merk ik op. Met humor en ernst verhaalt het werk in eigentijdse thematiek over de hedendaagse wereld. De wereld waarin alle tastbare zichtbaarheid snel moet kunnen indalen. De (jonge) mens van deze tijd heeft geen twee ogenblikken tijd lang bij een illustratie stil te staan. Is niet meteen het beeld duidelijk en herkenbaar dan wordt deze snel geswipet. Verder, het volgende. Deze wereld is van de snelle blik, hoewel een slow movie verbazend veel kijkers trekt. Maar dat zijn bij wijze van spreken kijkers van de oude stempel die de snelheid van heden ten dage beu zijn, meer dan. Zij vermaken zich met de simpele eenvoud en geven handenvol geld uit aan de Van Goghs, Appels en Armandos. Omdat ze het klassieke beeld niet kunnen loslaten, want vroeger was alles beter. Dinnis van Dijken ziet dat anders en draaft met zijn tijd mee. Probeert zelfs in de kopgroep te blijven om het peloton achter zich te laten. Hij wil de massa laten zien dat het anders kan, dat de schilderkunst een hernieuwde plaats kan vinden binnen een maatschappij “die wordt bepaald door het vermogen van memes om de tijdgeest van ons onrustige tijdperk, met zijn wereldwijde politieke omwentelingen en nooit eindigende crises, in te kapselen.” En of het hem lukt de schilderkunst als drager van betekenis verder te ontwikkelen om met een hernieuwde blik te kijken kan een ieder die zijn werk ziet zelf bepalen.

    One hit wonder

    Het werk spreekt niet altijd een duidelijke taal om het te kunnen verklaren. Wat dat betreft gaat het voorbij aan de snelle blik. Heeft het meer dan enkele ogenblikken nodig om begrijpelijk te zijn. Het is geen snelle hap, maar moet goed gekauwd en nog eens herkauwd worden om verteerbaar te zijn. Zoals het goede schilderkunst betaamt. Dat het geen vluggertje is, maar tijd krijgt om in te dalen. Daarom, zou je kunnen zeggen, bevindt het werk van Dinnis van Dijken zich op de grens van oud naar nieuw. In het niemandsland, op het grensgebied. Het laat wat was niet los, want het verleden maakt toch het heden. En tegelijk kijkt het vooruit, naar dat wat komen gaat. In de toekomst. Het maakt zich los en loopt vooruit, tegelijk kijkt het over de schouder terug. Misschien slaat het op de driesprong een verkeerde weg in die dood loopt op den duur. Is Van Dijken geen blijvertje, maar een eendagsvlieg, een one hit wonder.

    Slap that Jello and watch it Wobble

    Voor nu kijk ik mijn ogen uit. Verwonder me over de frisse wind die door deze kunstruimte waait. De kunstenaar lijkt door de opgehangen werken meer een tekenaar dan een schilder. Hij tekent met verf in klare lijnen de beeltenis, zwart op wit. Dit beeld heeft een humoristische ondertoon waar de boventoon van onderzoek overheerst. Hij (her)gebruikt wel cartoons zoals Roy Lichtenstein dat deed in de popartperiode, maar dan anders. Het bevestigt dat zijn werk op het scherpst van de snede in het heden terugziet op het verleden. Van Dijken slaat een eigen weg in wanneer hij timescores als kunstwerken opzet. Ouders zijn trots wanneer de kinderen de eigen records verbeteren, dan verschijnt er een lachende emoticon in de lijst. En wanneer het minder gaat het tegenovergestelde. Net als de uitgeschreven recepten voor broodjes in de serie “Sharing is Caring” wordt het doodnormale tot kunst verheven. Want de wereld van nu is niet elitair, er zijn geen hoge drempels meer door de sociale media waarop iedere scheet die dwars zit op een plankje wordt vast gespijkerd. Is dat het voorland van de nieuwe kunst? De roosters van het spel zeeslag, battleship, krijgt een eigen canvas. Bij het schilderij waarop enkel een kruis staat afgebeeld glimlach ik wanneer ik de titel lees: Here we are.

    Het werk waaraan de tentoonstelling de titel ‘Slap that Jello and watch it Wobble’ dankt toont het vrijwel enige gekleurde schilderij in deze ophanging. Een rode gelatinepudding in een witte vorm siert in olieverf het linnen. Trilpudding noemde ik dat zoete toetje vroeger, omdat de substantie begint te bibberen wanneer je het aansnijdt. In geval van Dinnis slaat hij ertegen en begint het te wiebelen. Achter het tweedimensionale beeld van het dessert bevindt zich in het schilderij een speaker. Met de mobiele telefoon kan de bezoeker deze luidspreker activeren om muziek van een playlist op Sonos of Spotify te beluisteren. Dat doe ik dan ook en zak daarbij terug in de behaaglijkheid van de bank. Zet mijn oren open voor muziek van onder meer Thomas Azier, Israel Nash en Chris Smither. Op de klanken van Det går over droom ik weg naar de neopop in de kunst. De smaak van een pitabroodje komt in mijn mond. Wat een heerlijke tentoonstelling daar in Afslag BLV!

    Slap that Jello and watch it Wobble. Schilderijen van Dinnis van Dijken bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 3 december 2023 tot en met 18 februari 2024.

  • Leren kijken met de ogen van een arend

    Het is met kunst eigenlijk zo dat je moet kijken voordat je iets ziet. Aandachtig het werk beschouwen om te kennen en te herkennen. Heeft het werk jouw concentratie dan kan het communiceren. Het laat jou toe en je kunt het geheim beleven. Met de tekeningen van Gam Bodenhausen is dat niet anders. Gaat de blik er snel langs, merken de ogen niets op. Loop je als bezoeker van Galerie Getekend rond zonder echt te kijken dan sta je gauw weer buiten. Is het wezenlijke je ontgaan. Is er enkel een landschap te zien, denk je, een boom of een steen. Waar is de diepere betekenis vraag jij je af. Worden de lijnen echter secuur gevolgd komt de structuur van de getekende omgeving zichtbaar naar boven. Zie je meer dan je had kunnen denken. Kun je dwalen en verdwalen tussen de imaginaire bergen bij de expositie “In Between Mountains”.

    image

    Dwaalt de blik langs lijnen en krommingen

    Gam Bodenhausen tekent met grafiet in allerlei hardheden. Op die manier kan zij van amper zichtbaar grijs tot duidelijk waarneembaar zwart de tekening uitwerken. In het vlakke beeld ontstaat dan als vanzelf diepte. Doordat velden extra scherp zijn aangezet trekken deze meer de aandacht. Gradaties in de waarneming waardoor details op het eerste gezicht verborgen blijven. Dwaalt de blik langs lijnen en krommingen af dan wordt een nieuwe omgeving ontdekt. Opent zich de tekening als het ware. Bij het werk van Bodenhausen is het vooral de manier van kijken die het gevoel voor finesse ervan laat zien. In een tableau bestaande uit negen vellen papier bijvoorbeeld herken ik een boom. Grillig gevormd met een wirwar aan kale takken, denk ik. Maar kijk ik beter merk ik kleine vogels tussen het hout. De weergave van deze boom is een flagrant voorbeeld om bij kunst beter te leren kijken. Er gaat een wereld voor je open wanneer de tijd genomen wordt om te zien.

    image

    Meer tonen dan het origineel laat zien

    De tekenaar heeft vooral het landschap als inspiratiebron. De natuur is bij Gam Bodenhausen nooit ver weg. Hoewel de getekende omgeving bedacht lijkt is deze de ondergrond waarop het werk kan groeien. Het grote geheel is overzichtelijk en lijkt onherbergzaam, onbewoonbaar. De kunstenaar richt zich op en tot details om de tekening voor het oog leefbaar te maken. Gam maakt eerst foto’s van de haar inspirerende landschappen of delen daarvan. Werkt deze later uit in de tekening op papier. Die afbeeldingen lijken één op één overgenomen in de tekeningen. Het is echter net alsof Bodenhausen meer toont dan het origineel laat zien. Alsof er meer vegetatie op de rotsbodem is dan dat er werkelijk groeit. Maar de oplettende kijker ziet al die lijnen en vlakken van grassen en mossen, van struiken en andere bodembedekkers terug op de bergflank, de rotswand en in de vallei. Enkel zie ik vluchtig het grote geheel en merk dat detail niet op. In haar tekeningen maakt Bodenhausen mij opmerkzaam. Merk ik opeens de veelvormigheid van de vegetatie op. Waar ik enkelvoud zie heerst veelvoud. Zo leer ik ook in de werkelijkheid beter kijken. 

    Bodenhausen volgt de lijnen in stenen. Legt de structuren die korstmossen op rotsen hebben uitgezet vast. Ze onderzoekt de ordening van de natuur. Inspecteert het systeem dat de mens ervan heeft gemaakt. Als een landmeter taxeert zij de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte, het gevoel en de beleving. Brengt de uitkomsten over op papier met als resultaat een fijnzinnige tekening. In een groot werk lijkt vegetatie door het gaas van een hek gegroeid. Een werkstuk waarvoor landschapsarchitect en stenen-stapelaar Louis le Roy warm zou lopen: de natuur breekt af en drukt het werk van mensenhanden opzij. De wildernis overwoekert de structuur.

    image

    De manier van kijken om te ontdekken

    Niet altijd is het even duidelijk wat zichtbaar is. In alle composities van Gam Bodenhausen is het zaak bij de les te blijven. Door te dringen in de tekening om te weten wat het onderwerp van inspiratie precies is. Het werk te doorgronden om de basis te kennen. Het landschap heeft soms wel het karakter van de deinende zeespiegel waar uit een rotsblok omhoog piekt. Het water golft en spat transparant om de massieve materie. Vooral door de afwisseling van hard en zacht grafiet maakt de tekenaar het werkstuk levendig. De afbeelding stijgt boven de zichtbaarheid uit en laat een nieuwe wereld zien. Een landschap dat uit de werkelijkheid is gefilterd. De kleuren zijn weggelaten en enkel de structuur van lijnen vormt het getekende beeld. 

    Het is de manier van kijken om te ontdekken. Zien is nog geen beleven. Om de kunst te ondergaan, te weten dat het meer is dan een afbeelding van de werkelijkheid – een kopie van het zichtbare, gaat het verstand als het ware op nul en de blik bij wijze van spreken op oneindig. Maar wel met een scherp oog om de bezieling achter het detail op te merken. Zoals de arend bidt. Schouwt vanuit de lucht wat tussen struiken en in hoog gras aan prooi is. Geeft zijn ogen aandachtig de kost om scharrelaars in het hakhout te ontdekken. Laat mij die roofvogel zijn. Met arendsogen de compositie beschouwen. Speuren naar leven tussen de grafietlijnen. De ziel van de tekening ontdekken.

    In Between Mountains. Expositie tekeningen van Gam Bodenhausen bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Te zien van 12 november 2023 tot en met 7 januari 2024.

  • De wereld in beweging bij Galerie Noord

    Het schijnt een complete chaos. Een volslagen desorganisatie. Alsof de totale atmosfeer is ontploft en er overal delen rondslingeren. De dirigent heeft zijn bok verlaten, het orkest rotzooit maar wat aan zonder zijn leiding. De noten vliegen in het rond. De kok roert in een pan groentesoep, de ingrediënten mengen zich onwillekeurig. Maar het resultaat smaakt. Het is de wanorde die ik denk te zien, omdat ik niet goed kijk. De schijnbare disharmonie is echter wel degelijk door Anneke Wilbrink in haar werk gestructureerd. Zij is het die mij eigenzinnige en koppige beelden voorschotelt. Mij een omgeving toont die boven de werkelijkheid zweeft, maar niet surrealistisch is. Het complexe van los schijnende onderdelen leidt door haar handen niet tot verwarring. Het is een paradox, de potpourri smaakt naar meer. De wanorde schept schoonheid.

    Een gelaagd landschap

    Want kijk ik goed en beter naar haar werk in Galerie Noord zie ik een netwerk waarlangs details zich bewegen. De soepgroenten volgen de pollepel als het ware. Er is een gelaagd landschap te beschouwen. Een smakelijke soep gebrouwen. De vlakken en lijnen zijn op elkaar afgestemd, de kleuren klinken zuiver. De zwevende noten vormen in de kakafonie van geluid toch een melodie. De chaos is gecoördineerd, de wanorde is in orde.

    image

    De schilderijen van Anneke Wilbrink zijn overigens bedroevend actuele composities, helemaal van deze tijd. De aarde ligt op dit moment juist zo werkelijk als zij dit weergeeft uit elkaar. De globe is een rotte appel, een beurse kool. Helemaal van haar oorsprong afgedreven, los van de basis gezongen. Een knullige knoeiboel gemaakt van de eens schone schepping. Die teringzooi mag dan als inspiratie dienen, de kunstenaar wil daar een positieve levendigheid tegenover zetten. In het samenspel van vlakken, lijnen en kleuren in Wilbrink’s werk is geen zekere maar een ware eenheid te herkennen. 

    Structuur is in evenwicht

    De warboel ademt tegenstellingen die in de natuur bestaan. Die ons natuurlijk schijnen en normaal overkomen. Wij herkennen ze niet als zodanig, omdat we wel zien maar niet kijken. Wel waarnemen maar niet beseffen. Door de manier van werken is een afgemeten ruimte ontstaan, een grootte die amper verder reikt dan de einder van mijn kijkzicht. In gedachten baan ik me een weg door de jungle van vlakken en lijnen. Wanneer ik in totaliteit de details beschouw gaat er een wereld voor me open. De ene actie in het schilderij volgt de andere op, lijkt tegengesteld maar vult elkaar synchroon aan. De structuur is in evenwicht, het is een genot dit te beschouwen. Zoals de groentesoep zalig smaakt. De troebele melodie prachtig klinkt. 

    image

    Anneke Wilbrink beeldt in haar werk de disharmonie van de huidige wereld van zich af. Het is haar manier om met de individuele onmacht met betrekking tot menselijk onrecht, aardse vervuiling, landelijke vernietiging, destructie van het leven en eindigheid van de wereld om te kunnen gaan. Ze heeft geen antwoorden op vragen. Verwerkt haar onvermogen in vermogen er iets aan te doen. Een steentje bij te dragen met haar kunst. Als kunstenaar kan ze haar zorg in beelden wereldkundig maken. De mensen tonen dat er in de wanorde en ontreddering eenheid gevonden kan worden. Dat in de drukte en het lawaai rustpunten zijn.

    Uitzien naar de toekomst

    Een huis om in te schuilen. Een boot om te verdwijnen. Een huis als een strandwachterswoning, op de uitkijk naar betere tijden. In te springen zodra de lucht opklaart, de zee aanzwelt in het getij. De boot waarin je kunt vertrekken naar verre horizonnen, nieuwe werelden. Voor de één kan dat recreatie zijn om tot rust te komen op het water, een aangenaam verpozen. Voor de ander is dat het recreëren van een nieuw leven aan de overzijde van dat water. Voor deze ene is de boot het rustpunt. Voor die andere is de boot het middel dat rustpunt te bereiken.

    image

    Het is Anneke Wilbrink onmogelijk gezien de huidige wereldse warboel nog een poëtisch landschap te schilderen. Een idyllische omgeving te verbeelden, een romantisch plaatje te maken. Deze doet zich namelijk nergens nog voor is haar mening, alles is vertrapt, verpest en geschonden. Niet enkel de zichtbare werkelijkheid, maar ook de abstracte realiteit, hult zich in een smerige nevel. Ze wil daarom geen sfeer scheppen die van gisteren is. Zij wil uitzien naar de toekomst door vandaag de schoonheid van de wereld een stukje meer zichtbaar te maken. 

    Ondanks haar gevoel voor esthetiek, de verbeelding van licht en hoop in haar schilderijen, is er wel disharmonie en destructie, rauwheid en donkerte in te zien. Voor die tegenstelling loopt ze niet weg, dat moet getoond worden. Maar het is geen vertoning geworden die kant noch wal raakt. Er is eenheid gevonden in veelheid. De zichtbare werkelijkheid vermengt met het abstracte gevoel bij het waarneembare. De emotie lijkt aan gruzelementen, maar ligt dik boven op de verbeelding. Kijkend buiten in het landschap schieten mij allerlei gedachten door het hoofd. Sluit ik mijn ogen dan projecteren zich diverse ongeziene beelden op mijn oogleden. De werkelijkheid maakt gevoelens los die droombeelden scheppen. Dt is waar ik naar kijk wanneer ik de schilderijen van Anneke Wilbrink zie.

    image

    Eigenlijk hebben de beelden geen woorden nodig. De beeltenis kan voor zichzelf spreken en zegt meer dan duizend woorden. Daarom is er een denkbeeldige grens tussen het beeld en de omschrijving. Een scheidslijn die spraak aan de kant en buiten beeld zet. De kunst van Wilbrink is nauwelijks in woorden te vatten, het beeld is zichtbaar duidelijk genoeg. Hoewel het al een complete chaos lijkt schept het verhaal erbij nog meer verwarring. Het verdient geen uitleg, dan verdwijnt de magie. Het is te mooi om waar te zijn en daarom is het kunst, een afbeelding van de werkelijkheid waarin het zichtbare en het voelbare welhaast een hoorbare ruimte creëert. Eens geproefd, smaakt het naar meer. Kijk beter, zie werkelijk.

    Floating World. Tentoonstelling schilderijen van Anneke Wilbrink bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Te zien 25 november tot en met 21 december 2023.