Tag: Feico Hoekstra

  • Het grensgebied van Fries landschap en Amerikaans stadsgezicht

    Marije Bouman brengt abstract poëtisch werk dat voortkomt uit de passie voor de natuur. De composities relateren aan wolkenluchten en landschappen. In enkele gebaren is de verf in het beeld gezet. Acrylverf op rijstpapier op doek, aquarelverf op papier. Het betreffen een grensgebied. Het terrein tussen droom en werkelijkheid. Het niemandsland tussen abstractie en realiteit. Een omgeving die zich voordoet in gedachten bij het zichtbare onderwerp. Kijk in het rond, aandachtig naar wat je ziet. Sluit de ogen, dan verschijnt dit beeld op het netvlies. Als het ware een projectie achter de oogleden. 

    Marije Bouman, Alta Bosca

    De schilderijen van Marije Bouman, zoals te zien bij galerie Alta Bosca in Gorredijk, zijn gezet in zachte pasteltinten. Nergens bederft een donderslag bij heldere hemel de atmosfeer. Het wolkige aanbrengen van de verf straalt tederheid uit en liefde voor de materie. In gemengde techniek op papier kan de kunstenaar feller uit de hoek komen. Ook de aquarel heeft een aangescherpte tong. Wanneer Bouman de abstractie verlaat om in realiteit aan te spreken, zie ik minder gedicht en meer verhaal. Dan wordt de poëzie van de schepping het proza van het landschap. De dichterlijke vrijheid is een verhalende non-fictie geworden. Ik denk een golf in de branding te zien. Een monumentale wolk boven dat Friese dorp aan de horizon. Een beekje tussen groen, een paadje in het bos. 

    De ruimte van het landschap

    De werken van Marije Bouman stemmen verlangend. Een heimwee naar hoe aangenaam en aantrekkelijk de natuur kan zijn. Zonder besmetting en vervuiling door het actuele misbruik van de aarde. Zo zoals het was en waarvan we kennisnemen hoe het kan zijn, nog. Bouman ervaart de ruimte van het landschap. De oneindige beweeglijkheid van water, licht en lucht, de natuur. Iedere dag oogt het verschillend en ziet ze andere dingen. Het water ligt nooit stil. De lucht is nooit hetzelfde. Het licht valt altijd anders. Een weerspiegeling van iets ongrijpbaars dat heel werkelijk is. In haar werk probeert ze dit ongrijpbare begrijpelijk te maken. 

    Marije Bouman, Ids Willemsma, Alta Bosca

    Die tere verwerking van het landschap staat in schril contrast met de stalen objecten van Ids Willemsma. In dezelfde expositieruimte zijn twee van zijn werken op sokkels neergezet. Feitelijk horen ze niet bij de tentoonstelling, maar zijn er wel in zichtbaar. Ze vallen stevig op en passen zich door de tegenstelling juist wonderwel aan. Bij Alta Bosca staan een danser gestileerd in staal, en vleugels met veren van ijzer. Willemsma is een meester in het vereenvoudigen van meervoudige voorstellingen. Een enkele beweging van het lichaam kan voldoende zijn om te smeden in staal. Dynamische abstractie, het vrije vers in cortenstaal.

    Schilder Martin de Jong houdt van steden. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Zijn schilderijen zijn geïnspireerd op New York, het zijn portretten van deze metropool. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn. Er hangen enkele van deze composities in Alta Bosca. Maar De Jong toont daar voornamelijk zijn recente werk onder de noemer ARK, gereedschap. Het doek en penseel heeft hij aan de kant gelegd. Hij gebruikt het materiaal voor houtbewerking dat zijn overleden vader hem naliet. Deze erfenis is voor Martin het begin van nieuwe inzichten en een gewijzigde manier van werken. 

    Martin de Jong, Alta Bosca

    De wandobjecten ademen de stad

    De schilder kan als timmerman ruimtelijk werken. Eerder schilderde hij bouwvolumes, nu zaagt en timmert hij de afmetingen uit planken. Hout is na de verf zijn taal van spreken geworden. Eerst heeft hij zich het ambacht van zijn vader eigen gemaakt. Daarin zag hij een kans om de afstand die hij had gevoeld tussen hemzelf – de kunstenaar – en zijn vader – een man van ambacht en traditie – alsnog te verkleinen, schijft Feico Hoekstra in de catalogus bij de tentoonstelling. “Houten stadsgezichten maken, dat ging hij doen. Iets in de geest van dat stadsgrachtje aan de muur van zijn atelier, een staaltje inlegwerk van de oude De Jong.” Niet meteen kent hij de weg in het hout. Onwennig begint hij eenvoudig te werken in een enkele laag als maakt hij een tekening. Gaandeweg raakt hij handig en kunnen er meer lagen bij komen. Hij raakt gedreven en bedreven. “De paradox is dat hij met verf en kwast elk probleem de baas was, maar zich nu zonder zijn vertrouwde materiaal en gereedschap veel vrijer voelt.”

    Martin de Jong, Alta Bosca

    De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverft met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. Bij de meest rudimentaire vormen zijn de kruiskopschroeven storend zichtbaar. Met de huid van hars krijgt het materiaal een industrieel karakter. Dan is het stadium van experimenteren en uitproberen voorbij. De schetsen in hout zijn gemaakt. Het echte werk kan beginnen. Hij neemt afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers ontstaat een soort van kroonluchter. Met behulp van een motortje aan het plafond kan de mobile draaien. Door dat bewegen in de ruimte wisselen de perspectieven en valt de aanleiding voor de vorm amper nog op. 

    ALTA BOSCA, galerie. Marije Bouman, schilderijen en aquarellen. Martin de Jong, objecten en schilderijen. Tot en met 9 juli 2023. 

    ARK, goed gereedschap is het halve werk. Martin de Jong. Tekst Feico Hoekstra. Uitgave in eigen beheer, 2023.

  • Van grijze stadsschilder tot zonnig colorist

    Wim Oepts en de schilders van het zonnige zuiden. Zo luidt de titel van het boek dat is uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling van het werk van kunstenaar Oepts bij Museum JAN te Amstelveen. Kunsthistoricus Feico Hoekstra is in het schilderleven van deze Amsterdammer gedoken en is met een vlot geschreven relaas over zijn werken boven water  gekomen. Oepts is als kunstenaar autodidact. Ondanks zijn opleiding tot en werk als machinetekenaar gaat zijn hart uit naar de kunst. Eerst maakt hij grafiek, hout- en linoleumsnedes. Wanneer zijn werk onder de aandacht komt van schilderes Charley Toorop is zijn kostje als kunstenaar min of meer gekocht. Zij daagt hem uit met olieverf te werken en dit wordt voortaan zijn medium.

    Hoewel op de hoogte van en geïnteresseerd in andere stromingen dan waar hij zich in beweegt blijft hij zijn hele leven bij zichzelf. Ondanks dat  is er ontwikkeling in zijn werk te zien. Wel versimpelt hij zijn onderwerp, maar wordt nooit een abstract werkend kunstenaar. Vooral het landschap heeft zijn voorkeur. Eerst nog naar de natuur geschilderd, later krijgt het expressionistische trekken met geabstraheerde details. Het over het algemeen zonovergoten landschap krijgt kleur naar het gevoel, of de herinnering van de emotie die de schilder toen daar had. Want en plein air zit hij niet te schilderen, wel maakt Oepts talloze schetsen in potlood op papier van de omgeving – in de zomer – en werkt deze in de winter uit op doek met verf. Meerdere schetsen kunnen tot een enkel werk leiden, dus een precieze plek kan zelden worden aangewezen. Eigenlijk is het schilderij een bewerkte collage van geschetste indrukken waarvan de herkomst niet is te achterhalen.

    Wim Oepts

    Sombere figuren, vreugdeloze mensen

    In het begin van zijn carrière als kunstschilder staat Wim Oepts nog onder invloed van de meest bewolkte sfeer van Nederland. De naargeestige indruk van de stad. Hij maakt donkergekleurde straatscénes en stadsgezichten. De schilderijen zijn grauw en grijs getint in de sfeer van met name de Haagse School. “Wie heden ten dage de oeuvrecatalogus van Oepts openslaat op de eerste paar pagina’s bekruipt het gevoel dat de schilder bij de start van zijn kunstenaarschap maar weinig plezier beleefde aan zijn werk”, schrijft auteur Hoekstra daarover. In de duistere tijd voor de tweede wereldoorlog, wanneer Nederland in een diepe economische crisis raakt – de bloeitijd van de werkloosheid – is het palet van de vaderlandse schilderkunst gedoopt in aardkleuren en trieste onderwerpen verschijnen op doek. “Maar zo troosteloos als Oepts de wereld voorstelde deed vrijwel niemand hem na.”

    Sombere figuren, vreugdeloze mensen. Ze keren de kijker de rug toe, zitten triest voor zich uitkijkend aan een terrastafel langs het strand. Oepts is maatschappelijk betrokken en wil dat duiden in zijn kunst, maar is er niet gelukkig mee. Pas wanneer hij naar het zuiden van Frankrijk trekt breekt de zon door in zijn werk. Hij richt zich af van personages in zijn werk en gaat voor het landschap. Nog kan er wel een interieur of een stilleven opduiken, maar over het algemeen kan Oepts gerekend worden tot de landschapschilders. En gaan er dan figuren door het beeld, dan zijn ze onduidelijk of slechts in contour weergegeven.

    Wim Oepts

    Na bevrijding weinig over van inspirerende sfeer

    Voornamelijk werkt de colorist in afzondering. Wanneer een kunstenaarskolonie als Saint Tropez door toeristen wordt ontdekt, trekt Oepts verder naar meer rustige streken om kalm en gestaag aan zijn oeuvre te werken. Natuurlijk heeft hij weet van wat er om hem heen zich in de (kunst)wereld voordoet, maar laat zich er niet door van de wijs brengen en beïnvloeden. Hoewel hij wel stijlen kan overnemen of navolgen die in zijn straatje passen, waar hij zich gelukkig mee en bij voelt. Maar altijd blijft zijn persoonlijke handschrift duidelijk zichtbaar.

    Wim Oepts leeft langs beide oorlogen die Europa in de 20e eeuw teisteren. Van de eerste heeft hij weinig weet omdat deze minder in Nederland speelt, maar voor de tweede gaat hij op de vlucht en steekt via Spanje over naar Engeland. Het kunstleven ligt dan vrijwel stil. De RVD vraagt hem illustraties en affiches te maken om het verzet vanuit overzee te steunen, hij is zodoende een van de weinige officieel aangestelde ‘war artists’. Na de bevrijding blijkt dat er van de inspirerende sfeer in Zuid-Frankrijk weinig over is en de vriendenkring aldaar niet meer bestaat. En ook het kunstleven zoals die er was voor de oorlog verandert erna. Schilders zien “in de gruwelen van de oorlog aanleiding om radicaal afstand te nemen van elke vorm van figuratie en over te gaan op abstractie. Het omarmen door de nazi’s van het klassieke ideaal, terwijl het modernisme ‘entartet’ was verklaard, liet hen geen andere keus.”

    Wim Oepts

    “Eigenlijk heb ik een rotleven gehad, als ik het goed naga”

    Een andere groep gaat vervolgens daar weer tegenin en beschouwt abstracte kunst evengoed als een uiting van een beschaving die met de oorlog zijn bestaansrecht had verloren. Zij laten zich vooral inspireren door de spontane creativiteit van kinderen en geesteszieken. Stond de wereld door de oorlog eerst in brand, na de bevrijding staat de kunst in lichterlaaie. Maar het werk van de experimentelen staat ver van Oepts, hoewel hij zich eerst welwillend opstelt tegenover de voorstellingsloze abstractie. Maar niet lang daarna merkt hij cynisch op dat abstracte kunst een vorm van creatie is die een snelle productie mogelijk maakt. Oepts blijft bij zijn leest en staat kritisch ten opzichte van kunstenaars om hem heen. Hij wordt een gematigd modernist, want laat vereenvoudigde elementen toe in zijn werk maar zal nooit bij de abstractie uitkomen zoals meerdere van zijn tijdgenoten dsat wel als hoger goed zien. “…die eerste prikkel uit de reële wereld was te belangrijk om op te offeren aan het autonome spel van vorm en kleur. Wel werd de grens alsmaar verder opgerekt…”.

    Oepts lijdt aan een verregaande op hemzelf gerichte kritiek waardoor hij vele van zijn werken eigenhandig vernietigd. Hij is niet snel tevreden met wat hij maakt. Daarom is wat hij de kunstwereld heeft nagelaten dus eigenlijk het beste van het betere. Al die andere niet meer bestaande werken zouden voor nu een inkijk op de groei van zijn stijl hebben gegeven. Maar een kijkje in de keuken cq het atelier staat Oepts maar nauwelijks toe. “Eigenlijk heb ik een rotleven gehad, als ik het goed naga”, bekent Oepts in een interview enkele maanden voor zijn overlijden, terugkijkend op zijn leven. “Altijd onrustig, ontevreden over mijn werk. Lekker schilderen, dat is wat een dilettant kan doen. Voor mij was het ploeteren.

    Wim Oepts

    Zijn werk is toegankelijk en raadselachtig

    Schilderen is echter noodzaak voor hem, hij kón niet anders. Het enige wat hem bij dat heilige moeten genoegdoening geeft, volgens Hoekstra, is een resultaat dat de zware toets der zelfkritiek had kunnen doorstaan. Verder merkt de auteur op dat “terugkijkend op zijn artistieke loopbaan je kunt stellen dat Wim Oepts met een bewonderenswaardige volharding steevast zijn eigen koers heeft gevaren, vaak tegen de stroom in”. Steeds kiest hij niet de gemakkelijke weg, maar het pad dat hem het meest zint. Om als kunstenaar zijn eigen unieke vorm te vinden en te behouden, heeft hij zowel fysiek als geestelijk ruimte nodig. “Voor het oordeel van buitenstaanders sloot hij zich zoveel mogelijk af. Alleen het schilderij kon hem vertellen of hij goed zat, al het andere was de waan van de dag.”

    Zijn werk is toegankelijk, maar heeft tegelijkertijd iets raadselachtigs”, schrijft museumdirecteur Marieke Uildriks in haar voorwoord. :”Het balanceert tussen figuratie en abstractie, zonder naar de ene dan wel de andere kant door te slaan.” De catalogus bij de tentoonstelling laat zien dat Wim Oepts niet de enige Nederlandse schilder is die in de 20e eeuw naar Zuid-Frankrijk afreist om daar te gaan werken. Het boek toont werk van meerdere gelijkgestemden. Alle zoeken zij dat bijzonder licht van het Zuiden, waar de zon het landschap blijmoedig laat verkleuren. Feico Hoekstra haalt in zijn verhaal deze tijdgenoten van Oepts aan, beschrijft hoe het daar in Frankrijk tot stand is gekomen en de plaats van Oeps die hij inneemt in de kunstgeschiedenis.

    Wim Oepts

    En nu kan en kunnen wij oordelen of Wim Oepts het goed heeft gezien. In de tentoonstelling van zijn werk bij Museum JAN kan mijn mond open vallen van verbazing over het door hem vastgelegde licht in dat zonnige zuiden. Maar ik kan het ook afdoen als de zoveelste kunstenaar die zich heeft gebogen over het landschap dat niet van hier is en daarom sowieso aantrekkelijk. Maar bladerend door het boek doen de beelden klassiek aan, echter zijn verre van behoudend. In de expressionistische stijl, hangend tegen de abstractie van het modernisme, weet Oepts precies waar hij de klemtonen moet leggen. Op welke momenten waar hij de kijker in zijn werk kan raken. Toen, maar ook nu nog. “Ons enige houvast voor ons is ‘au fond’ af te gaan op dat schokje wat we voelen als de boel ‘sluit’, neem ik de woorden van deze bijzondere kunstenaar in mijn mond. Want zo is het, zo werkt kunst.

    Wim Oepts en de schilders van het zonnige zuiden. Feico Hoekstra. Met een voorwoord van Marieke Uildriks, directeur Museum JAN. Catalogus bij de tentoonstelling. Uitgave Waanders Uitgevers Zwolle / Museum JAN Amstelveen, 2022.

    Wim Oepts