In zijn boek Folkpioniers ontwart Tom Steenbergen de kluwen van het genre folk. Folk is in de muziek van dit moment geen gangbare stroming meer, althans wordt niet onder die naam als zodanig herkent. Het is vandaag de dag singer-songwriter wat de klok slaat. In dat vat worden veel zangers en zangeressen gedumpt. Het heeft echter weinig of niets van doen met wat in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw folk mocht worden genoemd. “Folk is een term uit de vorige eeuw”, memoreert Steenbergen. Het maakt deel uit van zijn leven. Al van jongs af aan, vanaf dat hij als prepuber naar de radio ging luisteren, raakt hij in de ban van wat dan de ontdekkers en beoefenaars zijn van het genre waar Steenbergen nu een boek over heeft geschreven. Het begon als feuilleton in het Platenblad, een wekelijkse bron voor vinylnieuws. Hij schrijft daarvoor een maandelijks hoofdstuk als doorlopend verhaal. Nu zijn deze verhalen gebonden, uitgebreid en aangevuld waar nodig. Hoewel Steenbergen zich diep in de materie heeft ingegraven pretendeert de uitgave geen geschiedenis van de folkmuziek te zijn.

De roots van de folk
In een persoonlijke keuze laat hij diverse muziekgroepen, artiesten en componisten de revue passeren. Verschillende grote namen komen voor het voetlicht. Die waarvan de echte liefhebbers, waaronder ik mijzelf kan rekenen, zullen smullen en watertanden. Want Steenbergen maakte veel van dichtbij mee als organisator van concerten, festivals en tournees, als programmeur van poppodia, manager en platenbaas. Verhalen uit de eerste hand, anekdotes en interessante weetjes waarvan alleen hij als nauw betrokkene op de hoogte kan zijn. Hij deelt ze met mij in zijn boek. En ik zit op de punt van mijn stoel te lezen en de historie op te nemen. Veel van de namen daarvan waarvan ik ook materiaal in de kast heb staan.

Het wil geen verhaal zijn in historisch perspectief, maar een blik werpen vanuit het standpunt van getuige en bewonderaar. Maar natuurlijk is het wel een soortement van geschiedenis. Zoals geschreven laat het diverse grote namen de revue passeren. Beschrijft Steenbergen het begin en het eind van de folk als genre in Nederland en wereldwijd. De oorsprong ligt in de Verenigde Staten, of eigenlijk strekken de wortels zich van daar uit naar Afrika. Het zaad is gestrooid in de binnenlanden van dat continent. Van waaruit de donkere medemens door de blanke mens onder meestal erbarmelijke omstandigheden is weggevoerd naar voor hen overzeese gebieden. Aldaar werden deze gekleurde mensen tot slaaf gemaakt, werd hun menszijn tot op het bot aangetast en vonden zij troost in met name en vooral de muziek. Althans het a capella zingen op de velden waar ze hun zware arbeid moesten verrichten. Deze zang vermengde zich met kerkelijke psalmen en gezangen, werd een genre in de christelijke muziek dat alras door de wereldse werd omarmd. Natuurlijk is dit kort door de bocht en besteedt Tom Steenbergen in zijn boek ruim aandacht aan het ontstaan, de roots van de folk.
Kernboodschap van de folk
Hoewel Steenbergen meer is dan een liefhebber dweept hij in zijn boek niet met het genre. Door zijn bemoeienissen van binnenuit met de scene kan hij vele anekdotes en niet gekende weetjes oplepelen. Het maakt het boek smeuïg om te lezen, daar het geen gerubriceerde opsomming van feiten geworden is. Het belicht wel alle ins en outs van deze muziekstijl. Iedere deur gaat open, elke ingang is begaanbaar. De meest bekende baanbrekers en minder beroemde wegbereiders krijgen naam en toenaam als folkpioniers. En niet enkel de muzikanten zelf, maar ook het hele circus dat de tenten achter hen opslaat. De mensen die stad en land afreisden om oorspronkelijke songs op tape vast te leggen. Songs die in de vroege jaren van mond tot mond gingen werden opgenomen en uitgeschreven en vormden de eerste songbooks met een keur aan originele volksmuziek. Het is de voedingsbodem waaruit folkartiesten als Lead Belly en Woody Guthrie tot voor het genre beeldbepalende hoogte konden groeien. Latere traditioneel geschoeide muzikanten putten dankbaar uit deze verzameling. En ook de akoestische groepen die elektrische bands werden grepen terug op deze boeken. Naast hun eigen werk werden vaak de traditionals herschreven tot nieuwe versies. Een citaat uit het boek geeft de kernboodschap van de folk weer: “… om te ontsnappen aan het dilemma van de moderne verstedelijkte samenleving zien ze de levenswijze van ongecompliceerde mensen op het platteland die met hun voeten in de aarde staan als voorbeeld om hun eigen kern te ontdekken…”

In het genre folk passen de verhalen uit het dagelijkse leven. Folkmuzikanten zijn verhalen vertellers. Zij vertolken ballades als zedenles, verdichten dramatische voorvallen op muziek. Veelal ontsproten uit de fantasie, maar ook wel de realiteit als uitgangspunt nemend. Alsof de minstreel tot leven komt die het verhaal op muziek heeft gezet, ter leering ende vermaeck. Maar ook is het genre folk geschikt voor het protestlied. Met een gitaar en een stem kan stemming gemaakt worden. Bob Dylan en Joan Baez zijn daarvan exemplarische voorbeelden. En dichterbij huis Armand en in mindere mate Boudewijn de Groot, want enkel met ‘Welterusten meneer de president’ zag Boudewijn zichzelf niet als protesterend zanger. Steenbergen ruimt op zijn onnavolgbare manier hoofdstukken in voor de grote en klinkende namen. Hij schrijft als het ware een biografie in een notendop, een korte levensbeschrijving toegespitst op het onderwerp van zijn boek.

Niet alleen beschrijving van genre folk
De folk is een smeltkroes van musici, muzikanten en groepen. In eerste instantie welhaast ondergesneeuwd door de popmuziek. Maar met dat Dylan de elektrische gitaar ter hand neemt verliest hij daarmee zijn trouwe aanhang maar spreekt een nieuw publiek aan. De folkmuziek raakt geïntegreerd in de pop en de rock. Speelt zich daarmee meer in de picture. In Amerika werd voortgeborduurd op de zwarte muziek, terwijl in Engeland en Ierland de traditionele muziek vanuit de late middeleeuwen een eigentijdse sound kreeg. En Nederland volgt op een afstandje, zoals meestal. Eerst door de muziek van overzee na te spelen en later de eigen volksmuziek in een nieuwe jas te steken.
Tom Steenbergen beschrijft het in zijn boek nauwkeurig. Somtijds is het alsof ik naast hem zit wanneer hij aan de knoppen draait. Hij brengt in zijn boek een ode aan de veelal legendarische artiesten en hun folkmuziek. De uitgave brengt vele voor de huidige generatie welhaast vergeten namen naar boven. Geïllustreerd met een groot aantal afbeeldingen van artiesten, concerten, platenhoezen en andere memorabilia. Het is een standaardwerk dat in de boekenkast van elk zichzelf respecterende muziekliefhebber thuis hoort. Want het is niet alleen slechts een beschrijving van het genre folk. Steenbergen zet lijnen uit naar andere stromingen en legt verbanden met meerdere bewegingen en richtingen. Zijn doel deze bijzondere oorspronkelijke muziek uit vroeger jaren niet voorgoed in de vergetelheid te laten verdwijnen is mijns inziens gehaald. Meer dan. “Mijn boek is een reis langs die mooie jaren ’60 en ’70 met zijn prachtige muziek die nog steeds een grote inspiratiebron is voor veel hedendaagse singer-songwriters.” Waarvan akte.
De conclusie in de verantwoording aan het slot van het boek is de meest interessante stelling. Namelijk dat de huidige generatie artiesten die zich singer-songwriter noemen schatplichtig zijn aan die muzikanten van toen op ontdekkingstocht door het genre folk. Zij legden paden aan die de musici van nu betreden. En, evenzo belangrijk, is het dat de folky pas artiest is wanneer deze zelf geschreven materiaal op de planken brengt. De tirade van Tom Steenbergen als moderne Don Quichot tegen De beste Zangers en De vrienden van Amstel mogen daar duidelijk over zijn.
Folkpioniers, van roots en folk naar folkrock en singer-songwriters. Tom Steenbergen. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2023.
