Tag: Frie J. Jacobs

  • Briesjes van verbeelding in visuele partituren

    And in the naked light, I saw / ten thousand people, maybe more / people talking without speaking / people hearing without listening / people writing songs that voices never shared / no one dared / disturb the sound of silence.” Paul Simon probeerde al eens de stilte geluid te geven in een song. Het gaat in zijn lied om de stilte die valt wanneer mensen emotioneel niet met elkaar kunnen communiceren. Niet weten wat te zeggen en de stilte om te snijden is zo hard. Frie J. Jacobs roert in zijn werk een ander soort stilte aan. Een stilte die zacht is als het geruis van de wind, hoewel stilte een geluid van niets heeft. Stilte is het wit van het papier dat Jacobs voor zijn tekeningen gebruikt. Zodra hij daar een lijn op zet heeft de stilte geluid, heeft het een middel te spreken. “Silence is the canvas on which I paint my music”, zei componist Morton Feldman hem voor. Dus zoekt Jacobs naar een taal voor de taal, een taal die er altijd was, maar waarmee we het contact zijn kwijtgeraakt. Die zoektocht schuurt echter wel aan tegen wat Simon verklankt.

    Geluid van niets is stilte

    De stilte traceren dat is wat Frie Jacobs doet. Geluidloosheid opsporen. En dan de rust uittekenen. Stilte is iets dat node wordt gezocht. Nauwelijks nog te vinden, hier. Op deze plek in de westerse wereld. En in de westerse mens zelf. Eens heb ik het gevonden in een klooster. Nu verlaten door de monniken en ingenomen door een nieuwe lichting. Is de stilte gebleven of is deze mee vertrokken naar elders? Ik ben onwetend wanneer ik niet terugkeer naar daar, en de rust zoek van de overleden broeders in hun graven. Op die plek toen daar heb ik het geluid van stilte ervaren, het niets zonder geluid.

    Het geluid van niets is dus stilte. Dat is maar moeilijk te bevatten, het niets. Daar is nauwelijks mee om te gaan, daarom heeft de mens geluid verzonnen. Een gesproken woord om de stilte te doorbreken, de leegte te vullen. Een schreeuw uit onzekerheid. Een roep om het zijn aan te geven, gillend het bestaan te bevestigen. Om de stilte uit te drukken, geluid te geven, zichtbaar te maken, heeft Frie J. Jacobs een beeldende taal gevonden. Er is onhoorbaar een lichte golfbeweging in de natuurkundige atmosfeer, dat fluisterend de stilte zwijgt. Dat heeft Jacobs nagegaan en afgetekend. Die klanken krijgen vorm in zijn tekeningen. Geluid kan geregistreerd en genoteerd worden. In de opvatting van deze kunstenaar kan aldus ook de stilte opgeschreven worden. Zo kan de stilte tot klinken worden gebracht, tot een muziekstuk worden gevormd.

    Er klinkt geen muziek

    De quote van Feldman op de eerste bladzij van zijn boek ‘Tracing stillness, visuele partituren’ staat symbool en is kenmerkend voor het werk van Frie Jacobs. Dat canvas is het papier, het schilderen is zijn tekenen, maar de stilte is universeel. In zijn werkstukken houdt de kunstenaar wel de strakke lijn van de notenbalk aan. Dartelt dan door de lijnen heen, boven en onder, er tussendoor, maar blijft de weg van begin tot eind netjes volgen. Van intro tot finale. Van opmaat tot afslag. In die orde staat voor Jacobs weinig vast. Eerst is er nog regelmaat in het verwerken van plantendelen, wanneer hij in de zoektocht naar de juiste vorm en uitdrukking de idee van het notenschrift los-vast volgt. Dan maken stengels en bloemen nog de notering. Later bij het vinden van duidelijkheid laat hij die onregelmatige regelmaat los en stelt de tijd aan als dirigent, vuur en water als het orkest.

    Er klinkt echter geen muziek, zoals de (normale) partituur ook een levenloos stil bedrukt papier is. Het komt dan tot leven wanneer de dirigent aftikt en de musici de instrumenten volgens voorschrift laten klinken. Bij de visuele partituur van Jacobs ben ik de dirigent, laat ik de verwaaide noten klinken in mijn hoofd. Denkend aan een klanklandschap hoor ik de vogels fluiten en insecten zoemen, de wind laat zich langs de takken horen, water kabbelt door de beek. Ik geef de stilte geluid, er vormt zich in mijn hoofd een soundscape. Annemarie Peeters schrijft dat in haar interview met de kunstenaar zo beeldend: ogen beginnen te luisteren en oren beginnen te kijken. Zo beschouw ik de composities van Jacobs. Stil voor mij uit, maar in gedachten klinken de cimbalen en slaat de trom.

    Verbeelde partituur

    Het notenschrift is een ordelijke aanwijzing, hoe de muziek moet klinken volgens de componist. Met richtlijnen voor dirigent en muzikant. Maar deze kunnen weinig kanten op dan nauwkeurig de instructie op te volgen. Het gevoel bij het spel kan echter wel een persoonlijke tint krijgen, los van de tempoaanduiding. Waar bijvoorbeeld zeer levendig staat, allegro con brio, zou de dirigent gematigd, allegro moderato, kunnen laten spelen. Maar de compositie klinkt in iedere vorm zoals het bedoeld is. Pas wanneer er een arrangement wordt gemaakt kan er van de rechte weg worden afgeweken. Hoe de partituur van Jacobs klinkt is aan de muzikant. De kunstenaar heeft niets voorgeschreven, niets aangegeven als handleiding of vingerwijzing. Het is een aanzet zoals Philip Glass dat in zijn werk heeft gedaan. Daarop kan de muzikant verder improviseren. Jacobs heeft zelf bij het componeren ook geen klanken gehoord. Heeft het werk benaderd als een kunstwerk, het is stil, een registratie van de stilte. Hij noteert de stilte die pas tot klinken komt wanneer de muzikant er de ogen en oren op los laat. Het zal Jacobs verrassen.

    Zo worden ook wel klankbeelden gemaakt bij bestaande schilderijen. Een interpretatie van kleur en vlak in noot en toon. Hoe klinkt een afbeelding. Maar Jacobs heeft toch een soort van klanken genoteerd. Heeft een voorzet gegeven waarop de tijd  reageren en improviseren. Daar hoort geen beeld bij, geen afbeelding. De visuele partituur is het beeld, het kunstwerk. Water in de vorm van regen vervormd het schrift, de wind als kalme bries geeft een richting aan de emotie. De partituur is een manier om een muzikale compositie te noteren en te communiceren. Op papier lijkt de muziek abstract, maar zodra de noten tonen krijgen komt datgene wat de componist voor ogen en in oren had tot realisatie.

    “Ik maak geen muziek, ik maak beelden”

    Toen de beeldende kunst aan het begin van de 20ste eeuw zich begon te verwijderen van de figuratie kreeg zij iets gemeen met de muziek: abstractie”, schrijft Frie Jacobs in de uitgave ‘Tracing Stillness’ wanneer hij kort ingaat op het ontstaan van de visuele partituur. Met het zelf noteren van de stilte balanceert de kunstenaar op het snijpunt van natuur, poëzie, muziek en beeldende kunst. “Ik begrijp elk kunstwerk – of het nu een tekening, schilderij of visuele partituur is – als een poëtische bron voor de toeschouwer.” Zijn partituren ontstaan als beeldend werk, waar in eerste instantie geen geluid aan te pas komt. Te lezen als een ode aan de verbeelding, want dat heeft de uitvoerder van het werk nodig: verbeeldingskracht. “Ik maak geen muziek, ik maak beelden”, zegt hij. De beelden ontstaan uit de stilte en het observeren van de natuur. Het zijn briesjes van verbeelding. De uitvoering heeft geen voorbereiding nodig, het kan a prima vista klinken. “Al mijn partituren worden geboren uit stilte.

    Tracing stillness, visuele partituren. Frie J. Jacobs. Uitgave Foundation F, 2024.

  • De gebrande verstilling in het werk van Frie J. Jacobs

    Net als de natuur zich ieder jaar en elk seizoen vernieuwd, zo vindt kunstenaar Frie J.Jacobs zichzelf telkens opnieuw uit. Deze kenschets van de kunstige duizendpoot tref ik ergens op internet aan. Ik zet een zoekmachine op zijn naam. Ik ontving namelijk op mijn verzoek van hem een boek om te beschouwen: Stiltenisse. Zijn kunst spreekt mij aan. Maar hem ken ik niet. Nu is het niet echt belangrijk om de mens achter de kunst te kennen, want het werk heeft genoeg kracht om autonoom zichzelf uit te leggen. Het verhaal achter de kunst is over het algemeen ballast, die een inleving en de beleving in de weg kunnen staan.

    Toch wilde ik graag de mens kennen. Ook al omdat hij een onorthodoxe manier van werken heeft. Hoe komen zijn werken tot stand. Wat is het mysterie. Ook dat behoef je niet te weten om de kunst op waarde te beschouwen. Je hoeft de lagen niet te ontrafelen om het resultaat te doorgronden. Toch wekte het mijn interesse.

    Interdisciplinair kunstenaar

    In zijn kunst herken ik een overeenkomst met die andere Belgische kunstenaar, namelijk Yves Beaumont. Ook hij laat door het landschap een meditatieve stilte zinderen in de dromerige atmosfeer. Eens schreef ik over zijn werk: “Door de ogen toe te knijpen om het beeld te bevatten wordt die stemming tot realiteit. Sluit je de blik af dan blijft het beeld naklinken achter de oogleden. De indruk blijft op het netvlies staan, omdat de schildering eenvoud is en daardoor onder de aandacht blijft. Na de eerste scheppingsdag waart er rust over de wateren, zweeft de geest naar de einder.” Bijna kan ik deze woorden één op één leggen op het werk van Jacobs, want ik merk die sfeer in het mij van hem voorliggende werk. Maar Jacobs gaat verder. Hij blijft niet hangen in het landschap, maar stijgt boven de atmosfeer uit.

    Zijn website geeft aan dat hij een interdisciplinair kunstenaar is. Hij schildert, tekent, maakt driedimensionale en digitale werken, in-situ interventies, visuele partituren, handgemaakte kunstenaarsboeken en soundscapes voor video’s. Daarvoor gebruikt hij vrijwel alles wat in de natuur voorkomt en aan hem voorhanden is. Maar werkt ook met de traditionele schildermaterie acryl en olieverf. En bedient zich daarnaast van fotografie en video. Hij is kortom van veel (kunst)markten thuis.

    Frie J. Jacobs

    Frie Jacobs werkt dus in verschillende disciplines met materialen rechtstreeks uit de natuur. Hij gebruikt zaden van planten en bomen. Hij gebruikt hars en bijenwas, gedroogde bloemen. Hij ontwikkelt daar nieuwe beeldtechnieken van om er onder meer beeldpoëzie of eigenlijk muzikale kunst mee te maken. Op niet aangegeven notenbalken legt hij zaden en takjes uit en maakt aldus een partituur voor even welk instrument. Een etude, een suite of een symfonie. Het klinkt mij als muziek in de ogen. De composities zetten zich op tussen de regels door. Ook wel verwaaien de noten als tonen in de wind. Of branden de maten zich aan tertsen en in vierkwarten. Het is een dartel geheel zonder mollen, met enkel kruisen. Een poëtische vertelling in beeld. Een dans van kersensap. Geroeste regendruppels. Jacobs wendt iedere bruikbare materie aan om kunst te maken.

    Verhelderend essay

    Doctor in de musicologie en artistiek coördinator Jelle Dierickx heeft zich door de kunstzinnige muzieknotaties van Jacobs laten inspireren tot een poëtische sculptuur met dichterlijke vrijheid. Rond oude dansen heeft hij zijn interpretatie van de visuele muziek opgebouwd. In de ‘Suite voor Vuur, Wind en Houtskool’ bezingt hij de aanschouwelijke bladmuziek. Zijn gedicht is opgenomen in het boek ‘Stiltenisse’. Het voorwoord op de beeltenissen is geschreven door dichter/schrijver Inge Braeckman. Zij leidt mij naar de diepere betekenissen van de navolgende composities in een verhelderend essay.

    Frie J. Jacobs

    Verstild raken de composities gemaakt met vuur en wind, maar ook wel met houtskool op doek. Zelden gebruikt een kunstenaar zo bewust natuurlijke elementen om kunstwerken te maken. Ook hanteert Jacobs nog de andere grondstoffen, aarde en water, om het kwartet compleet te maken in zijn hogere kunst en diepzinnig spel. Ik stel me zo voor dat wanneer de vlammen zich over het doek bewegen Jacobs er met zijn adem een lichte bries door laat gaan. Zodat het vuur oplaait en zich daarna weer neer geeft. Niet zo’n harde wind dat het vuur dooft, maar een zachte ademtocht die de vlam over de compositie stuurt. De wereldse bouwsteen tekent een landschappelijke figuratie. Want dat is wat ik zie, een gedacht landschap. Op de aarde, maar ook in de hemel daarboven. Veel en vaak loopt Jacobs als het ware met zijn hoofd in de wolken om de hemelse sfeer te raken.

    Het licht zoeken

    Vooral wanneer hij dat landschappelijke beeld loslaat en er bovenuit stijgt. Door de wolken zweeft, het hier en nu verlaat, beweegt de emotie met hem mee. Hij ruikt de wolken, maar kan de ijle lucht niet vasthouden. De wind blaast hem verhalen in. Hij zoekt het licht en vindt de schaduw. De composities zijn rustgevend, welhaast meditatief. Bij een muziekcompositie sluit je de ogen om de glans ervan te ervaren. Dit werkt hier net andersom, want met de ogen dicht kun je het werk niet ondervinden. Maar toch, sluit je ze wel, dan echoot het werk achter de oogleden en weerklinkt in gedachten. Het beeld etst zich op het gezichtsveld, nadat je de ogen de kost hebt gegeven. Het beeld verandert niet, want het is al een gedachte, het is al een schim van wat het in werkelijkheid is.

    Frie J. Jacobs

    Naast deze sfeerbeelden laat Frie J. Jacobs in zijn boek “Stiltenisse” mij ook nog de techniek van druipend vuur en het werken met maanzaad op papier zien. Het laatste is een statisch geheel, een stilstaand beeld, terwijl het eerste volop in beweging is, even dynamisch als het beeldmerk van de muzikale poëzie. Een subtiele uitwerking in natuurlijke materialen. Van zijn andere disciplines vind ik in het boek niets terug, maar deze reproducties zeggen mij al genoeg over hoe Jacobs in het leven en de kunst staat. Op zijn website ontdek ik meer, dit platform leent zich beter voor bijvoorbeeld video. In de fotografie zie ik eenzelfde zoektocht naar het mysterie tussen hemel en aarde, licht en schaduw, ijle lucht en adembenemende nevel. Ook lees ik zijn poëzie, die een nadere beschouwing verdient.

    Frie J. Jacobs

    Stiltenisse. Een niet bestaand woord, dacht ik. Misschien geplukt uit de mooie taal van onze zuiderburen, vanuit het Nederlandse taalgebied gezien. Een stilte die beleeft wordt in afzondering, de heremiet in zijn cel, zijn nis. Kijkt uit over de velden, richt zijn blik op de hemel en gaat meditatief in gebed. Maar niets daarvan. Het woord vindt ik terug in de “Kleine filosofie van de Stilte” van de Vlaamse cultuurfilosoof Antoon van den Braembussche. Hij schrijft: “Er waren ooit in het Nederlands prachtige woorden voor stilte die verloren zijn gegaan. Een woord als stiltenisse bijvoorbeeld, dat een herinnering oproept aan beeltenis, vroeger ook beeltenisse genoemd. De stilte verschijnt hier als een beeld, een sculptuur, de stilte van het onverhulde, dat tegelijk aanwezig en onzichtbaar is.” Die sfeer die ik las in één van Van den Braembussche’s boek ‘Tekens van het onzichtbare’ merk ik op in het werk van Frie Jacobs. Eenzelfde diepe gedachte. Een overpeinzing van het leven om deze filosofisch te benaderen. De beelden van ‘Stiltenisse’ zijn bedachtzaam. Kalm en wijs.

    Stiltenisse. Frie J. Jacobs. Uitgave Foundation F, 2022.

    Frie J. Jacobs, Stiltenisse