Tag: Frysk

  • Mezelf vinden in de poëzie van Elmar Kuiper

    Is het een afrekening met zijn verleden of een weemoedig terugzien. De voors en tegens in je leven tegen elkaar afstrepen, vereffenen, doe je dat als het einde nadert? Natuurlijk gezien natuurlijk, wanneer de jaren gaan tellen. Zo van, deze schuld heb ik openstaan en dit is mij de ander nog schuldig. Om met een schone lei te vertrekken, wanneer het moment daar is om uit de tijd te gaan. Terugzien is overladen met romantische denkbeelden, hoewel meestal de kwade zaken beklijven. Er is genoeg om vol melancholie aan terug te denken, voor het voetlicht te halen. Maar is dat verleden, mijn eergisteren en gisteren, wel interessant genoeg voor anderen om er kennis van te nemen.

    Wie ben ik, wie is Elmar Kuiper, om dat met de wereld te delen. Zijn terugzien evenwel overlapt mijn omkijken, omdat wij vrijwel van dezelfde leeftijd zijn en zo uit eenzelfde generatie stammen en daardoor in een eender tijdsgewricht zitten. Dan wordt het interessant. Ik herken en herleef. En daarbij heeft Kuiper de gave om in taal de belevenissen universeel te maken, zodat het een ieder zal kunnen aanspreken. Het is zijn verhaal, maar dit kan over verschillende levens gelegd worden. Zijn nieuwe bundel gedichten is wel autobiografisch, maar individueel invoelbaar voor een lezer zoals ik.

    Lânskip, mingde technyk op papier, 30 x 20 sm, 2022

    Herkenbaar en beleefbaar

    Wat was in zijn leven en de wereld van toen vat Elmar Kuiper samen, om niet te vergeten. “Ferlosboartsje” heet het boek en is gesteld in zijn moerstaal het Fries of Frysk zoals men in Friesland zegt, en dat is dan weer Fryslân. Maar genoeg daarover. Terwijl hij schrijft kijk ik over zijn schouder mee in dat verleden naar die tijd van toen. Bij wijze van spreken. Want het is al geschreven, voltooid verleden tijd. Dat wat was kan ook maar alleen uitgeschreven, anders wordt het vandaag en morgen een kwestie van koffiedik kijken.

    Ferlosboartsje, dat is tikkertje met verlos. Tikkertje met één tikker die tikker blijft. Als iemand is getikt dan gaat deze aan de kant staan. De andere spelers kunnen de getikten vrijtikken. Is er nog maar één niet-getikte over, dan wordt de volgende tikker. Dat zie ik gebeuren in het gedicht waarmee Kuiper in 2021 de Rely Jorritsmapriis won, het gedicht waarnaar de bundel is genoemd. Dat is van begin tot eind waar deze poëzie-uitgave om draait. Liefdevol terugzien op het eigen leven als de vader naar het kind. Het eigen zijn doorbladeren en uiteindelijk weten dat jij alleen jezelf kunt bevrijden.

    Niet iedereen is het gegeven om het zo te doen als Kuiper dat doet. Om het voor een ieder herkenbaar en beleefbaar te maken. Niet altijd zijn de juiste woorden te vinden voor een zeker gevoel. Maar wanneer je met de mond vol tanden staat en zijn gedichten erbij neemt en deze doorleest schept dat een band. De dichter kruipt in mijn wezen, het dichtwerk is mijn zijn. Zo zijn er raakvlakken en is de bundel welhaast een deja vu, een herbeleving. Ik was daar ook, ik maakte dat ook zo mee. Been there done that. Ik wie der, ik die dat.

    Op het moment dat ik de bundel in handen krijg, lees ik de achterkant nog voor ik de binnenkant heb open geslagen. Voor mij is het op de kaft gedrukte lichte belijdenis nummer 8 al genoeg bewijs. “ik wol net yn ‘e grûn (te kâld) of yn it fjoer (te waarm) / ik wo net yn in kiste. ik wol gjin stien. lis / / it stoflik / omskot / / ûnder de apelbeam. rop de roeken / dy’t pleisterje by it kanaal. lit se / / tsiere om it each,. om ‘e lever, om it hert. ik wol / / gjin speech, mar skrassende / / lûden, reade / snaffels.” En dan ook nog het eerst korte gedicht waarmee de bundel opent maakt voor mij de cirkel van het leven rond. Het is genoeg. Wat daarna volgt is een invulling, het kleuren binnen de lijnen, citaten uit een biografie.

    Jong selsportret, mixed media op papier, 2024

    Kuiper reist door zijn leven

    bist it feintsje dat boartet / yn it bargegers, dat broem / broem seit en wiis is mei / syn giele Tonka. bist dat / feintsje út dy oare wrâld

    Een andere wereld dat is waar Kuiper over schrijft. Een ander leven lijkt het, want er is zoveel na gekomen dat doet afzien van de bron. Doet vergeten hoe het allemaal begon. Dat jongetje dat uit de eeuwigheid glijdt en zijn longetjes schoon schreeuwt. Dat geplaagd wordt met zijn hazentanden, MichaelJacksonneus en zomersproeten all over the place. Kijkend in zijn eigen dossier schrijft Kuiper over de haarvaten van zijn leven. Over de bron van zijn bestaan. Op ernstige toon met een humoristische blik. Hij spreekt mij aan, hoewel ik weet dat de dichter het over een derde persoon heeft die ik niet ben. Toch voelt het alsof ik naast hem in de Mazda zit, dat ik zijn gesprekspartner ben en ik zwijg. Ik hoor aan en krui de mest naar de bult, voel de trappers van het rode fietsje onder mijn voeren kraken. Kuiper schrijft zo beeldend dat ik wel in zijn wereld ben of geweest moet zijn. En hij laat mij alle hoeken van zijn wezen zien. Het is dat ik hem ben wanneer ik zijn werk lees.

    Kuiper reist door zijn leven. In de bundel is een tekst van de jonge Elmar afgedrukt. Een vroeg werk dat al de kwaliteit van de latere poëzie in zich draagt. Daar zijn al de wortels in te vinden waar de boom op zal groeien en de takken zich uitspreiden naar de hemel. Het is een verhaal, een belevenis dat toewerkt naar een hoogtepunt maar als een nachtkaars dooft. De verteller in de dop heeft daarna veel bijgeleerd, kent zijn hoogtepunten als dichter en houdt de kaars brandende. In het hoofdstuk ‘dripstien’ speelt hij met taal en schrijfwijze. Experimenteert met mijn fantasie. Over een tijdspanne van vier maanden noteert hij elke dag een korte ervaring. Deze zijn achter elkaar doorlopend over de bladspiegel afgedrukt. Het leest als een logboek, een individueel journaal. Een kortschrift van die dagen, daar en toen, op de reis door een leven. In het hart van dit deel zitten zwarte bladzijden met witte letters. Zeker een afrekening, een vereffening.

    Antlit, mingde technyk op papier, 35 x 25 sm, 2022

    De dood is een vriend

    Het zijn de mensen uit de omgeving van de dichter die woorden krijgen toebedeeld in de bundel. En wonderwel schijnen het mijn mensen. Zo schrijft Kuiper de zinnen van zich af en schuift ze naar mij toe. In zijn kracht weet hij mij gesterkt. Hoewel het over oorlog gaat is de vrede altijd onder handbereik. Bij het leven is de dood nooit ver weg, maar is in zijn taal nergens om van te schrikken. De dood is een vriend, zoals het leven een kameraad is. Het is minder eenvoudig er over te schrijven. Een beschouwing laat zich ongemakkelijk uit tekenen. Om reden dat het dichtwerk mij zo nader komt, zo tegen mij aan schuurt. Het lezen gaat mij makkelijk af en ik zie meteen ingangen, maar om daaraan woorden te geven is geen sinecure. Hij doet in woorden een boekje open, geeft mij inkijk in zijn wezen. Naast dichter is Kuiper ook beeldmaker, beeldend kunstenaar. Jammer is het wel dat zijn werk in de stijl van Cobra kleurloos in de bundel is geprint als illustraties. Het mist op deze manier afgebeeld de kracht die de collages vol humor en cynisme bezitten. Maar het werk staat gelukkig kleurig gepost op zijn Facebook-account en LinkedIn.

    Voorin het boek dat Elmar Kuiper mij toestuurt staat een opdracht geschreven aan mij gericht: “Nije fersen oer it paradys, oer de leafde en de dea”. Dat zet meteen de toon. Hij had daaraan kunnen toevoegen: “Oer myn libben en dat fan dy”. Want dat is het, hoewel hij zijn jeugd en het eigen leven te lijf gaat is dat zo mijn pakkie-an. Tikkertje-met-verlos, hij tikt mij, ik mag niet terug tikken, maar op het laatst laat hij mij los en sla ik verlost de bundel dicht.

    Ferlosboartsje. Elmar Kuper. Gedichten. Uitgave met steun van de Provincie Fryslân en het Nederlands Letterenfonds. Utjouwerij Hispel, 2024.

    Each, mingde technyk op papier, 30 x 20 sm, 2022

  • Adri de Boer is de Fryske Stef Bos

    Meer nog dan liedjeszanger is hij een verhalenverteller. Natuurlijk, de zang neemt het grootste deel van zijn repertoire in, maar wie eens een optreden van Adri de Boer heeft meegemaakt weet dat de man goed van de tongriem gesneden is. Een kort verhaal leidt ieder lied in. Een autobiografische anekdote met meestal een kwinkslag om zijn optreden op te vrolijken. Hoewel Adri graag liedjes brengt die mensen in het hart raken, doet hij dat opgewekt en welgemoed. Aardigheden over zijn jeugd bijvoorbeeld. Over wat hij heeft meegemaakt in leven en werk. Natuurlijk is altijd het verleden onderwerp, de reden waarom het lied dat gezongen wordt er is. Het verleden, daar groeit het heden op naar de toekomst. Wat gister was weet je vandaag, morgen is aanstaande.

    Die vermakelijke verhalen, om gezang af te wisselen met gesproken woord en in het optreden een doorgaande lijn te bewaren, gaan natuurlijk niet mee op cd. Jammer eigenlijk, want deze achtergronden geven de songs meer sfeer. Dan weet je wat de inspiratie is voor de liedtekst. Eigenlijk kan De Boer niet zonder optreden en is de opname bijzaak. Als archivering van zijn kunsten. Het podiumvirus en de plankenkoorts houden hem scherp. Het contact met zijn publiek is van belang voor inhoud en boodschap. Adri verkoopt de cd’s na afloop van een optreden, zodat de bezoeker het verhaal dan al mee gekregen heeft. In gedachten heeft, terugdenkend aan dat concert. Zich eraan herinnert wanneer de schijf in de speler gaat en de titels één voor één of random worden gespeeld. Het optreden is daarmee onlosmakelijk verbonden met de geluidsdrager.

    Vol vuur brengt hij zijn repertoire ten gehore

    Maar Adri de Boer is geen podiumbeest, hij springt niet als Mick Jagger over de bühne. Hij zit rustig achter het keyboard of staat met een gitaar om de nek. Van huis uit is Adri organist, maar omdat hij het op den duur lastig begon te vinden om statisch zittend achter de toetsen te zingen leerde hij zichzelf het gitaarspel. Dat geeft hem meer vrijheid, hoewel hij nog regelmatig achter het keyboard kruipt. Vol vuur brengt hij zijn repertoire ten gehore. Dat vuur van de liedjessmid smeult van binnen en geeft hem elan als zanger en muzikant. De Boer heeft zichtbaar en hoorbaar plezier in zijn werk dat voor hem een hobby is.

    In het Friese muziekland heeft hij met zijn eigen repertoire en vertaald werk van over de grens zijn naam wel gevestigd. Het bracht hem prijzen en opdrachten. Komend vanuit de gospelhoek via hardrock werd hij troubadour. Hij ging toeren met een eigen Friestalige band: Adri en Sa. En zo rolde hij als vanzelf in het Friese circuit, in het Friestalige lied. Hij vond zichzelf in die taal, want de liedjes konden nu zo uit het hart komen, zijn hart. Melancholische luisterliedjes, maar ook luchtig en vrolijk.

    Bos en De Boer gaven elkaar de hand

    De vertaalslag van memmetaal naar moerstaal hoeft niet meer te worden gemaakt. Zo blijft het gevoel, de emotie, in de oorsprong behouden. En legt deze intuïtie naast liedjes van anderen, door dezelfde golflengte vertalen deze zich als vanzelf naar de taal waarin De Boer zichzelf is. Eenzelfde sfeer waarin hij zich thuis voelt. Daarom past het werk van Stef Bos hem ook zo goed. Als een warme jas trekt hij deze aan. Het straalt eenzelfde gemoedelijke stemming uit, weemoedig bijna. Maar gelaagd in duiding met een sociale moraal. Niet om stichtelijk te zijn, geen heilige boodschap maar wel diepzinniger dan het 13 in een dozijn liefdesliedje. Stef Bos heeft ook die inslag van verhalenverteller. Meer willen zeggen dan de woorden uitdrukken, meer brengen dan gehoord is. Tussen de regels door, in het ritme en de rijm, is de kerngedachte van het lied te vinden. Het is een opdracht die hij zichzelf heeft opgelegd om zijn steen bij te dragen aan een meer leefbare wereld. Ook Adri de Boer heeft die zendingsdrang om de harten van zijn toehoorders te raken.

    Bos en De Boer gaven elkaar de hand. Vriendelijk en eensgezind. Adri zoekt uit het omvangrijke oeuvre van Stef de voor hem meest aansprekende verzen om te vertalen. Dat levert een beluisterbaar repertoire op om ermee langs uitverkochte zalen in Friesland en daarbuiten te trekken. En het betekent een bijzonder album, een muzikaal opgeruimde cd waar De Kast-basgitarist Sytse Broersma voor de productie tekent en -drummer Nico Outhuijse de mastering doet. Ook verzorgt Broersma samen met slagwerker Richard Veltman de ritmesectie. Terwijl Sido Post de nummers muzikaal versiert met diverse instrumenten. Dochter Lotte Broersma vult de zang in het slotnummer op, waar Stef Bos zelf het eerste nummer mee inzingt. Daarvoor leerde hij fonetisch een Fryske zin en sluit de song af in zijn moedertaal. Zoiets als Bløf en The Counting Crows, maar dan heel anders.

    Goedgehumeurde liederen

    De Nederlandse teksten laten zich goed overzetten in het Frysk. Waar Bos zingt over de taal van mijn hart kan De Boer dat, in dit geval met hulp van Andries Jelle de Jong, best zingen als de taal fan myn hert. En natuurlijk vind ik de hit van Stef Bos ook op dit album terug. De vertaling Papa is geen Heitie geworden, want dat riep Adri naar zijn vader wanneer hem iets niet zinde. Dus is het gewoon Heit geworden, maar heeft het verder dezelfde woorden en de eendere tendens gehouden. En natuurlijk is “Is dit nu later” landelijk net zo’n succesnummer als “Is dit no letter” in de provincie zal worden.

    Adri de Boer brengt het werk van Bos in eigen arrangementen. Wanneer ik zijn cd beluister en een optreden bijwoon hoor ik niet Stef Bos die in de Friese taal zingt, maar ik beluister Adri de Boer die de woorden van Bos in het Frysk zingt. Op de bestaande melodie is een nieuwe instrumentatie gezet. Het maakt de liedjes tot vrolijke provinciale versies. De Fryske taal leent zich voor goedgehumeurde liederen. Droefgeestig verandert in die volksmond tot vrolijkheid. De Fries is geen zwartkijker, maar ziet de zonnige kant van het leven, de ljochte kant fan it libben, the bright side of life. Achter iedere wolk die over Friesland trekt ziet men de zon oplichten. In dat stralende humeur zingt Adri de Boer zijn liedjes. Hij heeft die verzen van Bos gekozen die deze stemming hebben. En in vertaling zelfs beter uit de verf komen. Want ook Bos vindt het een prachtige taal, die hij wel verstaat maar niet spreekt.

    De instrumentatie sluit naadloos op de zang aan, is een perfecte ondersteuning. De arrangementen zijn even opgeruimd als de zang die daar overheen is gezet. Blijmoedig dartelt De Boer door het repertoire. Hij is een opgewekte zanger, die hoorbaar muzikant is in hart en nieren, yn hert en siel. Stef Bos is content met de vertaling van zijn liedjes, zelfs positief jaloers. “Niets mooier voor een liedjesschrijver dan wanneer een ander in een andere taal een lied een ander leven geeft.” Hij houdt van de vrije vertalingen, laat hij zijn mening afdrukken op de hoes van de cd, en houdt van de stijlvolle muzikale invulling. Het gaat niet om de zanger maar om het lied. “Het is een eer voor mij om met deze songs ook een beetje in het Fries te bestaan.

    LETTER. De Boer sjongt Bos. Adri de Boer zingt werk van Stef Bos in het Frysk. Uitgave in eigen beheer, 2023.

  • In het ritme van de Friese poëzie

    Rixt, pseudoniem van Hendrika Akke van Dorssen, was een Nederlandse dichteres die in het Fries publiceerde. Hoewel haar oeuvre gering van omvang is, heeft het niettemin een grote invloed gehad in het Friese taalgebied.’ Dit is de aanhef op Wikipedia, de online encyclopedie met op bijna elke vraag een antwoord, over de dichteres Rixt. Zij is de postume naamgever van het Friese dichterscollectief RIXT. Het collectief, in 2018 opgericht als voortzetting van de actiegroep Dichters fan Fryslân, laat zich inspireren door Van Dorssen: “Wa binn’ myn maten op dy wylde feart? Wa binn’ mei my, dy’t wyn noch romte keart?” De dichters van it Fryske Dichterskollektyf voelen zich vrienden in de letteren, daarom dragen zij in vereniging met trots de naam Rixt.

    Fryslân en de wrâld

    In 2023, het eerste lustrum van het collectief en een eeuw nadat Rixt als dichteres werd opgemerkt, zijn de leden van RIXT gevraagd werk te maken van en voor een te publiceren dichtbundel om deze feiten te vieren. Het collectief wil als vereniging en met de bundel het ideaal van zoals zij dat noemen ‘Fryslân en de wrâld’ waar maken en om de Friese poëzie te inspireren door het in de internationale kring van dichters te plaatsen en op de kaart te zetten. “Wy fine”, aldus RIXT, “dat de Fryske poëzy de kwaliteit hat om te klinken op poadia bûten Fryslân. Wy leauwe dat mear kontakten en ûtjeften de Fryske poëzy fitaal meitsje sille.

    En natuurlijk lijkt proza en poëzie in de taal van de streek enkel op de plek tussen deze provinciale grenzen, maar het kan uitwaaieren verder het land in en de wereld over voor wie zich wil inleven in taal en streek. Hoewel de Friese dichter niet enkel in de Friese taal schrijft. Het collectief geeft ruimte aan dichters die wortels in Fryslân hebben of er van elders zich hebben gevestigd en zijn ingeburgerd. Daarom kent het Friese poëzielandschap een brede horizon. Zijn er uiteraard volop gedichten in het Frysk in de mij voorliggende bundel te vinden, maar lees ik tevens het Nederlands, Stellingwarfs en het Liwwadders dan wel een andere vorm van het stadsfries.

    Fryske Dichterskollektyf RIXT

    Voor de bundel hebben een vijftigtal dichters werk ingestuurd, waaruit een redactie een enkel gedicht per dichter heeft gekozen. Het is daardoor een bloemlezing geworden van wat er aan poëzie in het Friese wordt gecreëerd en geproduceerd. En of het een representatieve dwarsdoorsnede van het dichtveld is laat ik in het midden. Natuurlijk zullen er namen gemist worden, niet elke vereniging en ieder collectief is compleet. Er zullen altijd figuren in het moeras der vergetelheid weggezakt zijn, of anderen die zich niet wensen aan te sluiten bij een of ander gemeenschappelijk initiatief. Het Fryske Dichterskollektyf RIXT heeft met de lustrumbundel een poging gedaan het Friese dichten en de Friese dichters voor het voetlicht te brengen. Het is een selectie van werk van hun leden. Het is speciaal voor de bundel geschreven of al eerder gepubliceerd op de website van het collectief.

    Die dichtbundel waarover ik hier schrijf heeft de titel ‘It ritme van Rixt’ gekregen. Het ritme is belangrijk in de poëzie, net als het metrum. De termen overlappen elkaar in betekenis. Maar het metrum kan verschillende ritmes bevatten. De begrippen zijn nauw verbonden met de muziek, de poëzie schurkt aan tegen het gezongen lied. De driekwartsmaat bijvoorbeeld is de dactylus in het gedicht. Het ritme is het patroon van zware en lichte lettergrepen, ofwel lange en korte noten. Het metrum is dan het schema van sterke en zwakke lettergrepen, de versvoet. In de muziek de tijdsindeling van sterke en zwakke noten, de maat.

    “Dichtsje is dreame, dreame is dichtsje

    Het ritme is een vast onderdeel van het gedicht, niet weg te schrijven en te denken. Het rijm kan worden losgelaten, maar het ritme maakt een gedicht tot vers. Het laat een gedicht voor de vuist weg lezen, a prima vista. Het laat de woorden zingen als in een lied. Het maakt dubbelzinnigheid tot enkelvoud. Rijm en ritme is terug te vinden in de poëzie van H.A. van Dorssen (Rixt), maar het eerste wordt veelal weggeschreven in de gedichten van RIXT. Het veld is breed, zoals het Friese land hoge luchten kent, en loopt makkelijk van sonnet tot light verse. Het is hedendaagse poëzie waarin de moderne tijd reflecteert.

    Tussen de gedichten door is poëtische fotografie geplaatst. Deze geven in beeld commentaar op het woord. Waar de poëzie kleurig is in het beschrijven van zielenroerselen en belevingen, geven de foto’s een figuurlijk kleurloze kijk op het Friese landschap. Maar juist het scala aan grijze tinten geven de platen sfeer en maken het boek compleet. “dichtsje is dreame, dreame is dichtsje, is in dream fan taal” is de wapenspreuk van deze dichtbundel. En ergens lees ik dat dichters verhalenvertellers zijn, maar de saaie stukken mogen weggelaten waar de boekschrijvers deze gebruiken als sfeerbeeld. Het gedicht is een kernachtig en treffend verhaal, to the point. Vooral de spaties en lege regels spreken, daar woont de leegte, daarin vindt de lezer rust en kan beschouwend beredeneren. Poëzie is contemplatie, het geeft de taal verdieping. Het zegt meer met minder woorden. Geeft soms andere termen aan hetzelfde gevoel. De waarheid zweeft boven het papier zonder surrealistisch te willen zijn. Het woord speekt de emotie aan en ik verdrink in gepeins.

    Skriuwerke op it wetter, / makkest do in letter? / Makkest do in wurd? / Skriuwerke op it wetter, / wat giest hurd.” Eenvoud in beschouwing, meervoud in begrip. En als de volwassene zich kind voelt, nog, dan “safolle knuffels by myn holle, / dat is fierste folle. / Ik pak myn alderleafste knuffelbear / mei de oaren koes ik in oare kear”. Poëzie kan eenvoudig zijn, het hoeft niet altijd zwaar op de hand of wereldproblemen uit te diepen. Het nieuws ligt op straat, de proza op het nachtkastje en de poëzie onder mijn kussen. Hoe meer persoonlijk het gedicht is, des te beter kan ik mij er in verwoorden, het beleven. Sluiten de woorden op mijn denkwereld aan. “Se sizze dat it maitiid is, ik fiel it net / ‘k wol it grien de grûn wol ynwâdzje / en snau tsjin de fûgels fan hâld jim de bek.” Want moeder is haar verleden vergeten, gister was ik nog haar kind en vandaag ben ik haar moeder en morgen misschien een vrouw.

    It ritme van Rixt. 5 jier Dichterskollektyf RIXT, in seleksje mei 50 gedichten fan dichters út Fryslân. Redaksje Henk Dillerop, Nika Stefan, Bert Looper. Utjouwerij Louise, 2023.

  • Bloemlezing als dwarsdoorsnede van de Fryske dichtkunst

    Een heikele onderneming een bundel samen te stellen met een serie dichtende schrijvers. Friese dichters in de 21ste eeuw in dit geval. Het ijs is glad. Want in een of andere keuze valt altijd iemand tussen wal en schip. Dat vindt deze iemand uiteraard zelf, dan wel de bekenden om hem of haar heen. Welke mensen selecteert de samensteller van een dergelijk boek om representatief voor het onderwerp te blijven. In het geval van de uitgave “Naar gelang het Noorden” worden tien Friese dichters naar voren geschoven. Deze zijn vooral in de provincie Fryslân erkend als gevestigde schrijvers. Zo stellen de samenstellers, want de serie werd vanuit diverse standpunten bekeken en de dichters gekozen. De tien verdienen naast Friese roem ook landelijke aandacht zo vindt de redactie. Een dwarsdoorsnede derhalve van wat er in Fryslân op het gebied van de poëzie gaande is. Het vertegenwoordigt de dichtkunst, maar is ze niet. Want zoals hierboven geopperd is het een netelige onderneming om deze schrijfstijl te kenmerken door een aantal uit de reeks te nemen. Er is dan ook kritiek uit het veld gekomen. “Naar gelang het Noorden” is niet een top tien van beste dichters. Het is een afspiegeling van wat er op dit gebied gebeurt in de provincie Fryslân.

    Tweetalige bundel

    De brochure, een bundel op broekzak formaat, is gemaakt op verzoek van It Skriuwersboun. Deze Friese schrijversvakbond is een vereniging van Fryske schrijvers, dichters, vertalers, publicisten en mensen die loyaal zijn aan de Fryske schrijverij. De bond levert een bijdrage aan het verbeteren van het literaire klimaat en behartigt de belangen van auteurs in het Frysk door contacten te onderhouden met allerlei organisaties, lees ik op hun website. Geschreven in het Frysk uiteraard, want daarvoor staat it Bûn. De bundel is echter tweetalig, want de gekozen schrijvers verdienen immers landelijke aandacht. Met een enkel in de Fryske taal gedrukte uitgave zal het niet veel verder reiken dan de provinciegrenzen. Ook daar zit een adder onder het gras. De dichters dichten in de memmetaal, de moederstaal. In dat woordgebruik schuilen hun gevoelens, kunnen ze zich ten diepste uiten. Om deze emotie te vertalen, in dit geval in het Nederlands, moet je van goede huize komen. Immers iedere taal heeft de eigen karakteristiek, het eigen idioom. Niet elke uitdrukking valt een-op-een over te zetten, het boet meestal aan kracht in.

    Beleving wordt herbeleving

    Het Frysk is een dynamische taal, onstuimig soms en rauw meestal. Het schijnt minder beschaafd in vergelijking met het Hooghaarlemmerdijks. Maar juist in die boerse uitdrukkingen gaat een diepe bewogenheid schuil. De Fries neemt geen blad voor de mond, zegt waar het op staat. Maar kan daarnaast heel bevlogen uit de hoek komen. De formulering mag dan ruw en grof zijn, het windt er geen doekjes om. Dat recht door zee gevoel kan niet altijd tot uitdrukking komen in de vertaling. Er dient wel gekozen te worden voor verzachting omdat verharding in de overzetting tot niets leidt. Voor een vertaling ga je niet over één nacht ijs. Het verdient evenveel aandacht en empathie als dat de dichter zelf had. De creatie wordt recreatie, de beleving een herbeleving. Maar de lezer moet al tweetalig zijn om onderscheid te maken. Wanneer de maker dan het eigen maaksel overschrijft is de emotie uit de eerste hand, blijft de kracht in indruk en uitdrukking bij hem of haar zelf. De Fryske dichter zelf is een geboren taalschakelaar. Voortdurend moet gewisseld worden van thuistaal naar schooltaal om het resultaat van de schrijverij een groter verspreidingsgebied te kunnen geven.

    Evenwichtige uitgave

    In “Naar gelang het Noorden” worden de tien geselecteerde dichters in leven en werk toegelicht. Naast een fotografisch portret in zwartwit is kort een biografie opgesteld. De tekst legt de manier van schrijven van de persoon uit en op welke podia en media het werk te vinden is. De waardering wordt uitgesproken in een aantal citaten van recensenten. En een bibliografie om in de bibliotheek of de boekhandel eens gepubliceerde bundels na te trekken. Het is dan lastig om een tweetal gedichten uit het oeuvre van de geselecteerde dichters te lichten. Weer zo’n hachelijke zaak. Welke teksten zijn representatief voor de schrijver. Toch hebben de samenstellers een evenwichtige uitgave weten te maken. Daarbij is niet gekozen voor een enkele stijl, maar komt iedere poëtische uiting voor het voetlicht.

    De titel van de bundel is geschreven uit een dichtwerk van Eppie Dam: neigeraden it noarden. Hij is één van het tiental. “Neigeraden it noarden wint de taal oan / ûntkenning en promket in lippetsjinst / oan it hillich net-neamen de mûle syn n-en.” In dit in 2004 gepubliceerd gedicht spreekt de dichter zich onbarmhartig uit over zijn geboortegrond volgens recensent Jabik Veenbaas in het Fryske De Moanne. ‘Rekent hij ongenadig af met het ijskoude noorden, met de baggerboerengeest die de verbeelding vertrapt en de vreugde neerhaalt.’ Het zet niet de toon van deze bloemlezing, maar geeft wel aan dat de Fryske dichtkunst serieus genomen dient te worden. “Naar gelang het noorden wint de taal aan / ontkenning en pruimt in lippendienst / aan het heilig niet-noemen de mond zijn  n-en.”

    Naar gelang het Noorden. Tien Friese dichters in de 21ste eeuw. Brochure gemaakt op verzoek van It Skriuwersboun. Uitgave Utjouwerij DeRyp, 2023.