Tag: gedichten

  • De scherpte van het zijn door Jankobus gepolijst

    Jankobus brengt fijne liedjes. Vrolijk, in de zin van dat ze aangenaam zijn om naar te luisteren. Zo makkelijk mee te zingen dat deze in mijn hoofd blijven zitten. En ik de hele dag door flarden melancholische teksten hoor, die resoneren, echoën in mijn gedachten. Ik raak ze maar niet meer kwijt. Over de schouder terug kijkend beschrijft de zanger vroeger toen het leven nog goed scheen. Denkend aan meisjes van vervlogen dagen, van destijds en daar. Waar hij zijn hart aan verloor en dat nu naarstig terug zoekt tussen woorden en klanken, regels en ladders. Dat doet hij door de spijt van zich af te schrijven. Spijt die ontstaan is door dingen na te laten welke hadden gemoeten om de levensloop door de bedding te laten gaan die het zocht. Maar nu is een zijtak genomen en stroomt de idee waar het minder gaan kan.

    Jankobus heeft een vrolijke stem, een geluid dat zich makkelijk over bergen en langs dalen van de toonladder kan bewegen. Een dynamische stem die eenvoudig past in het arrangement van gitaar en viool. De muziek die het meest weg heeft van die hoven in de late middeleeuwen. Ik zweef mee op zijn woorden en zie hem in mijn gedachten staan voor de troon, zingend en dansend en de vorst vermakend. Met liedjes over het leven en de liefde, met een kwinkslag en een glimlach. Soms als de boer die kiespijn heeft, maar meestal met de waarheid van een koe. De woorden dansen vrolijk over het getokkel van gitaar en het sombere strijken van de snaren. Een treetje hoger met de gitaarkruis, een sport lager met de vioolmol. Zelfs een treurig lied wordt in handen van Jankobus een clowneske song met een ernstige ondertoon. Jankobus is de pierrot van het levenslied, met een lach en een traan. Vergeelde herinneringen, verstofte foto’s, het brengt tot diepe gedachten over boeken die nog niet dicht geslagen zijn. Liedjes van verlangen: “gevangen in beelden, verkleurd door de tijd, waarin het langzaam verdwijnt”.

    Over zijn schouder het verleden in

    Slijp Steen is een uitgave in eigen beheer van Jankobus Seunnenga. Het is een kartonnen kaft op gevouwen A5 formaat met daarin gestoken een cd en een boekwerkje met gedichten en liedteksten. Een gedichtenbundel dus plus een geluidsdrager met daarop negen liedjes en twee instrumentale nummers. De liedjes zijn op toon gezette gedichten. Jankobus kijkt daarin dus vooral over zijn schouder het verleden in. Over naar had ik maar en wat als. Hij weet met woorden te spelen, zodat de treurnis omslaat in vrolijkheid. De opera wordt operette, het drama wordt een blijspel. Yin en yang, in ieder wit vlak zit wel een zwarte punt en aan het eind van de tunnel wenkt het licht. Leven heeft nostalgie nodig, het zijn kan niet zonder ups en downs. Het glas kan half leeg zijn, maar bij Jankobus is deze altijd half vol.

    Jankobus Seunnenga

    En loopt de gedachte dan over van negatieve intenties, struikelt het idee over depressiviteit, dan weet de zanger altijd wel de ontkenning met een brede grijns om te buigen naar een volmondig ja en amen. Want staan de olijfolie, gembersaus en natuurazijn in flessen nu in rij naast elkaar of op rij achter elkaar. Alles op een rijtje en op muziek gezet, komt Seunnenga tot het antwoord op deze prangende vraag. Het is een onderwerp dat nergens toe doet, maar te aardig is er over te filosoferen. Maar in de andere acht liederen is Jankobus een serieuze man op leeftijd, die veel heeft gezien en van alles heeft mee gemaakt. Terug kijkt naar de dingen die voorbij zijn gegaan. Met weemoed naar wat was, maar ook wel vol verwachting in de toekomst kijkend.

    De muziekarrangementen neigen naar een sound als van volksmuziek. Of althans klassiek met een vette volkse inslag. Als van de eerder genoemde middeleeuwen, ancient times. Het past bij dat terug kijken. En de stem, de intonatie en het woordgebruik, roept veelal de vreugdevolle liederen van drs.P op. Vooral in de onzin van Achter elkaar & Naast elkaar valt die vrolijke pianist in gedachten. Ook Polzer was een melancholiek man, die de humor niet uit de weg ging. Want door te lachen als die boer met kiespijn kun je de zwaarte van het leven beter aan. De songs van Seunnenga hebben meer een poëtische inslag en zijn minder uit op de lach. Komt deze er dan is dat mooi mee genomen. Wel wil hij kijken naar de zonnige kant hoewel het duister op de loer ligt: always look at the bright side of life, fluit hij voor zich uit. Liedjes voor een kleine zetting. Een trio op smalle podia, als in een huiskamerconcert. Maar goed versterkt kan het ook duidelijk duizenden mensen bereiken.

    Deze bard dartelt door de tijd

    En dan zijn er nog de gedichten, die je welhaast over het hoofd ziet door de songs. In deze gedichten, die het verlangen om ook eens op muziek te worden gezet, is Seunnenga een meester in het verwoorden van zijn omgeving. Een tovenaar in het spel met zinnen om mij op een verkeerd been te zetten, de gedachte een andere kant op te sturen en nergens het plot zomaar uit handen te geven. Gewoon normale onderwerpen waaraan je gaandeweg door de tijd aan voorbij leeft. Thema’s die nooit poëtisch worden verwoordt, maar uit de pen van Seunnenga stem krijgen. Een ode aan de gitaar, die specifieke enige echte gitaar wordt vergeleken met de vrouw uit duizenden. Oma’s maizena, dat witte spul dat verbindt zonder voorkeur. Het zweven bovenin een polsstok over lonkend water, een lofdicht aan de provincie. En zo kabbelt de woordenstroom voort van deze bard die zich verlustigt in het spel met de Nederlandse taal. Hij dartelt door de tijd.

    Jankobus Seunnenga

    Seunnenga heeft geschreven en op toon gezet, en daarna regels geslepen en zinnen gepolijst. Gewikt en gewogen, weg gestreept en door getrokken. De kunst van het schrijven is schrappen, totdat een heldere essentie van het onderwerp op papier staat. Kill your darlings, minder is meer. Zolang heeft hij de woorden langs de slijpsteen gehaald dat er een prachtig glanzend resultaat is ontstaan. Het heeft tijd nodig voor een diamant een juweel is, voordat een ruwe steen door water geslepen is tot een praktisch formaat. Het verlangen, de opstand en het jolijt sijpelen door de woorden, totdat het leven handelbaar en handzaam is. Het zijn is kneedbaar, de levensloop te sturen. En is er toch een scheve schaats waardoor de tocht een ander spoor volgt dan gepland was, helpen de vrolijke noten en diepzinnige overpeinzingen van Jankobus Seunnenga het wezen weer op de rit te krijgen.

    Het motto van Slijp Steen is eeuwen geleden door een anonieme denker op schrift gesteld, maar het had net zo goed een gedachte van de ‘poëet en droogkloot’ van hier en nu kunnen zijn: Zoals de wind de bergen polijsten gaat / De steen door zee z’n scherpte verlaat / Zo verdwijnt in de ronding van de tijd / De loze drift der belangrijkheid. Ofwel: alles is ijdelheid.

    Slijp Steen, liederen en gedichten van verlangen, opstand en jolijt, en ter voorkoming van het onvermijdelijke. Teksten Jankobus Seunnenga. Muzikanten Jankobus Seunnenga, Dick Vestdijk en Sjoukje Bloem. Uitgave in eigen beheer, 2022.

    Jankobus Seunnenga
  • De tekst bevalt me, ik wil hem lenen

    Meteen bij de eerste regels van zijn gedichtenbundel “voortschrijdend uitzicht” heeft Erik Mol mij al voor zich gewonnen. Het is precies zoals hij het schrijft in het gedicht “Verwaaid”. Ik citeer het hier integraal zodat mijn lezers weten waarvoor ik viel:

    Vanochtend na het half ontwaken

    bedacht ik een goed gedicht

    met herhaling

    en dus ritme

    over iets

    waar ik mee zit

    maar aan het einde

    toen ik echt wel wakker was

    kon ik me niet

    meer herinneren

    hoe het begon

    verliep

    en wat het onderwerp

    Het overkomt me vaker

    ook nog wel eens op de fiets

    of tijdens het lopen

    dat gedachten

    zich moeiteloos vormen

    tot gedichten

    en dan verdwijnen

    in het niets

    Want zo werkt dat met schrijven precies. Er is een ingeving, een inspiratie, op een moment dat dit niet of minder goed valt te registreren dan wel noteren. Wanneer die mogelijkheid er wel is blijken de zinnen met de tijd te zijn vervaagt, verwaaid. Verdwenen in het niets.

    Met dit gedicht toon ik tevens aan wat de manier van schrijven van Erik Mol is, zijn voortschrijdend uitzicht. Hij vertelt in de gebroken zinnen een ultrakort verhaal. Afgerond in een beperkt aantal zinnen, maar ook wel met een open einde. Woorden of uitdrukkingen die extra aandacht nodig hebben krijgen in het uitzicht een solitaire plaats aangemeten. Ze vallen op, daar ligt een klemtoon, hier moet ik bijzonder opletten en nadenken. Een moment stil houden in het lezen, pas op de plaats. Ook de lege regels geven dit aan. Mol speelt met de opmaak. Hij zaait, ik pluk bij het lezen waardoor hij dan weer kan oogsten. Mijn gedachten garen en winnen.

    Taal van de straat

    De korte verhalen beschrijven gedetailleerd de actie van toen op dat moment daar. In zijn blikveld, de gedachtegang van de dichter. Dat kan een herinnering zijn, maar ook een actueel ogenblik. Een ingeving die ontstaat in een helder moment bij het zijn, bekijken en aanvoelen. Dat kan ieder onderwerp en van alles zijn. Het verduidelijkt zijn leven en ik kan mijn zijn erin spiegelen. Geen hooghaarlemmerdijks, maar gewoon met de taal van de straat. Voor een ieder te begrijpen. Ook geen sluitend rijmschema, maar wel met een klinkend ritme. De zinnen galmen als golven geluid door mijn brein. Ik dobber verwachtingsvol mee, navigeer met Mol aan het roer.

    Erik Mol

    En omstandigheden worden aangeroerd die een ieder aan zullen spreken. Gedachten zijn filosofisch verwoord, maar behouden voortdurend een lage drempel. Een ieder kan mee in dit perspectief. Kwesties waar ik gewoonlijk overheen leef, maar na voortschrijdend uitzicht me speciaal tot nadenken zetten. Het alledaagse wordt door de woorden van Erik Mol extra bijzonder. Het zijn de kleine dingen die het hem doen. Elk geluid, iedere handeling, hoe onbetekenend en nietig dan ook wordt door de dichter belangrijk gemaakt. Het krijgt een voetstuk. Soms is het een onbereikbare pilaarheilige, keert het gedicht als een boemerang naar de dichter terug. Maar in de meeste gevallen kan het zonder sokkel, is het gelijkvloers theater zonder drempels, zie ik mezelf terug in de woorden. Het is daarom zo leesbaar, omdat Mol iets over mij zegt. In zijn gedichten richt hij niet rechtstreeks het woord tot mij, maar ik herken mezelf in zijn beschrijving.

    Erik Mol

    De dichter is als kunstenaar beeldend abstract. Vorm en ritme boeit hem, zijn werk is sterk intuïtief. “Beeldend werk is net als het maken van muziek”, schrijft hij daar zelf over op zijn website. “De vorm is de melodie. De kleur is de klank. Het materiaal de instrumenten. Zodra er tekst bij komt of in dit geval een figuratieve voorstelling gaat de aandacht vooral daar heen. In de abstractie is het de opgave om zonder die herkenbaarheid van een voorstelling toch een boeiend, aangenaam of spannend beeld voor de toeschouwer te creëren.” In de woorden van de literaire beelden in ‘voortschrijdend uitzicht’ weet hij toch op minder abstracte manier die aandacht vast te houden. Hierin omschrijft hij navolgbaar en invoelbaar de werkelijkheid. Daar vind ik figuratieve voorstellingen, of althans in gedachten kan ik er eenvoudig een beeld bij maken. Het is een herkenbare beschrijving, een vertrouwde woordkeus.

    Erik Mol

    Met Erik Mol gesproken bevalt de tekst me, wil ik het lenen. Maar bij hem rusten alle rechten. Want hij bedacht niet de woorden, maar ontwierp wel de constructie om die op deze manier te formuleren. Hij maakte de volgorde. Zette ze op papier en plaatste er afbeeldingen bij die foto’s van linodrukken zijn. Deze illustreren abstract de werkelijke belevenissen. Op zijn tochten door het landschap ervaart Mol de dingen. Op de fiets zet het hem aan tot peinzen, hij houdt stil om de gedachten niet in het niets te laten verwaaien. Schrijft ingevingen op over het kleine meisje met de mooie stem bij de Action, de in het landschap opgenomen  lege dijk van De Slachte waar massa’s mensen met wapperende vlaggen en schitterende toeters over trokken, de brede rivier die breekt op een bult zand bij Fort Pannerden, het tempeltje van Ids: “Er waren afrasteringen voor schapen / en mogelijk ook voor ander vee / maar hoe mijn zoontje ook zeurde / nergens zag je de zee” klinkt als een refrein boven het kale land van Marrum.

    voortschrijdend uitzicht, Erik Mol. Gedichtenbundel uitgegeven in eigen beheer, 2022.

    Erik Mol
  • Dwalen langs Groningse velden en door dichters gedachten

    Torum. Een niet meer bestaand middeleeuws kerkdorp aan de monding van de Eems. In de 16e eeuw werd het dorp overspoeld door de golven van de Dollard. Dichter Anjo de Haan draagt zijn bundel gedichten en gedachten op aan deze plaats, schijnt het. Maar zijn plek is niet in dat Oost-Groningen, waar het ook door hem genoemde verdwenen Fletum was gelegen. Het Torum van De Haan ligt in Westpolder, op de grens van de voormalige Lauwerszee en de Waddenzee. Het is geen dorp maar een boerderij met schuren. Op het kaft van de bundel zie ik het achter een graanveld aan de einder wazig in de trillende atmosfeer opdoemen. Ik kan er in gedachten langs gaan en de gedichten van De Haan in het weidse landschap uitlezen. Zijn taalperspectief verruimt mijn geest, laat een frisse wind door mijn muffe gemoed gaan. 

    Gedichten en gedachten

    Langs Torum en de schuren”, een bundel gedichten en gedachten, brengt Anjo de Haan uit via zijn eigen uitgeverij TaalTerp, of in stijl WoordWierde, maar is nog op zoek naar een ‘echte’ uitgever. Vooralsnog ligt het boekje serieus aan mij voor en lees ik het met zin en plezier. Zoals ik ook met genoegen kan dwalen door de Groningse polders en over de hogelanden, langs de Hunze en het Reitdiep, een gebied waar de tijd geen vat op schijnt te krijgen. Het maakt zijn eigen geschiedenis en heeft een markante herinnering. De lyrische vertellingen van De Haan passen daarin. De gedichten lijken tot in detail verkorte verhalen die door diepzinnige gedachten boven water zijn gekomen. Torum mag dan verdronken zijn, het heeft nieuw leven gekregen in die boerderij bij Vierhuizen. Het verhaal is heroïsch, het typeert romantisch de schrijfwijze en taaltechniek van deze fotograaf. Dat is hij, plaatjesmaker die in zijn vrije tijd praatjesmaker is. Niet in negatieve zin evenwel, want zijn verhalen hebben doel en inhoud.

    Anjo de Haan, gedichten

    In zijn fotografie heeft Anjo de Haan een scherp oog voor het Groningse landschap. Met name de mens daarin met de zorgen over aardbevingen en bodemverzakking, het sociale leven van het platteland en de grote stad. Zo indringend benadert hij ook in woorden deze omgeving. Dichtbij huis aan de keukentafel en tussen de lakens, en gezien over het weidse landschap waar je tot de einder kunt kijken onder hoge wolkenluchten. Bijna fotografisch legt hij in taal vast wat hem raakt, waar zijn gedachten mee spelen. Het zijn herkenbare beelden, maar niet zo werkelijk als de realiteit echt is. Meer geheugensteuntjes om de wereld te begrijpen. Zijn wereld te kunnen doorgronden.

    Gewijzigd perspectief

    Hij schrijft over doodnormale zaken, de dagelijkse dingen waarmee wij allemaal kampen. De Haan geeft woorden aan de sleur van het leven, de regelmaat van de dag. Op een contemplatieve manier, waardoor ik deze gewoonten als bijzonder ga zien. Mijn eigen geplogenheid opmerk en als uniek aanmerk. De vertrouwd klinkende omschrijvingen werpen een nieuw licht op herkenbare ervaringen. De Haan bekijkt het van een andere kant, een gewijzigd perspectief dat mijn perceptie op de proef stelt. Zoals hij, de fotograaf de ogen opent, zo opent hij, deze poëet de geest. Hij geeft aandacht aan het algemene, waardoor ik het bezie als buitengewoon. Het beeldende perspectief zit als fotograaf in zijn genen en gebruikt hij voor zijn taal, zodat ik met de bundel op schoot op de punt van mijn stoel zit. Niet om te vluchten uit de spanning, maar om mijn luisterend oor dichterbij de bron te leggen. Zodra de positieve geladenheid oververhit raakt schuif ik dichter naar de oorsprong om mijn geest ermee op te laden.

    Anjo de Haan, gedichten

    Anjo de Haan is een kunstenaar in het knippen en plakken van woorden. Het uit elkaar trekken van betekenissen zodat er nieuwe duidingen ontstaan. Uiteen laat of op een andere plek inschuift om op een speelse manier de taal te manipuleren. Mijn werkelijkheid te misleiden. Mij anders laat lezen, nieuwe woorden doet ontdekken. In de poëzie mijmert de dichter over het leven. Filosofeert over de schoonheid van lichaam en geest. Vooral het lichaam kent geheimen die dromerig breed worden uitgemeten. “de zilte zoete smaak / van d’ innigst’ innigheid / breekt al ’t besef van tijd / in kreten die ik slaak”. Een sensitieve manier om het wonder van het samenzijn in woorden te vatten. De tinten grijs krijgen kleur. Zo gevoelvol wordt ook het landschap benadert en de geest ontgonnen. Ik dwaal maar al te graag door die binnenlanden en buitendijken.

    Een sprankje hoop

    Losse gedachten krijgen kort woord. Heldere ingevingen die aan een enkele uitdrukking genoeg hebben om aan te spreken. De Haan schrijft met liefde, met passie. De taal is zijn spreekbuis om dit met mij te delen. Dit is zijn kijk op het leven, de omgeving, het zijn. Alle aspecten van het bestaan worden letterlijk bezongen. De bundel is een speels en opgewekte manier om het wezen, de existentie van het mens zijn, van zich af te schrijven. Over te schrijven op mij, de lezer. Zelfs de schaduwzijden krijgen zonlicht en een sprankje hoop. Met liefde wordt over de vergankelijkheid van het leven geschreven. Over het afscheid dat er onvermijdelijk is en komen gaat. Dat is ook een doodnormale zaak die bij het leven hoort, onlosmakelijk. “nu mijn dapp’re moedertje / haar laatste strijd / zo vredig aan ’t bevechten is (…) maar woon je in mijn hoofd / nog daar / waar ik alles tegen je kan zeggen”. In taal houdt De Haan het leven vast. In woorden laat hij het zijn blijven. 

    Anjo de Haan, gedichten

    Hij schrijft over “het nietste niets”, “het zachtste hard”, over “zielzucht”, van “bolspiegelend geluk” en “de adem van het jaar”, “het woud van verlangen”. Hij schrijft over Voos, Deelder, Messiaen en de 4e mei. Hij laat de uitgestoken vlag halfstok leven, het kan een gedicht zijn om op de Dam voor te lezen: “op deze 4e mei treurt de driekleur in de regen / halfslachtig omgewenteld op de tast / ze weigert haar banen breed uit te meten / het rood op haar konen, het wit op da mast”. En een glimlach trekt om mijn mond bij “de dag schiet in het rood / maar schulden heeft ze niet”. Ik filosofeer bij “de nacht geeft nooit ’t geheim / van donkerte aan lichtheid prijs” en “het liedje in mijn hoofd / dat taal noch tonen droeg / bezit nam van mijn brein / noch acht, noch maten sloeg”.

    Langs Torum en de schuren. Gedichten & gedachten van Anjo de Haan. Uitgave in eigen beheer, 2022. — In 2023 uitgegeven bij TaalTerp.

    Anjo de Haan, gedichten
  • Speels gebonden bundel collage en dichtwerk

    Toch komt een keer de tocht. Bij zo’n zin ga ik als geboren en getogen Fries op het puntje van de stoel zitten. Mijn aandacht is meteen getrokken en bijkans bind ik me de schaatsen onder. Maar open ik dan het boek dat voor me ligt en deze titel draagt, blijkt het helemaal niet over die Elfsteden te gaan. Danika van Kaathoven en Sander Hagelaar schrijven in hun voorwoord tot de verzameling gebundelde collages en gedichten hoe ze tot elkaar zijn gekomen in leven en werken. En op welke manier dat werk zich tot en met elkaar is gaan verhouden. Op de kunstacademie van Arnhem zagen ze elkaar. In het laatste studiejaar deelden ze een werkruimte om met hun eigen projecten bezig te kunnen zijn. Al snel hingen de prikborden aan de wanden vol met losse knipsels en schrijfsels, gedachten en ideeën. De lege plekken van de muren in de kleine kamer werden vervolgens noodgedwongen ingenomen, om te beplakken en te beschrijven met ingevingen en uitingen. De werken groeiden naar elkaar toe, grepen in elkaar, waren samen; zo kwamen de kunstenaars in woord en daad elkaar letterlijk tegen. “Hier ontdekten we een gedeelde liefde voor het spel van woord en collage.” Na het afstuderen bleef die relatie.

    Driedimensionaal op het platte vlak

    Knipsels en woorden werden bij elkaar geveegd en er ontstond een uitgave unieke ontmoetingen en gelukkige toevalligheden. En die bundel kreeg de titel die ik daar dan ergens in teruglees met drie woorden meer, waardoor het me opeens duidelijk wordt. Want het zal je toch maar gebeuren dat je alle knipsels bij elkaar hebt en daartussen allemaal briefjes met tekst legt, zo om er een smaakvolle compositie van te rangschikken. En dan komt toch een keer de tocht door een kiertje. Woesj, alles van de plaats. Het is de boze dagdroom en zweterige nachtmerrie van de collagemaker. In de bundel lijkt dat gerommel het geval, maar alles is wel precies op de goede plek terug naar het vlak gedwarreld.

    De elementen waaruit het totale plaatje van het boekwerk is opgebouwd zijn driedimensionaal op het platte vlak afgedrukt, zo zodat er een ruimtelijk effect is ontstaan. Soms wel laat ik mijn vinger over de bladzijde glijden omdat ik meen voor de gek te worden gehouden. Maar het platte vlak blijft glad, het is slechts een subliem gezichtsbedrog. Daar tussen die knipsels en lijnen bewegen zich de woorden die onderdeel zijn van het beeld. Beide steunen op elkaar, hangen aaneen. Woorden bouwen beelden en beelden reageren op woorden. Dit gesamtkunstwerk is een samenspel om tot de basis van een gevoel te geraken. Om die kern van deze emotie te bereiken stellen Danika en Sander zich kwetsbaar op. De uit papier en karton gesneden vormen en door onvaste hand getrokken lijnen gaan samen met op aforismen gelijkende korte gedichten. In enkele woorden is een situatie of voorval treffend geplaatst, terwijl de beeldtaal in stijl de eigenheid van het leven in eenvoud vat.

    Sander Hagelaar, Danika van Kaathoven, Uitgeverij KOMMA

    De ontmoeting en de toevalligheid hebben niet veel tekst nodig. In eenvoudige duidingen wordt een moment of een gevoel beschreven. Daarop reflecteert en daarover filosofeert de collage in luchtige beelden, terwijl het woord ook een reactie geeft op en aan het knipsel. Zo is het dus niet alleen figuratief een woordbeeld maar ook letterlijk een beeldtaal. Woord voor woord wordt het beeld opgebouwd, beeld voor beeld krijgt het schrift uitleg. Het is een speelse wisselwerking met een open constructie. De figuratie is abstract en relateert slechts op een enkel moment aan een tastbare werkelijkheid. De woorden lijken samengeraapt en nauwelijks op volgorde gezet. Deze aanpak vergt concentratie, het lezen vlot niet namelijk. Ik laat de blik meerdere keren over de opgesplitste zinnen gaan om in gedachten de woorden te rangschikken. Zo doorzie ik dan de gedachte en merk tussen de regels door en langs de knipsels kijkend de verrukking van de makers dat de kern van het gevoel bereikt is. De juiste, nee, de gevoelige snaar is geraakt. Ping. En slaat de bliksem dan ook bij de lezer door woord en beeld in, is het punt gemaakt.

    als ik ga / vergeet mij / het gevoel / niet

    Het dichtwerk gaat voortdurend over jij en ik, maar die zij kunnen ook wij zijn. Hoewel de gedichten het gevoel van elkaar, de emotie voor elkaar beschrijven, de wederzijdse ontroering van deze twee mensen in persoon en in werk, spreken ze niet op de mens af. De beelden daarbij zijn ook niet geknipt voor strikt een enkel individu. Het sentiment treft ook de lezer, mij. En raakt al die andere mensen die de bundel openslaan en gaan lezen en beleven. Elke bewoording is toegeschreven op een universele ondervinding. “als ik ga / vergeet mij / het gevoel / niet” De regelafbreking zet de leestekens, maar je kunt de woorden evengoed aaneen lezen om te begrijpen.

    Sander Hagelaar, Danika van Kaathoven, Uitgeverij KOMMA

    In de abstracte beeldtaal zet de woordelijke taal een werkelijk beeld neer. En niet voortdurend zitten Hagelaar en Van Kaathoven daarbij op elkaars lip om maar die basis te zoeken, dan mag ook weleens zijwaarts worden gekeken zonder van het pad af te raken. Zo dwaalt Hagelaar in gedachten ook wel af. “een mier vroeg / aan een vlieg / hoe voelt het / om te vliegen / voelt goed” en/of “korte termijn / is sneller / hij dacht / niet / op tijd”. In de basis raken de woorden een kern. Een kern die gemeengoed is, de essentie voor iedereen inwisselbaar.

    In deze bundel spreekt de taal beter aan dan het beeld. Lijkt het. Zijn de knipsels in een abstracte compositie uit gelegd, de tekst geeft op momenten tevens een niet concrete werkelijkheid. Want is de emotie niet voortdurend een abstract bewustzijn. Het is een innerlijke beleving van een bepaalde gebeurtenis, een ervaring die voor eenieder verschillend kan zijn en maar nauwelijks te beredeneren is. De één ligt echter zo nauw aan de ander dat tekst en plaat uit hetzelfde hout gesneden zijn. Is de afbeelding in eenvoud duidelijk, kan het woord in tweevoud tot denken zetten. Het één kan niet zonder het ander. Het is een gedeelde uiting, een gemeenschappelijk gevoel. Dansan is een collectief.

    Toch komt een keer de tocht. Gedichten en collages, Sander Hagelaar en Danika van Kaathoven. Uitgeverij KOMMA / d’jonge Hond, 2020.

    Sander Hagelaar, Danika van Kaathoven, Uitgeverij KOMMA
  • Virgula, een dichtbundel vol komma’s maakt een punt

    Deze liedtekst van Alex van Warmerdam galmt door mijn gedachten wanneer ik de gedichtenbundel Virgula van Sasja Janssen lees. ‘Zie de mannen vallen, / weten zij dan niet / dat alleen een vrouw / kan balanceren op de rand / van een hoge houten wand / Tussen hemel en aarde / haar hoofd in de ijle lucht / denkt ze elke dag / aan beide zijden van de wand / spreekt men van de goede kant’. Ik weet niet waarom die op melodie gezette zinnen mij in deze door mijn hoofd echoën. Sluiten ze aan, passen ze bij, doen ze denken, geven ze aanstoot. Wat is het. Een wonderlijk spel van herinneringen. Dansende woorden, zingende zinnen. Strofen op de evenwichtsbalk van mijn emotie. Ik kan er geen vinger achter krijgen.

    Te snel lees ik over de letters omdat ik denk de woorden te kennen. Maar deze staan wel in andere samenstelling dan ik na vluchtig lezen begrijp. Terug moet ik op mijn ongeletterde schreden en de zinnen nog eens overlezen, doornemen, uitpluizen. Eigenlijk moet ik ieder woord in elke zin wegen om te weten wat de betekenis is. Waarom staat het zo op deze manier daar. Ik struikel over woorden, volg zinnen nog nauwelijks.

    Anagram van vulgair

    Sasja Janssen maakt geen omhaal van woorden in haar gedichten. Er zijn geen hoofdletters, geen enkel woord is meer belangrijk dan het andere. Het is poëzie van vandaag, zonder scrupules, de harde realiteit. In haar bundel Virgula blijkt dat eens te meer. Virgula, dat is Latijn voor komma. Het houdt de stilstand tegen, het laat de gedachten en de taal voortgaan. “Ik verlang naar een punt”, laat Sasja weten, “maar dat mijn Virgula’s daar wel voor uit kijken die te zetten, ik dicht ze me toe, alsof de dood me op de hielen zit”. Kaftwoorden die nauwelijks verklaren. Wie is die Virgula, het dicht zich een menselijk figuur toe. Een anagram van vulgair. Maar de vervoeging heeft niet zo’n nare bijsmaak als in Caligula, de wrede heerser. Want Gula mag dan gulzig zijn het is ook de godin van de geneeskunst, vrouwe van de geboorte en moeder van de honden. Maar ik dwaal af. Er moet rust zijn, virgula, in mijn hoofd, in gedachten, na komma’s druppelt het punten.

    Na een onrustige nacht slapen, de kauwen met kraalogen, berkenbomen en drie minnaars spoken door mijn dromen, doorvoel ik het opeens. Waar mijn honger naar de woorden van Janssen vandaan komt. In het Latijn staat vir voor man en is gula dus vraatzucht. Gulzig vreet ik me door de zinnen heen. Ik krijg maar niet genoeg van de regels. De gedichten verzwelgen mij. Het lijkt le grande bouffe, een grote schranspartij. Maar zo’n orgie is Virgula toch niet. Het is een smeltkroes van gedachten, lyrische indrukken bij het alledaags gewoon normaal. Ervaringen in metaforen uitgedrukt, andere en mooiere omschrijvingen die mijn gedachten bezig houden.

    Het leven hoeft niet mooier gemaakt dan het is, eigenlijk. Misbruik voelt zo, smerig. Nieuw leven gaat niet over rozen en er is al helemaal geen roze wolk. Het dondert juist tussen de zinnen, het knettert in de regels, het voorspelt weinig goeds. Ik moet zelf dat vermaak maken. En dat is er, ook in de woorden van Janssen. Of eigenlijk tussen de regels door. De lege zinnen, waar ik even tot bezinnen kom, een komma verwacht, de virgula, geven mij stof tot nadenken.

    Beeldspraak van de werkelijkheid

    Sasja beschrijft wat ze voor zich ziet wanneer ze een emotionele ervaring heeft. Heel beeldend, zodat ik mee kan in haar afschuw, afweer en afkeer. Maar ook in gelukkige en tevreden momenten. Om de mindere tijd te doorleven is het vastklampen aan mooie dagdromen. Beeldspraak van de werkelijkheid. De omgeving mooier voorstellen dan deze is, om te overleven. Om de schade en schande weg te kunnen cijferen, uitschrijven, afschrijven. Ze neemt geen blad voor de mond, maar zegt de naakte waarheid, de ontklede realiteit. Om te begrijpen moet het boud, brutaal en bruusk omschreven.

    De schrijver beeldt zich in een ander te zijn. De schizofrenie overwint de ongewenste handeling. Zo kan ze boven het moment zweven, er niet in de geest bij zijn. Maar de werkelijkheid is ongenaakbaar, harder dan de hardste steen, kouder dan de koudste windvlaag. In haar dromen is het zacht en warm. En Virgula is haar dagboek. Het dagboek dat traag gevuld wordt met woorden van betekenis. Na iedere komma houdt het even halt, staat de zin een moment stil. En bij elke lege regel kan het gebeuren zich verdiepen. Droom ik weg op de zinnen die zojuist gelezen zijn. Die stilte heb ik nodig om de betekenis te kennen.

    Afwachting en verwachting

    Het vulgaire van Virgula omwikkelt Sasja Janssen zodat de klank schoonheid heeft. Een wolf in schaapskleren. De beschrijving van een reis door iets wat liefde kan worden, maar meestal misbruik is. Het is verhalende poëzie derhalve. Het draagt als een melodie. Zacht hoor ik dan denkbeeldige muziek in mijn achtergrond. Het maakt niet uit wat, iedere emotie heeft een eigen tune, elke stemming een persoonlijke melodie.

    In een volgend deel roept de ik een je figuur aan. Vertelt mij een verhaal van ik denk verlatenheid, afwachting, verwachting. De hoop op gezien te worden. Ondoordringbare persoonlijke herinneringen, die ik lees als buitenstaander om de binnenzitter te begrijpen. Ze is geen binnenvetter, maar kraamt alles eruit wat zich binnen in haar ontsluit. In abstracte woorden, niet omfloerst of omwonden maar uitgerafeld. Roept ze mij aan, moet ik haar kennen – leren. Ze wil niet zijn waar ze is, uit haar veilige comfortzone stappen. De gevangene breekt uit, de maan wordt nieuw. Ze is geschonden door het leven. Ontmand als mens, los gesneden van haar vrouwzijn. En ik zie het aan, ik lees de woorden. Nog eens en overnieuw. Mis weleens de context, van verbazing zie ik de essentie. Het herlezende krijg ik grip. Vat ik de woorden aan. Begrijp de zinnen die blijven wervelen in mijn hoofd tot vervelends toe. Het is een lyrisch schrijven, een dartelende vertelling. Tussen proza en poëzie balancerend. Op de wichelroede van mijn begrip.

    Flamboyante woorden

    En zoek ik dan Picasso’s portret van Madame Paul Éluard erbij, lees ik het schilderij. Vind ik de woorden in olieverf terug. Het canvas is haar papier. Zo kan ik de tekst volgen en deze poëzie aanvoelen. Ik begin in vorm te komen. De vorm van Virgula, het model. Dan doorzie ik wat haar triggered om tot deze stijl te geraken. Wat Sasja Janssen beweegt in flamboyante woorden mij aan het slot van iedere strofe tot extase te brengen. Dat ik naar adem snak en een moment rust krijg. Om dan door te moeten op het spoor van wellust in de taal. Het is een lust de poëzie van Sasja te mogen lezen. Niet voor ieder oog en elke gedachte gemaakt. Bijzonder wanneer je door de wellustige woorden kunt lezen, achter de zinnen kunt kijken laat staan tussen de regels door kunt lezen.

    Er zijn tekenaars die me anders leren kijken, schilders die mij om de realiteit laten zien, fotografen zetten mijn ogen op scherp en deze dichter onderwijst mij echt te lezen. Door de woorden te dolen, te verdwalen in haar geest. Weer lees ik de bundel door en over, en raak ik in de ban van Sasja, van Virgula. In haar poëzie neemt ze bezit van mij. Steeds heb ik drang het boek te sluiten, want haar blik op de omslag achter biologeert mij. De vorsende ogen fascineren. Zoals haar taal hypnotiseert. Maar bij “waarna het weer begint te waaien” schrik ik op van mijn dagdroom. Voor de vierde maal las ik het en begreep het eindelijk. Ik kwam tot de punt, Virgula. Om terug te stuiteren in mijn realiteit, naar daar waar ik ooit begon. “de nacht dat ik werd bezwangerd, zachtroze was hij.” In overdrachtelijke zin. En door gaat het weer. Ik kom er niet van los. Sasja Janssen is hypnotiseur in taal en woorden. Ze houdt mijn aandacht vast. De kleine bundel kan voor mij jaren mee…

    Gedichtenbundel Virgula, poëzie van Sasja Janssen. Uitgeverij Querido, 2021.

    Sasja Janssen, Virgula, gedichten, Querido
  • Zuiderveld verbreedt mijn perspectief

    Soms zou ik wensen dat ik zijn woorden de mijne kon maken. Omdat hij precies dat verwoordt wat ik denk. Hij legt mij de woorden om mijn gevoel te omschrijven in de mond. Het lijken mijn gedachten die ik van papier lees. Ik zou het dus precies zo kunnen zeggen, maar Rikkert Zuiderveld was mij stappen voor. Hij legt in korte gedichten en kleine vergezichten de vinger op mijn zere plekken. Dat wat ik niet onder woorden kan brengen, neemt hij van mij over en voor mij waar. De smart van deze tijd is universeel. Mijn gedachten zijn zijn woorden. En andersom. In zijn woorden vind ik mijn gedachten terug.

    In de bundel “Kleine vergezichten” zijn de kleine gedichten verzameld, die eerder werden gepubliceerd in het blad Visie van de EO. De Evangelische Omroep waar Zuiderveld en zijn vrouw Elly Nieman werden ingelijfd toen ze vanuit de hippiecultuur het licht zagen en in de Heer kwamen. Niet iedereen was daar zo van gecharmeerd, vooral de progressieven onder ons vonden het maar een vreemde carrière switch. Maar het echtpaar Zuiderveld-Nieman danste vrolijk door het Nederlandse muzieklandschap en hebben zich tot de dag van vandaag staande gehouden zonder het zicht op God kwijt te raken. Na verloop van tijd zijn ze geaccepteerd en is Rikkert het geweten van Nederland geworden. Het geweten dat er een hoger iemand is die op deemoedige manier deze wereld laat leven. Er zijn veel vragen aan die Vader in de hemel, Rikkert heeft ook wel zo zijn twijfels en op dagen een minder groot geloof. Maar telkens weer wordt hij aan zijn lange grijze haren bij de les getrokken. Vindt hij in zijn woorden de weg terug.

    Het evangelie ligt niet dik bovenop de 6-regelige verzen. De dichter slaat mij niet met God en gebod om de oren. Maar de geest en de bezieling van waaruit de inspiratie stroomt ademen door de woorden. Woorden van hoop, woorden van weten, woorden van troost. Rikkert Zuiderveld is een tekstdichter waarvan de gerijmde regels meestentijds in liedjes op muziek werden gezet. Het pad van protestlied heeft hij daarin eigenlijk nooit verlaten. Eerst in de jaren 60 van de vorige eeuw, toen alles nog rozengeur en maneschijn scheen. Maar niets bleek minder waar. In zijn liedjes schopte hij wel tegen schenen en zat als een vreemde vogel te zingen op de trottoirband. Gaandeweg is dat gebleven, het zich keren en afzetten tegen de algemene waarden en normen, die niet de zijne zijn ingegeven door de waarheid in dit leven. 

    Ik ben fan

    Samen, Elly en Rikkert, fleurden zij kerkdiensten en samenkomsten op en nog kleuren zij het landschap van het protestantse geloof. Na al die jaren minder gejaagd, een theatertour als afscheid moest door de coronapandemie voortijdig worden afgebroken. Maar ik heb de cd en dvd nog, dus verwarm mij aan teksten en muziek uit decennia aan optredens. En soms pak ik nog weleens een oude elpee uit de kast, om de geliefde klanken en zeker in mindere mate de teksten vanaf mijn platenspeler te horen. Jazeker, ik ben fan. Maar dat kleurt mijn kijk niet. Ik blijf objectief. Maar het geeft je altijd wel een blij gevoel, dat werk van Zuiderveld en Nieman, ook al lijkt het buiten nog zo donker. Even blij als toen ze hippiekinderen waren, welhaast een leven lang geleden. Dat stempel hebben ze gehouden. En nog krijg ik het warm vanbinnen, wanneer ik dan nu de teksten in de nieuwe bundel lees en op me in laat werken.

    Rikkert Zuiderveld

    De korte gedichten lezen makkelijk door. Het is geen zware poëtische kost, maar het zijn ook geen lichtvoetige rijmelarijen. In eenvoudige taal is de waarheid zoals Rikkert deze ervaart omschreven. Gedichten die je wel vaker dan één keer moet lezen om de woorden te laten landen. Andere heb ik meteen door en passen eenvoudig in mijn emotie. Ze sluiten meer dan eens aan bij mijn gedachte en gevoel. Als tekstdichter moesten de woorden van Zuiderveld in zijn liedjes ook meteen vallen, want een vers komt maar eenmaal langs – hoogstens laat een refrein zich nogmaals klinken. Dus de strekking moet bij het beluisteren duidelijk zijn. Want je kunt het niet meteen nog eens over horen, terwijl op papier je snel nog eens kunt over lezen. Die vaardigheid van ter zake verwoorden echoot door in de gedichten. De kunst om snel aan te spreken, in enkele woorden en zinnen het doel van het gedicht te vatten. Niet meteen is het raak in de eerste vier regels, maar de afsluitende twee regels maken het dan duidelijk. De bezieling ligt er steeds dik bovenop. Het plezier van leven, het genot in het geloof. Met humor weet Rikkert zijn zienswijze te omschrijven. Vaak relativeert een kwinkslag grote onderwerpen als strijd en vrijheid, liefde en de omgang met God.

    Het lijkt me niet eenvoudig om een zo groot aantal verzen in een enkele bundel evenwichtig bij elkaar te brengen. Het kan een opsomming in de tijd zijn of een rangschikking naar thema. Zuiderveld koos voor een alfabetische volgorde op titel. Een beste keus, want zo blijft ieder vers even belangrijk en is er geen sprake van de eerste en de laatste in rangorde. Bij het lezen van de bundel schreef ik meerdere paginanummers op, om de woorden daarvan nog eens weer door te nemen. Deze schenen mij meer aan te spreken, maar staken er niet boven het maaiveld uit. Ik zou ze willen citeren hier, naspreken, Rikkert’s woorden in mijn mond nemen. Maar ik doe het niet, want de andere lezers van deze bundel moeten er hun eigen heil en zegen in vinden. Ik heb er voldoende gevonden.

    “Kleine vergezichten”, korte gedichten van Rikkert Zuiderveld. Uitgave Ark Media, 2021.

    Rikkert Zuiderveld
  • Bloemlezing Huub Oosterhuis bemoedigend in de tijd

    Nu we al een tijdlang niet in de normale wereld onze tijd doorbrengen, klamp ik mij vast aan gedachten en overdenkingen. Blijf meer bij mezelf dan in het gezelschap van de ander. Dat moet wel, want de sociale kant van deze maatschappij is nu fysiek ver te zoeken. We vinden elkaar dan wel in the cloud, op internet, de wereldwijde ontmoetingsplaats waar we geen handen schudden en de ander niet om de hals vallen. Op die plek is het sociale samenzijn coronaproof.

    De ander bezoeken is beperkt, elkaar vinden in stadion en op straat, in kroeg en kerk, is aan aantallen en afstandsregels gebonden. Vooral in die laatste ruimte, de kerk, voelt dat als een overkomelijke inperking. Om de Heer te loven en te prijzen in gemeenschap moet je een plaats reserveren. Een plek in de bank op anderhalve meter afstand van je broeder of zuster. En met hart en ziel uit het diepste van je wezen zingen, dat kan ik wel vergeten. Natuurlijk kan ik thuis aan tafel biddend loven en prijzen, geknield naast het bed. Of tijdens een wandeling met de hond door het bos, op de fiets naar het werk de Heer in mijn gedachten zoeken.

    Gedachten beperken

    Om mijn wezen te bepalen tot inkeer, de blik contemplatief in mezelf gericht en het verstand in meditatie, heb ik niet genoeg aan eigen kennis en geloofsovertuiging. Diepere gedachten en overwegender woorden, waarin anderen dan ikzelf beter zijn, spreken tot mijn verbeelding in hemel en op aarde. Mijn eigen gedachten dwalen veelal af naar wereldse zaken, dagelijkse bezigheden, ervaringen nog te (be)leven. Dus pak ik een boek erbij, luister naar geluiden van een cd of de stilte in de natuur. Om mijn wezen te focussen, mijn gedachten te beperken en in te kaderen. Op de dag die men noemt de dag des Heren, de zondag, geven televisiebeelden overdenkingen en meditatie. Maar daarna is het leeg en wordt ik terug geworpen op mijn eigen ik en zijn.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have

    Dan is er de bloemlezing uit het oeuvre van Huub Oosterhuis dat me kracht geeft en de geest versterkt. Niet zweverig of vol geloof, maar woorden die aanzetten tot gedachten. Een handreiking om de focus te richten op wat voor mij denkelijk erg belangrijk is. Vooral nu in deze pandemie, waarin normaal ongewoon lijkt. Maar zeker in alle andere tijden voor deze en na nu en straks, zijn de gedichten van Oosterhuis bemoedigend of sluiten in elk geval aan op mijn houding in het leven.

    In woorden tot zinnen

    De andere Oosterhuis. Althans ik kende hem niet anders. Kennend van vrome liederen, de priester – de voorganger, is hier mens. Met alle gedachten, angsten, twijfels. Over het leven, het geloof, de liefde, het sterven. Dicht over de mensheid, het samen één zijn. Misstanden in de wereld. Dit is de andere Oosterhuis, die strijdt met woorden in een wereld die meestal doof is. Geen gedichten die troostend gezongen kunnen worden. Maar wel dat ik in de woorden kan verdrinken. Tevreden naar de bodem zwevend, opzien naar ander geluk.

    Hij strooit letters in woorden tot zinnen, die steek houden; iets te vertellen hebben. Soms is de keuze tussen poëzie en proza niet te maken, lopen de regels zingend dooreen. Vormt de boodschap zich in klinkende gezangen als nauwelijks te toonzetten verzen. De mens blijft uitdrager, leraar, verspreider van het goede woord in de juiste modulatie. Want de zinnen staan open voor een galmend geluid, dat het kan gezongen worden door allen of door één. Maar de gedichten handgeschreven zijn persoonlijk, echoën in solo door het leven, mijn leven wanneer ik ze lees en weeg in mijn hart. De woorden blijven hangen en inspireren, beïnvloeden mijn woordkeuze. In de golven van zijn zinnen dein ik, wiegelend van woord tot woord. Word ik opnieuw gedoopt? Leiden zijn woorden mij tot het altaar. Het vlies van de wedergeboorte lijkt tussen de regels door te breken.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have

    In deze lijvige bundel, die ongeveer 300 gedichten omvat die Oosterhuis zelf selecteerde uit 70 jaren dichten, vind ik niet de religieuze gezangen en berijmingen waarmee hij de kerkgangers in de banken krijgt. Ik lees geen “Zolang er mensen zijn op aarde” of de religieuse hit “Licht dat aanstoot in de morgen”. Wel ontdek ik tussen de regels door de zoektocht naar een hoger wezen in dit aardse zijn. Door woorden woorden vinden om die drang te omschrijven. Die begeerte naar leven uit het leven, sterker dan de dood. Een samengaan met Hem.

    De mens Oosterhuis

    In dit boek “Handgeschreven” leer ik Oosterhuis kennen, de mens. Door de zingende zinnen. In de klankende gezangen en liederen van zijn hand leer ik God kennen, de hemel. De mens leren kennen door zijn gedachten die woorden vormen. Naarmate ik doorlees in het boek omarmen de woorden mij, worden de zinnen meer persoonlijk. Gaan binnen in de wereld van Oosterhuis. Ik kijk door de vensters zijn huis in. Besef niet telkens wat ik zie. Maar lees een vers nog eens weer, en nog eens. Ik kijk beter en zie wat ik voel. Wat de dichter gedacht zal hebben, ik wil dat doorzien. Doorzien en nog eens door dat venster kijken. Mijn adem wasemt het raam mistig. Ik wuif de druppels weg, lees meer aandachtig en loop mee aan zijn hand de kamer binnen.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have

    En langzaam aan schijnt God meer duidelijk door de woorden. Leeft Hij stelliger met de regels mee. Hij is er en blijft er, overtuigd. Oosterhuis rijgt de letters tot nieuwe woorden om zijn liefde voor de ander in het leven te beschrijven. Door zijn woorden stuurt hij mij onbewust, onbedoeld?, tot hogere hoogten in mijn zinnen. Ik pak zijn zinnen op en laat mijn regels daarop groeien. Hij heeft gezaaid, ik bloei.

    Bundel “Handgeschreven”, verzamelde gedichten 1950-2020, Huub Oosterhuis. Uitgeverij Ten Have, 2020.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have