Tag: Gerrit Terpstra

  • Het werk van Gerrit Terpstra heeft de tijd mee

    Het is als een Wunderkammer dat boek van Gerrit Terpstra, waarin hij een lans breekt voor het ding in de kunst. Niet alleen steekt hij zijn gedachten in gevonden voorwerpen, maar zet hij zijn ideeën over de dingen ook in taal om – gevonden woorden. Zijn materiaal om de inspiratie te vertalen is beeld en woord. Schilderijen, tekeningen, objecten, installaties, teksten en verhalen. In de uitgave “Fan dingen ensa” geeft hij het kennelijk waardeloze ding een plaats in de kunst, zijn kunst. Niet enkel als getekend beeld of in assemblage, tevens als geschreven uitdrukking. Maar ook Gerrits gedachten zijn een Wunderkammer, een kunst- en rariteitenkabinet. In zijn hoofd probeert hij de chaos te ordenen, het resultaat is zijn levenswerk, zijn oeuvre in de kunst. Om mij over te verwonderen.

    Jan de Waard leidt het boek in en duidt dat het Gerrit Terpstra gaat om gewone en alledaagse dingen, onaanzienlijke voorwerpen die na gebruik meestal in het niet verdwijnen. Alles begint bij de dingen. Zonder dingen gaat het niet. De dingen waar het Terpstra om gaat dragen een verleden, hebben de tijd in zich. De tijd die maakt en vergaat. En juist dat vindt de kunstenaar er zo interessant aan. Dat element van tijd wil hij vastleggen in zijn objecten, niet laten vergaan in zijn taal en teken. “Beeld transformeert in taal en taal transformeert weer verder naar beeld”, schrijft De Waard. “Hiermee ontwikkelt zijn werk steeds verder, en tegelijk is deze reeks van vertalingen het onderwerp van zijn werk.” Dat werk kent de constanten verschijnen, verdwijnen en opnieuw verschijnen als punten op een cirkel. In het middelpunt daarvan werkt Terpstra, waarbij constructie, deconstructie en reconstructie de stralen zijn. Zijn oeuvre is de dwarsdoorsnede, het diagonaal van de dingen.

    Een beschrijven van het geschiede

    Een gesprek met de kunstenaar belicht zijn relatie met de tijd. Je leest hem kennen, maar meer nog kijk je hem in zijn werk. Daarin groeit zijn wezen, het zijn. Mijn bewustzijn heeft daaraan moeten wennen. Want schreef ik in 1991, staande in de toenmalige Heerenveense Kunstruimte en nog niet zo gepokt en gemazeld in kijken en beleven, onder de kop ‘Het verhaal van Gerrit Terpstra heeft open einde’: “Deze ‘tiidskippenromte’ lijkt een uitstalling van vondsten. Het grijpt terug op een rijk verleden. Een geschiedenis waarin de mens evenzeer is geïnteresseerd als in de toekomst. Een verzameling gedachtegangen door Gerrit Terpstra in beeld gebracht, als een profeet met weldoortimmerde voorspellingen. Een beschrijven van het geschiede. De bouwwerken op de geroeste plateaus hebben de vorm van schepen. De stander, waarmee ze een geheel vormen, houdt de vaartuigen uit het water. Niet zozeer als letterlijke middelen om zich over water te verplaatsen, maar meer om het verhaal in de tijd ruimte en plaats te geven. Ieder scheepje is geladen met een vergankelijke vracht. In de ruimtelijke compositie zijn symbolen verwerkt van menselijke en stoffelijke zaken. Elementen die worden geofferd op een altaar van lood, glas, hout of papier. (…) Deze inspiratie dwingt de ‘romte’ op aan de toeschouwer die in devotie de knieën buigt en in spiegeling de geschilderde evenbeelden ontdekt.”

    Nu herbeleef ik die gedachte weer. De dingen van gisteren zijn de Dingen van vandaag. Met eenzelfde inhoud, maar in een andere vorm. Terpstra is gegroeid in zijn verhaal en weet het steeds beter onder beelden te brengen. Het boeit Terpstra terug te grijpen op werk dat eerder gemaakt is en daar opnieuw betekenis aan te geven. Om de tijd te herbeleven, het verleden in een andere vorm terug te halen naar het heden.

    Diepe denkers en verdiepte kunstenaars

    Uit een opstel, geschreven in het kader van de tweedegraadsstudie tekenen-handvaardigheid voor het vak kunstgeschiedenis, is het deel ‘het ding’ in het boek opgenomen. Daarin weidt Terpstra onder de noemers beleven en herbeleven uitvoerig uit over hoe het ding op zich als voorwerp in de loop der jaren een volwaardige plaats wist te verwerven in de kunst. Door toedoen van diverse kunstenaars werd het ding ingebracht en veranderde de zienswijze op en van kunst. Na het ding als individu te omschrijven, een gebruiksvoorwerp dat toepassing krijgt in een museum, stelt hij het in relatie tot natuur en cultuur. In een persoonlijke beschouwing benadert Terpstra het onderwerp op een filosofische manier, gaat in op de geschiedenis en de veranderende kijk op het onvoorstelbaar gewone. Door toedoen van diepe denkers en verdiepte kunstenaars heeft het ding waarde gekregen, heeft het beeld een functie. Is het ding tijd geworden. Nadat alle ins en outs zijn besproken brengt Terpstra het ding in zijn beeldend werk in, geeft het zin. Het opstel geeft een inkijk in zijn zienswijze, zijn benadering van dingen enzo.

    Zijn verhaal over een man die op zijn looppad een boerderij betreedt is al even mysterieus als vele van zijn composities en objecten dat zijn. Terpstra heeft het talent om de lezer in het verhaal te trekken, de gave om de kijker aan zijn werk te binden. Er gebeurt steeds om een hoekje iets wat niet te verwachten was. De laatjes in zijn kasten verbergen onvoorziene zaken. Bij Terpstra kun je de kunst opentrekken om nieuwe oude dingen te ontdekken. Niet alleen de objecten bewijzen dat driedimensionaal, ook in het vlak van de schildering en tekening, het grafiek, huist verwondering.

    Het Ding

    Gerrit Terpstra heeft een bijzondere manier van creëren en componeren. Je wordt in de creatie, het object, getrokken. De compositie, het schilderij, intrigeert zo dat het de aandacht vast houdt. Het is een mysterie, het heeft een magische aantrekkingskracht. Dat is wat het is in de fysieke ruimte. In het boek zijn het vooral de teksten die intrigeren, meer nog dan de verzamelde dingen. Die dingen kan ik zelf om me heen vinden, ze liggen verloren in mijn zijn. Maar in handen van Gerrit Terpstra en door zijn vingers aangeraakt krijgen die dingen meerwaarde. De magie zit in de vormgeving, de manier waarop het ding een plaats krijgt in de compositie. Ligt het verloren in de bak met nietsigheden of op een hoop oud vuil geveegd langs de weg, Terpstra ziet er de waarde van in en zet het op een voetstuk. Zo wordt het ding tot kunst en zie ik de nietsigheid opeens ietsigheid worden. Het verlorene is gevonden, de schepping herschapen. Terpstra’s schatkamer herbergt veel van die dingen die klaar liggen om te reïncarneren. Om een nieuw leven te beginnen.

    Hij gebruikt het losgelopen verloren materiaal als onderdeel van zijn kunststukken, zoals de stroperige materie uit een verftube deel uitmaakt van een schilderij. Het takje is belangrijk in het geheel van de installatie, de verfspat maakt het kunstwerk af. Het detail is belangrijk voor de opbouw en uitwerking van de compositie. Terpstra maakt het ding persoonlijk, geeft het waarde in het zijn. Het is blijkbaar iets. Het ding stelt weer iets voor. Het heeft een naam en mag met een hoofdletter worden geschreven, het Ding. Terpstra heeft een verhaal, het ding heeft een verhaal. Dat verhaal wordt zichtbaar in het zijn, in het wezen, dat het er is en mag zijn. Dat het bruikbaar was in de mensenwereld, materiaal dat tot nut was om het zijn leefbaar te maken. Maar dat nut heeft het verloren en is afgedankt, bedankt. Het bewees een dienst in de natuur, maar werd afgehaakt als het vallend blad in de herfst. Het was er, het deed er toe. Dat zijn is voorbij, dat leven is gedaan. Terpstra brengt andere inhoud in, het ding heeft nieuwe waarde. Het wordt hergebruikt. Je loopt eraan voorbij, Gerrit niet. Hij kijkt beter en ziet scherp. Hij heeft een verhaal en vertelt dat met wat het leven verloren heeft. Niet eens zozeer verloren, maar meer weg gedaan, afgevoerd. Dat wat eens was is weer nu. Gisteren wordt vandaag om morgen te glanzen.

    Leporello

    Tot slot is in de kaft van het boek een leporello gestoken. Het toont het vernietigen van een draadstaalfiguur. Een installatie opgetrokken uit fijnmazig draadgaas staat figuur voor het leven. Het verbeeldt de tijd en de vergankelijkheid. De mens verliest alles wat hem lief is – huisje, boompje, beestje – en legt uiteindelijk zelf het loodje. Wat rest is een hoopje niets. Want alles is ijdel, nutteloos, leeg. Stoei ik met letters om zinnige zinnen te maken, de woorden zo te rangschikken om een leesbaar verhaal te schrijven. Gerrit Terpstra evenwel heeft zijn tekst in beelden al gevonden om zin te geven aan zijn filosofie over tijd. Het mag de tijd hebben.

    Fan dingen ensa. Gerrit Terpstra. Teksten Jan de Waard, Gerrit Terpstra, Michel Tournier. Uitgave Wijdemeer Dokkum i.s.m. Mooi Rood Pers, 2025.

  • Ruimte voor tijd in het werk van Gerrit Terpstra

    Tijd, dat is een vaag begrip. Even vaag als de ruimte dat is. Tijd is het onduidelijke spoor van hier naar daar, van gisteren naar vandaag, van verleden naar heden en verder. Ben ik hier en kom ik daar, dan is het hier verleden en daar het hier, terwijl toen ik hier was daar toekomst leek. Bestaat dan tijd in werkelijkheid, of heeft de mens tijd gedacht om grip te krijgen op en begrip te hebben van het abstracte zijn van leven. Albert Einstein bedacht dat tijd alleen bestaat omdat anders alles tegelijk zou gebeuren. Is het een mooie oneliner of is het de waarheid? Wat een geluk dus dat tijd bestaat anders was alles in een oogwenk voorbij, in een vloek en een zucht of korter zelfs: flits. Als in het oog van de orkaan. Stilte. Zie ik niet vooruit en kijk jij niet terug. Was er geen gisteren, bestaat er geen morgen. Dan is alles heden en nu. Dat is nauwelijks voor te stellen.

    Gerrit Terpstra, Galerie MUGA

    E=mc²

    Het begrip tijd betekent dat ik een verleden heb en er een toekomst is. Ik kan in het moment leven, nu, maar dat moment heeft in de tijd steeds een nieuw moment. Ieder moment krijgt een nieuw moment, want voortgaand in de tijd vindt het moment zich steeds opnieuw uit. Het volgende moment is altijd anders als het voorgaande moment. Zo gaat dat in één spoor door, vloeit het in elkaar over. Om dat samen te vatten is er tijd. Een relatief begrip, want een ieder beleeft het anders, die tijd. Zei Einstein ook niet, dat de tijd voorbij vliegt wanneer je bij een aardig meisje zit maar een minuut zitten op een brandende kachel wel een uur lijkt. E=mc².

    Voor ieder mens speelt het begrip tijd een grote rol in leven en werken. Tijd is in ons begrip niet weg te denken. Sommige mensen proberen de tijd bij te houden en dragen een horloge of kijken op de klok in de kamer of de kookwekker in de keuken om vat te krijgen op nu en straks. Maar bestaat nu en kun je spreken van tijd. De kunstenaar Gerrit Terpstra werkt met het begrip tijd in zijn werk. Als Albert Einstein denkt hij er diep over na. Een bedaarde man, peinzend voor zich starend de tijd uit of in. Einstein was natuurkundige, Terpstra is kunstkundige. Maar eigenlijk is Terpstra de hedendaagse Einstein. Gerrit brengt de gedachten van Albert in praktijk. Door terug te grijpen op eerdere momenten en er het nu mee te maken is die beroemde formule geen theorie meer. Dat wat ooit gemaakt is was toen, maar kan een nieuwe betekenis krijgen in het heden. Zoals ieder moment zich in het volgende moment opnieuw uitvindt, zo vindt Gerrit Terpstra zijn eens gemaakte stukken opnieuw uit. Hij noemt dat zelf reacties op eerder werk. Want vandaag heeft hij andere ideeën over eenzelfde onderwerp als gisteren. Zo leeft zijn kunst in de tijd.

    Gerrit Terpstra, Galerie MUGA

    Terpstra doet onderzoek naar wat tijd heeft gedaan met zijn vroegere werk. Hoe kijkt hij daar nu naar en wat zal hij in het heden anders doen met dat verleden. Het verleden kan niet worden overgedaan, het is een deel van je leven. Het maakt je doen en laten mogelijk, want je kunt leren van het verleden. Wat toen gedaan is, zal er nu anders uitzien. Met de ervaring van de tijd bekijkt Terpstra de inspiratie van toen met een frisse blik. Hij kan er opnieuw mee aan het werk om aangepaste schilderijen en objecten te maken, zelfs met een nieuwe betekenis. In Museum Galerie Heerenveen valt een deel van die observatie te zien. Gerrit wordt in september 69 jaar en laat mij daarom tijdens deze tentoonstelling terugkijken in zijn oeuvre. Niet alleen terugkijken, ook vooruitzien.

    Reageren op tijd

    Het begint met een eerste zelfportret uit 1969. Vijftig jaar later reageert hij daarop. Hij is er benieuwd naar hoe zijn kijk op zichzelf nu is. In eenzelfde stijl gaat hij te werk, er blijkt nauwelijks iets te zijn veranderd. Dat is hoe ik het zie, op welke manier de kunstenaar daar zelf naar kijkt blijft gissen. Zo gaat hij met meerdere getoonde werken aan de slag. Eens gemaakt en later als inspiratie dienend voor nieuw werk. Eigenlijk vindt Gerrit Terpstra zich als kunstenaar telkens opnieuw uit. Voortdurend klinkt de echo van tijd in zijn werk. Wat heeft tijd met zijn kunst gedaan. Terpstra reageert op tijd, niet in de zin van dat het nu nog kan omdat hij op leeftijd raakt. Terpstra reageert op wat tijd met hem doet, wat het met zijn persoonlijke geschiedenis doet. De reactie is intuïtief, gevoelsmatig geeft hij antwoord op de vraag van toen.

    Gerrit Terpstra is kunstenaar, tevens uitvinder. Een alchemist, natuurfilosoof. Hij drukt zich uit in een surrealistische taal. Onwerkelijk zoals de kunst dat in het algemeen eigen is. De gebruikte materialen zijn symbolen van tijd. Want voortdurend blijft dat begrip de adder onder het gras. Ook is de kunstenaar een verhalenverteller. Achter ieder werk, in elk object, gaat een vertelling schuil. Wie aandachtig kijkt hoort de legende, kan de parabel beluisteren. Zijn werk is mysterieus, zet aan het denken met diepe gronden en dubbele bodems. Hij laat de ruimte zijn objecten beleven. De danser van draadstaal met een houten kop leunt tegen tijd, geeft zich helemaal over aan de beweging. Het object is stijlvol geplaatst bij de twee vertalingen van de crucifix. Want de danser hangt als Jezus aan het kruis in ruimte en tijd. Zegevierend, tijd overwonnen, het is volbracht.

    Gerrit Terpstra, Galerie MUGA

    In de tentoonstelling staan twee kasten die veel geheimen verbergen. In de laden bewaart Terpstra velerlei dingen die hem na staan, waar hij een band mee heeft en waarmee hij zijn geschiedenis kan vertellen. De kast lijkt een rugzak waarmee de kwakzalver van toen rondtrekt langs stad en land, door dorp en streek. Eenmaal op het kerkplein of de dorpsstraat gekomen, gaat de kist met een zwaai van de schouders en opent hij alle laatjes en deurtjes. Dan opent zich een historische wereld, waarmee hij terug in tijd ziet en in een handomdraai naar de toekomst kijkt.

    In reactie op die kast van toen maakt Terpstra een nieuwe kast uit een in delen gezaagde bestaande schildering op paneel. Ook nu weer in de laden allerlei dingen en prullen, zonder waarde voor de mensheid maar met gewicht voor de kunstenaar. Boven in de kast een la met spiegel voor de weerklank van een universum. Door een luikje vernuftig te openen kan ik met een katrol een steen laten zakken. Het voorwerp treedt daardoor de ruimte binnen. Ik zie de zelf in gang gezette beweging in het spiegelglas. En ik kan de steen ook weer laten verdwijnen. Een interactief kunstwerk derhalve. Terpstra heeft hierin daadwerkelijk, net als in meerdere van de andere werken symbolisch, tijd geregistreerd. E=mc².

    Gerrit Terpstra : 69. “Het begint in 1969”. Werken van Gerrit Terpstra bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot en met 25 september 2022.

    Gerrit Terpstra, Galerie MUGA