Tag: grafiek

  • De beleving van geschept papier

    De beleving. Natuur ervaren. Een gevoel nauwelijks te beschrijven. In poëtische volzinnen beschreven. Beter in artistieke beelden gevat. Het woord zet aan tot gedacht beeld. Het beeld geeft fantastische voorstelling. Best is het de natuur zelf. Hoewel woord en beeld geen uittreksel zijn of slechter aftreksel is, maar indruk en uitdrukking geven aan. De ervaring van de beleving. Het gevoel bij de waarneming.

    Kunst heeft een natuurlijke kant. In de natuur van de mens, de aard van het beestje, is het ingebakken. Zit het verborgen ergens diep weg in de lobi temoporales. Niet iedereen boort het aan, werkt het uit en stimuleert het. Maar iedereen heeft de gave, zonder er deel aan te nemen, ervan te genieten. Positief dan wel negatief. Het is een kwestie van smaak, het activeren van de nucleus solitarius. Bitter en zoet, zuur en hartig, mooi en lelijk.

    Kunst op papier brengt de voorstelling onder handbereik. De kunstenaar kan het beeld voelen. Er zit weinig tussen de realiteit en de indruk daarvan. Tekenen is de meest basale kunstvorm. Met een verkoold takje werden al lijnen gezet. Nu is dat verfijnd in het potlood als houder van grafiet. Dat schept al afstand, want houtskool verwerkt zich als de tuinman met de handen in de modder. De kool laat sporen na bij het tekenen, en niet alleen op papier.

    Wezen van de kunstenaar

    De beleving van kunst start bij de maker ervan. Deze vormt de waarneming om tot uitdrukking. In de ontroering kan de zichtbare werkelijkheid zich transformeren tot een abstract beeld, of herstructureren in een kunstzinnige waarheid. Dat neerzetten is de kracht van de kunstenaar, dat oppikken is het vermogen van de beschouwer. De natuur laat zich beelden, verbeelden in een landschap, een stilleven, een interieur of een portret. Zowel in het platte vlak als ruimtelijk. De natuur is niet alleen huisje, boompje, beestje. De mens heeft eveneens een natuur, ofwel is onderdeel daarvan.

    Het wezen van de kunstenaar beleeft de natuur in het algemeen. Maar verschillend van al die andere normale mensen. In het brein krijgt de natuur een gewijzigde vorm, wordt het zichtbare anders beleefd. Het huisje kan aanleiding zijn voor een abstracte vorm. Het boompje heeft kracht in een expressieve kleur. Het beestje is aaibaar realistisch in weergave. Stijgt uit boven het huis-tuin-en-keuken plaatje boven de bank. Kunst is geen reproductie van de werkelijkheid, hoort dat niet te zijn. Geen afgietsel. Een uitdrukking van een indruk. De expressie van gevoel.

    Deze gedachten komen bij me op zittend op de harde, weinig comfortabele, gymnastiekbank van Kunstlokaal No.8. Naar aanleiding van wat ik zie kom ik tot deze denkbeelden en inzichten. Maar ze raken kant noch wal en de wal keert het schip. Het houdt geen steek en het brengt me niet tot de kern. De deur van de ruimte zwaait open, er wacht een espresso in de huiskamer ernaast. Een koekje bij de koffie brengt me terug in de werkelijkheid. “Wat vind je ervan” is een retorische vraag. Men verwacht aan de koffietafel geen duidelijk antwoord. Dat heb ik ook niet pasklaar, want ik ben vergeten waarvoor ik hier kwam. Om te schouwen en te beschouwen, oordelen en te beoordelen, schrijven en te beschrijven.

    Geschept papier

    Dus teruggekeerd op mijn schreden. Verdiepend in het aangeboden werk, dat evenals de andere inrichtingen voor deze andermaal esthetisch in orde is. Gehangen is kunst op papier, en zelfs grafiek op blad gedrukt. En daar komt mijn gedachte aan natuur terug, want dat papier is niet gekocht in de winkel maar door de kunstenaars zelf gemaakt. Zij hebben de natuur van vezels gebruikt om papier te scheppen. En werken op een drager die eigenhandig is gemaakt zet de beeltenis extra kracht bij. De aard van het vel vormt de tekening die er is opgezet. Geschept papier geeft nooit een gladde ondergrond, dus de lijnen en vlakken daarop verhouden zich daarnaar en kunnen een eigen weg gaan – gewezen door de drager.

    Mark de Weijer nodigde vijf kunstenaars uit om in zijn atelier een week lang te proeven aan het maken van papier. Als een soort van project is het handmatige proces in een pilot opgestart. De resultaten worden getoond in Kunstlokaal No.8 onder de naam “Be my guest”, waarbij De Weijer de gastheer is en de vijf kunstenaars de gasten zijn. Het maken van papier is een intensieve arbeid. Maar bepaalt de maker wel tot de drager van de tekening die er naderhand op zal worden gezet. Men is dus van begin tot eind bezig met het product. De beleving is groots, de ervaring optimaal. Dat blijkt uit de ondervinding die in een publicatie is verwerkt als neerslag van het project.

    Eigen wijze binnen persoonlijk idioom

    De kunstenaars hebben ieder op een eigen wijze en binnen het persoonlijke idioom geëxperimenteerd. Lekker op dreef leerden ze de techniek van de gastheer of diepten hun kundigheid uit. Het handgemaakte papier heeft een eigen karakter die de aard van het kunstwerk bepalen. In de natuur van Overijssel werkend was deze omgeving een inspiratiebron. Dat blijkt uit de seriematige werken die in Jubbega hangen. In de expositie is het een genoegen dat de kunstwerken onpersoonlijk zijn. Dat enkel op een blad bij de tentoonstelling naam en toenaam staan aangegeven. Zonder dit blad erbij te pakken kan de bezoeker dus objectief de kunst bekijken.

    De kunstwerken zijn met elkaar in gesprek, zoals in het kunstlokaal het gehangen of geplaatste werk in dialoog is. Het vult elkaar aan en kan zelfs overlappen. Door diverse mensen gemaakt, maar kan zo uit hetzelfde atelier komen. En dat is in dit geval letterlijk ook zo, zij het dat vooral het medium in eenzelfde omgeving is gemaakt waar ook de informatie daarop de oorsprong in dit atelier heeft. De natuur, waarmee ik dit verhaal begon, is inspiratie. Tijdens het project zitten de kunstenaars daar midden in. De omgeving die verandert bij de dag. Het landschap spreekt in en door de kunst. De beleving is dus dezelfde. De uitdrukking daarvan divers. De realiteit kent een eigen taal, ook in de abstracte werken is deze te lezen. De kijker bemerkt dat de verschillende manieren van beleving prettig in en bij elkaar passen.

    Project naar idee Mark de Weijer

    Het is de sfeer van de natuur die de kunstenaars aantonen. Met en door natuurlijke materialen worden de voorstellingen op papier gezet. Het papier dat op een natuurlijke manier is gemaakt. Het zijn daarom helemaal biologisch verantwoorde producten. En ook het boek bij de tentoonstelling is gekaft in een ongerept geschepte omslag. Het is het aandeel van de gastheer in het project, die normaal gesproken niet grafisch bezig is. “Het woord omslag nam ik letterlijk: ik maakte een blinddruk van de bast van een iep in mijn tuin.” Het dekt de lading die een nieuwe kijk geeft op het werken op en met zelf geschept papier.

    Het project is een idee van Mark de Weijer. De stichting Grafein kon het mooi inpassen in de grafiektriënnale Grafiek25. De gastheer en begeleider wil de pilot met Ardi Brouwer, Jurjen Ravenhorst, Monique Kwist, Inez Odijk en Jadrankja Njegovan een vervolg geven in een jaarlijks kunstproject. Hij wil zijn atelier graag openstellen voor meerdere kunstenaars die de grafiek- en tekenkunst beoefenen, om zelf hun eigen dragers te maken. Om zodoende een kunstproces van begin tot eind te ervaren. Een belevenis!

    Be my guest. Papierproject. Tentoonstelling Kunstlokaal no.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 30 november 2025. Behorende bij uitgave met tekst van Marie Jeanne de Rooij en ervaringen van deelnemende kunstenaars. Oplage 100 exemplaren. Stichting Grafein, 2025.

  • Minieme gebaren van Peter van Lier zijn minimale gesten

    Filosoof Peter van Lier liet zich met een representatieve dwarsdoorsnede in de bundel “Minieme gebaren / Minym ferweech” als dichter van diverse kanten zien. Met een kwinkslag, maar ook door het tonen van zijn gevoel. Hij doet dat niet op de orthodoxe manier van dichten, maar laat de regels in verzen vrijelijk over de dichtstukken bewegen. Zijn poëzie neigt naar abstractie, maar de zinnen zijn niet onsamenhangend – de emotie is geen object. Ik wil de gedichten wel weer lezen en nog eens, niet om de kern helder te krijgen maar omdat ze zo prettig poëtisch op papier staan. Eerst kon ik dat in zijn moerstaal doen met daarnaast een vertaling in de taal van de provincie waarin hij woonachtig is. Nu kan ik enkele daarvan tevens in de spraak van onze oosterburen declameren.

    Nederlands-Duits kunstproject

    In een Nederlands-Duits kunstproject zijn 13 gedichten uit de bundel “Minieme gebaren” geselecteerd en door Gregor Seferens vertaald in “Minimale Gesten”. Een achttal kunstenaars, vier van Nederland en vier uit Duitsland, hebben op de poëzie met grafische werken gereageerd. Van woord en beeld is een kleine uitgave samengesteld, dat tijdens de Leipziger Buchmesse 2024 is gepresenteerd. Het muziekstuk dat componist Cees Hiep op “Koerend keren” tot “Sich Gurrend Wenden” maakte ontbreekt in het boekje. De compositie voor cembalo en stem, dat ontstond in samenwerking met de dichter, zal ik elders tot mij moeten laten komen. Bijvoorbeeld via YouTube:  https://www.youtube.com/watch?v=4eRWeWhpH80

    Eenzelfde sfeer

    Het dichten van Peter van Lier is weids en landelijk zonder belemmering op uitzicht en blikveld, schreef ik eerder over de bundel “Minieme gebaren” dat in 2022 ter beschouwing aan mij voorlag. Die karakteristieken van zijn poëzie toen kan ik nu welhaast één op één hier overnemen. Want het gaat toch zeker over dezelfde regels, het heeft eenzelfde sfeer. Hij neemt geen blad voor de mond, want zijn taal moet open zijn zoals de omgeving overzichtelijk is. Alles kan gezien, alles is geschreven. Maar de dichter kijkt niet over het veld, ziet niet de hoge luchten en de verre einder. Hij vleit zich in het gras, kruipt tussen het riet en waadt over het wad. Daardoor valt hem het detail in het grote geheel op. Ziet hij het kleinste klein en schrijft daar het liefste lief over. Zo is zijn ruimte afgemeten, maar hij ontloopt de onmetelijkheid niet. Zijn poëzie is handzaam, omdat het over gewone zaken gaat. Het zijn de kleine dingen die het hem doen. Datgene wat in een druk bestaan nauwelijks nog wordt opgemerkt zet Van Lier te kijk in zijn beeldende gedichten. Het is kijken en observeren, dàt waarnemen wat gewoon lijkt dus ongewoon is beschreven om het op te laten merken.

    Wereld wijsgerig beredeneerd

    Peter van Lier lehrt mich, durch seine Worte anders zu sehen, besser zu sehen. Diepe gedachten, dubbele bodems, meerdere lagen. Hij mijmert en hij peinst, beschouwt en bespiegelt met als uitkomst abstracte verzen waarin de wereld wijsgerig is beredeneerd. Mijn zijn kan ik daar op reflecteren om een levensbeschouwing teruggekaatst te krijgen. Peter van Lier ademt de sfeer; hij snuift de geur, beziet het veld en hoort de stilte. Let op het detail, wordt gewaar de minieme bewegingen van het leven en dat vertaalt hij groots in zijn gedichten. En kunstenaars reageren daarop. Maken geen illustratie bij de tekst, maar een autonome uitdrukking van de emotie en sfeer die zij proeven in, uit en door de woorden. Een vertaling van de tekst in verbeeldingen derhalve. Daarbij valt op dat het alle vrouwelijke kunstenaars zijn die hun licht lieten schijnen op de dichtkunst van peter van Lier. Op één na, vriend en kameraad B.C. Epker maakte een houtsnede op de elegie voor een andere vriend. Hij reageert op “Wie hilft mann einem Freund, der sterben wird” met Sankt Antonius, een verhaal in een notendop. Al deze grafische tekeningen maken wel verbinding met de gedichten, leggen een relatie, maar kunnen zonder uitleggende woorden van Van Lier boekdelen spreken.

    De oorspronkelijke tweetalige bundel “Minieme gebaren”, waaruit deze Duitse versie een doorsnee is, was eerder een experiment hoe de poëtische kracht van de woorden in de Friese taal nog overeind zou blijven. Het is niet eenvoudig om de bestaande gedichten in een andere taal evenveel kracht mee te geven. De vertaler maakt eigenlijk nieuw dichtwerk op de woorden van Peter van Lier. Toen in het Fries, nu in het Duits. Een hertaling dus, maar nauw schurend aan de bestaande woorden.

    Minimale Gesten. Peter van Lier. Door Gregor Seferens Duits vertaalde gedichten. Met grafische tekeningen van B.C. Epker, Jacomijn den Engelsen, Inez Odijk, Hanneke van der Hoeven, Eleonora Damme, Andrea Lange, Gabriele Sperlich en Susann Hoch. Uitgave Hochdruckpartner Galerie+Werkstatt, 2024.

  • Het onvoltooide voltooide leven in Museum Galerie Heerenveen

    Een leven is niet volmaakt. Er is altijd wel een rafelrand aan. Op een gebrekkige manier is geluk volmaakt. Een paradox. Gescheurd en afgebroken, gelukkig en compleet. Het wezen kan ondanks alles blijmoedig zijn. Wanneer de een tegen de ander wordt afgezet, het hier tegen het daar, wordt dat gebrek bitter duidelijk. Maar blijft men bij zichzelf, je hebt het toch uiteindelijk alleen met jezelf te doen, dan kan naar omstandigheden dat leven volmaakt zijn. Echter is het niet, meer werkelijk zal het niet worden. Ja, misschien in de Hof van Eden nog voordat de mens wist van goed en kwaad. Echter ook toen was het leven niet volmaakt. Nieuwsgierige hebberigheid speelde de mens parten. De eerste rafelrand werd onomkeerbaar afgestraft. Berouw werd niet beloond. Vergeving was er niet. Het oppermachtige wezen kende geen genade. Eens een dief altijd een dief. Het leven is daarna nooit meer volmaakt te noemen.

    Een leven kan wel voltooid zijn. Althans kan degene die dat leven leidt dat veronderstellen. Wanneer is een leven voltooid en op welk moment stelt men dat vast. In ieder stadium kan voltooiing zijn. Maar wie beslist dat. Net zo dubieus als niemand kan bepalen wat een volmaakt leven is. Je kunt lijden en toch liefhebben, dat is de essentie van het wezen. De persoon in depressie kan het leven op dat moment als voltooid zien, omdat men niet verder kan – het is af, het is klaar, men is er klaar mee. De persoon in diepe ziekte of groot gebrek kan het leven als afgerond zien, omdat men niet verder wil – het is af, het is klaar, men is er klaar mee. Het figuur met lichamelijk of geestelijk gebrek kan het leven volmaakt beleven op dat persoonlijk niveau. Terwijl het bij wijze van spreken normale leven van zichzelf overtuigt is volmaakt te zijn.

    Geschonden en gebroken

    In haar keramische werken probeert Helmie Brugman een antwoord te vinden op welk moment, in welke pose, een mens volmaakt is. Echter dat antwoord is niet eenvoudig vast te stellen. Zij beeldt in haar objecten jonge mensen af, ongerepte lichamen. In lijf en leden kinderen nog. Dat vroege leven wordt door ouderen gezien als volmaakt, althans nog ongeschonden – het moet het leven nog leren. Maar toch zijn de figuren van Brugman in dit stadium ook al geschonden en gebroken. Of zie ik het anders, dat ze nog niet vol gemaakt zijn – nog niet af zijn, dat er nog aan wordt gebouwd, dat het in de groei is. Dat toont Brugman bijvoorbeeld in de installatie “under construction”, op welke manier de schepper te werk gaat in het atelier. Dat de verschillende delen aan elkaar gepast worden. Het bouwwerk in samenstelling een steun in de rug nodig heeft. De installatie is de kraamkamer van de schepping.

    Wat al wel klaar lijkt is het gelaat. De gezichten zijn gevormd met delicate belijning en een tedere oogopslag. Maar de blik kijkt meestentijds langs mij heen. Ik krijg geen werkelijk contact met de figuren. Er is geen communicatie, de personen worden nergens persoonlijk. Ze blijven in zichzelf gekeerd en beleven de onvolmaaktheid als volmaakt. Wel willen ze bekeken worden¸ gezien worden: look at me. Maar alle ogen lijken verlegen afgewend. Slechts een enkel gezicht durft mij recht in het gezicht aan te kijken. Die koppen idealiseren het leven, terwijl de gebroken lijven de maakbaarheid van het zijn in overweging nemen. Afwijkingen ontroeren, terwijl wij onszelf volmaakt willen vormen. Wat een tegenstelling. Met dat contrast werkt Brugman. Dat is haar inspiratie. Ze schijnt haar beelden niet alle met zorg gemaakt te hebben. Maar dat is geenszins het geval, lijkt me. Ze heeft met aandacht juist de vervormingen tijdens het werkproces gestuurd. Om reden haar verhaal van voltooid gebrek te kunnen waarmaken. Te duiden aan mij, aan de bezoeker van de duo-tentoonstelling in Museum Galerie Heerenveen.

    Grotesk verkleinde wereldsmart

    De expositie wordt gecompleteerd met het expressieve werk van Marty Poorter. Zij gaat in haar schilderijen niet voor schoonheid. Het lijden van de mens is meestal ook niet om aan te zien. Afkerig en afkeurend wenden wij onze blikken af. Kwelling is marteling, doodsstrijd geeft geen prettig gezicht. Poorter laat mijn blik echter niet afleiden, door haar manier van afbeelden schept ze aandacht. Door haar portretten wordt de pijn abstract en schijnt het lijden verheerlijkt te worden. De emotionele levendigheid in de schilderijen is echter geen vorm van sadisme, maar meer een teken van zelfkastijding. Een van zich af schrijven, of eigenlijk uit tekenen, het doormaken en doorstaan van een groots aards gebeuren. Grotesk verkleinde wereldsmart. In de portretten van Poorter ligt een veel omvattend lijden verborgen, grootser nog dan de enkele persoon die is afgebeeld. Kinderlijk volwassen probeert ze in de werken die omvangrijke kommer en kwel te doorgronden. Want juist in onschuld schuilt het ware weten, het onderkennen van het ongrijpbare, het onbegrijpelijke. Je kunt liefhebben en toch lijden, dat is leven!

    Die onschuld ligt vooral besloten in het afbeelden van dieren. De honden vooral zijn aangewezen op onze wil en geweten. Hen treft geen blaam. De enige schuldenlast die ze kunnen hebben is door de mens hen in gegeven, omdat het dier op de mens is aangewezen, afhankelijk is. Door deze figuren in haar werk in te brengen raakt de betekenis ervan figuurlijk gelaagd. Fysiek is het gelaagd door beschilderd karton en papier op het linnen te plakken. Wel vast te plakken met schildertape. Het maakt het werk een dimensie levendiger en meer speels waardoor de boodschap in feite minder hard aankomt. De enkele getoonde droge naald etsen duiden nog krachtiger dat verhaal van pijn en lijden.

    Zo is het plaatje rond. Met de onvoltooide voltooide werken van Helmie Brugman en de expressionistisch abstracte schilderijen van Marty Poorter. Het is geen prettig onderwerp waar beide kunstenaars zich over buigen. Maar de manier waarop het is verbeeld raakt het de emotie. Zet het aan tot nadenken, overdenken, beschouwen. Omdat liefhebben en lijden leven is.

    Expositie “Liefhebben en lijden is leven”, ruimtelijke werken van Helmie Brugman en schilderijen en grafiek van Marty Poorter. Bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 8 oktober tot en met 19 november 2023.